Niemand is wie hij lijkt in ‘Honor knows no borders’

Er zijn verhalen die je in grote lijnen bijblijven, zelfs na jaren. Vaak raken ze op kleine schaal aan universele thema’s als liefde, dood, waarheid en vertrouwen en maken daardoor meer indruk dan de grote verhalen die er het decor voor vormen. Het verhaal van Tom, een joodse jongen in het door bombardementen geteisterde Londen van de Tweede Wereldoorlog, is zo’n vertelling. Het is de rode draad in ‘Honor knows no borders’ van John Sharer (iUniverse, 2010).

Net als de andere verhalen in dit boek gaat dat van Tom over eer, een term die vaak misbruikt wordt omwille van politieke ideeën en persoonlijk gewin. In het kort: Tom vindt in een vernietigd woonhuis een Duitse piloot, een vijand dus, maar deze vijand lijkt heel vriendelijk. Van het spaarzame eten dat er is, legt Tom telkens wat opzij om zijn nieuwe vriend te helpen vluchten zodat deze bij zijn zieke vrouw kan zijn.

Maar niet alles is wat het lijkt en dat geldt ook voor de thematisch gespiegelde verhalen die John Sharer rondom het verhaal van Tom heeft geweven. Zo komen we het boek binnen via een krijgsgevangenenkamp van de geallieerden in Noord-Afrika. Daar horen we het verhaal van een Duitser die claimt een joodse familie te hebben gered. De naspeuringen leiden onder meer naar Groot-Brittannië waar de kleine Tom zich bevindt, maar pas aan het eind komen alle draden samen.

Het aantrekkelijke van dit boek is dat er voortdurend gespeeld wordt met begrippen als goed en slecht, vriend en vijand, dader en slachtoffer. En dat geldt ook buiten het kader van deze debuutroman. Zo schrijft John Sharer dat antisemitisme (en daaraan gerelateerd geweld door fascistische groepen) in het Londen van de Tweede Wereldoorlog wijdverbreid was. Dat wist ik niet, wel dat bijvoorbeeld de nazi eugenetica in de VS werd toegejuicht. Naast eer, kennen blijkbaar ook veel andere ideeën geen grenzen.

Verder krijg je een goed beeld van het leven van een jongen in het Londen in die tijd. De schrijver was zelf jong in de Tweede Wereldoorlog en put soms duidelijk uit zijn ervaringen. Bijvoorbeeld als hij vol passie vertelt over ‘conkers’, een populair kinderspel in Groot-Brittannië waarbij kinderen elkaars kastanje stuk slaan, of over het zoeken naar bomscherven in half ingestorte huizen. Of over ’s nachts in een verduisterde stad thuis blijven en niet, zoals vrijwel iedereen, naar een schuilkelder vluchten als er een bommendeken boven de stad wordt afgeworpen.

De structuur zit goed in elkaar, waardoor het boek tot het eind toe boeit. De ontknoping in het krijgsgevangenenkamp is mooi bedacht, maar onwaarschijnlijk. Dat is jammer, omdat de rest van het boek de indruk wekt dat het wel echt gebeurd zou kunnen zijn. ‘Honor knows no borders’ is een fijn boek om een paar avonden mee op de bank te kruipen. Geen hoogstaande literatuur, gewoon lekker even eruit. Met af en toe prachtige zinnen, zoals deze: ‘While Hitler was blamed for most things, it did not appear to be his fault that nobody cleaned the rubbish dump behind the flats frequently enough (…).’

Comments Off

admin op 22 November 2011 in Boek & Meer

De wonderbaarlijke geschiedenis van Vrijdag

Ik heb yoga nooit goed begrepen. In mijn studententijd oefende ik asana’s uit een herdrukt boekje uit de jaren zestig. Hetzelfde heldere boekje waarvan mijn vader ooit het origineel gebruikte. Het ging niet slecht, maar ik miste het overzicht. En het inzicht misschien. En begeleiding. Las was ik kon vinden, ook over de diverse vormen van yoga, zoals jnana yoga (dat mij toen erg aansprak), en bestudeerde zelfs Patanjali. Het mocht niet veel baten.

