Leven vanuit het hart, hoe doe je dat eigenlijk?

Je hoort het vaak: van hoofd en buik naar het hart. Maar dat is niet zo eenvoudig, mede doordat volgens Jan den Boer emotie en gevoel vaak worden verward. Door training kan een deel van de emoties worden getransformeerd in gevoel en wordt leven vanuit het hart eenvoudiger. Hij schreef er een boek over: ‘Schakel door naar je hart – het trainen van de vrije wil’ (De Driehoek, 2012).

Jan den Boer onderscheidt gevoel, emotie en denken op basis van de inzichten van neurowetenschapper Antonio Damasio, op wie hij sterk leunt. Deze meent dat emoties grotendeels onbewust zijn. Ze zijn vaak bigger than life en verbonden met ervaringen uit het verleden.

Gevoelens zijn vanuit innerlijke rust bewust waargenomen en daardoor getransformeerde emoties. Denken, ten slotte, is volgens Damasio uitsluitend reflectief, maar biedt ook ruimte voor intenties tot toekomstig gedrag; je kunt je gedrag niet direct sturen maar jezelf daartoe wel voor de langere termijn programmeren.

Jan den Boer is behalve door Damasio ook beïnvloed door het Tibetaans boeddhisme. Zo citeert hij Sogyal Rinpoche, die stelt dat pijn, angst en leed voortkomen uit ‘het hunkeren van de grijpende geest’ (al dan niet verdrongen begeerte die onrust veroorzaakt). Ook haalt hij Lama Yeshe aan, die poneert dat bewust waargenomen verlangen een bron van geluk kan zijn. Een andere boeddhist die hij opvoert is Tulku Lobsang Rinpoche. Deze gaat zelfs zover dat hij verlangen gelijkstelt aan verlichting, volgens Jan den Boer.

De vrije wil, waarvoor Damasio in weerwil van de populaire reductionistische neurowetenschappers speelruimte creëert door naast onbewuste ook bewuste emoties te benoemen, kunnen we volgens Jan den Boer door training steeds beter aanwenden om bij sterke emoties, gedachten en impulsen (het grijpen vanuit begeerte en het verlangen daarnaar) weloverwogen te kiezen. Bijvoorbeeld door verlangen bewust te beschouwen en er onthecht van te genieten, zoals Lama Yeshe en Tulku Lobsang Rinpoche adviseren.

Hiervoor is harttraining nodig. Een hulpmiddel daarbij, is om ons blikveld verbreden zodat de woeste hoge golven van het heftige moment verworden tot rimpelingen in de oceaan. Dit biedt overzicht, ruimte voor inzicht (via het lichaam) en leidt tot meer rust.

De schrijver creëert hiervoor een soort stille ruimte. Dit alchemistisch laboratorium, door hem stiltepunt genoemd, is gesitueerd in het zwaartepunt van emotie, gevoel en ratio. Van daaruit kunnen we beter onderscheiden op basis van onze getrainde intenties, waarbij Jan den Boer de voorkeur geeft aan de gevoelens van het hart (boven de buikgerelateerde onbewuste emoties en de hoofdgerelateerde reflectieve gedachten).

Veel van ons gedrag is niet te sturen, maar door deze training kunnen we volgens hem het werkgebied van de vrije wil vergroten en diens kracht versterken (mede door rationeel intenties te formuleren voor toekomstig gedrag) en daardoor leven vanuit het hart bevorderen.

‘Schakel door naar je hart – het trainen van de vrije wil’ komt ook uit het hart. Dat merk je vooral in gedeelten waarin je de echo van persoonlijke ervaringen tussen de ‘neutrale’ regels hoort. Maar het is geschreven met het hoofd. En dat hoofd zat schijnbaar op dat moment te vol om duidelijke keuzes te maken wat betreft insteek, inhoud, vormen en opbouw.

Als lezer wil ik niet met de schrijver op reis, ik wil de mooie verhalen horen over zijn reis.

Is het een vertoog over een filosofisch systeem (waarvan ik hoop dat ik het hierboven goed heb samengevat) met als uitwerking de mogelijke maatschappelijke toepassingen (volgens het concept: hedendaagse wetenschap ontmoet oosterse filosofie)? Of is het een populair boek voor in mindfulness geïnteresseerden (met een beknopte beschrijving van de theorie en vooral veel tips, voorbeelden, oefeningen en ervaringen)?

