Leven van de zon, kan dat?

Zonnepanelen zijn hot. Ze worden steeds goedkoper en de aanbieders schieten als paddenstoelen uit de grond. Moesten de pioniers nog diep in de buidel tasten om zelf elektriciteit op te wekken, tegenwoordig is de aanschaf van panelen voor steeds meer mensen betaalbaar.

De overheid stimuleert het terugdringen van het energieverbruik. De consument wil vooral een zo laag mogelijke energierekening, al zal het verlangen om de eigen ecologische ‘footprint’ te verkleinen soms ook een rol spelen.

Er zijn veel aanbieders en diverse systemen. Maar wat is het beste systeem in jouw situatie? Om te beginnen kijk je naar je locatie op aarde, die bepaalt het aantal zon uren.

Uit de ‘Bezonningsstudie’ van Arup voor de gemeente Rotterdam (2008) blijkt dat Nederland over een heel jaar gemiddeld vier uur en vierentwintig minuten zonlicht per dag heeft (zonder bewolking).
December telt de minste uren zon (1,5), juli de meeste (6,3). In totaal gaat het volgens dit onderzoek om gemiddeld 1572 uren zonlicht per jaar.

De verschillen binnen Nederland zijn aanzienlijk, zo heeft Texel twintig procent meer zon uren dan het oosten van het land. (Uiteraard produceert de installatie ook als het (licht) bewolkt is, zoals je onder een parasol ook bruin wordt, maar de ‘zon-instraling’ is dan minder.)

Ook van belang is de temperatuur. Bij lage temperaturen wordt meer energie opgewekt dan bij hogere, daardoor kan het zijn dat een koele dag in oktober meer elektriciteit oplevert dan een hete zomerdag. Het koelen van de panelen is daarom belangrijk, al drukt dat het rendement.

Verder wegen mee het beschikbare oppervlak, de hellingsrichting en de hellingshoek van het dak. In een ideale situatie is het dak nooit in de schaduw, staat gericht op het zuiden en heeft een hoek van 35 tot 36 graden. (Al is het verlies bij een andere hoek tussen de twintig en zestig graden slechts vijf procent per jaar, volgens Wikipedia).

Bij een plat dak wordt deze voor Nederland meest gunstige situatie nagebootst doordat de panelen in consoles worden geplaatst met dezelfde hellingsrichting en hellingshoek. Er zijn ook meedraaiende panelen verkrijgbaar, waarbij de hoek en richting worden aangepast aan de zonnestand.

Verder is het type paneel relevant. Er zijn drie typen: monokristallijne, polykristallijne en amorfe panelen.

Monokristallijne panelen bestaan uit één stuk en zijn duur in aanschaf, maar hebben wel het hoogste rendement. Ze zijn goed voor maximaal rendement bij een klein oppervlak.

Polykristallijne panelen bestaan uit meerdere cellen, zijn goedkoper dan monokristallijne panelen, maar hebben een lager rendement. Deze zijn goed voor een groot oppervlak.

Amorfe panelen zijn in verhouding erg goedkoop. Ze bevatten geen kristallen maar poeder en zijn daardoor erg buigzaam. Het rendement is echter een stuk lager dan van mono- en polykristallijne panelen.

Wat betreft het budget, is het goed om te weten dat je er niet bent met de aanschaf van de panelen. Daar komen nog kosten bij voor plaatsing (tenzij je het gedeeltelijk zelf doet, maar dat heeft mogelijk gevolgen voor verzekering en garantie), montagemateriaal (er komt bijvoorbeeld een aparte groep met aardlekschakelaar in de meterkast), bedrading en een omvormer. Optioneel is software om de data uit te lezen, op de computer en / of via een app.

En dan is er nog het onderhoud, waar (op termijn) mogelijk ook kosten mee gemoeid zijn. De panelen, die tussen de dertig en vijfenveertig jaar zouden meegaan, moeten regelmatig worden schoongemaakt (maar niet met kraanwater vanwege mogelijke kalkaanslag). Met name fijnstof zorgt ervoor dat de panelen niet optimaal functioneren.

De keuze voor een installatie wordt mede bepaald door de mate waarin je in je eigen elektriciteitsbehoefte wilt voorzien. Zo zijn er mensen die hun reguliere kosten geheel willen terugverdienen. De meesten kiezen volgens Wikipedia echter voor het terugverdienen van de helft.

Wat kost nou een ‘doorsnee installatie’, gesteld dat de locatie en de andere omstandigheden gunstig zijn?

Het rendement van de gehele installatie in ideale omstandigheden wordt omschreven in kWp (kilowattpiek). 1 kWp komt ongeveer overeen met 700 – 900 kWh per jaar.

Het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van een gemiddeld Nederlands huishouden in 2013 is 3.340 kWh (Nibud). Om die hoeveelheid energie geheel af te dekken, is (bij 1 kWp = 800 kWh) een installatie nodig van (minimaal) 4.175 kWp.

Met in maart 2013 een gemiddelde prijs van 1,5 euro per kWp (Wikipedia), kost dit hele systeem (geïnstalleerd en inclusief btw) in theorie 6.262,5 euro.

