Ria Kleijkers: ‘Ik was vergeten dat ik een mens was of vrouw’

Ria Kleijkers uit Sittard is manager én kunstenaar. We spraken met haar over mannencultuur, vrouwelijkheid, werk en kunst.

‘Het kwam toevallig goed uit; het interview vandaag. Ik ben geen huisvrouw die de tijd aan zichzelf heeft. Ik ga deze week naar India voor mijn werk.’ Ria Kleijkers (60) werkt als manager bij DSM. Ze stuurt (in)direct zo’n dertig mensen aan. En dat zal ik weten ook. Nog voordat ik goed en wel zit.

‘Wil je wat eten, een boterham?’ Het wordt een dubbele bruine boterham met kaas, in vier stukjes voorgesneden, en, op mijn verzoek, een glas water.

Bij DSM houdt ze zich bezig met ‘het managen van Business Processen voor DSM Corporate & Service Units’.

Ze praat in korte zinnen, wil krachtig overkomen.

In India, waar ze over een paar dagen naartoe gaat, komt er een Service Unit bij voor DSM. In Limburg verdwijnen er banen. ‘Er komt hier weer een fikse reorganisatie aan. Maar dat is de policy en als het bedrijf het wil, moeten we dat uitvoeren, zo zijn we opgevoed.’

Zelf heeft ze ook wel eens geadviseerd over te reorganiseren afdelingen. ‘Na twee weken een rapport neerleggen.’ Daar stond dan vaak ook in welke mensen eruit moesten. ‘Dat heb ik wel erg gevonden.’

Iedereen heeft talenten, maar ja, als die niet meer passen in de huidige situatie bij het bedrijf houdt het op, geeft ze aan. Dan moet er afscheid worden genomen.

Dat geldt ook voor haar twee huwelijken. ‘Mijn beide ex-mannen vonden dat het enige recht van de vrouw het aanrecht is.’ En zo is ze niet, dus dat ging op een gegeven moment niet meer. Op het werk wordt duidelijk een andere rol van haar verwacht.

Met management technobabble laat ze zien dat ze één van hen is, one of the guys, deze vrijgevochten vrouw, die ironisch genoeg ooit begon in een ‘vrouwenbaan’.

‘Eigenlijk kunnen we u niet aannemen als vrouw’, kreeg ze van de afdeling P&O te horen bij haar sollicitatie in 1981. ‘“U heeft te veel papieren voor een vrouwenbaan” – DSM had toen mannen- en vrouwenbanen.’

Ze glimlacht, weet intussen hoe ze haar mannetje moet staan.

Heerst er een mannencultuur bij DSM? ‘Mij maakt dat niks uit. Als het met DSM goed gaat, gaat het met mij ook goed. Maar het zit er nog steeds in, ja. De afgelopen jaren hebben ze bij communicatie en in het hoger management diverse vrouwen aangenomen. Binnen korte tijd waren ze weer weg….

Pfff, ik zoek m’n weg. En hoe ver wil en kun je gaan? Het leven heeft meer te bieden dan werken.’

Kunst bijvoorbeeld. Als ze met prepensioen gaat, effectief in augustus volgend jaar, wil ze zich bijna helemaal op de kunst gaan richten en aan huis een galerie beginnen. Die moet in oktober opengaan.

‘Alleen maar werken, dat is niet goed. Zo word je nog gek Ria’, zei ze tegen zichzelf toen ze negenendertig was. En dat was natuurlijk niet de bedoeling.

De kunst heeft haar nooit meer losgelaten of zij de kunst.

In het aquarelleren, de zachte, vloeiende schilderkunst, vond ze een aangenaam contrast met de harde en georganiseerde werkwerelden van het bankwezen en later de chemie. Vervolgens legde ze zich toe op acryl schilderen, textiel, raku (Japanse keramiek) en beelden maken van klei en staal.

In de hoek van de woonkamer staat een sculptuur van gelaste stukken staal, ongeveer een meter hoog. Ook de sokkel is van aan elkaar gelaste plakken staal.

Ze ziet me kijken: ‘Heb je dat wel eens gedaan? Lassen?’ Haar ogen glinsteren; dit vindt ze mooi: lassen, slijpen, hameren.

Het beeld geeft een indruk van sierlijkheid en transparantie, maar ook van hardheid en gevaarlijke scherpte.

‘Ik ga naar de schroothoop om grove stukken te zoeken. Je ziet een basisproduct en dan kijk ik: wat kan ik ermee? Ik blijf altijd vragen en kijken naar vormen. En als ik wat vind om te doen, dan wordt dat gemaakt. Dat groeit dan tot iets. Soms kom je zo boven je zelf te staan en dan ontdek je ook iets van jezelf.’