Ik denk dat het begon als het één en uitgroeide tot geen van beide. Het boek wil te veel zijn voor te veel verschillende lezers. Dat is jammer, want hoe je omgaat met emoties en gevoelens is erg belangrijk in de omgang met anderen, zeker nu hufterigheid steeds meer terrein wint. De theorie en aanpak van Jan den Boer lijken daar een waardevolle bijdrage aan te kunnen leveren.

(Afbeelding gestolen bij pulpfactor.com).

Comments Off

admin op 18 July 2013 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel

‘Moderne mensen leven half, lauw als badwater’

Het begon vele jaren geleden met het lezen van de meeslepende roman van Josjikawa over de grootste onder hen, de zwaardheilige Miamoto Musashi. Daarna is mijn fascinatie voor de samoerai nooit meer verdwenen. Musashi was namelijk geen domme slager uit vijftienhonderzoveel, maar de beste Japanse zwaardvechter van zijn tijd die zich ontwikkelde en na zijn beslissende gevecht stopte met vechten om te gaan kalligraferen en dichten. Ook hield hij zich bezig met zazen.

Onlangs verscheen bij De Driehoek (Synthese Uitgeverij) het boekje ‘Zen en de Oosterse martiale kunsten’ waarin Taisen Deshimaru, nazaat van een samoerai-familie en zenmeester, ingaat op de wereldvisie die is voorgekomen uit de kruisbestuiving van zen en de Japanse vechtkunsten. Deze vechtkunsten worden nu volgens hem onterecht als sport beschouwd. Kendo, maar ook bij voorbeeld judo zijn onderdeel van De Weg; volgens Deshimaru de essentie van alle Aziatische religies en filosofieën.

De eenheid van wat in het westen lichaam en geest worden genoemd, vormt een fundament van die weg. Zo hebben ook alle mensen in een leven één lichaam-geest nadat ze wakker zijn geworden uit ‘de slaap van het ego’. Persoonlijke houdingen zijn daarbij van elkaar afhankelijk, zoals alles verbonden is. ‘Als u verdrietig bent, moet ik verdrietig worden en als u gelukkig bent, moet ik het ook zijn’. Deshimaru haalt Shin Jin Mei aan, een oud Chinees boek: ‘Shi Do Bu Nan… de hoogste Weg is niet moeilijk, maar men moet geen keuzes maken. Men moet zin noch tegenzin hebben.’

Om dit te bereiken zijn zenmeditatie geschikt en Bushido; ‘de weg van de samoerai’. Deze weg kent de volgende wegwijzers: Gi (de juiste beslissing, in gelijkmoedigheid genomen met stervensbereidheid), Yu (dapperheid), Jin (universele liefde), Rei (het juiste gedrag, Makato (volledige oprechtheid), Melyo (eer en roem) en Chugi (toewijdiging). De weg van de krijger is een levenslange, die pas eindigt als men sterft.

Het geheim is bewegen en toch in evenwicht zijn ‘door het (voortdurend) sturen van de geest’: ‘Het is als een tol die men draait; men kan hem beschouwen als iets onbeweeglijks, maar hij is in volle actie. Men kan zijn beweging alleen zien op het moment dat hij begint te draaien en als hij vertraagt aan het eind. Zo is de rust in de beweging het geheim van kendo, de weg van het zwaard. En ook het geheim van budo en van zen, die op hetzelfde berusten.’

Even verderop zegt de schrijver dat de krijger er vol in moet gaan op het juiste moment en vanuit het moeiteloos vol te houden lege bewustzijn waarin de geest zonder zwakheden is (’ku’). Dat valt voor ons westerlingen niet mee, ziet hij om zich heen: ‘in onze tijd wil iedereen zuinig met zin energie omgaan en leeft maar voor de helft. Men is nooit compleet. De mensen leven half, lauw als badwater.’ Wat nodig is, is totale overgave, totale ontlading van de energie. ‘In de moderne wereld zien wij precies het tegenovergestelde: jongeren leven voor de helft en zijn voor de helft dood.’

