Sera Beak in ‘Het Rode Boek’: slim, sexy en spiritueel

Een happiness handgranaat die ontploft in miljoenen kleuren. Die beelden uit tradities en religies stukslaat om tot de kern door te dringen. En dan ook nog eens heel vlot geschreven. Zo zou je ‘het Rode Boek’ van Sera Beak kunnen omschrijven (Kosmos, 2011).

Het aardige van dit boek over vrouwen en spiritualiteit, is dat het is geschreven door een gewone jonge vrouw, wars van poespas. Ze wil tot de kern doordringen, heeft tal van wegen geprobeerd, is daarbij ook tig keer op haar aantrekkelijke snuitje gegaan, en combineert uit diverse tradities wat haar bevalt. En wat werkt. Postmodern shoppen dus, iets dat heel goed past bij de westerse mens van vandaag.

Geschreven in de eenvoudige stijl van een glossy als Happinez, biedt het meer dan spiritualiteit als een nieuw stel mindfulness hakken, een lekker stukje spirituele chocolade of welke andere vorm van gemakzuchtige innerlijke decoratie dan ook. Sera Beak heeft namelijk inhoud dankzij haar studie vergelijkende godsdienstwetenschappen én doordat ze het niet heeft gelaten bij spiritueel pootjebaden, maar meerdere malen in het diepe is gedoken.

Voor mensen die al wat meer onder de zon hebben gezien en meegemaakt, biedt het boek niet veel nieuws. Het is vooral het totaaloverzicht en de aanstekelijke nuchterheid, de humor en haar persoonlijkheid die aanspreken. Ze schrijft als een vriendin die met je praat en tips geeft. Maar ook haar zwaktes en diepte- en hoogtepunten deelt. Ze is echt in haar zweven, zitten, vallen en opstaan. En dat is heerlijk verfrissend.

Sera Beak: ‘Ik ben een ware moderne devoot. Ik hou van mystiek en ‘The Matrix’, yoga en de White Stripes, meditatie en designerjeans. In termen van culturele dialecten ben ik meertalig. Ik spreek de taal van new age en Aveda-huidverzorging, oosterse filosofie en ‘Elle’, metafysica en Hitachi-vibrators. Ik hou van moderne kunst en dinertjes, lavendelchocolade en smerige martini’s, van dansen en zomaar ergen heen rijden en lekker chillen mijn mijn vriendinnen. Mijn spiritualiteit is echt, levend, actief, funky en fris.’

De Amerikaanse stoft spiritualiteit af en maakt haar sexy. Spiritualiteit moet ook cool zijn, vindt Sera Beak. Het moet swingen en zingen, schreeuwen, maar ook zwijgen. Soms. Het is in elk geval onderdeel van je dagelijks leven. En ja, seks heeft er ook mee te maken. Zo haalt ze Juliana van Norwich (1342-1416) en Theresia van Avila (1515-1582) aan, twee christelijke nonnen ‘die claimden persoonlijke de goddelijke sensualiteit en seksualiteit via hun lichaam te hebben ervaren, ervaringen die ertoe leidden dat velen binnen de Kerk aannamen dat ze God voor de duivel aanzagen (en o, wat zaten ze ernaast)’.

Een etage hoger was seks tot opkomst van de christelijke religie, rond tweehonderd van onze jaartelling, een heel normale zaak. Zo had Krishna, die vrolijke speelse god uit India, seks met talloze vrouwen en El, de oppergod van Kanaän (Israël, Palestina en delen van Libanon en Syrië) deed het honderden jaren met de godin Asherah. Zeus, om wat meer in de buurt te blijven, de Griekse grote baas, was getrouwd met Hera ‘maar hij werd door veel sterfelijke vrouwen verleid en als hij niet achter rokken aanzat, masturbeerde hij veelvuldig.’

