Solidariteit als essentie van de joods-christelijke traditie

Huub Oosterhuis heeft in februari bij de lancering van het leerhuis De Nieuwe Liefde in Amsterdam een essay gepubliceerd, getiteld ‘Ik versta onder liefde’ (Ten Have, 2011). Het leerhuis wordt een plek voor studie, bezinning en debat waar ‘de behoefte aan een opvlucht van onze geest niet wordt weggelachen of bedolven onder een ideologie’. Waar de verbeelding wordt gescherpt, het hart en het verstand verruimd, al dan niet via poëzie, muziek en theater. Gemodelleerd naar de joodse leerhuizen, moeten er nog vele van zulke vrijplaatsen volgen.

De Nieuwe Liefde biedt ruimte voor een (hernieuwde) aansluiting met het erfgoed van jodendom, christendom, humanisme en socialisme, stelt Oosterhuis. Ook zal er studie van de islam worden gemaakt en wordt onbevooroordeelde informatie over de wereldgodsdiensten geven, maar de focus of in elk geval de motivatie tot de oprichting ervan, blijkt uit het boek van de oprichter, is op de christelijk-sociale lijn.

De Amsterdammer heeft zijn essay ‘Ik versta onder liefde’ doorspekt met soms prachtige literaire fragmenten die hij gebruikt om zijn verhaal op te bouwen. Via ‘Advent’ van Wystan Hugh Auden (die ‘beschrijft deze eeuw van twee wereldoorlogen als een volstrekte leegte waarin ieder mens tot een fictie dreigt te worden onteigend’) introduceert Oosterhuis de levende liefde, de gedeelde bezieling – van soms maar een enkel moment – die inzichtelijk maakt en verbindt.

Vanaf zijn geboorte naar het heden, laat hij diverse voorbijgangers aan het woord. Hij beschrijft Adolf Hitler, die in 1933, het geboortejaar van Oosterhuis, 44 procent van de stemmen haalt, een nederlaag die als een overwinning werd gevierd. En citeert Sebastian Haffner als die vraagt naar de zwijgende meerderheid en spreek over ‘het laffe verraad van alle leiders van partijen en organisaties op wie 56 procent van de Duitsers, die tegen de nazi’s stemden, hadden vertrouwd (…). Wat is er van die meerderheid geworden?’

De inrichting van Dachau, de boycot tegen de joden, boekverbrandingen, de instelling van de eenpartijstaat, de censuur van kunst en cultuur – ‘In negen maanden werd Duitsland tot Hitler-Duitsland’. Oosterhuis slaat er, net als Hitler, Friedrich Nietzsche op na, de man die zijn tijd een eeuw vooruit was en die al in 1882 in de ‘Vrolijke Wetenschap’ de dood van god aankondigde:

‘”Waar God heen is?”riep hij. “Ik zal het jullie zeggen! Wij hebben hem gedood – jullie en ik. Wij allen zijn zijn moordenaars! Maar hoe hebben wij dit gekund? Hoe konden wij de zee leegdrinken? Wie gaf ons de spons om de hele horizon uit te vegen? Wat hebben wij gedaan toen wij deze aarde van haar zon loskoppelden? Waarheen beweegt zij zich nu? (…) Dwalen wij niet door een oneindig niets? Ademt ons niet de leegte tegemoet? Is het niet kouder geworden? Wordt het niet steeds meer nacht? (…)”’

Het bezield verband viel toen al uit elkaar. In Nederland was dat al eerder onderkend door Eduard Douwes Dekker. Door het burgerkapitalisme, massafabricage, het monetair-industrieel complex en de opkomst van de moderne stad werden volgens George Steiner ‘de gordijnen tegen het morgenlicht dichtgetrokken’, met een op christelijke hellebeelden en verdoemingsverhalen gebaseerd ‘uitleven van een duizendjarige pornografie van de angst tot gevolg’: de vernietigingskampen van nazi-Duitsland. Dat regime had zich mede gebaseerd op het streven naar werkelijke individuatie, in de lijn van ‘blijde boodschapper’ Nietzsche.

Aansluitend bij ‘god en theologie na Auschwitz’ stelt Oosterhuis: ‘Ik heb geleerd te onderscheiden tussen de christelijke cultuurgod en de God van de bijbel’. Hij vervolgt zijn reis naar hernieuwde bezieling door de god van het jodendom op te zoeken, volgens hem een god van bevrijding en hoop. En van verbinding. Hier komen we bij de rode draad: het joods-christelijke verhaal is een sociaal verhaal, in essentie een bevrijdingstheologie die oproept tot bezielde actie voor de kwetsbaren op basis van recht, solidariteit en ontferming. En dat steeds weer opnieuw, ondanks tegenslagen; geloven tegen de klippen op.

De dichter neemt de kracht van ‘het volk’ Israël als voorbeeld. In 1230 voor het begin van onze jaartelling schrijft farao Mernepta dat Israël niet meer bestaat; hij heeft alle nomadenvolkjes in Kanaän, het huidige Libanon, Palestina en Jordanië, in de pan gehakt. Een eigen god had Israël toen nog niet, al geven de joodse geschiedschrijvers daar vervolgens met terugwerkende kracht een andere draai aan, stelt Oosterhuis. In 586 is het weer raak en wordt de tempel in Jeruzalem verwoest. Maar de Israëlieten geven niet op en in 515 wordt een nieuwe tempel opgericht.