Om uitspraken als ‘in het hier en nu scheppen’, ‘er is geen overwinning noch nederlaag’ en ‘zege of niet-zege, leven of niet-leven worden in één moment beslist’ begrijpelijker te maken, vertelt Deshimaru een paar prachtige verhalen in dit oorspronkelijk in 1977 uitgegeven juweeltje. Het verhaal over de rat wil ik u niet onthouden. Een samoerai heeft last van een grote sterke rat en hij stuurt er verschillende katten op af. De eerste is sterk en dapper, de tweede slim en sluw, maar beiden hebben geen succes. De derde ligt de hele tijd te slapen en de rat wandelt op den duur gewoon langs de kat. Na dagen waarin hij steeds iets minder alert is geworden, wordt de rat ineens door de kat te grazen genomen.

Een verhaal over bushido in een notendop, met als insteek de toestand van het bewuste (niet)zijn, zoals ook mooi verwoord in een soetra die de schrijver aanhaalt: ‘Deze dag loopt ten einde, met haar moet uw leven eindigen. (…) U moet voorzichtig blijven, altijd aan Mujo (de voortdurende verandering van alle dingen) denken, nooit verslappen.’ Verslapt u wel, en valt u ten prooi aan de verandering, dan wacht de hel met demonen voor elke gehechtheid, zo wordt duidelijk.

‘Uw dood zal weldra komen: vergeet dat nooit, ieder ogenblik van uw bewustzijn, van inademing tot uitademing. Als u niet zo bent, dan bent u niet werkelijk op zoek naar de ware Weg.’ Dat geldt niet alleen voor samoerai, maar ook voor beoefenaren van zen.

Zen moet overigens volgens Deshimaru niet meer bijzonder worden gemaakt dan het is. ‘Er schuilt in zazen noch een bijzonder mysterie, noch een speciale bedoeling. Maar door zazen zal uw leven zich zeker ontplooien en volmaakter zijn. Dus u moet iedere intentie achterwege laten, er van af zien een doel te willen bereiken, wat het ook is, tijdens zazen.

(…) U moet door diepgaande zelfbeschouwing ontdekken en begrijpen waar het over gaat. Als u uw bijzondere ik vindt, laat het mij dan alstublieft zien. Als u het niet vindt, blijf het dan trouw bewaken en beschermen; vergeet het ik dat u altijd aan de omgeving laat zien. Helemaal van zelf zult u na verloop van enkele maanden, enkele jaren in staat zijn automatisch en onbewust gyodo (de Ware Weg) te beoefenen met heel uw lichaam, zonder inspanning van de wil.’

Een aanrader, dit boekje. Ook voor mensen die alleen in zen geïnteresseerd zijn. Helder, begrijpelijk en vanuit directe ervaring geschreven. Winkelprijs: 16 euro.

Comments Off

admin op 10 August 2010 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel

Orbs, een merkwaardig fenomeen

Orbs zijn lichtbollen, slierten of kleine kometen die op foto’s verschijnen maar ook met het blote oog kunnen worden waargenomen. Ze kunnen eveneens worden gevoeld. Onlangs verscheen over dit fascinerende verschijnsel het boek ‘Orbs en andere lichtfenomenen’ van de Nederlandse orb-onderzoeker Ed Vos (Ankh Hermes, 2009).

In het boek gaat Vos, een professioneel fotograaf, in op de ‘wetenschappelijke’ kritiek op het fenomeen. Op de site van Skepsis staat bijvoorbeeld een artikel, gebaseerd op een ander artikel van een zekere Dr. Bruce Maccabee. Vos is echter niet voor één lens te vangen en ging, net als honderden andere enthousiastelingen, experimenteren om inzicht te krijgen in de aard en werking ervan.

De kritiek luidt vaak dat het stofdeeltjes of waterdruppeltjes betreft. Maar met enig inzicht in de werking van een camera, kan al snel worden geconcludeerd dat deze verklaring een groot deel van de orb-foto’s niet verklaart.

Zo zou een stofje vlak voor de lens onzichtbaar worden, net als een klein spatje regenwater op de lens. Verder zou een stofje dat dichtbij zweeft, feller verlicht moeten zijn dan een stofje dat verder af is, omdat het licht door de afstand aan intensiteit ingeboet. Op een geflitste foto van de maan, licht de maan niet feller op dan zonder flits omdat het licht de afstand niet overbrugt.

Ook wordt vaak gezegd dat het te maken zou hebben met een technisch mankement. In dat geval zou bij het maken van een serie, het lichteffect op alle foto’s te zien moeten zijn omdat het een structurele ‘fout’ betreft.