Ook diverse grote goeroes waren niet vies van seks en dus van hun lichaam. Jezus, een verlichte meester, kuste zijn vermoedelijk favoriete discipel, de schijnbaar volledig ontwaakte Maria Magdalena regelmatig vol op de mond. Mogelijk had hij ook (tantrische) seks met haar. Dat zou zomaar kunnen. De historische boeddha, die Jezus voor ging, moest er overigens weer niets van hebben; vrouwen en seks.

Van Mohammed, de aardse man van de islam, wordt gesteld ‘dat hij met zijn vrouwen veel lichamelijke bevrediging en genegenheid kreeg’. ‘Verschillende Hadith, geschreven vertellingen van de uitspraken en praktijken van de profeet, stellen dat een orgasme krijgen eigenlijk het recht is van de vrouw en dat seksuele ontevredenheid een legitieme grond is om van een echtgenoot te scheiden’, schrijft Sera Beak.

‘Het Rode Boek’, oorspronkelijk uit 2006, biedt vrouwen een informatieve en creatieve leidraad om meer spiritualiteit in het dagelijks leven te vervlechten. Behalve over (tantrische) seks – maar een klein onderdeel - gaat het onder meer over diverse manieren om anders te bidden, het bedenken van eigen rituelen, heldere visualisaties, regels die soms overtreden moeten worden, de noodzaak om te blijven ‘kicken’, spiritueel masturberen en het voelen van de energie van anderen.

Het boek is vooral geschreven voor westerse, liberale vrouwen die hun eigen weg kunnen en durven gaan. In de aanvankelijke publiciteit werd Sera Beak voor deze doelgroep ‘vermerkt’ als een ’spirituele cowgirl’. Hierdoor kreeg ik eerlijk gezegd bij voorbaat al jeuk op onaangename plaatsen. Zo werd een publiciteitsfoto verspreid waarop ze een cowboyhoed draagt om deze term visueel te versterken. Ik dacht; ze ziet er lekker uit, zelfs met die hoed, maar heeft ze ook wat te melden?

Mijn vrees was onterecht. De schrijfster is slim, sexy en spiritueel. En integer. Zo kreeg ze na de publicatie van dit boek in 2006 - en de gecultiveerde hype die volgde - na verloop van tijd schijnbaar genoeg van de misbruikende marketing van ‘vrouwelijke spiritualiteit’ die haar aanvankelijk hielp, maar haar ook uitholde en verkocht als een pak spiritueel wasmiddel (’wast nu nog roder’). In haar volgende boek, dat over enkele maanden in de winkels moet liggen in het Engelse taalgebied, blikt ze terug op de roerige jaren na het verschijnen van haar eersteling.

‘Het Rode Boek’ is een aanrader voor vrouwen van twintig plus die voluit leven en het spirituele daarin een frisse en fruitige maar vooral een permanente plaats willen geven. Zonder zurige angsten of zouteloze praatjes, maar vurig, kruidig en scherp, zodat je weet dat je leeft en de tranen je soms in de ogen schieten. Bijvoorbeeld van het lachen.

Comments Off

admin op 6 November 2011 in Ongewoon & Anders, Religie & Spiritueel

Overzichtswerk: Mohammed in traditie woestijnvaders

De laatste twintig jaar wordt informatie over de diverse religieuze en spirituele stromingen wereldwijd in rap tempo voor de leek ontsloten. Het boek ‘Westerse esoterie en oosterse wijsheid – De esoterische traditie door de eeuwen heen’ (Ankh Hermes, 2010) is daarbij een bruikbare wegwijzer. Er valt veel in te ontdekken, bijvoorbeeld over Mohammed.

Bij de aankondiging van de publicatie werd inzicht in de samenhang tussen de belangrijkste religieuze stromingen, personen en onderwerpen beloofd. Ik verwachtte dan ook een doorwrochte en goed leesbare analyse waarin diverse lijnen op ingenieuze wijze verbonden zijn. Een boek dat de verschillende losse draadjes weeft tot een fraai wandkleed met op elkaar ingrijpende patronen van menselijke ervaringen met elkaar en met het hogere.