Als ik later iets van yoga zag, bleek het bijna altijd veredelde gymnastiek voor senioren, zwangeren en kinderen. Met een beetje meditatie en, recentelijk, wat beweging om het aantrekkelijker te maken. Ik haakte geleidelijk af. Wilde meer dan een gezond lichaam. De diepte in. Een boek als ‘Over de werking van Yoga – Een verhaal van wijsheid’ van Geshe Michael Roach en Christie McNally bestond toen helaas nog niet (Uitgeverij Petiet, 2010, 22,5 euro).

Het verhaal van deze educatieve vertelling begint wat houterig; ‘Derde week van februari, Jaar van de Ijzeren Slang (1101 na Christus). Plaats van handeling: een van die vele stoffige Indiase stadjes’. Maar na een paar pagina’s komt er vaart in, vergeet je de anachronismen en val je voor de avonturen van Vrijdag, haar hondje Leef-Lang, de Kapitein en de andere hoofdpersonen.

Vrijdag is een Tibetaans meisje dat met haar hondje vanuit haar thuisland op weg is naar Varanasi. Bij een grenspost wordt ze aangehouden op verdenking van diefstal. Ze heeft een handgeschreven versie bij zich van ‘Het korte boek’ van de meester, gekregen van haar leraar, Katrin. Zo jong en zonder man op pad en dan ook nog zo gestudeerd zijn? Dat kan niet. Ze moet het boek wel hebben gestolen. En dus gaat ze de cel in bij de Kapitein en zijn mannen.

Vrijdag gaat de Kapitein yoga leren. Dit duo volgen we in hun dagelijkse lessen, waarbij vooral de diepere betekenis van yoga aan bod komt. Maar zonder dat het vervelend en belerend wordt. Sterker nog, je wordt als het ware verleid tot de denk- en belevingswereld die schuilgaat achter de ‘gymnastiek’ (hatha yoga) die velen vaak met yoga in verband brengen. Een wereld met meerdere dimensies en waar in de hemelse toestand ook engelen voorkomen.

Zonder onuitspreekbare (Sanskriet) begrippen krijgen we in dit speelse verhaal uitleg over het zon- en het maankanaal, respectievelijk rechts en links van het middenkanaal dat langs de ruggengraat loopt. Door het zonnekanaal gaan gedachten over ervaringen en door het maankanaal gedachten over het denken (over ervaringen). Door het middenkanaal gaan begripvolle gedachten over bijvoorbeeld zuiverheid, goedheid, vrede en wijsheid.

Onder meer door lichaamsoefeningen kan worden gezorgd dat het middenkanaal meer wordt geactiveerd ten kosten van het zon- en maan-kanaal. Zo bevorderen oefeningen goede gedachten of winden (en lichamelijk herstel). Een andere methode is van binnenuit, door visualisatie gericht op het helpen van de ander (nemen en geven). Dat werkt bijvoorbeeld door de pijn van een ander op te nemen en zo het eigen egoïsme te laten verdwijnen als het tenminste gebeurt vanuit onbaatzuchtig mededogen. Op de bamboe slaan of hem van binnenuit schoonmaken, heet dat heel simpel.

De problemen beginnen met de slechte zaadjes (gedachtekrachten) die steeds worden geplant en vervolgens geactiveerd door gebeurtenissen (in ons), als we niet oplettend zijn. Maar let op: dingen zijn niet zichzelf, hun aard en functie wordt door ons bepaald. Het activeren van negativiteit gebeurt via negatieve zaadjes die eerder in onszelf zijn geplant. Gebeurtenissen die zorgen voor negatieve zaadjes zijn begeerte, haat of ‘duistere onwetendheid’. Vaak gebaseerd op domme voorkeuren, domme afkeuren en onbegrip van de werking daarvan.

