Maria Felling, van bezetene tot reinigend medium

Bij Petiet, die andere uitgeverij van spirituele boeken, verscheen dit jaar ‘Opdracht van een Engel’ van Maria Felling. Het autobiografische boek gaat over een vrouw wiens leven een hel was tot ze succesvol werd in haar gevecht tegen entiteiten en negatieve energieën. Roy Martina, een bekende holistisch werkende arts met uitstekende reguliere getuigschriften, schreef het voorwoord.

De verschrikkelijke geschiedenis van Maria Felling begint met een seance bij haar ouders thuis. Het is 1944, we zijn in Nederland. Maria Felling kijkt stiekem toe en voelt dat een ‘man’ bezit van haar neemt, een schimmige gestalte wel te verstaan. Hij stapt als het ware haar lichaam binnen. Meteen daarna hoort ze een stem in haar hoofd: ‘Zo, nu heb ik je’.

‘Vanaf dat moment nam mijn leven het scenario van een horrorfilm aan.’ Haar stiefbroer begint haar stelselmatig te misbruiken en te martelen. De schrijfster wordt hierdoor woest op de hele wereld en wil niet meer aangeraakt worden. Haar moeder, onkundig van het misbruik, noemt haar wild en onhandelbaar. Ze wordt gezien als een zwakzinnige.

De ellende gaat door; ze wordt verkracht door een buurjongen, regelmatig onzedelijk betast door de vriend van haar zus en op school getreiterd door drie meisjes die zelfs sigaretten op haar lichaam uitdrukken. Tijdens een stage wordt ze door een vriend van de familie onzedelijk betast.

Psychisch zit de schrijfster vervolgens jarenlang op de bodem van de put. Overdag is ze volledig geblokkeerd, willoos, ze wordt gek van de negatieve stemmen in haar hoofd en het lijkt of elk sprankeltje zonlicht in haar leven is gedoofd. ’s avonds voelt het voor haar alsof entiteiten regelmatig seksueel bezit van haar nemen; ze is nooit vrij, heeft nooit rust, geen privacy en kan niet genieten.

Ogenschijnlijk doordat ze veel in het grensgebied tussen bewustzijnstoestanden verblijft, de gesteldheid waarin dit soort fenomenen veel voorkomen, ervaart ze in Venetië en Rome, tijdens een reisje met christenjongeren, flarden van eerdere levens.

Thuis gaat het gewone leven door. Ze wordt gemolesteerd door twee jongens, die haar het plezier in het paardrijden bijna vergallen. Door een incident, waarbij ze mogelijk onbewust haar eigen situatie gespiegeld ziet; een duivels ogende jongen mishandelt een prachtig paard als niemand kijkt, stopt ze tijdelijk met paardrijden.

Positieve en negatieve ervaringen wisselen elkaar af. Zo wordt Maria Felling hulp in de huishouding in een normaal gezin, ze krijgt zelfs pianoles en de goede tijden lijken aangebroken. Tot de man en vrouw een ongeluk krijgen; einde verhaal.

Op haar vijfentwintigste geeft ze paardrijles in een manege. Daar ziet ze weer de verschijning van de seance in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens het wandelen met haar paard Bonnie ontmoet ze illustrator Anton Pieck en Lex Goudsmit. Ze waardeert dit korte moment, waarin ze met normaal respect wordt bejegend.

Haar paranormale vermogens ontwikkelen zich geleidelijk. Zo heeft ze op haar zesentwintigste een paard dat ze met haar gedachten kan sturen. Maar voor man-vrouw relaties heeft ze nog steeds een antenne waarmee het op z’n zachtst gezegd behelpen is.

Ze ontmoet een man, de eerste die ze in seksueel opzicht vertrouwt, een man zonder vaste verblijfplaats en met wisselende inkomsten. Het wordt niets en later blijkt hij haar te hebben bedrogen met een vrouw die intussen zwanger is. Vrienden zetten een contactadvertentie en een half jaar later is ze getrouwd en zwanger, maar de demonische stemmen in haar hoofd blijven.

Zo is ze ervan overtuigd dat haar pasgeboren kind dood is door het triomfantelijke gelach in haar hoofd. Ze gelooft pas het tegendeel als ze het perfect gezonde kind in haar armen neemt. Deze dochter wordt jaren later ’s nachts gillend wakker en vertelt over schimmen en deuren die zonder oorzaak opengaan. Bij logerende vriendinnen van haar dochter wordt aan de haren getrokken en het voelt alsof er muizen over hun lichaam lopen.

