Woont Hoogveld aan de voet van een chemische vulkaan?

De afgelopen maanden is in Sittard-Geleen behoorlijke onrust ontstaan over vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor. Hoewel het zwaartepunt van de discussie ligt bij Chemelot in Geleen, heeft ook de Sittardse wijk Hoogveld heeft ermee te maken. Ontsnappen de inwoners regelmatig aan een ramp van CNN-proporties of is dat zwaar overdreven?
Directe aanleiding was het aanvragen van een nieuwe milieuvergunning van ProRail voor het emplacement in Born, ook voor rangeren met en transport van gevaarlijke stoffen. Dit verzoek was eind 2008 al ingediend, maar de gemeente wilde meer informatie van de spoorgebruikers en die liet zo lang op zich wachten.
De Stadspartij van Sittard-Geleen en maatschappelijke organisaties protesteren tegen deze vergunning vanwege de veiligheid en de overlast voor omwonenden (geluidshinder, fijn stof).
De Stadspartij had eerder al geageerd tegen de plannen van Chemelot om meer gevaarlijke stoffen per spoor te vervoeren. Hierdoor zou de veiligheid van zeker zesduizend mensen in het geding zijn. Bij een ongeluk met LPG wonen zij in de dodelijke zone. Op internet vielen vanwege de LPG-wagons al termen als “rijdende bommen”.
2500 handtekeningen
Volgens Henk Bril, Senior Distribution Safety Expert bij SABIC, is dat een paniekverhaal, al kan een ramp niet geheel worden uitgesloten. SABIC is beeldbepalend op Chemelot en de grootste speler wat betreft transport van gevaarlijke stoffen in de Westelijke Mijnstreek.
Cijfers, plannen en maatregelen zouden volgens Henk Bril door critici op verkeerde wijze zijn gecombineerd, zodat onterecht het beeld ontstaat dat de mensen langs het spoor leven aan de voet van een chemische vulkaan.
In maart dit jaar werd het kookpunt bereikt. De Stadspartij had intussen ruim vijfentwintighonderd handtekeningen verzameld tegen het rijden en rangeren met gevaarlijke stoffen door en langs woonwijken.
Ironisch genoeg, kreeg SABIC drie maanden later van brancheorganisatie VNCI de Nederlandse Responsible Care Award, juist vanwege de voortrekkersrol wat betreft veilig transport via het spoor. En dat allemaal in het Jaar van de Chemie.
Twee sporen bij Hoogveld
Hoe zit het nu met Hoogveld, dat aan twee kanten wordt begrensd door rails? Aan de oostzijde van de wijk ligt een traject waarover vanaf Chemelot, via station Sittard, naar het noorden (gevaarlijke) stoffen worden vervoerd.
Dit gebeurt met name door SABIC (ex-DSM, in Saoedische handen), OCI Nitrogen (onderdeel van het Egyptische Orascom Construction Industries met daarin opgenomen het voormalige DSM Agro en DSM Melamine) en DSM.
Er vinden via station Sittard ook Chemelot-transporten naar het zuiden plaats, maar daar hebben de inwoners van Hoogveld niet direct mee te maken.
Van Sittard naar Born
Aan de zuidzijde van Hoogveld loopt een spoorlijntje dat vanaf station Sittard, tussen Hoogveld en Limbrichterveld, via het emplacement in Born, leidt naar de Rail Terminal Born (RTB) en Industrieterrein Holtum-Noord.
Via dat spoor zijn in 2010 jaar geen gevaarlijke stoffen vervoerd. ProRail telde in 2010 op het emplacement in Born 571 goederentreinen (’nul wagons met gevaarlijke stoffen’) en 122 ‘overige treinen (geen personenvervoer)’, aldus ProRail-woordvoerder René Vegter.