Wat ontdekte u bij dit kunstwerk? ‘Vertrouwen in de mensen, passie en mijn wilde kant. Ik ben best wel wild, een avontuurlijk mens. Nieuwsgierig ook, wil alles weten. Die kronkel; een mens gaat nooit rechtstreeks, daar zijn heel veel wegen voor.’

Hoe bent u opgevoed? ‘Mijn vader wilde een jongen en hij heeft me opgevoed alsof ik een jongen was. Het bos in, hutten bouwen. Dat is toch ook leuk voor meisjes? Het maakt niks uit of je een jongen of een meisje bent. Hij leerde me vissen en voetballen…

Ik zie het nog voor me: kwam ik op een dag met een vis aan de haak naar huis; moest hij het haakje losmaken hahaha. Vissen lukte wel, maar dat kreeg ik niet voor elkaar.’

Het thema van uw werk is vaak de vrouw of vrouwelijkheid. ‘Ja, ik gebruik het thema vrouw-zijn herhaaldelijk.’

Is het te psychologiserend om te denken dat u via de kunst uw vrouw-zijn aan het herontdekken bent?
‘Nee, dat zou best wel eens zo kunnen zijn. Ook ik mag er zijn als vrouw. Een tijd geleden was ik vergeten dat ik mens was of vrouw…’

(Dit artikel is geschreven voor het WijkKrantje)

Comments Off

admin op 16 February 2012 in Ongewoon & Anders

Woont Hoogveld aan de voet van een chemische vulkaan?

De afgelopen maanden is in Sittard-Geleen behoorlijke onrust ontstaan over vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor. Hoewel het zwaartepunt van de discussie ligt bij Chemelot in Geleen, heeft ook de Sittardse wijk Hoogveld heeft ermee te maken. Ontsnappen de inwoners regelmatig aan een ramp van CNN-proporties of is dat zwaar overdreven?

Directe aanleiding was het aanvragen van een nieuwe milieuvergunning van ProRail voor het emplacement in Born, ook voor rangeren met en transport van gevaarlijke stoffen. Dit verzoek was eind 2008 al ingediend, maar de gemeente wilde meer informatie van de spoorgebruikers en die liet zo lang op zich wachten.

De Stadspartij van Sittard-Geleen en maatschappelijke organisaties protesteren tegen deze vergunning vanwege de veiligheid en de overlast voor omwonenden (geluidshinder, fijn stof).

De Stadspartij had eerder al geageerd tegen de plannen van Chemelot om meer gevaarlijke stoffen per spoor te vervoeren. Hierdoor zou de veiligheid van zeker zesduizend mensen in het geding zijn. Bij een ongeluk met LPG wonen zij in de dodelijke zone. Op internet vielen vanwege de LPG-wagons al termen als “rijdende bommen”.

2500 handtekeningen

Volgens Henk Bril, Senior Distribution Safety Expert bij SABIC, is dat een paniekverhaal, al kan een ramp niet geheel worden uitgesloten. SABIC is beeldbepalend op Chemelot en de grootste speler wat betreft transport van gevaarlijke stoffen in de Westelijke Mijnstreek.

Cijfers, plannen en maatregelen zouden volgens Henk Bril door critici op verkeerde wijze zijn gecombineerd, zodat onterecht het beeld ontstaat dat de mensen langs het spoor leven aan de voet van een chemische vulkaan.

In maart dit jaar werd het kookpunt bereikt. De Stadspartij had intussen ruim vijfentwintighonderd handtekeningen verzameld tegen het rijden en rangeren met gevaarlijke stoffen door en langs woonwijken.

Ironisch genoeg, kreeg SABIC drie maanden later van brancheorganisatie VNCI de Nederlandse Responsible Care Award, juist vanwege de voortrekkersrol wat betreft veilig transport via het spoor. En dat allemaal in het Jaar van de Chemie.

Twee sporen bij Hoogveld

Hoe zit het nu met Hoogveld, dat aan twee kanten wordt begrensd door rails? Aan de oostzijde van de wijk ligt een traject waarover vanaf Chemelot, via station Sittard, naar het noorden (gevaarlijke) stoffen worden vervoerd.

Dit gebeurt met name door SABIC (ex-DSM, in Saoedische handen), OCI Nitrogen (onderdeel van het Egyptische Orascom Construction Industries met daarin opgenomen het voormalige DSM Agro en DSM Melamine) en DSM.

Er vinden via station Sittard ook Chemelot-transporten naar het zuiden plaats, maar daar hebben de inwoners van Hoogveld niet direct mee te maken.

