Jezus zei: ‘Beter voor hem als hij van een flat wordt geduwd’

Het Jezus-verhaal wordt op veel manieren verteld en uiteraard ook geparodieerd. Zo zijn er strips waarin een pittige Jezus de strijd aangaat met zombies, actiehelden en Zeus. Een mooie titel is bijvoorbeeld ‘Manga Messiah’, met als onderkop: ‘Has he come to save the world… or destroy it?’ Onlangs verscheen het Jezus-verhaal in straattaal. Geen parodie, maar een poging om jongeren op straat in hun taal aan te spreken. Het Evangelie van Mattheüs werd hiervoor omgeschreven tot ‘De torrie van Mattie’ (Ark Media, 2011).

De doelgroep voor dit bekeringsboekje, nu al in de tweede druk, bestaat uit jongeren die waarschijnlijk niets van de bijbel weten. Laat staan van de interpretaties, de historische totstandkoming en de culturele en religieuze contexten waarin de verhalen zouden moeten worden gelezen. Daarom gebruikt schrijver Daniel de Wolf, kerkleider in Rotterdam en voormalig Youth For Christ-jongerenwerker, begrijpelijkerwijs de basale variant van het Jezus-verhaal.

Het eerste dat opvalt als je de ‘torrie’ leest, is dat de hoofdpersoon geen straatnaam heeft. Hij heet Jezus ‘a.k.a. Christus’ of ‘Immanuel’, hoewel een naam als ‘JC’ of ‘Dr. J.’ of iets dergelijk ook had gekund; hij was een healer, een soort witch doctor en geleerd genoeg om ander soort doctor te zijn. Johannes de Doper wordt bijvoorbeeld ‘JohnnyBoy (hij was overigens geen hosselaar en ook niet dope, maar zou als eerste de New World Order hebben gepreekt), Petrus heet op straat ‘The Rock’ en Andreas is in zijn hood beter bekend als ‘Dre-C’.

Waarom Jezus dan niet een coole naam gegeven? Mogelijk was het angst, respect of een combinatie daarvan. Als je goed leest, komt deze terughoudendheid op meerdere plaatsen in het boekje aan de oppervlakte. Zo is in diverse toelichtingen te veel vastgehouden aan het nette Nederlands en soms staat er zelfs regelrecht bijbeljargon. Terwijl ‘De Torrie’ eigentijds is vormgegeven, een beetje als een VMBO-lesboek, compleet met kadertjes voor verdieping, gekleurde letters en grote grafisch verwerkte citaten.

De schrijver en de uitgever hebben waarschijnlijk gedacht: hoe kunnen we met een beperkte woordenschat, nul voorkennis en een gemiddeld leesniveau de complexiteit van het Jezus-verhaal benaderen en er toch een doeltreffend boekje van maken? Het resultaat was ogenschijnlijk een compromis. Ik had liever een meer ‘revolutionaire’ keuze gezien; het roer van de vissersboot in één keer om; alles vertalen naar straattaal en ja, ook de typische christelijke toverwoorden door de shredder halen, allemaal voor meer succes met (nog) minder nuance. Verdieping is altijd mogelijk.

Toch respect voor de schrijver en zijn elf jonge meelezers, want er valt ook nu veel te genieten. Zo zien we Jezus in de woestijn battlen met de Duivel. Satan houdt hem een heel aantrekkelijk beeld voor, volgens mij de ultieme rappersdroom: zwemmen in geld, goud, dag en nacht omringd door lekkere bitches [die heb ik erbij verzonnen omdat het goed in het plaatje past], rijdend in grote auto’s en wonend in een kast van een huis. Maar Jezus kiest daar niet voor, dist zo de Duivel tijdens zijn veertig dagen durende meditatie en wint dus deze strijd.

De Speech op de Berg is ook prachtig. Een citaat: ‘Zo zei Jezus: “Gelukkig ben je als je een skirre mind hebt: als je weet dat je niet zo veel voorstelt, als je geen bigi fasi hebt voor God. Gelukkig ben je, wanneer je weet van jezelf: hey, ik ben fokop.”’ In mijn vertaling: een fuck up.