Actievoerders beweren dat voor 2010 wel gevaarlijke stoffen over dit traject zijn gegaan. ‘Eind vorige eeuw, in de tijd van DSM, voordat SABIC en OCI Nitrogen bestonden’, zegt Henk Bril, zijn over het spoor Sittard-Born inderdaad ‘heel sporadisch’ wagons met het giftige acrylnitril vervoerd (D3).
‘Maar dat is al jaren niet meer het geval. Tegenwoordig vervoeren we over dat spoor alleen nog brandbare vloeistoffen in zogenoemde bombes. Dat zijn geen tankwagons, maar platte wagens met daarop tanks van achtduizend liter. De brandbare vloeistoffen die erin zitten, aluminium alkylen, zijn hulpstoffen voor de productie van kunststoffen.
Deze transporten vinden sporadisch, één keer per maand / één keer per kwartaal, plaats en zelfs dat willen we afbouwen tot nul. Probleem is, dat deze stoffen in Duitsland niet via de weg mogen worden vervoerd, dus moet het per spoor. Verder vervoert SABIC geen gevaarlijke stoffen van of naar Born en al helemaal geen LPG; vanwege de veiligheid is dat niet verantwoord.’
Emplacement in Born
Ook DSM en OCI Nitrogen rijden niet met gevaarlijke stoffen over het spoor naar Born. Ze zijn dat naar eigen zeggen ook niet van plan, net zo min als SABIC, hoewel de opname van het traject in het Basisnet volgend jaar dat wel mogelijk maakt. Basisnet is binnen het Nederlandse spoorwegennet een reeks routes voor transport van gevaarlijke stoffen die vermoedelijk in 2012 wettelijk zal worden vastgelegd (er komt ook een Basisnet voor de weg en het water).
Henk Bril: ‘Het lijntje Sittard-Born is een zogenoemde grijze lijn. Dit betekent dat er nauwelijks vervoer van gevaarlijke stoffen is voorzien. En als dat gebeurt, moeten de risicocontouren op de spoorlijn blijven liggen.’
ProRail, sinds 2005 de nationale railbeheerder, heeft een vergunning aangevraagd om jaarlijks maximaal zevenhonderd wagons met gevaarlijke stoffen toe te laten op dit stuk spoor en het Bornse emplacement. Het gaat om tweehonderd wagens met propaan (LPG), vijftig met ammoniak (giftig gas), vierhonderd met benzine en vijftig met acroleïne (zeer giftige vloeistof). Tussen het rangeerterrein in Born en Holtum-Noord mogen met deze vergunning maximaal zesenveertig bewegingen per etmaal plaatsvinden (bijna zeventienduizend per jaar).
Het gaat om dezelfde maximale hoeveelheden als toegestaan voor de Rail Terminal Born. De ruimte die de aangevraagde milieuvergunning biedt, hoeft echter niet te worden benut, zegt René Vegter: ‘Voor zover ik weet, zijn er geen kandidaten die interesse hebben in vervoer van gevaarlijke stoffen over dit traject’.
Langs uw achtertuin
Dan is er nog het andere spoor, aan de oostelijke kant van Hoogveld. Hierover gaan nu al transporten met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt als onderdeel van een koepelvergunning voor alle spoorvervoer van en naar Chemelot.
De Chemelot-bedrijven vervoerden volgens ProRail in 2010 ruim veertienduizend wagons met gevaarlijke stoffen over het spoor oostelijk van Hoogveld. Specifiek ging het om 7600 van categorie A (LPG), 2050 van categorie B2 (ammoniak), 950 van categorie C3 (benzine) en 3750 van categorie D3 (acrylonitril).
Wat kan er mis gaan?
Hoe gevaarlijk of veilig is het (toekomstige) vervoer van gevaarlijke stoffen? Hiervoor worden diverse risicoberekeningen gehanteerd. Simpel gezegd is de kans op overlijden voor omwonenden één op een miljoen per jaar (het plaatsgebonden risico). Daarnaast is er een factor die de kans op een ramp met meerdere doden aanduidt (het groepsrisico).
