Expedities in de christelijke dating jungle

‘Man gezocht’ heet het boek van ‘HopefulGirl’, dat een tijdje geleden onverwacht in mijn bus lag (Ark Media, 2013). Het leek me een typisch vrouwenboek, in de trant van: “You Shopaholic, me Da Vinci Code”, maar de covertekst haalde me over: “Moet ik als een roofzuchtige oudere vrouw rond gaan loeren bij de studentenvereniging?”

De schrijfster van ‘Man Gezocht’ is een Britse die in een middelgrote stad ‘in de media’ werkt en leeft in een conservatief christelijk milieu, waarin haar kerk (’St. Cashmere’, de beschermheilige van de dure gebreide kleding) een belangrijke rol speelt.

Haar boek is gebaseerd op columns die ze schreef voor het christelijke Woman Alive Magazine, een blad ‘met een vaste column van een Wijze Moeder, diepgaande bijbelstudies over de beloften van God en praktisch advies om eenvoudiger te leven’.

En zo kom ik gelijk bij een belangrijk punt. Ik kan me voorstellen dat je als lezer van dat blad bij elk nummer uitkijkt naar de recente ervaringen van HopefulGirl in de christelijke dating jungle (”Wat heeft ze nu weer meegemaakt, guttegut”). Zet je die columns in een boek, dan is de beleving anders. Halverwege het boek had ik het eigenlijk wel gehad.

Dat de lust tot lezen me wat verging, komt niet door de belevenissen, maar door haar overdenkingen en afwegingen. Zo worden de mannen vaak als karikaturen neergezet, met name in de gevallen waarin er geen klik is. Hetis mogelijk dat zij allemaal van bordkarton zijn en aan elkaar hangen van complexen en frustraties, maar het lijkt er meer op dat de schrijfster dit doet om haar lieve – maar nogal beperkte - wereldbeeld te rechtvaardigen.

(De enige man bij wie ze dat niet doet, is TopBroer, die op een voetstuk staat en waar ze volgens mij stiekem de andere mannen aan afmeet.)

Aan haar wereldbeeld twijfelen, dat doet HopefulGirl bijna helemaal niet. Dat roept de vraag op: is zij zelf wel interessant genoeg? En dan gaat het niet over leeftijd en geverfd haar; mannen zijn echt meerdimensionale wezens - althans die zitten er zeker tussen. Maar bijvoorbeeld wat betreft geestelijke bagage, levenservaring en emotionele diepgang. (Met de humor zit het op papier wel goed).

Pas na zo’n twee jaar breekt voorzichtig het inzicht door dat ze misschien ook buiten haar christelijke cocon moet kijken voor ‘een gelijkwaardige partner’. En haar kinderwens, die biologisch druk op de ketel zet, moet ze daaraan blijven vasthouden en zo ja, waarom en voor wie? (In mei van het vierde jaar gaat ze hier pas over nadenken). Ook het idee van tien jaar leeftijdsverschil bij een stel wil maar niet indalen bij HopefulGirl.

Haar meningen en overtuigingen blijven onuitgewerkt - misschien wel omdat ze gesneden koek zijn voor haar doelgroep? Ook haar God komt niet goed uit de verf. Hij speelt meestal de rol van Grote Koppelaar: die christelijke modelman van haar, die komt er wel (en dan trouwen, kinderen en klaar – conform haar christelijke format). De grote vraag waarmee ik achterblijf, is dan ook: what makes her tick? Wat maakt haar aan het huilen, wat aan het lachen, hoe ziet haar vakantie eruit, waar wordt ze boos over, over welke mannen ligt ze in bed te fantaseren?

Toch valt er nog genoeg te beleven in dit boek. Al was het maar door de line up van mannen, die soms wel iets wegheeft van een freakshow. Neem bijvoorbeeld de zoeker die in zijn profiel schrijft: ‘Ik ben de laatste van mijn geslacht en heb geen stamhouder. Ik wil graag een mannelijke nakomeling verwekken die onze naam kan voortzetten, dus ik neem uitsluitend vruchtbare vrouwen in overweging. Verboden voor vrouwen in de overgang.’

