‘Moderne mensen leven half, lauw als badwater’

Het begon vele jaren geleden met het lezen van de meeslepende roman van Josjikawa over de grootste onder hen, de zwaardheilige Miamoto Musashi. Daarna is mijn fascinatie voor de samoerai nooit meer verdwenen. Musashi was namelijk geen domme slager uit vijftienhonderzoveel, maar de beste Japanse zwaardvechter van zijn tijd die zich ontwikkelde en na zijn beslissende gevecht stopte met vechten om te gaan kalligraferen en dichten. Ook hield hij zich bezig met zazen.

Onlangs verscheen bij De Driehoek (Synthese Uitgeverij) het boekje ‘Zen en de Oosterse martiale kunsten’ waarin Taisen Deshimaru, nazaat van een samoerai-familie en zenmeester, ingaat op de wereldvisie die is voorgekomen uit de kruisbestuiving van zen en de Japanse vechtkunsten. Deze vechtkunsten worden nu volgens hem onterecht als sport beschouwd. Kendo, maar ook bij voorbeeld judo zijn onderdeel van De Weg; volgens Deshimaru de essentie van alle Aziatische religies en filosofieën.

De eenheid van wat in het westen lichaam en geest worden genoemd, vormt een fundament van die weg. Zo hebben ook alle mensen in een leven één lichaam-geest nadat ze wakker zijn geworden uit ‘de slaap van het ego’. Persoonlijke houdingen zijn daarbij van elkaar afhankelijk, zoals alles verbonden is. ‘Als u verdrietig bent, moet ik verdrietig worden en als u gelukkig bent, moet ik het ook zijn’. Deshimaru haalt Shin Jin Mei aan, een oud Chinees boek: ‘Shi Do Bu Nan… de hoogste Weg is niet moeilijk, maar men moet geen keuzes maken. Men moet zin noch tegenzin hebben.’

Om dit te bereiken zijn zenmeditatie geschikt en Bushido; ‘de weg van de samoerai’. Deze weg kent de volgende wegwijzers: Gi (de juiste beslissing, in gelijkmoedigheid genomen met stervensbereidheid), Yu (dapperheid), Jin (universele liefde), Rei (het juiste gedrag, Makato (volledige oprechtheid), Melyo (eer en roem) en Chugi (toewijdiging). De weg van de krijger is een levenslange, die pas eindigt als men sterft.

Het geheim is bewegen en toch in evenwicht zijn ‘door het (voortdurend) sturen van de geest’: ‘Het is als een tol die men draait; men kan hem beschouwen als iets onbeweeglijks, maar hij is in volle actie. Men kan zijn beweging alleen zien op het moment dat hij begint te draaien en als hij vertraagt aan het eind. Zo is de rust in de beweging het geheim van kendo, de weg van het zwaard. En ook het geheim van budo en van zen, die op hetzelfde berusten.’

Even verderop zegt de schrijver dat de krijger er vol in moet gaan op het juiste moment en vanuit het moeiteloos vol te houden lege bewustzijn waarin de geest zonder zwakheden is (’ku’). Dat valt voor ons westerlingen niet mee, ziet hij om zich heen: ‘in onze tijd wil iedereen zuinig met zin energie omgaan en leeft maar voor de helft. Men is nooit compleet. De mensen leven half, lauw als badwater.’ Wat nodig is, is totale overgave, totale ontlading van de energie. ‘In de moderne wereld zien wij precies het tegenovergestelde: jongeren leven voor de helft en zijn voor de helft dood.’

Om uitspraken als ‘in het hier en nu scheppen’, ‘er is geen overwinning noch nederlaag’ en ‘zege of niet-zege, leven of niet-leven worden in één moment beslist’ begrijpelijker te maken, vertelt Deshimaru een paar prachtige verhalen in dit oorspronkelijk in 1977 uitgegeven juweeltje. Het verhaal over de rat wil ik u niet onthouden. Een samoerai heeft last van een grote sterke rat en hij stuurt er verschillende katten op af. De eerste is sterk en dapper, de tweede slim en sluw, maar beiden hebben geen succes. De derde ligt de hele tijd te slapen en de rat wandelt op den duur gewoon langs de kat. Na dagen waarin hij steeds iets minder alert is geworden, wordt de rat ineens door de kat te grazen genomen.