Jezus geeft aan dat we niet moeten leven naar de wetten van de straat. Die wetten zijn simpel: ‘Wie slim is en corrupt, komt ver. No time for losers. Wie doekoe heeft, heeft vrienden. En dan ben je gelukkig, fok de rest.’ (…) Dat zijn [ook] de wetten van corrupte politici en zakenmensen. Ze hebben gewoon skitta.’ Jezus heeft geen schijt. Van hem moet je een soort hippie worden die rekening houdt met anderen, eerlijk is en positief blijft. Dat is tough, maar dat is volgens Jezus wel de real shit: ‘(…) Ik zeg jullie: houd van je vijanden en bid voor je haters.’

Maar pas op, hij is ook street wise. Zo zegt de Jezus van Daniel de Wolf verderop: ‘Wie één van de kleine mensen die in Mij geloven van de goede weg afbrengt, hombu, het is beter voor hem als hij van een flat geduwd zou worden.’ In de ‘Explanation’ box staat als uitleg van deze gangsterpraat: ‘Jezus bedoelt dat niet letterlijk. Hij is juist tegen geweld en voor het liefhebben van je vijanden. Hij maakt alleen duidelijk dat zo’n persoon een serieus probleem heeft met God.’ En Jezus kan het weten: ‘Jezus is God die Mens werd. (…) Eet zijn woorden en check zijn daden!’

Delen van de torrie zijn ook als mp3 te beluisteren. Bijvoorbeeld het verhaal hoe Herodes de Grote geflasht wordt.

Comments Off

admin op 23 November 2011 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel

De wonderbaarlijke geschiedenis van Vrijdag

Ik heb yoga nooit goed begrepen. In mijn studententijd oefende ik asana’s uit een herdrukt boekje uit de jaren zestig. Hetzelfde heldere boekje waarvan mijn vader ooit het origineel gebruikte. Het ging niet slecht, maar ik miste het overzicht. En het inzicht misschien. En begeleiding. Las was ik kon vinden, ook over de diverse vormen van yoga, zoals jnana yoga (dat mij toen erg aansprak), en bestudeerde zelfs Patanjali. Het mocht niet veel baten.

Als ik later iets van yoga zag, bleek het bijna altijd veredelde gymnastiek voor senioren, zwangeren en kinderen. Met een beetje meditatie en, recentelijk, wat beweging om het aantrekkelijker te maken. Ik haakte geleidelijk af. Wilde meer dan een gezond lichaam. De diepte in. Een boek als ‘Over de werking van Yoga – Een verhaal van wijsheid’ van Geshe Michael Roach en Christie McNally bestond toen helaas nog niet (Uitgeverij Petiet, 2010, 22,5 euro).

Het verhaal van deze educatieve vertelling begint wat houterig; ‘Derde week van februari, Jaar van de Ijzeren Slang (1101 na Christus). Plaats van handeling: een van die vele stoffige Indiase stadjes’. Maar na een paar pagina’s komt er vaart in, vergeet je de anachronismen en val je voor de avonturen van Vrijdag, haar hondje Leef-Lang, de Kapitein en de andere hoofdpersonen.

Vrijdag is een Tibetaans meisje dat met haar hondje vanuit haar thuisland op weg is naar Varanasi. Bij een grenspost wordt ze aangehouden op verdenking van diefstal. Ze heeft een handgeschreven versie bij zich van ‘Het korte boek’ van de meester, gekregen van haar leraar, Katrin. Zo jong en zonder man op pad en dan ook nog zo gestudeerd zijn? Dat kan niet. Ze moet het boek wel hebben gestolen. En dus gaat ze de cel in bij de Kapitein en zijn mannen.

Vrijdag gaat de Kapitein yoga leren. Dit duo volgen we in hun dagelijkse lessen, waarbij vooral de diepere betekenis van yoga aan bod komt. Maar zonder dat het vervelend en belerend wordt. Sterker nog, je wordt als het ware verleid tot de denk- en belevingswereld die schuilgaat achter de ‘gymnastiek’ (hatha yoga) die velen vaak met yoga in verband brengen. Een wereld met meerdere dimensies en waar in de hemelse toestand ook engelen voorkomen.

