Waar de vissen zich schuilhouden



Hij vangt mijn blik met de moeiteloosheid van een ervaren visser die intuïtief weet waar de scholen vissen zich schuilhouden onder het troebele oppervlak van de zee. De stap in zijn richting wordt opgevat als een uitnodiging en met brede armgebaren begint de man me mijn verlangens te vertellen.

Met het hoofd een tikje schuin, zoals een goed toehoorder betaamt, en een glinstering van ongeloof in mijn ogen volg ik hem op zijn tocht van probleem naar oplossing. Of ik wel eens krassen op mijn auto heb die je niet weg krijgt? Uiteraard, wie niet?

Voortgestuwd door de resten van zijn aanvankelijke enthousiasme gaat hij verder op de automatische piloot. Grijpt een plastic flesje dat ‘magic’ heet en spuit een klodder derrie op het stuk motorkap voor hem. Het gelakte metaal ziet eruit alsof het met een verfbrander is mishandeld door een verstokte autohater.

Met zekere, ronddraaiende bewegingen wrijft de dokter het geneesmiddel uit over de huid van de overleden patiënt. De mond beweegt in die door weer en wind opgeruwde kop maar de klanken vallen van me af als regendruppels van een oliejas.

Ik onderbreek hem, gebaar dat ik er eentje wil, betaal en loop door, mijn aanwinst in de hand, in zo’n wit plastic zakje van de Chinees. Glimlachend naar de zon die schijnt.

Waarom laat ik me meevoeren in dit soort verhalen? Omdat ik wil geloven. In goeroes, tovenaars, goochelaars, schrijvers en filmmakers bijvoorbeeld. In de betovering. En soms ook in gemakkelijke oplossingen, zoals het kopen van een Staatslot om je geldproblemen op te lossen.

Thuis zet ik de gebottelde belofte op een kast. Klaar voor het wonder.

Comments Off

admin op 5 February 2012 in Ongewoon & Anders

Over cultuur en kerstbomeritus

Religie, het gestructureerde uitvloeisel van de intrinsiek menselijke behoefte aan geïnspireerde zingeving, is een vast onderdeel van elke cultuur. Bij complexe en eenvoudige culturen. Telkens zijn er religieus specialisten die binnen de cultuur de verhouding van mensen tot elkaar (de ander) en tot het hogere / de ander met een hoofdletter via regels vormgeven en daarbij de rol van makelaar vervullen. In het westen is die rol, die eerder eeuwenlang exclusief aan de christelijke kerk toebehoorde, geleidelijk overgenomen door de media/internet, kunst, wetenschap en de neo-paganisten.

Cultuur is dynamisch. Daarom zijn ook de uitvloeisels daarvan (religie, taal, mode, muziek, kunst, wetenschap et cetera) dynamisch. Religie houdt niet ergens op, maar verandert waar mensen samenkomen. Hoeveel regeltjes, wetten en grenzen ook worden of zijn bedacht. Een religie wordt niet in een laboratorium ontwikkeld zonder invloed van buitenaf en vervolgens onder een glazen stolp door de eeuwen heen gedragen.

De Nederlandse cultuur op dit moment, is een dynamisch geheel gebaseerd op het voor-christelijke (Kelten, Germanen), het christelijke, het humanistische, het socialistische en de recente ontwikkelingen van de afgelopen dertig jaar. Het is een organisme dat leeft en zich ontwikkelt, maar niet meer met de overwegend christelijke identiteit, in die zin dat het christendom veel facetten van het leven doordrenkt, als pak hem beet zestig jaar geleden. De Nederlandse cultuur is vlees noch vis.

Binnen onze cultuur is door de open informatievoorziening een grote mate van helderheid over wat we als onderdeel van de christelijke religie zien en wat als niet-christelijke cultuur-elementen. Sinterklaas bijvoorbeeld, is een niet-christelijk feest, dat overigens wel een christelijke oorsprong heeft in verhalen over een christelijke bisschop die goudstukken uitdeelde in het huidige Turkije. Voor veel nieuwe Nederlanders, met name moslims, die pas sinds kort meedoen in ons culturele ontwikkelingsproces, zijn dit soort zaken niet helder.