Een verhaal over bushido in een notendop, met als insteek de toestand van het bewuste (niet)zijn, zoals ook mooi verwoord in een soetra die de schrijver aanhaalt: ‘Deze dag loopt ten einde, met haar moet uw leven eindigen. (…) U moet voorzichtig blijven, altijd aan Mujo (de voortdurende verandering van alle dingen) denken, nooit verslappen.’ Verslapt u wel, en valt u ten prooi aan de verandering, dan wacht de hel met demonen voor elke gehechtheid, zo wordt duidelijk.

‘Uw dood zal weldra komen: vergeet dat nooit, ieder ogenblik van uw bewustzijn, van inademing tot uitademing. Als u niet zo bent, dan bent u niet werkelijk op zoek naar de ware Weg.’ Dat geldt niet alleen voor samoerai, maar ook voor beoefenaren van zen.

Zen moet overigens volgens Deshimaru niet meer bijzonder worden gemaakt dan het is. ‘Er schuilt in zazen noch een bijzonder mysterie, noch een speciale bedoeling. Maar door zazen zal uw leven zich zeker ontplooien en volmaakter zijn. Dus u moet iedere intentie achterwege laten, er van af zien een doel te willen bereiken, wat het ook is, tijdens zazen.

(…) U moet door diepgaande zelfbeschouwing ontdekken en begrijpen waar het over gaat. Als u uw bijzondere ik vindt, laat het mij dan alstublieft zien. Als u het niet vindt, blijf het dan trouw bewaken en beschermen; vergeet het ik dat u altijd aan de omgeving laat zien. Helemaal van zelf zult u na verloop van enkele maanden, enkele jaren in staat zijn automatisch en onbewust gyodo (de Ware Weg) te beoefenen met heel uw lichaam, zonder inspanning van de wil.’

Een aanrader, dit boekje. Ook voor mensen die alleen in zen geïnteresseerd zijn. Helder, begrijpelijk en vanuit directe ervaring geschreven. Winkelprijs: 16 euro.

Comments Off

admin op 10 August 2010 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel

Mikao Usui: verlichting na faillissement

De geschiedenis en praxis van reiki leken tien jaar geleden vast te staan. Niets bleek minder waar. In 2009 verscheen ‘Das ist Reiki’ van Frank Arjava Petter (Windpferd). Met dit boek zijn we weer een belangrijke stap verder in het onderzoek naar de achtergronden, methoden en personen uit de beginperiode van reiki, intussen bijna een eeuw geleden.

Een aantal zaken was vanaf eind jaren negentig al duidelijk uit research van onder anderen Frank Arjava Petter, Dave King en William Lee Rand. Zo was Mikao Usui, de stichter van de reiki-beweging, geen christelijke predikant die wilde leren hoe Jezus Christus mensen genas en die doceerde aan de Doshisha Universiteit in Tokyo. Ook heeft hij niet gestudeerd aan of een eredoctoraat gekregen van de Universiteit van Chicago.

Dit waren, evenals de titels ‘master’ en ‘grand master’, bedenksels uit de Hawaiiaanse lijn Chujiro Hayashi – Hawayo Takata. Ze bleken nuttig voor de acceptatie van een Japanse heelmethode in de christelijke Verenigde Staten toen ‘Pearl Harbor’ nog vers in het geheugen lag, maar hadden geen historische basis.

Mikao Usui heeft ook geen onbekende uitspraken van de historische boeddha gevonden en reisde evenmin naar de VS en Europa. Met ‘het westen’ op zijn gedenksteen worden vermoedelijk direct westelijk van Japan gelegen landen bedoeld.

Uit het nieuwe boek van Frank Arjava Petter blijkt verder dat het westerse master-symbool in Japan niet gebruikt wordt. Dit laatste is waarschijnlijk gekomen door een verkeerde interpretatie van Hawayo Takata.