Van Sittard naar Born

Aan de zuidzijde van Hoogveld loopt een spoorlijntje dat vanaf station Sittard, tussen Hoogveld en Limbrichterveld, via het emplacement in Born, leidt naar de Rail Terminal Born (RTB) en Industrieterrein Holtum-Noord.

Via dat spoor zijn in 2010 jaar geen gevaarlijke stoffen vervoerd. ProRail telde in 2010 op het emplacement in Born 571 goederentreinen (’nul wagons met gevaarlijke stoffen’) en 122 ‘overige treinen (geen personenvervoer)’, aldus ProRail-woordvoerder René Vegter.

Actievoerders beweren dat voor 2010 wel gevaarlijke stoffen over dit traject zijn gegaan. ‘Eind vorige eeuw, in de tijd van DSM, voordat SABIC en OCI Nitrogen bestonden’, zegt Henk Bril, zijn over het spoor Sittard-Born inderdaad ‘heel sporadisch’ wagons met het giftige acrylnitril vervoerd (D3).

‘Maar dat is al jaren niet meer het geval. Tegenwoordig vervoeren we over dat spoor alleen nog brandbare vloeistoffen in zogenoemde bombes. Dat zijn geen tankwagons, maar platte wagens met daarop tanks van achtduizend liter. De brandbare vloeistoffen die erin zitten, aluminium alkylen, zijn hulpstoffen voor de productie van kunststoffen.

Deze transporten vinden sporadisch, één keer per maand / één keer per kwartaal, plaats en zelfs dat willen we afbouwen tot nul. Probleem is, dat deze stoffen in Duitsland niet via de weg mogen worden vervoerd, dus moet het per spoor. Verder vervoert SABIC geen gevaarlijke stoffen van of naar Born en al helemaal geen LPG; vanwege de veiligheid is dat niet verantwoord.’

Emplacement in Born

Ook DSM en OCI Nitrogen rijden niet met gevaarlijke stoffen over het spoor naar Born. Ze zijn dat naar eigen zeggen ook niet van plan, net zo min als SABIC, hoewel de opname van het traject in het Basisnet volgend jaar dat wel mogelijk maakt. Basisnet is binnen het Nederlandse spoorwegennet een reeks routes voor transport van gevaarlijke stoffen die vermoedelijk in 2012 wettelijk zal worden vastgelegd (er komt ook een Basisnet voor de weg en het water).

Henk Bril: ‘Het lijntje Sittard-Born is een zogenoemde grijze lijn. Dit betekent dat er nauwelijks vervoer van gevaarlijke stoffen is voorzien. En als dat gebeurt, moeten de risicocontouren op de spoorlijn blijven liggen.’

ProRail, sinds 2005 de nationale railbeheerder, heeft een vergunning aangevraagd om jaarlijks maximaal zevenhonderd wagons met gevaarlijke stoffen toe te laten op dit stuk spoor en het Bornse emplacement. Het gaat om tweehonderd wagens met propaan (LPG), vijftig met ammoniak (giftig gas), vierhonderd met benzine en vijftig met acroleïne (zeer giftige vloeistof). Tussen het rangeerterrein in Born en Holtum-Noord mogen met deze vergunning maximaal zesenveertig bewegingen per etmaal plaatsvinden (bijna zeventienduizend per jaar).

Het gaat om dezelfde maximale hoeveelheden als toegestaan voor de Rail Terminal Born. De ruimte die de aangevraagde milieuvergunning biedt, hoeft echter niet te worden benut, zegt René Vegter: ‘Voor zover ik weet, zijn er geen kandidaten die interesse hebben in vervoer van gevaarlijke stoffen over dit traject’.

Langs uw achtertuin

Dan is er nog het andere spoor, aan de oostelijke kant van Hoogveld. Hierover gaan nu al transporten met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt als onderdeel van een koepelvergunning voor alle spoorvervoer van en naar Chemelot.

De Chemelot-bedrijven vervoerden volgens ProRail in 2010 ruim veertienduizend wagons met gevaarlijke stoffen over het spoor oostelijk van Hoogveld. Specifiek ging het om 7600 van categorie A (LPG), 2050 van categorie B2 (ammoniak), 950 van categorie C3 (benzine) en 3750 van categorie D3 (acrylonitril).

Wat kan er mis gaan?

Hoe gevaarlijk of veilig is het (toekomstige) vervoer van gevaarlijke stoffen? Hiervoor worden diverse risicoberekeningen gehanteerd. Simpel gezegd is de kans op overlijden voor omwonenden één op een miljoen per jaar (het plaatsgebonden risico). Daarnaast is er een factor die de kans op een ramp met meerdere doden aanduidt (het groepsrisico).

