
“Ik denk dat ik vele malen gelukkiger ben dan de mensen om mij heen en ik hoop dat zij dat ook van zichzelf denken. Dat ze misschien door mijn voorbeeld een beetje van die lol ontdekken.” Een interview met Jan Kusters uit Sittard, schilder, pessimist én levensgenieter.
Jan Kusters is een avonturier, al heeft hij nog nooit verre landen bereisd. Zijn traditioneel ingerichte, groen geschilderde woonkamer onthult veel van zijn persoonlijkheid.
Eén wand van de kamer wordt gevormd door een grote houten boekenkast. De belangrijkste exemplaren staan onderin, de onbelangrijkere werken verhuizen langzaam maar zeker naar de bovenste plank, glimlacht Jan Kusters. ,,Als je daar bent als boek, ziet het er slecht voor je uit” - dan is het afscheid nabij.
De complete serie jongensboeken over Bob Evers staat voor het grijpen. Die zijn dus belangrijk. Op zijn site schrijft Kusters hierover: ‘Toen was Nederland nog eenvoudig, met kansen voor wie dat wilde, en er heerste een eindeloos optimisme. Niet alles was tot in vijf decimalen achter de komma geregeld en Europa had nog echte grenzen.’ De wereld was anders.
Voor het overige zijn de planken gevuld met een allegaartje aan boeken, van werken over ridders tot boeken over kunst en fotografie.
Verder telt de kamer een oude eettafel met dito stoelen. De tafel is afgedekt met een oud tafelkleed uit zijn ouderlijk huis. Hier heeft de jonge Jan dus ooit aardappelen op gegeten en dat doet hij nu nog steeds… Een aantal ooit statige kringloopstoelen, met van die grote stalen veren in het zitvlak, siert de hoeken.
Aanvankelijk noodzaak; z’n zelf ontworpen Rietveld-achtige stoelen waren kapot en in de jaren tachtig had hij weinig geld. Intussen is het ook een keuze. ,,Ik werk drie dagen in de week. Het is geen vetpot, maar daardoor heb ik wel tijd om de dingen te doen die ik wil doen. Dan maar wat minder spullen.”
In de hoek staat een grote pijpenkast waarin het Sherlock Holmes-type een ereplaatsje heeft gekregen. Sommige pijpen zijn kostbaar. ,,Ja, als ik dan kijk naar mijn knotsvolle pijpenrek, dan denk ik: hoor wie ‘t zegt. Dat materialisme, ik kan me daar ook niet helemaal aan onttrekken.”
De wand tegenover de boekenkast hangt vol met schilderijen; het gevoel tegenover het verstand. Zelf gemaakt uiteraard, die schilderijen, want hoewel Jan Kusters nu een andere baan heeft, als tutor aan de Hogeschool Zuyd, is hij eigenlijk docent handvaardigheid. Schilderijen van de viaducten over de rondweg die Sittard in tweeën snijdt. Hij verkoopt deze en andere schilderijen via Galerie Achter de Beek in Beek.
Op een kastje in de hoek liggen de spulletjes voor zijn eigen Limburgs-Japanse theeceremonie, een andere bezigheid waar hij veel plezier aan beleeft. ,,Het uitvoeren van een Japanse theeceremonie is een bepaalde manier van denken”, legt Kusters uit. ,,Toen ik kennismaakte met de theeceremonie, ontdekte ik dat ik deze manier van denken zelf al had ontdekt.”
,,Ik heb jaren voor een hbo-instelling lesroosters gemaakt. Eén grote stressbaan. Ik had al hoofdpijn als ik moest beginnen. Als ik thuiskwam had ik weer hoofdpijn. In die tijd ontdekte ik het motorrijden. Ik nam rijles en na een uurtje lessen was de hoofdpijn weg. Je bent dan heel geconcentreerd, net als tijdens de theeceremonie.”
Hij had zelfs al zijn eigen theeceremonie, toen hij in militaire dienst was, kwam hij achter. ,,Op zaterdagochtend moesten we de kamers poetsen. Ik begon dan eerst met theedrinken. Elke week deed ik dat. Dan was elk gebaar op z’n plek. Voor mij was het een scheiding tussen twee dingen die niet zo goed samengaan.”
