Drie vrienden en hun kabouters in een oude barrel naar Dakar

Het is een trip die voor velen een onvervulde jongensdroom zal blijven. Pieke Lebon, Maarten van Eert en Vincent van Goor gaan het doen; van Amsterdam naar Dakar, zevenduizend kilometer, in een oude Mercedesbus. Voor beter basisonderwijs in Gambia en natuurlijk voor de opwindende ervaring. Initiatiefnemer is Maarten van Eert uit Sittard.
Enthousiast gemaakt door een kennis die aan een eerdere tocht heeft meegedaan, besloot Maarten van Eert in oktober 2010 een balletje op te werpen bij een groepje vrienden; wie wil er mee? Een paar vielen af, Pieke Lebon en Vincent van Goor bleven over.
Ze kennen elkaar van het Trevianum, de school voor havo en vwo in Limbrichterveld. Veel ervaring in het lowbudget reizen hebben ze niet. Wat het meest in de buurt komt, is een rit die Maarten van Eert en Pieke Lebon ooit samen in een groepje van zes jongens met oude auto’s naar Zuid-Europa heeft gemaakt. Dat was toen een heel avontuur. Nu zeggen ze dat het stuk in Europa niet veel voorstelt: ‘Daar rijd je zo doorheen’. Het begint pas na de Grote Oversteek .
De drie vrienden rijden niet alleen, maar zijn onderdeel van een grote groep die een beproefd parcours aflegt via de Amsterdam-Dakar Challenge. Dat is een Nederlandse organisatie, in 2004 opgezet door Dakar-pionier Arthur Verheijen, die geld voor goede doelen inzamelt door mensen met oude auto’s naar exotische bestemmingen te laten rijden.
De auto’s worden ter plaatse verkocht en het geld, ook van sponsoren van de teams, gaat naar sociale projecten. Zo zou met ritten naar Dakar, Peking, Siberië, Bombay en de Rode Zee intussen al zo’n drie miljoen euro zijn ingezameld.
De drie Dakarridders, zoals ze zichzelf noemen, besloten om hun geld te geven aan Nice to Be Nice. Dit is een in Tilburg bij de Kamer van Koophandel ingeschreven stichting die de lokale bouw en financiering van scholen in Gambia ondersteunt.
Nice to be Nice helpt een basisschool in Tabokoto en kleuterscholen in Freetown Gunjur en Msisranding. Verder staat ze garant voor het onderwijs aan dertig kinderen – mocht hun sponsoring wegvallen. Ook brengt de stichting lesmaterialen naar Gambia.
De grootste bron van inkomsten voor de Sittardse zandhappers, de bus, staat nu in Hoogveld bij Maarten van Eert op de stoep. Hij is opgeknapt met gedoneerde spullen en incarneert na de reis vermoedelijk als minibus, een soort groepstaxi. Zoals alle gebruikte auto’s heeft hij niet meer dan vijfhonderd euro mogen kosten.
Om alvast te oefenen met rijden in het rulle zand, hebben de mannen al een proefritje gemaakt op een stuk woeste grond bij Schipperskerk waar graafmachines bezig zijn om het terrein om te woelen. Het ging goed en de gesponsorde off road-banden bleken de belofte van de producent waar te maken - in elk geval toen de grond droog was.
Wel wordt de bus nog iets opgehoogd. De uitlaat verliezen is gauw gebeurd, zeker in de zandduinen, en een nieuwe vinden is daar niet altijd even gemakkelijk. Maarten van Eert: ‘We hoorden het verhaal van een team dat dit is overkomen en zij moesten eerst dertig kilometer naar een dorp rijden om een steigerbuis op te halen, daarna nog eens dertig kilometer om die pijp in een ander dorp eronder te laten lassen.’
Geld wordt verdiend met sponsoring, onder meer via reclame op de bus, een Mercedes Benz Vito uit 1997. De bus is intussen behoorlijk volgeplakt, al is er nog plaats voor extra sponsoren (vanaf 75 euro). Behalve met reclame, wordt geld verdiend met de verkoop van gipsen tuinkabouters voor 25 euro per stuk.
De kabouters hebben fantasierijke namen als Biologische Bert, Barrie de Bloemplukker en Sergio Schepper en, zo is de bedoeling, ze gaan allemaal mee naar Dakar. Onderweg worden foto’s gemaakt van elke gesponsorde kabouter op karakteristieke locaties - zoals met de kabouter in de film ‘Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain’. Er zijn al enkele tientallen verkocht, maar er zijn nog beschikbaar.