Zonder onuitspreekbare (Sanskriet) begrippen krijgen we in dit speelse verhaal uitleg over het zon- en het maankanaal, respectievelijk rechts en links van het middenkanaal dat langs de ruggengraat loopt. Door het zonnekanaal gaan gedachten over ervaringen en door het maankanaal gedachten over het denken (over ervaringen). Door het middenkanaal gaan begripvolle gedachten over bijvoorbeeld zuiverheid, goedheid, vrede en wijsheid.

Onder meer door lichaamsoefeningen kan worden gezorgd dat het middenkanaal meer wordt geactiveerd ten kosten van het zon- en maan-kanaal. Zo bevorderen oefeningen goede gedachten of winden (en lichamelijk herstel). Een andere methode is van binnenuit, door visualisatie gericht op het helpen van de ander (nemen en geven). Dat werkt bijvoorbeeld door de pijn van een ander op te nemen en zo het eigen egoïsme te laten verdwijnen als het tenminste gebeurt vanuit onbaatzuchtig mededogen. Op de bamboe slaan of hem van binnenuit schoonmaken, heet dat heel simpel.

De problemen beginnen met de slechte zaadjes (gedachtekrachten) die steeds worden geplant en vervolgens geactiveerd door gebeurtenissen (in ons), als we niet oplettend zijn. Maar let op: dingen zijn niet zichzelf, hun aard en functie wordt door ons bepaald. Het activeren van negativiteit gebeurt via negatieve zaadjes die eerder in onszelf zijn geplant. Gebeurtenissen die zorgen voor negatieve zaadjes zijn begeerte, haat of ‘duistere onwetendheid’. Vaak gebaseerd op domme voorkeuren, domme afkeuren en onbegrip van de werking daarvan.

Het is daarom zaak, zo leert Vrijdag in navolging van Patanjali, om de goede zaadjes bij te houden door te tuinieren, anderen geen schade te berokkenen en anderen ervan te weerhouden om negatieve dingen te doen. Dat laatste moet met liefdevolle vriendelijkheid om te voorkomen dat een ander zijn negatieve gedachtenzaadjes weer laat groeien. Bij jezelf plant je zo goede zaadjes. De oogst van de goede zaadjes, bijvoorbeeld een gezond lichaam door hatha yoga, moet je benutten zodat anderen een vergelijkbare oogst kunnen ervaren. Daardoor worden de oogsten steeds beter en verander je langzaam in een lichtwezen.

U merkt, dit boek vind ik geweldig. Het liefst zou ik pagina’s lang aanhalen, vooral omdat het bovenstaande geen recht doet aan de heldere en eenvoudige schrijfstijl en de concrete en voor iedereen begrijpelijke voorbeelden. Het boek van Roach en McNally is een beetje vergelijkbaar met ‘De Celestijnse Belofte’ en nog meer met het qua inhoud meer verdiepende en ook beter geschreven boek ‘De wereld van Sofie‘. Het is gebaseerd op de yogasoetra’s van Patanjali en maakt deze begrijpelijk voor iedereen aan de hand van een heerlijke vertelling.

Waar de twee genoemde boeken een doorslaand succes waren, vrees ik voor het succes van ‘Over de werking van Yoga’. Het boek heeft namelijk helemaal de verkeerde titel. En dat is ongelooflijk jammer. Want dit boek zou gelezen kunnen worden door iedereen, zeg vanaf twaalf jaar, met interesse in yoga. Maar ook door middelbare scholieren die zich bezighouden met levensbeschouwing of niet-westerse filosofie.

Het boek zou kunnen heten: ‘De wonderbaarlijke geschiedenis van Vrijdag – Een inspirerende yogavertelling gebaseerd op de leringen van Patanjali’. Of ‘ Waarom de koe de pen niet opat – Een verrukkelijk verhaal over de essentie van yoga’. Het maakt niet zoveel uit, als het maar prikkelt.

