Sittardse “friteskoning” verovert Limburg

Ze zeiden in Amstenrade dat het toch niet zou lukken. Waarom zou hij slagen, waar tien voorgangers de afgelopen acht jaar jammerlijk hadden gefaald? Het was de beste aanmoediging die ondernemer Lahcen Askour (29) kon krijgen. Zijn frituur in Amstenrade ging in juni open, draait intussen goed en een volgend project, in Geleen, staat al op stapel.

De Sittardenaar praat energiek en gedreven, weet wat hij wil, én hij durft knopen door te hakken. Hij is geen ondernemer, hij is ondernemend – en wel vanuit zijn tenen. Lahcen Askour bruist van energie. Dat is ook noodzakelijk wanneer je regelmatig een stuk tegen de stroom in zwemt; de stroom van verwachtingen. Dat vereist visie, kracht en een stevige portie doorzettingsvermogen.

Tweeëntwintig is hij, als hij in 2005 samen met zijn kameraad Stan Huiveneers een frituur overneemt in Ophoven, Sittard. De buurt vindt het wel grappig; twee jonge jongens, op dat moment hovenier en taxichauffeur/barkeeper, die de horeca ingaan. Dat is lef, denken ze. Maar of ze het redden?

Vooraf hebben Stan Huiveneers en Lahcen Askour aandachtig geluisterd naar wat klanten willen; goed en veel eten, scherpe prijzen, een prettig ingerichte zaak en een opgewekte bediening, altijd klaar voor een praatje. Dat wordt het, en hun aanpak werkt. De dagverse frites, gemaakt van Limburgse aardappelen, maakt het plaatje compleet.

De klinkende resultaten smaken al snel naar meer. In 2007 kopen ze het pand en twee jaar later breiden ze uit met een friteswagen plus voortent. Stan Huiveneers zal “Ophoven” runnen, Lahcen Askour gaat de boer op. Woensdags staat hij in Hoogveld (Sittard), donderdags in Doenrade en vrijdags in Holtum. Vaak staan er lange rijen voor de wagen, maar dat hebben de klanten er voor over. Zijn frites zijn met liefde gebakken, en dat proef je.

Het zakelijke wonderduo doet het goed, zowel in Ophoven als onderweg. Sommige mensen zouden met dit succes tevreden zijn. Maar niet Lahcen Askour. Hij heeft een onstilbare honger naar nieuwe uitdagingen.

In 2010 zag hij dat het pand in Amstenrade te huur stond, maar viste toen achter het net. Er kwam een pizzeria in. In november 2011 wordt de deal alsnog beklonken. Hij laat zich door Stan Huiveneers uitkopen wat betreft de exploitatie van de frituur in Ophoven en gaat alleen verder, alle energie gericht op “Amstenrade” en zijn friteswagen.

De eerste keer dat hij het pand bekijkt, slaat de schrik hem om het hart. Het raast door zijn hoofd: ‘Dit kan alleen maar beter. Het moet beter. Veel beter.’ Dus wordt er maandenlang stevig verbouwd tot de zaak 23 juni dit jaar opengaat met in de bediening Lahcen Askour, zijn vrouw Siobhan Askour, zijn broer Rachid en Marvin Baartz. Het resultaat mag er zijn.

Er is gekozen voor een lounge-achtige steer met leren meubels, stijlvolle tafels en dito stoelen. De ruimte is licht, stijlvol afgewerkt en geeft klanten een aangenaam gevoel. De gloednieuwe keuken is ingericht met de modernste apparatuur waarin de maaltijden en snacks volgens de HCCAP-eisen worden klaargemaakt.

En het eten, wel, de dagverse frites maar ook alle andere gerechten op het menu worden door de klanten hoog gewaardeerd. ‘We krijgen alleen maar positieve reacties en er komen steeds meer klanten bij.’

Het lijkt er dus op dat “friteskoning” Lahcen Askour het weer geflikt heeft; opnieuw heeft hij een mislukking omgetoverd in een zakelijk succesverhaal, met als basis opnieuw zijn dagverse, Limburgse frites.

‘Tien jaar geleden’, vertelden ze hem in Amstenrade voor hij begon, ‘zat er op die plek een uitstekende frituur. Daarna is het nooit meer zo goed geweest.’ De toenmalige uitbaatster woont om de hoek. Ze is nu een vaste klant van Frituur Amstenrade. Dat zegt toch genoeg?

De enthousiaste ondernemer is ondertussen bezig met de voorbereiding van zijn volgende project; een frituur in Lindenheuvel, Geleen. De volgende pijler van zijn groeiende frites-imperium. Geplande opening: eind september.

Illustratie gestolen van Joost Langeveld Origami.

Comments Off

admin op 14 August 2012 in Ongewoon & Anders

Ria Kleijkers: ‘Ik was vergeten dat ik een mens was of vrouw’

Ria Kleijkers uit Sittard is manager én kunstenaar. We spraken met haar over mannencultuur, vrouwelijkheid, werk en kunst.