In haar hoofd is het nog steeds een duivels strafkamp, al helpt meezingen met de muziek uit de film ‘Jesus Christ Superstar’ om de stemmen te onderdrukken. Na de scheiding van haar man ligt ze zes weken plat, naar eigen zeggen doordat de entiteiten willen laten zien wie de baas is.

Volgens haar worden de entiteiten aangevoerd door de Strijders van de Duisternis die het opnemen tegen de Strijders van het Licht. Dit aan de hand van een inzicht over de strijd in een Kathaars dorp in de twaalfde eeuw. De aanvoerder van de zwart geklede bad guys is de man die ze voor het eerst zag tijdens de seance. Hij heeft haar destijds vervloekt, daarvan is ze overtuigd.

Zelf hoort ze uiteraard bij de witten. In die tijd is ze onder behandeling van Lady of the Light Jomanda, het omstreden medium dat healing vanuit de achterkamertjes naar de wereld van de showbizz heeft gebracht. Haar behandelingen helpen uiteindelijk onvoldoende om de welgeteld achtentwintig entiteiten te verbannen.

Na Jomanda wordt een hele reeks ‘mindere goden’ ingeschakeld. Vaak ontsteekt Maria Felling in een oer-boosheid als iemand haar wil helpen, waarbij de grens tussen haar woede en bezetenheid niet altijd duidelijk is. Een ingeschakelde healer, tijdens een sessie die door enkele entiteiten bezeten, wordt er zelfs bang van.

Een trance-medium en een pastoor concluderen dat Maria Felling de fenomenen zelf produceert (een conclusie die veel psychiaters trekken bij internationaal onderzoek naar katholieke gevallen van vermeende bezetenheid); het zijn onverwerkte emoties. Ze blijven samen een nacht in het huis van de schrijfster, vallen in slaap en worden wakker als de schrijfster midden in de kamer staat. De kamer is een ravage.

Een aantal nachten later ziet Maria Felling in een spiegel in plaats van zichzelf een prachtige man van bovenaardse schoonheid. Ze hoort de naam ‘Raphaël’ en concludeert dit is de aartsengel Raphaël. De hoge engel neemt haar in zeven nachtelijke uitstapjes mee naar de bron van goddelijke energie, maar de strijd is nog niet gestreden. Zo wordt een therapeute, die goed werk doet, nog door de patiënt aangevallen als deze is overgenomen door haar tegenstrever, de leider van de Strijders van de Duisternis.

Later wordt deze man onder leiding van de aartsengel, die een steeds belangrijker rol gaat spelen in het leven en de heelwording van Maria Felling, meegenomen naar het licht. Maar daarmee is de ellende van alle andere zwarte entiteiten, naar haar overtuiging afkomstig van mensen uit vorige levens die een reden zouden hebben om haar te haten, nog niet voorbij.

De aartsengel leert haar een techniek om de negativiteit te verwijderen. Maria Felling roept eerst alle negativiteit in haar wezen, zodat haar aura helemaal zwart wordt. Daarna wordt er een zuil van licht in haar geplaatst, van de kruinchakra naar beneden, waarin het kwaad gevangen raakt.

Als al die negativiteit niet kan vluchten, een proces waarbij het medium fysiek en psychisch wordt geradbraakt, volgt overgave. Tot slot begeleidt ze de entiteiten onder begeleiding van de aartsengel met de meest liefdevolle gedachten naar het licht. Dit soort reinigingen voert Maria Felling nu regelmatig uit en behalve bij personen ook bij woningen.

‘Opdracht van een Engel’ maakt grote indruk door het levensverhaal (later wordt de schrijfster ook nog blind), maar bovenal zet het aan tot nadenken over bezetenheid en entiteiten. Vanuit psychiatrische en theologische hoek is hier de laatste jaren al wat meer over gepubliceerd (met name in het Engelse taalgebied). Het boek is een waardevolle aanvulling hierop, doordat het vanuit de patiënt is geschreven, aantoont dat er altijd een uitweg is en bevestigt dat persoonlijke belevingen en overtuigingen fundamentele bouwstenen zijn van onze werkelijkheid. Een aanrader voor psychiaters, psychologen, pastoors en paranormaal genezers.