Als Jostein Gaardner zijn boek ‘Over de achtergronden van de westerse filosofie’ had genoemd, had waarschijnlijk niemand het gelezen. Nu kent iedereen ‘De wereld van Sofie’. Hetzelfde geldt voor het boek van James Redfield. ‘Over de energetische uitwisseling tussen mensen’ had ook niet gezorgd voor rijen bij de kassa. En waren er ook niet zoveel mensen een beetje door geholpen, zoals met ‘Over de werking van Yoga’ nog veel meer het geval zou kunnen zijn. Want dat is waar het uiteindelijk om draait bij yoga, aldus Vrijdag: ‘Het grootste wonder van dit alles is dat ieder van ons de enige redder moet worden van iedere wereld die er maar bestaat’.

Comments Off

admin op 19 August 2010 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel

Kundalini, de gevaren van niet-aarden

Vaak zijn we onbewust van de energieën die ons persoonlijke elektriciteitssysteem laten werken. Wanneer de kundalini wordt gewekt, is dat het begin van een proces met als hoogtepunt verlichting.

Voor mij was dat een immens wit zonlicht dat opkwam en langs de binnenkant van mijn schedeldak naar voren schoof, als een opgerichte cobra. Althans, ik breng die ervaring, die ik jaren geleden in India had, in verband met de term verlichting. Waarschijnlijk ervoer ik een soort lokale verlichting vanuit het kruinchakra. Van een vriend, die hierin veel verder is, hoorde ik dat anderen verlichting in relatie tot andere hoofdchakra’s ervaren.

Het was prachtig, maar ook angstaanjagend; de angst om als ego te verdwijnen, een soort angst voor de dood. Ik durfde ‘god’ niet aan te kijken. Wilde dat het stopte. Het kan natuurlijk ook zijn, dat mijn hersenhuishouding van slag was. Zoals bekend kunnen bepaalde ervaringen, met name hallucinaties, ook worden opgewekt door de hersenen rechtstreeks te prikkelen in een bepaald gebied. Het één sluit het ander natuurlijk niet uit.

Het proces van bewust worden, onderweg naar bewust zijn, is niet altijd gemakkelijk. Het biedt ons naar mijn overtuiging uiteindelijk de meest optimale situatie in dit bestaan of misschien wel van alle bestaansmogelijkheden, als de cyclus van wedergeboortes is voltooid. In dit bestaan, met één lichaam en diverse levens, of door diverse fysieke cycli af te ronden en zo te groeien.

De hemel, daar heb ik het over, is voor mij dus niet ergens achter een verre horizon, en uitsluitend voorbij de fysieke dood, maar is gesitueerd op een plek voorbij ons huidige zelf, in het nu. Een plek die nu en na de dood van het lichaam kan worden betreden. Of die we kunnen zijn.

In ons ontwikkelingsproces hier op aarde, op weg daar naartoe, zijn we een beetje als de bekende slak in de put, denk ik. De gevolgen van onze veranderingen zijn dus geen duurzame verbeteringen; ook een heilige kan weer afzakken in de put.

Het is dan ook niet toevallig dat Mikao Usui, de grondlegger van de huidige reiki-beweging – net als veel andere stichters van wat later wettische religies zouden worden, denk aan Mozes - zijn cursisten een aantal leefregels meegaf; dat was om te voorkomen dat ze terug zouden zakken in de spreekwoordelijke put.

Het proces is niet makkelijk. We zijn als volwassenen niet meer de onbeschreven bladen uit onze babytijd, toen de slang van energie, de hoofdverbinding tussen hemel en aarde in ons lichaam, meestal nog wakker was. Er zijn intussen vaak diverse obstakels gecreëerd, die moeten worden (weg)genomen om het maximale te realiseren. Dit reinigingsproces, waardoor we vaak weer een stukje zakken, wordt mede in gang gezet door de gewekte slang. Vanuit het bekken komt de slang, ook wel kundalini genoemd, omhoog.

Het aan het licht brengen van deze obstakels zorgt voor energetische ontregeling van ons bestaan, met vaak fysieke en psychische symptomen als gevolg. Deze kunnen heel heftig zijn. Ze zijn soms maar door een dun lijntje gescheiden van ziektebeelden waarvoor een goede psychotherapeut of psychiater een betere begeleiding vormt dan een doorsnee cursusleider.