Die hooggespannen verwachting kwam niet helemaal uit. Het is meer een lappendeken geworden, een soort encyclopedie met overigens heel interessante bijdragen. Bij nader inzien ook niet zo vreemd. Als je erover nadenkt, hadden de schrijvers twee opties: een subjectief, geïntegreerd en heel uitdagend boek schrijven voor een geschoold publiek of een boek maken voor een doelgroep van leken met meer objectiviteit, minder diepgang en een veel hogere verkoopbaarheid. Dit boek neigt naar de tweede variant.

Afbakening in tijd, ruimte of thema is cruciaal bij het schrijven van een overzichtswerk als dit. Nu is gekozen voor alles dat invloed heeft gehad op westerse esoterie via rede, geloof en gnosis. De selectiecriteria zijn echter niet duidelijk omschreven.

Zo is er (vrijwel) geen aandacht voor het Germaanse geloof dat boven de rivieren lange tijd van grote invloed is geweest, net zo min als voor het Romeinse volksgeloof dat met name in Zuid-Nederland werd gepraktiseerd (wel wordt aandacht besteed aan de invloed van de Kelten). Dat is jammer, mede gezien de diverse archeologische bewijzen die het schijnbare belang ervan aantonen.

De gekozen indeling, op basis van de drie-eenheid rede, geloof en gnosis, is lineair historisch uitgewerkt. Beginnend met de oudste bronnen van onze beschaving, Egypte en Mesopotamië, wordt per hoofdstuk toegewerkt naar de huidige tijd. Tijdens die reis worden vooral in de eerste helft van het boek veel verbanden gelegd met het verleden. Sommige bijdragen lijken echter grotendeels op zichzelf te staan, al komt een deel van de informatie in de hoofdstukken over onze tijd weer terug.

De meeste bijdragen geven blijk van grote geleerdheid. Ze bieden soms interessante aanvullende stukjes informatie, als verborgen juweeltjes in een voor het overige redelijk bekend verhaal. Zoals van de schrijvers Jacob Slavenburg en John van Schaik verwacht kon worden, durven ze, met name als het gaat om christelijke onderwerpen, af te wijken van de recht-op-en-neer theologie zodat een meer evenwichtig beeld van tal van onderwerpen en personen wordt geschetst.

Een blik op het boek

Eén onderwerp wil ik er uitlichten en dat is het hoofdstuk over Mohammed en de islam. Mohammed wordt door de schrijvers als een mysticus beschouwd, in elk geval tot hij oorlog gaat voeren in 622. Met hun bijdrage over hem willen de schrijvers het heersende beeld van Mohammed bijstellen, wat dat ook moge zijn. Dit levert diverse interessante gegevens op, die nieuw zullen zijn voor veel niet-moslims. Met name zijn relatie met (vertegenwoordigers van) het christendom.

Zo blijkt dat de leraar van de islam ooit als profeet is aangewezen en is ingewijd door een christelijke monnik, Bahira, en dat hij in zijn jonge jaren regelmatig in een grot (Hira) mediteerde net als de christelijke kluizenaars van die tijd (de woestijnvaders). Mohammed erkende ook pas de authenticiteit van zijn openbaringen toen hij hiervan de bevestiging kreeg van de christelijke oom Waraqah van zijn eerste vrouw Khadhija dat deze passen in de traditie over Mozes.

Wat gebeurt er? Mohammed krijgt na drie jaar mediteren, hij is rond de veertig, een inzicht. Een visioen. Hij ziet - in mijn beleving - een fraai gekalligrafeerde tekst op een stuk perkament. De tekst in zwarte letters is in een hem onbekende taal. Hij herkent zelfs de sierlijke tekens niet. Misschien hoort hij ook een zware mannenstem die de tekst opleest. Het verwart hem als hij weer bij zijn positieven komt. Wat moet hij ermee?

