Woont Hoogveld aan de voet van een chemische vulkaan?

De afgelopen maanden is in Sittard-Geleen behoorlijke onrust ontstaan over vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor. Hoewel het zwaartepunt van de discussie ligt bij Chemelot in Geleen, heeft ook de Sittardse wijk Hoogveld heeft ermee te maken. Ontsnappen de inwoners regelmatig aan een ramp van CNN-proporties of is dat zwaar overdreven?

Directe aanleiding was het aanvragen van een nieuwe milieuvergunning van ProRail voor het emplacement in Born, ook voor rangeren met en transport van gevaarlijke stoffen. Dit verzoek was eind 2008 al ingediend, maar de gemeente wilde meer informatie van de spoorgebruikers en die liet zo lang op zich wachten.

De Stadspartij van Sittard-Geleen en maatschappelijke organisaties protesteren tegen deze vergunning vanwege de veiligheid en de overlast voor omwonenden (geluidshinder, fijn stof).

De Stadspartij had eerder al geageerd tegen de plannen van Chemelot om meer gevaarlijke stoffen per spoor te vervoeren. Hierdoor zou de veiligheid van zeker zesduizend mensen in het geding zijn. Bij een ongeluk met LPG wonen zij in de dodelijke zone. Op internet vielen vanwege de LPG-wagons al termen als “rijdende bommen”.

2500 handtekeningen

Volgens Henk Bril, Senior Distribution Safety Expert bij SABIC, is dat een paniekverhaal, al kan een ramp niet geheel worden uitgesloten. SABIC is beeldbepalend op Chemelot en de grootste speler wat betreft transport van gevaarlijke stoffen in de Westelijke Mijnstreek.

Cijfers, plannen en maatregelen zouden volgens Henk Bril door critici op verkeerde wijze zijn gecombineerd, zodat onterecht het beeld ontstaat dat de mensen langs het spoor leven aan de voet van een chemische vulkaan.

In maart dit jaar werd het kookpunt bereikt. De Stadspartij had intussen ruim vijfentwintighonderd handtekeningen verzameld tegen het rijden en rangeren met gevaarlijke stoffen door en langs woonwijken.

Ironisch genoeg, kreeg SABIC drie maanden later van brancheorganisatie VNCI de Nederlandse Responsible Care Award, juist vanwege de voortrekkersrol wat betreft veilig transport via het spoor. En dat allemaal in het Jaar van de Chemie.

Twee sporen bij Hoogveld

Hoe zit het nu met Hoogveld, dat aan twee kanten wordt begrensd door rails? Aan de oostzijde van de wijk ligt een traject waarover vanaf Chemelot, via station Sittard, naar het noorden (gevaarlijke) stoffen worden vervoerd.

Dit gebeurt met name door SABIC (ex-DSM, in Saoedische handen), OCI Nitrogen (onderdeel van het Egyptische Orascom Construction Industries met daarin opgenomen het voormalige DSM Agro en DSM Melamine) en DSM.

Er vinden via station Sittard ook Chemelot-transporten naar het zuiden plaats, maar daar hebben de inwoners van Hoogveld niet direct mee te maken.

Van Sittard naar Born

Aan de zuidzijde van Hoogveld loopt een spoorlijntje dat vanaf station Sittard, tussen Hoogveld en Limbrichterveld, via het emplacement in Born, leidt naar de Rail Terminal Born (RTB) en Industrieterrein Holtum-Noord.

Via dat spoor zijn in 2010 jaar geen gevaarlijke stoffen vervoerd. ProRail telde in 2010 op het emplacement in Born 571 goederentreinen (’nul wagons met gevaarlijke stoffen’) en 122 ‘overige treinen (geen personenvervoer)’, aldus ProRail-woordvoerder René Vegter.

Actievoerders beweren dat voor 2010 wel gevaarlijke stoffen over dit traject zijn gegaan. ‘Eind vorige eeuw, in de tijd van DSM, voordat SABIC en OCI Nitrogen bestonden’, zegt Henk Bril, zijn over het spoor Sittard-Born inderdaad ‘heel sporadisch’ wagons met het giftige acrylnitril vervoerd (D3).

‘Maar dat is al jaren niet meer het geval. Tegenwoordig vervoeren we over dat spoor alleen nog brandbare vloeistoffen in zogenoemde bombes. Dat zijn geen tankwagons, maar platte wagens met daarop tanks van achtduizend liter. De brandbare vloeistoffen die erin zitten, aluminium alkylen, zijn hulpstoffen voor de productie van kunststoffen.

Deze transporten vinden sporadisch, één keer per maand / één keer per kwartaal, plaats en zelfs dat willen we afbouwen tot nul. Probleem is, dat deze stoffen in Duitsland niet via de weg mogen worden vervoerd, dus moet het per spoor. Verder vervoert SABIC geen gevaarlijke stoffen van of naar Born en al helemaal geen LPG; vanwege de veiligheid is dat niet verantwoord.’

Emplacement in Born

Ook DSM en OCI Nitrogen rijden niet met gevaarlijke stoffen over het spoor naar Born. Ze zijn dat naar eigen zeggen ook niet van plan, net zo min als SABIC, hoewel de opname van het traject in het Basisnet volgend jaar dat wel mogelijk maakt. Basisnet is binnen het Nederlandse spoorwegennet een reeks routes voor transport van gevaarlijke stoffen die vermoedelijk in 2012 wettelijk zal worden vastgelegd (er komt ook een Basisnet voor de weg en het water).

Henk Bril: ‘Het lijntje Sittard-Born is een zogenoemde grijze lijn. Dit betekent dat er nauwelijks vervoer van gevaarlijke stoffen is voorzien. En als dat gebeurt, moeten de risicocontouren op de spoorlijn blijven liggen.’

ProRail, sinds 2005 de nationale railbeheerder, heeft een vergunning aangevraagd om jaarlijks maximaal zevenhonderd wagons met gevaarlijke stoffen toe te laten op dit stuk spoor en het Bornse emplacement. Het gaat om tweehonderd wagens met propaan (LPG), vijftig met ammoniak (giftig gas), vierhonderd met benzine en vijftig met acroleïne (zeer giftige vloeistof). Tussen het rangeerterrein in Born en Holtum-Noord mogen met deze vergunning maximaal zesenveertig bewegingen per etmaal plaatsvinden (bijna zeventienduizend per jaar).