De terugverdientijd van een complete installatie is tegenwoordig tussen de vijf en negen jaar. Vijf jaar geleden was dat nog tien tot twintig jaar.

De kortere terugverdientijd komt door de dalende prijzen vanwege technische innovaties, de marktwerking en (tot voor kort) de beschikbaarheid van diverse subsidies.

Veel van deze subsidiepotjes, die de aanschaf van zonnepanelen erg hebben bevorderd, zijn nu leeg. In augustus 2013 bleek bijvoorbeeld dat de bodem van het potje van Economische Zaken bereikt is.
Uit die EZ-pot, beheerd door Agentschap NL, is in 2012 en 2013 ruim 50 miljoen aan subsidie verstrekt aan ruim 90.000 aanvragers. Particuliere woningbezitters kregen 650 euro.

De provincie Limburg had de LES-regeling, met 1.000 euro subsidie voor particuliere woningbezitters. Die pot van 5,6 miljoen raakte al in november 2012 leeg. Ruim 7.000 huiseigenaren hebben een bijdrage ontvangen.

Tot 1 mei 2014 biedt Limburg een duurzaamheidslening van het Limburgs Energie Fonds (LEF) met een rente die drie procent lager is dan de actuele rente. Volgens een woordvoerster van de provincie is er voor huiseigenaren nog ‘ruim een miljoen euro’ beschikbaar (september 2013).

Als je installatie is terugverdiend, kan er winst worden gemaakt (de kosten voor onderhoud en verzekering even buiten beschouwing gelaten). Dat is mogelijk als je meer opwekt dan je verbruikt en het overschot verkoopt. Op dit moment gaat het dan vooral om verkoop aan je eigen energiebedrijf, maar wellicht in de toekomst ook om levering aan derden.

Verwacht echter niet dat je hier snel rijk van wordt. Zelf opgewekte elektriciteit wordt nu door energiebedrijven ingekocht voor (minder dan) de helft van wat ze er zelf voor vragen (Wikipedia). Daarbij is onduidelijk hoe de prijzen van elektriciteit zich zullen ontwikkelen.

Ondanks de onzekerheid in de elektriciteitsmarkt en de terugloop aan subsidies is de verwachting van specialisten dat steeds meer mensen de komende jaren zonnepanelen zullen aanschaffen. Dit komt onder meer door technische innovaties (panelen krijgen een hoger rendement) en door de marktwerking (de prijzen dalen door een toename van het aantal aanbieders).

Comments Off

admin op 2 December 2013 in Politiek & Media

Irak-ganger: ‘Ineens zat er een rood stipje op mijn borst’

Exact zeven jaar geleden werd hij in een bus Irak ingereden onder de beschuttende deken van de duisternis. Sergeant der eerste klasse Jeffrey Bont (26) uit Sittard blikt terug. Het verhaal van een Nederlandse militair in Irak.

‘Ik zocht het avontuur, wilde spannende dingen doen en leuk sporten, zoals klimmen, duiken of helikopter vliegen.’

Sinds zijn middelbareschooltijd wilde Jeffrey Bont het leger in, de helden uit zijn favoriete oorlogsfilms achterna. In 2002 kon hij zijn dromen, losjes gebaseerd op jaren tachtig films als “Platoon” en “Full Metal Jacket”, wekelijkheid laten worden; hij werd toegelaten tot het leger.

En het bleek allemaal niet zo te zijn als in de films: ‘Een heleboel dingen zijn functiegerelateerd; als je wilde leren om helikopters te vliegen, moest je naar de Luchtmobiele Brigade. Wilde je veel klimmen, dan moest je naar het Korps Commandotroepen. En had je interesse in tanks, dan werd het de cavalerie.’

Jeffrey Bont wilde ‘de echte actie’ en koos na zijn oriëntatiejaar, toen een Nederlandse pilot, voor de zandhazen, de troepen die als eerste voorwaarts moeten als er iets gebeurt. Hij haalde ondertussen ook het diploma Beveiligingsmedewerker. ‘Daarna was het veel oefenen op weg naar de eerste uitzending.’

Voor de Sittardenaar werd het Irak. Hoe is hij daarop voorbereid? ‘Extra schietoefeningen; schieten, daar moesten we beter in worden. En we oefenden contactprocedures; wat je moet doen als jouw wagen van voren, van achteren of van opzij wordt aangevallen of bedreigd.’

Hij werd opgeleid op de YPR-765 A1, een licht pantservoertuig, als boordschutter van het Oerlikon Contraves boordkanon (dat 25 mm granaten afvuurt) en het Browning .50 machinegeweer. Maar behalve voor techniek, was er ook aandacht voor de menselijke kant van de missie.

‘We kregen geleerd wat je ten aanzien van de bevolking wel en niet moet doen. Zo moet je mensen niet de linkerhand geven omdat ze zich daarmee afwassen als ze hun behoefte hebben gedaan. Dat is onrein.

Het is ook opgepast om je voetzolen naar ze toe te keren. En vrouwen spreek je niet rechtstreeks aan, dat is in die cultuur niet gebruikelijk. Als er echt wat gezegd moet worden, spreek je met de sjeik van het dorp. Dat praten met een sjeik, via een tolk, werd ook geoefend.’

