Ramadan: hoe ga jij met de dingen om?

Ramadan is een moslimfeest voor mentale en fysieke reiniging, en bezinning op je sociale verantwoordelijkheid. Tijdens de vastenmaand schoof ik namens het Wijkkrantje aan bij de familie Vlemmings in Sittard. Ik had een openhartig gesprek met Sabah (43), Jop (48), Nora (18) en Omar (7) over ramadan, de islam en de Nederlandse samenleving.

,,De islam is het verlengde van het christendom”, zegt Jop Vlemmings, een autochtone katholiek die in 2000 moslim werd vanwege zijn huwelijk met de Marokkaanse Sabah. ,,Het was een logische keuze; het christendom komt voor uit het jodendom en de islam is weer het vervolg op het christendom. En innerlijk voelt het beter, ik zit nu beter in mijn vel.”

Hij vult aan: ,,De islam is een vooruitgang ten op zichte van het christendom; Mohammed is de laatste profeet. Maar verder hebben alle drie de geloven dezelfde god, dus dat verandert niet.

Ik zie dat het christendom steeds minder wordt en dat er vooral nog oudere mensen naar de kerk komen. Vergelijk dat met het moslimgeloof: als wij naar de moskee gaan, mag je blij zijn als je plaats hebt. Zeker in Marokko. Mijn indruk is ook dat de mensen daar, een stuk geloviger zijn dan hier.

Wie van de katholieken zie je hier nog vasten? Het christendom is ook de nodige keren slecht in het nieuws gekomen; dominees die zich vergrijpen aan kinderen, pastoors die trouwen. Ik weet niet of dat bij ons niet voorkomt. Misschien komt het ook niet naar buiten.”

Jop was jarenlang directeur van een bedrijf met tien CNC-frezers. Hij runde het samen met Sabah. Over geloof, laat staan over zijn nieuwe geloof, werd op de werkvloer niet gesproken. En als er eens vervelende opmerkingen werden gemaakt, gaf hij geen krimp. ,,Ik heb een olifantenhuid gekregen met de jaren.”

Beeldvorming

Het ergste zijn de media, als het gaat om het negatief neerzetten van moslims, vindt Jop. ,,Vaak wordt gemeld als het een moslim is, terwijl dat niet bij andere mensen gebeurt. In mijn religie doen ze dat niet.”

Grapjes over de profeet van de islam, denk aan de Deense cartoon-affaire; dat hoort al helemaal niet. Net zo min als grapjes maken over Jezus. Jop heeft het idee dat het bespotten van de islam hier zomaar kan, terwijl dat bij het christendom niet gebeurt.

Dat is opvallend. Christenen die ik spreek, denken vaak exact het omgekeerde. Jop reageert verbaast. Hij heeft geen weet van afbeeldingen waarmee Jezus belachelijk wordt gemaakt. ,,Gebeurt dat dan?”

Ook wat Geert Wilders over moslims zegt, hoort niet, zegt Nora. ,,Zeker niet voor iemand in zijn positie.” Al mag hij natuurlijk zeggen wat hij wil dankzij de Nederlandse vrijheid van meningsuiting.

Haar stiefvader is uit vrije wil moslim geworden. Sabah: ,,Als je met iemand wilt trouwen, is het belangrijk dat allebei hetzelfde geloof hebben. Daar heb ik met hem over gesproken. Hij vond het wel moeilijk, in die zin dat Jezus bij ons niet de zoon van god is, maar een profeet.”

Jop knikt. ,,Je bent jarenlang zo opgevoed. Dan ga je je afvragen: wat is de waarheid? De bijbel is zo vaak herschreven, de koran is nog steeds dezelfde.”

Sabah bidt bij de tafel richting Mekka voor het eten dat is opgediend. De avond breekt aan; er mag zo weer gegeten worden. Omar racet ondertussen met een spelcomputer op de televisie. Het gaat hard. Hij knalt steeds met z’n autootje op hetzelfde punt uit de bocht, legt hij uit.

Geloofsregels

Het eten ziet er lekker uit. Een ketel soep met ingrediënten die het lichaam herstellen van het vasten. Verder allerlei zoete en hartige hapjes, pannenkoeken en gedroogde vruchten. Sabah bidt vooraf een speciaal ramadan-gebed.