De stem is van een engel, aldus de islamitische geschriften, en die engel zegt dat hij moet lezen. Mohammed reageert wanhopig dat hij het niet kan lezen. In zijn eerste biografie, een eeuw na zijn dood geschreven en bekend van een versie van rond 800, wordt gezegd dat de engel hem drie keer vastpakt en zegt:

‘Lees! In de naam van jouw Heer, Die jou heeft geschapen. Hij heeft de mens geschapen van een bloedklomp. Lees! En jou Heer is de meest Edele. Degene die onderwezen heeft met de pen. Hij heeft de mens onderwezen wat hij niet wist.’

Deze openbaring heeft overigens ook een keerzijde, weet Waraqah: ‘Dit is precies wat Mozes ook is overkomen. (…) Elke man die dit krijgt wordt vijandig behandeld’ (en eventueel zelfs het land uitgezet).  Dat gebeurt later inderdaad, ook met zijn aanhangers, en een en ander leidt tot zijn eerste (bekerings)oorlog.

Onder christenen wordt Mohammed na zijn veroveringen enerzijds toegejuicht, (vanwege de herkenning van de christelijke elementen in zijn leer?), anderzijds - en dat verwijst naar die vijandigheid - als een valse profeet gezien (als Jezus, op wie (later?), net als bij Mohammed, oud-testamentische (joodse) teksten worden betrokken om hem te legitimeren).

Mogelijk heeft de opmerking van de christelijke Waraqah Mohammed uiteindelijk doen besluiten om zijn nieuwe geloof dan maar met geweld aan anderen op te leggen. Wie is hij om tegen de heilige geschriften en tradities in te gaan, zeker als het is voorzien? Een joodse legitimatie van de eerste gewelddadige islamitische expansie waarbij de pen werd ingeruild voor het zwaard?

Mohammed een christen

De paragraaf over christelijke stromingen in de Arabische wereld uit de tijd van Mohammed en daarvoor, de parallellen met de woestijnvaders en de magische bijbelse leeftijd van veertig waarop hij zijn grote visioen had; dit alles maakt het mijns inziens mogelijk om nog een stap verder te gaan. Het lijkt niet onwaarschijnlijk dat Mohammed is voortgekomen uit een christelijke beweging als de Monofysieten / Nestorianen.

Naspeuringen op internet wijzen erop dat dit idee, Mohammed als ex-christen, niet nieuw en ook niet zo vreemd is; het één volgt altijd uit het ander en profeten komen doorgaans niet uit de lucht vallen (behalve dan in mythologische vertellingen). In het boek van Slavenburg en Van Schaik wordt deze conclusie niet getrokken, het gaat hier en in het vervolg van deze tekst om speculaties van mijn kant.

Mohammed voorspelde de ‘antichrist’ (Dajjal, door latere islamitische commentatoren omgetoverd in een kleine, dikke, krombenige, dichtbehaarde, eenogige misleider en wonderdoener met vooral aanhangers onder joden en vrouwen). Iemand die is opgegroeid is met inheemse ‘heidense’ overtuigingen - dit wordt meestal over de achtergrond van Mohammed geschreven -  zou zich vermoedelijk over Jezus de Christus niet zo druk maken.

Mohammed doet dat wel. De antichrist is volgens Mohammed iemand die Jezus boven god plaatst en verkondigt dat de kruisdood van Jezus de wereld heeft verlost. Misschien reageerde Mohammed hiermee wel op de paus of een andere (kerkelijke of wereldlijke) heerser uit zijn tijd (mede om zo acceptatie van zijn geloof makkelijker te maken?)? Vaak komen tegenbewegingen op in reactie op bijvoorbeeld verstarring, corruptie en machtsmisbruik binnen de dominante groep.

