Korpsbeheerder Sjraar Cox: ‘7,6 miljoen extra voor Politie Limburg Zuid’

Als je kijkt naar de objectief meetbare werklast, zou de politie Limburg Zuid 7,6 miljoen erbij moeten krijgen. En niet 8,1 miljoen moeten inleveren in het kader van de actuele herverdeling van de politiegelden. Dat stelt plaatsvervangend korpsbeheerder Sjraar Cox van de politie Limburg Zuid, het korps dat medio maart nog door de minister van BZ onder preventief financieel toezicht is geplaatst (lees hier de begroting 2009 en de meerjarenraming 2010-2012).

Eind vorig jaar meldde de SP op grond van eigen onderzoek dat 80 procent van de agenten klaagt over ‘extreem hoge werkdruk en bureaucratie’. Cox onderschrijft de door deze partij geconstateerde hoge werkdruk.

Op dit moment hangt ‘zijn’ Zuidlimburgse korps vanwege herverdeling van de landelijke politiegelden (5,4 miljard) een ‘bezuiniging’ van 8,1 miljoen euro boven het hoofd. Het korps Limburg Noord zou er 6,1 miljoen bij krijgen. Aanstaande vrijdag, 9 april, wordt de herverdeling van de gelden besproken tijdens het reguliere korpsbeheerdersoverleg in Utrecht.

,,Als wij 8,1 miljoen euro moeten inleveren, moeten we 120 mensen van het korps Limburg Zuid ontslaan”, aldus Cox. ,,Tachtig procent van onze kosten zijn personeelslasten. We hebben een overhead die al ver onder de norm is die het ministerie stelt, dus wordt dat minder blauw op straat.”

De burgemeester van Sittard-Geleen denkt dat het niet zover komt, omdat in vrijwel alle verkiezingsprogramma’s wordt ingezet op veiligheid en meer blauw op straat. Verder wordt ook de politie in de grote steden geraakt door de herverdelingsoperatie, dus zal het nog wel even duren voor deze plannen worden doorgevoerd.

Hij verwacht dat de kwestie uitmondt in een kamerdebat. ,,Dat debat zou ook moeten gaan over het totale volume aan middelen. Er is de laatste tijd al twee keer behoorlijk bezuinigd, één keer 100 en één keer 190 miljoen en daar komt deze herverdeling overheen. En dan is er het clubje in Den Haag dat voorstellen heeft ontwikkeld om 29 miljard te bezuinigen, daaruit volgt ongetwijfeld ook nog een nieuwe lading bezuinigingen. We houden ons hart vast.”

Politievakbond ACP heeft 1 april alvast eigen bezuinigingsvoorstellen gedaan die in totaal 800 miljoen zouden moeten opleveren; meer samenwerken met beveiligingsbedrijven, landelijke politie-aansturing, minder politieregio’s, minder bureaucratie, meer efficiënte inzet bij grote evenementen en organisatoren laten betalen, wildgroei van ICT-projecten tegengaan, standaardisatie rapportages en beter politieonderwijs.

Comments Off

admin op 8 April 2010 in Politiek & Media

Zoeken tot alles op elkaar lijkt, of hij ineens wat vindt


Vroeger verdiende hij zijn geld met het verkopen van zekerheid. Nu is zijn passie de onzekerheid. De spanning van het zoeken drijft hem van akker tot akker en van opgraving tot opgraving. Hele werelden gaan voor hem open als hij kleine sporen vindt, aan de hand waarvan hij dan de grotere verhalen reconstrueert. Met grote bevlogenheid speurt hij stad en land af, op zoek naar het verleden. Een ontmoeting met lokaal archeoloog Jan Mulders (60) uit Sittard.

We spreken af in Kasteel Limbricht, in de buurt van het Franse kerkhof zou moeten zijn, waar hij nog veel over zal vertellen, en dichtbij een akker waar hij zijn hart aan verpand heeft. Een akker, voor de leek een barre woestenij, maar voor een archeologisch gepassioneerde als Jan Mulders een plaats waar onder elke kluit, of op een paar scheppen diepte, een bodemschat zou kunnen liggen die erop wacht om het licht van 2010 te zien.