Rare jongens, die Amerikanen

Jeffrey Bonts uitzending naar Irak was voorafgegaan door het nodige gesteggel, voor en na het Kamerbesluit in mei 2003. In Nederland was de vraag of we, zoals gebruikelijk, loyaal aan Amerika moesten blijven en de invasie met soldaten moesten ondersteunen. Spanje bijvoorbeeld, haakte af om politieke redenen.

Er kwam groen licht, maar er bleven vraagtekens vanwege het gedrag en de argumenten van de Amerikanen. In april 2004 bijvoorbeeld, doken geruchtmakende foto’s op uit de voormalige Abu Ghraib gevangenis, één van de vier militaire gevangenissen van de Amerikanen. Daarop is te zien hoe Amerikaanse militairen, onder wie een vrouw, sadistische spelletjes spelen met Iraakse gevangenen. Geen gedrag waar je als land mee geassocieerd wilt worden.

Dan waren er nog de argumenten om de Amerikanen en de Engelsen te helpen bij ‘de bevrijding van het Iraakse volk’. Er zouden massavernietigingswapens zijn (een bedreiging voor Amerika’s regionale bondgenoot Israël) en het regime van dictator Saddam Hoessein zou het internationale terrorisme steunen.

In juli 2003 kwamen formeel de eerste Nederlandse soldaten aan in Irak. In oktober 2003 werd door de coalitie toegegeven dat er geen weapons of mass destruction waren gevonden. Dit verhaal was gebaseerd op flinterdunne informatie. (De beweerde band met Al Qaida, bedoeld om de 9/11-woede te gebruiken om steun te krijgen, is tot op heden ook nooit bewezen.)

Rond die tijd, oktober 2003, werd de “bevrijding” van Jessica Lynch in april 2003, destijds live via tv te volgen, ontmaskerd als een PR-actie van de Amerikaanse overheid / het Amerikaanse leger. Het was doorgestoken kaart; er was zelfs geen Irakees in de buurt geweest. Dat Jessica Lynch door Irakezen was verkracht, een verhaal ook bedoeld om woede op te wekken en draagvlak te creëren, bleek eveneens een verzinsel.

Het kabinet van Jan Peter Balkenende, met medeweten van de coalitiepartijen via de Commissie Stiekem, wist in mei 2003 dat het verhaal van de massavernietigingswapens onzin was. De eigen veiligheidsdienst had corrigerende informatie, maar die werd onder de pet gehouden.

De Tweede Kamer is in 2003 opzettelijk onjuist en onvolledig geïnformeerd, concludeerde de Commissie Davids dan ook in 2010. (Er zijn overigens aanwijzingen, via het VPRO-radioprogramma ARGOS, dat Nederland al voor mei 2003 special forces naar Irak heeft gestuurd.)

Relatief rustig gebied

De militaire trein in Irak denderde in 2004 gewoon door, gedreven door economische, politieke en militaire strategische belangen (olie en de verhoudingen in het Midden-Oosten). Ook Nederland zat op die trein.

De Nederlandse missie werd uitgevoerd als onderdeel van de Stabilisation Force Iraq. Vanwege de veiligheid van ‘onze jongens’, werden uit voorzorg zeventig commando’s aan de ongeveer elfhonderd soldaten toegevoegd.

Dat was geen overbodige luxe. In augustus 2004, drie maanden voordat Jeffrey Bont arriveerde, waren twee mortiergranaten afgevuurd op de Nederlandse basis Camp Smitty in de Zuid-Iraakse stad as-Samawah. Eerder raakte een Nederlandse patrouille in Rumaythah, ten noordoosten van die stad, betrokken bij een vuurgevecht. In beide gevallen vielen er geen doden of gewonden.

Toch was de situatie in het “Nederlandse” (woestijn)gebied naar militaire begrippen relatief rustig. Toen de Sittardenaar aankwam, werd vooral fel gevochten om Fallujah. In die stad waren in maart vier Blackwater USA-huurlingen door de straten waren gesleept en daarna aan een brug opgehangen.

De Amerikanen waren pissed en stuurden tien tot vijftienduizend soldaten die de stad vervolgens binnen enkele weken onder de naam “Operation Phantom Fury” hebben onderworpen. Twaalfhonderd opstandelingen / vrijheidsstrijders, achtendertig Amerikaanse en zes Iraakse militairen kwamen hierbij om.

Tien kogels in de bus

Van alle twaalfhonderd Nederlandse militairen die naar Irak zijn gingen, kwam tien procent rechtstreeks van de opleiding. Jeffrey Bont was één van hen. Hij was chauffeur, boordschutter en ging mee met het uitgestegen personeel; het grondteam.

Met zijn collega’s was hij ingevlogen in Koeweit, zoals de Amerikanen maanden geleden voor hen, die in Irak intussen al zo’n honderdtwintig operationele en veertien semi-permanente basissen hadden opgezet op locaties die voorheen door de Iraakse geheime dienst zijn gebruikt.