Het is daarom zaak, zo leert Vrijdag in navolging van Patanjali, om de goede zaadjes bij te houden door te tuinieren, anderen geen schade te berokkenen en anderen ervan te weerhouden om negatieve dingen te doen. Dat laatste moet met liefdevolle vriendelijkheid om te voorkomen dat een ander zijn negatieve gedachtenzaadjes weer laat groeien. Bij jezelf plant je zo goede zaadjes. De oogst van de goede zaadjes, bijvoorbeeld een gezond lichaam door hatha yoga, moet je benutten zodat anderen een vergelijkbare oogst kunnen ervaren. Daardoor worden de oogsten steeds beter en verander je langzaam in een lichtwezen.

U merkt, dit boek vind ik geweldig. Het liefst zou ik pagina’s lang aanhalen, vooral omdat het bovenstaande geen recht doet aan de heldere en eenvoudige schrijfstijl en de concrete en voor iedereen begrijpelijke voorbeelden. Het boek van Roach en McNally is een beetje vergelijkbaar met ‘De Celestijnse Belofte’ en nog meer met het qua inhoud meer verdiepende en ook beter geschreven boek ‘De wereld van Sofie‘. Het is gebaseerd op de yogasoetra’s van Patanjali en maakt deze begrijpelijk voor iedereen aan de hand van een heerlijke vertelling.

Waar de twee genoemde boeken een doorslaand succes waren, vrees ik voor het succes van ‘Over de werking van Yoga’. Het boek heeft namelijk helemaal de verkeerde titel. En dat is ongelooflijk jammer. Want dit boek zou gelezen kunnen worden door iedereen, zeg vanaf twaalf jaar, met interesse in yoga. Maar ook door middelbare scholieren die zich bezighouden met levensbeschouwing of niet-westerse filosofie.

Het boek zou kunnen heten: ‘De wonderbaarlijke geschiedenis van Vrijdag – Een inspirerende yogavertelling gebaseerd op de leringen van Patanjali’. Of ‘ Waarom de koe de pen niet opat – Een verrukkelijk verhaal over de essentie van yoga’. Het maakt niet zoveel uit, als het maar prikkelt.

Als Jostein Gaardner zijn boek ‘Over de achtergronden van de westerse filosofie’ had genoemd, had waarschijnlijk niemand het gelezen. Nu kent iedereen ‘De wereld van Sofie’. Hetzelfde geldt voor het boek van James Redfield. ‘Over de energetische uitwisseling tussen mensen’ had ook niet gezorgd voor rijen bij de kassa. En waren er ook niet zoveel mensen een beetje door geholpen, zoals met ‘Over de werking van Yoga’ nog veel meer het geval zou kunnen zijn. Want dat is waar het uiteindelijk om draait bij yoga, aldus Vrijdag: ‘Het grootste wonder van dit alles is dat ieder van ons de enige redder moet worden van iedere wereld die er maar bestaat’.

Comments Off

admin op 19 August 2010 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel

Walpurgis Nachtmerrie van Baudewyns meeslepend

Het nieuwe boek van Benny Baudewyns, ‘De Walpurgis Nachtmerrie’ (The House of Books, 2009) intrigeert tot het eind. Wat aanvankelijk slechts een raamvertelling lijkt, die begint met een vakantie van drie ondernemende knapen in 1936, blijkt uiteindelijk de sleutel tot het steeds complexer wordende hoofdverhaal over een complot rondom de monarchie, de geheime dienst en de handel in ‘ontaarde’ kunst. Het is een thriller, in lijn met die van veel bekendere Amerikaanse schrijvers, maar met een meer complexe uitwerking van de verwikkelingen. Hierdoor blijft de roman boeien, ondanks dat hij de omvang heeft van een behoorlijke baksteen.