Het is niet alleen de aandachtige uitvoering van het thee-ritueel, die hem boeit. Het is ook de schoonheid van de attributen. Neem bijvoorbeeld het geheel uit één stuk gemaakte bamboe thee-kloppertje; een stukje bamboe dat met de hand is ingesneden en dat nog het meest lijkt op een ouderwetse scheerkwast.
Ook het bamboe gereedschap om het theewater op te gieten, een hishaku, een bamboe kopje met een lange ranke bamboesteel, zo’n stukje eerlijk vakwerk op microschaal, daar kan Jan Kusters echt van genieten. Hij pakt het gereedschapje in zijn hand, bekijkt het van alle kanten. ,,Dit vind ik echt verschrikkelijk mooi.”
Eerst meende hij nog dat de ceremonie alleen met de juiste spullen kon worden uitgevoerd. Zo zocht hij, bij wijze van spreken, de hele wereld af op zoek naar de goede Japanse thee, macha. ,,Tot internet kwam, toen vond ik ergens dat de thee die ik hier had gekocht, in Japan wordt gebruikt om ijs te kleuren hahaha. Die is niet te vergelijken met de echte macha.”
Nu weet hij dat het niet uitmaakt, voor hem althans. Theefundamentalisten denken daar uiteraard anders over. ,,Je moet ook niet gaan voor het eindresultaat, dat werkt niet. Het gaat om het zomaar doen. Anders kan ik het niet zeggen.
De man die de huidige theeceremonie heeft vormgegeven, Sen no Rikyu, heeft het ook op die manier bedoeld. Het moest simpel en je moest je concentreren op de thee, niet op de spullen. Bamboe was het plastic uit zestienhonderd en raku was oorspronkelijk ook een wegwerpartikel. Het gaat erom dat je een simpel iets belangrijk maakt. De theeceremonie doe je niet voor die drie slokjes lauwe thee.”
Kusters maakt een vergelijking met het schilderen: ,,Eerst wilde ik een compleet schilderij maken. Daarna leerde ik om alle details met aandacht aan te brengen. Ik concentreer me nu alleen op dat ene vlekje verf dat ik nog moet zetten. En dan weer op de volgende verfvlek, tot het schilderij ineens klaar is.
Wow, het is gelukt! Zonder dat je het beredeneerd hebt gedaan. Je concentreert je op iets dat in feite niet belangrijk is. Dan lukken anderen dingen.”
Met het roken van pijpen en sigaren, door deze liefhebber met aandacht voor historie geschreven als cigaren, is het anders; daar staat het genieten meer voorop. Jan Kusters is hiertoe lid van het illustere sigarengenootschap Fidibus, een herengenootschap waarvan de leden op hun site te zien zijn terwijl ze in negentiende eeuwse stijl op de gevoelige plaat zijn vastgelegd.
,,In de grote werkloosheidstijd, de jaren tachtig, is het begonnen als een bierclub. We vonden allemaal Belgisch bier lekker, maar dat was te duur en hier heel slecht te krijgen. En om nou steeds naar Maaseik te fietsen… Dus legden we elke maand een tientje in om eens per maand iets meer luxe te kunnen ervaren. Vervolgens is het uitgegroeid tot het sigarengenootschap.”
Het genootschap werd een genootschap, omdat dit zijn voordelen had: ,,We dachten: misschien zijn er dan wel fabrikanten die wel eens een doosje deze kant op willen sturen. Daar hebben we drie keer gebruik van gemaakt. De gestuurde sigaren waren niet de moeite van het proberen waard. Het waren sigaren die naar rozen smaakten of suikerwatersigaren.” Hij glimlacht.
Intussen zijn de werkloze sigarenrokers van toen, de helft had in Sittard en de andere helft in Nijmegen gestudeerd, heel goed terecht gekomen. De groep telt nu onder anderen een aantal personeelsfunctionarissen, een paar werken in zorginstellingen, er zit een ambtenaar bij en een docent aan de Open Universiteit.
Het aantal bijeenkomsten is intussen afgenomen tot zo’n drie per jaar. ,,En dan nog is het moeilijk iedereen bij elkaar te krijgen.” Een andere verandering is wie voor de rookwaren zorgt; nu levert de gastheer alle sigaren. Daar is nu genoeg geld voor.
Het is een beetje jongensachtig, zo’n studentikoos genootschap. Net als gezamenlijk uitstapjes maken op de motor om ergens te kamperen, vliegers bouwen en vliegerfeesten bezoeken – andere hobby’s van Kusters.
