‘Hoeveel ik ook van Booster houd, het blijft een auto’

Op de weg kunnen ze je bijna niet ontgaan, de gepimpte auto’s. Opgetuigd en opgevoerd, zijn ze vaak het resultaat van maanden en soms jaren werk van fervente autoliefhebbers als Cor Verhees uit Sittard.

Zolang er auto’s zijn, wordt eraan gesleuteld om ze sneller en / of mooier te maken. In Nederland is het tunen (sneller maken) en stylen (versieren) van auto’s intussen een verslavende hobby voor (tien)duizenden mensen, voornamelijk mannen.

Was vroeger een nieuwe set wieldoppen, andere spiegels, een sportstuur en een spoiler al heel wat, tegenwoordig gaan de meeste sleutelaars een stuk verder.

Een stadsauto of kleine middenklasser kan met cosmetische ingrepen uitgroeien tot een gestroomlijnd racemonster. Bijvoorbeeld met verbrede wielkasten, verlaging, kuipstoeltjes en / of een fraaie bumper.

Het stylen heeft ook invloed op de rijprestaties. Die kunnen worden verbeterd met bijvoorbeeld een luchtinlaat, chiptuning (de computergestuurde begrenzingen aanpassen), een sportuitlaat, een turbo en een achtervleugel.

Iemand die er alles vanaf weet, is Cor Verhees (45) uit Sittard. Zijn eerste project was een Ford Taunus. “Vijftien centimeter breder gemaakt aan elke kant. Hij moest afwijken van alle andere auto’s.” Werd, zoals Cor zegt, helemaal ‘ge-customized’.

En wel in het voortuintje van hun toenmalige woning in ‘t Veld in Roermond.

Toen volgde een Fiat Innocenti. “Die wilde ik ombouwen tot een pick-up met van die grote wielen; het moest een big foot worden.”

De Fiat eindigde net als de Ford op de sloop. “Als ik er geen lol meer aan heb, dan krijgt niemand er lol aan. De snijbrander erin, in vier stukken.”

De laatste jaren steekt Cor veel tijd in z’n omgebouwde Honda Civic (EJ2). En veel van z’n geld - naar eigen zeggen tienduizenden euro’s.

“Mensen denken wel eens: hoe komt hij aan zo’n dikke auto? Daar zijn behoorlijk wat vooroordelen over, hebben we gemerkt. Er waren hier in de wijk bijvoorbeeld mensen die dachten dat ik een dealer was. Dat stoort me.

Ik rook niet, ik drink niet en we gaan nooit met vakantie. Iedere cent die over is, gaat naar de auto. De auto is ook niet kapot als ik ermee bezig ben. Wanneer hij hier op de oprit staat met de motorkap omhoog, dan ben ik bezig om hem te tunen.”

Af is hij nooit, zo’n auto. Telkens zie je wel wat nieuws dat je wilt proberen of vervangen. “Ik heb nu acht jaar aan deze auto gewerkt en ik blijf eraan veranderen.”

Acht jaar aan één auto sleutelen, ‘alleen het dak en de motorkap zijn nog origineel’; hoe ver gaat dat, die liefde voor deze auto?

“Laatst liep ik naar hem toe. Gaf ‘m een tik op z’n kont: ‘Zo jongen, je wordt weer helemaal geschuurd’. Maar hoeveel ik ook van Booster houd, het is en blijft een auto.”

Jolanda (47) glimlacht. Ze zit afgewend op de bank, kent haar man door en door. Voor haar op de tafel ligt een bergje glimmertjes. Ze ‘pikt’ ze één voor één en doet ze in kleine potjes, kleur bij kleur. Ze is al twintig jaar samen met Cor, en is meegegroeid in zijn hobby. Niet zo vreemd dus, dat op een tafel in de keuken een handjevol kleppendeksels ligt te drogen – ge-airbrushed door Cor.

De gepimpte witte Honda CRZ voor de deur is van Jolanda. “Daar klussen we samen aan”, vertelt ze. “Toen mijn moeder overleed, mijn vader is al eerder gestorven, wilde ik van het geld van de erfenis van mijn ouders iets kopen dat blijvend is. Dat is deze Honda geworden.”

Cor: “En je hebt er de eerste dag ook gelijk een mooie prijs mee gewonnen tijdens een meeting.”
Dat was mooi, maar een grapje op z’n tijd moet ook kunnen, vindt Jolanda. “Toen Cor nog vrachtwagenchauffeur was, kwam hij op een dag thuis. Hij dacht: Hee, mijn auto staat andersom. Had ik de achterlampen verwisseld hahaha.”

Cor nam onlangs ‘wraak’, samen met zijn nieuwe werkgever, de eigenaar van een schadeherstelbedrijf. Jolanda: “Kom ik ’s ochtends naar beneden, heeft mijn auto ineens roze velgen!”
En? “Ik ben hem gelijk om de nek gevlogen.”