Onder druk van voortdurende vervolging, wordt deze traditie op schrift gezet. De essentie van de Thora-bibliotheek is volgens Oosterhuis: ‘Jij, mens, wie je ook bent, heb liefde tot je naaste die is zoals jij, een nietig ontzagwekkend levende ziel, een ander mens die bestaansrecht heeft zoals jij; geef elkaar dat recht, gelijkwaardig als je bent, zo verschillend als je bent; weest solidair met elkaar’. ‘(…) uniek is: dat dit beroep op het geweten van ieder mens in de mond wordt gelegd van een God met de naam “Ik zal er zijn, ik stuur jou naar mensen in nood”. Hij zal zijn in mensen die elkaar bevrijden.’

Niet zo verwonderlijk, ziet Oosterhuis van Jezus dan ook vooral diens sociale functie. Het verhaal over een Jezus die gestorven is om de zondige mensen met god te verzoenen, en ons te redden van verdoemenis, is voor hem van weinig tot geen waarde. ‘Heb liefde tot je naaste, wees volstrekt solidair met je naaste, die is als jij, een mens’ – deze rabbijnse samenvatting, daterend van tweehonderd voor onze jaartelling, en weerklinkend in de verhalen over Jezus, is voor Oosterhuis richtinggevend.

Hij zet daar de Übermensch van Nietzsche tegenover. Oosterhuis geeft eerst aan dat je met de Übermensch veel kanten op kunt, maar verklaart deze vervolgens voornamelijk als de onderliggende basis voor het dominante vrijemarktdenken, waarbij asociaal en gewetenloos gedrag de boventoon voert. ‘De markt bevindt zich aan gene zijde van goed en kwaad’, schrijft hij.

(Ik heb Nietzsche al jaren niet meer gelezen, maar in mijn herinnering was deze idee vooral gericht op het ontwikkelen van een persoonlijke moraliteit door onafhankelijke zelfbevrijding. En gezien zijn tirades tegen het christendom met haar slavenmoraal, kan ik me niet voorstellen dat Nietzsche de nieuwe priesterkaste van het internationale bedrijfsleven, deze kerken van de nieuwe macht, met hun vele slaven (klanten en medewerkers), zou toejuichen. Dit terzijde.)

Oosterhuis kiest liever voor Marx, volgens hem onterecht afgeserveerd vanwege het vermeend onchristelijke karakter van zijn denken en uiteraard om de mislukte toepassing van zijn ideeën in Oost-Europa. Marx stelt dat de bevrijding komt als we: ‘Alle verhoudingen omver werpen (saneren) waar in de mens een vernederd, geknecht, verlaten en verachtelijk wezen is’. Dus wel bevrijding, maar niet ten koste van een ander (zoals in het traditionele kapitalisme) en in solidaire verbondenheid. ‘Het geloof in het noodlot en de heiligheid van het bestaande, maar ook het geloof en het inzicht in de vernieuwbaarheid van deze wereld doordesemt heel de marxistische traditie en is geestverwant aan het visioen van de bijbel.’

Vervolgens laat Oosterhuis parallellen zien tussen de opkomst van Nazi-Duitsland en die van een club als de PVV in onze tijd (en vergelijkbare populistische radicale stromingen in andere Europese landen). Hij haalt Johan Huizinga aan uit ‘In de schaduwen van morgen’ en laat hem zeggen dat de hoop te vinden is in de gemeenschap van mensen die ‘de leugen geen toegang geven, en die niet vervallen tot levensmoeheid en vertwijfeling’. Een gemeenschap van/in de (creatieve en bezielende) geest (die de mythen van het vrijemarktdenken kan en wil ontrafelen en in verbondenheid kan overstijgen); de mondiale ‘civil society‘ die nu wereldwijd zo’n 5 miljoen mensen zou omvatten.

Hendrik Marsman (in 1940 omgekomen toen zijn boot onderweg naar Engeland zonk, een groot bewonderaar van Nietzsche) was één van hen. Hij dichtte: ‘Alles is immers beter dan dit! / Zou ons hart niet moeten vergaan / van wroeging en schaamte, dat dit / ongestraft kan bestaan! / want geen onzer heeft iets gedaan / om met zijn bestaan te bezweren / dat er bloed aan de handen klit / en het tuig uit de onderwereld / de vulkanische tronen bezit.’

Oosterhuis ziet zich als een metgezel van Marsman, als één van de weinigen ‘die de leugen geen toegang geven en hun knieën niet buigen voor het onrecht’. Hij richt zijn pijlen met name op het beleid voor (of tegen) asielzoekers in Nederland en ziet overeenkomsten met de vervolging van de joden: ‘Het vergelijkbare is de manier waarop weerloze mensen worden behandeld. Dat lijkt wél op elkaar: zo voelt het, de nietsontziende hardheid, zelfs kinderen worden niet ontzien. En zo heb ik het gezien in 1943, in de Amsterdamse Rivierenbuurt.’ (In november 2010 presenteerde Amnesty International het rapport: ‘Vreemdelingendetentie: in strijd met de mensenrechten’.)