(Afbeelding van Asterion’s Occult Art)

Comments Off

admin op 20 December 2011 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel

Sera Beak in ‘Het Rode Boek’: slim, sexy en spiritueel

Een happiness handgranaat die ontploft in miljoenen kleuren. Die beelden uit tradities en religies stukslaat om tot de kern door te dringen. En dan ook nog eens heel vlot geschreven. Zo zou je ‘het Rode Boek’ van Sera Beak kunnen omschrijven (Kosmos, 2011).

Het aardige van dit boek over vrouwen en spiritualiteit, is dat het is geschreven door een gewone jonge vrouw, wars van poespas. Ze wil tot de kern doordringen, heeft tal van wegen geprobeerd, is daarbij ook tig keer op haar aantrekkelijke snuitje gegaan, en combineert uit diverse tradities wat haar bevalt. En wat werkt. Postmodern shoppen dus, iets dat heel goed past bij de westerse mens van vandaag.

Geschreven in de eenvoudige stijl van een glossy als Happinez, biedt het meer dan spiritualiteit als een nieuw stel mindfulness hakken, een lekker stukje spirituele chocolade of welke andere vorm van gemakzuchtige innerlijke decoratie dan ook. Sera Beak heeft namelijk inhoud dankzij haar studie vergelijkende godsdienstwetenschappen én doordat ze het niet heeft gelaten bij spiritueel pootjebaden, maar meerdere malen in het diepe is gedoken.

Voor mensen die al wat meer onder de zon hebben gezien en meegemaakt, biedt het boek niet veel nieuws. Het is vooral het totaaloverzicht en de aanstekelijke nuchterheid, de humor en haar persoonlijkheid die aanspreken. Ze schrijft als een vriendin die met je praat en tips geeft. Maar ook haar zwaktes en diepte- en hoogtepunten deelt. Ze is echt in haar zweven, zitten, vallen en opstaan. En dat is heerlijk verfrissend.

Sera Beak: ‘Ik ben een ware moderne devoot. Ik hou van mystiek en ‘The Matrix’, yoga en de White Stripes, meditatie en designerjeans. In termen van culturele dialecten ben ik meertalig. Ik spreek de taal van new age en Aveda-huidverzorging, oosterse filosofie en ‘Elle’, metafysica en Hitachi-vibrators. Ik hou van moderne kunst en dinertjes, lavendelchocolade en smerige martini’s, van dansen en zomaar ergen heen rijden en lekker chillen mijn mijn vriendinnen. Mijn spiritualiteit is echt, levend, actief, funky en fris.’

De Amerikaanse stoft spiritualiteit af en maakt haar sexy. Spiritualiteit moet ook cool zijn, vindt Sera Beak. Het moet swingen en zingen, schreeuwen, maar ook zwijgen. Soms. Het is in elk geval onderdeel van je dagelijks leven. En ja, seks heeft er ook mee te maken. Zo haalt ze Juliana van Norwich (1342-1416) en Theresia van Avila (1515-1582) aan, twee christelijke nonnen ‘die claimden persoonlijke de goddelijke sensualiteit en seksualiteit via hun lichaam te hebben ervaren, ervaringen die ertoe leidden dat velen binnen de Kerk aannamen dat ze God voor de duivel aanzagen (en o, wat zaten ze ernaast)’.

Een etage hoger was seks tot opkomst van de christelijke religie, rond tweehonderd van onze jaartelling, een heel normale zaak. Zo had Krishna, die vrolijke speelse god uit India, seks met talloze vrouwen en El, de oppergod van Kanaän (Israël, Palestina en delen van Libanon en Syrië) deed het honderden jaren met de godin Asherah. Zeus, om wat meer in de buurt te blijven, de Griekse grote baas, was getrouwd met Hera ‘maar hij werd door veel sterfelijke vrouwen verleid en als hij niet achter rokken aanzat, masturbeerde hij veelvuldig.’

Ook diverse grote goeroes waren niet vies van seks en dus van hun lichaam. Jezus, een verlichte meester, kuste zijn vermoedelijk favoriete discipel, de schijnbaar volledig ontwaakte Maria Magdalena regelmatig vol op de mond. Mogelijk had hij ook (tantrische) seks met haar. Dat zou zomaar kunnen. De historische boeddha, die Jezus voor ging, moest er overigens weer niets van hebben; vrouwen en seks.

