Sittardse “friteskoning” verovert Limburg

Ze zeiden in Amstenrade dat het toch niet zou lukken. Waarom zou hij slagen, waar tien voorgangers de afgelopen acht jaar jammerlijk hadden gefaald? Het was de beste aanmoediging die ondernemer Lahcen Askour (29) kon krijgen. Zijn frituur in Amstenrade ging in juni open, draait intussen goed en een volgend project, in Geleen, staat al op stapel.

De Sittardenaar praat energiek en gedreven, weet wat hij wil, én hij durft knopen door te hakken. Hij is geen ondernemer, hij is ondernemend – en wel vanuit zijn tenen. Lahcen Askour bruist van energie. Dat is ook noodzakelijk wanneer je regelmatig een stuk tegen de stroom in zwemt; de stroom van verwachtingen. Dat vereist visie, kracht en een stevige portie doorzettingsvermogen.

Tweeëntwintig is hij, als hij in 2005 samen met zijn kameraad Stan Huiveneers een frituur overneemt in Ophoven, Sittard. De buurt vindt het wel grappig; twee jonge jongens, op dat moment hovenier en taxichauffeur/barkeeper, die de horeca ingaan. Dat is lef, denken ze. Maar of ze het redden?

Vooraf hebben Stan Huiveneers en Lahcen Askour aandachtig geluisterd naar wat klanten willen; goed en veel eten, scherpe prijzen, een prettig ingerichte zaak en een opgewekte bediening, altijd klaar voor een praatje. Dat wordt het, en hun aanpak werkt. De dagverse frites, gemaakt van Limburgse aardappelen, maakt het plaatje compleet.

De klinkende resultaten smaken al snel naar meer. In 2007 kopen ze het pand en twee jaar later breiden ze uit met een friteswagen plus voortent. Stan Huiveneers zal “Ophoven” runnen, Lahcen Askour gaat de boer op. Woensdags staat hij in Hoogveld (Sittard), donderdags in Doenrade en vrijdags in Holtum. Vaak staan er lange rijen voor de wagen, maar dat hebben de klanten er voor over. Zijn frites zijn met liefde gebakken, en dat proef je.

Het zakelijke wonderduo doet het goed, zowel in Ophoven als onderweg. Sommige mensen zouden met dit succes tevreden zijn. Maar niet Lahcen Askour. Hij heeft een onstilbare honger naar nieuwe uitdagingen.

In 2010 zag hij dat het pand in Amstenrade te huur stond, maar viste toen achter het net. Er kwam een pizzeria in. In november 2011 wordt de deal alsnog beklonken. Hij laat zich door Stan Huiveneers uitkopen wat betreft de exploitatie van de frituur in Ophoven en gaat alleen verder, alle energie gericht op “Amstenrade” en zijn friteswagen.

De eerste keer dat hij het pand bekijkt, slaat de schrik hem om het hart. Het raast door zijn hoofd: ‘Dit kan alleen maar beter. Het moet beter. Veel beter.’ Dus wordt er maandenlang stevig verbouwd tot de zaak 23 juni dit jaar opengaat met in de bediening Lahcen Askour, zijn vrouw Siobhan Askour, zijn broer Rachid en Marvin Baartz. Het resultaat mag er zijn.

Er is gekozen voor een lounge-achtige steer met leren meubels, stijlvolle tafels en dito stoelen. De ruimte is licht, stijlvol afgewerkt en geeft klanten een aangenaam gevoel. De gloednieuwe keuken is ingericht met de modernste apparatuur waarin de maaltijden en snacks volgens de HCCAP-eisen worden klaargemaakt.

En het eten, wel, de dagverse frites maar ook alle andere gerechten op het menu worden door de klanten hoog gewaardeerd. ‘We krijgen alleen maar positieve reacties en er komen steeds meer klanten bij.’

Het lijkt er dus op dat “friteskoning” Lahcen Askour het weer geflikt heeft; opnieuw heeft hij een mislukking omgetoverd in een zakelijk succesverhaal, met als basis opnieuw zijn dagverse, Limburgse frites.

‘Tien jaar geleden’, vertelden ze hem in Amstenrade voor hij begon, ‘zat er op die plek een uitstekende frituur. Daarna is het nooit meer zo goed geweest.’ De toenmalige uitbaatster woont om de hoek. Ze is nu een vaste klant van Frituur Amstenrade. Dat zegt toch genoeg?

De enthousiaste ondernemer is ondertussen bezig met de voorbereiding van zijn volgende project; een frituur in Lindenheuvel, Geleen. De volgende pijler van zijn groeiende frites-imperium. Geplande opening: eind september.

Illustratie gestolen van Joost Langeveld Origami.

Comments Off

admin op 14 August 2012 in Ongewoon & Anders

Oost-Europese gaatjesboorders al jaren actief in Hoogveld

In de Sittardse wijk Hoogveld zijn al ruim twee jaar gaatjesboorders actief. Volgens de politie zeker vanaf september 2011. Vermoedelijk gaat het om een Oost-Europese bende.

Het zijn inbrekers die zich binnen een paar vooraf uitgekozen straten richten op contanten en snel verkoopbare spullen zoals laptops. Ze komen vaak binnen over de schutting en breken in via deuren in de achterpui.

Met een handboor of accuboor boren ze gaatjes in kozijnen of deuren om vervolgens met een ijzerdraadje en een magneetje de sleutel aan de binnenkant om te draaien. Dit is de handelswijze van zogenoemde gaatjesboorders.

Op 8 maart dit jaar waren in Hoogveld op deze manier drie woningen het doelwit; aan de Romeinseweg en aan de Liviusstraat. In één geval mislukte de inbraak. Bij de twee overige twee woningen zijn de inbrekers er vandoor gegaan met geld en waardevolle spullen.

Knuffelbeer in de tuin

Een gedupeerde van de Liviusstraat: ‘Ik zag ineens een gaatje in de tuindeur. Toen zei ik tegen mijn vrouw: “Schrik niet, maar het zou wel eens kunnen dat er vannacht bij ons ingebroken is.” Behalve het gaatje, met een doorsnee van een centimeter, was er niet veel te zien. Ze hadden alles keurig opgeruimd en pas later merkten we wat er allemaal weg was.

De laptop is verdwenen, mijn zonnebril, en al het geld is uit onze portefeuilles gehaald, maar de pasjes hebben ze laten zitten. Zelfs het buitenlandse geld, dat ik in een apart vakje bewaar als herinnering aan onze reizen, hebben ze meegenomen, ook al is het niet veel waard.

Toen de politie weg, was kwamen vonden we achter in de tuin onze spaarpot, stukgeslagen. Die hadden we nog niet gemist. Ernaast lag de beer van één van onze dochters; waarschijnlijk gebruikt om het geluid te dempen.’

Het stel is niet van slag door de inbraak, die ze ongeveer 650 euro armer heeft gemaakt. ‘Het wordt allemaal gedekt door de verzekering, toch blijft het heel vervelend. Vreemd ook, dat we niets hebben gehoord, terwijl ze waarschijnlijk ’s nachts bij ons over de schutting zijn geklommen.’

De inbraak 11 maart bij de WonenPlus-woongemeenschap voor verstandelijk gehandicapten aan de Brauningerstraat leidde tot meer commotie. Hier werden twee daders gezien rond kwart voor vier ’s nachts. Op het moment dat de politie verscheen, vluchten ze te voet en lieten een laptop en een geldkistje achter. Net als hun vluchtauto, een grijze, in het Duitse Bunde gestolen Audi A4.

Er waren drie laptops weg

In november en december waren er soortgelijke inbraken. In december braken gaatjesboorders in bij woningen aan de Deversstraat, de Tunnelweg, de Smithlaan en de Andersonstraat. Deze straten vormen een aaneengesloten gebied dat de tuinen van buiten afsluit. Via een leegstaand huis werd dit groene hart binnengedrongen en konden de inbrekers vervolgens rustig hun doelwitten kiezen.

‘’s Ochtends ging ik brood snijden om mee te nemen naar mijn werk en toen in de kamer keek, zag ik een schilderij, dat stond tegen de bank’, vertelt een gedupeerde, wonend aan de Deverstraat. ‘En een dressoir, dat normaal tegen de muur staat, was ook verplaatst. Er waren drie laptops weg die we de avond ervoor niet hadden opgeborgen. Met de schade aan de deur hadden we zo’n drieduizend euro aan kosten.’

Twee dagen later was het raak bij twee woningen in Biddlestraat: ‘Ik sprak in die tijd een buurtbewoner waar twee jaar geleden ook al was ingebroken door gaatjesboorders. De politieagent die bij hem op bezoek is geweest, zei dat het gaat om een Oost-Europese bende met Hongaarse en Bulgaarse leden.’

Oost-Europese bende

De politie Limburg Zuid constateert dat er in Zuid-Limburg zeker vanaf september 2011 serie-inbraken plaatsvinden door gaatjesboorders. ‘Dit is ook in Hoogveld het geval’, aldus een woordvoerder. Vermoedelijk gaat het hier, net als in Noord- en Midden-Limburg, om Oost-Europese bendes.

Zorgt dit voor een toename van het aantal inbraken? In 2011 werd in Sittard-Geleen 480 keer ingebroken, in 2010 gebeurde dat 372 keer; een toename van 22,5 procent. Over een langere periode bezien, blijken 2010 en 2011 voor Sittard-Geleen echter jaren van in verhouding weinig inbraken.

Van 2006 tot en met 2009 is in de gemeente respectievelijk 504, 619, 643 en 612 keer ingebroken in woningen, aldus de Kadernota Integrale Veiligheid Sittard-Geleen 2011-2014. De afgelopen vijf jaar vonden in Sittard-Geleen dus gemiddeld 545 inbraken per jaar plaats. Daarbij lijkt het aantal inbraken vanaf oktober 2011 weer toe te nemen.