Invloeden

Wat weten we zeker? Mikao Usui was een boeddhist die 15 augustus 1865 is geboren in een dorpje bij het hedendaagse Nagoya. Hij stierf 9 maart 1926 en ligt begraven op de Saihoji begraafplaats in Tokio, die behoort tot het Zuiver Land-Boeddhisme (Jodo Shu).

Wat is er te zeggen over de bronnen waaruit Mikao Usui heeft geput? Bronwen en Frans Stiene noemen in 2005 Tendai Mikkyô, een esoterische tak van het Tendai Boeddhisme. Mikao Usui was volgens hun bronnen lekenpriester binnen deze stroming.

Verder zou hij zijn beïnvloed door het Shintoïsme, een animistische wereldvisie, en door Shugendô, een amalgaam van Sjamanisme, Shintoïsme, Taoïsme en Boeddhisme. Usui zou zijn opgeleid tot Shugenja (een soort sjamaan).

Andere bronnen, bijvoorbeeld van Frank Arjava Petter, geven over de relatie met Shinto en Shugendô weinig informatie. Vast staat wel dat Mikao Usui samen met zijn broers na de Kanto-aardbeving in 1923 voor het lokale Shinto-heiligdom in Taniai een kostbare Torij heeft opgericht. De namen van de schenkers staan erop vermeld.

En de eerste samenkomst van de primaire reikivereniging, de Gakkai, vond plaats op het terrein van Shinto-heiligdom Togo Jinja in Tokyo, aldus Frank Arjava Petter in zijn nieuwe boek.

Gakkai

Deze vereniging is belangrijk om even bij stil te staan, want hier is veel informatie uit de beginperiode bewaard gebleven. Schriftelijk en uit mondelinge overlevering.

De Gakkai werd in 1922 opgericht, heette voluit Shin Shin Kaizen Usui Reiki Ryôhô Gakkai en had Mikao Usui als president. Na diens dood in 1926 aan een beroerte, werd hij opgevolgd als president, maar niet door zijn student Chujiro Hayashi, zoals Hawayo Takata leerde.

Chujiro Hayashi stichtte – vanwege zijn opleiding tot arts én op verzoek van Mikao Usui, zo blijkt uit het boek van Frank Arjava Petter - een eigen school (Hayashi Reiki Kenkyukai). Deze kende een sterk vereenvoudigd curriculum. Na opnieuw diverse aanpassingen zijn de leringen hiervan via Hawayo Takata bekend geworden als de westerse ‘reiki’ (Usui Reiki Shiki Ryôhô).

Bronnen

De oorspronkelijke Gakkai bestaat nog steeds en wordt sinds 1998 geleid door professor Masayoshi Kondo. Ondanks het besloten karakter ervan, is er sinds begin deze eeuw al veel informatie over naar buiten gesijpeld.

Bekende bronnen zijn Hiroshi Doi, die in 1993 lid werd van de Gakkai en intussen een op hun technieken gebaseerde eigen school heeft (Gendai Reiki Hô).

Daarnaast is er mevrouw Suzuki San. Zij is (in 2005) een stokoude leerlinge van Usui uit de pro-Gakkai periode en is, naast anderen, een belangrijke bron voor Bronwen & Frans Stiene.

Andere prominenten achter de schermen van de reiki-geschiedschrijving zijn de (intussen overleden) Chiyoko en haar zoon Tadao Yamaguchi, die voortkomen uit de lijn van Hayashi en in 1999 de basis legden voor een eigen school (Jikiden Reiki Kenkyukai).

Frank Arjava Petter baseert zich op de verhalen, documenten en boeken van diverse mensen, onder anderen van mevrouw Kimiko Koyama; de voorlaatste president van de Gakkai (Fumio Ogawa); een Shihan (leraar) van de Gakkai, en op moeder & zoon Yamaguchi.

Veelzijdig

Wat is het plaatje als we alle informatie op een rij zetten? Mikao Usui was een veelzijdig man. Kimiko Koyama vertelde Frank Arjava Petter dat Mikao Usui als journalist werkte, maar ook als geestelijk raadsman in een gevangenis, sociaal werker en als missionair van een Shinto-groep.