De soort stof is van grote invloed op het theoretische risico. LPG valt onder de hoogste risico-categorie (A). LPG kan door langdurige externe verhitting van de tank, bijvoorbeeld door een brandende vloeistof, omgezet worden in gas, waardoor de druk in de tank toeneemt. Dit zorgt uiteindelijk voor rupture (openscheuren) en via het vuur voor een explosie, CNN-waardig.
Denk aan een vuurbal met een straal tot honderdtachtig meter die in een fractie van een seconde een enorm krachtige drukgolf voortbrengt.
Het effect van zo’n ontploffing of Warme BLEVE (boiling liquid expanding vapour explosion) is dat binnen een straal van tweehonderd meter iedereen sterft. Binnen de straal van de vuurbal wordt alle bebouwing verwoest. Op vierhonderdvijftig meter ben je theoretisch veilig, maar tot negenhonderd meter sneuvelen je ruiten.
Gelukkig zijn de tanks waarin LPG per trein wordt vervoerd, heel sterk. Zo is de kans volgens deskundigen klein dat ze lekken door ontsporing of aanrijding, zo is uit proeven en ongelukken gebleken. Er is zelfs een specialist die beweert dat een LPG-tank nog niet kapot gaat als er een vliegtuig op neerstort.
LPG en ammoniak
Een andere gevaarlijke stof, waarmee langs Hoogveld wordt gereden, is ammoniak. OCI Agro produceert jaarlijks een miljoen ton ammoniak, verwerkt het leeuwendeel daarvan op Chemelot, waar ook een opslag is, en vervoert de rest (volgens haar website) via tankwagens en goederentreinen naar locaties in Nederland, België, Duitsland en Noord-Frankrijk.
Ammoniakgas kan bij het vrijkomen ervan, zelfs als het gaat om kleine hoeveelheden, in een relatief groot gebied (tot meerdere kilometers bij grootschalige transporten en productielocaties) zorgen voor gewonden en doden (bij de bron). Vanwege de mogelijk grootschalige effecten bij een calamiteit wil het Rijk dat OCI Nitrogen alle ammoniak op Chemelot verwerkt.
Als het fout gaat
In de risicoberekening bij ammoniak wordt uitgegaan van een aantal deeltjes in de lucht dat binnen een bepaalde blootstellingstijd door inademing blijvende schade en soms de dood tot gevolg heeft. Gelukkig heeft ammoniak een stekende geur, zodat mensen snel gealarmeerd raken.
Bij de discussie over veiligheid gaat het vrijwel altijd over dit soort abstracte waarden die statistisch bezien niemand zorgen baren. De werkelijkheid blijkt soms echter niet in cijfers te vatten en dat verklaart de emotionele reacties.
Het meest recente voorbeeld is het ongeluk met een goederentrein 7 oktober in het achthonderd inwoners tellende Tiskilwa, in de Amerikaanse staat Illinois. Daarbij ontspoorden zesentwintig van de 131 wagons en explodeerden drie van de zeven tot negen wagons met ethanol (zes raakten in brand). Doordat het dorpje snel is geëvacueerd zijn er geen doden of gewonden gevallen.
Een voorbeeld in Europa is het ongeluk in juni 2009 in Viareggio, Toscane. De eerste wagon van een goederentrein ontspoorde, ook in het station, doordat een wielas brak. Een wagon met LPG kantelde en kwam terecht op een metalen paal, waardoor de twee centimeter dikke tankwand werd doorboord en het gas vrijkwam, dat vervolgens explodeerde via de hete uitlaat van een motorfiets. Daarna explodeerde een andere wagon met LPG. Nog vier wagons ontspoorden en kantelden, twee andere ontspoorden maar bleven overeind. Meerdere woningen werden geraakt door ontspoorde wagons.
De trieste balans: tweeëndertig doden, zesentwintig gewonden en honderd mensen dakloos.