Inbraakcijfers sinds januari 2010 voor de wijk Limbrichterveld, waar Hoogveld deel van uitmaakt, laten inderdaad een sterke stijging zien. In 2010 waren er 5 inbraken en 8 pogingen daartoe (samen 13), in 2011 waren die aantallen respectievelijk 12 en 15 (samen 27). In de eerste vier maanden van dit jaar waren er 3 inbraken en 5 pogingen, samen 8 incidenten; zestig procent van het aantal inbraken en pogingen in heel 2010.

Topmaanden waren maart (5 inbraken en pogingen), oktober (4 inbraken en pogingen) en december 2011 (6 inbraken en pogingen) en maart 2012 (6 inbraken en pogingen).

Particuliere beveiliging

Wat kunnen de inwoners van Hoogveld doen om de kans op inbraken door gaatjesboorders te verkleinen? ‘Sleutels verwijderen en deur- en raamhefboompjes met een slot te gebruiken. Een buitenlamp plaatsen helpt ook’, meldt de politie in het kader van algemene voorlichting, ‘want inbrekers houden van het donker. Ook is het verstandig om waardevolle spullen niet in het zicht te leggen.’

Preventie en toezicht kunnen ook collectief worden opgepakt. Bij de gemeente wordt hierover al nagedacht, zo bleek begin dit jaar. ‘We zouden mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt of vrijwilligers kunnen inzetten voor stad- en wijktoezicht’, opperde wethouder Pieter Meekels tijdens het Werkatelier Limbrichterveld-Hoogveld in januari.

Een andere, wat onorthodoxe mogelijkheid is om collectief een beveiligings- of bewakingsbedrijf in te huren. Dat is overigens alleen effectief als er een geïntegreerd plan van aanpak komt, aldus de directeuren van twee Limburgse bedrijven in de veiligheidsbranche die liever niet met naam genoemd willen worden.

Eens per week een jaar lang laten surveilleren in Hoogveld kost naar schatting van één bedrijf ongeveer 32.500 euro. Bij zo’n 1100 woningen komt dat neer op 29 euro per woning per jaar / 8 cent per woning per dag. Via afspraken met stadstoezicht en de politie en cameratoezicht zouden die kosten kunnen worden verlaagd.

Als de verwachte ontwikkelingen doorzetten, is het een oplossing die zeker het overwegen waard is. Vooral ook omdat politie en justitie nog maar weinig zicht hebben op deze bendes, die overigens los staan van de reguliere arbeidsmigranten uit Oost-Europa die in ons land werken.

(Dit artikel is geschreven voor het WijkKrantje en 15 april aangepast op basis van extra informatie van de Politie Limburg Zuid.)

Comments Off

admin op 30 March 2012 in Politiek & Media

Woont Hoogveld aan de voet van een chemische vulkaan?

De afgelopen maanden is in Sittard-Geleen behoorlijke onrust ontstaan over vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor. Hoewel het zwaartepunt van de discussie ligt bij Chemelot in Geleen, heeft ook de Sittardse wijk Hoogveld heeft ermee te maken. Ontsnappen de inwoners regelmatig aan een ramp van CNN-proporties of is dat zwaar overdreven?

Directe aanleiding was het aanvragen van een nieuwe milieuvergunning van ProRail voor het emplacement in Born, ook voor rangeren met en transport van gevaarlijke stoffen. Dit verzoek was eind 2008 al ingediend, maar de gemeente wilde meer informatie van de spoorgebruikers en die liet zo lang op zich wachten.

De Stadspartij van Sittard-Geleen en maatschappelijke organisaties protesteren tegen deze vergunning vanwege de veiligheid en de overlast voor omwonenden (geluidshinder, fijn stof).

De Stadspartij had eerder al geageerd tegen de plannen van Chemelot om meer gevaarlijke stoffen per spoor te vervoeren. Hierdoor zou de veiligheid van zeker zesduizend mensen in het geding zijn. Bij een ongeluk met LPG wonen zij in de dodelijke zone. Op internet vielen vanwege de LPG-wagons al termen als “rijdende bommen”.

2500 handtekeningen

Volgens Henk Bril, Senior Distribution Safety Expert bij SABIC, is dat een paniekverhaal, al kan een ramp niet geheel worden uitgesloten. SABIC is beeldbepalend op Chemelot en de grootste speler wat betreft transport van gevaarlijke stoffen in de Westelijke Mijnstreek.

Cijfers, plannen en maatregelen zouden volgens Henk Bril door critici op verkeerde wijze zijn gecombineerd, zodat onterecht het beeld ontstaat dat de mensen langs het spoor leven aan de voet van een chemische vulkaan.

In maart dit jaar werd het kookpunt bereikt. De Stadspartij had intussen ruim vijfentwintighonderd handtekeningen verzameld tegen het rijden en rangeren met gevaarlijke stoffen door en langs woonwijken.

Ironisch genoeg, kreeg SABIC drie maanden later van brancheorganisatie VNCI de Nederlandse Responsible Care Award, juist vanwege de voortrekkersrol wat betreft veilig transport via het spoor. En dat allemaal in het Jaar van de Chemie.

Twee sporen bij Hoogveld

Hoe zit het nu met Hoogveld, dat aan twee kanten wordt begrensd door rails? Aan de oostzijde van de wijk ligt een traject waarover vanaf Chemelot, via station Sittard, naar het noorden (gevaarlijke) stoffen worden vervoerd.

Dit gebeurt met name door SABIC (ex-DSM, in Saoedische handen), OCI Nitrogen (onderdeel van het Egyptische Orascom Construction Industries met daarin opgenomen het voormalige DSM Agro en DSM Melamine) en DSM.

Er vinden via station Sittard ook Chemelot-transporten naar het zuiden plaats, maar daar hebben de inwoners van Hoogveld niet direct mee te maken.

Van Sittard naar Born

Aan de zuidzijde van Hoogveld loopt een spoorlijntje dat vanaf station Sittard, tussen Hoogveld en Limbrichterveld, via het emplacement in Born, leidt naar de Rail Terminal Born (RTB) en Industrieterrein Holtum-Noord.

Via dat spoor zijn in 2010 jaar geen gevaarlijke stoffen vervoerd. ProRail telde in 2010 op het emplacement in Born 571 goederentreinen (’nul wagons met gevaarlijke stoffen’) en 122 ‘overige treinen (geen personenvervoer)’, aldus ProRail-woordvoerder René Vegter.

Actievoerders beweren dat voor 2010 wel gevaarlijke stoffen over dit traject zijn gegaan. ‘Eind vorige eeuw, in de tijd van DSM, voordat SABIC en OCI Nitrogen bestonden’, zegt Henk Bril, zijn over het spoor Sittard-Born inderdaad ‘heel sporadisch’ wagons met het giftige acrylnitril vervoerd (D3).

‘Maar dat is al jaren niet meer het geval. Tegenwoordig vervoeren we over dat spoor alleen nog brandbare vloeistoffen in zogenoemde bombes. Dat zijn geen tankwagons, maar platte wagens met daarop tanks van achtduizend liter. De brandbare vloeistoffen die erin zitten, aluminium alkylen, zijn hulpstoffen voor de productie van kunststoffen.

Deze transporten vinden sporadisch, één keer per maand / één keer per kwartaal, plaats en zelfs dat willen we afbouwen tot nul. Probleem is, dat deze stoffen in Duitsland niet via de weg mogen worden vervoerd, dus moet het per spoor. Verder vervoert SABIC geen gevaarlijke stoffen van of naar Born en al helemaal geen LPG; vanwege de veiligheid is dat niet verantwoord.’

Emplacement in Born

Ook DSM en OCI Nitrogen rijden niet met gevaarlijke stoffen over het spoor naar Born. Ze zijn dat naar eigen zeggen ook niet van plan, net zo min als SABIC, hoewel de opname van het traject in het Basisnet volgend jaar dat wel mogelijk maakt. Basisnet is binnen het Nederlandse spoorwegennet een reeks routes voor transport van gevaarlijke stoffen die vermoedelijk in 2012 wettelijk zal worden vastgelegd (er komt ook een Basisnet voor de weg en het water).

Henk Bril: ‘Het lijntje Sittard-Born is een zogenoemde grijze lijn. Dit betekent dat er nauwelijks vervoer van gevaarlijke stoffen is voorzien. En als dat gebeurt, moeten de risicocontouren op de spoorlijn blijven liggen.’

ProRail, sinds 2005 de nationale railbeheerder, heeft een vergunning aangevraagd om jaarlijks maximaal zevenhonderd wagons met gevaarlijke stoffen toe te laten op dit stuk spoor en het Bornse emplacement. Het gaat om tweehonderd wagens met propaan (LPG), vijftig met ammoniak (giftig gas), vierhonderd met benzine en vijftig met acroleïne (zeer giftige vloeistof). Tussen het rangeerterrein in Born en Holtum-Noord mogen met deze vergunning maximaal zesenveertig bewegingen per etmaal plaatsvinden (bijna zeventienduizend per jaar).

Het gaat om dezelfde maximale hoeveelheden als toegestaan voor de Rail Terminal Born. De ruimte die de aangevraagde milieuvergunning biedt, hoeft echter niet te worden benut, zegt René Vegter: ‘Voor zover ik weet, zijn er geen kandidaten die interesse hebben in vervoer van gevaarlijke stoffen over dit traject’.

Langs uw achtertuin

Dan is er nog het andere spoor, aan de oostelijke kant van Hoogveld. Hierover gaan nu al transporten met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt als onderdeel van een koepelvergunning voor alle spoorvervoer van en naar Chemelot.

De Chemelot-bedrijven vervoerden volgens ProRail in 2010 ruim veertienduizend wagons met gevaarlijke stoffen over het spoor oostelijk van Hoogveld. Specifiek ging het om 7600 van categorie A (LPG), 2050 van categorie B2 (ammoniak), 950 van categorie C3 (benzine) en 3750 van categorie D3 (acrylonitril).

Wat kan er mis gaan?