De schrijver schotelt ons steeds losse eindjes voor, die samen een puzzel vormen waarvan de uitkomst tot het einde verborgen blijft. Hij doet dit door enerzijds de samenhangende fragmenten te versnijden - een veel gebruikte techniek om te blijven boeien - maar gaat daarbij nog een stuk verder door op filmische wijze die fragmenten steeds opnieuw te interpreteren vanuit de beleving van de hoofdpersonen, aangevuld met ontwikkelingen in diverse tijden. Zo ontstaat een spannend verhaal met steeds meer historische lagen en persoonlijke dwarsverbanden, te verdelen in de periodes de jeugd, de Tweede Wereldoorlog, de late jaren zestig en het heden.

Het is een format dat vergelijkbaar is met bijvoorbeeld ‘Pulp Fiction’; door telkens het perspectief van een andere hoofdpersoon te kiezen, of het perspectief van de alwetende verteller die hen waarneemt, en soms complete fragmenten opnieuw af te drukken, maar dan met de gedachten van de andere personen, leggen we als lezer als archeologen met een kwastje en een troffeltje steeds weer een ander laagje in dit menselijk drama bloot. Het knappe is, dat de grote poppenspeler Baudewyns je met deze techniek van verdiepen en verbreden steeds weer weet te verrassen, net op het moment dat je denkt: dat wist ik toch al?

Eerst gaan we op stap met Niels, een journalist van een regionale tv-zender die kaartwedstrijden in cafés verslaat en andere belangrijke regionale nieuwsfeiten. Hij wordt op het spoor gezet door een mysterieuze ontmoeting, heeft wel zin in een goede journalistieke kluif, en gaat onbezoldigd aan de slag. Zijn eerste sporen leiden naar een regionale brouwerij die op het punt staat verkocht te worden. Via zijn research komen steeds meer stukjes aan het licht van een drama dat zich afspeelde op een bepaalde Walpurgisnacht in de Tweede Wereldoorlog - inderdaad daar komen de nazi’s om de hoek piepen - maar schijn bedriegt en niets is wat het lijkt. Zelfs tot vlak voor het eind blijft onduidelijk hoe het gelopen is.

Niels wordt gestuurd in zijn onderzoek, maar krijgt er geen vinger achter hoe, wat en waarom. Toch wordt hij langzaam meegezogen dit verhaal. Zijn grootvader is bij dit alles betrokken geweest en dat triggert hem om verder te graven, al betekent het dat hij uiteindelijk alles kwijtraakt, maar, zoals dat bij een ridderlijke queeste hoort, daardoor ook de waarheid vindt. Een waarheid die hem later gestolen kan worden, ook omdat zijn leven hierdoor niet meer zeker is, maar de geschiedenis neemt geen keer en het heden bepaalt het verleden. Zijn verleden om precies te zijn.

De journalist blijkt namelijk, aanvankelijk zonder het te weten, zelf een rol te spelen in de tragische geschiedenis rondom een duister complot op nationaal niveau waarbinnen de hoofdpersonen verwikkeld zijn in een persoonlijke vete die begon met de frustratie van één kleine jongen. De idee dat kleine oorzaken binnen gevoelige systemen grote gevolgen kunnen hebben; het bekende vlindereffect uit de chaostheorie.

Wat dat betreft is het moment van de centrale handeling, de Walpurgisnacht, goed gekozen. Walpurgisnacht vindt haar oorsprong in enkele pre-christelijke tradities die plaatsvonden op de vooravond van 1 mei (Wikipedia). In de Germaanse versie van het feest staan Freyr en Freya centraal. Zij staan voor vruchtbaarheid en liefde. Zonder het te benoemen, wordt dat thema in het boek slim uitgewerkt, al zal ik niet verklappen hoe.

Bij de Vikingen werd verder die nacht het offer van Odin herdacht, waarmee hij toegang kreeg tot wijsheid. Ook werden vuren gestookt om de geesten op afstand te houden. Het vuur, in de vorm van een reusachtige brand in een warenhuis, speelt een centrale rol in het boek. Die brand leidt uiteindelijk mede tot het inzicht van de hoofdpersonen. Tot slot geloofden de Vikingen dat de grens tussen de levenden en de doden tijdens de Walpurgisnacht zwak was. En dat is ook wat Baudewyns door het hele boek heen laat zien: goed en kwaad zijn relatief, situationeel bepaald, en de doden kunnen die nacht wel degelijk invloed doen gelden op de levenden. Soms zelfs generaties lang.