De soort stof is van grote invloed op het theoretische risico. LPG valt onder de hoogste risico-categorie (A). LPG kan door langdurige externe verhitting van de tank, bijvoorbeeld door een brandende vloeistof, omgezet worden in gas, waardoor de druk in de tank toeneemt. Dit zorgt uiteindelijk voor rupture (openscheuren) en via het vuur voor een explosie, CNN-waardig.

Denk aan een vuurbal met een straal tot honderdtachtig meter die in een fractie van een seconde een enorm krachtige drukgolf voortbrengt.

Het effect van zo’n ontploffing of Warme BLEVE (boiling liquid expanding vapour explosion) is dat binnen een straal van tweehonderd meter iedereen sterft. Binnen de straal van de vuurbal wordt alle bebouwing verwoest. Op vierhonderdvijftig meter ben je theoretisch veilig, maar tot negenhonderd meter sneuvelen je ruiten.

Gelukkig zijn de tanks waarin LPG per trein wordt vervoerd, heel sterk. Zo is de kans volgens deskundigen klein dat ze lekken door ontsporing of aanrijding, zo is uit proeven en ongelukken gebleken. Er is zelfs een specialist die beweert dat een LPG-tank nog niet kapot gaat als er een vliegtuig op neerstort.

LPG en ammoniak

Een andere gevaarlijke stof, waarmee langs Hoogveld wordt gereden, is ammoniak. OCI Agro produceert jaarlijks een miljoen ton ammoniak, verwerkt het leeuwendeel daarvan op Chemelot, waar ook een opslag is, en vervoert de rest (volgens haar website) via tankwagens en goederentreinen naar locaties in Nederland, België, Duitsland en Noord-Frankrijk.

Ammoniakgas kan bij het vrijkomen ervan, zelfs als het gaat om kleine hoeveelheden, in een relatief groot gebied (tot meerdere kilometers bij grootschalige transporten en productielocaties) zorgen voor gewonden en doden (bij de bron). Vanwege de mogelijk grootschalige effecten bij een calamiteit wil het Rijk dat OCI Nitrogen alle ammoniak op Chemelot verwerkt.

Als het fout gaat

In de risicoberekening bij ammoniak wordt uitgegaan van een aantal deeltjes in de lucht dat binnen een bepaalde blootstellingstijd door inademing blijvende schade en soms de dood tot gevolg heeft. Gelukkig heeft ammoniak een stekende geur, zodat mensen snel gealarmeerd raken.

Bij de discussie over veiligheid gaat het vrijwel altijd over dit soort abstracte waarden die statistisch bezien niemand zorgen baren. De werkelijkheid blijkt soms echter niet in cijfers te vatten en dat verklaart de emotionele reacties.

Het meest recente voorbeeld is het ongeluk met een goederentrein 7 oktober in het achthonderd inwoners tellende Tiskilwa, in de Amerikaanse staat Illinois. Daarbij ontspoorden zesentwintig van de 131 wagons en explodeerden drie van de zeven tot negen wagons met ethanol (zes raakten in brand). Doordat het dorpje snel is geëvacueerd zijn er geen doden of gewonden gevallen.

Een voorbeeld in Europa is het ongeluk in juni 2009 in Viareggio, Toscane. De eerste wagon van een goederentrein ontspoorde, ook in het station, doordat een wielas brak. Een wagon met LPG kantelde en kwam terecht op een metalen paal, waardoor de twee centimeter dikke tankwand werd doorboord en het gas vrijkwam, dat vervolgens explodeerde via de hete uitlaat van een motorfiets. Daarna explodeerde een andere wagon met LPG. Nog vier wagons ontspoorden en kantelden, twee andere ontspoorden maar bleven overeind. Meerdere woningen werden geraakt door ontspoorde wagons.

De trieste balans: tweeëndertig doden, zesentwintig gewonden en honderd mensen dakloos.

Hetzelfde jaar gebeurden in Nederland drie ongelukken met goederentreinen; in Vleuten, bij Amsterdam-Zuiderpoort en bij Barendrecht.

Bij het laatste ongeluk botsten twee goederentreinen op elkaar. Een personentrein werd geraakt door brokstukken. De ketelwagens met aardgascondensaat in één van de goederentreinen bleven heel dankzij crashbuffers van SABIC, zodat een catastrofe is voorkomen.

Achteraf bezien, heeft de machinist van één goederentrein vermoedelijk een hartaanval gehad, waardoor hij uiteindelijk ‘door rood reed’. De machinist van de andere goederentrein raakte zwaargewond.