De aanleiding van het gesprek is een in 2007 aangekondigd boek over de historie van het stuk grond waar de wijk Hoogveld op gebouwd is. Zoals bekend, hebben archeologen van de Vrije Universiteit Amsterdam er van 1997 tot en met 1999 onderzoek gedaan en daarbij zijn diverse heel interessante sporen gevonden. In de eerste fase werden onder meer een urnenveld uit de Vroeger IJzertijd, een graf uit de Midden-IJzertijd en een grafveldje uit de Late IJzertijd ontdekt. In de tweede fase was de oogst nog veel groter.

De studie hierover van Tol en Schabbink uit 2004 heeft het onder meer over ‘twee huisplattegronden uit de Midden-Bronstijd, zes grafmonumenten uit dezelfde periode, erven uit de Late Bronstijd en de Vroege IJzertijd, twee grafmonumenten uit de latere prehistorie, een nederzetting en een weg uit de Romeinse tijd en twee nederzettingen uit de Volle Middeleeuwen (waaronder een omgreppeld exemplaar)’.

Bij technisch bodemonderzoek was eerder al een meer recente inbreng van de mens in het Hoogveldse landschap geconstateerd; bodemvervuiling veroorzaakt door een ooit vlakbij gelegen fabriek. (Door de richting van de ondergrondse waterstromen, die het vuil verspreiden, hebben de huizen in Hoogveld deels geen kelders en mag er niet diep in de tuin gegraven worden.)

In duizenden jaren heeft het stuk grond, waar Hoogveld op is gebouwd, diverse bewoners en gebruikers gekend. Met alle historische en culturele dwarsverbanden die dat mogelijk maakt, werd het bestek van Mulders’ boek veel te uitvoerig. Verder is er al veel bekend, alleen niet buiten de wetenschappelijke cirkel van ingewijden. Dus besloot Jan Mulders om zijn aandacht te beperken tot het agrarisch gebruik vanaf de zeventiende eeuw. Zo zou hij nog nieuwe inzichten kunnen toevoegen aan het bestaande corpus.

Agrarisch Hoogveld

Hij praatte sinds 2003 met achttal oudere boeren, nakomelingen van boeren uit Overhoven, die het noordelijk deel van de taartpunt Hoogveld generaties in eigendom hadden. In één geval al sinds 1657. In de zeventiende eeuw was het allemaal nog niet zo strak geregeld, zo bleek. Kaarten, zoals nu bij het Kadaster, bestonden niet. De stukken hadden namen als ‘Aan ‘t Groen Wegske’, ‘De Kattebaard’ en ‘In’t Pals’. Een gebied werd afgebakend met omschrijvingen als ‘ten noorden van De Kattebaard en aan het zuiden begrensd door…’.

De kennis van de geïnterviewde boeren ging via via terug tot 1900. Rond die tijd was Hoogveld verdeeld in 245 kavels. Via een oude pachtakte kwam Jan Mulders erachter dat de pacht in één geval nog in natura werd betaald, al was dat destijds allang niet meer gebruikelijk. Bijvoorbeeld jaarlijks 35 liter rogge. Het ging dan om eeuwenoude pachtrelaties.

Ook werd hem duidelijk waarom veel boerenkinderen in die tijd niet trouwden; dan zou de rijkdom van de familie, waar generaties keihard voor was gewerkt, verdeeld moeten worden. Een andere voorlopige conclusie is dat er destijds boeren waren die, behalve uit hun gemengd bedrijf, inkomsten verwierven door veldbrandstenen te bakken, zo ontdekte Jan Mulders.

Zijn boek over Hoogveld is nog niet af, want de lokale archeoloog komt intussen bijna om in de enorme hoeveelheid interessante informatie. (,,Hoe moet ik daar nu een goed leesbaar boek van maken?”) Bovendien is hij druk met tal van andere archeologische projecten.

Eenmaal gegrepen door de archeologie en de geschiedenis, na de toevallige vondst van een helemaal gaaf spinsteentje in de Hoogveldse Biddlestraat in 1999, is het archeologische detective-virus namelijk niet meer uit zijn bloedbanen verdwenen. (,,Een spinsteentje werd op een stokje gestoken om rond 1200 wol te spinnen.”)