Nu is er bijvoorbeeld veel te doen over de ‘christelijke’ kerstboom. Het gebruik van een met kaarsjes, later lampjes, en ballen en slingers versierde kerstboom is een onderdeel van de Nederlandse cultuur dat teruggaat tot voor-christelijke tijden. Er is geen oud-christelijke wet of regel voor die het voorschrijft. De boom, vroeger een eik, is een Oudgermaans vruchtbaarheidssymbool. De rooms-katholieke kerk heeft kerstbomen lange tijd geweerd, juist vanwege deze ‘heidense’ oorsprong (bron: Wikipedia).

Waarom wordt nu onder Nederlandse moslims discussie gevoerd over kruizen op mijters en kerstbomen? Er ontbreekt blijkbaar kennis over onze culturele gebruiken, religieus en niet-religieus. Verder lijkt er in de moslimgemeenschap onzekerheid en angst te zijn met betrekking tot de zich ontwikkelende eigen identiteit binnen de Nederlandse cultuur. In een moslimland was je als moslim vrij zeker van je wie je was, cultureel en meer specifiek religieus bezien. In Nederland niet.

Dat komt ook doordat Nederlandse cultuur verandert. Onder oude Nederlanders is hier ook onzekerheid over. Slachtoffers bijvoorbeeld, zijn nu helden en uitzonderingen zijn belangrijker dan afspraken. Oude helden hebben afgedaan en regels zijn er om te ontduiken. Maar ook om je eraan te houden - als het over anderen gaat. Kortom: niet te volgen.

Een mogelijke oorzaak voor de krampachtige moslimdans rond de kerstboom zou kunnen zijn dat werkelijke vrijheid tot een inhoudelijke discussie over theologische zaken in de islam voor gewone gelovigen nog niet bestaat, omdat daar tot nu toe in de eigen cultuur nog geen dringende behoefte aan was. Er bestond min of meer een culturele en religieuze consensus.

In het christendom bestaat de bedoelde vrijheid pas pas enkele tientallen jaren en met name door anti-institutionele en emanciperende ‘jaren zestig’ van de vorige eeuw, waarin, door een kleine dwarse elite, alles ter discussie werd gesteld. Dat heeft gevolgen voor de huidige samenleving, die grotendeels ontkerkelijkt is, omdat die generatie nu aan het roer staat.

De vrijheid om onafhankelijk religieus onderzoek te doen, en bijvoorbeeld religieuze beleving in een cultuur-sociologische kader te beschouwen, bestaat in het christendom dus pas kort. De kerk heeft eeuwenlang het monopolie gehouden op de uitleg van de bijbel en alles dat daarmee samenhangt. Machtshandhaving door de toegang tot afwijkende of aanvullende informatie te ontzeggen. Informatie die het machtsmonopolie ondergraaft.

Een andere reden voor de kerstbomeritus onder sommige Nederlandse moslims kan zijn dat de sociale controle in de diverse moslim-gemeenschappen in Nederland groter is, omdat de gemeenten kleiner zijn, waardoor afwijkend gedrag sneller resulteert in uitsluiting.

Ik zag die vage angst ook op een vmbo-school waar ik een krap jaar Nederlands heb gegeven. Leerlingen die niet meededen met carnaval en heel zuur langs de kant stonden te kijken alsof ze straf hadden. Ze zeiden dat meedoen van de ouders of de imam niet mocht, omdat carnaval een christelijk feest zou zijn.

Ook in dit geval is het waarschijnlijk dat de Germanen, naast veel andere volkeren, al voor christelijke tijden een dergelijk feest vierden. Van de Romeinen en de Grieken staat dat vast. Voor zover ik weet, is er ook geen oud-christelijke regel die carnaval voorschrijft. Wel heeft de westerse kerk carnaval ooit heel slim ingepast in haar verhaal.

