Chris Jansen: ‘Onderhandelen hoort bij wielrennen’

Het recente gedoe over doping is overdreven, onderhandelen hoort bij wielrennen en de bejubelde voorbereiding van Sky is niet veel beter dan die van pak ‘m beet de Raboploeg. Een interview met Chris Jansen uit Limbricht, huisarts in Sittard en lid van de medische staf van sprintteam Argos-Shimano.

Hoe ben je bij Argos-Shimano gekomen en wat is je rol in het team?

‘Ik houd van wielrennen. In Limburg heb ik tien jaar lang wedstrijden gefietst. “Elite” gereden; dan rij je de Ronde van Limburg, de Hel van Mergelland. Twee keer heb ik het Profcriterium Maastricht meegereden. Ik was geen topwielrenner, maar in deze regio kon ik me goed laten zien.

Huisarts ben ik sinds 2000, vanaf 2010 binnen Huisartsenpraktijk SilverStaete in Hoogveld. Vanwege mijn passie voor wielrennen ben ik op een gegeven moment sportkeuringen gaan doen. Dat heb ik eerst vijf jaar gedaan voor Sportmedisch Adviescentrum Maastricht en sinds 2006 doe ik dat vanuit een eigen praktijk aan huis. Ik begeleid individuele sporters, voornamelijk wedstrijdrenners, onder meer met inspanningstesten en advies over trainingen. Zowel ervaren renners als beginners.

Toen Skil-Shimano voor het eerst meedeed aan de Tour de France, in 2009, met een wildcard, had het team een arts nodig voor de Tour van Quinghai Lake in China – een heel grote wedstrijd. Ik ben meegegaan en sinds 2010 ben ik, voor tussen de dertig en zestig dagen per jaar, één van de vier teamartsen.

Ik controleer de renners twee keer per dag. Wat vaak speelt, zijn infectieziektes, met name aan de luchtwegen en de darmen. Bij piekbelastingen neemt de weerstand tijdelijk af, daarnaast komen de renners in contact met heel veel mensen. Overbelasting is ook een veelvoorkomend probleem; dat mensen meer doen dan ze aankunnen.’

In 2013 zal jullie team overgaan naar de UCI World Tour, de “Champions League” van het wielrennen. Zal dat de ploeg, die onder meer bekend is door het uitgesproken anti-dopingbeleid, veranderen?

‘Het betekent meer publiciteit, meer sponsoring, meer budget en er komen meer renners bij; meer personeel. Maar verder verandert er niet veel. De filosofie van het team zal blijven. We zijn hier langzaam naartoe gegroeid. En doordat we zo sterk anti-doping zijn, hebben we veel sympathie gewekt bij de World Tour-bazen. We hebben er ook een stuk over op onze site staan.

Bij de meeste teams zijn de anti-dopingstrategieën niet echt geloofwaardig als je er wat dieper op ingaat, maar in ons team is dat overduidelijk.

Het is mijn geluk dat ik in dit team zit; voor hetzelfde geld rol je erin bij een ander team waar wel van alles aan de hand is en dan ga je daarin mee. Word je meegesleept; dat gaat van klein tot steeds erger.

Onze manager is er ook fel tegen: als hij ook maar iets ruikt, vlieg je eruit. Bovendien: we zijn een sprintploeg en voor een sprintploeg heeft doping geen meerwaarde. Sprinten, dat kun je of je kunt het niet. Doping heeft voornamelijk te maken met bergwedstrijden en lange afstanden; etappes waarbij je lang hoge vermogens moet trappen.

Korte sprintjes bergop, dat heeft ook niet veel met doping te maken, maar een Alp d’Huez oprijden met teams die de Tour de France willen winnen, daarbij kan doping enorm veel verschil uitmaken, tegenwoordig.

Wij hebben ook niet de ambitie om dat soort renners aan te trekken, want dan begeef je je op heel gevaarlijk terrein. Zoals gezegd: ons speerpunt is de sprint, waar je wat betreft doping het minste risico loopt.’

Wat doet een sprintteam, bijvoorbeeld in een Tour de France?

‘Je aast op de sprintetappes. In de Tour heb je zes sprints, echte massaspurts, waarbij je een vlakke aankomst hebt en de etappe zo is, dat de sprinters overleven tot het laatst. Met twintig topsprinters sprint je dan tegen elkaar.