Het gaat om dezelfde maximale hoeveelheden als toegestaan voor de Rail Terminal Born. De ruimte die de aangevraagde milieuvergunning biedt, hoeft echter niet te worden benut, zegt René Vegter: ‘Voor zover ik weet, zijn er geen kandidaten die interesse hebben in vervoer van gevaarlijke stoffen over dit traject’.

Langs uw achtertuin

Dan is er nog het andere spoor, aan de oostelijke kant van Hoogveld. Hierover gaan nu al transporten met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt als onderdeel van een koepelvergunning voor alle spoorvervoer van en naar Chemelot.

De Chemelot-bedrijven vervoerden volgens ProRail in 2010 ruim veertienduizend wagons met gevaarlijke stoffen over het spoor oostelijk van Hoogveld. Specifiek ging het om 7600 van categorie A (LPG), 2050 van categorie B2 (ammoniak), 950 van categorie C3 (benzine) en 3750 van categorie D3 (acrylonitril).

Wat kan er mis gaan?

Hoe gevaarlijk of veilig is het (toekomstige) vervoer van gevaarlijke stoffen? Hiervoor worden diverse risicoberekeningen gehanteerd. Simpel gezegd is de kans op overlijden voor omwonenden één op een miljoen per jaar (het plaatsgebonden risico). Daarnaast is er een factor die de kans op een ramp met meerdere doden aanduidt (het groepsrisico).

De soort stof is van grote invloed op het theoretische risico. LPG valt onder de hoogste risico-categorie (A). LPG kan door langdurige externe verhitting van de tank, bijvoorbeeld door een brandende vloeistof, omgezet worden in gas, waardoor de druk in de tank toeneemt. Dit zorgt uiteindelijk voor rupture (openscheuren) en via het vuur voor een explosie, CNN-waardig.

Denk aan een vuurbal met een straal tot honderdtachtig meter die in een fractie van een seconde een enorm krachtige drukgolf voortbrengt.

Het effect van zo’n ontploffing of Warme BLEVE (boiling liquid expanding vapour explosion) is dat binnen een straal van tweehonderd meter iedereen sterft. Binnen de straal van de vuurbal wordt alle bebouwing verwoest. Op vierhonderdvijftig meter ben je theoretisch veilig, maar tot negenhonderd meter sneuvelen je ruiten.

Gelukkig zijn de tanks waarin LPG per trein wordt vervoerd, heel sterk. Zo is de kans volgens deskundigen klein dat ze lekken door ontsporing of aanrijding, zo is uit proeven en ongelukken gebleken. Er is zelfs een specialist die beweert dat een LPG-tank nog niet kapot gaat als er een vliegtuig op neerstort.

LPG en ammoniak

Een andere gevaarlijke stof, waarmee langs Hoogveld wordt gereden, is ammoniak. OCI Agro produceert jaarlijks een miljoen ton ammoniak, verwerkt het leeuwendeel daarvan op Chemelot, waar ook een opslag is, en vervoert de rest (volgens haar website) via tankwagens en goederentreinen naar locaties in Nederland, België, Duitsland en Noord-Frankrijk.

Ammoniakgas kan bij het vrijkomen ervan, zelfs als het gaat om kleine hoeveelheden, in een relatief groot gebied (tot meerdere kilometers bij grootschalige transporten en productielocaties) zorgen voor gewonden en doden (bij de bron). Vanwege de mogelijk grootschalige effecten bij een calamiteit wil het Rijk dat OCI Nitrogen alle ammoniak op Chemelot verwerkt.

Als het fout gaat

In de risicoberekening bij ammoniak wordt uitgegaan van een aantal deeltjes in de lucht dat binnen een bepaalde blootstellingstijd door inademing blijvende schade en soms de dood tot gevolg heeft. Gelukkig heeft ammoniak een stekende geur, zodat mensen snel gealarmeerd raken.

Bij de discussie over veiligheid gaat het vrijwel altijd over dit soort abstracte waarden die statistisch bezien niemand zorgen baren. De werkelijkheid blijkt soms echter niet in cijfers te vatten en dat verklaart de emotionele reacties.

Het meest recente voorbeeld is het ongeluk met een goederentrein 7 oktober in het achthonderd inwoners tellende Tiskilwa, in de Amerikaanse staat Illinois. Daarbij ontspoorden zesentwintig van de 131 wagons en explodeerden drie van de zeven tot negen wagons met ethanol (zes raakten in brand). Doordat het dorpje snel is geëvacueerd zijn er geen doden of gewonden gevallen.

Een voorbeeld in Europa is het ongeluk in juni 2009 in Viareggio, Toscane. De eerste wagon van een goederentrein ontspoorde, ook in het station, doordat een wielas brak. Een wagon met LPG kantelde en kwam terecht op een metalen paal, waardoor de twee centimeter dikke tankwand werd doorboord en het gas vrijkwam, dat vervolgens explodeerde via de hete uitlaat van een motorfiets. Daarna explodeerde een andere wagon met LPG. Nog vier wagons ontspoorden en kantelden, twee andere ontspoorden maar bleven overeind. Meerdere woningen werden geraakt door ontspoorde wagons.

De trieste balans: tweeëndertig doden, zesentwintig gewonden en honderd mensen dakloos.

Hetzelfde jaar gebeurden in Nederland drie ongelukken met goederentreinen; in Vleuten, bij Amsterdam-Zuiderpoort en bij Barendrecht.

Bij het laatste ongeluk botsten twee goederentreinen op elkaar. Een personentrein werd geraakt door brokstukken. De ketelwagens met aardgascondensaat in één van de goederentreinen bleven heel dankzij crashbuffers van SABIC, zodat een catastrofe is voorkomen.

Achteraf bezien, heeft de machinist van één goederentrein vermoedelijk een hartaanval gehad, waardoor hij uiteindelijk ‘door rood reed’. De machinist van de andere goederentrein raakte zwaargewond.

Veiligheid wordt beter

Naar aanleiding van met name het ongeluk in Barendrecht is er extra overheidsgeld voor een beter alarmsysteem gekomen dat machinisten corrigeert als ze dingen doen of nalaten die de veiligheid in gevaar brengen.

Het gaat simpel gezegd om het voorkomen van ‘door rood licht rijden’, dat volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid tussen 2000 en 2009 zorgde voor tweeëndertig Nederlandse spoorongelukken, met een sterke verdubbeling de laatste vijf jaar.

Ook zijn de leeftijd van het materieel, de indeling van de goederentreinen, de snelheid en het communicatiesysteem (dat in Barendrecht aanvankelijk faalde) ter discussie gesteld.