Jan Mulders werd lid van de lokale werkgroep archeologie Sittard en verdiept zich sindsdien in diverse officiële opgravingen. ,,Wij mogen op zulke locaties zelf geen schop in de grond steken”, zegt hij spijtig. Meestal gaat hij daarom zelf op zoek op plaatsen waar nog geen archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden. Hiervoor leest hij bouwvergunningen en struint bouwplaatsen af, waar hij dan, met toestemming van de opzichter, mag rondneuzen.

Intuïtief speurwerk

Hij doet dat intuïtief, ongestructureerd. En dat maakt het voor een ex-verzekeringsman juist zo spannend. (,,Wat zou ik hier nu weer kunnen vinden? Niets staat vast, er kan van alles liggen!”) Zo las hij in 2004 een vergunningaanvraag voor de verbouwing van een kelder van een oud pand in het centrum van Sittard. Hij stond voor de deur, kwam er niet in en moest – spreekwoordelijk – hemel en aarde bewegen om toch te kunnen kijken, onderzoek te kunnen doen op die prachtige, historisch geladen locatie.

Uiteindelijk lukte dat en kreeg hij van de eigenaar, een cafébaas, een grote pot aangewezen die ooit onder de vloer was gevonden. Hij had in de Molenbeek gelegen en dateerde uit de Middeleeuwen (1190 – 1225). ,,Er zat nog aarde in van de bedding!” Daarna werden twee dingen duidelijk. De pot bleek Brunssums/Schinvelds aardwerk en de vindplaats was niet de in de vergunningaanvraag bedoelde. Hij had op het verkeerde adres gezocht! Op de plaats waarvoor de vergunning werkelijk was aangevraagd, bleek achteraf niets te vinden.

De pot is ook te zien geweest in een expositie in het Domein in 2005, georganiseerd door museumconservator Kitty Janssen-Rompen. ,,Als ik die pot dan zie, zo mooi verlicht in die vitrine, dan gaan me de haren rechtop staan. Dat is emotie. Dat is zó mooi!’”

Jan Mulders verdiepte zich naar aanleiding van deze vondst in historisch aardewerk, met name in het Brunssums/Schinvelds aardewerk. Hij vertelt met passie over de verschillende bakwijzen, locaties, patronen en kleuren. ,,Er vijf mensen in Nederland zie zich met Brunssums/Schinvelds aardewerk bezighouden, en ik dan. Maar ik ben een beetje een vreemde eend in de bijt.”

De Hoogveldse onderzoeker speurt op mogelijk interessante locaties naar scherven om aan de hand van de patronen en het gebruikte fabricageproces de herkomst vast te stellen. Hoe gaat dat in z’n werk? Aangekomen op een akker, legt hij eerst zijn plastic boodschappentas ergens op de grond neer. Dat is het vertrekpunt. Daarna gaat hij struinen, zoeken, banjeren. Tot alles op elkaar lijkt, of hij ineens wat vindt.

Naar eigen zeggen vindt Jan Mulders vaak op bijna miraculeuze wijze tal van zaken. ,,Ik zie het, het komt op mijn pad. Het lijkt bovennatuurlijk. Zo kwam ik eens op een akker bij Limbricht en ik kreeg door: ‘Dadelijk vind ik iets, dat ik nog nooit gevonden heb’. Zo vond ik in 2007 een leeuwenkopje uit de Romeinse tijd. Ik weet dan: op de hele akker is er iets en dat moet ik vinden.”

Het kopje, een van de pronkstukken van de lokale archeoloog, is gemaakt van Terras Sigillata en is gedetermineerd als onderdeel van een zogenoemde wrijfschaal. ,,Echt heel bijzonder!” In die schaal werden granen en zaden fijngewreven tot olie, die dan kon worden uitgegoten. Het gaatje in het gevonden leeuwenkopje, is het schenkgaatje voor de olie. ,,Ik voel me op zo’n moment echt een uitverkorene; dat ik dit mag meemaken, dat dit mij mag gebeuren!”