Er stond een personenbus op ze te wachten. ‘Onze spullen zaten onderin de bus, in het passagiersgedeelte hadden we alleen ons wapen met elk tien patronen – dat aantal zal iemand wel ooit bedacht hebben. Het is maar goed dat er niets is gebeurd, anders waren we zo door de munitie heen geweest. Gelukkig reden er wel andere auto’s naast de bus om ons te beschermen.

Bij een klein dorpje gingen we in het holst van de nacht de grens over en de volgende ochtend werden we wakker in Camp Smitty. Daar stonden allemaal prefabhuisjes. We hebben gelijk de muren versierd; helemaal volgeplakt met open wonden – een soldaat weet gelijk wat ik bedoel.’

Na de overdracht ging Jeffrey Bont met patrouilles in een voertuig op pad in de omgeving. Soms deden ze ook dorpen aan. Zoals bij alle bewegingen van de coalitietroepen waren de militairen altijd op hun hoede; behalve voor schutters ook voor geïmproviseerde explosieven (“bermbommen”).

Rood stipje op je borst

Eén van de meest indrukwekkende ervaringen van Jeffrey Bont in Irak, lijkt een scene uit één van de oorlogsfilms die hij als jongen graag keek. Alleen nu was het echt. ‘We reden in onze Jeep een dorp in om iemand op te sporen. Op een gegeven moment had ik een rood puntje op mijn borstkas. Het ging van de één naar de ander….’ [De laser-aanwijzer van een geweer.]

‘Dat was even spannend. We zijn gelijk gaan slingeren en hebben het groot licht aangezet om het ze moeilijk te maken. Daarna zijn we er op afgestormd, iedereen in het dorp uit bed gehaald, maar de dader hebben we niet gevonden.’

Op andere momenten vlogen de tracers hem om de oren, lichtsporen van kogels, en werd er dus echt geschoten. Jeffrey Bont: ‘Soms ook door leden van de Iraakse Nationale Garde die ons voor de verkeerden aanzagen.’ In een bepaald dorpje waren altijd problemen, herinnert de boomlange militair zich. ‘Maar we mochten in principe niets terug doen; alleen reageren als er gericht op ons werd geschoten.’

De Nederlanders waren er tijdens hun in totaal twintig maanden lange verblijf in Irak namelijk niet om te vechten. In die periode zijn door de Nederlanders ‘3360 veiligheidsfunctionarissen opgeleid’ , stelt het Ministerie van Defensie. ‘Daarnaast werkten de Nederlandse soldaten mee aan de humanitaire hulpverlening en de wederopbouw’.

Jeffrey Bont, de man die zelf in het Iraakse woestijnzand heeft rondgelopen, zegt hij net wat anders. Wat nuchterder: ‘Wij coachten daar de lokale politie en we hebben één keer [in de vijf maanden dat hij er zat] op een heel afgelegen locatie een watervoorziening aangelegd’. Maar dat was eigenlijk meer uit compassie.

In het algemeen lijken de Nederlanders in Irak door hun respectvolle en relatief ontspannen houding een goede indruk te hebben gemaakt bij de lokale bevolking. Ze waren in elk geval niet zo opgefokt als de Amerikanen en minder up tight dan de Britten die ze kwamen aflossen.

Jeffrey Bont: ‘Toen we weggingen, werden we opgevolgd door de Engelsen en daarna ontplofte er gelijk een aantal bommen langs de weg in ons gebied. De Engelsen hebben toch een andere manier om dingen aan te pakken.’

‘Ik had het avontuur wel gezien’

De overdracht aan de Britten was in maart 2005. Die maand vertrok de Sittardenaar uit Irak, waar hij een mooie tijd zegt te hebben gehad. Terug in Nederland stond de eerste missie naar Afghanistan op het punt om goedgekeurd te worden. Jeffrey Bont: ‘Ik had dat wel gewild, maar wilde ook niet langer wachten en ik besloot om hogerop te gaan. Ik had het met het avontuur eigenlijk wel gezien.’

Als onderofficier aan de Infanterieschool in Harskamp gaf hij les in zware wapens. ‘Mijn ervaring als boordschutter in Irak kwam me daarbij goed van pas’. In november vorig jaar werd hij in Oirschot rij-instructeur aan ‘de grootste rijschool van Europa’. Hij geeft er de reguliere B- en C-opleiding, aangevuld met terrein rijden, slippen, onderhoud en het opleggen van sneeuwkettingen.

Mist hij de actie niet? Is dit wel militair genoeg? Jeffrey Bont: ‘Het is een heel stuk minder militair, eigenlijk bijna niet. Maar gezien de thuissituatie, mijn vrouw is vijf maanden zwanger, en mijn behoefte aan een normaal sociaal leven, ben ik erg blij met deze baan.’

In Irak is het ondertussen al jaren onrustig, met name in 2006 was er een piek in het geweld. In 2010 leidden de eerste verkiezingen tot een regering van nationale eenheid. De Amerikaanse militairen, in wiens kielzog Jeffrey Bont in 2004 het land is binnengekomen, zouden eerst voor het eind van dit jaar allemaal zijn vertrokken.