De palen, waarvan er één in Toscane zorgde voor het doorboren van een LPG-tank, worden overigens in Nederland sinds de jaren tachtig niet meer gebruikt, stelt Henk Bril.

Zijn bedrijf vervult binnen Nederland wat betreft spoorveiligheid een voortrekkersrol. SABIC vindt veiligheid belangrijk, net als goede sociale inbedding (people, planet, profit). Daarom heeft het onlangs via het SABIC Fonds, dat maatschappelijke initiatieven ondersteunt, voor twintig mille AED’s (reanimatie-kastjes) in de wijken van Sittard-Geleen laten plaatsen.

Wat betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen, plaatst SABIC intussen crashbuffers op alle wagons. Ook rijdt SABIC alleen nog met wagons jonger dan twintig jaar. Hiervoor heeft het bedrijf in juni de VNCI Responsible Care-prijs gekregen.

Lakse houding verandert

Opvallend genoeg waren deze veiligheidsverhogende maatregelen al veel eerder voorgesteld (in plaats van crashbuffers werd gesproken over kreukelzones), onder meer in ‘Ketenstudies ammoniak, chloor en LPG’ uit 2004 en de ‘Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen’ uit 2005.

De branche, de vervoerders, de railbeheerder en de overheid hadden tot voor kort schijnbaar niet veel haast om het transport van gevaarlijke stoffen echt veiliger te maken. Zo concludeerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid in januari in haar rapport over ‘Barendrecht’:

“De spoorpartijen en de minister voeren (…) een ’rituele dans’ uit, waarbij de nadruk ligt op wat relatief gemakkelijk kan en niet op wat daadwerkelijk noodzakelijk is. (…) Spoorwegveiligheid krijgt met name aandacht nadat een ernstig voorval heeft plaatsgevonden”.

Volgens Henk Bril is het vervoer van gevaarlijke stoffen gebaseerd op regels van de Verenigde Naties en was er aanvankelijk internationaal weinig bijval voor deze (veiligheid maar ook kostenverhogende) maatregelen. Intussen lijkt het tij dus gekeerd.

Een maatregel die nog op stapel staat, is het in 2008 door de overkoepelende brancheorganisatie voor veilig transport, de Commissie Transport Gevaarlijke Goederen, geopperde Warme BLEVE-vrij rijden. WBV-rijden houdt in dat de afstand tussen een wagon met brandbaar gas en één met een zeer brandbare vloeistof maximaal achttien meter bedraagt.

In december willen de Nederlandse chemiebedrijven, SABIC voorop, een convenant sluiten om alleen nog op deze manier te treinen met gevaarlijke stoffen. Henk Bril: ‘DSM had hierover al eerder afspraken gemaakt met de Nederlandse overheid.’

Meer gevaarlijke stoffen

Hoe ziet de toekomst er uit? Het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor zal in Nederland sterk groeien. En daarmee ook het risico, ondanks de toegenomen veiligheidsmaatregelen, en mogelijk ook de overlast.

Chemelot mag vanaf volgend jaar, met het Basisnet, jaarlijks 15.900 wagons met brandbaar gas (LPG en butadieen) vervoeren en hoopt dat aantal in 2015 te realiseren. Daarvan rijden er 13.900 langs Hoogveld over de lijn met Roermond (en 3000 over de lijn Chemelot – Maastricht).

Langs Hoogveld rijden dan maximaal jaarlijks 3500 wagons met ammoniak (op een totaal van 5200), 6200 met zeer brandbare vloeistoffen, als methanol (daarnaast gaan er 400 van en naar Maastricht), en 5500 met acrolyonitril. (Er zit overlap in de cijfers doordat treinen naar het zuiden via Sittard, waar locs gewisseld worden, moeten omrijden. Jaarlijks zijn dat bijna dertigduizend wagons, grofweg zo’n acht treinen per dag.

Meer via spoor en water

De toename komt in het algemeen doordat vervoer per spoor steeds voordeliger wordt, afgezet tegen transport via de weg. Gemiddeld neemt het vervoer van (gevaarlijke) goederen per rail tot 2020 toe met zo’n vijf procent per jaar. In 2010 ging het volgens ProRail om veertig miljoen ton.

De overheid lijkt daarbij overigens sinds 2003 met haar schattingen achter de feiten aan te lopen. SABIC vervoerde in 2010 bijvoorbeeld 8000 wagons van categorie A (LPG), terwijl dat aantal in 2007 nog werd aangehouden als streefgetal voor 2020 (8040). Intussen is het aantal bijna verdubbeld.

Chemisch hart van Europa

Na 2020 wordt een toename met een factor 1,5 tot 2 voorzien. Henk Bril wil niet voorbij die magische grens kijken: ‘Tot 2020 heeft Chemelot hier, denk ik, genoeg aan. Uitbreiding van de vergunning is tot die tijd niet aan de orde’, zegt hij eerst. Na lezing van het concept artikel voegt hij daaraan toe: ‘Maar zeg nooit nooit’.

Want SABIC wil blijven groeien. Zo streeft het bedrijf ernaar om in 2020 wereldleider te zijn in de chemie. Chemelot wordt dan een centrale locatie in Europa die bijna geen gebruik meer maakt van vervoer via de weg (medio 2010 495.000 ton).

Vrijwel alles gaat dan via het spoor en het water (en pijpleidingen, de belangrijkste manier van transport). Dit scheelt tijd en geld, en zorgt voor kleinere milieu- en veiligheidsrisico’s.

Om die grote plannen waar te maken, wordt honderd miljoen geïnvesteerd in de modernisering van naftakraker NAK4 van SABIC en krijgt het Chemelot-terrein een (ook door externe vervoerders te gebruiken) railterminal voor wagons met (gevaarlijke) stoffen (tot 100.000 containers per jaar). De provincie betaalt mee aan deze Rail Terminal Chemelot (RTC). Verder zijn er (nog niet uitgekristalliseerde) plannen voor een zuidelijke ontsluiting, zodat treinen naar het zuiden niet via Sittard hoeven te gaan.

De gevolgen van deze ontwikkelingen voor de inwoners van Hoogveld zijn nog niet goed in te schatten. Zo is onduidelijk of de externe vervoerders met interesse in de RTC, behalve de haven van Stein, ook de lijn naar de Rail Terminal Born in hun plannen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen willen betrekken.

Comments Off

admin op 14 October 2011 in Politiek & Media

Ramadan: hoe ga jij met de dingen om?