Veiligheid wordt beter

Naar aanleiding van met name het ongeluk in Barendrecht is er extra overheidsgeld voor een beter alarmsysteem gekomen dat machinisten corrigeert als ze dingen doen of nalaten die de veiligheid in gevaar brengen.

Het gaat simpel gezegd om het voorkomen van ‘door rood licht rijden’, dat volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid tussen 2000 en 2009 zorgde voor tweeëndertig Nederlandse spoorongelukken, met een sterke verdubbeling de laatste vijf jaar.

Ook zijn de leeftijd van het materieel, de indeling van de goederentreinen, de snelheid en het communicatiesysteem (dat in Barendrecht aanvankelijk faalde) ter discussie gesteld.

De palen, waarvan er één in Toscane zorgde voor het doorboren van een LPG-tank, worden overigens in Nederland sinds de jaren tachtig niet meer gebruikt, stelt Henk Bril.

Zijn bedrijf vervult binnen Nederland wat betreft spoorveiligheid een voortrekkersrol. SABIC vindt veiligheid belangrijk, net als goede sociale inbedding (people, planet, profit). Daarom heeft het onlangs via het SABIC Fonds, dat maatschappelijke initiatieven ondersteunt, voor twintig mille AED’s (reanimatie-kastjes) in de wijken van Sittard-Geleen laten plaatsen.

Wat betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen, plaatst SABIC intussen crashbuffers op alle wagons. Ook rijdt SABIC alleen nog met wagons jonger dan twintig jaar. Hiervoor heeft het bedrijf in juni de VNCI Responsible Care-prijs gekregen.

Lakse houding verandert

Opvallend genoeg waren deze veiligheidsverhogende maatregelen al veel eerder voorgesteld (in plaats van crashbuffers werd gesproken over kreukelzones), onder meer in ‘Ketenstudies ammoniak, chloor en LPG’ uit 2004 en de ‘Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen’ uit 2005.

De branche, de vervoerders, de railbeheerder en de overheid hadden tot voor kort schijnbaar niet veel haast om het transport van gevaarlijke stoffen echt veiliger te maken. Zo concludeerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid in januari in haar rapport over ‘Barendrecht’:

“De spoorpartijen en de minister voeren (…) een ’rituele dans’ uit, waarbij de nadruk ligt op wat relatief gemakkelijk kan en niet op wat daadwerkelijk noodzakelijk is. (…) Spoorwegveiligheid krijgt met name aandacht nadat een ernstig voorval heeft plaatsgevonden”.

Volgens Henk Bril is het vervoer van gevaarlijke stoffen gebaseerd op regels van de Verenigde Naties en was er aanvankelijk internationaal weinig bijval voor deze (veiligheid maar ook kostenverhogende) maatregelen. Intussen lijkt het tij dus gekeerd.

Een maatregel die nog op stapel staat, is het in 2008 door de overkoepelende brancheorganisatie voor veilig transport, de Commissie Transport Gevaarlijke Goederen, geopperde Warme BLEVE-vrij rijden. WBV-rijden houdt in dat de afstand tussen een wagon met brandbaar gas en één met een zeer brandbare vloeistof maximaal achttien meter bedraagt.

In december willen de Nederlandse chemiebedrijven, SABIC voorop, een convenant sluiten om alleen nog op deze manier te treinen met gevaarlijke stoffen. Henk Bril: ‘DSM had hierover al eerder afspraken gemaakt met de Nederlandse overheid.’

Meer gevaarlijke stoffen

Hoe ziet de toekomst er uit? Het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor zal in Nederland sterk groeien. En daarmee ook het risico, ondanks de toegenomen veiligheidsmaatregelen, en mogelijk ook de overlast.

Chemelot mag vanaf volgend jaar, met het Basisnet, jaarlijks 15.900 wagons met brandbaar gas (LPG en butadieen) vervoeren en hoopt dat aantal in 2015 te realiseren. Daarvan rijden er 13.900 langs Hoogveld over de lijn met Roermond (en 3000 over de lijn Chemelot – Maastricht).

Langs Hoogveld rijden dan maximaal jaarlijks 3500 wagons met ammoniak (op een totaal van 5200), 6200 met zeer brandbare vloeistoffen, als methanol (daarnaast gaan er 400 van en naar Maastricht), en 5500 met acrolyonitril. (Er zit overlap in de cijfers doordat treinen naar het zuiden via Sittard, waar locs gewisseld worden, moeten omrijden. Jaarlijks zijn dat bijna dertigduizend wagons, grofweg zo’n acht treinen per dag.

Meer via spoor en water

De toename komt in het algemeen doordat vervoer per spoor steeds voordeliger wordt, afgezet tegen transport via de weg. Gemiddeld neemt het vervoer van (gevaarlijke) goederen per rail tot 2020 toe met zo’n vijf procent per jaar. In 2010 ging het volgens ProRail om veertig miljoen ton.