De beweging van ‘goede mensen’ anno nu zou vooral moeten insteken op de liefde voor de vreemdeling, aldus Oosterhuis; het moeilijkste dat er is. ‘Opdat de samenleving der mensen niet zal wegzakken in schijnliefde, apenliefde, bezittersliefde, bloedliefde, bloed-en-bodemliefde’. Hij haalt Emmanuel Levinas aan: ‘Mozes en de profeten bekommeren zich niet om de onsterfelijkheid van de ziel, maar om de arme, de weduwe, de wees en de vreemdeling. De relatie tot de mens, waarin het contact met het goddelijke zich voltrekt, is niet een soort geestelijke vriendschap, maar een vriendschap die zich uit, bewijst en voltooit in een rechtvaardige economie waarvoor ieder mens ten volle verantwoordelijk is.’

De vreemdeling, dat is, in deze tijd, de ander, in het bijzonder de kwetsbare ander. Niet alleen de asielzoeker. Die vreemdeling moet onderdeel gaan uitmaken van het utopische streven naar beter, tegen de klippen op. Voorbij Nietzsche, de (onwillige) profeet van de moderne tijd. Voorbij de oude god, misschien wel zoals de bon hommes die zagen bij de katholieke kerk, naar een nieuwe, ware god, die ‘puur licht is en zonder schaduw’. Een god die niets vraagt dan solidariteit met de zwakkere, de vreemdeling.

Daartoe moeten we volgens Oosterhuis: ‘Niet afgestompt raken door de zorgen van iedere dag, en je niet laten intimideren door de harde stemmen der cynische realisten die het beter weten. En niemand hard vallen die de moed verliest. Tijd maken voor troost, bezinning, analyse, muziek. Gedichten lezen, nieuwe moed verzamelen: dat is wat ons te doen staat in onze bezield-verbandhuizen, leerhuizen voor een betere wereld.’

Comments Off

admin op 26 April 2011 in Boek & Meer

Berry van Rijswijk: ‘Geen gelul over een slechte jeugd’

Berry van Rijswijk is sinds 1990 actief in de politiek, afwisselend als raadslid, wethouder of Statenlid. Op dit moment is hij wethouder in Sittard-Geleen met onder meer armoede, jeugdbeleid en cultuur in z’n portefeuille. De komende gemeenteraadsverkiezingen is hij lijsttrekker voor GroenLinks. Hij pleit voor elektrowagens, meer duurzame banen, onder meer in de zorg, en voor tolerantie.

Je hebt een indrukwekkende carrière in de politiek opgebouwd. Je bent zelfs één van de illustere personen met een eigen vermelding in de Wikipedia.

,,Klopt. Er is ook een Berry Fanclub, maar die heb ik er niet zelf opgezet.”

Wat is het geheim van je politieke succes?

,,Je moet nooit onvoorbereid naar een vergadering gaan. Voor ambtenaren is dat af en toe vervelend. Soms krijg ik belangrijke stukken pas op het allerlaatst. Dan zeggen ze: we kunnen er mogelijk politieke problemen mee krijgen. Goed zeg ik dan, geen probleem. Maar ga er maar vanuit dat ik het laatste stuk het beste heb gelezen, dat heb ik dan heel goed gelezen. Ja, in de loop van de jaren ben ik echt een politiek dier geworden.”

Wat typeert jou als politicus?

,,Alle burgers zijn voor mij gelijk, maar ik kom wel altijd op voor iedereen in de samenleving die wat meer hulp en bescherming kan gebruiken. Dat pas ook bij GroenLinks. Ik ben verder wars van vriendjespolitiek.”

Is dat laatste niet heel on-Limburgs?

,,Dat is een verkeerde kant van het Limburger zijn. Je moet zakelijk naar de dingen kijken.”

In de tijd van Dohmen en Langeberg werd de term Vriendenrepubliek gemunt. Onlangs viel die term weer, onder meer in relatie tot de CDA-perikelen in Susteren.

,,Je doelt op Herman Vrehen en Peter Pustjens? Ik vind dat ze heel domme dingen hebben gedaan, dat was niet verstandig. Niet recht door zee – zonder de vergelijking met Rita Verdonk te willen maken. Als politicus moet je op je qui vive blijven. Wel overal naartoe blijven gaan, je biertjes blijven drinken, maar geen handjeklap.

Binnen de oude KVP, één van de voorlopers van het CDA, was dat wel zo. Ons kent ons en we regelen wel wat. Ik doe dat niet, dat past niet bij mij. Zakelijke etentjes, dat is een broodje kaas. En als zakelijk puntjes op de ‘i’ gezet moeten worden, doe ik dat bij een kopje thee. Na de zakelijkheid kunnen we eten of een glas drinken maar tijdens de zaak niet. Mensen weten dat ook: dat hoef je niet te doen bij wethouder Berry, die is daar weinig gevoelig voor.”