Ten slotte wordt gezegd dat het verschijnsel ontstaat en vaker wordt waargenomen door het gebruik van digitale camera’s. In het boek van Vos is een mooie reproductie te zien van een gravure uit 1561 uit Neurenberg met duidelijk bollen en strepen in de lucht. Blijkbaar was dit toen, voor sommigen, met het blote oog of innerlijk, al waar te nemen. Verder kwam het ook al voor bij analoge camera’s. Hiervoor zijn bewijzen uit de begintijd van de fotografie.

Een sterk argument voor het bestaan van orbs als bewustzijnsvormen is naar mijn mening het verschijnsel van de zogenoemde shooters; kleine horizontaal of verticaal bewegende bollen die heldere strepen trekken. De komeet-achtigen, zal ik maar zeggen. Een met enorme snelheid in een rechte lijn wegschietend stofdeeltje, naar boven of opzij bijvoorbeeld, is wetenschappelijk gezien vermoedelijk een opvallend verschijnsel, zeker als de foto in een stofarme en windstille omgeving is gemaakt waar geen sprake is van thermiek.

Hebben orbs bewustzijn, vraag de schrijver van het boek zich af. Hij denkt van wel, maar sluit niet uit dat het menselijke intenties zijn die zich als energie manifesteren en dus geen autonomie hebben. Op grond van experimenten van hem en andere orb-onderzoekers met intenties en kleuren, wereldwijd, lijken hiervoor sterke aanwijzingen te zijn. Denk ook aan het werpen van energieballen door chi kung-masters.

Een andere mogelijkheid, die hiernaast zou kunnen bestaan, is dat het energieën zijn van overleden mensen of van natuurgeesten / aarde-energieën. Verder is er vermoedelijk een positief verband met krachtplekken waar energielijnen samenkomen of die door mensen zijn gemaakt, vaak op een snijpunt van dergelijke lijnen, zoals kathedralen die staan op oude heidense locaties. Wat volgens Ed Vos misschien nog wel het meest van invloed is, zijn de positieve stemming en een grote ontvankelijkheid van personen die aanwezig zijn.

De schrijver gaat kort in op de genezende werking van orbs. Deze kan ik uit ervaring onderschrijven. Als ik reiki-behandelingen geef, of in de aanwezigheid ben van energieke mensen die grotendeels heel zijn, voel ik soms energiebolletjes ter grote van een grote stuiter of een kleine tennisbal die aan de ontvangende kant van het hartchakra werken. Of aan de achterkant van het buikchakra. Dit komt ook voor bij bijvoorbeeld een knieblessure. Kleine bolletjes werken dan soms aan het herstel.

Het boek van Ed Vos, een uitvloeisel van zijn website www.dutchlightorbs.nl, is een mooie inleiding op het fenomeen van orbs, dat wereldwijd tienduizend spirituele zoekers fascineert. Hoewel sommige aangehaalde verklaringen nogal vergezocht lijken, dat het energieën zijn van bepaalde planeten, verdient het verschijnsel hoe dan ook serieus onderzoek. Onderzoek waarbij energetische ontvankelijkheid wordt gecombineerd met wetenschappelijke testmethoden in navolging van orb-onderzoekers als Ed Vos.

De Duitse versie van het boek verschijnt in maart 2010.

Comments Off

admin op 19 December 2009 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel

Tomtomisering leidt uiteindelijk tot vervreemding

De wereld hangt onderhand van tomtoms aan elkaar, lijkt het wel. Dat leidt tot vervreemdende ervaringen en misschien ook wel tot een wezenlijk andere manier van leven. Misschien is het tijd voor om de tomtomisering een halt toe te roepen? Een korte filosofische schets voor bij de koffie.

,,Ik kom overal, maar ik weet nooit waar ik ben.” Dat zei me laatst iemand die bekende dat hij inmidels geheel op zijn navigatie-hulpje vertrouwt. Het deed me denken aan een lezing van een filosoof die ik ooit tijdens één van mijn opleidingen heb bijgewoond. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig was het en er was nog lang geen sprake van ingeblikte mannen en vrouwen die ons vriendelijk maar dwingend de weg wijzen.