Hoe gevaarlijk of veilig is het (toekomstige) vervoer van gevaarlijke stoffen? Hiervoor worden diverse risicoberekeningen gehanteerd. Simpel gezegd is de kans op overlijden voor omwonenden één op een miljoen per jaar (het plaatsgebonden risico). Daarnaast is er een factor die de kans op een ramp met meerdere doden aanduidt (het groepsrisico).

De soort stof is van grote invloed op het theoretische risico. LPG valt onder de hoogste risico-categorie (A). LPG kan door langdurige externe verhitting van de tank, bijvoorbeeld door een brandende vloeistof, omgezet worden in gas, waardoor de druk in de tank toeneemt. Dit zorgt uiteindelijk voor rupture (openscheuren) en via het vuur voor een explosie, CNN-waardig.

Denk aan een vuurbal met een straal tot honderdtachtig meter die in een fractie van een seconde een enorm krachtige drukgolf voortbrengt.

Het effect van zo’n ontploffing of Warme BLEVE (boiling liquid expanding vapour explosion) is dat binnen een straal van tweehonderd meter iedereen sterft. Binnen de straal van de vuurbal wordt alle bebouwing verwoest. Op vierhonderdvijftig meter ben je theoretisch veilig, maar tot negenhonderd meter sneuvelen je ruiten.

Gelukkig zijn de tanks waarin LPG per trein wordt vervoerd, heel sterk. Zo is de kans volgens deskundigen klein dat ze lekken door ontsporing of aanrijding, zo is uit proeven en ongelukken gebleken. Er is zelfs een specialist die beweert dat een LPG-tank nog niet kapot gaat als er een vliegtuig op neerstort.

LPG en ammoniak

Een andere gevaarlijke stof, waarmee langs Hoogveld wordt gereden, is ammoniak. OCI Agro produceert jaarlijks een miljoen ton ammoniak, verwerkt het leeuwendeel daarvan op Chemelot, waar ook een opslag is, en vervoert de rest (volgens haar website) via tankwagens en goederentreinen naar locaties in Nederland, België, Duitsland en Noord-Frankrijk.

Ammoniakgas kan bij het vrijkomen ervan, zelfs als het gaat om kleine hoeveelheden, in een relatief groot gebied (tot meerdere kilometers bij grootschalige transporten en productielocaties) zorgen voor gewonden en doden (bij de bron). Vanwege de mogelijk grootschalige effecten bij een calamiteit wil het Rijk dat OCI Nitrogen alle ammoniak op Chemelot verwerkt.

Als het fout gaat

In de risicoberekening bij ammoniak wordt uitgegaan van een aantal deeltjes in de lucht dat binnen een bepaalde blootstellingstijd door inademing blijvende schade en soms de dood tot gevolg heeft. Gelukkig heeft ammoniak een stekende geur, zodat mensen snel gealarmeerd raken.

Bij de discussie over veiligheid gaat het vrijwel altijd over dit soort abstracte waarden die statistisch bezien niemand zorgen baren. De werkelijkheid blijkt soms echter niet in cijfers te vatten en dat verklaart de emotionele reacties.

Het meest recente voorbeeld is het ongeluk met een goederentrein 7 oktober in het achthonderd inwoners tellende Tiskilwa, in de Amerikaanse staat Illinois. Daarbij ontspoorden zesentwintig van de 131 wagons en explodeerden drie van de zeven tot negen wagons met ethanol (zes raakten in brand). Doordat het dorpje snel is geëvacueerd zijn er geen doden of gewonden gevallen.

Een voorbeeld in Europa is het ongeluk in juni 2009 in Viareggio, Toscane. De eerste wagon van een goederentrein ontspoorde, ook in het station, doordat een wielas brak. Een wagon met LPG kantelde en kwam terecht op een metalen paal, waardoor de twee centimeter dikke tankwand werd doorboord en het gas vrijkwam, dat vervolgens explodeerde via de hete uitlaat van een motorfiets. Daarna explodeerde een andere wagon met LPG. Nog vier wagons ontspoorden en kantelden, twee andere ontspoorden maar bleven overeind. Meerdere woningen werden geraakt door ontspoorde wagons.

De trieste balans: tweeëndertig doden, zesentwintig gewonden en honderd mensen dakloos.

Hetzelfde jaar gebeurden in Nederland drie ongelukken met goederentreinen; in Vleuten, bij Amsterdam-Zuiderpoort en bij Barendrecht.

Bij het laatste ongeluk botsten twee goederentreinen op elkaar. Een personentrein werd geraakt door brokstukken. De ketelwagens met aardgascondensaat in één van de goederentreinen bleven heel dankzij crashbuffers van SABIC, zodat een catastrofe is voorkomen.

Achteraf bezien, heeft de machinist van één goederentrein vermoedelijk een hartaanval gehad, waardoor hij uiteindelijk ‘door rood reed’. De machinist van de andere goederentrein raakte zwaargewond.

Veiligheid wordt beter

Naar aanleiding van met name het ongeluk in Barendrecht is er extra overheidsgeld voor een beter alarmsysteem gekomen dat machinisten corrigeert als ze dingen doen of nalaten die de veiligheid in gevaar brengen.

Het gaat simpel gezegd om het voorkomen van ‘door rood licht rijden’, dat volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid tussen 2000 en 2009 zorgde voor tweeëndertig Nederlandse spoorongelukken, met een sterke verdubbeling de laatste vijf jaar.

Ook zijn de leeftijd van het materieel, de indeling van de goederentreinen, de snelheid en het communicatiesysteem (dat in Barendrecht aanvankelijk faalde) ter discussie gesteld.

De palen, waarvan er één in Toscane zorgde voor het doorboren van een LPG-tank, worden overigens in Nederland sinds de jaren tachtig niet meer gebruikt, stelt Henk Bril.

Zijn bedrijf vervult binnen Nederland wat betreft spoorveiligheid een voortrekkersrol. SABIC vindt veiligheid belangrijk, net als goede sociale inbedding (people, planet, profit). Daarom heeft het onlangs via het SABIC Fonds, dat maatschappelijke initiatieven ondersteunt, voor twintig mille AED’s (reanimatie-kastjes) in de wijken van Sittard-Geleen laten plaatsen.

Wat betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen, plaatst SABIC intussen crashbuffers op alle wagons. Ook rijdt SABIC alleen nog met wagons jonger dan twintig jaar. Hiervoor heeft het bedrijf in juni de VNCI Responsible Care-prijs gekregen.

Lakse houding verandert

Opvallend genoeg waren deze veiligheidsverhogende maatregelen al veel eerder voorgesteld (in plaats van crashbuffers werd gesproken over kreukelzones), onder meer in ‘Ketenstudies ammoniak, chloor en LPG’ uit 2004 en de ‘Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen’ uit 2005.

De branche, de vervoerders, de railbeheerder en de overheid hadden tot voor kort schijnbaar niet veel haast om het transport van gevaarlijke stoffen echt veiliger te maken. Zo concludeerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid in januari in haar rapport over ‘Barendrecht’:

“De spoorpartijen en de minister voeren (…) een ’rituele dans’ uit, waarbij de nadruk ligt op wat relatief gemakkelijk kan en niet op wat daadwerkelijk noodzakelijk is. (…) Spoorwegveiligheid krijgt met name aandacht nadat een ernstig voorval heeft plaatsgevonden”.

Volgens Henk Bril is het vervoer van gevaarlijke stoffen gebaseerd op regels van de Verenigde Naties en was er aanvankelijk internationaal weinig bijval voor deze (veiligheid maar ook kostenverhogende) maatregelen. Intussen lijkt het tij dus gekeerd.

Een maatregel die nog op stapel staat, is het in 2008 door de overkoepelende brancheorganisatie voor veilig transport, de Commissie Transport Gevaarlijke Goederen, geopperde Warme BLEVE-vrij rijden. WBV-rijden houdt in dat de afstand tussen een wagon met brandbaar gas en één met een zeer brandbare vloeistof maximaal achttien meter bedraagt.

In december willen de Nederlandse chemiebedrijven, SABIC voorop, een convenant sluiten om alleen nog op deze manier te treinen met gevaarlijke stoffen. Henk Bril: ‘DSM had hierover al eerder afspraken gemaakt met de Nederlandse overheid.’

Meer gevaarlijke stoffen

Hoe ziet de toekomst er uit? Het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor zal in Nederland sterk groeien. En daarmee ook het risico, ondanks de toegenomen veiligheidsmaatregelen, en mogelijk ook de overlast.

Chemelot mag vanaf volgend jaar, met het Basisnet, jaarlijks 15.900 wagons met brandbaar gas (LPG en butadieen) vervoeren en hoopt dat aantal in 2015 te realiseren. Daarvan rijden er 13.900 langs Hoogveld over de lijn met Roermond (en 3000 over de lijn Chemelot – Maastricht).

Langs Hoogveld rijden dan maximaal jaarlijks 3500 wagons met ammoniak (op een totaal van 5200), 6200 met zeer brandbare vloeistoffen, als methanol (daarnaast gaan er 400 van en naar Maastricht), en 5500 met acrolyonitril. (Er zit overlap in de cijfers doordat treinen naar het zuiden via Sittard, waar locs gewisseld worden, moeten omrijden. Jaarlijks zijn dat bijna dertigduizend wagons, grofweg zo’n acht treinen per dag.

Meer via spoor en water

De toename komt in het algemeen doordat vervoer per spoor steeds voordeliger wordt, afgezet tegen transport via de weg. Gemiddeld neemt het vervoer van (gevaarlijke) goederen per rail tot 2020 toe met zo’n vijf procent per jaar. In 2010 ging het volgens ProRail om veertig miljoen ton.

De overheid lijkt daarbij overigens sinds 2003 met haar schattingen achter de feiten aan te lopen. SABIC vervoerde in 2010 bijvoorbeeld 8000 wagons van categorie A (LPG), terwijl dat aantal in 2007 nog werd aangehouden als streefgetal voor 2020 (8040). Intussen is het aantal bijna verdubbeld.