‘Het kwam toevallig goed uit; het interview vandaag. Ik ben geen huisvrouw die de tijd aan zichzelf heeft. Ik ga deze week naar India voor mijn werk.’ Ria Kleijkers (60) werkt als manager bij DSM. Ze stuurt (in)direct zo’n dertig mensen aan. En dat zal ik weten ook. Nog voordat ik goed en wel zit.

‘Wil je wat eten, een boterham?’ Het wordt een dubbele bruine boterham met kaas, in vier stukjes voorgesneden, en, op mijn verzoek, een glas water.

Bij DSM houdt ze zich bezig met ‘het managen van Business Processen voor DSM Corporate & Service Units’.

Ze praat in korte zinnen, wil krachtig overkomen.

In India, waar ze over een paar dagen naartoe gaat, komt er een Service Unit bij voor DSM. In Limburg verdwijnen er banen. ‘Er komt hier weer een fikse reorganisatie aan. Maar dat is de policy en als het bedrijf het wil, moeten we dat uitvoeren, zo zijn we opgevoed.’

Zelf heeft ze ook wel eens geadviseerd over te reorganiseren afdelingen. ‘Na twee weken een rapport neerleggen.’ Daar stond dan vaak ook in welke mensen eruit moesten. ‘Dat heb ik wel erg gevonden.’

Iedereen heeft talenten, maar ja, als die niet meer passen in de huidige situatie bij het bedrijf houdt het op, geeft ze aan. Dan moet er afscheid worden genomen.

Dat geldt ook voor haar twee huwelijken. ‘Mijn beide ex-mannen vonden dat het enige recht van de vrouw het aanrecht is.’ En zo is ze niet, dus dat ging op een gegeven moment niet meer. Op het werk wordt duidelijk een andere rol van haar verwacht.

Met management technobabble laat ze zien dat ze één van hen is, one of the guys, deze vrijgevochten vrouw, die ironisch genoeg ooit begon in een ‘vrouwenbaan’.

‘Eigenlijk kunnen we u niet aannemen als vrouw’, kreeg ze van de afdeling P&O te horen bij haar sollicitatie in 1981. ‘“U heeft te veel papieren voor een vrouwenbaan” – DSM had toen mannen- en vrouwenbanen.’

Ze glimlacht, weet intussen hoe ze haar mannetje moet staan.

Heerst er een mannencultuur bij DSM? ‘Mij maakt dat niks uit. Als het met DSM goed gaat, gaat het met mij ook goed. Maar het zit er nog steeds in, ja. De afgelopen jaren hebben ze bij communicatie en in het hoger management diverse vrouwen aangenomen. Binnen korte tijd waren ze weer weg….

Pfff, ik zoek m’n weg. En hoe ver wil en kun je gaan? Het leven heeft meer te bieden dan werken.’

Kunst bijvoorbeeld. Als ze met prepensioen gaat, effectief in augustus volgend jaar, wil ze zich bijna helemaal op de kunst gaan richten en aan huis een galerie beginnen. Die moet in oktober opengaan.

‘Alleen maar werken, dat is niet goed. Zo word je nog gek Ria’, zei ze tegen zichzelf toen ze negenendertig was. En dat was natuurlijk niet de bedoeling.

De kunst heeft haar nooit meer losgelaten of zij de kunst.

In het aquarelleren, de zachte, vloeiende schilderkunst, vond ze een aangenaam contrast met de harde en georganiseerde werkwerelden van het bankwezen en later de chemie. Vervolgens legde ze zich toe op acryl schilderen, textiel, raku (Japanse keramiek) en beelden maken van klei en staal.

In de hoek van de woonkamer staat een sculptuur van gelaste stukken staal, ongeveer een meter hoog. Ook de sokkel is van aan elkaar gelaste plakken staal.

Ze ziet me kijken: ‘Heb je dat wel eens gedaan? Lassen?’ Haar ogen glinsteren; dit vindt ze mooi: lassen, slijpen, hameren.

Het beeld geeft een indruk van sierlijkheid en transparantie, maar ook van hardheid en gevaarlijke scherpte.

‘Ik ga naar de schroothoop om grove stukken te zoeken. Je ziet een basisproduct en dan kijk ik: wat kan ik ermee? Ik blijf altijd vragen en kijken naar vormen. En als ik wat vind om te doen, dan wordt dat gemaakt. Dat groeit dan tot iets. Soms kom je zo boven je zelf te staan en dan ontdek je ook iets van jezelf.’

Wat ontdekte u bij dit kunstwerk? ‘Vertrouwen in de mensen, passie en mijn wilde kant. Ik ben best wel wild, een avontuurlijk mens. Nieuwsgierig ook, wil alles weten. Die kronkel; een mens gaat nooit rechtstreeks, daar zijn heel veel wegen voor.’

Hoe bent u opgevoed? ‘Mijn vader wilde een jongen en hij heeft me opgevoed alsof ik een jongen was. Het bos in, hutten bouwen. Dat is toch ook leuk voor meisjes? Het maakt niks uit of je een jongen of een meisje bent. Hij leerde me vissen en voetballen…

Ik zie het nog voor me: kwam ik op een dag met een vis aan de haak naar huis; moest hij het haakje losmaken hahaha. Vissen lukte wel, maar dat kreeg ik niet voor elkaar.’