Die filosoof, de naam is me ontschoten, zei toen ongeveer dit: doordat wij ons steeds sneller laten vervoeren, missen we in toenemende mate een reëel besef van verhoudingen in ruimte en tijd. Anders gezegd: we flitsen per auto, trein en vliegtuig door het landschap en zijn niet meer verbonden met de mensen die er leven en werken en ontspannen, noch met de lokale historie.

Dit proces is nu, onder meer door de navigatiesystemen, met reuzenstappen voortgeschreden. Maar nog belangrijker, we verplaatsen ons overal alsof het reizen als veranderingsproces er niet meer toe doet. We zijn gefocust op de bestemming, terwijl in het leven iedereen zich juist focust op de reis en niet op de bestemming - die immers voor iedereen dezelfde is. De tomtomisering zorgt dus voor vervreemding van ons zelf. In werkelijkheid zijn we altijd onderweg en komen nergens aan, het landschap verandert slechts door onze eigen groei. De middeleeuwse bedevaartgangers wisten dat al. We zijn voorbijgangers (denk ook aan het Thomas Evangelie).

Verder is het bestaan volgens mij ook niet lineair, al doen we met z’n allen al tweeduizend jaar ons best om alles zo voor te stellen. De ouden dachten dat het leven cyclisch was, ongetwijfeld geïnspireerd door de seizoenen en de kringlopen in de natuur. Ik denk echter, al sinds de tweede klas middelbare school, dat het leven bestaat uit een serie momenten die te verbeelden zijn als boven elkaar geplaatste stippen op één of meerdere spiralen- een combinatie van beide visies (kijk naar de mens en denk aan de slangen op de staf van Hermes - de verbeelding van energiestromen in het lichaam- en aan de visie van sjamaan Don Julian in The Year Zero). Vertaald naar de tomtom: we leven op de kruisingen van onze omwegen.

In een niet-lineaire wereld ga je dus niet van A naar B. Het leven is verrassend, als je het durft toe te laten. Op mijn middelbare school heb ik de klas eens perplex doen staan door als totale wiskundige mislukkeling ooit met een vage blik op te merken: ,,Kan het ook zijn dat een lijn niet de kortste verbinding is tussen twee punten?” Ik dacht gevoelsmatig, intuïtief zoals u wilt, aan de verhouding tijd en ruimte en stelde me een kromme voor die sneller was dan een lijn. En wat bleek, toen de consternatie vanwege deze ondenkbaar domme opmerking voorbij was, het idee was zo gek nog niet. Op een veel hoger niveau van wiskunde (waar ik niets vanaf weet).

Niet alleen intuïtie is belangrijk, ook het resultaat van niet-willen (de tegenhanger van de wil van Nietzsche of God). Dat wat gebeurt, schijnbaar buiten ons om. Verdwalen bijvoorbeeld, is één van de gevolgen van niet-willen, een prachtige oefening in (zelf)vertrouwen. Het kan je verrassen op een manier dat iets je echt raakt, misschien wel omdat het geen doel voor jou was om die mensen te ontmoeten of die gebeurtenis mee te maken.

Vergissen en fouten maken is ook heel menselijk – de tomtom weet het altijd beter. Een fout of vergissing wijst je erop dat iets beter kan, bijvoorbeeld je concentratie of je redenering of het leidt tot creatieve nieuwe ideeën of het zorgt ervoor dat iets juist wel of niet gebeurt – achteraf bezien, ontdekkingen bijvoorbeeld of het begin van een amoureuze of vijandige relatie. Of de opbouw van een religieus instituut dat intussen aan een miljard mensen zingeving biedt.

De tomtomisering – niet de tomtom - maakt dat alles kapot. Het is een ontwikkeling die leidt tot een robotmens die slapend door de dag gaat en in de nacht niet meer leeft. De tomtom regelt ons vervoer zoals zoveel reisorganisaties reizen naar het buitenland: je ziet ‘alles’, maar je ontmoet niemand en weet na afloop nog niets van een land en de cultuur. Je bent er niet geweest. Je hebt ook niets gezien. Niemand ontmoet met een naam, met een verhaal, met liefde en met pijn.

Misschien moeten we samen wat meer onderweg zijn en niet voortgaan met zoeken naar ‘een lege plek om te blijven’, zoals Rutger Kopland eens zo fraai heeft gedicht.

Comments Off

admin op 15 October 2007 in Ongewoon & Anders