Chemisch hart van Europa

Na 2020 wordt een toename met een factor 1,5 tot 2 voorzien. Henk Bril wil niet voorbij die magische grens kijken: ‘Tot 2020 heeft Chemelot hier, denk ik, genoeg aan. Uitbreiding van de vergunning is tot die tijd niet aan de orde’, zegt hij eerst. Na lezing van het concept artikel voegt hij daaraan toe: ‘Maar zeg nooit nooit’.

Want SABIC wil blijven groeien. Zo streeft het bedrijf ernaar om in 2020 wereldleider te zijn in de chemie. Chemelot wordt dan een centrale locatie in Europa die bijna geen gebruik meer maakt van vervoer via de weg (medio 2010 495.000 ton).

Vrijwel alles gaat dan via het spoor en het water (en pijpleidingen, de belangrijkste manier van transport). Dit scheelt tijd en geld, en zorgt voor kleinere milieu- en veiligheidsrisico’s.

Om die grote plannen waar te maken, wordt honderd miljoen geïnvesteerd in de modernisering van naftakraker NAK4 van SABIC en krijgt het Chemelot-terrein een (ook door externe vervoerders te gebruiken) railterminal voor wagons met (gevaarlijke) stoffen (tot 100.000 containers per jaar). De provincie betaalt mee aan deze Rail Terminal Chemelot (RTC). Verder zijn er (nog niet uitgekristalliseerde) plannen voor een zuidelijke ontsluiting, zodat treinen naar het zuiden niet via Sittard hoeven te gaan.

De gevolgen van deze ontwikkelingen voor de inwoners van Hoogveld zijn nog niet goed in te schatten. Zo is onduidelijk of de externe vervoerders met interesse in de RTC, behalve de haven van Stein, ook de lijn naar de Rail Terminal Born in hun plannen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen willen betrekken.

Comments Off

admin op 14 October 2011 in Politiek & Media

Plan bomenkap Hoogveld in ijskast door buurtbewoners

Opnieuw is er opschudding in de Sittardse wijk Hoogveld over bomenkap en de vergunning daarvoor. Het gaat om het rooien van struiken en bomen in drie waterbuffers aan de Tungristraat, het Petroniuspad en de Eburonenstraat, samen 1,3 hectare. Het lijkt alsof de gemeente Sittard-Geleen te voortvarend reageert en zich daarbij niet aan de eigen vergunningaanvraag houdt. Voorlopig ligt alles voor onbepaalde tijd stil door twee buurtbewoners die naar de bestuursrechter stapten.

Begin maart had de kap moeten beginnen. Een paar dagen eerder, 28 februari, stuurde de gemeente een brief aan omwonenden van alle drie de buffers: door een storing aan het gemaal is er stinkend slib in de buffers gevormd, dat zorgt voor overlast van omwonenden en daarom moet het slib worden weggehaald. En met het slib, het groen. ‘De beplanting moeten we helemaal weghalen’, schrijft de wijkcoördinator van stadsdeel 4.

Langs het Petroniuspad staan twee rijen beplanting, deze wordt doorgetrokken tot achter hele talud achter alle buffers. Maar niet langs de Eburonenstraat en de Tungristraat, zo vervolgt de brief, ‘omdat achter de begroeiing van de buffers (zich) de fruitbomen van de pompgemalen bevinden.’

Juriste Manon Muris kijkt vanuit haar woning op de buffer aan de Tungristraat. Ze was verbaasd over de brief; ze volgt de gemeentelijke publicaties op de voet, onder meer vanwege de geluids- en stankoverlast van biomassacentrale BES en de aanleg van een ongelijkvloerse kruising in de Hasseltsebaan-Dr. Nolenslaan. Hoe heeft ze dit kunnen missen? Ze speurde in de gemeentelijke mededelingen van de afgelopen maanden.

Wat bleek? De vergunningsaanvraag had er inderdaad in gestaan, op 20 oktober 2010, maar heel klein, zonder -straat of wijknaam (wel met perceelnummers) en voor een leek volstrekt onduidelijk: ‘Omvormen beheer van 12.838 m2 houtopstand op percelen STD00 T 1695, T 01586, K 03276, K 03440 i.v.m. ontwikkelingen op percelen. T.b.v. beheer, werking en hydraulogisch profiel van de regenwaterbuffers is het noodzakelijk dat de wilgenopslag in de genoemde buffers wordt afgezet.’

Manon Muris vermoedt dat deze cryptische omschrijving geen toeval is, gezien de commotie in 2008 over de massale bomenkap op de aarden wal rond Hoogveld en de illegale kap later dat jaar van bomen aan het spoor. ,,Ik heb veel publicaties van Sittard-Geleen bestudeerd, van de maanden ervoor en erna, maar er was er geen zoals deze. In alle andere publicaties wordt de locatie aangeduid met adressen in plaats van met perceelnummers.”

Ze vroeg de vergunningaanvraag op. In dit formulier (voor een kapvergunning) staat éénmaal aangevinkt dat er wel en tweemaal dat er geen kapvergunning nodig is. Het stukje over ‘boom/bomen’ is niet ingevuld. Wel aangevinkt is ‘houtopstand’. Die wordt op een andere manier beheerd, belooft de vergunning (’omvormen beheer’).

In de toelichting staat: ‘De wilgenopslag in de buffers wordt afgezet. De aanwezige boomvormende wilgen zullen worden geknot. De aanwezige stobben worden niet gerooid zodat deze opnieuw kunnen uitlopen.’ In gewoon Nederlands: de wilgenstruiken worden met wortel en tak verwijderd, maar de wilgenbomen worden gesnoeid. En dat, terwijl in de brief aan de bewoners duidelijk staat: alles eruit.

In de kapvergunning, 21 december 2010 door het college verleend en 28 december verzonden, staat dat er op de locatie van het te kappen groen andere ontwikkelingen gaan plaatsvinden. Welke is een raadsel (voor zover bekend blijven het waterbuffers). Opvallender is dat er geen herplantplicht wordt opgelegd. Dus het doortrekken van een deel van de beplanting, zoals in de brief aan de bewoners aangekondigd, is vrijwillig. De gemeente kan er zo weer van afzien.

Het vertrouwen van Manon Muris werd er begin maart niet groter op door enkele schoonheidsfoutjes in de aanvraag. Zo wordt volgens haar naar de verkeerde versie van de Algemene Plaatselijke Verordening verwezen. Ook wordt gesteld dat het gaat om natuurlijke aanwas, dat is in de krant nog eens herhaald. Terwijl bijvoorbeeld voor haar huis in de buffer een boom staat, met de steunpaaltjes en de (halfvergane) rubbers er nog aan: duidelijk aanplant.

Ze diende met haar vriend Marco Costongs een bezwaarschrift in en vroeg bij de bestuursrechter een voorlopige voorziening om de kapprocedure per direct stil te leggen (een bezwaarschrift heeft daarop geen invloed). Een dag voor het bestuursrechterlijk ‘kort geding’ op 18 maart in Maastricht, belde de gemeente: of ze het verzoek aan de rechtbank wilde intrekken onder de voorwaarden dat er niet gekapt wordt tot de kapvergunning definitief is en haar bezwaar inhoudelijk behandeld wordt. Daar kon ze zich in vinden.

Het moment van de vergunningverlening bepaalt de start van de bezwaartermijn, legt ze uit. Eigenlijk was ze nu met haar bezwaar te laat, maar haar argument over de cryptische publicatie van de vergunningverlening sneedt hout; ‘daar stond nog minder in dan in de bekend gemaakte aanvraag voor de vergunning’. Door de onduidelijkheid moest het bezwaar wel inhoudelijk behandeld worden, stelt de juriste.

Nu is de kap voor onbepaalde tijd uitgesteld in afwachting van het advies van de commissie bezwaar- en beroep aan het college. Het zou wel een half jaar kunnen duren voordat de commissie uitspraak doet, aldus een gemeentelijke woordvoerder in de krant.

De juriste uit Hoogveld wil dat de vergunning niet wordt verleend en als dat onverhoopt wel gebeurt, bepleit ze herplant. Uitdunning is in laatste instantie ook een optie.,,Een vraag is of er genoeg rekening is gehouden met de natuur- en milieuwaarden. Zo hebben we hier in de buffer een groene specht gefotografeerd, een vogel die op de rode lijst van bedreigde dieren staat. Dat zou wel eens van invloed kunnen zijn op het besluit. Ook is van belang of de landschappelijke waarde voldoende is onderzocht.” Daarnaast heeft de begroeide buffer een geluidwerende werking, aldus Manon Muris. ,,Maar de hoofdvraag is of het slib ook kan worden weggehaald zonder dat (alle) begroeiing eruit moet. Wij denken van niet.”

De gemeente voert als argument aan dat het gemaal stuk is gegaan; daar is alles mee begonnen. In het eerste krantenbericht wordt door de gemeente gesuggereerd dat dit éénmaal is gebeurd. Navraag bij Sittard-Geleen, over defecten de afgelopen vijf jaar, levert de informatie op dat het gemaal in 2010 tussen 17 maart en 29 juni twaalf keer kapot is geweest. Of de begroeiing in (alle drie) buffers daarvan de oorzaak is geweest, bijvoorbeeld door drijvend groenafval, is onbekend. Het gemaal is intussen gerepareerd.

Terugkijkend lijkt het volgende te zijn gebeurd: het gemaal ging om onbekende reden herhaaldelijk stuk, daardoor kwam er meer slib dan anders in de buffer aan de Eburonenstraat terecht. Dat zorgde ter plaatse voor stankoverlast. (Alleen door mensen in die straat is volgens de gemeentewoordvoerder geklaagd.) In reactie daarop heeft de gemeente besloten niet alleen het slib in die buffer te verwijderen, maar het slib in alle drie de buffers (en het groen dat erin staat geheel weg te halen, in strijd met de eigen vergunningaanvraag).