,,Klopt. Het idee van: waar is de wereld nog niet helemaal geregeld en waar er is er nog wel een beetje avontuur.
Een uitgestelde pubertijd? Zou kunnen. De kleur van de muur hier, is ook de kleur die mijn jongenskamer had. Ik heb destijds heel veel kleuren geprobeerd; oranje, blauw, groen, rood - ik werd er soms een beetje gestoord van - maar uiteindelijk was dit toch het prettigst.
Er zitten bij dat rokersclubje trouwens ook mensen met een normaal volwassen leven die een beetje avontuur erbij nemen. Mensen die getrouwd zijn en kinderen hebben, bedoel ik.
Ik ben geen voorbeeld van een normaal volwassen leven.
Mensen leven naar mijn mening teveel op de automatische piloot. Dat is niet het leukste maar wel het makkelijkste.” Jan Kusters gaat voor het avontuur en de uiteindelijke voldoening mag dan ook wel wat moeite kosten; de weg ertoe is belangrijker dan het doel.
,,Met schilderen bijvoorbeeld. Ik heb drie jaar moeten sparen voor de reis naar Noorwegen, om daar te gaan schilderen. Verder heb ik alles moeten uitzoeken: hoe krijg je alle schildersspullen mee op de motor. Toen ik er was, was het weer heel slecht. Het hoorde erbij, maar dat wil niet zeggen dat ik het leuk vond.
Het was een denkprestatie: onder moeilijke omstandigheden toch de dingen doen die je wilt doen. Je wordt je bewust van de vraag: wat is belangrijk en wat niet. Waar draait het eigenlijk om. Wat kan ik missen en wat kan ik niet missen? Het is een soort crisismentaliteit, zeiden mijn ouders altijd.
Ja, ik ben een gigantische pessimist, zie overal beren op de weg. Aan de andere kant: ik denk dat ik vele malen gelukkiger ben dan de mensen om mij heen, en ik hoop dat zij dat ook van zichzelf denken. Dat ze misschien door mijn voorbeeld een beetje van die lol ontdekken.”
In Noorwegen ervoer de Sittardse levenskunstenaar ‘een gevoel van eindeloosheid, de mens als vetvlekje op het aardoppervlak’. ,,Het was een wezenlijke ervaring; de mens als voetnoot.”
Los van deze metafysische beleving, wilde het schilderen de eerste twee reizen maar niet lukken. Jan Kusters schilderde en schilderde, maar het resultaat was niks. Het leverde in elk geval geen werken op die hij zelf zou ophangen.
Maar dat was niet erg, zegt hij nu: ,,Kunst is voor mij dingen doen die je nog niet kunt, anders is het kunstnijverheid. Ik ontdekte dat ik alleen de beelden van landschappen kan schilderen die ik in mijn hoofd heb gecreëerd. Die zocht ik later op in Noorwegen, toen ik er was. En je aandacht brengen naar elk vlekje dat je opbrengt, niet meer ineens het geheel willen neerzetten. Tijdens en na de derde reis ging het goed.
Van een foto schilderen gaat niet trouwens; een foto heeft meestal maar 256 kleuren. In werkelijkheid zijn er veel meer kleurnuances. Die moet je leren zien.”
Ook het avontuur moet je leren zien. Het is soms gewoon om de hoek. Jan Kusters woont bijvoorbeeld alweer jaren in wat eens een Franciscaner klooster was. ,,We hebben hier een tijdje een woeste periode gehad. Zo zat hier een tijdje een illegaal bordeel. Stonden er elke avond allemaal vreemde mannen op de gang.
Ook waren er mensen bezig met criminele zaken. Dus hebben we paar keer een overvalteam binnen gehad. Waren ze weer een paar maanden op vakantie. Maar ja, dan werden de kamers onderverhuurd en daar kwam weer veel ellende van. Ja, het was hier toen wel avontuurlijk, maar de buurt klaagde.
De woningbouwvereniging heeft een aantal jaren hard gewerkt om de zaak hier uiterlijk en qua bewoners op de knappen. En met succes. Daar ben ik de woningbouwvereniging ook heel dankbaar voor. Het was wel heel leerzaam; je krijgt een andere kant van de samenleving te zien. Je krijgt een completer beeld van de hedendaagse wereld.”