Met name wanneer de aarding onvoldoende is, en het ontwaken te zeer wordt geforceerd, kunnen allerlei onwelkome problemen ontstaan, die bedrieglijk lijken op welkome spirituele ervaringen. Van het horen van stemmen (ook een psychotisch fenomeen) tot en met schijnverlichting door een geëxplodeerd ego (denk aan het Jezus Syndroom; met die diagnose worden elk jaar tientallen mensen opgenomen in inrichtingen in Jeruzalem).

Een tijdje geleden is een boek verschenen over kundalini, de gevolgen van het ontwaken hiervan en de gevaren die hiermee gepaard gaan. Een waardevol boek, nu deze ooit geheime kennis intussen voor een habbekrats op elke hoek van de straat te koop is (en online staat), maar goede begeleiding amper voorhanden.

Het is dan ook niet voor niets dat deze kennis millennia lang vertrouwelijk werd gehouden, los van de politiek-strategische argumenten hiervoor; de gevaren voor de psychische gezondheid zijn groot als de begeleiding te wensen over laat.

Het boek heet ‘De Kundalini-kwestie’, verscheen bij Synthese, en is vooral opvallend door de vergelijking van verschijnselen en gedragingen die optreden als gevolg van ontwakende kundalini-energie met ziektebeelden zoals die worden omschreven binnen de psychotherapie en de psychiatrie.

Ik was al jaren op zoek naar zo’n boek. Waar liggen bijvoorbeeld de grenzen tussen ‘gek’ (tegenwoordig zijn daar heel fraaie omschrijvingen voor), goddelijk geïnspireerd en bezeten? Gek is hier bedoeld als lijdend aan denkbeelden die niet constructief of geaccepteerd zijn volgens de normen en waarden in een samenleving.

Het boek van Kampschuur en Van Beckhoven bestaat uit informatieve artikelen en persoonlijke verhalen die quote-quote zijn opgeschreven. Met name de persoonlijke verhalen zijn heel leerzaam, al kun je soms vraagtekens stellen bij het wereldbeeld en de interpretaties van mensen.

Niet elke tegenslag is een spirituele test, al kan het wel zo worden opgevat als je heel leergierig bent. Ook betekenisverlening op basis van synchroniciteit is gevaarlijk; deze lijkt mij alleen effectief binnen een zeker wereldbeeld en dat is gelijk ook de zwakte ervan - waardoor de hiervan afgeleide eenheidservaring soms vooral in het zelf wordt beleefd en niet in volle verbinding met de omgeving.

In het boek staat een aantal belangrijke handreikingen om problemen te voorkomen. De voornaamste is aarden; je energetisch verbinden met de aarde om te voorkomen dat je gaat zweven, met je hoofd of meer buiten je fysieke lichaam gaat leven.

Een kenmerkend gevolg van dit zweven is een spreekwoordelijke vlucht in ‘het spirituele’, plus het negatief beoordelen van het lichaam, terwijl een gezond lijf bewezen een goede basis is voor gezonde spiritualiteit.

Het aarden zou al gelijk moeten beginnen bij het wekken van de slangenkracht. Te vaak, concluderen de schrijvers, wordt in diverse meditatiescholen nog teveel de nadruk gelegd op het ontvangen van energie via het kruinchakra, ‘de hemelse energie’.

In verband hiermee wordt reiki genoemd. Naar mijn mening onterecht, omdat ook in deze veelzijdige gemeenschap de kennisontwikkeling niet heeft stilgestaan. Mogelijk was dit soort eenzijdige leringen in Nederland een tiental jaren geleden wel gebruikelijk, dat weet ik niet. Tegenwoordig wordt, voor zover ik weet, ingezet op de verbinding tussen hemel en aarde.

Ook andere meditatietechnieken die kunnen leiden tot ontaarden, vaak resulterend in neurotisch en psychotisch gedrag of gedrag dat daarmee vergelijkbaar is, gedrag dat soms bewust als een onderdeel van het ontwaken geforceerd wordt opgewekt, worden in het boek besproken op basis van ervaringen en literatuuronderzoek. Van TM tot diverse yoga-vormen.

Hoewel heel interessant, zijn het te veel om hier aan te halen. En toch zou ik dat eigenlijk moeten doen. Waarom? Het lezen van dit boek zou ertoe kunnen leiden dat mensen iets minder snel en onnodig het reguliere therapeutenbos worden ingejaagd waar aan elke boom andere pretpillen hangen.