Van Mohammed, de aardse man van de islam, wordt gesteld ‘dat hij met zijn vrouwen veel lichamelijke bevrediging en genegenheid kreeg’. ‘Verschillende Hadith, geschreven vertellingen van de uitspraken en praktijken van de profeet, stellen dat een orgasme krijgen eigenlijk het recht is van de vrouw en dat seksuele ontevredenheid een legitieme grond is om van een echtgenoot te scheiden’, schrijft Sera Beak.

‘Het Rode Boek’, oorspronkelijk uit 2006, biedt vrouwen een informatieve en creatieve leidraad om meer spiritualiteit in het dagelijks leven te vervlechten. Behalve over (tantrische) seks – maar een klein onderdeel - gaat het onder meer over diverse manieren om anders te bidden, het bedenken van eigen rituelen, heldere visualisaties, regels die soms overtreden moeten worden, de noodzaak om te blijven ‘kicken’, spiritueel masturberen en het voelen van de energie van anderen.

Het boek is vooral geschreven voor westerse, liberale vrouwen die hun eigen weg kunnen en durven gaan. In de aanvankelijke publiciteit werd Sera Beak voor deze doelgroep ‘vermerkt’ als een ’spirituele cowgirl’. Hierdoor kreeg ik eerlijk gezegd bij voorbaat al jeuk op onaangename plaatsen. Zo werd een publiciteitsfoto verspreid waarop ze een cowboyhoed draagt om deze term visueel te versterken. Ik dacht; ze ziet er lekker uit, zelfs met die hoed, maar heeft ze ook wat te melden?

Mijn vrees was onterecht. De schrijfster is slim, sexy en spiritueel. En integer. Zo kreeg ze na de publicatie van dit boek in 2006 - en de gecultiveerde hype die volgde - na verloop van tijd schijnbaar genoeg van de misbruikende marketing van ‘vrouwelijke spiritualiteit’ die haar aanvankelijk hielp, maar haar ook uitholde en verkocht als een pak spiritueel wasmiddel (’wast nu nog roder’). In haar volgende boek, dat over enkele maanden in de winkels moet liggen in het Engelse taalgebied, blikt ze terug op de roerige jaren na het verschijnen van haar eersteling.

‘Het Rode Boek’ is een aanrader voor vrouwen van twintig plus die voluit leven en het spirituele daarin een frisse en fruitige maar vooral een permanente plaats willen geven. Zonder zurige angsten of zouteloze praatjes, maar vurig, kruidig en scherp, zodat je weet dat je leeft en de tranen je soms in de ogen schieten. Bijvoorbeeld van het lachen.

Comments Off

admin op 6 November 2011 in Ongewoon & Anders, Religie & Spiritueel

Thierry Salmerons ezelboek leert ons onbevreesd naakt zijn

Handboeken over hoe je gelukkig kunt worden zijn niet aan te slepen. Vaak verdwijnen ze snel naar de ramsj als de volgende trend zich heeft aangediend om de geluk-shoppers voor even tevreden te stellen. ‘De mens is een god… vermomd als ezel’ van Thierry Salmeron en Yann Christophe (Petiet, 2011) stijgt hier bovenuit en verdient een ander lot.

In de ’spirituele’ wereld, in elk geval door mensen die zichzelf spiritueel noemen, wordt gestolen bij het leven. Van de doorleefde inzichten van anderen is vrij makkelijk een eigen merk chocolade te maken. Een paar therapieën doorroeren en het resultaat gieten in een nieuwe mal voor chocoladerepen, een pakkende wikkel er omheen, de marketingmachine laten draaien en klaar is je nieuwe spirituele tussendoortje. Boekenplanken worden zo vol getypt.

Gelukkig zijn er ook andere mensen, die ik hier van harte bij u aanbeveel. Wat ze gemeenschappelijk hebben, om maar eens de auto metafoor te gebruiken, is dat ze de nodige ’spirituele’ kilometers op de teller hebben, vaak hebben ze ook al de nodige ongelukken achter de rug, en dat ze weten hoe de motor werkt. En dat is meestal heel eenvoudig, net als hun innerlijk leven, dat kan worden beschreven als een onbevreesd naakt zijn. Je kunt er zelfs geen religie van maken. (Dat gaat meestal ook fout.)