Ramadan is een moslimfeest voor mentale en fysieke reiniging, en bezinning op je sociale verantwoordelijkheid. Tijdens de vastenmaand schoof ik namens het Wijkkrantje aan bij de familie Vlemmings in Sittard. Ik had een openhartig gesprek met Sabah (43), Jop (48), Nora (18) en Omar (7) over ramadan, de islam en de Nederlandse samenleving.

,,De islam is het verlengde van het christendom”, zegt Jop Vlemmings, een autochtone katholiek die in 2000 moslim werd vanwege zijn huwelijk met de Marokkaanse Sabah. ,,Het was een logische keuze; het christendom komt voor uit het jodendom en de islam is weer het vervolg op het christendom. En innerlijk voelt het beter, ik zit nu beter in mijn vel.”

Hij vult aan: ,,De islam is een vooruitgang ten op zichte van het christendom; Mohammed is de laatste profeet. Maar verder hebben alle drie de geloven dezelfde god, dus dat verandert niet.

Ik zie dat het christendom steeds minder wordt en dat er vooral nog oudere mensen naar de kerk komen. Vergelijk dat met het moslimgeloof: als wij naar de moskee gaan, mag je blij zijn als je plaats hebt. Zeker in Marokko. Mijn indruk is ook dat de mensen daar, een stuk geloviger zijn dan hier.

Wie van de katholieken zie je hier nog vasten? Het christendom is ook de nodige keren slecht in het nieuws gekomen; dominees die zich vergrijpen aan kinderen, pastoors die trouwen. Ik weet niet of dat bij ons niet voorkomt. Misschien komt het ook niet naar buiten.”

Jop was jarenlang directeur van een bedrijf met tien CNC-frezers. Hij runde het samen met Sabah. Over geloof, laat staan over zijn nieuwe geloof, werd op de werkvloer niet gesproken. En als er eens vervelende opmerkingen werden gemaakt, gaf hij geen krimp. ,,Ik heb een olifantenhuid gekregen met de jaren.”

Beeldvorming

Het ergste zijn de media, als het gaat om het negatief neerzetten van moslims, vindt Jop. ,,Vaak wordt gemeld als het een moslim is, terwijl dat niet bij andere mensen gebeurt. In mijn religie doen ze dat niet.”

Grapjes over de profeet van de islam, denk aan de Deense cartoon-affaire; dat hoort al helemaal niet. Net zo min als grapjes maken over Jezus. Jop heeft het idee dat het bespotten van de islam hier zomaar kan, terwijl dat bij het christendom niet gebeurt.

Dat is opvallend. Christenen die ik spreek, denken vaak exact het omgekeerde. Jop reageert verbaast. Hij heeft geen weet van afbeeldingen waarmee Jezus belachelijk wordt gemaakt. ,,Gebeurt dat dan?”

Ook wat Geert Wilders over moslims zegt, hoort niet, zegt Nora. ,,Zeker niet voor iemand in zijn positie.” Al mag hij natuurlijk zeggen wat hij wil dankzij de Nederlandse vrijheid van meningsuiting.

Haar stiefvader is uit vrije wil moslim geworden. Sabah: ,,Als je met iemand wilt trouwen, is het belangrijk dat allebei hetzelfde geloof hebben. Daar heb ik met hem over gesproken. Hij vond het wel moeilijk, in die zin dat Jezus bij ons niet de zoon van god is, maar een profeet.”

Jop knikt. ,,Je bent jarenlang zo opgevoed. Dan ga je je afvragen: wat is de waarheid? De bijbel is zo vaak herschreven, de koran is nog steeds dezelfde.”

Sabah bidt bij de tafel richting Mekka voor het eten dat is opgediend. De avond breekt aan; er mag zo weer gegeten worden. Omar racet ondertussen met een spelcomputer op de televisie. Het gaat hard. Hij knalt steeds met z’n autootje op hetzelfde punt uit de bocht, legt hij uit.

Geloofsregels

Het eten ziet er lekker uit. Een ketel soep met ingrediënten die het lichaam herstellen van het vasten. Verder allerlei zoete en hartige hapjes, pannenkoeken en gedroogde vruchten. Sabah bidt vooraf een speciaal ramadan-gebed.

Ze vertelt onder het eten dat ze in Marokko vrij liberaal is opgevoed. ,,Mijn vader, hij is nu vijfennegentig, heeft ook nooit kinderen uitgehuwelijkt – mijn oudste zus is nu zestig. Hij heeft ook nooit gezegd dat we als vrouw een hoofddoekje moesten dragen, daar heb ik op mijn veertigste bewust voor gekozen.”

Het ergert haar soms dat sommige mensen denken dat vrouwen die een hoofddoek dragen dom zijn en onderdrukt worden. Alleen door het zien van de hoofddoek.

Sabah: ,,Het heeft ermee te maken dat een vrouw geen lustobject moet worden, daarom draag ik die hoofddoek. Het is een bewuste keuze.”

Nora: ,,Voor de islam werd de vrouw als vuil behandeld, in de islam is ze als een mooie edelsteen.”

Het dragen van een hoofddoek is een geloofsregel die het gezin hoog houdt, net als bijvoorbeeld het verbod op alcohol. Sabah: ,,Door alcohol ontstaat heel veel ellende, daarom drinken wij helemaal geen alcohol.”

Onveranderd

Beperkt het geloof op deze manier niet de individuele vrijheid en verantwoordelijkheid? Er zijn veel mensen die af en toe alcohol drinken en geen problemen veroorzaken. Bovendien zou een wijntje per dag goed zijn voor de gezondheid.

Sabah: ,,Het geloof bepaalt niet, de gelovige komt er zelf achter dat god dat wil. In de koran staat bijvoorbeeld dat een man vier vrouwen mag hebben. In de alinea daarop - die vaak niet wordt gelezen - staat dat hij ze dan wel alle vier evenveel lief moet hebben. Dat is onmogelijk, je houdt altijd meer van één vrouw, dus is het beter om dat niet te doen.”

Haar devies: ,,Je moet niet blind geloven, maar zelf over dit soort zaken nadenken. God heeft ons hersenen gegeven om te gebruiken.”

Maar sommige dingen staan vast: ,,Aan de islam verandert niks. Het is een puur, lief geloof met alles dat je nodig hebt in het leven, voor elkaar klaar te staan en rekening met elkaar te houden. Dat is prachtig. De koran is, net als de bijbel, een soort wetboek. En de koran heeft het voordeel dat er niets aan veranderd is.”

Wat als er toch wel verschillende versies van de koran in omloop zijn, en de koran zelfs niet compleet is, zoals de schrijver Ibn Warraq beweert?