Vervolgens werd hij secretaris van de kleurrijke en visionaire politicus Shimpei Goto, die in Japan diverse ministersposten heeft bezet. In de jaren twintig was Shimpei Goto burgemeester van Tokyo. Rond die tijd heeft Mikao Usui vermoedelijk zijn reizen naar ‘het westen’ gemaakt.

Na zijn baan bij Shimpei Goto ging Mikao Usui als zelfstandig ondernemer aan de slag, waarschijnlijk in het familiebedrijf (een winkel). Dat was geen succes. Mogelijk ligt hierin een oorzaak van de breuk met zijn ooit rijke (Daimyo) familie, waarvoor in het boek van Frank Arjava Petter geen reden wordt gegeven.

Het debacle in het bedrijf heeft in elk geval grote persoonlijke impact gehad. Reiki is volgens Kimiko Koyama ontstaan uit een identiteitscrisis die Mikao Usui ervoer nadat zijn bedrijf failliet was gegaan.

Verlichting

Mikao Usui zocht vervolgens naar de zin van het leven en diepe innerlijke rust, en schreef zich in voor een driejarige meditatie- en vastenkuur in een zentempel in Kyoto. Het was toen gebruikelijk voor mannen om op een bepaald stadium in hun leven een korte bezinningsperiode in te lassen.

Na de drie jaar had Mikao Usui niet het gewenste inzicht gekregen. Hij vroeg zijn abt om raad en die zag voor deze in meditatie getrainde zoeker maar één oplossing: de dood ervaren om in het sterfproces zichzelf te vinden. De historische boeddha, Gautama Siddharta, zou ook deze weg zijn gegaan.

In maart 1922 begon Mikao Usui met het laatste deel van zijn queeste op de heilige berg Kurama, vermoedelijk ver van de platgetreden paden en zonder de mensen van de tempels op de berg te informeren.

Mogelijk volgde hij hierbij het programma van Isyu Guo, een eenentwintigdaagse boeddhistische training, bestaand uit meditatie, vasten, chanten en bidden. Deze training werd in de tempels op Kurama indertijd niet aangeboden.

Op een dag werd hij ’s avonds als door een bliksemschicht getroffen in zijn voorhoofd. Mikao Usui verloor bewustzijn en tijdsbesef en toen hij weer bij kwam, was hij vervuld van een nieuwe kracht. Hij voelde zich vol licht en energie.

(Een ervaring die wellicht vergelijkbaar is met de indertijd meer voorkomende inbezitneming door een godheid bij Shinto-groepen. Mensen die dat overkwam, stichten vaak een spirituele groep of beweging.)

Een maand na zijn verlichting gaf Mikao Usui al les in zijn methode om via de geestkracht van het universum innerlijke rust en verlichting te bereiken.

(Dit artikel is in december 2011 herschreven, in 2010 verscheen een eerdere versie in Koorddanser.)

Comments Off

admin op 14 June 2010 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel

Zen in Japan: hard en vrijwel geheel gereguleerd

Een zenmonnik op de veranda van het klooster die via de gsm even naar huis belt. Een collega die in de centrale ruimte luistert naar de abt, zijn mp3-spelertje naast zich op de grond. Niet zen in de polder, maar zen in Japan. Het zijn beelden uit het boek ‘Zazen nu – Het dagelijks leven in een Japanse zenklooster’ van Madelon Hooykaas & Nico Tydeman (Ankh-Hermes, 2010). Dit fraaie bijzettafeltjesboek is een aanrader voor lekenbeoefenaars in Nederlands en voor de romantici die bij zen denken aan badschuim of een Japanserig bijzettafeltje.

De werkelijkheid in het traditionele klooster Bukkoku-ji, waar Hooykaas en Tydeman over schrijven, is hard en vrijwel geheel gereguleerd. Voor romantiek (als stroming) is geen plaats. Voor alles zijn regels, rituelen en gebruiken, zoals de bekende zenleraar Dogen Zenji zo’n achthonderd jaar geleden heeft bedacht. Er is maar één weg: totale overgave. Aan de regels en aan het hier en nu.

