Leven van de zon, kan dat?

Zonnepanelen zijn hot. Ze worden steeds goedkoper en de aanbieders schieten als paddenstoelen uit de grond. Moesten de pioniers nog diep in de buidel tasten om zelf elektriciteit op te wekken, tegenwoordig is de aanschaf van panelen voor steeds meer mensen betaalbaar.

De overheid stimuleert het terugdringen van het energieverbruik. De consument wil vooral een zo laag mogelijke energierekening, al zal het verlangen om de eigen ecologische ‘footprint’ te verkleinen soms ook een rol spelen.

Er zijn veel aanbieders en diverse systemen. Maar wat is het beste systeem in jouw situatie? Om te beginnen kijk je naar je locatie op aarde, die bepaalt het aantal zon uren.

Uit de ‘Bezonningsstudie’ van Arup voor de gemeente Rotterdam (2008) blijkt dat Nederland over een heel jaar gemiddeld vier uur en vierentwintig minuten zonlicht per dag heeft (zonder bewolking).
December telt de minste uren zon (1,5), juli de meeste (6,3). In totaal gaat het volgens dit onderzoek om gemiddeld 1572 uren zonlicht per jaar.

De verschillen binnen Nederland zijn aanzienlijk, zo heeft Texel twintig procent meer zon uren dan het oosten van het land. (Uiteraard produceert de installatie ook als het (licht) bewolkt is, zoals je onder een parasol ook bruin wordt, maar de ‘zon-instraling’ is dan minder.)

Ook van belang is de temperatuur. Bij lage temperaturen wordt meer energie opgewekt dan bij hogere, daardoor kan het zijn dat een koele dag in oktober meer elektriciteit oplevert dan een hete zomerdag. Het koelen van de panelen is daarom belangrijk, al drukt dat het rendement.

Verder wegen mee het beschikbare oppervlak, de hellingsrichting en de hellingshoek van het dak. In een ideale situatie is het dak nooit in de schaduw, staat gericht op het zuiden en heeft een hoek van 35 tot 36 graden. (Al is het verlies bij een andere hoek tussen de twintig en zestig graden slechts vijf procent per jaar, volgens Wikipedia).

Bij een plat dak wordt deze voor Nederland meest gunstige situatie nagebootst doordat de panelen in consoles worden geplaatst met dezelfde hellingsrichting en hellingshoek. Er zijn ook meedraaiende panelen verkrijgbaar, waarbij de hoek en richting worden aangepast aan de zonnestand.

Verder is het type paneel relevant. Er zijn drie typen: monokristallijne, polykristallijne en amorfe panelen.

Monokristallijne panelen bestaan uit één stuk en zijn duur in aanschaf, maar hebben wel het hoogste rendement. Ze zijn goed voor maximaal rendement bij een klein oppervlak.

Polykristallijne panelen bestaan uit meerdere cellen, zijn goedkoper dan monokristallijne panelen, maar hebben een lager rendement. Deze zijn goed voor een groot oppervlak.

Amorfe panelen zijn in verhouding erg goedkoop. Ze bevatten geen kristallen maar poeder en zijn daardoor erg buigzaam. Het rendement is echter een stuk lager dan van mono- en polykristallijne panelen.

Wat betreft het budget, is het goed om te weten dat je er niet bent met de aanschaf van de panelen. Daar komen nog kosten bij voor plaatsing (tenzij je het gedeeltelijk zelf doet, maar dat heeft mogelijk gevolgen voor verzekering en garantie), montagemateriaal (er komt bijvoorbeeld een aparte groep met aardlekschakelaar in de meterkast), bedrading en een omvormer. Optioneel is software om de data uit te lezen, op de computer en / of via een app.

En dan is er nog het onderhoud, waar (op termijn) mogelijk ook kosten mee gemoeid zijn. De panelen, die tussen de dertig en vijfenveertig jaar zouden meegaan, moeten regelmatig worden schoongemaakt (maar niet met kraanwater vanwege mogelijke kalkaanslag). Met name fijnstof zorgt ervoor dat de panelen niet optimaal functioneren.

De keuze voor een installatie wordt mede bepaald door de mate waarin je in je eigen elektriciteitsbehoefte wilt voorzien. Zo zijn er mensen die hun reguliere kosten geheel willen terugverdienen. De meesten kiezen volgens Wikipedia echter voor het terugverdienen van de helft.

Wat kost nou een ‘doorsnee installatie’, gesteld dat de locatie en de andere omstandigheden gunstig zijn?

Het rendement van de gehele installatie in ideale omstandigheden wordt omschreven in kWp (kilowattpiek). 1 kWp komt ongeveer overeen met 700 – 900 kWh per jaar.

Het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van een gemiddeld Nederlands huishouden in 2013 is 3.340 kWh (Nibud). Om die hoeveelheid energie geheel af te dekken, is (bij 1 kWp = 800 kWh) een installatie nodig van (minimaal) 4.175 kWp.

Met in maart 2013 een gemiddelde prijs van 1,5 euro per kWp (Wikipedia), kost dit hele systeem (geïnstalleerd en inclusief btw) in theorie 6.262,5 euro.

De terugverdientijd van een complete installatie is tegenwoordig tussen de vijf en negen jaar. Vijf jaar geleden was dat nog tien tot twintig jaar.

De kortere terugverdientijd komt door de dalende prijzen vanwege technische innovaties, de marktwerking en (tot voor kort) de beschikbaarheid van diverse subsidies.

Veel van deze subsidiepotjes, die de aanschaf van zonnepanelen erg hebben bevorderd, zijn nu leeg. In augustus 2013 bleek bijvoorbeeld dat de bodem van het potje van Economische Zaken bereikt is.
Uit die EZ-pot, beheerd door Agentschap NL, is in 2012 en 2013 ruim 50 miljoen aan subsidie verstrekt aan ruim 90.000 aanvragers. Particuliere woningbezitters kregen 650 euro.

De provincie Limburg had de LES-regeling, met 1.000 euro subsidie voor particuliere woningbezitters. Die pot van 5,6 miljoen raakte al in november 2012 leeg. Ruim 7.000 huiseigenaren hebben een bijdrage ontvangen.

Tot 1 mei 2014 biedt Limburg een duurzaamheidslening van het Limburgs Energie Fonds (LEF) met een rente die drie procent lager is dan de actuele rente. Volgens een woordvoerster van de provincie is er voor huiseigenaren nog ‘ruim een miljoen euro’ beschikbaar (september 2013).

Als je installatie is terugverdiend, kan er winst worden gemaakt (de kosten voor onderhoud en verzekering even buiten beschouwing gelaten). Dat is mogelijk als je meer opwekt dan je verbruikt en het overschot verkoopt. Op dit moment gaat het dan vooral om verkoop aan je eigen energiebedrijf, maar wellicht in de toekomst ook om levering aan derden.

Verwacht echter niet dat je hier snel rijk van wordt. Zelf opgewekte elektriciteit wordt nu door energiebedrijven ingekocht voor (minder dan) de helft van wat ze er zelf voor vragen (Wikipedia). Daarbij is onduidelijk hoe de prijzen van elektriciteit zich zullen ontwikkelen.

Ondanks de onzekerheid in de elektriciteitsmarkt en de terugloop aan subsidies is de verwachting van specialisten dat steeds meer mensen de komende jaren zonnepanelen zullen aanschaffen. Dit komt onder meer door technische innovaties (panelen krijgen een hoger rendement) en door de marktwerking (de prijzen dalen door een toename van het aantal aanbieders).

admin op 2 December 2013 in Politiek & Media

Comments are closed.