Ze vertelt onder het eten dat ze in Marokko vrij liberaal is opgevoed. ,,Mijn vader, hij is nu vijfennegentig, heeft ook nooit kinderen uitgehuwelijkt – mijn oudste zus is nu zestig. Hij heeft ook nooit gezegd dat we als vrouw een hoofddoekje moesten dragen, daar heb ik op mijn veertigste bewust voor gekozen.”

Het ergert haar soms dat sommige mensen denken dat vrouwen die een hoofddoek dragen dom zijn en onderdrukt worden. Alleen door het zien van de hoofddoek.

Sabah: ,,Het heeft ermee te maken dat een vrouw geen lustobject moet worden, daarom draag ik die hoofddoek. Het is een bewuste keuze.”

Nora: ,,Voor de islam werd de vrouw als vuil behandeld, in de islam is ze als een mooie edelsteen.”

Het dragen van een hoofddoek is een geloofsregel die het gezin hoog houdt, net als bijvoorbeeld het verbod op alcohol. Sabah: ,,Door alcohol ontstaat heel veel ellende, daarom drinken wij helemaal geen alcohol.”

Onveranderd

Beperkt het geloof op deze manier niet de individuele vrijheid en verantwoordelijkheid? Er zijn veel mensen die af en toe alcohol drinken en geen problemen veroorzaken. Bovendien zou een wijntje per dag goed zijn voor de gezondheid.

Sabah: ,,Het geloof bepaalt niet, de gelovige komt er zelf achter dat god dat wil. In de koran staat bijvoorbeeld dat een man vier vrouwen mag hebben. In de alinea daarop - die vaak niet wordt gelezen - staat dat hij ze dan wel alle vier evenveel lief moet hebben. Dat is onmogelijk, je houdt altijd meer van één vrouw, dus is het beter om dat niet te doen.”

Haar devies: ,,Je moet niet blind geloven, maar zelf over dit soort zaken nadenken. God heeft ons hersenen gegeven om te gebruiken.”

Maar sommige dingen staan vast: ,,Aan de islam verandert niks. Het is een puur, lief geloof met alles dat je nodig hebt in het leven, voor elkaar klaar te staan en rekening met elkaar te houden. Dat is prachtig. De koran is, net als de bijbel, een soort wetboek. En de koran heeft het voordeel dat er niets aan veranderd is.”

Wat als er toch wel verschillende versies van de koran in omloop zijn, en de koran zelfs niet compleet is, zoals de schrijver Ibn Warraq beweert?

Sabah haar geloof zou niet veranderen: ,,Mijn geloof is niet gebaseerd op een boek, het draait om het geloof in god. Ik die in contact sta met god. En vanuit mijn geloof heb ik veel wonderen meegemaakt.”

Als voorbeeld noemt ze een zeer ingrijpende situatie, waarin Sabah en Nora hebben gebeden en god zich naar hun mening rechtvaardig heeft betoond. En wel op oudtestamentische wijze. Het sterkte hen in hun geloof.

Het probleemgedrag van Marokkaanse jongeren die al jaren op veel plaatsen voor overlast zorgen, heeft juist weer niets met de islam van doen, zegt Sabah. ,,Zij maken misbruik van de situatie. Het is maar een kleine groep, maar veel anderen worden er de dupe van. Ze zeggen: ‘Ik ben moslim’, maar verkopen drugs, lachen hun buurman uit of slaan iemand in elkaar. Wat heeft dat in godsnaam met islam te maken?”

Probleemjongeren

De sympathieke moslima wil graag zelf meewerken aan het oplossen van de problemen met deze en andere moslims, bijvoorbeeld via de lokale politiek. Ze zoekt de oplossing voor de Marokkaanse probleemjongeren in de gezinssituatie.

Deze jongeren hebben vaak vaders die aan de lopende band werken en moeders die noodgedwongen poetsen, legt ze uit. Verder hebben ze een ander uiterlijk. Dat zorgt voor een minderwaardigheidscomplex en een terugtrekken binnen de veiligheid van de eigen groep. ,,Moeders in zo’n situatie kunnen hun kinderen ook niet goed opvoeden, dus missen de jongeren een goede start.”

Deze jongeren kiezen als groep voor dit gedrag. Zo’n jongen zou zijn sociale omstandigheden ook kunnen zien als een persoonlijke uitdaging om zichzelf te verbeteren in de samenleving.

,,Dat gebeurt ook, maar het gaat nog heel langzaam. Het gaat erom dat andere mensen de jongens het gevoel geven dat ze erbij horen.”