De vereiste discipline is groter dan in het leger en voortdurend. Het leven in dit klooster is een onophoudelijke training in bewust zijn. Verder vormen voor een niet-Japanner als Hooykaas de taal en de cultuur een extra drempel. In één zin: het verblijf is uitputtend.

Het leven is er ‘down to earth’. Bukkoku-ji is geen knuffelige New Age-omgeving, maar een plaats waar gewerkt wordt. Spiritueel werk, maar ook fysiek werk, zoals het handmatig legen van de beerput, is belangrijk. Net als alles, biedt het een mogelijkheid om voorbij de leegte te zijn.

Voor alles is een tijd en een plaats, zo blijkt uit de foto’s van Hooykaas. Ook voor de doden. Zo is er een ‘begraafplaats’ (zonder graven) met een grote pagode. Op elke trede staan kleine beeldjes en gedenktekens. Indrukwekkend om te zien, uitnodigend om te bezoeken.

Veel foto’s zijn waardevol omdat ze informatief zijn. Andere zijn erg fraai. Mij troffen de foto’s het meest die het gewone achter het exotische laten zien.

De versleten maaltijdbakken, de houten wandjes voor de zitplaatsen, onkruid op het pad, een kast met mokken (iedereen heeft een andere), de duurzaam uitgevoerde bedelhoeden (bedelen is uiteraard ook geritualiseerd) en het beeld van een monnik die geamuseerd naast een poes zit die water uit een lege bloempot drinkt.

Naast de foto’s biedt ‘Zazen nu’ een dagboekverslag van de fotografe, die overigens ook een film maakte van haar verblijf. Het uitstekende essay van Nico Tydeman, dat hieraan voorafgaat, ‘Laboratorium van de Geest’, maakt het boek compleet.

Niet alleen schetst Tydeman historische lijnen met belangrijke personen en verklaart gebruiken, hij geeft ook de werkelijkheid weer zoals die zich vaak aan de ogen van westerse gasten onttrekt.

Om met die gebruiken te beginnen: Tydeman vertelt bijvoorbeeld dat de kok in een klooster een hoge positie heeft, vaak net onder de abt. Een kok is niet ’slechts’ een medewerker voor het eten en drinken. Hij is idealiter een rolmodel voor elke zenmonnik.

De basis hiervoor is gelegen in de fameuze ontmoeting van Dogen Zenji (1200-1254) met een Chinese kok. Dogen komt met de man in gesprek, raakt gefascineerd en vraagt hem waarom hij zich bezighoudt met koken terwijl hij - met zijn kwaliteiten - beter zazen zou kunnen beoefenen en soetra’s bestuderen. De kok, een oude man, lacht alleen.

Later komt Dogen de kok weer tegen. Dogen vraagt de kok om diens inzicht met hem te delen. De kok trekt de intellectueel opnieuw uit balans. Hij zegt: ‘Een, twee, drie, vier, vijf’. En: ‘Niets is verborgen, alle dingen zijn geopenbaard.’

Dogen blijft zoeken en groeit later uit tot een belangrijke figuur in het zenboeddhisme. Hij ritualiseerde elk aspect van het kloosterleven en hechtte, wellicht mede door zijn ontmoeting met de kok, groot belang aan de bereiding en het eten van voedsel.

In een klein deel van het essay gaat Tydeman in op de dagelijkse praktijk die vaak onbeschreven blijft in westerse boeken. Hij vertelt dat monniken ook mensen zijn. ‘En zelfs de meest rigoureuze training en de grootste verlichting verandert niet wezenlijk iemands karakter.(…)

Net als overal zijn er uitslovers, klaplopers, de kantjes-ervanaf-lopers, klagers, slappelingen, arroganten en stilzwijgers. Er is jaloezie, concurrentie, ellebogenwerk, ruzie, roddel, achterklap, er zijn geruchten gaande. Er zijn uitwassen. In hun vrije tijd (en dat niet alleen) zoeken monniken een uitlaatklap voor de druk van hun training. Zij gaan naar buiten en doen zich te goed aan drank en seks.’