Verder is opvallend dat de jood Jezus volgens Mohammed bij zijn wederkomst van team is gewisseld en dan uitkomt voor de islam. Jezus zal de islamitische wetgeving overnemen, de Sharia, en de antichrist doden. En niet te vergeten alle andere christenen, behalve die in Jezus geloven (maar god bovenaan de Jakobsladder plaatsen) - een nogal ingewikkeld verhaal dat de complexiteit van zijn verhouding met het christendom lijkt te bevestigen.

Jezus lijkt dus dus bij zijn wederkomst niet op zijn eerste incarnatie, zoals wij die kennen, maar veel meer op de gewelddadige Mohammed uit de tweede helft van diens leven, na het cruciale (bijbelse) breekpunt van rond de veertig jaar. Mohammed schrijft zo schijnbaar via zijn eigen persoon de geschiedenis en de toekomst naar zich toe; de islam is in zijn lineaire visie beter dan het christendom.

Het lijkt of de profeet daarbij wilde teruggrijpen op het jodendom, met name op de verhalen over Mozes. (Even verder speculerend). Er zijn diverse overeenkomsten tussen beide mannen. Ook Mozes schroomde bijvoorbeeld niet om oorlog te voeren tegen andersgelovige tegenstanders. Zo werden de Midianieten onder aanvoering van deze joodse profeet praktisch uitgeroeid.

Jezus’ wederkomst vindt volgens Mohammed plaats op de berg Sinaï. Ook hier vinden we een verband met Mozes (en het joods-christelijke gedachtegoed). Mozes had op die plek (ook al rond z’n veertigste) zijn beroemde brandende braambos-visioen (de struik brandde maar verteerde niet; het innerlijk vuur in zijn levensboom werd ontstoken).

Vlakbij de (vermoedelijke) locatie waar dat gebeurde is een krachtplaats waar sinds zestienhonderd jaar in een klooster waardevolle (vroeg-christelijke) teksten worden bewaard. Ook in de tijd van Mohammed.

De berg Sinaï lijkt dus een logische plek voor Mohammed, de profeet van de god van het schrift, om Jezus te laten terugkeren. Midden in zijn (Egyptisch-joods-christelijke) traditie van profeten, pennen en zwaarden én in verbondenheid met Mohammed zijn grote voorbeeld Mozes.

Comments Off

admin op 7 March 2011 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel

Het hitlerdom als Arische anti-kerk

Hitler is geen mythe, hij was een man van vlees en bloed over wie steeds meer bekend wordt. Een aanvankelijke outsider en mislukkeling die de kracht van religie als geen ander begreep en zijn variant daarvan - een magisch nationaal-socialisme met zichzelf als messias van een heuse anti-kerk – modelleerde op basis van het theater van Wagner en aan elkaar geknoopte mythologische verhalen over een fictief en superieur Germaans verleden van trotse Ariërs die de door de Grote Oorlog vernederde Duitsers kon verbinden en mobiliseren.

De mystieke kant van zijn karakter compenseerde Hitler extern door een gewetenloze hardheid en rigiditeit, en een geslepen opportunisme, allemaal met als doel een soort nieuwe verlosser te worden - in tegenstelling met Jezus nu gelijk compleet met een eigen religie - waar nog duizenden jaren inspiratie uit kon worden geput. Een Arische profeet, die bewust het pad van de politiek koos tijdens zijn Paulinistische openbaringsmoment van inzicht gedurende een vermoedelijk psychosomatische blindheid in de Eerste Wereldoorlog.

Een studie die het gehele plaatje rondom Hitler op micro- en macroniveau op magistrale wijze blootlegt, is ‘Hitlers Religie’ van Michael Hesemann (Aspekt, 2007). Het vlot geschreven boek is een aanrader voor iedereen die meer wil weten over de religieuze facetten van politiek populisme en de politiek van religie.