Ook voeren ze onder meer een actie waarbij oude mobieltjes kunnen worden ingeleverd of verkocht. Voor de telefoons geeft sponsor GSM Loket geld. Dit bedrijf reviseert en recyclet oude mobiele telefoons, die daarna bijvoorbeeld worden doorverkocht naar Afrika.
Het is ook mogelijk om zelf je mobieltje via de site van de ridders te verkopen. In dat geval houden beide partijen er wat aan over. Hoeveel je aan de Dakarridders gunt, is uiteraard jouw zaak.
Voor geld willen de drie mannen vrij ver gaan. Zo bieden ze zelfs aan om naakt door de woestijn te rennen, uiteraard met foto’s als bewijs, als er maar genoeg wordt geboden. Een streefbedrag is er niet, dus dames ga naar www.dakar-ridders.nl en laat je creditcard wapperen!
De rit Amsterdam-Dakar voert de mannen via Marokko en Mauritanië naar Senegal en duurt tussen de negentien en drieëntwintig dagen. De bedoeling is dat de drie Hoogveldse Dakarridders in een groepje gaan rijden. Liefst met een 4 x4 erbij, voor het geval de ridders uit het zand moeten worden getrokken.
Bij de start krijgen ze een routekaart, een roadmap, en met een gps-ontvanger moeten ze van checkpoint naar checkpoint rijden. Onderling communiceren ze met bakkie’s en, als er verbinding is, met mobiele telefoons. Begeleiding is er niet, wel worden ze op cruciale plaatsen, zoals grensovergangen, opgewacht en geholpen door mensen van de organisatie.
Vanaf Marokko rijden ze over het strand en later volgt een stuk door de zandduinen. Daar worden de mannen van de jongens gescheiden bij de keuze voor de moeilijke of de makkelijke route. Uiteraard willen de Dakarridders de moeilijke route doen, de classic route, bezweren ze in koor. Maar zijn ze wel voldoende voorbereid op wat gaat komen? Zoals de titel van het bekende boek luidt: ‘Are you experienced?’.
De manager. Maarten van Eert is van huis uit leraar en nu personeelsmanager van een franchise onderneming die lesprogramma’s ontwikkelt over natuurwetenschappen en techniek. Scholen kunnen die aanschaffen, inclusief de begeleiding door ervaren instructeurs. Verder verzorgt het bedrijf naschoolse science clubs, verjaardagsfeestjes en evenementen.
De chauffeur. Pieke Lebon is planner bij een landelijke apotheekketen. Hij zorgt dat verpleegkundigen binnen de keten weten waar hun medicijnen naartoe moeten. Eerder was hij taxichauffeur en nu nog rijdt hij elke vrijdagnacht ergens in Limburg taxi – als hobby.
De bandenspecialist. Vincent van Goor heeft wat langer doorgestudeerd, onder meer in Groot- Brittannië, en houdt zich volgens zijn reisgenoten bezig met het ontwikkelen van banden bij een bekende bandenfirma. Daar is hij “virtueel bandentester”. Met behulp van computersimulaties berekent hij de verwachte prestaties op het gebied van grip, slijtage, duurzaamheid en rolweerstand.
Initiatiefnemer Maarten van Eert is vermoedelijk degene die zijn grenzen het verst gaat verleggen. ‘Ik houd graag de controle, maar ik ga de knop omzetten. Normaal wil ik weten hoe laat ik eet en hoe laat ik waar ben. Als we willen slapen, zoeken we straks gewoon een parkeerplaats en slapen dan in onze voortent. En ja, dan kan het voorkomen dat we drie dagen niet douchen, maar goed, iedereen stinkt dan.’
De voortent van een camper of caravan is er overigens nog niet, als we medio juni met ze spreken. Zo zijn er nog veel meer spullen nodig. Benzine bijvoorbeeld, anders gaat het hele feest niet door. En als het kan, zou een koelkastje voor een paar blikken bier ook welkom zijn.
Dan nog een belangrijk punt: Er zijn teams die met het sponsorgeld ook de vlucht terug betalen, maar de mannen uit Hoogveld doen dat principieel niet. ‘Voor ons is het een soort vakantie, waar het goede doel ook wat aan heeft. Dus dat betalen we zelf, het kost ons een paar duizend euro per man, zodat het meeste geld gaat naar het onderwijs in Gambia.’
Op 5 november vertrekken de drie avonturiers vanuit Amsterdam. De verwachting is dat het wel goed met ze komt; het percentage uitvallers is al jaren heel laag. Maar of alle kabouters de heenreis overleven, zodat ze vanuit Afrika in pakketjes kunnen worden teruggestuurd naar de sponsoren?
(dit stuk is geschreven voor het WijkKrantje)
admin op 7 July 2011 in Ongewoon & Anders, Politiek & Media