Misschien, over twintig jaar, zijn de Marokkaanse probleemjongeren van nu ingeburgerd en hoort een deel van hen bij de middenklasse. Dan heb je kans dat zij weer met verwilderde ogen kijken naar een nieuwe groep in de samenleving.

,,Ja”, grapt Jop. ,,De Polen. Daar word nu ook van alles over gezegd en geschreven.” Precies. Ook zij zijn laaggeschoold, komen alleen om te werken en worden met de nek aangekeken.

Lichaam

Nora weet het zeker: ,,Het is zijn de media, dat zijn de boosdoeners. Die maken meer reclame voor het negatieve. Elke week is er op de Nederlandse tv wel iets negatiefs over de islam. Als allochtone mensen zich moeten verdiepen in de cultuur, geschiedenis en taal van het land waar ze in wonen, waarom zouden autochtone mensen zich dan niet verdiepen in het geloof en de cultuur van de buurman of buurvrouw? Weet waar je het over hebt, voor je over iets begint te praten.”

Geïrriteerd: ,,De islam is mijn geloof, het is net als mijn lichaam. Als je daaraan komt, kom je aan mij.’’

Je geeft de media de schuld. Dat is niet helemaal onterecht, maar ik denk dat veel mensen hun mening over moslims voornamelijk baseren op persoonlijke ervaringen. Bijvoorbeeld in achterstandswijken, waar mensen als in een snelkookpan bij elkaar leven. Daarnaast is er angst bij een groep blanke autochtonen die juist weinig contact heeft met moslims.

Nora: ,,Mensen in een achterstandswijk kun je allemaal beschouwen als mensen die het moeilijk hebben. En dus niet vrolijk door de straten zullen paraderen, zowel autochtone als allochtone mensen.

Mensen zouden gewoon niet moeten discrimineren, dat staat ook in de grondwet.” En toch gebeurt het, ook onder moslims van verschillende nationaliteiten. ,,Dat weet ik ook wel. Ik weet hoe het in sommige steden gaat, maar het zou niet zo mogen zijn.”

We eten nog wat. De tafel is feestelijk gedekt, de hapjes zijn heerlijk. Ik heb het gevoel dat het gesprek wat te zwaar is geworden en veel te weinig over de ramadan is gegaan. Sabah vindt dat geen bezwaar. Een gerecht zonder zout en kruiden is ook niet lekker; kritisch zijn mag best.

En nadenken over je verhouding tot je omgeving, hoort ook bij ramadan, legt ze uit. ,,Hoe ga jij met de dingen om. Hoe kun je de goede dingen doen. En dat jij normaal overdag brood eet en anderen niet genoeg hebben; daarbij stilstaan. De rest van het jaar, als je veel op routine doet, kun je dan nog eens nadenken over de inzichten die je deze maand hebt gekregen.

De maand van ramadan is een maand van gebeden, bezinning, geduld, genade, vergeving, en barmhartigheid. En het is een maand van gezelligheid, waarin families bij elkaar komen.”

Comments Off

admin op 24 September 2009 in Religie & Spiritueel

Het hitlerdom als Arische anti-kerk

Hitler is geen mythe, hij was een man van vlees en bloed over wie steeds meer bekend wordt. Een aanvankelijke outsider en mislukkeling die de kracht van religie als geen ander begreep en zijn variant daarvan - een magisch nationaal-socialisme met zichzelf als messias van een heuse anti-kerk – modelleerde op basis van het theater van Wagner en aan elkaar geknoopte mythologische verhalen over een fictief en superieur Germaans verleden van trotse Ariërs die de door de Grote Oorlog vernederde Duitsers kon verbinden en mobiliseren.

De mystieke kant van zijn karakter compenseerde Hitler extern door een gewetenloze hardheid en rigiditeit, en een geslepen opportunisme, allemaal met als doel een soort nieuwe verlosser te worden - in tegenstelling met Jezus nu gelijk compleet met een eigen religie - waar nog duizenden jaren inspiratie uit kon worden geput. Een Arische profeet, die bewust het pad van de politiek koos tijdens zijn Paulinistische openbaringsmoment van inzicht gedurende een vermoedelijk psychosomatische blindheid in de Eerste Wereldoorlog.

Een studie die het gehele plaatje rondom Hitler op micro- en macroniveau op magistrale wijze blootlegt, is ‘Hitlers Religie’ van Michael Hesemann (Aspekt, 2007). Het vlot geschreven boek is een aanrader voor iedereen die meer wil weten over de religieuze facetten van politiek populisme en de politiek van religie.