Dit komt vermoedelijk mede doordat veel monniken door hun ouders naar het klooster zijn gestuurd (ruim driekwart van de kloosters is familiebezit) in de hoop dat hun zoon eens de tempel zal kunnen runnen. Dat is een baan die draait om administratie en het houden van ceremoniën voor voorouders.

Het is ook een job met aanzien, leert Tydeman: ‘Priesters en Roshi’s dragen kostbare monnikskleren, van zijde of brokaat. Ze rijden in dure auto’s. Niet alleen wordt aan het bedelen (soms) veel geld verdiend, legaten, schenkingen en de herdenkingsceremoniën vullen een schatkist.’

Tydeman ziet het positief in. Over de historie van zen zegt hij: ‘De decadentie van de tempels kon in Japan nog zo groot zijn, steeds weer was er een enkeling, een monnik of leraar, die de Dharma compromisloos, vaak afzijdig van de invloedrijke instituties, leefde.’ Zo werd en wordt het voortbestaan van de leer gegarandeerd. Ook in tijden van mp3-spelers, mobieltjes en zen-badschuim.

Comments Off

admin op 20 May 2010 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel

Zenmeester Baer ontmoet Boeddha

Ik heb een wijze zenmeester ontmoet. Hij heet Baer en is zeven maanden. Het is een Duitse Staande Draadhaar. Baer heeft me al diverse wijze lessen geleerd. Zoals het trainen om iets met volledige aandacht te doen.

Hij kan bijvoorbeeld vijf minuten in aanvalshouding naar een gevallen blaadje staren in de hoop dat de wind het oppakt, zodat hij het in één beweging kan neerslaan.

De belangrijkste les kreeg ik vandaag; je kunt niet genoeg van Boeddha en zijn inzichten houden, maar zelfs dat moet je op een gegeven moment loslaten om verder te komen. Het zijn beelden. Sommige zijn nuttig, van andere geldt: je kunt heel goed zonder.

In de tuin heb ik een beeldje van Boeddha. In een periode van verhoogde religiositeit groette ik altijd respectvol naar dat beeldje, dat ik eens in de aanbieding bij Intratuin had gekocht.

Natuurlijk weet ik best dat een religieus beeld gewoon een ding is en dat het gaat om de innerlijke waarde die het voor je heeft. Toch was ik nog niet zover om dat idee door ervaring te leren.

Baer heeft me daarmee geholpen. Hij begon vaak te blaffen tegen iets dat zich op tweeënhalve meter boven Boeddha bevond toen deze nog op zijn oude plek stond.

Dat was niet zo fijn voor de buurt, dus heb ik Boeddha in een hangende bloempot geplaatst, zodat de grote verlichte fijn tussen de bloeiende bloemen zat en ook nog een beetje kon schommelen als hij dat wilde.

Een tijdje geleden waren de bloemen in die pot uitgebloeid, de tweede bloei was voorbij, en Boeddha verhuisde naar een grijze pot met bloeiende planten op het terras. In zijn houten achterste een grote spijker om hem goed te laten aarden.

Dat laatste was misschien niet zo respectvol, maar wel praktisch; kerkbeelden die van een paar meter hoogte van hun voetstuk vallen, zouden ook voor vervelende ongelukken kunnen zorgen.

Baer blafte ook niet meer op Boeddha, dus ik dacht: dat hebben we weer gehad. Maar Baer had nog niet genoeg van Boeddha.

Vanmiddag betrapte ik hem terwijl hij met een gelukzalige uitdrukking Boeddha zijn liefde aan het betuigen was; de fraai gevlochten haardos was al weg en meneer was vol vuur aan de hersenen bezig.

Ik moest lachen. Het was mijn beeld van Boeddha dat hij met smaak oppeuzelde.

Wat hij deed had een zenmeester uit het verleden, het type dat leerlingen uit balans haalt om ze tot inzicht te brengen, vast aangesproken. Baer liet me verstaan wat ik via boeken en meditatie niet had begrepen.

Comments Off

admin op 16 October 2007 in Ongewoon & Anders, Religie & Spiritueel