In de vijf jaar dat ze aan de Tungristraat woont. is het slib-niveau in ‘haar’ buffer volgens Manon Muris ogenschijnlijk niet toegenomen. En van stankoverlast is nooit sprake geweest. (Of dat aan het Petroniuspad wel speelde, is onbekend).

De crux zit hem in de communicatie. De gemeentelijke woordvoerder stelt eerst dat er eenduidig is gecommuniceerd (’er is geen verschil’). Later draait hij bij: ‘In de vergunningaanvraag komt het woord snoeien niet voor. Er staat wel dat de aanwezige wilgen worden geknot en dat de stobben blijven staan en weer kunnen uitlopen. Dit was oorspronkelijk de bedoeling, bijvoorbeeld langs het Petroniuspad. Op dit moment wordt hier opnieuw naar gekeken.’

Na de krantenberichten over de bomenkap, kondigde de gemeente per e-mail aan at er een informatiebijeenkomst komt. De datum is nog niet bekend, maar Manon Muris, die bij een andere gemeente zelf bezwaarschriften afhandelt, vindt het vreemd.

,,Een voorlichtingsavond beleggen terwijl de bezwaarprocedure nog loopt, heel merkwaardig. De gemeente lijkt ervan overtuigd dat de kap gewoon kan doorgaan. De uitslag van de onafhankelijke bezwaarschriftencommissie staat blijkbaar al vast.”

Overigens is de bezwaarmaakster zelf niet uitgenodigd voor de avond. Ze moest het horen van een buurman die eerder bij wijze van protest posters met kruizen aan de bomen in de buffer voor hun deur had opgehangen (deze zijn intussen verwijderd). Hij had wel een e-mail gekregen.

Het is niet voor het eerst dat bomenkap de gemoederen verhit in Hoogveld. Eind 2008 meldde het WijkKrantje dat spoorbeheerder ProRail zonder vergunning zestien bomen had laten kappen bij het spoor. Dit onder het mom dat het struiken waren. De vergunning werd later door Sittard-Geleen met terugwerkende kracht verleend in de vorm van een noodkapvergunning.

In maart dat jaar was de gemeente zelf de fout in gegaan door ‘miscommunicatie’ in het stadhuis. Toen sneuvelden in een massale kap zeker duizend bomen, sommige met een diameter van dertig centimeter, op de aarden wal rondom Hoogveld. Volgens de gemeente ging het om ‘een reguliere snoei- en opschoonbeurt van het struikgewas.’ Hiervoor zou geen vergunning nodig zijn geweest.

(dit artikel is geschreven voor het Wijkkrantje)

Comments Off

admin op 26 April 2011 in Politiek & Media

Crisis Hof van Onthaasting Hoogveld lijkt bezworen

De Hof van Onthaasting verkeerde enkele maanden in zwaar weer, maar heeft intussen een veilige financiële haven bereikt. Het ambitieuze zorgpark in de Sittardse wijk Hoogveld wordt in mei 2010 feestelijk geopend in samenwerking met het wijkplatform en de buurtvereniging. In oktober wordt het opgesteld voor de buurtbewoners. Volgens Woonpunt-directeur Peter Hofland, Woonpunt is één van de partijen achter de stichting Hof van Onthaasting, ging het project ‘richting ravijn, maar nu is de koers definitief omgebogen’.

De aanvankelijke spil in het project Hof van Onthaasting was Orbis-topman Guus Broos, de man die door sommigen wordt omschreven als visionair, door anderen als luchtfietser. Broos moest in februari bij Orbis opstappen vanwege zijn aandeel in de financiële perikelen bij het zorgconcern. ,,De Hof van Onthaasting was zijn kindje”, zegt Hofland.

Broos geloofde heel erg in het unieke concept, trok aanvankelijk veel zaken naar zich toe en maakte ook enkele verkeerde inschattingen, bijna met rampzalige gevolgen voor het project, geeft de Woonpunt-directeur aan.

Zo moest de Europese Unie ‘een substantiële’ subsidie verstrekken, was de bedoeling. Vermoedelijk een bedrag van enkele tonnen. Voor de opening van het park was alvast een eurocommissaris benaderd.

Deze subsidie werd echter, tegen de verwachting van Broos in, niet verleend. Mogelijk omdat hij niet vooraf werd ingediend, zoals volgens Roy Beumers, manager Projectbureau Additionele Gelden van Orbis, ook met andere Orbis-verzoeken om Europese subsidie is gebeurd. Het was in elk geval een behoorlijke hap uit de totale projectbegroting van 3,3 miljoen euro inclusief btw.

Rijk gerekend

De stichting had zich rijk gerekend met een subsidie die nog moest worden toegekend. In combinatie met achterblijvende sponsorgelden zorgde dit voor een totaal tekort van 720.000 euro, erkent Hofland nu.

Eerder werd door de woordvoerder van Woonpunt namens de stichting nog beweerd dat er geen tekort bij de stichting was. Verder zou de vertraagde opening van het park te wijten zijn aan de bestuurswisseling bij Orbis en het tegenvallende weer, waardoor werkzaamheden niet tijdig konden worden afgerond. Dit in weerwil van een onthullende brief die de indruk wekte dat er wel financiële problemen waren en waar Hét WijkKrantje de hand op had weten te leggen.

Bij aanvang van het project in 2007 zag het er – op papier – allemaal nog goed uit. De Hof van Onthaasting in Hoogveld werd gedragen door de ‘Founding Fathers’; een aantal geldschieters, verenigd in de Stichting Hof van Onthaasting. Deze partijen (Orbis medisch en zorgconcern, Wonen Heuvelsteden, Woonpunt, Woningstichting Limbricht, 3W, ING REIM, Interpolis Vastgoed (intussen Achmea) en ZO Wonen) hebben volgens Hofland per aandeel 150.000 euro ingelegd, goed per aandeel voor één appartementenblok in de omgeving van het park.

In totaal zijn tien aandelen uitgegeven, zegt Hofland. Orbis kreeg er uiteindelijk drie, een injectie van 450.000 euro, omdat deze instelling het voortouw nam en na een tijdje het aandeel van ZO Wonen heeft overgenomen. ZO Wonen zag volgens Hofland al snel af van financiële participatie, ‘vanwege het ontbreken van woningen direct aan het park’, maar staat nog steeds op de projectwebsite als Founding Father vermeld.

Aanvullend was sponsorgeld van derden toegezegd, de provincie had al getekend voor 300.000 euro en enkele bedrijven, onder meer Bouwbedrijf Jongen, sponsorden in natura. Jongen leverde het theehuisje in het park, ter waarde van 300.000 euro en is daarmee ’supersponsor’ van het project. Het theehuisje is een latere toevoeging.

Belastingdienst

De ontvangen sponsorbedragen werden echter lager onder invloed van de kredietcrisis. Een aantal sponsoren haakte zelfs af en het forse geldbedrag van de Europese Unie kwam er niet. Als klap op de vuurpijl bleek dat initiatiefnemer en grote geldschieter Orbis op kiepen stond. (Orbis is de financiële afspraken wat betreft de Hof van Onthaasting overigens allemaal nagekomen, aldus Beumers en Hofland.)

Orbis-topman Guus Broos, de drijvende kracht achter het park, moest vertrekken en de woordvoering van de Hof van Onthaasting werd overgeheveld naar Woonpunt. De Founding Fathers hebben vervolgens samen opnieuw de balans opgemaakt. Ze ontdekten onder meer dat onder Broos ook is onderzocht of het mogelijk was geld te genereren door betaalde btw over bepaalde investeringen terug te vragen, aldus Peter Hofland van Woonpunt.

,,De Inspecteur van de Belastingdienst doet op dit moment onderzoek naar de manier waarop de stichting Hof van Onthaasting met de btw is omgegaan. Dit op basis van door de stichting aangedragen informatie. Het is een routine-onderzoek, niet zo belangrijk. Mogelijk krijgen we zelfs nog geld terug”, hoopt Hofland.

Verder werd duidelijk dat de andere aandeelhouders niet geheel op de hoogte waren van de exacte afspraken die Broos gemaakt had, zoals bijvoorbeeld over de hoogte van de gevraagde Europese subsidie.

Faillissement

,,ING REIM en Achmea, twee partijen waarvan het hoofdkantoor relatief ver van Sittard verwijderd is, hebben vervolgens de andere deelnemers in de stichting gestimuleerd om extra geld te investeren. Afgesproken werd om tien maal 55.000 euro extra bij te dragen. Samen 550.000 euro. Toen kwam langzaam de gemeente in beeld. Die heeft uiteindelijk een lening gegeven van 170.000 euro om het resterende gat in de begroting te dichten.”

Het park was gered, maar dit ging niet zonder slag of stoot. Zo werd de aannemerscombinatie BLM-Dolmans op het dieptepunt van de crisis gevraagd de werkzaamheden tijdelijk te stoppen omdat er geen geld meer was. (De aanneemsom voor het grootste gedeelte van de aanleg bedraagt 1.982.000 euro.)

Het (onvolledige) pr-verhaal van de stichting luidde, dat dit te maken had met het tegenvallende weer en de bestuurswisseling bij Orbis. Het bestaan van een tekort werd toen nog ontkend. De gemeente meldde onlangs in het raadsvoorstel over de lening van 170.000 euro dat er wel degelijk een tekort was.

De aannemerscombinatie zou de stichting zelfs met faillissement hebben gedreigd. Orbis had zich volgens Hofland vanaf het begin garant gesteld voor de financiering van het hele park, maar dat wist de aannemer niet. ,,Gezien de situatie bij Orbis - de financiële problemen kwamen toen naar buiten en Orbis vervult een prominente rol binnen de stichting - was de aannemer natuurlijk op zijn hoede. Maar hij heeft altijd betaald gekregen. Nu zijn er goede afspraken gemaakt, zodat de afbouw verzekerd is.”