De Fransman Thierry Salmeron is iemand die de verpakking kwijt is en tot de essentie van de chocolade weet door te doordringen, die soms aan de oppervlakte ligt. Zijn verhaal, opgeschreven samen met Yann Christophe, is zo eenvoudig, dat zijn boekje wereldwijd commercieel waarschijnlijk geen groot succes zal zijn. Ondanks de vertalingen. We zijn ook meer op de Amerikaanse cultuur gericht, waar Eckhart Tolle al een groot marktaandeel heeft.

Maar het is vooral de grote helderheid, die mensen vermoedelijk zal weerhouden om ermee aan de slag te gaan. Was het een boek van drie delen met samen duizend pagina’s, liefst met eigen terminologie, en gepresenteerd als semiwetenschappelijk, dan ging het waarschijnlijk beter. Zoiets biedt alle ruimte om het bos in te duiken zonder een boom te zien, de boom te zien. En dat is heel fijn, want heerlijk verdovend; u kunt er zo lekker spiritueel bij wegdromen.

Ik kan op dit punt in mijn bespreking de essentie van dit boekje heel goed samenvatten, en daar een prachtig verhaal van maken, maar dat ga ik niet doen. Want dan denkt u misschien: ‘O, dat weten we al. Zo zijn we al. Zo leven wij al’. En dat is nu net wat de schrijvers ernstig betwijfelen, en vooral bij mensen die zichzelf heel spiritueel vinden. In plaats daarvan ga ik hieronder een paar fragmenten aanhalen om u een beetje te prikkelen.

‘In werkelijkheid is er geen verleden, geen toekomst, dus geen geschiedenis, geen bestaan van een kleine, gelukkige of ongelukkige persoon met een naam, een beroep enzovoorts. Dat alles is tot in details bedacht om in het leven te kunnen functioneren, maar het bestaat niet echt. Je bent zo bang voor de leegte, voor het niets, dat je geest tijd heeft gecreëerd om het te vullen.’ (pagina 44)

‘De geest is blind en slechts een instrument van het Leven. Maar hij denkt dat hij alles kan weten, begrijpen en controleren. De geest houdt zich alleen met zijn eigen belangen bezig, maar begrijpt de dingen lang niet altijd. Daar wordt hij gek van en dus laat hij jou geloven dat een situatie slecht, goed of oneerlijk is.’ (pagina 48)

‘Wij zijn “dienaren”. De “geest” hoort dat niet graag want hij is bang om overheerst te worden en zijn individuele vrijheid te verliezen. Maar op de dag dat je de weg kruist van iemand die begrepen heeft dat hij dienaar is en dus het leven dient, zul je hem niet snel vergeten. Je bent gewend mensen te zien die slechts hun persoonlijke belangen nastreven. (…) Het Leven is precies het tegenovergestelde en wat daaruit voortvloeit is perfect, het tegenovergestelde van wat we vandaag de dag op Aarde doen.’ (pagina 100)

Dit boekje zou ik met gemak inruilen voor meters ’spirituele’ boeken die sowieso beter bomen hadden kunnen blijven. Aan de andere kant: nu maken ze ook deel uit van het bos. Het commerciële spirituele bos. Zo niet ‘De mens is een god… vermomd als ezel’.

Comments Off

admin op 6 September 2011 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel

Karadic/Dabic en Jezus, een vergelijking

Een van de meest opvallende nieuwsfeiten de afgelopen weken was de arrestatie en uitlevering van oorlogscrimineel Radovan Karadic die als spiritueel genezer Dragan Dabic een tweede leven was begonnen. De man leefde en werkte ironisch genoeg vlakbij het gerechtshof waar zijn Servische kameraden werden berecht voor misdaden tegen de mensheid. Via een website verkocht hij energetische hangers (foto’s wijzen uit dat deze in weerwil van sommige berichten niet van kogelpunten zijn gemaakt) en verrichtte energetische behandelingen van allerlei aandoeningen.

Het frappante, is dat Karadic zo in zijn rol was gegroeid dat hij in zijn schaduwleven een zekere reputatie had opgebouwd. Dabic schreef voor een spiritueel magazine, gaf lezingen en was schijnbaar geaccepteerd door de gemeenschap van alternatieve genezers (al is er één genezer die onlangs naar buiten trad en stelt dat zijn identiteit - hij lijkt sprekend op Dabic - en energie door Karadic zijn gestolen). Zo staat Dabic op de foto met een daar landelijk bekende bio-energetisch genezer (de hier genoemde site is een hoax, de site is op de dag van zijn arrestatie, 22 juli, vastgelegd door de Amerikaan Mark Nagel). Dit zegt iets over het afstemmingsvermogen van deze mensen of over de energieën waarmee ze werken; de keuze die ze daarbij gemaakt hebben.