Het thema van uw werk is vaak de vrouw of vrouwelijkheid. ‘Ja, ik gebruik het thema vrouw-zijn herhaaldelijk.’

Is het te psychologiserend om te denken dat u via de kunst uw vrouw-zijn aan het herontdekken bent?
‘Nee, dat zou best wel eens zo kunnen zijn. Ook ik mag er zijn als vrouw. Een tijd geleden was ik vergeten dat ik mens was of vrouw…’

(Dit artikel is geschreven voor het WijkKrantje)

Comments Off

admin op 16 February 2012 in Ongewoon & Anders

Woont Hoogveld aan de voet van een chemische vulkaan?

De afgelopen maanden is in Sittard-Geleen behoorlijke onrust ontstaan over vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor. Hoewel het zwaartepunt van de discussie ligt bij Chemelot in Geleen, heeft ook de Sittardse wijk Hoogveld heeft ermee te maken. Ontsnappen de inwoners regelmatig aan een ramp van CNN-proporties of is dat zwaar overdreven?

Directe aanleiding was het aanvragen van een nieuwe milieuvergunning van ProRail voor het emplacement in Born, ook voor rangeren met en transport van gevaarlijke stoffen. Dit verzoek was eind 2008 al ingediend, maar de gemeente wilde meer informatie van de spoorgebruikers en die liet zo lang op zich wachten.

De Stadspartij van Sittard-Geleen en maatschappelijke organisaties protesteren tegen deze vergunning vanwege de veiligheid en de overlast voor omwonenden (geluidshinder, fijn stof).

De Stadspartij had eerder al geageerd tegen de plannen van Chemelot om meer gevaarlijke stoffen per spoor te vervoeren. Hierdoor zou de veiligheid van zeker zesduizend mensen in het geding zijn. Bij een ongeluk met LPG wonen zij in de dodelijke zone. Op internet vielen vanwege de LPG-wagons al termen als “rijdende bommen”.

2500 handtekeningen

Volgens Henk Bril, Senior Distribution Safety Expert bij SABIC, is dat een paniekverhaal, al kan een ramp niet geheel worden uitgesloten. SABIC is beeldbepalend op Chemelot en de grootste speler wat betreft transport van gevaarlijke stoffen in de Westelijke Mijnstreek.

Cijfers, plannen en maatregelen zouden volgens Henk Bril door critici op verkeerde wijze zijn gecombineerd, zodat onterecht het beeld ontstaat dat de mensen langs het spoor leven aan de voet van een chemische vulkaan.

In maart dit jaar werd het kookpunt bereikt. De Stadspartij had intussen ruim vijfentwintighonderd handtekeningen verzameld tegen het rijden en rangeren met gevaarlijke stoffen door en langs woonwijken.

Ironisch genoeg, kreeg SABIC drie maanden later van brancheorganisatie VNCI de Nederlandse Responsible Care Award, juist vanwege de voortrekkersrol wat betreft veilig transport via het spoor. En dat allemaal in het Jaar van de Chemie.

Twee sporen bij Hoogveld

Hoe zit het nu met Hoogveld, dat aan twee kanten wordt begrensd door rails? Aan de oostzijde van de wijk ligt een traject waarover vanaf Chemelot, via station Sittard, naar het noorden (gevaarlijke) stoffen worden vervoerd.

Dit gebeurt met name door SABIC (ex-DSM, in Saoedische handen), OCI Nitrogen (onderdeel van het Egyptische Orascom Construction Industries met daarin opgenomen het voormalige DSM Agro en DSM Melamine) en DSM.

Er vinden via station Sittard ook Chemelot-transporten naar het zuiden plaats, maar daar hebben de inwoners van Hoogveld niet direct mee te maken.

Van Sittard naar Born

Aan de zuidzijde van Hoogveld loopt een spoorlijntje dat vanaf station Sittard, tussen Hoogveld en Limbrichterveld, via het emplacement in Born, leidt naar de Rail Terminal Born (RTB) en Industrieterrein Holtum-Noord.

Via dat spoor zijn in 2010 jaar geen gevaarlijke stoffen vervoerd. ProRail telde in 2010 op het emplacement in Born 571 goederentreinen (’nul wagons met gevaarlijke stoffen’) en 122 ‘overige treinen (geen personenvervoer)’, aldus ProRail-woordvoerder René Vegter.

Actievoerders beweren dat voor 2010 wel gevaarlijke stoffen over dit traject zijn gegaan. ‘Eind vorige eeuw, in de tijd van DSM, voordat SABIC en OCI Nitrogen bestonden’, zegt Henk Bril, zijn over het spoor Sittard-Born inderdaad ‘heel sporadisch’ wagons met het giftige acrylnitril vervoerd (D3).

‘Maar dat is al jaren niet meer het geval. Tegenwoordig vervoeren we over dat spoor alleen nog brandbare vloeistoffen in zogenoemde bombes. Dat zijn geen tankwagons, maar platte wagens met daarop tanks van achtduizend liter. De brandbare vloeistoffen die erin zitten, aluminium alkylen, zijn hulpstoffen voor de productie van kunststoffen.