De bevrijding van het individu in de jaren zestig, had onder meer als resultaat dat de rol van de christelijke religie in Nederland veranderde. Een religie heeft de functie om de verhoudingen tussen mensen onderling en de relatie tussen de mens en het hogere te regelen, te bepalen en vorm te geven. Wat het eerste betreft, was het soms zo dat wereldlijke en geestelijke macht samenvielen. Later kwam daar de variant van de koning met een god gegeven mandaat voor in de plaats.

Beide functies van religie zijn voor de meeste christenen in het westen niet of nauwelijks nog van belang. Met name het wettische karakter voor het bepalen van de sociale verhoudingen, is bijna van geen enkele waarde meer. Gelukkig maar, want daarvoor hebben we de staat. De scheiding van staat en kerk, deze bestaat in Nederland pas in basale vorm sinds eind achttiende eeuw, biedt ruimte voor diversiteit.

In theocratische staten, hier vaak dictaturen genoemd, met een moslim meerderheid, valt de wereldlijke macht en de religieuze macht vrijwel samen en is de verdraagzaamheid voor andere geloven, de meetbare mate toegestane culturele diversiteit, minimaal. Zelfs voor varianten van het eigen geloof. Deze culturele invloeden doen zich gelden in de moslimgemeenschappen in Nederland.

Voor oude Nederlanders is dat verbazingwekkend, juist doordat onze cultuur en vlees noch vis is. Ze kijken met verwondering en ook een beetje angst naar religies en religieuze autoriteiten die nog wel macht kunnen doen gelden over hun gelovigen, kunnen voorschrijven wat ze moeten doen en denken. Zelfs als het gaat om een kerstboom of carnaval. Uiteraard zijn de gelovigen in kwestie van mening dat ze vrij zijn in hun zelfverkozen gebondenheid.

Naar mijn mening moet je als gelovige je van god gegeven verstand gebruiken om na te denken, onderzoek te doen en je een eigen mening te vormen over ervaringen en geloofsregels. Ook is het goed om in te zien dat religie een dynamisch geheel is, dat verandert als gevolg van de culture inbedding. Dat doet aan de kwaliteit en de intensiteit van de geloofsbeleving voor de ware gelovigen niets af, maar brengt een echte gelovige vaak zelfs een stap verder. Zo zou hij of zij kunnen ontdekken dat de regeltjes van een religie voor de mensen zijn.

Elk geloof begint met ervaren en openbaren, dan komen er een paar regels en later steeds meer regels over regels. En dan komen er mensen die de regeltjes over de regeltjes moeten uitleggen en die zitten weer in een speciale club met regeltjes. En zo groeit een succesvolle religie. Dit proces biedt de noodzakelijke ruimte die nodig is om het geloof in de tijd, onder verschillende culturele verhoudingen, te laten voortbestaan. Ontbreekt het historische inzicht in dit culturele proces, dan kan dat leiden tot verharding, een in zich zelf gekeerd raken, isolement, met als ontlading een confrontatie intern of extern.

Uitsluitingsregels en reinheidsregels, die hiervoor de voorwaarden scheppen als ze worden misbruikt, zijn vaak gebaseerd op angst in een groep. Angst voor de ander, en in essentie voor het zelf. Dat geldt overigens niet alleen voor religies, maar voor alle groepen mensen met een duidelijke identiteit. De beleving van god heeft echter niets met angst te maken, maar ontstaat pas als die angst door acceptatie van de schaduwzijde is verdwenen. Zo komen we, voorbij alle regels, leiders en gebouwen, bij de kern van elke religie, de spiritualiteit, waar religie als een huis omheen is gebouwd en die een weg biedt voor groei en positieve verbondenheid van mensen onderling, ongeacht hun overtuigingen.