Sabah haar geloof zou niet veranderen: ,,Mijn geloof is niet gebaseerd op een boek, het draait om het geloof in god. Ik die in contact sta met god. En vanuit mijn geloof heb ik veel wonderen meegemaakt.”

Als voorbeeld noemt ze een zeer ingrijpende situatie, waarin Sabah en Nora hebben gebeden en god zich naar hun mening rechtvaardig heeft betoond. En wel op oudtestamentische wijze. Het sterkte hen in hun geloof.

Het probleemgedrag van Marokkaanse jongeren die al jaren op veel plaatsen voor overlast zorgen, heeft juist weer niets met de islam van doen, zegt Sabah. ,,Zij maken misbruik van de situatie. Het is maar een kleine groep, maar veel anderen worden er de dupe van. Ze zeggen: ‘Ik ben moslim’, maar verkopen drugs, lachen hun buurman uit of slaan iemand in elkaar. Wat heeft dat in godsnaam met islam te maken?”

Probleemjongeren

De sympathieke moslima wil graag zelf meewerken aan het oplossen van de problemen met deze en andere moslims, bijvoorbeeld via de lokale politiek. Ze zoekt de oplossing voor de Marokkaanse probleemjongeren in de gezinssituatie.

Deze jongeren hebben vaak vaders die aan de lopende band werken en moeders die noodgedwongen poetsen, legt ze uit. Verder hebben ze een ander uiterlijk. Dat zorgt voor een minderwaardigheidscomplex en een terugtrekken binnen de veiligheid van de eigen groep. ,,Moeders in zo’n situatie kunnen hun kinderen ook niet goed opvoeden, dus missen de jongeren een goede start.”

Deze jongeren kiezen als groep voor dit gedrag. Zo’n jongen zou zijn sociale omstandigheden ook kunnen zien als een persoonlijke uitdaging om zichzelf te verbeteren in de samenleving.

,,Dat gebeurt ook, maar het gaat nog heel langzaam. Het gaat erom dat andere mensen de jongens het gevoel geven dat ze erbij horen.”

Misschien, over twintig jaar, zijn de Marokkaanse probleemjongeren van nu ingeburgerd en hoort een deel van hen bij de middenklasse. Dan heb je kans dat zij weer met verwilderde ogen kijken naar een nieuwe groep in de samenleving.

,,Ja”, grapt Jop. ,,De Polen. Daar word nu ook van alles over gezegd en geschreven.” Precies. Ook zij zijn laaggeschoold, komen alleen om te werken en worden met de nek aangekeken.

Lichaam

Nora weet het zeker: ,,Het is zijn de media, dat zijn de boosdoeners. Die maken meer reclame voor het negatieve. Elke week is er op de Nederlandse tv wel iets negatiefs over de islam. Als allochtone mensen zich moeten verdiepen in de cultuur, geschiedenis en taal van het land waar ze in wonen, waarom zouden autochtone mensen zich dan niet verdiepen in het geloof en de cultuur van de buurman of buurvrouw? Weet waar je het over hebt, voor je over iets begint te praten.”

Geïrriteerd: ,,De islam is mijn geloof, het is net als mijn lichaam. Als je daaraan komt, kom je aan mij.’’

Je geeft de media de schuld. Dat is niet helemaal onterecht, maar ik denk dat veel mensen hun mening over moslims voornamelijk baseren op persoonlijke ervaringen. Bijvoorbeeld in achterstandswijken, waar mensen als in een snelkookpan bij elkaar leven. Daarnaast is er angst bij een groep blanke autochtonen die juist weinig contact heeft met moslims.

Nora: ,,Mensen in een achterstandswijk kun je allemaal beschouwen als mensen die het moeilijk hebben. En dus niet vrolijk door de straten zullen paraderen, zowel autochtone als allochtone mensen.

Mensen zouden gewoon niet moeten discrimineren, dat staat ook in de grondwet.” En toch gebeurt het, ook onder moslims van verschillende nationaliteiten. ,,Dat weet ik ook wel. Ik weet hoe het in sommige steden gaat, maar het zou niet zo mogen zijn.”

We eten nog wat. De tafel is feestelijk gedekt, de hapjes zijn heerlijk. Ik heb het gevoel dat het gesprek wat te zwaar is geworden en veel te weinig over de ramadan is gegaan. Sabah vindt dat geen bezwaar. Een gerecht zonder zout en kruiden is ook niet lekker; kritisch zijn mag best.

En nadenken over je verhouding tot je omgeving, hoort ook bij ramadan, legt ze uit. ,,Hoe ga jij met de dingen om. Hoe kun je de goede dingen doen. En dat jij normaal overdag brood eet en anderen niet genoeg hebben; daarbij stilstaan. De rest van het jaar, als je veel op routine doet, kun je dan nog eens nadenken over de inzichten die je deze maand hebt gekregen.

De maand van ramadan is een maand van gebeden, bezinning, geduld, genade, vergeving, en barmhartigheid. En het is een maand van gezelligheid, waarin families bij elkaar komen.”

Comments Off

admin op 24 September 2009 in Religie & Spiritueel

‘Concentreer je op het onbelangrijke’

“Ik denk dat ik vele malen gelukkiger ben dan de mensen om mij heen en ik hoop dat zij dat ook van zichzelf denken. Dat ze misschien door mijn voorbeeld een beetje van die lol ontdekken.” Een interview met Jan Kusters uit Sittard, schilder, pessimist én levensgenieter.

Jan Kusters is een avonturier, al heeft hij nog nooit verre landen bereisd. Zijn traditioneel ingerichte, groen geschilderde woonkamer onthult veel van zijn persoonlijkheid.

Eén wand van de kamer wordt gevormd door een grote houten boekenkast. De belangrijkste exemplaren staan onderin, de onbelangrijkere werken verhuizen langzaam maar zeker naar de bovenste plank, glimlacht Jan Kusters. ,,Als je daar bent als boek, ziet het er slecht voor je uit” - dan is het afscheid nabij.

De complete serie jongensboeken over Bob Evers staat voor het grijpen. Die zijn dus belangrijk. Op zijn site schrijft Kusters hierover: ‘Toen was Nederland nog eenvoudig, met kansen voor wie dat wilde, en er heerste een eindeloos optimisme. Niet alles was tot in vijf decimalen achter de komma geregeld en Europa had nog echte grenzen.’ De wereld was anders.

