Hobbyisten in hulpverlening

Naar aanleiding van een mislukt project in Kaapstad vroeg ik me af hoe succesvol Particuliere Initiatieven eigenlijk zijn. Ik denk dat ze professioneler moeten gaan werken, ook in het belang van de lokale partners.

De droom was om bij een township in Kaapstad een groentetuin op te zetten waar leerlingen konden tuinieren en leren omgaan met de aarde en met elkaar. Het project, opgezet samen met een lokale school, zou na enkele maanden zelfvoorzienend zijn.

Uiteindelijk is de investeerder, een Nederlandse vastgoedmiljonair, afgehaakt. Hij heeft geen cent betaald en zegt dat de lokale initiatiefneemster hem verkeerd begrepen heeft. Zij zegt op haar beurt dat ze een jaar aan het lijntje is gehouden.

Uit hun e-mailverkeer blijkt het volgende. Rond Kerst 2011 presenteert de initiatiefneemster de investeerder een plan plus een begroting. Volgens haar zegt hij mondeling toe de benodigde 70.000 rand te financieren, 6.067 euro, maar de miljonair ontkent dat bij navraag in november 2012.

Na een ingewikkelde zoektocht, die de eerste helft van 2012 in beslag neemt, wordt een geschikt stuk grond gevonden. De miljonair komt echter niet over de brug. Ook niet als er een stichting wordt opgericht en een verklaring komt van de school dat de grond tot medio 2017 gratis kan worden gebruikt.

In september 2012 schrijft hij dat ‘het geld is gereserveerd’, maar dat hij meer eigen initiatief wil zien. Medio oktober wordt de tuin met een groep vrijwilligers in grote lijnen ingericht. Aangepaste begroting: 75.300 rand.

De miljonair reageert verbaasd. Hij zou hebben toegezegd 18.000 rand te betalen. ‘Dit is niet wat we hebben afgesproken!’ Sindsdien is er geen contact meer geweest en ligt de tuin er verlaten bij.

Oude fouten

Mislukte particuliere initiatieven (PI’s) als dit, zijn koren op de molen van mensen die stellen dat ontwikkelingssamenwerking aan professionals moet worden overgelaten en dat meer transparantie noodzakelijk is.

Particuliere initiatieven zouden in veel gevallen ‘fouten’ van tientallen jaren geleden herhalen - al zijn er ook andere geluiden. Zo is de hulp volgens Marcia Luyten vaak niet vraag- maar aanbodgestuurd en zorgt zo voor directe afhankelijkheid. De hobby-hulpverlener onderschat verder zijn partner(s) en gaat deze daarom bij alles vertellen hoe het moet. Vanwege de fondsenwerving stelt hij de doelgroep voor als zielig en hulpbehoevend. Door de kleinschaligheid en de afhankelijkheid van personen is de continuïteit ook vaak een probleem.

Lau Schulpen, op wiens werk zij zich mede baseert, stelt dat particuliere initiatieven te weinig investeren in kennisopbouw bij de lokale bevolking en onvoldoende samenwerken met andere organisaties, ter plaatse en in Nederland – bij het laatste zijn recent kanttekeningen geplaatst. Monitoring, evaluatie en transparantie zijn ook vaak onder de maat, volgens Schulpen.

Help de helpers

Onder meer hierom bieden veel grote organisaties voor ontwikkelingssamenwerking PI’s begeleiding en / of financiering. Zoals Cordaid, Oxfam-Novib, Impulsis en Wilde Ganzen. Verder zijn er enkele adviesbureaus actief, met in dezelfde vijver belangenorganisatie Partin en de NCDO-gemeenschap Myworld.nl.

Tussen 2001 en 2004 hebben 1200 PI’s bij de toenmalige grote organisaties een subsidieverzoek ingediend. (Meer recente cijfers zijn me niet bekend.) Partin heeft 202 leden (februari 2013) en Myworld.nl 1700 gebruikers (oktober 2012). Dus met naar schatting tussen de 6.400 en 15.000 PI’s in Nederland, Myworld.nl houdt het op 8.000, wordt op z’n hoogst de helft bereikt.

Daarbij is de vraag of alle PI’s wel willen ‘professionaliseren’. Veel van hen vinden dat ze efficiënter werken dan grote organisaties door een kleine overhead en korte lijnen. Hulp van grote organisaties, met vaak allerlei ‘lastige’ voorwaarden, lijkt dan niet noodzakelijk.

In de samenleving kunnen PI’s op veel draagvlak rekenen, en wel op grond van ongeveer dezelfde argumenten. Met name dat er ‘minder aan de strijkstok blijft hangen’, wordt veel genoemd. Onderzoek wijst uit dat maar liefst 37 procent van de Nederlanders PI’s geschikt vindt om ontwikkelingssamenwerking uit te voeren, waar 45 procent kiest voor grote, professionele organisaties.

Ondernemend

De overheid wil PI’s in de toekomst meer ruimte geven en pleit binnen ontwikkelingssamenwerking voor meer resultaatgerichtheid. Deze ‘managementaanpak’ kan rekenen op steun van veel Nederlanders, maar er schuilt eveneens een gevaar in.

Zo geeft Willem Elbers aan dat bijvoorbeeld ICCO voor haar geldgevers nu meetbare projectdoelen moet stellen en alles moet controleren, ook bij de partners. Terwijl die organisatie, in lijn met het huidige denken in ontwikkelingssamenwerking, liefst een zelfstandige, ondernemende houding bij lokale partners wil bevorderen.

Verder wekt deze aanpak de illusie van beheersbaarheid, vindt Jack van Ham, onder meer oud-directeur van ICCO en het Nederlandse Rode Kruis. Hij zegt desgevraagd: “In Nederland faalt twee derde van de starters, daar is het met projecten niet anders. Alleen de frustratie is groter. Het idee heerst dat je in ontwikkelingssamenwerking niet mag falen, maar in de praktijk is het trial and error.”

Volwaardige relatie

PI’s hebben dus een positief zelfbeeld en een goed imago, maar werken in structureel opzicht niet optimaal. Daarom is het wenselijk dat ze (verder) professionaliseren in visie en werkwijze, en daarbij inzien dat falen een reële optie is, ook met meer management sturing.

Omdat op dit moment in die gewenste professionaliseringsslag maar een klein deel van de PI’s wordt bereikt, zou, zoals Ewout Irrgang eerder voorstelde, een Nederlandse tegenhanger van de Charity Commission kunnen worden ingesteld.

Deze Britse toezichthouder richt zich op registratie, transparantie, accountability en monitoring. Deze organisatie gaat daarmee verder dan het CBF, waarvan de onafhankelijkheid te betwijfelen valt, en de Goede Doelen Monitor, die zich vooral baseren op door organisaties zelf aangedragen informatie.

Zo’n instelling is goed voor de transparantie naar donateurs van PI’s, maar brengt bovenal het aangaan van een volwaardige relatie met de lokale partners dichterbij - al dan niet vanuit de idee van ‘gemeenschappelijk eigenbelang’.

De initiatiefneemster van het educatieve project in Kaapstad heeft na het mislukken in haar gemeenschap te maken gehad met ‘agressie en uitsluiting’. Ze wordt ervan beschuldigd het beloofde geld in eigen zak te hebben gestoken en durft niet terug naar de tuin. De vastgoedmiljonair weigert verder ieder commentaar.

Dit artikel verscheen eerder als opiniestuk op myworld.nl. Intussen is de initiatiefneemster op kleine schaal een educatief tuintje begonnen, dat onlangs is geopend.

admin op 19 March 2013 in Politiek & Media

Comments are closed.