En dat was niet alles. Er bleken ook problemen te zijn met de levering van het prachtige Art Deco-achtige hek voor het park. ,,De smid in Voerendaal ging failliet. Dat speelde in de periode januari tot maart 2009. Het hekwerk stond in België om gecoat te worden. Het coatingbedrijf moest nog betaald krijgen van de smid, dus deze wilde het hek - dat wij al betaald hadden - zelf gaan verkopen. Eerst moesten we zoeken waar het was gebleven. Het in Lanaken, dus dat was niet zo ver weg. We hebben het gelukkig zonder extra kosten terug kunnen krijgen.”

Communicatie

Op dit moment gaat het goed met het park. De kosten van 3,3 miljoen inclusief btw, evenveel als aanvankelijk begroot, zijn volledig gedekt volgens Hofland. De aanleg loopt voorspoedig, de hier gemelde data voor de openstelling worden waarschijnlijk in september vastgesteld tijdens de vergadering van de Founding Fathers.

Verder wordt gewerkt aan het aanhalen van de banden met het wijkplatform, de buurtvereniging en basisschool Loedoes. Enerzijds om te komen tot een goede invulling van het park - het is bedoeling dat er vanuit de buurt ook activiteiten in het park worden houden - anderzijds om de feestelijke opening in 2010 een breed draagvlak te geven.

Peter Hofland: ,,Met de gemeente worden op dit moment afspraken gemaakt over de exploitatie van de Hof van Onthaasting. Geleidelijk kan de aandacht nu weer worden verlegd naar de invulling en het toekomstig gebruik van het park. Dat is toch waar het allemaal om gaat.”

Comments Off

admin op 19 August 2009 in Politiek & Media

Medium Jacqueline Seelen: ‘Er wordt hier niets verteld’

Jacqueline Seelen uit Hoogveld is een internationaal bekend medium. Ze heeft een druk bezochte praktijk. Via haar gids Joshua legt ze contact met overledenen. Voor Hét Wijkkrantje had ik een openhartig en verrassend interview met haar.

,,I see dead people.” Een bekende uitdrukking sinds de film The Sixth Sense uit 1999. Voor de vierjarige Jacqueline Seelen uit Maastricht was het realiteit; ze zag mensen die dood waren. ,,Ik dacht: hé, waarom zien andere mensen ze niet?”

Nu woont ze in Hoogveld en gebruikt haar gave om mensen te helpen. In haar jonge jaren was ze daar nog niet klaar voor. Eerst moest ze nog de nodige levenservaring opdoen. ,,Hoe kan ik mensen met heel mijn hart helpen als ik zelf niks heb meegemaakt?”, begrijpt ze nu.

Als kind al zag, hoorde en voelde ze mensen die overleden waren. Ze rook ook karakteristieke geuren, zoals van pijptabak. Toen ze daar thuis over vertelde, in haar pleeggezin, kreeg ze als beloning een fiks pak slaag.

,,Ik was niet normaal, een achterlijke, een fantast. Ik kreeg een pak rammel en moest in de kelder zitten. Met het licht uit. Soms een halve, soms een hele dag. Ik moest maar tot bezinning komen.

Op een gegeven moment leer je dan wel om je mond te houden. Je spreekt er niet meer over.”

In de kelder ontmoet ze Joshua. Hij verschijnt als een klein jongetje, nog zonder naam. ,,Opeens was hij er. Hij maakte dat het licht was en zei: ‘Je hoeft nooit meer bang te zijn.’ Ik zei: ‘Hoi, wie ben jij?’ Hij zei: ‘Ik kom met je spelen, de ratten bijten je niet.’

Dat is een hele troost, als iemand met je speelt!

Ik heb hem blindelings geaccepteerd. Hij was niet alleen in de kelder bij me, maar bijvoorbeeld ook als ik speelde op de St. Pietersberg – we woonden toen in Maastricht.

Joshua, daar kreeg ik liefde van.” Die liefde heeft ze nodig. Met haar pleegouders heeft ze een haat-liefde verhouding en ze wordt in die periode ook nog eens seksueel misbruikt door een buurman - het begin van haar uittredingen.

,,Tussen m’n kindertijd en pubertijd heb ik wel eens gedacht dat ik gek was. Zo van: wil je het misschien zo graag? Dan ga je twijfelen. Zoek je een mooiere wereld die er misschien helemaal niet is?”

Als puber zet Jacqueline Seelen zich af tegen alles en iedereen. Haar gezinsleven is een chaos, ze gebruikt softdrugs en hangt als ‘beatgirl’ rond bij rockbands als The Golden Earring. Soms is ze ook kwaad op Joshua, haar hemelse helper. ,,Dan zei ik tegen hem: ‘Als ik je nodig heb, ben je er niet. Dus sodemieter nu maar op!’.”

Joshua, die qua uiterlijke verschijning in leeftijd met haar meegroeit, blijft in die periode vaker op afstand, hoewel de band tussen beiden blijft bestaan.

Jacqueline Seelen trouwt als ze begin twintig is. Met een alcoholist, maar dat wil ze eerst niet onder ogen zien. Ze hoopt intens op kinderen en raakt ook zwanger. Het wordt een miskraam, haar wereld stort in. ,,Ik wilde het zó goed doen, een kind opvoeden; zo anders dan mijn pleegouders hadden gedaan. En toen overleed ze…

Joshua kwam me helpen. Via hem heb ik Dunya, zo noem ik haar, toen aan gene zijde gezien, hoe ze opgevangen en verzorgd werd. Dat gaf een heel vredig gevoel. Ze zou pas geleden vierendertig zijn geworden.”

Tot haar veertigste heeft Jacqueline Seelen diverse baantjes. Ze werkt in de verpleging, als schoonmaakster, in een café en runt met haar partner een fietsenstalling. Bezoekers komen daar steeds vaker voor een kopje koffie en een spiritueel gesprek. Adviezen die ze dan geeft, worden haar ingefluisterd door Joshua. ,,Ik deed dat heel aards lijken, was nog niet klaar om dit werk te gaan doen.”

Het jaar 1999 brengt de ommekeer. Het is een rampjaar én een jubeljaar. Haar pleegzus en pleegbroer overlijden kort na elkaar. Haar tweede man gaat samenwonen met een andere vrouw en tot overmaat van ramp wordt borstkanker geconstateerd - in december 2007 kreeg ze de laatste van veertien operaties.

Ze moest het leven ervaren in alle facetten, pas dan kon ze mensen gaan helpen. En haar tweede man moest inzien dat er meer tussen hemel en aarde is. Zodat hij haar kon gaan steunen in haar spirituele werk. ,,Je kunt zo spiritueel zijn als wat, als je geen achterban hebt die je steunt… Het is waar veel relaties op kapot gaan; dat de één wel en de ander niet met dit soort zaken bezig is.”

Dat jaar, 1999, begint ook haar loopbaan als medium. In navolging van onder anderen de door haar bewonderde mediums Rosemary Altea en John Edward. In haar praktijk aan huis, in Hoogveld, en sinds kort ook in een praktijk op Tenerife, ontvangt ze per jaar zeer veel klanten. Ze is spiritueel, maar staat altijd met beide benen op de grond.

Intussen heeft Jacqueline Seelen een aardige naam opgebouwd. Soms tot jaloezie van andere paranormale en mediamieke mensen, weet ze. ,,Die sturen negatieve energie op me af. Of ze spreken slecht over mij en Kosmoss, mijn bedrijf dat spirituele beurzen organiseert. Maar waar blijft dan de zuiverheid? Zuivere mensen zijn niet jaloers.

Het is één groot gevecht. Jammer, maar waar.”

De klanten van Jacqueline Seelen blijven ondertussen komen. Ze zijn afkomstig uit alle hoeken en gaten van Nederland, Duitsland en België. Allemaal beklimmen ze de twee trappen van haar Hoogveldse rijtjeshuis om in een voormalige slaapkamer contact te krijgen met overleden dierbaren.

Klanten willen vooral graag weten wat de overledenen nu doen en of het goed met ze gaat. Of ze iets nodig hebben en of ze de levenden kunnen beschermen. Vaak willen ze ook weten wie hun beschermengel is.

Vooraf mogen ze niets zeggen; Jacqueline Seelen is daar heel strikt in. ,,Ik ben geen charlatan! Er wordt hier niks verteld. Ik noem me een medium, laat mij m’n werk maar doen.

Ik zeg altijd: ‘ Verwacht niks en je krijgt alles en verwacht alles en je krijgt niks.’ Je kunt het niet afdwingen.”

Ik voel een zachte prikkeling op mijn hoofd en een aanraking aan beide slapen. ,,Hebben we bezoek? Mijn opa misschien?” Ze kijkt verrast. ,,Ja, het is je opa. De vader van jouw vader. Hij lijkt heel erg op je, hoe je bent. Ook qua uiterlijk.” Ze kijkt links van mij, waar hij schijnbaar staat. ,,En ik krijg de naam door van een tante Annie.” Ik schud m’n hoofd; dat zegt me niks.

,,Pake Johannes dus.” Jacqueline Seelen valt uit, verontwaardigd bijna: ,,’Johannes’, dat wilde ik net zeggen! Je moet niks zeggen!

Je hebt een heel creatieve familie. Hij laat me nu allemaal aquarellen zien.” Klopt, mijn opa schilderde, etste en deed aan houtbewerken. En diverse familieleden schilderen, zingen, dichten, fotograferen, beeldhouwen of hebben dat gedaan.

Ik krijg het heerlijk warm. Mijn andere opa meldt zich, volgens het medium. ,,Niks zeggen. Hij werd in zijn aardse leven Jan genoemd.” Klopt.

Even later: geen getintel op mijn hoofd, geen healing via de slapen en niet meer dat warme gevoel. ,,Zijn ze weg?” ,,Ja, ze zijn weg.”

Voor Jacqueline Seelen is een aantal mensen aan gene zijde van groot belang. Haar overleden dochter natuurlijk, en Nina; tijdens haar korte leven hier, zwaar geestelijk en lichamelijk gehandicapt.