Kun je in dat verband iets zeggen over het politieke klimaat in Sittard-Geleen?

,,Nu is het relatief rustig. Tot drie jaar geleden hadden we allerlei affaires et cetera. Er zitten veel mensen met oude pijn. Die pijn moet slijten. We staan aan de vooravond van de nieuwe verkiezingen en ik hoop dat mensen goed kijken naar wat partijen en lijsttrekkers voor hen én voor Sittard-Geleen willen betekenen; dat ze niet alleen maar kijken naar het eigen belang.”

Jij bent heel sociaal. Je was tussen 1986 en 1997 directeur van het Henk Schram Centrum voor kwetsbare jongeren in Eckelrade. Nu ben je als wethouder onder meer verantwoordelijk voor het armoede- en het jongerenbeleid.

,,Ik geloof in mensen. Ik neem geen afscheid van ze. Maar rotzakjes moet je af en toe een draai om de oren geven – figuurlijk dan. Ik geloof in een participatiemaatschappij; iedereen kan iets waardevols bijdragen aan de samenleving. Daarom ben ik ook beschermheer geworden van Voedselbank Limburg Zuid; kan ik af en toe eens een deur voor ze openmaken. We hebben verder als één van de weinige gemeenten een heel goed project om mensen te re-integreren. Dat heet het Participatiehuis. Sinds december 2008 zitten er al driehonderd mensen in dat circuit, dat wordt ondersteund door maatschappelijk werk, schuldhulpverlening et cetera.”

Is re-integratie wel een taak voor de gemeente? Daar zijn toch bureaus voor?

,,Een aantal van die bureaus heeft de afgelopen jaren goed geld verdiend, maar we kunnen een deel van het werk ook zelf. De gespecialiseerde organisaties waar we nu mee werken, doen dat op basis van no cure no pay. Duurzame banen. Niet drie of zes maanden de mensen laten werken en daarna weer terug naar de uitkering.”

Je hebt je als wethouder voorgenomen om twee miljoen te bezuinigen op de bijstand. Gaat dat lukken?

,,Drie jaar geleden is dat beleid ingezet, de recessie was toen niet te voorzien. Ik denk dat het nu niet meer kan. Twee miljoen, dat gaat zeker niet lukken. Nu kost de bijstand alleen nog maar meer geld. We proberen nu de groep uitkeringsgerechtigden zo klein mogelijk te houden en ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk mensen aan de slag blijven. We willen voorkomen dat ze thuis gaan zitten. Ze moeten participeren. Over twee jaar, als de crisis achter de rug is, zijn ze, zeker met de huidige krimp, heel hard nodig, ook op de arbeidsmarkt.”

Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen ben je lijsttrekker voor GroenLinks. Wat ga je doen als we op jou stemmen?

,,Ik kies eerder voor mensen dan voor stenen. Liever meer geld naar armoedebestrijding dan een nieuwe weg aanleggen. Niet meer asfalt erbij. Ik ga vooral inzetten op een stevig sociaal beleid en duurzame werkgelegenheid.”

Welke meetbare doelstellingen heb je daarbij?

,,Ik vind dat het wagenpark van de gemeente uit elektrowagens zou moeten bestaan. Dat moet er gewoon komen. Ook moeten er elektro-oplaadplaatsen in de stad komen. Ook moeten meer mensen worden opgeleid voor alle vormen van zorg; huishoudelijke zorg, verzorging en verpleegkundige zorg. Dat is goed voor de werkgelegenheid. En er moeten meer subsidiebanen komen. We zullen de komende jaren noodgedwongen ook moeten bezuinigen. Een deel van dat geld zou bijvoorbeeld in stadstoezicht kunnen worden gestoken. Kunnen er stadswachten van betaald worden. Zo investeer je ook in veiligheidsbeleving door te zorgen voor meer blauw op straat.”

Wat is voor jouw partij het hoofdthema van de verkiezingen?

,,Een belangrijk onderwerp is: met elkaar. We moeten toe naar een tolerante samenleving. Ik erger me dood aan die Wildersen. Geert Wilders probeert mensen tegen elkaar op te zetten. Als iemand iets fout heeft gedaan, een Nederlander, een Marokkaan of wie dan ook, dan geen gelul dat hij een slechte jeugd heeft gehad. Er zijn hier regels en daar houden we ons ook aan. We laten ons toch niet door vijftig ‘verveel-oren’ onze samenleving afnemen?

Een tolerante samenleving, daar staat Berry voor en alles dat fout is, als mensen zich niet aan de regeltjes houden, dat pakken we aan.

Laat dit duidelijk zijn: je moet van anderen afblijven. We praten in deze samenleving en als we het niet eens worden, gaan we naar de rechter. We spelen geen eigen rechter.

Maar tolerantie komt van twee kanten. Ouderen moeten ook leren dat jongeren bij de stad horen. En niet te snel bellen. Hebben we hier een evenement, Groove Garden, wordt gelijk geklaagd; overlast. Tjonge, jonge wat voor tolerantie hebben we hier?! Het moet niet elke week en te lang in de nacht, maar we moeten we de stad voor velen toegankelijk houden met leuke activiteiten.”