Comments Off

admin op 18 May 2009 in Boek & Meer

De nieuwe Clive Cussler: lekker voor op vakantie

Heerlijk vind ik ze, boeken met een werkelijk of knap bedacht historisch mysterie, vaak gerelateerd aan religie en zich uitstrekkend over meerdere eeuwen en culturen, met aanvullend een originele invalshoek waarbij je ook nog wat opsteekt van bepaalde wetenschappelijke aandachtsgebieden. En dat in combinatie met een onderzoekende held, met wie ik me kan identificeren, een aantrekkelijke, intelligente en ondernemende tegenspeelster en natuurlijk de nodige moordenaars en geheime genootschappen die her en der slachtoffers (dreigen te) maken. Zo’n boek is ‘De Navigator’ van Clive Cussler en Paul Kemprecos (The House of Books, 2009).

Het verhaal kent diverse lagen en begint in een bijna oningevulde periode van onze geschiedschrijving waarin de Feniciërs heer en meester zijn op de regionale wateren en rond 900 voor onze jaartelling een politiek explosieve schat verbergen. Na die gebeurtenissen ontstaat een zoektocht, die voortduurt tot in de huidige tijd en waaraan deel genomen wordt door diverse concurrerende partijen, om de schat te bergen en voor eigen doelen in te zetten. Onderweg raakt ook de Amerikaanse president Thomas Jefferson betrokken in dit historische wespennest.

De geschiedenis voert verder tot in de moderne tijd, waarbij onderwateronderzoeker Kurt Austin van onderwaterinstituut NUMA op zoek gaat naar de stukjes die de puzzel compleet maken. Het knappe van dit boek, is dat je blijft lezen ondanks de vele wisselingen van perspectief in de aanloopfase. Misschien wel doordat je merkt dat een goede verteller aan het woord is; alles komt uiteindelijk toch samen, de vraag is alleen hoe?

Verder is aantrekkelijk dat je onderweg het een en ander leert over de Feniciërs (ik heb gelijk zin om een studie over dit zeevarende volk te bestellen), Jefferson (in tegenstelling tot vermoedelijk de meeste Amerikanen, ken ik zijn verhaal niet zo goed), het vangen van ijsbergen om de commerciële scheepvaart niet te hinderen (nooit geweten dat dit bestaat), en onderwater-archeologie.

Uiteindelijk is de wending aan het eind toch nog vrij onverwacht en bijna ongemerkt, door het leesplezier, moet je op een gegeven moment toch echt de laatste pagina omslaan. Dat gevoel van, jammer het is voorbij, is voor mij de bevestiging dat het - in deze categorie boeken, zeg maar ‘Indiana Jones voor grote jongens’ - tot een goed boek mag worden bestempeld. Een aanrader voor de vakantie.

Comments Off

admin op 9 May 2009 in Boek & Meer

Het geheim van Antarctica, de katharen en Rudolf Hess

Heerlijk. Een nieuwe thriller om in één ruk uit te lezen; ‘De Antarctica Theorie’ van Benny Baudewyns. Het verhaal, de vergelijking met de Da Vinci Code is onvermijdelijk, begint met een raamvertelling. Een man in een psychiatrische inrichting schrijft zijn verhaal van zich af en vraagt een notaris om deze stukken veilig te bewaren. Vervolgens worden we meegevoerd in een hallucinerende trip door de geschiedenis. De grote geschiedenis en de kleine geschiedenis van hoofdpersoon Werner Libotte. Beiden gekenmerkt door leugens en machtsmisbruik.

Libotte verwijdert zich van zijn ouders en trouwt tegen hun zin met een dochter van een rijke ondernemer. Dan overlijden zijn ouders onder verdachte omstandigheden. Vervolgens, van de één op de andere dag, keert zijn nieuwe vrouw zich tegen hem, diens machtige katholieke vader kotst zijn voormalige beschermeling uit en tot overmaat van ramp overlijdt zijn jonge zoontje bij een ongeluk onder verdachte omstandigheden.