Een foto van Nina staat op de vensterbank in haar behandelruimte. ,,Nina is nu twaalf, een echte puber en een BlingBlingmeisje; ze houdt van alles dat glimt en glittert.”

Een mooie aanleiding om Jacqueline Seelen een heikele kwestie voor te leggen. In de spirituele gemeenschap wordt soms gezegd dat mensen als Nina hun toestand via vorige levens aan zichzelf te wijten hebben. Net als wanneer je kanker krijgt.

,,Dat is grote onzin!”, stelt het Hoogveldse medium resoluut. ,,Zulke mensen kijken alleen naar de buitenkant, dat is niet echt spiritueel. Ik kijk naar de ziel. Nina kon toen niet praten, alleen wat klanken uitbrengen, nu wel. Het is echt een prachtige ziel en in haar eigen stuk, hier op aarde, is ze ook heel gelukkig geweest. Zo heeft ze het heerlijk gevonden om in Curaçao met dolfijnen te zwemmen.”

Ik krijg het warm. De handpalmen van Jacqueline Seelen worden vuurrood. ,,Je hebt zeker healing nodig. Ik krijg door dat je het ook heel druk hebt.” Klopt. Ik wijs naar mijn hoofd, dat weer tintelt. Het medium knikt; bezoek.

,,Ik krijg de naam door van Peter, een fotograaf. Hij heeft ooit een foto gemaakt van een echtpaar die ergens gepubliceerd is. Het lijkt uit de Charleston-tijd [de jaren twintig]. En een Elisabeth die op aarde Liesje werd genoemd?” Dat zegt me even niks.

Joshua is voor het medium de belangrijkste persoon aan gene zijde. Hij is haar gids en tweelingziel. Ze noemt hem ‘mijn leermeester, mijn alles’. Ook hij is ooit overleden, maar hij hoeft niet meer terug te keren. Zijn cyclus van geboorte en wedergeboorte zit erop.

Joshua leefde de laatste keer zo’n tweehonderd jaar na Christus en overleed aan een vorm van builenpest. Zij was toen een vrouw in zijn leven.

,,Joshua laat de geesten door, filtert wie hier binnenkomt. Negatieve zielen, zielen die in de donkere sferen zitten, worden niet toegelaten, alleen mensen die in het licht zijn. Van de mensen aan gene zijde, wie zijn daarvan nu voor jou belangrijk; die komen door.”

Het Hoogveldse medium doet wat Joshua haar opdraagt, een meester moet je gehoorzamen, en overlegt ook alles met hem. Ook dit interview is vooraf kortgesloten. Het was oké. ,,Joshua zou ook niet toelaten dat zijn instrument kwaad gedaan wordt.”

Instrument? Spreek ik dan nu met Joshua? ,,Ja.”

En Jacqueline Seelen, is die er ook nog? De vrouw tegenover me lacht. ,,Ja, die is er ook bij.”

Kun je Joshua beschrijven? ,,Joshua is wijs, lief, begripvol en geduldig. Ik ben erg ongeduldig. Hij leert me om geduldig te zijn.”

Heeft hij ook humor? ,,Ja ontzettend, dat blijkt wel tijdens onze lezingen.”

Mag ik Joshua wat vragen? ,,Ja, dat mag. Maar de vraag is of hij antwoord geeft.”

Waarom heeft hij ervoor gekozen Jacqueline Seelen als gids te begeleiden? ,,Ze mag haar leven nu afmaken.”

Jacqueline Seelen: ,,Goddank! Van mij hoeft het ook niet meer! Niet dat ik levensmoe ben, maar het leven hier op aarde is voor mij de hel. Kijk maar naar de mensen die nu door de financiële crisis hun baan kwijtraken, dat is toch de hel? Ik heb ook genoeg levens achter de rug.”

Noot: De kritische houding van Jacqueline spreekt me erg aan. Er zijn namelijk genoeg oplichters actief op de spirituele markt. Een prachtig verhaal van een vrouw die, om mensen de ogen te openen, zelf met coldreading aan de slag is gegaan, vind je via deze link.

Comments Off

admin op 19 December 2008 in Religie & Spiritueel

Biomassacentrale Sittard weer in bedrijf

/a>

De Biomassa Energiecentrale Sittard (BES), die in mei 2007 ontplofte, is sinds juli weer in gebruik. Medio augustus werd de vergunning opnieuw verleend. De centrale moet 1 oktober weer volledig in bedrijf zijn. Aangepast en geheel veilig. Maar de explosie krijgt nog wel een staartje. BES is al maanden over de aansprakelijkheid in een juridische strijd verwikkeld met Aldavia, de Oostenrijkse firma die de centrale heeft geleverd. Inzet: het betalen van de schade van 5,5 miljoen euro.

De in 2005 met veel tamtam geopende Sittardse centrale wordt gestookt op onbehandeld groenafval en was de eerste in zijn soort in Nederland. De 7,6 miljoen euro kostende centrale, met een bijdrage van een ton van de gemeente, levert bij vol bedrijf 1200 kilowatt. Met de restwarmte worden de 1.100 woningen van Hoogveld verwarmd.

Doordat de centrale niet, zoals dezelfde centrales in Oostenrijk en Duitsland, met bomen wordt gestookt, waren er al snel na de start regelmatig problemen met de koeling in de warmtewisselaars. De centrale moest daarom in die periode herhaaldelijk worden stilgelegd, erkent directeur Monique Aarts.

In november 2006 ontstond om deze reden de eerste brand, die echter intern onder controle kon worden gebracht. Daarna heeft Aldavia als de leverancier van de centrale aanpassingen verricht en werd de apparatuur in april 2007 weer goedgekeurd, zodat deze veilig in gebruik kon worden genomen. Maar op 10 mei dat jaar was het weer raak. Dit keer met desastreuze gevolgen.

Volgens Aarts was de centrale bij aanschaf door Aldavia geschikt verklaard om plantsoenafval (integraal groen) te verbranden. Dat bleekt toch niet goed te werken. Er ontstond steeds plakkerige as die zich hechtte aan de buizen in de warmtewisselaar waar de koelende olie doorheen stroomt.

De as werd met een statische blazer verwijderd. Het gevolg van dit blazen op één plaats, was dat er slijtage ontstond, zo wees onafhankelijk onderzoek van Stork achteraf uit. ,,De buizen werden in de loop van de tijd als het ware gezandstraald.”

Op 10 mei 2007 was een scheur van 5 cm in een van de buizen het gevolg. De thermische olie, die wordt gebruikt om te koelen, lekte hierdoor in de warmtewisselaar waar op dit moment een temperatuur heerste die boven de zelfontbrandingstemperatuur van de thermische olie lag waardoor hier een brand ontstond in de warmtewisselaar.

Aarts: ,,We konden de olie dus niet meer gebruiken om te koelen, daarom wilden we de olie aflaten naar de verzameltank. Die zit in de kelder. Het was te heet en gevaarlijk om deze kraan met de hand te openen, dus moesten we dit via de computer regelen. Maar de software van de installatie was zo beveiligd, dat deze alleen vanuit Oostenrijk kon worden aangestuurd.”

,,Dat is uiteindelijk ook gebeurd, maar er moest iemand voor terugkomen naar kantoor in Oostenrijk, ondertussen was een kostbaar half uur verloren gegaan. Een half uur is bij zo’n ramp ongelooflijk lang.”

Tot overmaat van ramp was er een cruciale miscommunicatie met de brandweer. Aarts: ,,Voor de brand die wij hadden bestond bij de meldkamer geen code. Dus werd gemeld dat er een binnenbrand was. De brandweer van Sittard was op oefening bij NedCar en dacht: wij komen niet voor een binnenbrandje. De brandweer uit de regio arriveerde dus met water. Een fritespan kun je ook niet doven met water, maar voordat alles duidelijk was, was weer veel kostbare tijd verstreken.”

Het verslag van de Algemene Energieraad stelt dat de methaangassen vervolgens via een overdrukventiel zijn geloosd nadat de olie was gaan koken. Deze gassen zijn teruggewaaid de fabriek in, aldus de raad, en dat zorgde in combinatie met open vuur voor de ontploffing.

Om 13.07 uur, de volgende dag, verliet het laatste brandweervoertuig, de 2646, het terrein. Al snel na de brand verscheen op de website van Stichting de Groene Sporenwolf uit Nieuwstadt een kritisch artikel.

,,Of de centrale is niet veilig, of de bedrijfsvoering deugt niet of het proces zelf is onbeheerst”, stelde woordvoerder Henk Bril. Hij vroeg om een ‘diepgaand onafhankelijk onderzoek’ en tot de uitkomsten daarvan bekend zijn, zou niet herbouwd mogen worden.

Het onderzoek werd door Stork uitgevoerd. Met bovenstaande technische conclusies. Directeur Aarts weerlegt echter dat het proces eerder niet werd beheerst, zoals een anonieme bron ons ook meldde, of dat de bedrijfsvoering niet deugde.

,,Het was een materiaalfout in het metaal van de pijpen. Bovendien was de centrale, ondanks toezeggingen van Aldavia, niet geschikt voor de verwerking van plantsoenafval. Er waren wel af en toe problemen en we moesten dan telkens de fabriek stilzetten, maar dat gebeurt wel vaker en levert op zich geen gevaarlijke situaties op. Dat heeft te maken met het inregelen van de installaties.”

De jaarlijkse onderhoudsbeurt van Aldavia, die Aldavia volgens de eigen site aan afnemers aanbiedt; daar was het Sittardse bedrijf nog niet aan toegekomen. ,,De centrale was nog maar driekwart jaar in gebruik.”

Hoe de brand is ontstaan, is volgens Stork en Aarts dus heel duidelijk. Maar met hun conclusies is Aldavia het niet eens. Daarom is sinds enkele maanden een juridische strijd tussen BES en Aldavia gaande over de aansprakelijkheid. Aldavia weigert om die reden alle commentaar.