Het overkomt hem regelmatig. Zo vond hij tijdens de recente werkzaamheden voor de Hof van Onthaasting in Hoogveld in de vijver stukken van een neolithische schaaf uit 2400 voor onze jaartelling. Ook bracht hij een scherf van een Duitse bierpul uit 1575 aan het licht. Van de pul kon de lokale archeoloog, door onderzoek te doen naar de makers en de verschillende varianten die omloop waren, de complete geschiedenis die ermee samenhangt reconstrueren.

Franse kerkhof

Een langer lopend archeologisch hobby-project, waarmee Jan Mulders bezig is, heeft betrekking op het zogenoemde Franse kerkhof, waarvan de locatie tot op heden niet vast staat. ,,Ik hoorde een boer vertellen over de juiste plaats, gebaseerd op overleveringen.” Die boer had Mulders gesproken in verband met het onderzoek in Hoogveld.

Later vond de Hoogveldenaar een oude kaart waar de locatie op staat aangegeven. Dat hielp hem maar ten dele, omdat de ruilverkaveling in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw alle oude herkenningspunten in het landschap grotendeels had uitgewist.

Stadsarchivaris van Sittard-Geleen, Peer Boselie, was, zo bleek ondertussen, ook al met het onderwerp bezig. Ze zouden hiervoor samen een comité oprichten, maar dat is er niet gekomen. Vorig jaar september is dankzij beide heren, en onder het dwingende oog van L1, een aantal proefsleuven gegraven. Mede op basis van verkleuringen in luchtfoto’s die in 2008 zijn gemaakt en ‘geroerde grond’ lieten zien. Zonder resultaat.

Waarom is dat kerkhof zo interessant? Napoleon Bonaparte’s leger werd in 1813 verslagen bij Leipzig, vertelt Jan Mulders. ,,Tijdens de aftocht naar Frankrijk werd Kasteel Limbricht - waar wij nu zitten - ingericht als lazaret. Het kasteel lag vol doden en gewonden, zo’n zevenduizend in totaal. Door wonden en ziektes als dysenterie bezweken 687 soldaten en zo’n tachtig omwonenden overleden door besmetting. Ze werden allemaal begraven in een akker vlakbij het kasteel. Een lokale pastoor heeft de zieken bijstand verleend en ook hij overleefde het niet.” Deze man heeft zijn bijzondere aandacht.

,,Deze pastoor, broeder Page, verdient een eerbetoon”, vindt de lokale archeoloog, die zich hiermee ontpopt tot een halve actievoerder. ,,En er zou een herdenkingsmonument moeten komen - dat vindt overigens ook Peer Boselie - mede omdat er in Limbricht door de goede zorgen van de pastoor minder mensen zijn gestorven dan elders in vergelijkbare omstandigheden.”

Om het ‘eerherstel’ van de pastoor voor elkaar te krijgen, heeft Jan Mulders al brieven geschreven naar de Franse Ambassade, de Franse instelling die de lintjes uitdeelt, Camiel Oostwegel en aan de bisschop van Roermond. Tot nu toe zonder veel resultaat.

Bisschop Frans Wiertz heeft volgens Mulders toegezegd voor de slachtoffers wel een mis te willen opdragen. Maar het begeerde eerherstel van de pastoor uit Franse hoek is niet te verwachten, zoveel is de teleurgestelde Hoogveldenaar intussen wel duidelijk uit de reacties die hij ontving.

Hij sluit niet uit dat er niets meer over is in de grond doordat de lichamen ontkleed in ongebluste kalk zijn gegooid, misschien wel in een massagraf. ,,Dat zou kunnen.” Maar als er wel wat over is, zou het onderzoek hiernaar nieuwe feiten kunnen opleveren over dit roerige tijdvak, waarin het kleine Limbricht even een rol speelde in de Europese geschiedenis.

Jan Mulders geeft het zoeken naar het Franse kerkhof daarom niet op. Hij heeft een eigen kaart geschetst, op grond van de historische kaart, overleveringen en eigen observaties en metingen ter plaatse. Volgens hem is de locatie voor het bodemonderzoek in 2009 bepaald door de grondeigenaar, dat zou hebben gezorgd voor beperkingen, en er zou niet uitvoerig genoeg zijn gezocht. ,,Maar in het stuk grond gaan binnenkort allerlei buizen de grond in, dat heb ik al gezien. Voor gas en elektriciteit. En dan ben ik er uiteraard bij!”