De overheid lijkt daarbij overigens sinds 2003 met haar schattingen achter de feiten aan te lopen. SABIC vervoerde in 2010 bijvoorbeeld 8000 wagons van categorie A (LPG), terwijl dat aantal in 2007 nog werd aangehouden als streefgetal voor 2020 (8040). Intussen is het aantal bijna verdubbeld.

Chemisch hart van Europa

Na 2020 wordt een toename met een factor 1,5 tot 2 voorzien. Henk Bril wil niet voorbij die magische grens kijken: ‘Tot 2020 heeft Chemelot hier, denk ik, genoeg aan. Uitbreiding van de vergunning is tot die tijd niet aan de orde’, zegt hij eerst. Na lezing van het concept artikel voegt hij daaraan toe: ‘Maar zeg nooit nooit’.

Want SABIC wil blijven groeien. Zo streeft het bedrijf ernaar om in 2020 wereldleider te zijn in de chemie. Chemelot wordt dan een centrale locatie in Europa die bijna geen gebruik meer maakt van vervoer via de weg (medio 2010 495.000 ton).

Vrijwel alles gaat dan via het spoor en het water (en pijpleidingen, de belangrijkste manier van transport). Dit scheelt tijd en geld, en zorgt voor kleinere milieu- en veiligheidsrisico’s.

Om die grote plannen waar te maken, wordt honderd miljoen geïnvesteerd in de modernisering van naftakraker NAK4 van SABIC en krijgt het Chemelot-terrein een (ook door externe vervoerders te gebruiken) railterminal voor wagons met (gevaarlijke) stoffen (tot 100.000 containers per jaar). De provincie betaalt mee aan deze Rail Terminal Chemelot (RTC). Verder zijn er (nog niet uitgekristalliseerde) plannen voor een zuidelijke ontsluiting, zodat treinen naar het zuiden niet via Sittard hoeven te gaan.

De gevolgen van deze ontwikkelingen voor de inwoners van Hoogveld zijn nog niet goed in te schatten. Zo is onduidelijk of de externe vervoerders met interesse in de RTC, behalve de haven van Stein, ook de lijn naar de Rail Terminal Born in hun plannen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen willen betrekken.

Comments Off

admin op 14 October 2011 in Politiek & Media

Dromend van dierenwelzijn zie ik…

Dierenbescherming Limburg realiseert samen met zakelijke en sociale partners een in Nederland uniek centrum voor dierenwelzijn (DWC). Dat centrum van ongeveer 7 miljoen euro is gepland vlakbij Kasteel Limbricht, op een spreekwoordelijke steenworp afstand van de Sittardse wijk Hoogveld.

Het concept is doordacht en vernieuwend, maar niet iedereen is even enthousiast over de voorgenomen locatie. De gemeenteraad beslist binnenkort over wijziging van het bestemmingplan. De coalitie is voor, de oppositie tegen. Diverse maatschappelijke organisaties hebben al een ‘njet’ laten horen. Het actiecomité DWC NEE kondigde onlangs aan om tot bij de Raad van State te strijden tegen de komst van het centrum. Er zou sprake zijn van onbehoorlijk bestuur.

De bouw van het centrum, een one stop shop-project op een terrein ter grootte van enkele voetbalvelden, start in 2011. Althans, dat is de bedoeling. Er zijn al diverse grote marktpartijen die zich als partner aan het innovatieve centrum hebben verbonden, zoals diervoerdergigant Royal Canin en supermarktketen Albert Heijn. Ook onderwijsinstellingen als het Citaverde College, de Hogere Agrarische School en de Universiteit van Wageningen hebben zich al gecommitteerd. Met DSM worden op dit moment serieuze gesprekken gevoerd en ook iemand als gedeputeerde Noël Lebens is enthousiast over het concept van het DWC, al is hij niet gelukkig met de voorgenomen locatie. Hij voorziet een spin off die een positieve weerslag heeft op de regio Sittard-Geleen en Limburg als geheel.

Cradle-to-cradle

In het centrum, te bouwen volgens het cradle-to-cradle principe, wordt synergie bereikt door diverse partijen samen te brengen rond het thema dierenwelzijn. Zo komen er opvangfaciliteiten, wordt er hoogwaardige medische zorg geboden en is voorzien in onderzoeks- en voorlichtingsprogramma’s voor verbetering van het dierenwelzijn. De organisatie erachter wordt gerund als een middelgrote onderneming. Is dat niet vreemd voor de dierenbescherming? Nee, vindt projectleider Reineke Hameleers, tevens directeur van Dierenbescherming Limburg: ,,We zijn als dierenbescherming een ideële instelling. Maar als je zo’n groot en ambitieus centrum wilt opzetten, moet je het professioneel doen of je moet het niet doen. En de eventuele meeropbrengst van het centrum gaat naar activiteiten waarvoor we anders als vrijwilligersorganisatie niet genoeg geld zouden hebben.”