Deze transporten vinden sporadisch, één keer per maand / één keer per kwartaal, plaats en zelfs dat willen we afbouwen tot nul. Probleem is, dat deze stoffen in Duitsland niet via de weg mogen worden vervoerd, dus moet het per spoor. Verder vervoert SABIC geen gevaarlijke stoffen van of naar Born en al helemaal geen LPG; vanwege de veiligheid is dat niet verantwoord.’

Emplacement in Born

Ook DSM en OCI Nitrogen rijden niet met gevaarlijke stoffen over het spoor naar Born. Ze zijn dat naar eigen zeggen ook niet van plan, net zo min als SABIC, hoewel de opname van het traject in het Basisnet volgend jaar dat wel mogelijk maakt. Basisnet is binnen het Nederlandse spoorwegennet een reeks routes voor transport van gevaarlijke stoffen die vermoedelijk in 2012 wettelijk zal worden vastgelegd (er komt ook een Basisnet voor de weg en het water).

Henk Bril: ‘Het lijntje Sittard-Born is een zogenoemde grijze lijn. Dit betekent dat er nauwelijks vervoer van gevaarlijke stoffen is voorzien. En als dat gebeurt, moeten de risicocontouren op de spoorlijn blijven liggen.’

ProRail, sinds 2005 de nationale railbeheerder, heeft een vergunning aangevraagd om jaarlijks maximaal zevenhonderd wagons met gevaarlijke stoffen toe te laten op dit stuk spoor en het Bornse emplacement. Het gaat om tweehonderd wagens met propaan (LPG), vijftig met ammoniak (giftig gas), vierhonderd met benzine en vijftig met acroleïne (zeer giftige vloeistof). Tussen het rangeerterrein in Born en Holtum-Noord mogen met deze vergunning maximaal zesenveertig bewegingen per etmaal plaatsvinden (bijna zeventienduizend per jaar).

Het gaat om dezelfde maximale hoeveelheden als toegestaan voor de Rail Terminal Born. De ruimte die de aangevraagde milieuvergunning biedt, hoeft echter niet te worden benut, zegt René Vegter: ‘Voor zover ik weet, zijn er geen kandidaten die interesse hebben in vervoer van gevaarlijke stoffen over dit traject’.

Langs uw achtertuin

Dan is er nog het andere spoor, aan de oostelijke kant van Hoogveld. Hierover gaan nu al transporten met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt als onderdeel van een koepelvergunning voor alle spoorvervoer van en naar Chemelot.

De Chemelot-bedrijven vervoerden volgens ProRail in 2010 ruim veertienduizend wagons met gevaarlijke stoffen over het spoor oostelijk van Hoogveld. Specifiek ging het om 7600 van categorie A (LPG), 2050 van categorie B2 (ammoniak), 950 van categorie C3 (benzine) en 3750 van categorie D3 (acrylonitril).

Wat kan er mis gaan?

Hoe gevaarlijk of veilig is het (toekomstige) vervoer van gevaarlijke stoffen? Hiervoor worden diverse risicoberekeningen gehanteerd. Simpel gezegd is de kans op overlijden voor omwonenden één op een miljoen per jaar (het plaatsgebonden risico). Daarnaast is er een factor die de kans op een ramp met meerdere doden aanduidt (het groepsrisico).

De soort stof is van grote invloed op het theoretische risico. LPG valt onder de hoogste risico-categorie (A). LPG kan door langdurige externe verhitting van de tank, bijvoorbeeld door een brandende vloeistof, omgezet worden in gas, waardoor de druk in de tank toeneemt. Dit zorgt uiteindelijk voor rupture (openscheuren) en via het vuur voor een explosie, CNN-waardig.

Denk aan een vuurbal met een straal tot honderdtachtig meter die in een fractie van een seconde een enorm krachtige drukgolf voortbrengt.

Het effect van zo’n ontploffing of Warme BLEVE (boiling liquid expanding vapour explosion) is dat binnen een straal van tweehonderd meter iedereen sterft. Binnen de straal van de vuurbal wordt alle bebouwing verwoest. Op vierhonderdvijftig meter ben je theoretisch veilig, maar tot negenhonderd meter sneuvelen je ruiten.

Gelukkig zijn de tanks waarin LPG per trein wordt vervoerd, heel sterk. Zo is de kans volgens deskundigen klein dat ze lekken door ontsporing of aanrijding, zo is uit proeven en ongelukken gebleken. Er is zelfs een specialist die beweert dat een LPG-tank nog niet kapot gaat als er een vliegtuig op neerstort.

LPG en ammoniak

Een andere gevaarlijke stof, waarmee langs Hoogveld wordt gereden, is ammoniak. OCI Agro produceert jaarlijks een miljoen ton ammoniak, verwerkt het leeuwendeel daarvan op Chemelot, waar ook een opslag is, en vervoert de rest (volgens haar website) via tankwagens en goederentreinen naar locaties in Nederland, België, Duitsland en Noord-Frankrijk.