Religies zijn schijnbaar de oorzaak van veel oorlogen en strijd - waarvan gewone mensen overigens altijd de dupe zijn. Gelovigen en niet-gelovigen. Wereldlijke macht is echter altijd het doel van de mensen erachter; zij misbruiken religie daarvoor. Binnenstaanders en buitenstaanders. Dat gaat makkelijk, want veel wettische religies willen of wilden de relatie met boven monopoliseren en kiezen er vaak voor om de informatievoorziening te beperken om de afhankelijkheid in stand te houden. Dus via een religie heb je gelijk een heleboel mensen aan jouw kant. Of je nu voor of tegen bent.

Het gaat om de macht van weinigen over de minds en de means van velen. En god staat altijd aan de kant. Hij ziet het eeuwige drama aan, dat vaak nog in zijn naam wordt opgevoerd, schudt zijn hoofd eens en krabt in z’n baard. Uit arren moede gaat hij rond deze tijd van het jaar dan maar bij iemand de kerstboom aansteken. Je ziet hem denken: ‘De kerstboom, dat is eigenlijk best een mooi universeel symbool voor de levensboom en de lichten die daarin kunnen branden.’

Comments Off

admin op 23 December 2009 in Politiek & Media

Het hitlerdom als Arische anti-kerk

Hitler is geen mythe, hij was een man van vlees en bloed over wie steeds meer bekend wordt. Een aanvankelijke outsider en mislukkeling die de kracht van religie als geen ander begreep en zijn variant daarvan - een magisch nationaal-socialisme met zichzelf als messias van een heuse anti-kerk – modelleerde op basis van het theater van Wagner en aan elkaar geknoopte mythologische verhalen over een fictief en superieur Germaans verleden van trotse Ariërs die de door de Grote Oorlog vernederde Duitsers kon verbinden en mobiliseren.

De mystieke kant van zijn karakter compenseerde Hitler extern door een gewetenloze hardheid en rigiditeit, en een geslepen opportunisme, allemaal met als doel een soort nieuwe verlosser te worden - in tegenstelling met Jezus nu gelijk compleet met een eigen religie - waar nog duizenden jaren inspiratie uit kon worden geput. Een Arische profeet, die bewust het pad van de politiek koos tijdens zijn Paulinistische openbaringsmoment van inzicht gedurende een vermoedelijk psychosomatische blindheid in de Eerste Wereldoorlog.

Een studie die het gehele plaatje rondom Hitler op micro- en macroniveau op magistrale wijze blootlegt, is ‘Hitlers Religie’ van Michael Hesemann (Aspekt, 2007). Het vlot geschreven boek is een aanrader voor iedereen die meer wil weten over de religieuze facetten van politiek populisme en de politiek van religie.

Hesemann toont aan dat Hitlers wereldvisie geen afgeleide was van het reguliere christendom, maar gebaseerd is op de oplevende belangstelling in de negentiende eeuw voor de vroege, ketterse gnostiek, die de wereld verwikkeld zag in een kosmische strijd tussen goed en kwaad, licht en duisternis, een strijd die ook in het wereldlijke domein moest worden uitgevochten.

In die gnostische visie ziet hij ook de basis voor Hitlers racisme en de haat tegen joden en tegen de katholieke kerk. Dat laatste werkt de schrijver heel overtuigend uit. In dat verband merkt Hesemann onder meer op dat antisemitisme in de kerk overigens wel degelijk voorkwam, en al heel vroeg. Zo blijkt de bekende kerkhervormer Martin Luther aantoonbaar een antisemiet te zijn geweest.

In de gnostische visie die Hitler aanhing, in essentie gebaseerd op de leer van Zoroaster, is de heer van deze wereld niet de hoogste god, maar een lager in de pikorde staande scheppergod die onterecht door de christenen voor de ware god wordt aangezien. De christengod, zo vond Hitler in lijn met Nietzsche, was een voorstander van liefde, in scherp contrast met de god van het Oude Testament, en dat zorgde voor verwekelijking van de Duitser, verraad aan zijn volksaard, die in het bloed lag verankerd.