Berlijn als voorbeeld

Aan de basis ligt een businessplan, gebaseerd op uitgebreid marktonderzoek. ,,Een belangrijke inspiratiebron is een dierencentrum in Berlijn, dat in 1999 voor omgerekend voor 60 miljoen euro is gerealiseerd. Het is gebaseerd op het one stop shop-idee en er is heel vernieuwende architectuur toegepast, dat willen wij ook.” Aanvullend is onderzoek gedaan naar centra in Engeland en Amerika, vertelt de projectleider. Het multifunctionele concept blijkt daar ook goed te werken.
De voorbereiding is illustratief voor de zakelijke werkwijze van Reineke Hameleers: ,,We gaan ons project ook heel professioneel aanvliegen. De realisatie wordt op dit moment voorbereid via vier deelprojecten, geleid door een stuurgroep waarin diverse disciplines vertegenwoordig zijn.”

‘Dit is mijn droom’

Zelf zorgt ze voor de coördinatie. De organisatiedeskundige is bevlogen en ondernemend. Reineke Hameleers: ,,Het is mijn droom, mijn ambitie om dit centrum waar te maken. Toen we hiermee begonnen, waren er binnen de dierenbescherming genoeg mensen die zeiden: ‘Het klinkt geweldig, maar is dit allemaal niet wat te hoog gegrepen voor ons?’ Als je ziet hoe ver we nu zijn, durf ik rustig te zeggen: We kunnen het en gaan het dierenwelzijnscentrum samen met onze partners tot een succes maken!”

Tegenstand groeit

Niet iedereen is zo positief. Tijdens een informatiebijeenkomst in het gemeenschapshuis van Limbricht op 6 september, georganiseerd door het dorpsplatform, bleek dat er behoorlijke weerstand is. De vertegenwoordigers van Dierenbescherming Limburg en Grontmij kregen het toen en ook op latere bijeenkomsten zwaar te verduren. Zo is daar bijvoorbeeld het Actiecomité DWC NEE!, dat vreest voor overlast van geluid (opvang van honden en katten op tweehonderd meter van de bebouwde kom) en verkeersoverlast (met name van verkeer uit het zuiden door de kern Limbricht en veel verkeersbewegingen in het weekend). Voor dat laatste is de voorgestelde verbreding van de Allee met grastegels geen echte oplossing, zegt woordvoerder Reinier Voogd. Ook zou met de komst van dit centrum de eeuwenoude en cultuurhistorisch waardevolle omgeving met Kasteel Limbricht en het Salviuskerkje worden aangetast, vindt het actiecomité.
Andere bezwaarmakers zijn de Stichting Graetheide, Cavia-opvang Limbricht, Vereniging Probus, de Heemkundevereniging, Dierenopvang Westelijke Mijnstreek, Stichting Milieufederatie Limburg, IVN Born en Land van Swentibold. Verder hebben nog krap zeshonderd huishoudens uit Limbricht via een enquête aangegeven tegen te zijn.

‘Wat Limbricht wil’

De politiek is verdeeld. De oppositie in Sittard-Geleen is niet enthousiast. D66, de SP, de SGB, de VVD, Trots en TON hebben zich tegen het plan uitgesproken, overigens met ongeveer dezelfde argumenten als het twaalfkoppige comité. De coalitie is voor, maar wethouder Pieter Meekels, die namens het GOB in het college zit, houdt een slag om de arm. Hij zou 12 oktober hebben gezegd tijdens een bijeenkomst van het dorpsplatform dat als de bevolking van Limbricht tegen is, het DWC niet aan de Allee komt.

Reinier Voogd gaat met zijn comité sowieso actie ondernemen: ,,De gemeentelijke procedure is in strijd met de wet gevoerd. Volgens ons is sprake van onbehoorlijk bestuur en wij zijn als comité bereid om elk besluit tot bij de Raad van State aan te vechten.” Het comité vindt onder meer dat de gemeente niet zorgvuldig is geweest door de bevolking pas heel laat te informeren en doordat een aantal alternatieve locaties onvoldoende zou zijn onderzocht. Ook zou er geen brede en eerlijke belangenafweging zijn gemaakt bij de besluitvorming.