Hesemann toont aan dat Hitlers wereldvisie geen afgeleide was van het reguliere christendom, maar gebaseerd is op de oplevende belangstelling in de negentiende eeuw voor de vroege, ketterse gnostiek, die de wereld verwikkeld zag in een kosmische strijd tussen goed en kwaad, licht en duisternis, een strijd die ook in het wereldlijke domein moest worden uitgevochten.

In die gnostische visie ziet hij ook de basis voor Hitlers racisme en de haat tegen joden en tegen de katholieke kerk. Dat laatste werkt de schrijver heel overtuigend uit. In dat verband merkt Hesemann onder meer op dat antisemitisme in de kerk overigens wel degelijk voorkwam, en al heel vroeg. Zo blijkt de bekende kerkhervormer Martin Luther aantoonbaar een antisemiet te zijn geweest.

In de gnostische visie die Hitler aanhing, in essentie gebaseerd op de leer van Zoroaster, is de heer van deze wereld niet de hoogste god, maar een lager in de pikorde staande scheppergod die onterecht door de christenen voor de ware god wordt aangezien. De christengod, zo vond Hitler in lijn met Nietzsche, was een voorstander van liefde, in scherp contrast met de god van het Oude Testament, en dat zorgde voor verwekelijking van de Duitser, verraad aan zijn volksaard, die in het bloed lag verankerd.

Beter was het, om voorbij te gaan aan dergelijke lage sentimenten en met kracht en hardheid en zonder gevoel de natuurlijke orde van de mensenwereld te herstellen (uiteraard met de vermeende nakomelingen van de ooit in India zo succesvolle immigranten de Ariërs aan het bewind). Hiervoor ontwikkelde hij, in samenspraak en op basis van het (voor)werk van anderen, niets minder dan een eigen religie.

In zijn zoektocht naar verklaringen, waarschijnlijk mede in reactie op zijn aanvankelijke academische en economische mislukking, zo werd Hitler keer op keer afgewezen op de kunstacademie en leidde hij een tijd lang een armoedig bestaan, vond hij steun bij esoterische clubjes, waarin onder anderen Blavatski werd gelezen, en nieuwe riddergenootschappen. Daarbinnen kon hij zijn schijnbare minderwaardigheidscomplex omzetten naar een superioriteitsgevoel en groeide een zelfbeeld van uitverkoren verlosser en toekomstig leider van een nieuwe wereldorde, conform de ‘natuurlijke’ verhoudingen. Deze kringen buiten het gezichtsveld van de velen, vormden het werkelijke hart van het latere hitlergeloof.

Hitler ervoer aan den lijve de Oostenrijkse angst om de macht in het land af te staan aan de nieuwe buitenlanders binnen de landsgrenzen en richtte zijn angst-haat complex in dezen, zoals bekend, vooral op de joden. Hij rechtvaardigde dit vanuit zijn gnostische wereldbeeld, waarin de joden en de christenen, in contrast met de moslims, de volgelingen van de profeet-strijder Mohammed, die hem meer aansprak, het ware geloof zouden hebben verraden. Dat was overigens ook de reden voor de inval in Polen, aldus Hesemann; daar bevonden zich veel meer joden dan in Duitsland. Met deze inval, en later met de vernietigingskampen, kon het ‘jodenprobleem’ pas goed worden ‘opgelost’.

Het antisemitisme, gericht op het ‘ras’, de religie en de joden als sociale groep, was een belangrijk onderdeel van Hitlers religie. De katholieke kerk – Jezus werd door velen in Hitlers kringen gezien als een Duitser; hij kon volgens de Ariosofen niet een jood zijn geweest - was het volgende en laatste te nemen bolwerk in de strijd van het zich ontwikkelende hitlergeloof. (Het communisme, het andere grote gevaar, zou tussentijds worden aangepakt. Dit resulteerde zoals bekend in de rampzalig verlopen expansie oostwaarts; het begin van het einde van het Derde Rijk.)

