
Onlangs stond in Dagblad De Limburger dat wijkagenten vaak, tegen de landelijke afspraken in, te veel worden ingezet voor andere werkzaamheden. Reden genoeg om Maikel Bomer, al bijna vijf jaar wijkagent van Hoogveld, eens aan zijn jasje te trekken voor het Wijkkrantje in Sittard. Komt hij nog wel toe aan het bewaken van de veiligheid in Hoogveld? Ja, zegt Bomer. Maar daarvoor is hij in toenemende mate afhankelijk van informatievoorziening door buurtbewoners en organisaties.
Als brigadier Maikel Bomer een pastoor was, had hij een behoorlijke grote parochie. Onder zijn verantwoordelijkheid vallen de inwoners van Limbrichterveld, inclusief Hoogveld, de medewerkers van de bedrijven op twee industrieterreinen, de gasten van De Geerhorst en de leerlingen en docenten van alle scholen in Limbrichterveld. In totaal zorgt hij voor voor de veiligheid en het ordelijk gedrag van zo’n 18.000 zielen. Daar heeft de sympathieke wijkagent plus minus twee dagen per week de tijd voor.
Gelukkig kan hij bijstand vragen van een collega, die overigens ook een heel groot aandachtsgebied heeft (Sanderbout, Thienbunder, Ophoven en de Kollenberg) en een team van twaalf agenten die bij incidenten kunnen worden ingezet. Bijvoorbeeld voor snelheidscontroles en overlast van jongeren. Als het echt nodig is, kunnen alle mensen van de basiseenheid Sittard-Born, vier teams in totaal, te hulp worden groepen.
Toch is er niet altijd voldoende menskracht. ,,Het verloop onder wijkagenten is naar mijn mening het grote probleem.” De baan van wijkagent wordt gezien als een ’springplaats’, vertelt Bomer. ,,Dat heeft als gevolg dat er veel mutaties zijn. Mensen willen hogerop of overplaatsing.” Hij erkent dat dit uiteraard niet goed is voor de continuïteit van de dienstverlening; iedere nieuwe wijkagent moet zich weer inwerken, bekendmaken en contact leggen of opnieuw aanhalen.
Springplaats
Een oplossing zou kunnen zijn om contracten voor een langere tijd aan te gaan, oppert de wijkagent. ,,Ik vind het in elk geval heel leuk om te doen.” Maar nu, na een relatief lange periode van vijf jaar op deze post, overweegt ook hij om een sprong hogerop te maken, bekent hij.
Een ander probleem is de onderbezetting. Zo is zijn collega wijkagent al langere tijd ziek. Wel is er een collega toegevoegd aan de school ‘Trevianum’. ,,De laatste tijd zijn er veel zieken. Waar moeten we de capaciteit vandaan halen?” Zijn taakstelling is om twee dagen per week aan de wijk Limbrichterveld te besteden, maar dat wordt volgens de wijkagent door de ziektes niet altijd gehaald.
Daarnaast is het zo, dat de wijkagent ook binnen de ingeplande uren kan worden ingezet voor andere taken, bijvoorbeeld noodhulp. Binnen het politiekorps wordt het probleem slim opgelost, legt Bomer uit, door het reguliere surveilleren (’straatdienst’) dan maar (deels) te doen in de wijk waar men wijkagent is. Zo kan een wijkagent alsnog genoeg tijd aan zijn of haar wijk besteden en tegelijkertijd de andere taken naar behoren doen. ,,Dat kan wel eens krampachtig zijn, inderdaad.”
Forensenwijk
Binnen zijn aandachtsgebied besteedt hij ongeveer twintig procent van zijn tijd aan Hoogveld, veertig procent aan Limbrichterveld en veertig procent aan de scholen, schat Maikel Bomer. In Hoogveld, over het algemeen een rustige forensenwijk, gebeurt niet zo veel. ,,Maar dat ik hier geen bal te doen zou hebben, wil ik niet zeggen.”
Drie burenruzies op een jaar is veel, af en toe is er een klein clubje jongeren waar mensen zich aan storen. Verder is er sprake van verkeersoverlast bij de basisschool in verband met het halen en brengen van kinderen.
,,Al twee jaar praten we met alle betrokken partijen, die overigens ook heel welwillend zijn, over een kiss-and-ride-strook bij de school. Een plaats waar ouders kinderen afzetten en weer weggaan, zodat de verkeersproblematiek voor en na de lesuren afneemt. De gemeente heeft echter andere prioriteiten gesteld. Het heeft natuurlijk ook met geld te maken. Er is nu al wel een stel varkensruggen geplaatst, maar dat is niet ideaal.”