Na de arrestatie van Karadic, op grond van DNA-onderzoek naar stiekem verzamelde hoofdharen van Dabic, volgden protestmarsen van duizenden aanhangers en staken mensen kaarsen voor hem op. Vandaag is hij uitgeleverd aan het tribunaal in Den Haag. Voor de één is hij verzetsstrijder, voor de ander een crimineel en voor weer een ander een heler met speciale gaven.

Iemand anders heeft een vergelijkbaar profiel: Jezus. Jezus (zijn nog jonge beweging) werd door tijdgenoten op één lijn geplaatst met de Sicarri (messentrekkers). Dat waren verzetsstrijders in de ogen van de joden en crimineel en opstandig gespuis in de ogen van de overheersende Romeinen. Hij werd onder zijn aanhangers na zijn verdwijning uit het publieke leven opgehemeld, werd gezien als een genezer en veroordeeld door agenten van het Romeinse Rijk. Die hebben hem, met hulp van concurrerende joodse facties, ook geëxecuteerd – als een crimineel werd hij gekruisigd, deze wegbereider voor zijn eigen hemelse (?) koninkrijk.

Karadic wordt ook gezien als een verzetsstrijder door de nationalistische Serven. Nadat hij was ondergedoken, werd hij op bijna religieuze wijze opgehemeld en vereerd met foto’s in de huiskamers en in de gelegenheden waar zijn aanhangers samenkomen. (Denk ook aan het eettentje waar hij als Dabic telkens naar een ingelijste foto van Karadic kon kijken.) Sinds kort is duidelijk dat hij ook een genezer is, al deed hij dat werk onder een andere naam. Karadic wordt nu veroordeeld door het hof van het nieuwe Romeinse Rijk; de VN (aangestuurd door de VS). Executie is niet mogelijk, anders zou dat zeker zijn gebeurd met deze stichter van het beloofde land ‘Republiek Srpska’.

Hoe was het geweest, tweeduizend jaar geleden, als beide kanten van zijn verhaal niet via de massamedia razendsnel waren verspreid? Had deze crimineel dan kunnen uitgroeien tot een rolmodel voor toekomstige generaties zoals Jezus dat is geworden? Jezus is nu een spiritueel leider van wereldformaat voor meer dan een miljard mensen. Was er alleen nog een verplicht gesteld evangelie nodig waarin de losse eindjes aan elkaar werden geknoopt en een machtige organisatie die de beeldvorming voor 1700 jaar kon bepalen?

Naar verluidt heeft de geheime dienst van Slobodan Milosevic de dekmantel voor Karadic bedacht en ontwikkeld. Geheime diensten zijn organisaties die informatie verzamelen en achter de schermen gebeurtenissen naar de hand van hun politieke meesters proberen te zetten, goedschiks of kwaadschiks. Interessant genoeg is er een (omstreden) schrijver, Joseph Atwill, die ervan overtuigd is dat de Flaviaanse Romeinse keizers, met hulp van hun spindoctor Flavius Josephus, de bijbelse evangelieverhalen heeft gecomponeerd om de opstandige joden via monopolisering van hun religie te domineren en hun agressie jegens de bezetters te neutraliseren door het propageren van een pro-Romeinse messias. Dabic als de messias van Milosovic?

Ondanks de verschillende beelden die we van Karadic en Jezus hebben (respectievelijk crimineel/verzetsstrijder/goeroe en goeroe/verzetsstrijder/crimineel), zien we dat de mythologisering in grote lijnen vergelijkbaar is en het resultaat ook. Beiden worden door hun aanhangers na hun als ontlading werkende (maatschappelijke) dood opgehemeld, als voorspeld door René Girards zondeboktheorie. Alleen dankzij de invloed van de massamedia is het nu voor ons mogelijk om Karadic te zien zoals hij is: een crimineel van wereldformaat. Ook al roept hij de hulp van God aan tijdens zijn proces, een mogelijke link met Jezus’ verdediging voor Pontius Pilatus, hij blijft een crimineel. Over Jezus zijn de meningen nog steeds hartelijk verdeeld.

Comments Off

admin op 30 July 2008 in Politiek & Media, Religie & Spiritueel