Cor: “Ze hebben weleens commentaar op mijn auto, zo van: ‘tupperware’ of ‘bumperbak’, maar zo’n VW Golfje trek ik er zo uit.

Staan we voor het stoplicht en dan zie je ze denken: die gaan we eens even smoken, het licht uit de ogen rijden. Maar als we dan gaan rijden, zijn zij de jankende partij.”

De Honda Civic had 102 pk en een motor van 1,5 liter, Booster heeft een motor van 2,2 liter en een vermogen van 230 pk. “Zelfs met een turbo, ik heb geen turbo, kunnen ze me vaak niet inhalen. Dat is nog nooit voorgekomen. Nou ja, laatst wel. Dat was een Porsche GT3. Maar het is geen schande om daarvan te verliezen.”

Soms gaan de reacties veel verder dan een onschuldig wedstrijdje optrekken. Vijf jaar geleden woonden ze in Maastricht. Daar gebeurde het.

“Eerst hebben ze de auto van Jolanda in de fik gestoken, die had toen een Opel Tigra. Een week later was die van mij aan de beurt. Zat net een nieuwe striping op. Helemaal total loss geslagen…”

Cor laat oude foto’s zien op de interactieve tv. “Jaloezie denk ik. Ik begrijp dat niet zo goed. Nu ben ik een stuk rustiger, maar reken maar dat ik toen een weekje met een honkbalknuppeltje door Heerlen heb gelopen.” (Waar de dader woonde.)

Jolanda: “De man die het gedaan heeft, wist hem steeds te ontwijken omdat hij door vrienden werd getipt.”

Cor: “We hadden met hem ook een betalingsregeling, maar dat is nu gestopt. Tja, van een kale kip kun je niet plukken.”

Het heeft hem toen diep geraakt. Cor kon wel janken, was woest. Zo veel werk, zo veel energie, zo veel liefde misschien ook wel. Uiteindelijk was het: rommel opruimen, tranen drogen en opnieuw beginnen.

Cor is nu voorzitter van Japanese Street Machines, een Nederlands-Belgische club voor Japanse auto’s. De club telt zesendertig leden, die regelmatig bij elkaar komen voor een meeting bij Gardenz in Geleen, en heeft 493 volgers op Facebook.

Waar komt die passie van Cor voor Japanse auto’s vandaan, de Honda in het bijzonder? “Het geluid, de motor, de vormgeving van de modellen die ze maken. Een Volkswagen is dan echt een blokkendoos.”

En wat is dat toch tussen die Honda- en VW-rijders? Cor: “Zij vinden ons Sjonnie’s. Maar zeg nou zelf, zijn wij Sjonnie’s? Wij vinden dat zij juist echte Sjonnie’s zijn; petjes op, gouden kettingen… Ach ja.”

Los van de voorkeur voor een merk, heb je ook verschillende soorten mensen in de scene. Cor heeft het over de showing off-types en de grease monkeys; mensen die vooral met een dikke bak willen pronken, of sleutelen en zoveel mogelijk zelf uitzoeken en bouwen – maar natuurlijk ook regelmatig de weg op gaan met je ride.

En dan is er nog het onderscheid tussen passie en poen; kopen / bij een bedrijf laten stylen en tunen of proberen bijna alles zelf te doen.

De kopers staan uiteraard lager in de pikorde en dat willen de bouwers weten ook. Op sommige gepimpte auto’s prijkt daarom trots de sticker: ‘Built not bought’.

“Vroeger was het heel anders, niet zoals nu; dat mensen heel veel onderdelen kopen. Al passen de meeste daarvan trouwens ook voor geen meter.

Van zo’n polyester kap maken ze er misschien driehonderd. Die liggen buiten op een stapel te drogen. De bovenste is goed, maar de onderste staat misschien aan beide kanten wel tien centimeter uit elkaar. Maar dat maakt de fabrikanten blijkbaar niks uit.

Maar goed, toen moest je je er veel meer in verdiepen. Hoe je dingen moest maken, en zo goedkoop mogelijk. Met pur en gips een model maken van polyester. Dan daar weer een afgietsel van maken en bij de auto wegsnijden waar het nieuwe stuk moest komen, bevestigen, bijwerken, lakken. Telkens een beetje. Als er weer geld was of als je weer wat tijd had.

Dat spreekt mij het meest aan. Als ik op een meeting een Ferrari en een Lamborghini zie, die zo gekocht zijn, dan heb ik ook veel meer respect voor die jongen die daar staat met zijn Toyota Starlet en er maandenlang aan heeft gestyled en getuned.”

admin op 21 January 2014 in Politiek & Media

Comments are closed.