Aan de andere kant moeten we ervoor waken dat werkelijke psychosen en neurosen nu ineens allemaal als spiritueel worden beschouwd en daardoor verwaarloosd, met alle rampzalige gevolgen van dien.

Het komt volgens mij al te vaak voor dat spirituele types eigenlijk reguliere therapie nodig hebben. Zo heb ik ooit uit eerste hand tenenkrommende verhalen gehoord over reikimasters uit de beginperiode van reiki in Nederland, die meenden dat ze ver boven andere mensen stonden en dat ook lieten merken.

Dit soort zweverijen is koren op de molen van de geschoolde materialisten die het god-verhaal afdoen als een achterhaalde historische verklaring van eerder onbegrepen verschijnselen; god als een kalf en de groeiende westerse wetenschap met Ockhams scheermes die er steeds een stuk vanaf snijdt en dat opeet.

Vaak spoelen deze materialisten met hun benepen godsbeeld (dat net zo anti-spiritueel is als dat van veel spirituelen anti-intellectueel) ook de ervaringen van miljoenen andere weldenkende mensen met het goddelijke / met kundalini door het laboratoriumputje. En dat is jammer. Het boek van Kampschuur en Van Beckhoven ontleent zijn kracht juist aan die verhalen. Het zijn universeel menselijke verhalen over bewust worden, onomwonden en in hedendaagse taal. Kopen, dat boek.

Comments Off

admin op 2 November 2009 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel

Hare Hare Tandarts

Wie is er nu fan van de tandarts? Behalve zijn vrouw en kinderen misschien? En de tandarts van de tandarts? Ik heb een bezoek aan de tandarts jarenlang gehaat, soms zelfs jarenlang bewust overgeslagen. Enerzijds vanwege de kosten, anderzijds uit angst.

Pas een jaar geleden, nadat ik bij een nieuwe tandarts ben gekomen, begreep ik hoe en wat. Viel alles op zijn plaats. Als vrijheidminnend mens voelde ik me hulpeloos in die stoel, niet in staat om controle uit te oefenen over de uitkomst. Ik zag niks, er werd me niets verteld over wat er gebeurde, voelde af en toe wat pijn en lag dan met een verkrampt gezicht te wachten tot ik geslacht was. Herstel: tot de tijd om was en ik voorlopig niet meer zou hoeven te komen.

Wat ook meespeelde, is een herinnering uit mijn jeugd waarin ik bij een tandarts of een orthodontist bijna verdronken ben. Ja, verdronken. De assistente was toen meer aan het praten over koetjes en kalfjes met de specialist, dan dat ze haar werk deed en bijvoorbeeld met een zuigslangetje mijn speeksel opruimde.

Verder staat me iets bij van een tandarts die, misschien doordat ik ook wat gespannen was en bewoog, mijn tandvlees raakte. Ook heb ik in een ziekenhuis eens een paar verstandskiezen laten verwijderen – althans, dat was de bedoeling.

Ik zie me nog staan bij de bushalte, met een half verlamde kop, de mond vol bloed dat ik regelmatig op het asfalt moest spugen en rode proppen verbandgaas in de gevoelloze kraters in mijn kaak. Mijn god, wat smaakte die sigaret toen heerlijk. Jaren later bleek overigens dat de chirurg in het ziekenhuis een deel van een kies had laten zitten, ondanks al het breken, trekken en snijden…

Bij mijn nieuwe tandarts kwam ik binnen met de nodige scepsis; wat zou deze automonteur nu weer gaan doen en hoe zou ik de behandeling doorkomen. M’n hart klopte sneller, m’n handen werden koud en ietwat klam – het was weer tijd. Toen herinnerde ik me TM-ers die, in navolging van een millennia oude traditie in India, mantra’s of gebedsformules gebruiken bij hun meditatie, bedoeld om het denken af te leiden.

Dus daar lag ik in de tandartsstoel met in mijn hoofd: ‘Hare Krishna, Hare Krishna, Hare Hare’, en dat de hele tijd achter elkaar. Waarom ik bij Krishna uitkwam, en niet bij mijn favoriete god Shiva, is me nog steeds een raadsel. Misschien dat ik zo snel geen mantra van Shiva paraat had?