Volgens de New York Times zijn er nu echter gesprekken gaande om een aantal troepen in 2012 te laten terugkeren; niet als bezetters maar als gasten – al dan niet onder de vlag van de NATO. Het broeit namelijk nog op diverse plaatsen in Irak.

De Koerden en de Soennieten zijn bang dat de Sjiieten (met steun uit Iran) de politiek willen gaan domineren. Aan de andere kant heeft de Iraakse overheid in november 2011 een groep van ruim zeshonderd vermeende coupplegers gearresteerd, bestaand uit militairen uit het voormalige leger en leden van de Ba’ath-partij van Saddam Hoessein. Dat zijn dan weer Soennieten.

De Irakezen zijn sinds 2003 dan wel bevrijd van Saddam Hoessein, stabiel is de situatie nog lang niet. Het avontuur van het democratische Irak is nog maar net begonnen.

Comments Off

admin op 12 November 2011 in Politiek & Media

Sera Beak in ‘Het Rode Boek’: slim, sexy en spiritueel

Een happiness handgranaat die ontploft in miljoenen kleuren. Die beelden uit tradities en religies stukslaat om tot de kern door te dringen. En dan ook nog eens heel vlot geschreven. Zo zou je ‘het Rode Boek’ van Sera Beak kunnen omschrijven (Kosmos, 2011).

Het aardige van dit boek over vrouwen en spiritualiteit, is dat het is geschreven door een gewone jonge vrouw, wars van poespas. Ze wil tot de kern doordringen, heeft tal van wegen geprobeerd, is daarbij ook tig keer op haar aantrekkelijke snuitje gegaan, en combineert uit diverse tradities wat haar bevalt. En wat werkt. Postmodern shoppen dus, iets dat heel goed past bij de westerse mens van vandaag.

Geschreven in de eenvoudige stijl van een glossy als Happinez, biedt het meer dan spiritualiteit als een nieuw stel mindfulness hakken, een lekker stukje spirituele chocolade of welke andere vorm van gemakzuchtige innerlijke decoratie dan ook. Sera Beak heeft namelijk inhoud dankzij haar studie vergelijkende godsdienstwetenschappen én doordat ze het niet heeft gelaten bij spiritueel pootjebaden, maar meerdere malen in het diepe is gedoken.

Voor mensen die al wat meer onder de zon hebben gezien en meegemaakt, biedt het boek niet veel nieuws. Het is vooral het totaaloverzicht en de aanstekelijke nuchterheid, de humor en haar persoonlijkheid die aanspreken. Ze schrijft als een vriendin die met je praat en tips geeft. Maar ook haar zwaktes en diepte- en hoogtepunten deelt. Ze is echt in haar zweven, zitten, vallen en opstaan. En dat is heerlijk verfrissend.

Sera Beak: ‘Ik ben een ware moderne devoot. Ik hou van mystiek en ‘The Matrix’, yoga en de White Stripes, meditatie en designerjeans. In termen van culturele dialecten ben ik meertalig. Ik spreek de taal van new age en Aveda-huidverzorging, oosterse filosofie en ‘Elle’, metafysica en Hitachi-vibrators. Ik hou van moderne kunst en dinertjes, lavendelchocolade en smerige martini’s, van dansen en zomaar ergen heen rijden en lekker chillen mijn mijn vriendinnen. Mijn spiritualiteit is echt, levend, actief, funky en fris.’

De Amerikaanse stoft spiritualiteit af en maakt haar sexy. Spiritualiteit moet ook cool zijn, vindt Sera Beak. Het moet swingen en zingen, schreeuwen, maar ook zwijgen. Soms. Het is in elk geval onderdeel van je dagelijks leven. En ja, seks heeft er ook mee te maken. Zo haalt ze Juliana van Norwich (1342-1416) en Theresia van Avila (1515-1582) aan, twee christelijke nonnen ‘die claimden persoonlijke de goddelijke sensualiteit en seksualiteit via hun lichaam te hebben ervaren, ervaringen die ertoe leidden dat velen binnen de Kerk aannamen dat ze God voor de duivel aanzagen (en o, wat zaten ze ernaast)’.

Een etage hoger was seks tot opkomst van de christelijke religie, rond tweehonderd van onze jaartelling, een heel normale zaak. Zo had Krishna, die vrolijke speelse god uit India, seks met talloze vrouwen en El, de oppergod van Kanaän (Israël, Palestina en delen van Libanon en Syrië) deed het honderden jaren met de godin Asherah. Zeus, om wat meer in de buurt te blijven, de Griekse grote baas, was getrouwd met Hera ‘maar hij werd door veel sterfelijke vrouwen verleid en als hij niet achter rokken aanzat, masturbeerde hij veelvuldig.’

Ook diverse grote goeroes waren niet vies van seks en dus van hun lichaam. Jezus, een verlichte meester, kuste zijn vermoedelijk favoriete discipel, de schijnbaar volledig ontwaakte Maria Magdalena regelmatig vol op de mond. Mogelijk had hij ook (tantrische) seks met haar. Dat zou zomaar kunnen. De historische boeddha, die Jezus voor ging, moest er overigens weer niets van hebben; vrouwen en seks.