Hetzelfde jaar gebeurden in Nederland drie ongelukken met goederentreinen; in Vleuten, bij Amsterdam-Zuiderpoort en bij Barendrecht.
Bij het laatste ongeluk botsten twee goederentreinen op elkaar. Een personentrein werd geraakt door brokstukken. De ketelwagens met aardgascondensaat in één van de goederentreinen bleven heel dankzij crashbuffers van SABIC, zodat een catastrofe is voorkomen.
Achteraf bezien, heeft de machinist van één goederentrein vermoedelijk een hartaanval gehad, waardoor hij uiteindelijk ‘door rood reed’. De machinist van de andere goederentrein raakte zwaargewond.
Veiligheid wordt beter
Naar aanleiding van met name het ongeluk in Barendrecht is er extra overheidsgeld voor een beter alarmsysteem gekomen dat machinisten corrigeert als ze dingen doen of nalaten die de veiligheid in gevaar brengen.
Het gaat simpel gezegd om het voorkomen van ‘door rood licht rijden’, dat volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid tussen 2000 en 2009 zorgde voor tweeëndertig Nederlandse spoorongelukken, met een sterke verdubbeling de laatste vijf jaar.
Ook zijn de leeftijd van het materieel, de indeling van de goederentreinen, de snelheid en het communicatiesysteem (dat in Barendrecht aanvankelijk faalde) ter discussie gesteld.
De palen, waarvan er één in Toscane zorgde voor het doorboren van een LPG-tank, worden overigens in Nederland sinds de jaren tachtig niet meer gebruikt, stelt Henk Bril.
Zijn bedrijf vervult binnen Nederland wat betreft spoorveiligheid een voortrekkersrol. SABIC vindt veiligheid belangrijk, net als goede sociale inbedding (people, planet, profit). Daarom heeft het onlangs via het SABIC Fonds, dat maatschappelijke initiatieven ondersteunt, voor twintig mille AED’s (reanimatie-kastjes) in de wijken van Sittard-Geleen laten plaatsen.
Wat betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen, plaatst SABIC intussen crashbuffers op alle wagons. Ook rijdt SABIC alleen nog met wagons jonger dan twintig jaar. Hiervoor heeft het bedrijf in juni de VNCI Responsible Care-prijs gekregen.
Lakse houding verandert
Opvallend genoeg waren deze veiligheidsverhogende maatregelen al veel eerder voorgesteld (in plaats van crashbuffers werd gesproken over kreukelzones), onder meer in ‘Ketenstudies ammoniak, chloor en LPG’ uit 2004 en de ‘Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen’ uit 2005.
De branche, de vervoerders, de railbeheerder en de overheid hadden tot voor kort schijnbaar niet veel haast om het transport van gevaarlijke stoffen echt veiliger te maken. Zo concludeerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid in januari in haar rapport over ‘Barendrecht’:
“De spoorpartijen en de minister voeren (…) een ’rituele dans’ uit, waarbij de nadruk ligt op wat relatief gemakkelijk kan en niet op wat daadwerkelijk noodzakelijk is. (…) Spoorwegveiligheid krijgt met name aandacht nadat een ernstig voorval heeft plaatsgevonden”.
Volgens Henk Bril is het vervoer van gevaarlijke stoffen gebaseerd op regels van de Verenigde Naties en was er aanvankelijk internationaal weinig bijval voor deze (veiligheid maar ook kostenverhogende) maatregelen. Intussen lijkt het tij dus gekeerd.
Een maatregel die nog op stapel staat, is het in 2008 door de overkoepelende brancheorganisatie voor veilig transport, de Commissie Transport Gevaarlijke Goederen, geopperde Warme BLEVE-vrij rijden. WBV-rijden houdt in dat de afstand tussen een wagon met brandbaar gas en één met een zeer brandbare vloeistof maximaal achttien meter bedraagt.