De vernietiging van de kerk, door aanvankelijk met de mond de leer van de kerk te belijden en ondertussen verdeeldheid te zaaien en zo de protestanten vrij gemakkelijk en massaal voor zich te winnen, was de laatste fase in de door Hitlers zieners gedachte eindstrijd waaruit het nieuwe Duitse ‘ras’ als overwinnaar uit de bus zou komen. Om argumenten voor zijn syncretistische visie te vinden, werden voor en gedurende de oorlog tijd nog moeite gespaard. Zo werden op soms krampachtige wijze - de Führer had altijd gelijk en moest dus altijd gelijk krijgen - massaal de meest wilde pseudowetenschappelijke ideeën omarmd, als het idee dat oer-ijs het verbindende element is in het heelal.

Het boek van Hesemann is te omvangrijk om hier recht te doen. Uit dit toekomstige standaardwerk komt een haarscherp beeld naar voren van een man die zichzelf verblindde en op grond van een esoterisch, romantisch geloof, in contrast met de moderniteit, en voor de buitenwereld vertaald naar een politieke religie, de wereld wilde veranderen en het jodendom en christendom wilde wegvagen van het aardoppervlak. In plaats daarvan zou na de eindstrijd een nieuw gouden tijdperk aanbreken, het tijdperk van, in mijn woorden, het hitlerdom. Met Hitler als de grote profeet die, na de catharsis, het ware geloof op aarde had teruggebracht. Gelukkig is die wereldorde ons bespaard gebleven.

Comments Off

admin op 28 April 2009 in Boek & Meer, Politiek & Media, Religie & Spiritueel

Lekker knuffelen met Mohammed de Beer

Een Britse lerares in Soedan is onlangs veroordeeld tot 15 dagen cel omdat ze een knuffelbeer in haar klasje Mohammed liet noemen. De kinderen hadden over de naam gestemd. Nu was er lang geleden een bijzondere man die ook zo heette. Hij stichtte het moslimgeloof en vanwege het mogelijke verband is de lerares bestraft. Hoe kan dat? De helft van de mannen in Soedan heet waarschijnlijk Mohammed of een afgeleide daarvan. En die zijn waarschijnlijk minder onschuldig dan dit beertje (waarvan sindsdien overigens niets meer is vernomen).

Het heeft te maken met respect. Je mag Mohammed (zelf een tekstdenker en geen beelddenker volgens de Hadith) daarom ook niet afbeelden – dat heeft lang geleden prachtige abstracte kunst en architectuur opgeleverd – al komt het sporadisch wel eens voor. Denk aan de omstreden Deense cartoons van westerlingen, maar ook moslims hebben het gedaan. Klik bijvoorbeeld hier voor het oudste plaatje van de profeet.

Niet zo vreemd deze vorm van respect betuigen, ook voor christenen. Was Mohammed in alle opzichten een man van de wereld - compleet met een groepje echtgenotes waar hij vermoedelijk niet alleen schaak mee speelde of mediteerde - Jezus is vooral bekend als De Zoon van God (ondanks dat hij regelmatig aanlag met de rijken, wel eens een wijntje dronk en ook met hoeren en gedetacheerde medewerkers van de belastingdienst omging). Een lachende Jezus (hij zal toch niemand hebben uitgelachen?) of Jezus die zijn geliefde Maria-Magadalena vol op de mond zoent, dat idee is voor veel christenen nog steeds wennen.

Terug naar het beertje. Het allemaal een kwestie van angst, denk ik (op z’n Duits uitspreken). Want als je als kind je ongekunstelde liefde betoont aan Mohammed, kon dat wel eens het respect voor de profeet in de weg staan. Die angst is niet nodig. Ik verwacht dat het tegenovergestelde zal gebeuren: het werkt heel positief. Angst is een slechte raadgever.