Een belangrijk punt heeft te maken met de scholen, die toch bijna de helft van zijn tijd opslokken. ,,Er komen nu grote verkeersmaatregelen in Limbrichterveld die ervoor moeten zorgen dat de jongeren niet meer allemaal door Hoogveld fietsen.” Maar de grootste problemen van de jongeren doen zich vooral voor in Limbrichterveld, met name bij het winkelcentrum daar. Er is sprake van bekladding en winkeldiefstallen.
,,En er zijn wel eens vechtpartijen tussen de leerlingen. Zo staan er bij Leeuwenborgh Opleidingen nog wel eens leerlingen van het Da Capo College voor de poort.” Die willen dan vechten, geeft hij aan. Via een spreekuur op de scholen en preventieve controles moeten de incidenten binnen de groep van tienduizend jongeren tot een minimum worden beperkt.
Het al zeker tien jaar oude verhaal, dat volgens Bomer vooral de ronde doet onder buurtbewoners en ouders, als zou op Leeuwenborgh Opleidingen en andere scholen in de wijk veel gedeald worden, verwijst hij naar het rijk der fabelen. ,,Dat is het grootste kierewiet verhaal dat er is.”
Tipgevers
,,Er is diverse malen onderzoek naar gedaan in samenwerking met maatschappelijke instanties. Natuurlijk wordt er wel eens gedeald, dat is overal. Maar er is geen structureel probleem waar acuut is aan gedaan moet worden. Bij Leeuwenborgh Opleidingen hebben ze laatst een controle gedaan met een drugshond en er is ook niets geconstateerd.”
Niet alleen voor dit soort onderzoekjes (’als ik in uniform bij die leerlingen kom, zeggen ze niks, en geef ze eens ongelijk’), maar voor veel meer zaken is de wijkagent in toenemende mate afhankelijk van buurtbewoners. ,,Dat zijn geen spionnen, maar mensen die mij mededelingen doen. Tipgevers. Die mensen weten veel meer, ze hebben betere ingangen dan ik. Het zijn mensen van verenigingen van eigenaren, huismeesters, mensen van wijkplatforms en gewone burgers. Hun bijdrage is heel waardevol.”
,,Vorige week hebben we in Limbricht een ’springer’ gehad gehad, een zelfdoding, op kerstavond nota bene. De vereniging van eigenaren van één van de flats heeft toen gezorgd voor een afzetting en geregeld dat niemand een blik kon werpen op die persoon. Dat was echt geweldig. Daar hebben ze later ook een mooi bloemetje voor gekregen.”
Ter aanvulling is de politie Limburg-Zuid nu bezig met onderzoek naar de mogelijkheden van politie-voluntairs, zoals die bijvoorbeeld in Roermond al een tijdje worden ingezet. Bomer: ,,We zijn nu bezig met de rekrutering, zodat ze stageplaatsen kunnen krijgen in de wijk. Hoe het precies wordt ingevuld is nog niet bekend. De belangrijkste vragen zijn: moeten ze uit de buurt komen, hoe moeten ze bereikbaar zijn (telefoon of portofoon) en moeten ze een uniform aan of niet. We verwachten daar heel veel van.”
Criminaliteitskaart
Maar ook de wijkagent zelf moet bereikbaar zijn, ondanks dat hij omgerekend maar drie uur en twaalf minuten per week voor Hoogveld heeft. Bij de redactie van het WijkKrantje komen regelmatig klachten hierover binnen. Is het niet een idee om vaker gebruik te maken van het WijkKrantje en bijvoorbeeld meer digitaal te communiceren, bijvoorbeeld via Twitter, zoals een wijkagent in Utrecht met succes doet? Of via Hyves?
Maikel Bomer: ,,De politie in Nederland heeft gekozen voor twee landelijke nummers om contact met de politie te krijgen, dus ook de wijkagent, zo kunnen ze de meldingen en aanvragen centraal beter reguleren, dus ik begrijp het ook wel. Maar voor mij is het niet altijd ideaal. En die stukjes in het WijkKrantje, dat kom ik niet altijd aan toe, eerlijk gezegd. Door beter samen te werken met maatschappelijke partners en tipgevers, kom ik als wijkagent toch aan de relevante informatie.”
De interactieve digitalisering verloopt voor het overige bij de politie niet zo snel, geeft Bomer aan. Hij legt als bewijs zijn mobiele telefoon op tafel: geen internet en geen camera. Terwijl dat heel handig zou zijn om snel zaken vast te leggen, erkent de brigadier. Wel wordt een initiatief voorbereidt om interactieve digitale interactie te bevorderen.
,, Er loopt nu een proef in de Randstad met kaarten op internet met hierop criminaliteitsgegevens waar bewoners kijken kijken wat er globaal in hun omgeving speelt. Daarbij wordt de medewerking van de burgers gevraagd. Afhankelijk van de resultaten daarvan, is het mogelijk dat dit ook in Limburg-Zuid word ingevoerd.”