Hesemann toont aan dat Hitlers wereldvisie geen afgeleide was van het reguliere christendom, maar gebaseerd is op de oplevende belangstelling in de negentiende eeuw voor de vroege, ketterse gnostiek, die de wereld verwikkeld zag in een kosmische strijd tussen goed en kwaad, licht en duisternis, een strijd die ook in het wereldlijke domein moest worden uitgevochten.

In die gnostische visie ziet hij ook de basis voor Hitlers racisme en de haat tegen joden en tegen de katholieke kerk. Dat laatste werkt de schrijver heel overtuigend uit. In dat verband merkt Hesemann onder meer op dat antisemitisme in de kerk overigens wel degelijk voorkwam, en al heel vroeg. Zo blijkt de bekende kerkhervormer Martin Luther aantoonbaar een antisemiet te zijn geweest.

In de gnostische visie die Hitler aanhing, in essentie gebaseerd op de leer van Zoroaster, is de heer van deze wereld niet de hoogste god, maar een lager in de pikorde staande scheppergod die onterecht door de christenen voor de ware god wordt aangezien. De christengod, zo vond Hitler in lijn met Nietzsche, was een voorstander van liefde, in scherp contrast met de god van het Oude Testament, en dat zorgde voor verwekelijking van de Duitser, verraad aan zijn volksaard, die in het bloed lag verankerd.

Beter was het, om voorbij te gaan aan dergelijke lage sentimenten en met kracht en hardheid en zonder gevoel de natuurlijke orde van de mensenwereld te herstellen (uiteraard met de vermeende nakomelingen van de ooit in India zo succesvolle immigranten de Ariërs aan het bewind). Hiervoor ontwikkelde hij, in samenspraak en op basis van het (voor)werk van anderen, niets minder dan een eigen religie.

In zijn zoektocht naar verklaringen, waarschijnlijk mede in reactie op zijn aanvankelijke academische en economische mislukking, zo werd Hitler keer op keer afgewezen op de kunstacademie en leidde hij een tijd lang een armoedig bestaan, vond hij steun bij esoterische clubjes, waarin onder anderen Blavatski werd gelezen, en nieuwe riddergenootschappen. Daarbinnen kon hij zijn schijnbare minderwaardigheidscomplex omzetten naar een superioriteitsgevoel en groeide een zelfbeeld van uitverkoren verlosser en toekomstig leider van een nieuwe wereldorde, conform de ‘natuurlijke’ verhoudingen. Deze kringen buiten het gezichtsveld van de velen, vormden het werkelijke hart van het latere hitlergeloof.

Hitler ervoer aan den lijve de Oostenrijkse angst om de macht in het land af te staan aan de nieuwe buitenlanders binnen de landsgrenzen en richtte zijn angst-haat complex in dezen, zoals bekend, vooral op de joden. Hij rechtvaardigde dit vanuit zijn gnostische wereldbeeld, waarin de joden en de christenen, in contrast met de moslims, de volgelingen van de profeet-strijder Mohammed, die hem meer aansprak, het ware geloof zouden hebben verraden. Dat was overigens ook de reden voor de inval in Polen, aldus Hesemann; daar bevonden zich veel meer joden dan in Duitsland. Met deze inval, en later met de vernietigingskampen, kon het ‘jodenprobleem’ pas goed worden ‘opgelost’.

Het antisemitisme, gericht op het ‘ras’, de religie en de joden als sociale groep, was een belangrijk onderdeel van Hitlers religie. De katholieke kerk – Jezus werd door velen in Hitlers kringen gezien als een Duitser; hij kon volgens de Ariosofen niet een jood zijn geweest - was het volgende en laatste te nemen bolwerk in de strijd van het zich ontwikkelende hitlergeloof. (Het communisme, het andere grote gevaar, zou tussentijds worden aangepakt. Dit resulteerde zoals bekend in de rampzalig verlopen expansie oostwaarts; het begin van het einde van het Derde Rijk.)

De vernietiging van de kerk, door aanvankelijk met de mond de leer van de kerk te belijden en ondertussen verdeeldheid te zaaien en zo de protestanten vrij gemakkelijk en massaal voor zich te winnen, was de laatste fase in de door Hitlers zieners gedachte eindstrijd waaruit het nieuwe Duitse ‘ras’ als overwinnaar uit de bus zou komen. Om argumenten voor zijn syncretistische visie te vinden, werden voor en gedurende de oorlog tijd nog moeite gespaard. Zo werden op soms krampachtige wijze - de Führer had altijd gelijk en moest dus altijd gelijk krijgen - massaal de meest wilde pseudowetenschappelijke ideeën omarmd, als het idee dat oer-ijs het verbindende element is in het heelal.