Voor het overige zijn de planken gevuld met een allegaartje aan boeken, van werken over ridders tot boeken over kunst en fotografie.

Verder telt de kamer een oude eettafel met dito stoelen. De tafel is afgedekt met een oud tafelkleed uit zijn ouderlijk huis. Hier heeft de jonge Jan dus ooit aardappelen op gegeten en dat doet hij nu nog steeds… Een aantal ooit statige kringloopstoelen, met van die grote stalen veren in het zitvlak, siert de hoeken.

Aanvankelijk noodzaak; z’n zelf ontworpen Rietveld-achtige stoelen waren kapot en in de jaren tachtig had hij weinig geld. Intussen is het ook een keuze. ,,Ik werk drie dagen in de week. Het is geen vetpot, maar daardoor heb ik wel tijd om de dingen te doen die ik wil doen. Dan maar wat minder spullen.”

In de hoek staat een grote pijpenkast waarin het Sherlock Holmes-type een ereplaatsje heeft gekregen. Sommige pijpen zijn kostbaar. ,,Ja, als ik dan kijk naar mijn knotsvolle pijpenrek, dan denk ik: hoor wie ‘t zegt. Dat materialisme, ik kan me daar ook niet helemaal aan onttrekken.”

De wand tegenover de boekenkast hangt vol met schilderijen; het gevoel tegenover het verstand. Zelf gemaakt uiteraard, die schilderijen, want hoewel Jan Kusters nu een andere baan heeft, als tutor aan de Hogeschool Zuyd, is hij eigenlijk docent handvaardigheid. Schilderijen van de viaducten over de rondweg die Sittard in tweeën snijdt. Hij verkoopt deze en andere schilderijen via Galerie Achter de Beek in Beek.

Op een kastje in de hoek liggen de spulletjes voor zijn eigen Limburgs-Japanse theeceremonie, een andere bezigheid waar hij veel plezier aan beleeft. ,,Het uitvoeren van een Japanse theeceremonie is een bepaalde manier van denken”, legt Kusters uit. ,,Toen ik kennismaakte met de theeceremonie, ontdekte ik dat ik deze manier van denken zelf al had ontdekt.”

,,Ik heb jaren voor een hbo-instelling lesroosters gemaakt. Eén grote stressbaan. Ik had al hoofdpijn als ik moest beginnen. Als ik thuiskwam had ik weer hoofdpijn. In die tijd ontdekte ik het motorrijden. Ik nam rijles en na een uurtje lessen was de hoofdpijn weg. Je bent dan heel geconcentreerd, net als tijdens de theeceremonie.”

Hij had zelfs al zijn eigen theeceremonie, toen hij in militaire dienst was, kwam hij achter. ,,Op zaterdagochtend moesten we de kamers poetsen. Ik begon dan eerst met theedrinken. Elke week deed ik dat. Dan was elk gebaar op z’n plek. Voor mij was het een scheiding tussen twee dingen die niet zo goed samengaan.”

Het is niet alleen de aandachtige uitvoering van het thee-ritueel, die hem boeit. Het is ook de schoonheid van de attributen. Neem bijvoorbeeld het geheel uit één stuk gemaakte bamboe thee-kloppertje; een stukje bamboe dat met de hand is ingesneden en dat nog het meest lijkt op een ouderwetse scheerkwast.

Ook het bamboe gereedschap om het theewater op te gieten, een hishaku, een bamboe kopje met een lange ranke bamboesteel, zo’n stukje eerlijk vakwerk op microschaal, daar kan Jan Kusters echt van genieten. Hij pakt het gereedschapje in zijn hand, bekijkt het van alle kanten. ,,Dit vind ik echt verschrikkelijk mooi.”

Eerst meende hij nog dat de ceremonie alleen met de juiste spullen kon worden uitgevoerd. Zo zocht hij, bij wijze van spreken, de hele wereld af op zoek naar de goede Japanse thee, macha. ,,Tot internet kwam, toen vond ik ergens dat de thee die ik hier had gekocht, in Japan wordt gebruikt om ijs te kleuren hahaha. Die is niet te vergelijken met de echte macha.”

Nu weet hij dat het niet uitmaakt, voor hem althans. Theefundamentalisten denken daar uiteraard anders over. ,,Je moet ook niet gaan voor het eindresultaat, dat werkt niet. Het gaat om het zomaar doen. Anders kan ik het niet zeggen.

De man die de huidige theeceremonie heeft vormgegeven, Sen no Rikyu, heeft het ook op die manier bedoeld. Het moest simpel en je moest je concentreren op de thee, niet op de spullen. Bamboe was het plastic uit zestienhonderd en raku was oorspronkelijk ook een wegwerpartikel. Het gaat erom dat je een simpel iets belangrijk maakt. De theeceremonie doe je niet voor die drie slokjes lauwe thee.”

Kusters maakt een vergelijking met het schilderen: ,,Eerst wilde ik een compleet schilderij maken. Daarna leerde ik om alle details met aandacht aan te brengen. Ik concentreer me nu alleen op dat ene vlekje verf dat ik nog moet zetten. En dan weer op de volgende verfvlek, tot het schilderij ineens klaar is.

Wow, het is gelukt! Zonder dat je het beredeneerd hebt gedaan. Je concentreert je op iets dat in feite niet belangrijk is. Dan lukken anderen dingen.”

Met het roken van pijpen en sigaren, door deze liefhebber met aandacht voor historie geschreven als cigaren, is het anders; daar staat het genieten meer voorop. Jan Kusters is hiertoe lid van het illustere sigarengenootschap Fidibus, een herengenootschap waarvan de leden op hun site te zien zijn terwijl ze in negentiende eeuwse stijl op de gevoelige plaat zijn vastgelegd.

,,In de grote werkloosheidstijd, de jaren tachtig, is het begonnen als een bierclub. We vonden allemaal Belgisch bier lekker, maar dat was te duur en hier heel slecht te krijgen. En om nou steeds naar Maaseik te fietsen… Dus legden we elke maand een tientje in om eens per maand iets meer luxe te kunnen ervaren. Vervolgens is het uitgegroeid tot het sigarengenootschap.”

Het genootschap werd een genootschap, omdat dit zijn voordelen had: ,,We dachten: misschien zijn er dan wel fabrikanten die wel eens een doosje deze kant op willen sturen. Daar hebben we drie keer gebruik van gemaakt. De gestuurde sigaren waren niet de moeite van het proberen waard. Het waren sigaren die naar rozen smaakten of suikerwatersigaren.” Hij glimlacht.