Ammoniakgas kan bij het vrijkomen ervan, zelfs als het gaat om kleine hoeveelheden, in een relatief groot gebied (tot meerdere kilometers bij grootschalige transporten en productielocaties) zorgen voor gewonden en doden (bij de bron). Vanwege de mogelijk grootschalige effecten bij een calamiteit wil het Rijk dat OCI Nitrogen alle ammoniak op Chemelot verwerkt.

Als het fout gaat

In de risicoberekening bij ammoniak wordt uitgegaan van een aantal deeltjes in de lucht dat binnen een bepaalde blootstellingstijd door inademing blijvende schade en soms de dood tot gevolg heeft. Gelukkig heeft ammoniak een stekende geur, zodat mensen snel gealarmeerd raken.

Bij de discussie over veiligheid gaat het vrijwel altijd over dit soort abstracte waarden die statistisch bezien niemand zorgen baren. De werkelijkheid blijkt soms echter niet in cijfers te vatten en dat verklaart de emotionele reacties.

Het meest recente voorbeeld is het ongeluk met een goederentrein 7 oktober in het achthonderd inwoners tellende Tiskilwa, in de Amerikaanse staat Illinois. Daarbij ontspoorden zesentwintig van de 131 wagons en explodeerden drie van de zeven tot negen wagons met ethanol (zes raakten in brand). Doordat het dorpje snel is geëvacueerd zijn er geen doden of gewonden gevallen.

Een voorbeeld in Europa is het ongeluk in juni 2009 in Viareggio, Toscane. De eerste wagon van een goederentrein ontspoorde, ook in het station, doordat een wielas brak. Een wagon met LPG kantelde en kwam terecht op een metalen paal, waardoor de twee centimeter dikke tankwand werd doorboord en het gas vrijkwam, dat vervolgens explodeerde via de hete uitlaat van een motorfiets. Daarna explodeerde een andere wagon met LPG. Nog vier wagons ontspoorden en kantelden, twee andere ontspoorden maar bleven overeind. Meerdere woningen werden geraakt door ontspoorde wagons.

De trieste balans: tweeëndertig doden, zesentwintig gewonden en honderd mensen dakloos.

Hetzelfde jaar gebeurden in Nederland drie ongelukken met goederentreinen; in Vleuten, bij Amsterdam-Zuiderpoort en bij Barendrecht.

Bij het laatste ongeluk botsten twee goederentreinen op elkaar. Een personentrein werd geraakt door brokstukken. De ketelwagens met aardgascondensaat in één van de goederentreinen bleven heel dankzij crashbuffers van SABIC, zodat een catastrofe is voorkomen.

Achteraf bezien, heeft de machinist van één goederentrein vermoedelijk een hartaanval gehad, waardoor hij uiteindelijk ‘door rood reed’. De machinist van de andere goederentrein raakte zwaargewond.

Veiligheid wordt beter

Naar aanleiding van met name het ongeluk in Barendrecht is er extra overheidsgeld voor een beter alarmsysteem gekomen dat machinisten corrigeert als ze dingen doen of nalaten die de veiligheid in gevaar brengen.

Het gaat simpel gezegd om het voorkomen van ‘door rood licht rijden’, dat volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid tussen 2000 en 2009 zorgde voor tweeëndertig Nederlandse spoorongelukken, met een sterke verdubbeling de laatste vijf jaar.

Ook zijn de leeftijd van het materieel, de indeling van de goederentreinen, de snelheid en het communicatiesysteem (dat in Barendrecht aanvankelijk faalde) ter discussie gesteld.

De palen, waarvan er één in Toscane zorgde voor het doorboren van een LPG-tank, worden overigens in Nederland sinds de jaren tachtig niet meer gebruikt, stelt Henk Bril.

Zijn bedrijf vervult binnen Nederland wat betreft spoorveiligheid een voortrekkersrol. SABIC vindt veiligheid belangrijk, net als goede sociale inbedding (people, planet, profit). Daarom heeft het onlangs via het SABIC Fonds, dat maatschappelijke initiatieven ondersteunt, voor twintig mille AED’s (reanimatie-kastjes) in de wijken van Sittard-Geleen laten plaatsen.

Wat betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen, plaatst SABIC intussen crashbuffers op alle wagons. Ook rijdt SABIC alleen nog met wagons jonger dan twintig jaar. Hiervoor heeft het bedrijf in juni de VNCI Responsible Care-prijs gekregen.

Lakse houding verandert

Opvallend genoeg waren deze veiligheidsverhogende maatregelen al veel eerder voorgesteld (in plaats van crashbuffers werd gesproken over kreukelzones), onder meer in ‘Ketenstudies ammoniak, chloor en LPG’ uit 2004 en de ‘Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen’ uit 2005.

De branche, de vervoerders, de railbeheerder en de overheid hadden tot voor kort schijnbaar niet veel haast om het transport van gevaarlijke stoffen echt veiliger te maken. Zo concludeerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid in januari in haar rapport over ‘Barendrecht’:

“De spoorpartijen en de minister voeren (…) een ’rituele dans’ uit, waarbij de nadruk ligt op wat relatief gemakkelijk kan en niet op wat daadwerkelijk noodzakelijk is. (…) Spoorwegveiligheid krijgt met name aandacht nadat een ernstig voorval heeft plaatsgevonden”.