Op een christelijk singlesfeest komt ze GemeneGijs tegen, een man die niet veel kwijt wil over zijn werk. In het groepje christenen waar HopefulGirl bij staat, geeft hij hints als: “Ik geef de hongerigen te eten, één voor één.” De hele groep denkt mee: ‘Een hulporganisatie wellicht? Nee. Na een half uur wisten we het antwoord uit hem los te krijgen. Hij werkt voor een supermarkt.’ En blijkt een engerd.

De huwelijksmarkt wordt bevolkt door jagers, mannelijke en vrouwelijke, leren we verder. Zo zijn er de wanhopige vrouwen, die ik maar even de poema’s noem: ‘Een vriend van me, die zelden meer een kerk van binnen ziet, zegt dat hij zich enorm ongemakkelijk voelde als hij door hongerig kijkende vrouwen werd opgezocht. “Ik wilde gewoon in alle rust van de dienst genieten”, zucht hij. (…) Het is nogal wat om te zien hoe mannelijke bezoekers subtiel worden belaagd door alleenstaande vrouwen, van wie de biologische klokken haast hoorbaar tikken.’

De mannelijke tegenhangers van de poema’s zijn de haaien: ‘Een haai is meestal in de vijftig, gescheiden en ziet het wel zitten (…) met een jongere, aantrekkelijkere vrouw. (…) Haaien zwemmen rondjes bij kerkelijke bijeenkomsten en tijdens het koffiedrinken, waarbij ze proberen een zwak vrouwtje te pakken te krijgen. Zodra ze een mogelijk slachtoffer hebben gevonden, proberen ze haar te scheiden van haar school. Ze worden overdreven aanhankelijk, komen te dichtbij staan en nodigen zichzelf uit om haar te komen helpen klussen.’

Voor de datende vrouwen heeft de schrijfster een lijstje met tips, bijvoorbeeld pleisters meenemen voor als nieuwe schoenen gaan knellen. ‘Niets verpest een date sneller dan dat je probeert te glimlachen terwijl er bloed langs je enkels omlaag sijpelt.’ Ook adviseert ze visitekaartjes (zodat er snel gegevens kunnen worden gewisseld zonder gepruts met pen en papiertjes) en een lijstje met gesprekspunten. ‘Als het gesprek doodbloedt, kun je even naar het toilet wegglippen, je aantekeningen erbij pakken en terugkomen met veel vragen om de boel weer op gang te krijgen’.

Voor mannen heeft ze een hilarisch lijstje met afknappers in de profielen: ‘Je ex-vrouw omschrijven als lui of smerig. Opscheppen over hoeveel je verdient of dat je tachtig keer kunt opdrukken. Doorlinken naar je blog waarop je vertelt hoe je de hele dag niet van het toilet af bent gekomen. Gebruikersnamen als GenieGozer en LekkereDirk. Beweren dat je er tien jaar jonger uitziet dat je bent. Dat bepalen wij wel.’

Dat lijstje heeft zelfs een tweede deel: ‘Topless op de foto. Het ziet er ijdel en wanhopig uit. Afgebeeld staan met je ex-vriendin of op een foto waaruit zij is weggeknipt. Nog erger, met haar gezicht uitgewist. Eng gewoon. Een groepsfoto plaatsen zonder uit te leggen wie jij bent. Het is geen grabbelton. Dreigend de lens in staren als een seriemoordenaar op een politiefoto. Frites en frikandellen in je mond proppen. Het lijkt misschien grappig maar het is niet aantrekkelijk.’

Aan welke 365 eisen de christelijke single mannen volgens de schrijfster wel moeten voldoen, dat lijstje kon ik zo snel niet terugvinden bij het schrijven van deze recensie. Gelukkig heet ze HopefulGirl, dat scheelt.

admin op 20 July 2013 in Boek & Meer

Comments are closed.