Van Mohammed, de aardse man van de islam, wordt gesteld ‘dat hij met zijn vrouwen veel lichamelijke bevrediging en genegenheid kreeg’. ‘Verschillende Hadith, geschreven vertellingen van de uitspraken en praktijken van de profeet, stellen dat een orgasme krijgen eigenlijk het recht is van de vrouw en dat seksuele ontevredenheid een legitieme grond is om van een echtgenoot te scheiden’, schrijft Sera Beak.

‘Het Rode Boek’, oorspronkelijk uit 2006, biedt vrouwen een informatieve en creatieve leidraad om meer spiritualiteit in het dagelijks leven te vervlechten. Behalve over (tantrische) seks – maar een klein onderdeel - gaat het onder meer over diverse manieren om anders te bidden, het bedenken van eigen rituelen, heldere visualisaties, regels die soms overtreden moeten worden, de noodzaak om te blijven ‘kicken’, spiritueel masturberen en het voelen van de energie van anderen.

Het boek is vooral geschreven voor westerse, liberale vrouwen die hun eigen weg kunnen en durven gaan. In de aanvankelijke publiciteit werd Sera Beak voor deze doelgroep ‘vermerkt’ als een ’spirituele cowgirl’. Hierdoor kreeg ik eerlijk gezegd bij voorbaat al jeuk op onaangename plaatsen. Zo werd een publiciteitsfoto verspreid waarop ze een cowboyhoed draagt om deze term visueel te versterken. Ik dacht; ze ziet er lekker uit, zelfs met die hoed, maar heeft ze ook wat te melden?

Mijn vrees was onterecht. De schrijfster is slim, sexy en spiritueel. En integer. Zo kreeg ze na de publicatie van dit boek in 2006 - en de gecultiveerde hype die volgde - na verloop van tijd schijnbaar genoeg van de misbruikende marketing van ‘vrouwelijke spiritualiteit’ die haar aanvankelijk hielp, maar haar ook uitholde en verkocht als een pak spiritueel wasmiddel (’wast nu nog roder’). In haar volgende boek, dat over enkele maanden in de winkels moet liggen in het Engelse taalgebied, blikt ze terug op de roerige jaren na het verschijnen van haar eersteling.

‘Het Rode Boek’ is een aanrader voor vrouwen van twintig plus die voluit leven en het spirituele daarin een frisse en fruitige maar vooral een permanente plaats willen geven. Zonder zurige angsten of zouteloze praatjes, maar vurig, kruidig en scherp, zodat je weet dat je leeft en de tranen je soms in de ogen schieten. Bijvoorbeeld van het lachen.

Comments Off

admin op 6 November 2011 in Ongewoon & Anders, Religie & Spiritueel

Sri Sri Ravi Shankar, meester in meditatie en marketing

Een kleine man gaat met snelle stappen en een flapperend wit gewaad door de kamer. Hij nestelt zich in een hoek van de bank tegenover me. Sri Sri Ravi Shankar, ‘Zijne Heiligheid’ voor volgelingen. Een Indiase goeroe die miljoenen inspireert en via ademhalingstechnieken en sociale programma’s een betere wereld wil creëren. Goede marketing helpt hem daarbij.

Een pr-medewerkster had me vooraf warm gemaakt: Weet u hoe ze hem noemen? ‘De nieuwe Gandhi’! Hij is echt ontzettend uniek. En u heeft waarschijnlijk ook wel gelezen over de Nobelprijs voor de Vrede; dat ze hem een paar keer hebben voorgedragen. Nou, die gaat dit jaar vallen! U bent dus precies op tijd met uw interview.

‘His Holiness Sri Sri Ravi Shankar’, met als hoofdkwartier een ashram in Bangalore, is het meest succesvolle spirituele exportproduct van India. Ook in eigen land heeft hij veel volgelingen. In populariteit hoort hij thuis bij de vooral in het westen bekende goeroe’s als Bhagwan Shree Rajneesh / Osho, Maharishi Mahesh Yogi en Sathya Sai Baba.

Zachtaardig

Met zijn Jezus-achtige looks - witte gewaden, lange baard en dito haardos - heeft de 52-jarige inspirator naar verluidt een aanhang van een indrukwekkende vier miljoen volgelingen opgebouwd en hebben zo’n twintig miljoen mensen in ruim 140 landen zijn cursussen gevolgd.

Veel mensen zijn enthousiast, maar er zijn ook kritische geluiden. Zo schrijft een cursist op zijn blog: ‘I found out quite early that the most frowned upon thing in Art of Living is independent critical thinking, individuality and a questioning mind.’

Uit het onderzoek vooraf blijft één beeld hangen; dat van een kleine, zachtaardige man die op een avond, prachtig uitgelicht op een hoog podium, voor 2,5 miljoen volgelingen optreedt (volgens het Indiase magazine Tehelka 1 miljoen mensen). De indrukwekkende beelden zijn in 2006 in Bangalore geschoten tijdens het 25-jarig jubileum van zijn organisatie Art of Living (AOL).