Het boek van Hesemann is te omvangrijk om hier recht te doen. Uit dit toekomstige standaardwerk komt een haarscherp beeld naar voren van een man die zichzelf verblindde en op grond van een esoterisch, romantisch geloof, in contrast met de moderniteit, en voor de buitenwereld vertaald naar een politieke religie, de wereld wilde veranderen en het jodendom en christendom wilde wegvagen van het aardoppervlak. In plaats daarvan zou na de eindstrijd een nieuw gouden tijdperk aanbreken, het tijdperk van, in mijn woorden, het hitlerdom. Met Hitler als de grote profeet die, na de catharsis, het ware geloof op aarde had teruggebracht. Gelukkig is die wereldorde ons bespaard gebleven.

Comments Off

admin op 28 April 2009 in Boek & Meer, Politiek & Media, Religie & Spiritueel

Koopkracht in de troonrede, wat is dat nou eigenlijk?

Gisteren werden de troonrede uitgesproken en de miljoenennota gepresenteerd. De rede van Beatrix, van de hand van Jan-Peter Balkenende, geeft zoals altijd een analyse op hoofdlijnen van de kansen en bedreigingen in de samenleving. Daarnaast mag de koningin in haar verhaal altijd een morele oproep doen ter stimulering van verdraagzaamheid, solidariteit, diversiteit en werzijds begrip. Heel erg goed. Er zijn veel vragen, maar één belangrijk onderwerp smeekt echt om verduidelijking, zowel in de troonrede als in de door Wouter Bos geredigeerde miljoenennota.

Het woord koopkracht, dat deze dagen bij vrijwel alle sprekers naar aanleiding van de rede en de nota voor in de mond ligt. De koopkracht neemt niet toe, vertelde de majesteit ons, de lagere inkomens worden ontzien en de hogere wat meer belast. Voor modale inkomens zou de koopkracht gemiddeld met ongeveer 0,25 procent omlaag gaan.

Maar wat moeten we daar nou mee? Net als bij eerdere besluiten en discussies over de koopkracht weet ‘de gewone man in de straat’ vaak niet wat hij ermee aan moet. Koopkracht is een rekenkundig bepaalde norm die echter vooral theoretisch lijkt en dat maakt de discussies op tv, zoals bij Nova Politiek, abstracte rekenspelletjes (dit is een voorbeeld zoals door een student ontwikkeld) die voor veel mensen niet meer te volgen zijn. Het schuiven met posten en scenario’s lijkt ver verwijderd van de mensen die deze politici hun mandaat hebben gegeven.

Wat merkt de burger in de beurs? Dat is waar het om gaat. En wat zijn de SMART-doelstellingen voor beleid in de toekomst? Het zou een veel beter criterium zijn om vooral te communiceren over concrete voorbeelden van abstracte zaken en meetbare einddoelen zodat iedereen het kan volgen en niet alleen de 2,5 miljoen hoger opgeleiden (hbo en hoger). Waarom niet voorbeeld berekeningen voor een minima-gezin, een modaal en een boven modaal gezin laten zien - inclusief de kosten als vaste lasten, verzekeringen, ziektekosten, onderwijs en levensonderhoud - zodat wij, als niet-economen, ons er wat bij kunnen voorstellen? Een totaalplaatje krijgen waar we wat mee kunnen?

Een kwartje meer belasting betalen voor een pakje sigaretten is voor die mensen veel tastbaarder en herkenbaar dan een vage opmerking over de koopkracht. Het geldt niet alleen voor belastingen, maar ook voor investeringen in ‘het milieu’ bijvoorbeeld; maak het helder, bijvoorbeeld door te stellen: over 10 jaar moeten er geen benzine auto’s meer rijden want dit zorgt voor een 5 procent zuiverdere lucht, pas dan kunnen mensen inhoudelijk (blijven) kiezen. Maak het concreet voor ons burgers. Wij zijn namelijk de mensen die gezamenlijk hebben afgesproken om het regeren bij volmacht over te laten aan de politici die daarom aan ons verantwoording moeten afleggen. Het wordt tijd dat ze die verantwoordelijkheid eens goed gaan invullen.

Comments Off

admin op 12 October 2007 in Politiek & Media