Veelgestelde vragen

,,De vraag is: waarom willen ze het centrum nu juist hier bouwen? Ze hadden op veel plekken in Limburg terecht gekund! Bovendien hadden ze beter vooraf overleg met de bevolking kunnen voeren. We hebben de woordvoerster van Dierenbescherming Limburg ook meerdere malen uitgenodigd, ook voor de tv, maar ze komt gewoon nooit”, aldus Reinier Voogd van het comité. ,,Ook op onze vragen wordt geen antwoord gegeven.” Volgens Saskia Thijssen, woordvoerster van Dierenbescherming Limburg, wordt overleg gevoerd met de gemeente. Daarnaast is er overleg met Dorpsplatform Lömmerich en met de voor dit project op advies van het Dorpsplatform door Dierenbescherming Limburg geformeerde klankbordgroep. ,,Dat is voldoende omdat deze organisaties een goede vertegenwoordiging van de bevolking vormen.”

Met het Actiecomité DWC NEE! is geen contact. Volgens Saskia Thijssen zijn veel van de bezwaren van het comité gebaseerd op ‘onvoldoende kennis van zaken’. In dat kader verwijst ze naar de projectwebsite en het kopje ‘veelgestelde vragen’ op die site. Maar of het comité hierdoor overtuigd raakt? Het comité is strijdvaardig en geeft in een recente nieuwsbrief, naast tal van inhoudelijke argumenten, zelfs een persoonlijke steek onder water richting Reineke Hameleers: ‘Laat de droom van een enkeling niet de nachtmerrie van velen worden!’ Het is duidelijk: de handschoenen zijn uit. De strijd om het DWC bij Limbricht, met als inzet cultuurlandschap en dierenwelzijn, is nu echt begonnen.

NAWOORD

Onder druk van het brede maatschappelijk protest heeft het college medio november eieren voor haar geld gekozen. De procedure voor de vestiging van het DWC aan de Allee werd beëindigd. ‘Het Dierenwelzijnscentrum Limburg komt in het gebied tussen Kasteel Limbricht en Kasteel Wolfrath’, aldus het college in een persbericht. ‘Een aantal beschikbare locaties wordt op dit moment onder de loep genomen. Uiterlijk begin volgend jaar wordt de nieuwe locatie bekendgemaakt.’
Het actiecomité reageerde verheugd. Voorzitter Rob den Rooijen, per mail: ‘Wij zijn zeer blij met dit besluit. De argumentatie voor het besluit is heel helder, namelijk het ontbrekende draagvlak bij de inwoners van Limbricht. Hieruit blijkt des te meer dat eendracht macht maakt. De enige reden dat we geslaagd zijn in onze missie is dat we als inwoners van Limbricht ons verenigd hebben en een duidelijke vuist hebben gemaakt richting de gemeente en Dierenbescherming.’

Niet om de argumenten

Het protest was effectief omdat het krachtig was, niet vanwege de inhoudelijke argumenten, stelt het college. ‘De ruim tweehonderd inspraakreacties die de afgelopen tijd zijn binnengekomen hebben inhoudelijk niet of nauwelijks argumenten opgeleverd om de locatie aan de Allee af te wijzen. Het college meent dat via een zorgvuldige stedenbouwkundige inpassing het dierenwelzijnscentrum ook in de cultuurhistorische omgeving van kasteel Limbricht tot zijn recht had kunnen komen. Ook de toename van het verkeer zou aanvaardbaar zijn en geluid en stankoverlast viel er niet te verwachten. Maar de impact van het gebrek aan draagvlak is voor het college en de Dierenbescherming de belangrijkste reden geweest om gezamenlijk te besluiten de procedure te beëindigen.’

Krokodillentranen

Rob den Rooijen van het actiecomité: ‘We willen nogmaals benadrukken dat wij niets tegen het DWC of de Dierenbescherming als zodanig hebben, maar puur hebben geageerd tegen de vestiging op deze locatie. We betreuren het wel dat vroege signalen over mogelijke negatieve gevolgen voor de inwoners door de gemeente in de wind zijn geslagen. Eveneens betreuren wij het dat de Dierenbescherming geen lering heeft getrokken uit het traject in de Gemeente Stein waar precies hetzelfde gebeurd is en zij nu dus krokodillentranen huilt. Het hele verhaal heeft zowel de gemeente als de Dierenbescherming als ons zelf heel veel tijd en ook geld gekost dat beter op een andere manier besteed had kunnen worden. Met name in het geval van de Dierenbescherming. Maar ja, het zij zo en wij hopen dat een ezel zich niet drie keer aan dezelfde steen stoot. Wij zullen de verdere ontwikkelingen op de voet blijven volgen.’

Comments Off

admin op 29 October 2010 in Politiek & Media