Hoe is het in Sittard-Geleen met overlast en hangjongeren?

,,Echte overlast en vernielingen, nou, daar heb ik een broertje dood aan. We hebben de hangjongeren hier nu redelijk goed in beeld. Er zijn wel groepjes her en der, maar echte uitwassen zoals in de Randstad hebben we niet. Wel zijn er wat ‘verveel-oren’ die af en toe dreigend overkomen, maar die slaan niet door. Excessen hebben we hier niet en dat wil ik graag zo houden. We hebben contact met de moskee, met jongerenwerk et cetera die de jongeren in de gaten houden. Als er iets zou broeien, zijn we er op tijd bij. Het helpt niet om voor politiek gewin mensen te beledigen en mensen tegen elkaar op te zetten.”

Is er een Wilders-achtige partij die in Sittard-Geleen aan de verkiezingen wil meedoen?

,,Voor zover ik weet niet, maar het baart me wel zorgen. Tijdens de Europese verkiezingen hebben procentueel veel mensen in Sittard-Geleen op Wilders gestemd.”

Voel je je hierdoor persoonlijk aangesproken?

,,Ja, ik vind wel dat ik daar iets mee moet. In Stadbroek, Lindenheuvel en Sanderbout hebben we goed beleid dat de mensen daar helpt. Ik laat mensen nooit in de kou staan. En hoe kan het dan potdomme dat ze daar dan toch massaal op Wilders stemmen? Als Wilders aan de macht komt, is het allemaal ellende. De mensen die nu op hem stemmen, moeten dan alles betalen. Verder gaat het in Nederland niet alleen om de islam. De PVV is een one issue party; een partij die vooral op één onderwerp inzet. Daar heb ik het niet zo niet op. De politiek moet zich met een heel breed terrein bezighouden.”

Misschien denken veel stemmers niet zoals de meeste politici? Extreme politici maken van een complexe zaak een eenvoudig probleem met een eenvoudige oplossing. Dat levert veel stemmen op.

,,Ik moet het schijnbaar toch nog beter uitleggen… Ik loop vier jaar keihard en dan vraag ik efkes één stem terug, dan ga ik weer vier jaar hard voor en met de burgers samen werken. En met plezier overigens; ik ben niet een man die de last van de hele wereld op zijn schouders draagt.”

(Dit artikel verscheen eerder in Hét WijkKrantje.)

Comments Off

admin op 6 November 2009 in Politiek & Media

Ramadan: hoe ga jij met de dingen om?

Ramadan is een moslimfeest voor mentale en fysieke reiniging, en bezinning op je sociale verantwoordelijkheid. Tijdens de vastenmaand schoof ik namens het Wijkkrantje aan bij de familie Vlemmings in Sittard. Ik had een openhartig gesprek met Sabah (43), Jop (48), Nora (18) en Omar (7) over ramadan, de islam en de Nederlandse samenleving.

,,De islam is het verlengde van het christendom”, zegt Jop Vlemmings, een autochtone katholiek die in 2000 moslim werd vanwege zijn huwelijk met de Marokkaanse Sabah. ,,Het was een logische keuze; het christendom komt voor uit het jodendom en de islam is weer het vervolg op het christendom. En innerlijk voelt het beter, ik zit nu beter in mijn vel.”

Hij vult aan: ,,De islam is een vooruitgang ten op zichte van het christendom; Mohammed is de laatste profeet. Maar verder hebben alle drie de geloven dezelfde god, dus dat verandert niet.

Ik zie dat het christendom steeds minder wordt en dat er vooral nog oudere mensen naar de kerk komen. Vergelijk dat met het moslimgeloof: als wij naar de moskee gaan, mag je blij zijn als je plaats hebt. Zeker in Marokko. Mijn indruk is ook dat de mensen daar, een stuk geloviger zijn dan hier.

Wie van de katholieken zie je hier nog vasten? Het christendom is ook de nodige keren slecht in het nieuws gekomen; dominees die zich vergrijpen aan kinderen, pastoors die trouwen. Ik weet niet of dat bij ons niet voorkomt. Misschien komt het ook niet naar buiten.”

Jop was jarenlang directeur van een bedrijf met tien CNC-frezers. Hij runde het samen met Sabah. Over geloof, laat staan over zijn nieuwe geloof, werd op de werkvloer niet gesproken. En als er eens vervelende opmerkingen werden gemaakt, gaf hij geen krimp. ,,Ik heb een olifantenhuid gekregen met de jaren.”

Beeldvorming

Het ergste zijn de media, als het gaat om het negatief neerzetten van moslims, vindt Jop. ,,Vaak wordt gemeld als het een moslim is, terwijl dat niet bij andere mensen gebeurt. In mijn religie doen ze dat niet.”

Grapjes over de profeet van de islam, denk aan de Deense cartoon-affaire; dat hoort al helemaal niet. Net zo min als grapjes maken over Jezus. Jop heeft het idee dat het bespotten van de islam hier zomaar kan, terwijl dat bij het christendom niet gebeurt.