Beter was het, om voorbij te gaan aan dergelijke lage sentimenten en met kracht en hardheid en zonder gevoel de natuurlijke orde van de mensenwereld te herstellen (uiteraard met de vermeende nakomelingen van de ooit in India zo succesvolle immigranten de Ariërs aan het bewind). Hiervoor ontwikkelde hij, in samenspraak en op basis van het (voor)werk van anderen, niets minder dan een eigen religie.

In zijn zoektocht naar verklaringen, waarschijnlijk mede in reactie op zijn aanvankelijke academische en economische mislukking, zo werd Hitler keer op keer afgewezen op de kunstacademie en leidde hij een tijd lang een armoedig bestaan, vond hij steun bij esoterische clubjes, waarin onder anderen Blavatski werd gelezen, en nieuwe riddergenootschappen. Daarbinnen kon hij zijn schijnbare minderwaardigheidscomplex omzetten naar een superioriteitsgevoel en groeide een zelfbeeld van uitverkoren verlosser en toekomstig leider van een nieuwe wereldorde, conform de ‘natuurlijke’ verhoudingen. Deze kringen buiten het gezichtsveld van de velen, vormden het werkelijke hart van het latere hitlergeloof.

Hitler ervoer aan den lijve de Oostenrijkse angst om de macht in het land af te staan aan de nieuwe buitenlanders binnen de landsgrenzen en richtte zijn angst-haat complex in dezen, zoals bekend, vooral op de joden. Hij rechtvaardigde dit vanuit zijn gnostische wereldbeeld, waarin de joden en de christenen, in contrast met de moslims, de volgelingen van de profeet-strijder Mohammed, die hem meer aansprak, het ware geloof zouden hebben verraden. Dat was overigens ook de reden voor de inval in Polen, aldus Hesemann; daar bevonden zich veel meer joden dan in Duitsland. Met deze inval, en later met de vernietigingskampen, kon het ‘jodenprobleem’ pas goed worden ‘opgelost’.

Het antisemitisme, gericht op het ‘ras’, de religie en de joden als sociale groep, was een belangrijk onderdeel van Hitlers religie. De katholieke kerk – Jezus werd door velen in Hitlers kringen gezien als een Duitser; hij kon volgens de Ariosofen niet een jood zijn geweest - was het volgende en laatste te nemen bolwerk in de strijd van het zich ontwikkelende hitlergeloof. (Het communisme, het andere grote gevaar, zou tussentijds worden aangepakt. Dit resulteerde zoals bekend in de rampzalig verlopen expansie oostwaarts; het begin van het einde van het Derde Rijk.)

De vernietiging van de kerk, door aanvankelijk met de mond de leer van de kerk te belijden en ondertussen verdeeldheid te zaaien en zo de protestanten vrij gemakkelijk en massaal voor zich te winnen, was de laatste fase in de door Hitlers zieners gedachte eindstrijd waaruit het nieuwe Duitse ‘ras’ als overwinnaar uit de bus zou komen. Om argumenten voor zijn syncretistische visie te vinden, werden voor en gedurende de oorlog tijd nog moeite gespaard. Zo werden op soms krampachtige wijze - de Führer had altijd gelijk en moest dus altijd gelijk krijgen - massaal de meest wilde pseudowetenschappelijke ideeën omarmd, als het idee dat oer-ijs het verbindende element is in het heelal.

Het boek van Hesemann is te omvangrijk om hier recht te doen. Uit dit toekomstige standaardwerk komt een haarscherp beeld naar voren van een man die zichzelf verblindde en op grond van een esoterisch, romantisch geloof, in contrast met de moderniteit, en voor de buitenwereld vertaald naar een politieke religie, de wereld wilde veranderen en het jodendom en christendom wilde wegvagen van het aardoppervlak. In plaats daarvan zou na de eindstrijd een nieuw gouden tijdperk aanbreken, het tijdperk van, in mijn woorden, het hitlerdom. Met Hitler als de grote profeet die, na de catharsis, het ware geloof op aarde had teruggebracht. Gelukkig is die wereldorde ons bespaard gebleven.

Comments Off

admin op 28 April 2009 in Boek & Meer, Politiek & Media, Religie & Spiritueel