Intussen zijn de werkloze sigarenrokers van toen, de helft had in Sittard en de andere helft in Nijmegen gestudeerd, heel goed terecht gekomen. De groep telt nu onder anderen een aantal personeelsfunctionarissen, een paar werken in zorginstellingen, er zit een ambtenaar bij en een docent aan de Open Universiteit.

Het aantal bijeenkomsten is intussen afgenomen tot zo’n drie per jaar. ,,En dan nog is het moeilijk iedereen bij elkaar te krijgen.” Een andere verandering is wie voor de rookwaren zorgt; nu levert de gastheer alle sigaren. Daar is nu genoeg geld voor.

Het is een beetje jongensachtig, zo’n studentikoos genootschap. Net als gezamenlijk uitstapjes maken op de motor om ergens te kamperen, vliegers bouwen en vliegerfeesten bezoeken – andere hobby’s van Kusters.

,,Klopt. Het idee van: waar is de wereld nog niet helemaal geregeld en waar er is er nog wel een beetje avontuur.

Een uitgestelde pubertijd? Zou kunnen. De kleur van de muur hier, is ook de kleur die mijn jongenskamer had. Ik heb destijds heel veel kleuren geprobeerd; oranje, blauw, groen, rood - ik werd er soms een beetje gestoord van - maar uiteindelijk was dit toch het prettigst.

Er zitten bij dat rokersclubje trouwens ook mensen met een normaal volwassen leven die een beetje avontuur erbij nemen. Mensen die getrouwd zijn en kinderen hebben, bedoel ik.

Ik ben geen voorbeeld van een normaal volwassen leven.

Mensen leven naar mijn mening teveel op de automatische piloot. Dat is niet het leukste maar wel het makkelijkste.” Jan Kusters gaat voor het avontuur en de uiteindelijke voldoening mag dan ook wel wat moeite kosten; de weg ertoe is belangrijker dan het doel.

,,Met schilderen bijvoorbeeld. Ik heb drie jaar moeten sparen voor de reis naar Noorwegen, om daar te gaan schilderen. Verder heb ik alles moeten uitzoeken: hoe krijg je alle schildersspullen mee op de motor. Toen ik er was, was het weer heel slecht. Het hoorde erbij, maar dat wil niet zeggen dat ik het leuk vond.

Het was een denkprestatie: onder moeilijke omstandigheden toch de dingen doen die je wilt doen. Je wordt je bewust van de vraag: wat is belangrijk en wat niet. Waar draait het eigenlijk om. Wat kan ik missen en wat kan ik niet missen? Het is een soort crisismentaliteit, zeiden mijn ouders altijd.

Ja, ik ben een gigantische pessimist, zie overal beren op de weg. Aan de andere kant: ik denk dat ik vele malen gelukkiger ben dan de mensen om mij heen, en ik hoop dat zij dat ook van zichzelf denken. Dat ze misschien door mijn voorbeeld een beetje van die lol ontdekken.”

In Noorwegen ervoer de Sittardse levenskunstenaar ‘een gevoel van eindeloosheid, de mens als vetvlekje op het aardoppervlak’. ,,Het was een wezenlijke ervaring; de mens als voetnoot.”

Los van deze metafysische beleving, wilde het schilderen de eerste twee reizen maar niet lukken. Jan Kusters schilderde en schilderde, maar het resultaat was niks. Het leverde in elk geval geen werken op die hij zelf zou ophangen.

Maar dat was niet erg, zegt hij nu: ,,Kunst is voor mij dingen doen die je nog niet kunt, anders is het kunstnijverheid. Ik ontdekte dat ik alleen de beelden van landschappen kan schilderen die ik in mijn hoofd heb gecreëerd. Die zocht ik later op in Noorwegen, toen ik er was. En je aandacht brengen naar elk vlekje dat je opbrengt, niet meer ineens het geheel willen neerzetten. Tijdens en na de derde reis ging het goed.

Van een foto schilderen gaat niet trouwens; een foto heeft meestal maar 256 kleuren. In werkelijkheid zijn er veel meer kleurnuances. Die moet je leren zien.”

Ook het avontuur moet je leren zien. Het is soms gewoon om de hoek. Jan Kusters woont bijvoorbeeld alweer jaren in wat eens een Franciscaner klooster was. ,,We hebben hier een tijdje een woeste periode gehad. Zo zat hier een tijdje een illegaal bordeel. Stonden er elke avond allemaal vreemde mannen op de gang.

Ook waren er mensen bezig met criminele zaken. Dus hebben we paar keer een overvalteam binnen gehad. Waren ze weer een paar maanden op vakantie. Maar ja, dan werden de kamers onderverhuurd en daar kwam weer veel ellende van. Ja, het was hier toen wel avontuurlijk, maar de buurt klaagde.

De woningbouwvereniging heeft een aantal jaren hard gewerkt om de zaak hier uiterlijk en qua bewoners op de knappen. En met succes. Daar ben ik de woningbouwvereniging ook heel dankbaar voor. Het was wel heel leerzaam; je krijgt een andere kant van de samenleving te zien. Je krijgt een completer beeld van de hedendaagse wereld.”

Comments Off

admin op 2 March 2009 in Ongewoon & Anders

Op de koffie bij Harry, Jos en meneer Van Houten

Stichting WonenPlus beheert in Hoogveld drie kleinschalige woonvormen voor volwassenen met een beperking. Voor Hét Wijkkrantje ging ik bij ze op de koffie in de dubbele woning aan het Plautuspad in Sittard.

,,Die meneer ken ik niet, die is hier nog niet eerder geweest. Die geef ik geen hand.” Een spichtige vrouw slaat haar armen beschermend over elkaar als ik binnenkom. De andere bewoners zijn wat toegankelijker. Ze willen vooral weten waar het gesprek over gaat en zijn wel benieuwd wie die vreemde eend in de bijt is.

Harry zit breed glimlachend aan de eettafel, samen met de coördinatoren Linda van Galen en Chris Hodenius. Hij is er helemaal klaar voor. En al snel blijkt waarom. Hij en de andere bewoners denken dat het verhaal alleen over Harry zal gaan. Dat is niet zo.

Harry heeft, wat je noemt, een bewogen leven achter de rug, maar straalt van optimisme en plezier. Een tijdje geleden voor de derde keer van dezelfde vrouw gescheiden, vult hij nu zijn dagen met z’n hobby’s. En hij heeft er nogal wat. Zoals koken en fietsen.