Dat is opvallend. Christenen die ik spreek, denken vaak exact het omgekeerde. Jop reageert verbaast. Hij heeft geen weet van afbeeldingen waarmee Jezus belachelijk wordt gemaakt. ,,Gebeurt dat dan?”

Ook wat Geert Wilders over moslims zegt, hoort niet, zegt Nora. ,,Zeker niet voor iemand in zijn positie.” Al mag hij natuurlijk zeggen wat hij wil dankzij de Nederlandse vrijheid van meningsuiting.

Haar stiefvader is uit vrije wil moslim geworden. Sabah: ,,Als je met iemand wilt trouwen, is het belangrijk dat allebei hetzelfde geloof hebben. Daar heb ik met hem over gesproken. Hij vond het wel moeilijk, in die zin dat Jezus bij ons niet de zoon van god is, maar een profeet.”

Jop knikt. ,,Je bent jarenlang zo opgevoed. Dan ga je je afvragen: wat is de waarheid? De bijbel is zo vaak herschreven, de koran is nog steeds dezelfde.”

Sabah bidt bij de tafel richting Mekka voor het eten dat is opgediend. De avond breekt aan; er mag zo weer gegeten worden. Omar racet ondertussen met een spelcomputer op de televisie. Het gaat hard. Hij knalt steeds met z’n autootje op hetzelfde punt uit de bocht, legt hij uit.

Geloofsregels

Het eten ziet er lekker uit. Een ketel soep met ingrediënten die het lichaam herstellen van het vasten. Verder allerlei zoete en hartige hapjes, pannenkoeken en gedroogde vruchten. Sabah bidt vooraf een speciaal ramadan-gebed.

Ze vertelt onder het eten dat ze in Marokko vrij liberaal is opgevoed. ,,Mijn vader, hij is nu vijfennegentig, heeft ook nooit kinderen uitgehuwelijkt – mijn oudste zus is nu zestig. Hij heeft ook nooit gezegd dat we als vrouw een hoofddoekje moesten dragen, daar heb ik op mijn veertigste bewust voor gekozen.”

Het ergert haar soms dat sommige mensen denken dat vrouwen die een hoofddoek dragen dom zijn en onderdrukt worden. Alleen door het zien van de hoofddoek.

Sabah: ,,Het heeft ermee te maken dat een vrouw geen lustobject moet worden, daarom draag ik die hoofddoek. Het is een bewuste keuze.”

Nora: ,,Voor de islam werd de vrouw als vuil behandeld, in de islam is ze als een mooie edelsteen.”

Het dragen van een hoofddoek is een geloofsregel die het gezin hoog houdt, net als bijvoorbeeld het verbod op alcohol. Sabah: ,,Door alcohol ontstaat heel veel ellende, daarom drinken wij helemaal geen alcohol.”

Onveranderd

Beperkt het geloof op deze manier niet de individuele vrijheid en verantwoordelijkheid? Er zijn veel mensen die af en toe alcohol drinken en geen problemen veroorzaken. Bovendien zou een wijntje per dag goed zijn voor de gezondheid.

Sabah: ,,Het geloof bepaalt niet, de gelovige komt er zelf achter dat god dat wil. In de koran staat bijvoorbeeld dat een man vier vrouwen mag hebben. In de alinea daarop - die vaak niet wordt gelezen - staat dat hij ze dan wel alle vier evenveel lief moet hebben. Dat is onmogelijk, je houdt altijd meer van één vrouw, dus is het beter om dat niet te doen.”

Haar devies: ,,Je moet niet blind geloven, maar zelf over dit soort zaken nadenken. God heeft ons hersenen gegeven om te gebruiken.”

Maar sommige dingen staan vast: ,,Aan de islam verandert niks. Het is een puur, lief geloof met alles dat je nodig hebt in het leven, voor elkaar klaar te staan en rekening met elkaar te houden. Dat is prachtig. De koran is, net als de bijbel, een soort wetboek. En de koran heeft het voordeel dat er niets aan veranderd is.”

Wat als er toch wel verschillende versies van de koran in omloop zijn, en de koran zelfs niet compleet is, zoals de schrijver Ibn Warraq beweert?

Sabah haar geloof zou niet veranderen: ,,Mijn geloof is niet gebaseerd op een boek, het draait om het geloof in god. Ik die in contact sta met god. En vanuit mijn geloof heb ik veel wonderen meegemaakt.”

Als voorbeeld noemt ze een zeer ingrijpende situatie, waarin Sabah en Nora hebben gebeden en god zich naar hun mening rechtvaardig heeft betoond. En wel op oudtestamentische wijze. Het sterkte hen in hun geloof.

Het probleemgedrag van Marokkaanse jongeren die al jaren op veel plaatsen voor overlast zorgen, heeft juist weer niets met de islam van doen, zegt Sabah. ,,Zij maken misbruik van de situatie. Het is maar een kleine groep, maar veel anderen worden er de dupe van. Ze zeggen: ‘Ik ben moslim’, maar verkopen drugs, lachen hun buurman uit of slaan iemand in elkaar. Wat heeft dat in godsnaam met islam te maken?”