Anyway, het hielp redelijk. Dit trucje heb ik een aantal behandelingen volgehouden, tot vandaag. Ik had na de vorige behandeling besloten om de tandarts, en zijn medewerksters, mijn volledige vertrouwen te geven. En de controle natuurlijk.

De tandarts leverde vakwerk en toonde zich zeer gedreven en kalm, de assistente deed haar werk goed. Het resultaat van mijn overgave was verbluffend. Met een langzame, diepe buikademhaling onderging ik alles heel rustig. Af en toe kwam er een gedachte op en die liet ik dan weer gaan.

Ik nam mijn agenda voor vandaag in gedachten even door en liet ook dat weer los. Het was bijna meditatie. Het is dat mijn mond een half uur open stond, niet bepaald een ontspannen pose, anders was ik misschien wel in een delta-staat weggezakt. Hare, Hare Tandarts, Hare Hare Tandararts….

Comments Off

admin op 11 March 2009 in Ongewoon & Anders

Willen wat je hebt, een eenvoudig recept voor geluk

Armoede is een ouderwets woord voor een hoogst actuele situatie die voor duizenden Limburgers dagelijkse realiteit is. In deze periode waarin veel mensen genieten van vakantie, belet armoede velen om vakantie te vieren zoals we dat in onze samenleving normaal zijn gaan vinden.

Deze mensen hebben niet de keuze doordat ze beperkt zijn in hun middelen. Ze hebben niet de vrijheid om te kiezen, zoals de meeste anderen. Vakantie wordt gevierd in ‘Balkonië’ of ‘Hinterhausen’, met af en toe een dagje weg zonder dat het veel kost. Hun keuzes zijn beperkt een dat doet soms pijn.

De over het algemeen toenemende welvaart heeft in onze samenleving namelijk gezorgd voor een grotere roep om keuzevrijheid. Of is het zo dat bedrijven en instellingen voorheen niet-bestaande behoeftes creëren en dat wij daar massaal achteraan rennen, als een hond achter een worst aan een hengel?

Bij de supermarkten liggen tal van exotische producten die anders alleen in het buitenland te vinden waren of, als ze er al waren, alleen in een bepaald seizoen. Zo is het met alles. We worden overspoeld met mogelijkheden.

Grappig genoeg blijkt keer op keer dat veel mensen die kunnen kiezen, niet door hun middelen geremd, geen prijs stellen op een overvloedig aanbod. Zij hebben een luxe probleem, in die zin dat ze de luxe als een probleem ervaren. Een probleem om keuzes te maken.

Een oplossing, ook om voedselverspilling en verdere milieubelasting te voorkomen, is om anders te denken. Niet willen wat de buurman of buurvrouw heeft, ook al is dat in onze maatschappij bijna ondenkbaar. Maar willen wat je hebt, je beperkingen voorzien van een gouden randje.

Een goed voorbeeld daarvan ervoer ik enkele jaren geleden bij vrienden. Hun kinderen kregen niet de dure cadeaus die anderen van hun leeftijd met regelmaat mochten ontvangen. Maar ze waren er tevreden mee. Hun cadeaus waren precies wat ze hadden gewild, zeiden ze, het waren de beste en mooiste cadeaus die ze zich konden wensen.

Een prachtige sleutel tot geluk, ook als de middelen beperkt zijn: willen wat je hebt. Het veronderstelt een impliciete dankbaarheid voor wat je ten deel valt. En een acceptatie van je huidige omstandigheden. Gecombineerd met een positieve instelling (het glas is halfvol en niet half leeg) lijkt me dat een goede houding om het leven te beleven.

Dat neemt niet weg dat je niet zou moeten streven naar verbetering van je situatie. Als je dat doet zonder dat je te zeer gehecht raakt aan je verlangens, is dat perfect. Krijg je wat je wilt, dan is het mooi, krijg je het (nog) niet, ook goed. Dat is moeilijk, maar proberen om zo te leven doet vaak al wonderen.

Comments Off

admin op 13 October 2007 in Ongewoon & Anders