Vorig jaar had WonenPlus een dansworkshop gewonnen bij dansschool Clara Lamar en nu wil Harry ook nog gaan dansen. ,,Om plezier te maken en contacten te leggen.” De Obbichtenaar woont hier pas sinds twee maanden en kan dus wel wat aanspraak gebruiken.

Ook mist hij een vrouw in zijn leven, maar dat komt wel goed, daar is hij van overtuigd. ,,Als je maar geld hebt”, gebaart Harry; dat is wat vrouwen willen. Harry lacht zijn grote lach.

Vanmiddag heeft hij een door WonenPlus georganiseerde golfclinic gevolgd in Herkenbosch. Vol trots en opnieuw met een big smile schuift Harry een daar gekochte cd-rom naar me toe; kan hij alvast oefenen voor de volgende keer.

Harry zegt dan even niks, Jos schuifelt dichterbij. Jos is een oudere man met een doorleefde kop. Hij trekt de hele tijd gezichten; van poeslief en slim tot argwanend en boos, en alles wat daartussen zit. Tussen elke gezichtsuitdrukking wrijft hij met z’n hand over z’n gezicht, alsof de gezichten niet bedoeld zijn. Niet mogen. Tot het goede gezicht weer tevoorschijn komt.

Golfen, dat is niks voor Jos: ,,Ik ga liever werken bij de dagbesteding, dat is veel gezonder dan naar de ‘golfplaats’ te gaan”, vertelt Jos terwijl hij vuur in z’n pijp probeert te jagen. ,,Werken bij de gehandicapten hahaha.”

,,Jos, vertel eens over je schilderijen”, helpt Chris. ,,Ik schilder”, zegt Jos met een grijns. ,,Bij het atelier van de stichting in Beek.” Chris: ,,En wat schilder je dan?” ,,Koeien, heiligenbeelden en vrouwen.” ,,Naakte vrouwen zeker”, zeg ik. De ogen van Jos glimmen. Een brede grijns; wij begrijpen elkaar.

Vanachter het tv-meubel komt een werk tevoorschijn dat nog niet af is; koeien in het groen, nog niet helemaal ingekleurd. Ik bewonder het en maak een foto van Jos met zijn onaffe kunstwerk.

Chris legt vervolgens aan tafel uit wat de Stichting WonenPlus doet. Jos loopt ondertussen door de kamer, nieuwsgierig en altijd klaar om commentaar te geven. Dan staat hij met een paar stappen voor mijn neus. Harry draait een shagje uit de voorraadzak met pakjes die op tafel ligt naast de meegekregen golfballen.

Chris vertelt rustig door; dat de stichting in Hoogveld meerdere projecten heeft. De medewerkers zorgen voor begeleiding en opvang als de cliënten niet naar de dagbesteding zijn of slapen. Zelf zit de intakemedewerkster voornamelijk op kantoor.

,,We werken vraaggericht en proberen een passend pand te vinden, afhankelijk van de wensen van de mensen. De cliënten betalen zelf huur, dus ze moeten er ook met plezier willen wonen. Ze huren niet van de stichting. Wij zijn een zorginstelling, geen woningcorporatie. Het doel is integratie van onze cliënten in de maatschappij.”

Dus gelijk de koe bij de horens gevat. Ik vraag Harry hoeveel buren hij kent. ,,Ik ken ze allemaal.” Hij straalt. Maar geen van de mensen buiten de twee huizen van de stichting, zo blijkt.

Chris: ,,In het algemeen kunnen de mensen goed met de buren omgaan, alleen hier gaat het niet geweldig. Bij ons project in Beekdal is er samen met onze cliënten een buurtfeest georganiseerd en de mensen van de Romeinseweg hebben met de overburen naar het EK voetbal gekeken. Of was het het WK? Ik houd dat niet bij.”

Jos zit stiekem grapjes te maken. Z’n pijp is alweer uit. Achter mijn rug, als hij denkt dat ik het niet merk, doet hij alsof hij op mijn hoofd spuugt. Hij lacht sardonisch als ik me langzaam omdraai met een glimlach.

,,Van Jos word je af en toe helemaal gek”, weet meneer Van Houten, een kleine gedrongen man met een krachtige blik die net is binnengekomen. Hij is een collega van Harry, werkt ook bij de Vixia, een instelling voor sociale werkvoorziening.

,,Wij maken daar kwasten”, licht hij desgevraagd toe. ,,En wat doen jullie daarmee”, vraag ik nogal onnozel. ,,Verven hahaha.” Meneer Van Houten is bijdehand.

,,We maken kwasten van paardenhaar en van varkenshaar.” ,,Oh, dat wist ik niet”, zegt Harry, die bij Vixia kabels stript. ,,Dan weet je het nu”, reageert meneer Van Houten droogjes.

Meneer Van Houten heeft een passie voor wielrennen. ,,Doen of kijken”, vraag ik. ,,Kijken.” ,,Toen ik hier nog niet woonde, was ik ook altijd ‘bochtenregelaar’ bij wedstrijden, in Sittard en Hoensbroek bijvoorbeeld. Als ik de rode vlag opstak, dan moesten ze niet oversteken. Anders ‘varen’ ze d’r tegenaan.”

Na vijf jaar in dit huis is meneer Van Houten al heel zelfstandig, meldt hij trots. Hij neemt de begeleidster soms ook werk uit handen. ,,Laatst heb ik de afwas gedaan en ik help soms ook mee met tafeldekken. Ik kook wel eens, gisteren heb ik spruitjes met aardappelen gemaakt, en ik poets altijd m’n eigen kamer.”

Hij is dus voorbeeldig bezig, net als Harry. Toch zal het niet altijd gemakkelijk zijn om met een handvol vreemden onder één dak te leven, houd ik Chris voor. Net als bij andere mensen, zal dat ook wel eens tot spanningen leiden, niet? ,,Ja, maar vandaag vertellen we alleen de leuke verhalen”, zegt Chris met een diplomatieke glimlach.

De thuiskapster komt binnen. Een verstandelijk beperkt meisje, dat net terug komt van haar dagbesteding, gaat op een stoel in de woonkamer zitten. Hup, een donkere doek eroverheen en daar gaat de schaar aan het werk. ,,Ja, ook dat gaat hier allemaal gewoon door”, zegt Chris.

Er valt een lange stilte. Harry en meneer Van Houten zitten rustig. Ik zeg ook niks meer. Het gesprek is opgedroogd. De koffiepot is leeg. Zelfs Jos houdt zich gedeisd.

Comments Off

admin op 29 November 2008 in Ongewoon & Anders