Probleemjongeren

De sympathieke moslima wil graag zelf meewerken aan het oplossen van de problemen met deze en andere moslims, bijvoorbeeld via de lokale politiek. Ze zoekt de oplossing voor de Marokkaanse probleemjongeren in de gezinssituatie.

Deze jongeren hebben vaak vaders die aan de lopende band werken en moeders die noodgedwongen poetsen, legt ze uit. Verder hebben ze een ander uiterlijk. Dat zorgt voor een minderwaardigheidscomplex en een terugtrekken binnen de veiligheid van de eigen groep. ,,Moeders in zo’n situatie kunnen hun kinderen ook niet goed opvoeden, dus missen de jongeren een goede start.”

Deze jongeren kiezen als groep voor dit gedrag. Zo’n jongen zou zijn sociale omstandigheden ook kunnen zien als een persoonlijke uitdaging om zichzelf te verbeteren in de samenleving.

,,Dat gebeurt ook, maar het gaat nog heel langzaam. Het gaat erom dat andere mensen de jongens het gevoel geven dat ze erbij horen.”

Misschien, over twintig jaar, zijn de Marokkaanse probleemjongeren van nu ingeburgerd en hoort een deel van hen bij de middenklasse. Dan heb je kans dat zij weer met verwilderde ogen kijken naar een nieuwe groep in de samenleving.

,,Ja”, grapt Jop. ,,De Polen. Daar word nu ook van alles over gezegd en geschreven.” Precies. Ook zij zijn laaggeschoold, komen alleen om te werken en worden met de nek aangekeken.

Lichaam

Nora weet het zeker: ,,Het is zijn de media, dat zijn de boosdoeners. Die maken meer reclame voor het negatieve. Elke week is er op de Nederlandse tv wel iets negatiefs over de islam. Als allochtone mensen zich moeten verdiepen in de cultuur, geschiedenis en taal van het land waar ze in wonen, waarom zouden autochtone mensen zich dan niet verdiepen in het geloof en de cultuur van de buurman of buurvrouw? Weet waar je het over hebt, voor je over iets begint te praten.”

Geïrriteerd: ,,De islam is mijn geloof, het is net als mijn lichaam. Als je daaraan komt, kom je aan mij.’’

Je geeft de media de schuld. Dat is niet helemaal onterecht, maar ik denk dat veel mensen hun mening over moslims voornamelijk baseren op persoonlijke ervaringen. Bijvoorbeeld in achterstandswijken, waar mensen als in een snelkookpan bij elkaar leven. Daarnaast is er angst bij een groep blanke autochtonen die juist weinig contact heeft met moslims.

Nora: ,,Mensen in een achterstandswijk kun je allemaal beschouwen als mensen die het moeilijk hebben. En dus niet vrolijk door de straten zullen paraderen, zowel autochtone als allochtone mensen.

Mensen zouden gewoon niet moeten discrimineren, dat staat ook in de grondwet.” En toch gebeurt het, ook onder moslims van verschillende nationaliteiten. ,,Dat weet ik ook wel. Ik weet hoe het in sommige steden gaat, maar het zou niet zo mogen zijn.”

We eten nog wat. De tafel is feestelijk gedekt, de hapjes zijn heerlijk. Ik heb het gevoel dat het gesprek wat te zwaar is geworden en veel te weinig over de ramadan is gegaan. Sabah vindt dat geen bezwaar. Een gerecht zonder zout en kruiden is ook niet lekker; kritisch zijn mag best.

En nadenken over je verhouding tot je omgeving, hoort ook bij ramadan, legt ze uit. ,,Hoe ga jij met de dingen om. Hoe kun je de goede dingen doen. En dat jij normaal overdag brood eet en anderen niet genoeg hebben; daarbij stilstaan. De rest van het jaar, als je veel op routine doet, kun je dan nog eens nadenken over de inzichten die je deze maand hebt gekregen.

De maand van ramadan is een maand van gebeden, bezinning, geduld, genade, vergeving, en barmhartigheid. En het is een maand van gezelligheid, waarin families bij elkaar komen.”

Comments Off

admin op 24 September 2009 in Religie & Spiritueel

Lekker knuffelen met Mohammed de Beer

Een Britse lerares in Soedan is onlangs veroordeeld tot 15 dagen cel omdat ze een knuffelbeer in haar klasje Mohammed liet noemen. De kinderen hadden over de naam gestemd. Nu was er lang geleden een bijzondere man die ook zo heette. Hij stichtte het moslimgeloof en vanwege het mogelijke verband is de lerares bestraft. Hoe kan dat? De helft van de mannen in Soedan heet waarschijnlijk Mohammed of een afgeleide daarvan. En die zijn waarschijnlijk minder onschuldig dan dit beertje (waarvan sindsdien overigens niets meer is vernomen).

Het heeft te maken met respect. Je mag Mohammed (zelf een tekstdenker en geen beelddenker volgens de Hadith) daarom ook niet afbeelden – dat heeft lang geleden prachtige abstracte kunst en architectuur opgeleverd – al komt het sporadisch wel eens voor. Denk aan de omstreden Deense cartoons van westerlingen, maar ook moslims hebben het gedaan. Klik bijvoorbeeld hier voor het oudste plaatje van de profeet.