Aarts: ,,De schade aan de centrale bedraagt 5,5 miljoen euro. Aldavia stelt dat haar geen verwijten te maken zijn, wij stellen dat er een technische fout was en dat de centrale, ondanks hun toezeggingen, niet geschikt was om plantsoenafval te verwerken.”

Intussen is het concept aangepast aan de brandstof die in Nederland wordt gebruik, vertelt de directeur, die zich vol enthousiasme op de toekomst richt. ECN in Petten heeft zich verdiept in de vrijkomende plakkende as en hier aanpassingen voor ontwikkeld. Verder zijn er nu vier warmtewisselaars in gebruik in plaats van anderhalve.

Daarnaast is samen met Sabic, ervoor gezorgd dat de centrale helemaal is geoptimaliseerd wat betreft de strengste veiligheidsregels. Aan de hand van alle mogelijke scenario´s is vervolgens geconstateerd dat de fabriek ´failsave´is.

De leverancier van de thermische olie heeft verder een andere vorm van luchtreiniging ontwikkeld; een slang die op en neer beweegt en waarvan het mondstuk met 2 bar en niet meer met 10 bar de buizen in warmtewisselaars schoonblaast. Zo worden de buizen schoongemaakt zonder gevaar van slijtage en mogelijke lekkage.

Monique Aarts: ,,Het was al goed, we konden al snel na de brand weer gaan draaien - dat was ook de wens van de gemeente - maar er je hebt ook je verantwoordelijkheid. Ik had zoiets van: ‘Dit nooit weer!”

,,Sinds eind juli zijn we aan het proefdraaien, we leveren alweer stroom, en 1 oktober moeten we weer vol in bedrijf zijn. We hebben via de provincie o.a. ook de stichting uit Nieuwstadt op de hoogte gesteld en tegen de nieuwe vergunningverlening zijn geen bezwaren ingediend.”

Ook ligt bij de brandweer intussen een goed aanvalsplan zodat de fouten uit het verleden niet meer worden herhaald, aldus de directeur van BES. ,,We hebben er allemaal van geleerd en nu kunnen we verder.” Nog even en dan worden de woningen in Hoogveld dus weer verwarmd met groenafval uit de omgeving.

[Dit artikel verscheen eerder in Het WijkKrantje.]

Comments Off

admin op 10 December 2008 in Politiek & Media

Op de koffie bij Harry, Jos en meneer Van Houten

Stichting WonenPlus beheert in Hoogveld drie kleinschalige woonvormen voor volwassenen met een beperking. Voor Hét Wijkkrantje ging ik bij ze op de koffie in de dubbele woning aan het Plautuspad in Sittard.

,,Die meneer ken ik niet, die is hier nog niet eerder geweest. Die geef ik geen hand.” Een spichtige vrouw slaat haar armen beschermend over elkaar als ik binnenkom. De andere bewoners zijn wat toegankelijker. Ze willen vooral weten waar het gesprek over gaat en zijn wel benieuwd wie die vreemde eend in de bijt is.

Harry zit breed glimlachend aan de eettafel, samen met de coördinatoren Linda van Galen en Chris Hodenius. Hij is er helemaal klaar voor. En al snel blijkt waarom. Hij en de andere bewoners denken dat het verhaal alleen over Harry zal gaan. Dat is niet zo.

Harry heeft, wat je noemt, een bewogen leven achter de rug, maar straalt van optimisme en plezier. Een tijdje geleden voor de derde keer van dezelfde vrouw gescheiden, vult hij nu zijn dagen met z’n hobby’s. En hij heeft er nogal wat. Zoals koken en fietsen.

Vorig jaar had WonenPlus een dansworkshop gewonnen bij dansschool Clara Lamar en nu wil Harry ook nog gaan dansen. ,,Om plezier te maken en contacten te leggen.” De Obbichtenaar woont hier pas sinds twee maanden en kan dus wel wat aanspraak gebruiken.

Ook mist hij een vrouw in zijn leven, maar dat komt wel goed, daar is hij van overtuigd. ,,Als je maar geld hebt”, gebaart Harry; dat is wat vrouwen willen. Harry lacht zijn grote lach.

Vanmiddag heeft hij een door WonenPlus georganiseerde golfclinic gevolgd in Herkenbosch. Vol trots en opnieuw met een big smile schuift Harry een daar gekochte cd-rom naar me toe; kan hij alvast oefenen voor de volgende keer.

Harry zegt dan even niks, Jos schuifelt dichterbij. Jos is een oudere man met een doorleefde kop. Hij trekt de hele tijd gezichten; van poeslief en slim tot argwanend en boos, en alles wat daartussen zit. Tussen elke gezichtsuitdrukking wrijft hij met z’n hand over z’n gezicht, alsof de gezichten niet bedoeld zijn. Niet mogen. Tot het goede gezicht weer tevoorschijn komt.

Golfen, dat is niks voor Jos: ,,Ik ga liever werken bij de dagbesteding, dat is veel gezonder dan naar de ‘golfplaats’ te gaan”, vertelt Jos terwijl hij vuur in z’n pijp probeert te jagen. ,,Werken bij de gehandicapten hahaha.”

,,Jos, vertel eens over je schilderijen”, helpt Chris. ,,Ik schilder”, zegt Jos met een grijns. ,,Bij het atelier van de stichting in Beek.” Chris: ,,En wat schilder je dan?” ,,Koeien, heiligenbeelden en vrouwen.” ,,Naakte vrouwen zeker”, zeg ik. De ogen van Jos glimmen. Een brede grijns; wij begrijpen elkaar.

Vanachter het tv-meubel komt een werk tevoorschijn dat nog niet af is; koeien in het groen, nog niet helemaal ingekleurd. Ik bewonder het en maak een foto van Jos met zijn onaffe kunstwerk.

Chris legt vervolgens aan tafel uit wat de Stichting WonenPlus doet. Jos loopt ondertussen door de kamer, nieuwsgierig en altijd klaar om commentaar te geven. Dan staat hij met een paar stappen voor mijn neus. Harry draait een shagje uit de voorraadzak met pakjes die op tafel ligt naast de meegekregen golfballen.

Chris vertelt rustig door; dat de stichting in Hoogveld meerdere projecten heeft. De medewerkers zorgen voor begeleiding en opvang als de cliënten niet naar de dagbesteding zijn of slapen. Zelf zit de intakemedewerkster voornamelijk op kantoor.

,,We werken vraaggericht en proberen een passend pand te vinden, afhankelijk van de wensen van de mensen. De cliënten betalen zelf huur, dus ze moeten er ook met plezier willen wonen. Ze huren niet van de stichting. Wij zijn een zorginstelling, geen woningcorporatie. Het doel is integratie van onze cliënten in de maatschappij.”

Dus gelijk de koe bij de horens gevat. Ik vraag Harry hoeveel buren hij kent. ,,Ik ken ze allemaal.” Hij straalt. Maar geen van de mensen buiten de twee huizen van de stichting, zo blijkt.

Chris: ,,In het algemeen kunnen de mensen goed met de buren omgaan, alleen hier gaat het niet geweldig. Bij ons project in Beekdal is er samen met onze cliënten een buurtfeest georganiseerd en de mensen van de Romeinseweg hebben met de overburen naar het EK voetbal gekeken. Of was het het WK? Ik houd dat niet bij.”

Jos zit stiekem grapjes te maken. Z’n pijp is alweer uit. Achter mijn rug, als hij denkt dat ik het niet merk, doet hij alsof hij op mijn hoofd spuugt. Hij lacht sardonisch als ik me langzaam omdraai met een glimlach.

,,Van Jos word je af en toe helemaal gek”, weet meneer Van Houten, een kleine gedrongen man met een krachtige blik die net is binnengekomen. Hij is een collega van Harry, werkt ook bij de Vixia, een instelling voor sociale werkvoorziening.

,,Wij maken daar kwasten”, licht hij desgevraagd toe. ,,En wat doen jullie daarmee”, vraag ik nogal onnozel. ,,Verven hahaha.” Meneer Van Houten is bijdehand.

,,We maken kwasten van paardenhaar en van varkenshaar.” ,,Oh, dat wist ik niet”, zegt Harry, die bij Vixia kabels stript. ,,Dan weet je het nu”, reageert meneer Van Houten droogjes.

Meneer Van Houten heeft een passie voor wielrennen. ,,Doen of kijken”, vraag ik. ,,Kijken.” ,,Toen ik hier nog niet woonde, was ik ook altijd ‘bochtenregelaar’ bij wedstrijden, in Sittard en Hoensbroek bijvoorbeeld. Als ik de rode vlag opstak, dan moesten ze niet oversteken. Anders ‘varen’ ze d’r tegenaan.”

Na vijf jaar in dit huis is meneer Van Houten al heel zelfstandig, meldt hij trots. Hij neemt de begeleidster soms ook werk uit handen. ,,Laatst heb ik de afwas gedaan en ik help soms ook mee met tafeldekken. Ik kook wel eens, gisteren heb ik spruitjes met aardappelen gemaakt, en ik poets altijd m’n eigen kamer.”

Hij is dus voorbeeldig bezig, net als Harry. Toch zal het niet altijd gemakkelijk zijn om met een handvol vreemden onder één dak te leven, houd ik Chris voor. Net als bij andere mensen, zal dat ook wel eens tot spanningen leiden, niet? ,,Ja, maar vandaag vertellen we alleen de leuke verhalen”, zegt Chris met een diplomatieke glimlach.

De thuiskapster komt binnen. Een verstandelijk beperkt meisje, dat net terug komt van haar dagbesteding, gaat op een stoel in de woonkamer zitten. Hup, een donkere doek eroverheen en daar gaat de schaar aan het werk. ,,Ja, ook dat gaat hier allemaal gewoon door”, zegt Chris.

Er valt een lange stilte. Harry en meneer Van Houten zitten rustig. Ik zeg ook niks meer. Het gesprek is opgedroogd. De koffiepot is leeg. Zelfs Jos houdt zich gedeisd.

Comments Off

admin op 29 November 2008 in Ongewoon & Anders