Volgens Henk Bril is het vervoer van gevaarlijke stoffen gebaseerd op regels van de Verenigde Naties en was er aanvankelijk internationaal weinig bijval voor deze (veiligheid maar ook kostenverhogende) maatregelen. Intussen lijkt het tij dus gekeerd.

Een maatregel die nog op stapel staat, is het in 2008 door de overkoepelende brancheorganisatie voor veilig transport, de Commissie Transport Gevaarlijke Goederen, geopperde Warme BLEVE-vrij rijden. WBV-rijden houdt in dat de afstand tussen een wagon met brandbaar gas en één met een zeer brandbare vloeistof maximaal achttien meter bedraagt.

In december willen de Nederlandse chemiebedrijven, SABIC voorop, een convenant sluiten om alleen nog op deze manier te treinen met gevaarlijke stoffen. Henk Bril: ‘DSM had hierover al eerder afspraken gemaakt met de Nederlandse overheid.’

Meer gevaarlijke stoffen

Hoe ziet de toekomst er uit? Het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor zal in Nederland sterk groeien. En daarmee ook het risico, ondanks de toegenomen veiligheidsmaatregelen, en mogelijk ook de overlast.

Chemelot mag vanaf volgend jaar, met het Basisnet, jaarlijks 15.900 wagons met brandbaar gas (LPG en butadieen) vervoeren en hoopt dat aantal in 2015 te realiseren. Daarvan rijden er 13.900 langs Hoogveld over de lijn met Roermond (en 3000 over de lijn Chemelot – Maastricht).

Langs Hoogveld rijden dan maximaal jaarlijks 3500 wagons met ammoniak (op een totaal van 5200), 6200 met zeer brandbare vloeistoffen, als methanol (daarnaast gaan er 400 van en naar Maastricht), en 5500 met acrolyonitril. (Er zit overlap in de cijfers doordat treinen naar het zuiden via Sittard, waar locs gewisseld worden, moeten omrijden. Jaarlijks zijn dat bijna dertigduizend wagons, grofweg zo’n acht treinen per dag.

Meer via spoor en water

De toename komt in het algemeen doordat vervoer per spoor steeds voordeliger wordt, afgezet tegen transport via de weg. Gemiddeld neemt het vervoer van (gevaarlijke) goederen per rail tot 2020 toe met zo’n vijf procent per jaar. In 2010 ging het volgens ProRail om veertig miljoen ton.

De overheid lijkt daarbij overigens sinds 2003 met haar schattingen achter de feiten aan te lopen. SABIC vervoerde in 2010 bijvoorbeeld 8000 wagons van categorie A (LPG), terwijl dat aantal in 2007 nog werd aangehouden als streefgetal voor 2020 (8040). Intussen is het aantal bijna verdubbeld.

Chemisch hart van Europa

Na 2020 wordt een toename met een factor 1,5 tot 2 voorzien. Henk Bril wil niet voorbij die magische grens kijken: ‘Tot 2020 heeft Chemelot hier, denk ik, genoeg aan. Uitbreiding van de vergunning is tot die tijd niet aan de orde’, zegt hij eerst. Na lezing van het concept artikel voegt hij daaraan toe: ‘Maar zeg nooit nooit’.

Want SABIC wil blijven groeien. Zo streeft het bedrijf ernaar om in 2020 wereldleider te zijn in de chemie. Chemelot wordt dan een centrale locatie in Europa die bijna geen gebruik meer maakt van vervoer via de weg (medio 2010 495.000 ton).

Vrijwel alles gaat dan via het spoor en het water (en pijpleidingen, de belangrijkste manier van transport). Dit scheelt tijd en geld, en zorgt voor kleinere milieu- en veiligheidsrisico’s.

Om die grote plannen waar te maken, wordt honderd miljoen geïnvesteerd in de modernisering van naftakraker NAK4 van SABIC en krijgt het Chemelot-terrein een (ook door externe vervoerders te gebruiken) railterminal voor wagons met (gevaarlijke) stoffen (tot 100.000 containers per jaar). De provincie betaalt mee aan deze Rail Terminal Chemelot (RTC). Verder zijn er (nog niet uitgekristalliseerde) plannen voor een zuidelijke ontsluiting, zodat treinen naar het zuiden niet via Sittard hoeven te gaan.

De gevolgen van deze ontwikkelingen voor de inwoners van Hoogveld zijn nog niet goed in te schatten. Zo is onduidelijk of de externe vervoerders met interesse in de RTC, behalve de haven van Stein, ook de lijn naar de Rail Terminal Born in hun plannen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen willen betrekken.

Comments Off

admin op 14 October 2011 in Politiek & Media

Berry van Rijswijk: ‘Geen gelul over een slechte jeugd’

Berry van Rijswijk is sinds 1990 actief in de politiek, afwisselend als raadslid, wethouder of Statenlid. Op dit moment is hij wethouder in Sittard-Geleen met onder meer armoede, jeugdbeleid en cultuur in z’n portefeuille. De komende gemeenteraadsverkiezingen is hij lijsttrekker voor GroenLinks. Hij pleit voor elektrowagens, meer duurzame banen, onder meer in de zorg, en voor tolerantie.