Niet zo vreemd deze vorm van respect betuigen, ook voor christenen. Was Mohammed in alle opzichten een man van de wereld - compleet met een groepje echtgenotes waar hij vermoedelijk niet alleen schaak mee speelde of mediteerde - Jezus is vooral bekend als De Zoon van God (ondanks dat hij regelmatig aanlag met de rijken, wel eens een wijntje dronk en ook met hoeren en gedetacheerde medewerkers van de belastingdienst omging). Een lachende Jezus (hij zal toch niemand hebben uitgelachen?) of Jezus die zijn geliefde Maria-Magadalena vol op de mond zoent, dat idee is voor veel christenen nog steeds wennen.

Terug naar het beertje. Het allemaal een kwestie van angst, denk ik (op z’n Duits uitspreken). Want als je als kind je ongekunstelde liefde betoont aan Mohammed, kon dat wel eens het respect voor de profeet in de weg staan. Die angst is niet nodig. Ik verwacht dat het tegenovergestelde zal gebeuren: het werkt heel positief. Angst is een slechte raadgever.

Mijn visioen: laten we allemaal de knuffelberen van onze kinderen noemen naar grote leiders. In de VS is het gebruikelijk om kinderen te noemen naar presidenten, maar dat bedoel ik niet. Ik heb het over echt grote mensen, die op ethisch en spiritueel gebied wezenlijke bijdragen hebben geleverd.

Om de knuffelkracht nog verder te versterken, wil ik de volgende aanbeveling doen: Het is goed voor de verdraagzaamheid als een christelijk gezin de knuffelbeer Mohammed noemt of Ali – naar de neef van de profeet. Een hindoe kiest voor Boeddha et cetera. Het christelijke ‘heb uw vijanden lief’, was nog nooit zo gemakkelijk. (U kunt ook ‘naasten’ lezen voor ‘vijanden’, als u de mensheid dan maar als één geheel ziet.)

Mahatma Gandhi oordeelde eens - ik kan de geloven per ongeluk omdraaien, maar het punt is duidelijk – dat een moslim, die een hindoe-kind had doodgeslagen in religieus-ethnische woede-uitbarsting, een hindoe-kind als zoon moest accepteren en opvoeden. Voorwaar, man met diepe wijsheid. Een man, geen God en geen profeet.

Kinderen groeien in mijn toekomst op met een warm plekje in hun hart voor Mohammed, Gautama Boeddha, Jezus en/of Krishna, om maar eens een paar te noemen. (Graag de naam kiezen van de religie of overtuiging die het verst van die van de ouders en de omgeving staat.) Hun liefste gaat overal mee naar toe, naar school, naar de grootouders en natuurlijk ook mee naar bed. In bed met Mohammed -the movie.

Natuurlijk moet die kinderen wel worden uitgelegd dat de beer niet de persoon is. Het zijn per slot van rekening kinderen. Als we in een kerk even buigen voor een Jezus- of Maria-beeld, of in een tempel voor een Boeddhabeeld, is dat ook niet voor de klei of het hout, maar voor wat het vertegenwoordigt.

Nu ik er nog eens over nadenk, Mohammed was niet zo’n gezellige jongen, dus wil je die eigenlijk wel als role model voor je kinderen? Hij was een handelaar en een machthebber en op een gegeven moment overviel hij ook karavanen… (Lees hier over het ontstaan van de islam). Wacht eens even: bij nader inzien: misschien juist wel. En juist in Nederland.

Het klinkt allemaal heel erg als onze Gouden Eeuw; groot worden door te handelen, de baas willen zijn in een groot deel van de wereld, schepen overvallen van tegenstanders et cetera. Ook qua geloof. De moslims zijn voor de christenen wat de protestanten (die de Gouden Eeuw in gang hebben gezet, denk aan de Weberthese) voor de katholieke kerk zijn (als de christenen voor de joden en de joden/gevluchte priesters van Echnaton voor de Egyptische religie en, om maar eens een andere dwarsstraat te noemen: zen binnen het boeddhisme).

Anyway, knuffelen met een beer is goed voor kinderen. Ook al heet hij Piet of Klaas of Truus. Je kunt er trauma’s beter mee verwerken, ontdekten ze bij de brandweer in de VS. En knuffelen is keigaaf. Het is ook al zo oud als de mensheid. En nog steeds geweldig, al is het in de VS op sommige plaatsen verboden. Er is ook een leuk filmpje over huggen op YouTube: een hippie-achtige actie om iedereen te omhelzen. Er is op YouTube ook een ludieke handleiding te vinden om als heteromannen onderling te huggen.

Terug naar Mohammed de Beer. Om kort te zijn: stop met bearhugging (elkaar als gelovigen om politieke redenen tegen de grond worstelen), laten we beginnen met het huggen van de beer. De beer als de Ander. Er is al een site voor berenknuffelaars en een speciale dag. Nu nog een aankomend profeet vinden die deze woorden ingefluisterd krijgt van De Grote Baas, zoals een oma van mij altijd zei. De Grote Berenbaas.

Comments Off

admin op 3 December 2007 in Religie & Spiritueel