In december willen de Nederlandse chemiebedrijven, SABIC voorop, een convenant sluiten om alleen nog op deze manier te treinen met gevaarlijke stoffen. Henk Bril: ‘DSM had hierover al eerder afspraken gemaakt met de Nederlandse overheid.’
Meer gevaarlijke stoffen
Hoe ziet de toekomst er uit? Het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor zal in Nederland sterk groeien. En daarmee ook het risico, ondanks de toegenomen veiligheidsmaatregelen, en mogelijk ook de overlast.
Chemelot mag vanaf volgend jaar, met het Basisnet, jaarlijks 15.900 wagons met brandbaar gas (LPG en butadieen) vervoeren en hoopt dat aantal in 2015 te realiseren. Daarvan rijden er 13.900 langs Hoogveld over de lijn met Roermond (en 3000 over de lijn Chemelot – Maastricht).
Langs Hoogveld rijden dan maximaal jaarlijks 3500 wagons met ammoniak (op een totaal van 5200), 6200 met zeer brandbare vloeistoffen, als methanol (daarnaast gaan er 400 van en naar Maastricht), en 5500 met acrolyonitril. (Er zit overlap in de cijfers doordat treinen naar het zuiden via Sittard, waar locs gewisseld worden, moeten omrijden. Jaarlijks zijn dat bijna dertigduizend wagons, grofweg zo’n acht treinen per dag.
Meer via spoor en water
De toename komt in het algemeen doordat vervoer per spoor steeds voordeliger wordt, afgezet tegen transport via de weg. Gemiddeld neemt het vervoer van (gevaarlijke) goederen per rail tot 2020 toe met zo’n vijf procent per jaar. In 2010 ging het volgens ProRail om veertig miljoen ton.
De overheid lijkt daarbij overigens sinds 2003 met haar schattingen achter de feiten aan te lopen. SABIC vervoerde in 2010 bijvoorbeeld 8000 wagons van categorie A (LPG), terwijl dat aantal in 2007 nog werd aangehouden als streefgetal voor 2020 (8040). Intussen is het aantal bijna verdubbeld.
Chemisch hart van Europa
Na 2020 wordt een toename met een factor 1,5 tot 2 voorzien. Henk Bril wil niet voorbij die magische grens kijken: ‘Tot 2020 heeft Chemelot hier, denk ik, genoeg aan. Uitbreiding van de vergunning is tot die tijd niet aan de orde’, zegt hij eerst. Na lezing van het concept artikel voegt hij daaraan toe: ‘Maar zeg nooit nooit’.
Want SABIC wil blijven groeien. Zo streeft het bedrijf ernaar om in 2020 wereldleider te zijn in de chemie. Chemelot wordt dan een centrale locatie in Europa die bijna geen gebruik meer maakt van vervoer via de weg (medio 2010 495.000 ton).
Vrijwel alles gaat dan via het spoor en het water (en pijpleidingen, de belangrijkste manier van transport). Dit scheelt tijd en geld, en zorgt voor kleinere milieu- en veiligheidsrisico’s.
Om die grote plannen waar te maken, wordt honderd miljoen geïnvesteerd in de modernisering van naftakraker NAK4 van SABIC en krijgt het Chemelot-terrein een (ook door externe vervoerders te gebruiken) railterminal voor wagons met (gevaarlijke) stoffen (tot 100.000 containers per jaar). De provincie betaalt mee aan deze Rail Terminal Chemelot (RTC). Verder zijn er (nog niet uitgekristalliseerde) plannen voor een zuidelijke ontsluiting, zodat treinen naar het zuiden niet via Sittard hoeven te gaan.
De gevolgen van deze ontwikkelingen voor de inwoners van Hoogveld zijn nog niet goed in te schatten. Zo is onduidelijk of de externe vervoerders met interesse in de RTC, behalve de haven van Stein, ook de lijn naar de Rail Terminal Born in hun plannen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen willen betrekken.
admin op 14 October 2011 in Politiek & Media