Werkeloos, krijgt Werner via zijn schoonvader een baantje in een psychiatrisch verpleeghuis waar hij een oude professor leert kennen die hem vertelt over het Boek, waarvan de verblijfplaats al eeuwen geheim wordt gehouden. Het boek bevat de essentie van de oerbeschaving van de wereld zoals wij die kennen, via een dualistisch religieus wereldbeeld zoals dat onder anderen ook bij de Bogomielen hoog werd gehouden.

Wat volgt is een speurtocht door de tijd, opgewekt met pillen die het geheugen van eerdere bewaarders van het Boek bevatten, waarin niets is wat het lijkt en die ons voert langs een behoorlijke reeks historische anomalieën.

Van de stichters van de hoogstaande beschavingen van de piramides in Afrika en Zuid-Amerika, via de Turkse wetenschapper Piri Reis met z’n fascinerende kaart van Antarctica, naar Alexandrië (een gnostiek bolwerk), via de Zuid-Franse Tempeliers, de Katharen en uiteindelijk – middels het lidmaatschap van de Hitlerjugend van de huidige paus – tot aan Rudolf Hess, de mysterieuze rechterhand van Hitler die in de oorlog onder merkwaardige omstandigheden naar Engeland vloog en lid was van het occulte Thule Gesellschaft (in het boek niet genoemd).

Vervolgens wordt de raamvertelling afgerond, de lezer ademloos achterlatend. Peinzend over alle elementen die Benny Baudewyns op overtuigende en meeslepende wijze aaneen weet te rijgen tot een historisch-spiritueel detectiveverhaal dat draait om geheime kennis waar machtige instanties als het Vaticaan (de formele opvolger van het Romeinse Rijk, ook gezien de titulatuur van de paus) en Rex Deus om strijden.

Rex Deus is het vermeende nageslacht van Jezus en Maria Magdalena dat via Europese vorstenhuizen (onder meer de Oranjes) en regerende families in de Verenigde Staten op de achtergrond van het wereldtoneel een behoorlijke vinger in de pap zou hebben. Aldus speculaties.

Het mooie van het boek, is dat er ook nog losse eindjes zijn. Zo begint het verhaal met een (geleende) hypothese over hoe in het rurale Egypte plotseling een hoogstaande beschaving opkomt die de oudste piramides bouwde (die nu nog niet worden begrepen) en uit het niets de hiërogliefen introduceert, maar wordt er geen (voor de hand liggende) link gelegd met de piramide op het dollar-biljet met het alziend oog.

Dat zou in de lijn van deze roman goed passen; het Boek, aangevuld met commentaar van niemand minder dan Jezus, bevindt zich in een kleine piramide. Denk ook aan de vrijmetselaars, hun vermeende relatie met het veronderstelde Rex Deus en hun aangetoonde rol achter de schermen m.b.t. de opkomst van het Nieuwe Romeinse Rijk (de VS) waarvan de dollar het betaalmiddel is.

En dan hebben we het nog niet eens over het verband dat gelegd kan worden met Otto Rahn, de Nazi-speurder (wiens boek met de waarschijnlijk verzonnen ontdekkingen onlangs weer is gepubliceerd) en die namens Hitler het Kathaarse Zuid-Frankrijk heeft omgespit, op zoek naar?

Kortom: een boek om heerlijk in weg te duiken en ook nog eens over na te denken. Veel van de feiten die worden genoemd, heeft de schrijver namelijk ontleend aan een redelijke plank met boeken over alternatieve geschiedschrijving. Achterin de roman wordt een aantal genoemd, zodat er voor geïnteresseerden genoeg te smullen valt. Nu is het hopen op een nieuw boek in dit genre van Benny Baudewyns. Ik kan bijna niet wachten.

Comments Off

admin op 4 May 2008 in Boek & Meer