We zijn getuige van een inspirerende show met een archetypische Indiase goeroe, zoals we die in het westen graag zien - wellicht in navolging van de populaire Jezus-iconografie. Zelf beschrijft Sri Sri z´n uiterlijk overigens als ‘het duizenden jaren oude uniform van de yogi’s’.

Zijn succes is gebaseerd op Sudarshan Kriya (een aangepaste oude ademhalingstechniek), de succesvolle vermarkting daarvan via AOL, en een wereldwijde humanitaire missie, onder meer gericht op het bouwen van scholen.

De humanitaire missie krijgt vooral gestalte via AOL-zusterorganisatie the International Association for Human Values (IAHV). Deze organisatie biedt ademhalingstrainingen aan, plus voorlichting over gezondheid, hygiëne, huis, menselijke waarden en “harmonie in verscheidenheid”.

Dit alles levert de internationale organisatie geen windeieren op. Volgens de Indiase journalist Shantanu Guha Ray, die ook voor de BBC werkt, is de totale omzet van Sri Sri Ravi Shankar’s door familieleden gerunde goeroe-imperium - een NGO met invloed in de UN - alleen al in India goed voor omgerekend 61 miljoen euro.

Zelfs zei Sri Sri in 2006 hierover tegen Tehelka: ‘People have this myth that Art of Living is a very rich organisation. So much money, fabulous riches. But they really don’t know that this is not the case. We are rich in knowledge.

Sterk merk

Zijn ademhalingstechnieken werken goed tot wonderbaarlijk, volgens de meeste cursisten. Ze voelen zich er in elk geval beter van. Sri Sri is naar mijn mening dan ook geen oplichter, zoals sommige mensen beweren. Hij veroordeelde onlangs zelf nog frauduleuze en onethische spirituele leiders en zei dat deze extra hard moeten worden aangepakt.

Nee, de goeroe van de ademhaling is iemand die, in lijn met Indiase tradities, slim inspeelt op actuele behoeften - eigenlijk de behoeften van elke tijd. Daarbij maakt hij goed gebruik van inzichten uit de marketing.

Het genereren van publiciteit rondom zijn persoon is in dat verband belangrijk. Sri Sri bezoekt veertig landen per jaar om zichzelf, z’n ademhalingstechnieken en z’n humanitaire werk te promoten. In 2004 zou hij zelfs 175 landen per jaar hebben bereisd en 21 uur per dag in promotie hebben geïnvesteerd.

Het gebruik van dergelijke – zeer effectieve - pr-tours heeft hij waarschijnlijk heeft geleerd van zijn leermeester, Maharishi Mahesh Yogi. Deze vorig jaar overleden TM-goeroe, die z’n ideeën verwoordde in ‘The Science of Being and Art of Living’, heeft ook een sterke internationale spiribusiness opgezet.

Mede door vanaf 1958 internationale tournees te houden om in het westen prominenten te overtuigen, geld binnen te halen en te zorgen voor media-aandacht. En ja, ook deze goeroe had een eenvoudig en eeuwenoud product dat in een modern jasje is gestoken; het gebruik van mantra’s.

Een andere marketingtechniek is waarde creëren door het verbinden van jouw merk met een bestaand sterk merk. De door AOL veelgemaakte vergelijking met Mahatma Gandhi bijvoorbeeld. Gandhi leidde India via strategische (politieke) geweldloosheid en waarheidsliefde op legendarische wijze naar onafhankelijkheid. Geweldloosheid in het algemeen, is nu een vast onderdeel van de boodschap van de SSRS-publiciteitsmachine.

Als het originele merk nog concurrerend is, in contrast met Gandhi, wiens merk bijna geen marktaandeel meer heeft, is het verder verstandig om na een tijdje weer afstand te nemen. Veelzeggend in dit verband, is dat Sri Sri opvallend weinig spreekt over Maharishi Mahesh Yogi, hoewel hij diens favoriete discipel was en onder meer de marketing van de TM-organisatie in Zuid-Afrika heeft gemanaged.

Vrijwilligers

Een volgende stap van de marketingstrategie, zou kunnen zijn het marktaandeel van het bestaande sterke merk overnemen; Sri Sri Ravi Shankar wordt dan niet meer vergeleken met Gandhi, hij is de nieuwe Gandhi. Dus sympathisanten van Gandhi, Sri Sri is jullie man. Denk ook aan de christelijke beeldvorming rond Johannes de Doper en Jezus.

Zo zijn er meer marketingtechnieken die AOL bewust of onbewust toepast. Naast een eenvoudig en betaalbaar product met een bewezen werking en een charismatische CEO, zijn volgens een Indiaas artikel uit 2007, vooral de steun van belangrijke personen en virale campagnes van vrijwilligers verantwoordelijk voor het succes.

In Bombay werden bijvoorbeeld 100.000 vrijwilligers ingezet om mensen in hun omgeving te overtuigen. Compleet met postercampagnes. Praktisch allemaal onbetaald - de personeelskosten van AOL zouden verwaarloosbaar zijn - en erg gemotiveerd. Daarnaast wordt ook betaald reclame gemaakt, al zouden de kosten hiervan (in India) door sponsors zijn afgedekt.