Je hebt een indrukwekkende carrière in de politiek opgebouwd. Je bent zelfs één van de illustere personen met een eigen vermelding in de Wikipedia.

,,Klopt. Er is ook een Berry Fanclub, maar die heb ik er niet zelf opgezet.”

Wat is het geheim van je politieke succes?

,,Je moet nooit onvoorbereid naar een vergadering gaan. Voor ambtenaren is dat af en toe vervelend. Soms krijg ik belangrijke stukken pas op het allerlaatst. Dan zeggen ze: we kunnen er mogelijk politieke problemen mee krijgen. Goed zeg ik dan, geen probleem. Maar ga er maar vanuit dat ik het laatste stuk het beste heb gelezen, dat heb ik dan heel goed gelezen. Ja, in de loop van de jaren ben ik echt een politiek dier geworden.”

Wat typeert jou als politicus?

,,Alle burgers zijn voor mij gelijk, maar ik kom wel altijd op voor iedereen in de samenleving die wat meer hulp en bescherming kan gebruiken. Dat pas ook bij GroenLinks. Ik ben verder wars van vriendjespolitiek.”

Is dat laatste niet heel on-Limburgs?

,,Dat is een verkeerde kant van het Limburger zijn. Je moet zakelijk naar de dingen kijken.”

In de tijd van Dohmen en Langeberg werd de term Vriendenrepubliek gemunt. Onlangs viel die term weer, onder meer in relatie tot de CDA-perikelen in Susteren.

,,Je doelt op Herman Vrehen en Peter Pustjens? Ik vind dat ze heel domme dingen hebben gedaan, dat was niet verstandig. Niet recht door zee – zonder de vergelijking met Rita Verdonk te willen maken. Als politicus moet je op je qui vive blijven. Wel overal naartoe blijven gaan, je biertjes blijven drinken, maar geen handjeklap.

Binnen de oude KVP, één van de voorlopers van het CDA, was dat wel zo. Ons kent ons en we regelen wel wat. Ik doe dat niet, dat past niet bij mij. Zakelijke etentjes, dat is een broodje kaas. En als zakelijk puntjes op de ‘i’ gezet moeten worden, doe ik dat bij een kopje thee. Na de zakelijkheid kunnen we eten of een glas drinken maar tijdens de zaak niet. Mensen weten dat ook: dat hoef je niet te doen bij wethouder Berry, die is daar weinig gevoelig voor.”

Kun je in dat verband iets zeggen over het politieke klimaat in Sittard-Geleen?

,,Nu is het relatief rustig. Tot drie jaar geleden hadden we allerlei affaires et cetera. Er zitten veel mensen met oude pijn. Die pijn moet slijten. We staan aan de vooravond van de nieuwe verkiezingen en ik hoop dat mensen goed kijken naar wat partijen en lijsttrekkers voor hen én voor Sittard-Geleen willen betekenen; dat ze niet alleen maar kijken naar het eigen belang.”

Jij bent heel sociaal. Je was tussen 1986 en 1997 directeur van het Henk Schram Centrum voor kwetsbare jongeren in Eckelrade. Nu ben je als wethouder onder meer verantwoordelijk voor het armoede- en het jongerenbeleid.

,,Ik geloof in mensen. Ik neem geen afscheid van ze. Maar rotzakjes moet je af en toe een draai om de oren geven – figuurlijk dan. Ik geloof in een participatiemaatschappij; iedereen kan iets waardevols bijdragen aan de samenleving. Daarom ben ik ook beschermheer geworden van Voedselbank Limburg Zuid; kan ik af en toe eens een deur voor ze openmaken. We hebben verder als één van de weinige gemeenten een heel goed project om mensen te re-integreren. Dat heet het Participatiehuis. Sinds december 2008 zitten er al driehonderd mensen in dat circuit, dat wordt ondersteund door maatschappelijk werk, schuldhulpverlening et cetera.”

Is re-integratie wel een taak voor de gemeente? Daar zijn toch bureaus voor?

,,Een aantal van die bureaus heeft de afgelopen jaren goed geld verdiend, maar we kunnen een deel van het werk ook zelf. De gespecialiseerde organisaties waar we nu mee werken, doen dat op basis van no cure no pay. Duurzame banen. Niet drie of zes maanden de mensen laten werken en daarna weer terug naar de uitkering.”

Je hebt je als wethouder voorgenomen om twee miljoen te bezuinigen op de bijstand. Gaat dat lukken?

,,Drie jaar geleden is dat beleid ingezet, de recessie was toen niet te voorzien. Ik denk dat het nu niet meer kan. Twee miljoen, dat gaat zeker niet lukken. Nu kost de bijstand alleen nog maar meer geld. We proberen nu de groep uitkeringsgerechtigden zo klein mogelijk te houden en ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk mensen aan de slag blijven. We willen voorkomen dat ze thuis gaan zitten. Ze moeten participeren. Over twee jaar, als de crisis achter de rug is, zijn ze, zeker met de huidige krimp, heel hard nodig, ook op de arbeidsmarkt.”

Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen ben je lijsttrekker voor GroenLinks. Wat ga je doen als we op jou stemmen?

,,Ik kies eerder voor mensen dan voor stenen. Liever meer geld naar armoedebestrijding dan een nieuwe weg aanleggen. Niet meer asfalt erbij. Ik ga vooral inzetten op een stevig sociaal beleid en duurzame werkgelegenheid.”

Welke meetbare doelstellingen heb je daarbij?

,,Ik vind dat het wagenpark van de gemeente uit elektrowagens zou moeten bestaan. Dat moet er gewoon komen. Ook moeten er elektro-oplaadplaatsen in de stad komen. Ook moeten meer mensen worden opgeleid voor alle vormen van zorg; huishoudelijke zorg, verzorging en verpleegkundige zorg. Dat is goed voor de werkgelegenheid. En er moeten meer subsidiebanen komen. We zullen de komende jaren noodgedwongen ook moeten bezuinigen. Een deel van dat geld zou bijvoorbeeld in stadstoezicht kunnen worden gestoken. Kunnen er stadswachten van betaald worden. Zo investeer je ook in veiligheidsbeleving door te zorgen voor meer blauw op straat.”

Wat is voor jouw partij het hoofdthema van de verkiezingen?

,,Een belangrijk onderwerp is: met elkaar. We moeten toe naar een tolerante samenleving. Ik erger me dood aan die Wildersen. Geert Wilders probeert mensen tegen elkaar op te zetten. Als iemand iets fout heeft gedaan, een Nederlander, een Marokkaan of wie dan ook, dan geen gelul dat hij een slechte jeugd heeft gehad. Er zijn hier regels en daar houden we ons ook aan. We laten ons toch niet door vijftig ‘verveel-oren’ onze samenleving afnemen?

Een tolerante samenleving, daar staat Berry voor en alles dat fout is, als mensen zich niet aan de regeltjes houden, dat pakken we aan.

Laat dit duidelijk zijn: je moet van anderen afblijven. We praten in deze samenleving en als we het niet eens worden, gaan we naar de rechter. We spelen geen eigen rechter.

Maar tolerantie komt van twee kanten. Ouderen moeten ook leren dat jongeren bij de stad horen. En niet te snel bellen. Hebben we hier een evenement, Groove Garden, wordt gelijk geklaagd; overlast. Tjonge, jonge wat voor tolerantie hebben we hier?! Het moet niet elke week en te lang in de nacht, maar we moeten we de stad voor velen toegankelijk houden met leuke activiteiten.”

Hoe is het in Sittard-Geleen met overlast en hangjongeren?

,,Echte overlast en vernielingen, nou, daar heb ik een broertje dood aan. We hebben de hangjongeren hier nu redelijk goed in beeld. Er zijn wel groepjes her en der, maar echte uitwassen zoals in de Randstad hebben we niet. Wel zijn er wat ‘verveel-oren’ die af en toe dreigend overkomen, maar die slaan niet door. Excessen hebben we hier niet en dat wil ik graag zo houden. We hebben contact met de moskee, met jongerenwerk et cetera die de jongeren in de gaten houden. Als er iets zou broeien, zijn we er op tijd bij. Het helpt niet om voor politiek gewin mensen te beledigen en mensen tegen elkaar op te zetten.”

Is er een Wilders-achtige partij die in Sittard-Geleen aan de verkiezingen wil meedoen?

,,Voor zover ik weet niet, maar het baart me wel zorgen. Tijdens de Europese verkiezingen hebben procentueel veel mensen in Sittard-Geleen op Wilders gestemd.”

Voel je je hierdoor persoonlijk aangesproken?

,,Ja, ik vind wel dat ik daar iets mee moet. In Stadbroek, Lindenheuvel en Sanderbout hebben we goed beleid dat de mensen daar helpt. Ik laat mensen nooit in de kou staan. En hoe kan het dan potdomme dat ze daar dan toch massaal op Wilders stemmen? Als Wilders aan de macht komt, is het allemaal ellende. De mensen die nu op hem stemmen, moeten dan alles betalen. Verder gaat het in Nederland niet alleen om de islam. De PVV is een one issue party; een partij die vooral op één onderwerp inzet. Daar heb ik het niet zo niet op. De politiek moet zich met een heel breed terrein bezighouden.”

Misschien denken veel stemmers niet zoals de meeste politici? Extreme politici maken van een complexe zaak een eenvoudig probleem met een eenvoudige oplossing. Dat levert veel stemmen op.

,,Ik moet het schijnbaar toch nog beter uitleggen… Ik loop vier jaar keihard en dan vraag ik efkes één stem terug, dan ga ik weer vier jaar hard voor en met de burgers samen werken. En met plezier overigens; ik ben niet een man die de last van de hele wereld op zijn schouders draagt.”

(Dit artikel verscheen eerder in Hét WijkKrantje.)

Comments Off

admin op 6 November 2009 in Politiek & Media