Comments Off

admin op 24 March 2010 in Ongewoon & Anders

Gaswolk bij Herten

Slecht nieuws reist snel, aldus een knullige vertaling van een fraai Engels gezegde. Om 17.15 uur lees ik vandaag op L1 teletekst belangrijk nieuws, dichtbij ons de buurt. Een zwavelwolk drijft richting ons huis. En wij, en waarschijnlijk duizenden andere bewoners van Herten, weten nog van niets.

Snel naar de site van L1. Daar vind ik: “Op het terrein van Van der Lee transport in Herten is een tankwagen met zwavelzuur lekgeslagen. Volgens de brandweer is er een reactie in de tank ontstaan. Een gaswolk zou richting Herten trekken. De Schepersweg, waar het bedrijf aan ligt, is afgesloten. Er is een rampenplan in werking getreden. Over slachtoffers is nog niks bekend.” Het stukje is om 16.20 uur geplaatst.

Dat is verdorie twee minuten met de auto van ons huis! Ik hoor geen sirene en op L1 TV is een kletsprogramma aan de gang en er is niemand die de bekende zin uitspreekt over ramen en deuren. Dus snel in de auto gestapt en om 17.25 ter plaatse wezen kijken. (Ik begin gelijk politieberichtachtig te schrijven, bij dit soort dingen, merk ik.) Alle wegen zijn afgezet, ook de sluiproutes.

Een agent bij een afzetting gevraagd hoe het zit met de voorlichting. Er is weinig wind en de dichtstbijzijnde huizen staan op enkele honderden meters afstand. Hij verwijst door naar de persvoorlichting, maar zegt nog wel: ,,Tja, als wij hier nog staan, dan zegt dat toch wel genoeg.” Of we liggen straks samen aan het gas, zegt een cynisch stemmetje in mij. De agent meldt verder nog dat de wolk naar het water schijnt te drijven.

,,En hoe zit het dan met de mensen die daar hun hond uitlaten? Ik zou daar mijn hond hebben kunnen uitlaten op dat moment, namelijk in de Isabellagreend?” De persvoorlichter heeft alle antwoorden, maar ja, ik ben geen journalist meer. Tenminste niet in vaste dienst. Dan maar snel naar huis, het werk is toch gedaan, om mijn journalistieke genen, die door dit alles weer geactiveerd zijn, nog wat eer aan te doen.

Ik check een weersite en zie dat de voorspelling is dat de wind in de middag en avond lokaal west kracht drie tot vier is (4,3 tot 6,3 meter per seconde, dus was de wolk wel naar Herten gewaaid, dan hadden we daar nu al slachtoffers gehad!).

Om 17.47, als ik dit stukje getypt heb, kijk ik ook nog even naar de neerslag: bij 3,3 graden Celsius zijn er lichte buien. Met andere woorden: had ik nu in de Isabellagreend mijn hond uitgelaten, dan was ik nu misschien wel geveld geweest door de neerslaande zwaveldampen. En hoe zit het met de wilde paarden die daar rondrennen?

De bekende filosoof Cruyff zei het al: ‘Elk nadeel heb z’n voordeel’ en dat geldt ook in dit geval, nu de inwoners van Herten zijn ontsnapt aan het zwavelgas, met als effect waarschijnlijk irratie van ogen en de luchtwegen.

Noot: Om ongeveer half zeven vanavond meldt L1 teletekst dat het gaat om salpeterzuur. De effecten hiervan bij blootstelling zijn vergelijkbaar. Verder meldt Dagblad De Limburger de volgende dag dat de sirene zou zijn afgegaan. Dit klopt niet of het geluid mag wel wat harder worden afgesteld zodat de rest van Herten het ook hoort… Verder heeft zich intussen een aantal inwoners met klachten gemeld.

Comments Off

admin op 11 February 2009 in Politiek & Media