Mijn visioen: laten we allemaal de knuffelberen van onze kinderen noemen naar grote leiders. In de VS is het gebruikelijk om kinderen te noemen naar presidenten, maar dat bedoel ik niet. Ik heb het over echt grote mensen, die op ethisch en spiritueel gebied wezenlijke bijdragen hebben geleverd.

Om de knuffelkracht nog verder te versterken, wil ik de volgende aanbeveling doen: Het is goed voor de verdraagzaamheid als een christelijk gezin de knuffelbeer Mohammed noemt of Ali – naar de neef van de profeet. Een hindoe kiest voor Boeddha et cetera. Het christelijke ‘heb uw vijanden lief’, was nog nooit zo gemakkelijk. (U kunt ook ‘naasten’ lezen voor ‘vijanden’, als u de mensheid dan maar als één geheel ziet.)

Mahatma Gandhi oordeelde eens - ik kan de geloven per ongeluk omdraaien, maar het punt is duidelijk – dat een moslim, die een hindoe-kind had doodgeslagen in religieus-ethnische woede-uitbarsting, een hindoe-kind als zoon moest accepteren en opvoeden. Voorwaar, man met diepe wijsheid. Een man, geen God en geen profeet.

Kinderen groeien in mijn toekomst op met een warm plekje in hun hart voor Mohammed, Gautama Boeddha, Jezus en/of Krishna, om maar eens een paar te noemen. (Graag de naam kiezen van de religie of overtuiging die het verst van die van de ouders en de omgeving staat.) Hun liefste gaat overal mee naar toe, naar school, naar de grootouders en natuurlijk ook mee naar bed. In bed met Mohammed -the movie.

Natuurlijk moet die kinderen wel worden uitgelegd dat de beer niet de persoon is. Het zijn per slot van rekening kinderen. Als we in een kerk even buigen voor een Jezus- of Maria-beeld, of in een tempel voor een Boeddhabeeld, is dat ook niet voor de klei of het hout, maar voor wat het vertegenwoordigt.

Nu ik er nog eens over nadenk, Mohammed was niet zo’n gezellige jongen, dus wil je die eigenlijk wel als role model voor je kinderen? Hij was een handelaar en een machthebber en op een gegeven moment overviel hij ook karavanen… (Lees hier over het ontstaan van de islam). Wacht eens even: bij nader inzien: misschien juist wel. En juist in Nederland.

Het klinkt allemaal heel erg als onze Gouden Eeuw; groot worden door te handelen, de baas willen zijn in een groot deel van de wereld, schepen overvallen van tegenstanders et cetera. Ook qua geloof. De moslims zijn voor de christenen wat de protestanten (die de Gouden Eeuw in gang hebben gezet, denk aan de Weberthese) voor de katholieke kerk zijn (als de christenen voor de joden en de joden/gevluchte priesters van Echnaton voor de Egyptische religie en, om maar eens een andere dwarsstraat te noemen: zen binnen het boeddhisme).

Anyway, knuffelen met een beer is goed voor kinderen. Ook al heet hij Piet of Klaas of Truus. Je kunt er trauma’s beter mee verwerken, ontdekten ze bij de brandweer in de VS. En knuffelen is keigaaf. Het is ook al zo oud als de mensheid. En nog steeds geweldig, al is het in de VS op sommige plaatsen verboden. Er is ook een leuk filmpje over huggen op YouTube: een hippie-achtige actie om iedereen te omhelzen. Er is op YouTube ook een ludieke handleiding te vinden om als heteromannen onderling te huggen.

Terug naar Mohammed de Beer. Om kort te zijn: stop met bearhugging (elkaar als gelovigen om politieke redenen tegen de grond worstelen), laten we beginnen met het huggen van de beer. De beer als de Ander. Er is al een site voor berenknuffelaars en een speciale dag. Nu nog een aankomend profeet vinden die deze woorden ingefluisterd krijgt van De Grote Baas, zoals een oma van mij altijd zei. De Grote Berenbaas.

Comments Off

admin op 3 December 2007 in Religie & Spiritueel