De vrijwilligers in India worden ook ingezet voor de verkoop van producten van een in 2002 aldaar geïntroduceerde Ayurvedische productenlijn van AOL. De productlijn, die nu ook in Nederland wordt vermarkt, zou goed zijn voor vijf procent van de Indiase inkomsten van de internationele organisatie.

Waarschijnlijk is ook dit initiatief, net als de pr-tours, geïnspireerd door de succesvolle verkoop van Ayurvedische producten door de TM-organisatie van Maharishi Mahesh Yogi. Een kwestie van nieuwe deelmarkten aanboren en het risico spreiden. En stellen dat yoga en Ayurvedische medicijnen van oudsher bij elkaar horen.

Koninginnedag

Deze week is de als Shankar Ratnam geboren Sri Sri Ravi Shankar in Baarlo om voor het eerst in jaren een (verbeterde) versie van zijn cursus te geven. Ger Driessen, voorzitter van GS in Limburg, is niet gekomen om AOL te ondersteunen. Ruud Lubbers is er wel, de oud-premier en Hoge Commissaris van de Vluchtingen voor de UNHCR, die al vaker door zijn aanwezigheid op meetings de reputatie van AOL heeft versterkt. Zo sprak hij in 2006 in Bangalore tijdens het zilveren jubileum.

Sri Sri Ravi Shankar vraagt of de tv-camera’s goed staan en of de gordijnen niet open moeten. Vervolgens vertelt hij de kijkers van TV Limburg dat hij mensen wil leren hun ‘mind’ te controleren en om te gaan met frustratie. That is what I do.

De aanslag op koninginnedag heeft hij op tv gezien. Eén persoon kan in een menigte angst en paniek veroorzaken. Als deze persoon ‘mind control’ had geleerd, had deze ramp voorkomen kunnen worden. Je moet de stress wegnemen.’ Dat is ook zijn boodschap in crisis- en oorlogsgebieden; volg cursussen van AOL, daardoor verandert de mens en zijn gedrag.

De camera zwenkt, Ruud Lubbers, intussen op de bank aangeschoven, wordt gevraagd naar zijn betrokkenheid: ‘Ik ben geen lid van de beweging, het begon als puur academische belangstelling. En spiritueel leiderschap vind ik belangrijk. Daarnaast is AOL heel praktisch.’ Sri Sri vult aan: ‘Dat is voor mij ook onlosmakelijk verbonden met spiritualiteit; werken, dienstbaarheid.’

Lubbers: ‘In het bedrijfsleven hanteren ze de drie p’s; ‘people’, ‘planet’ en ‘profit’. Tegenwoordig voegen ze daar ook de p van ‘pneuma’ aan toe. ‘Pneuma’ dat betekent ‘adem’.’ De goeroe: ‘Dan kunnen ze er nog een p bij doen, de p van ‘peace’.’

Het gesprek gaat verder, over de overeenkomsten tussen pneuma en prana; dat adem en energie blijkbaar van oudsher in diverse culturen gekoppeld zijn. Daarna is het mijn beurt bij de vriendelijke ‘godman’ uit India. Ik heb enkele minuten, voordat Hindoe-omroep OHM gaat opnemen.

Meneer Shankar, u wordt door de pr-afdeling van uw organisatie vaak vergeleken met Gandhi. Ik begrijp dat u vroeg in uw leven contact had met één van zijn medewerkers. Wat heeft u van Gandhi geleerd?

‘Waarheid, geweldloosheid (’non-violence’), geduld, dienstbaarheid en bezitloosheid. Geweldloosheid is me met de paplepel ingegoten.’

Ik denk aan de marketingtechnieken, zoals hierboven beschreven. En aan de slimme manier waarop Gandhi met zijn zoutmarsen via de media de hele wereld een tijdje in zijn greep heeft gehouden. En dat in een tijd waarin tv en internet nog niet bestonden.

Heeft u niet ook van Gandhi geleerd hoe u op effectieve wijze van de media gebruik moet maken?

‘Onze technieken zijn nuttig voor de mensen, dus hoef ik voor media-aandacht geen moeite te doen. Het is een natuurlijk proces. Het product verkoopt zichzelf. We hoeven geen moeite te doen of geld te investeren in marketing.’

Uw naam wordt door de pr-afdeling van AOL vaak in één adem genoemd met de Nobelprijs voor de Vrede. U bent al enkele malen voorgedragen. Wat zou uw reactie zijn als u de prijs krijgt?

Hij lacht, voor het eerst - de man die ook bekend staat als ‘de lachende goeroe’. We lachen allemaal. ‘Ik plan mijn reacties niet. Op dat moment zal ik reageren.’

Sri Sri Ravi Shankar, helemaal in het hier en nu.

De Indiase goeroe heeft ogenschijnlijk een goed product, waar op dit moment veel vraag naar is in het westen. En hij weet dat product heel slim aan de man te brengen. Sri Sri Ravi Shankar, meester in meditatie en marketing.

(Dit artikel verscheen eerder in Koorddanser.)

Comments Off

admin op 21 June 2009 in Religie & Spiritueel