Het hele team werkt voor de sprinter. Iedere jongen krijgt een opdracht mee en in “een treintje” wordt de sprinter naar de finish geloodst. Die hoeft geen trap te veel te doen. Hij wordt continue naar voren gebracht, krijgt eten en drinken; die hoeft gewoon niets te doen. Zodat hij maar kan overleven en zo ver mogelijk komt.

Dit jaar hadden we de pech dat onze eerste sprinter, Marcel Kittel, van te voren ziek is geworden; buikgriep. Daarom heeft Tom Veelers het overgenomen. Verder hebben we nog John Degenkolb, die is wat completer, maar niet zo krachtig als Marcel.

Marcel is een jongen, die kan alleen maar sprinten. Vorig jaar waren we bijvoorbeeld in de Ronde van Polen. Zijn er zes etappes, wint hij de eerste drie, de vierde wint hij niet, die was wat heuvelachtig, de vijfde was een zware bergetappe, en de zesde was weer een sprint.

Hij lost in de bergetappe al na zo’n tien kilometer. Eén mannetje moet terugkomen om hem naar voren te rijden en hij zegt: “Nee, rij voor jezelf”. Moet er nog een mannetje terugkomen. En met z’n drieën, plus de sprinter van de Rabobank, hebben ze de hele dag alleen gereden en komen op vijfenvijftig minuten achterstand binnen, net binnen de tijd van achtenvijftig minuten. Marcel wilde het eigenlijk niet, maar dat was de opdracht van het team.

De laatste etappe wint hij dan weer, wat de band tussen de jongens sterk vergroot, gezien ze een dag eerder alles moesten doen om hem op tijd binnen te krijgen.

Bij een sprintetappe kan niemand wegrijden. De teams die willen sprinten, moeten de controle van die koers hebben. Die rijden de hele dag op kop. Als jij twee keer een sprintetappe gewonnen hebt, moet jij maar zorgen dat een eventueel groepje wegrijders niet te ver komt. Dat is gewoon afge… Niet afgesproken, maar als het peloton gaat rijden, wint dat groepje nooit.

Als een groepje aankomt, is dat of omdat er ruzie is in het peloton; dat ze niet willen samenwerken, of ze zijn extreem sterk. Als er echt iemand alleen aankomt of er komen er drie aan, daar moet je echt respect voor hebben, want dat is eigenlijk niet mogelijk.

Ook in Polen: Roy Kurvers rijdt een etappe mee vooruit met drie man. Toen zat HTC nog in het peloton. En die ploeg wilde sprinten met André Greipel, die controleerde de koers, en er was nog één premiespurt op tien kilometer voor de finish.

Toen is mijn ploegleider met die van HTC gaan onderhandelen of ze die nog mochten hebben; of ze zouden willen wachten tot die premiespurt, want als ze zouden gaan rijden, is het gat zo dicht. Op televisie zie je dat en je denkt: Oh, misschien halen die het en misschien ook niet – maar die halen dat natuurlijk nooit.’

Dat doet me denken aan Mark Cavendish die niet aan bod kwam tijdens “zijn” Olympische Spelen. Is het maken van zulke afspraken niet onsportief?

‘Het is een spel. Het is in het wielrennen niet zo dat de sterkste altijd wint. Die wint misschien maar één keer per jaar. Die wedstrijd in London was zo moeilijk te controleren, ook doordat de belangen van de sponsor- en de landenteams door elkaar liepen, dat er gewoon een groep wegbleef. Er zaten heel goede renners in die langzame, voorste groep.

Uiteindelijk wint Aleksandr Vinokoerov voor Rigoberto Urán. Dat was apart, want in maart was ik bij de Ronde van Catalonië. Daar won Urán de vierde etappe in een sprint met dertig man. En Vinokoerov - die kan niet sprinten - wint dan in London hahaha. Ik zag Urán daarna en hij was ook blij. Ik denk: Die heeft gewoon honderdduizend euro gekregen of zo. Dat is wielrennen; er is van alles mogelijk.’

Hoe werkt het onderhandelen?

‘Onderhandelen is wanneer je met twee man weg bent en je denkt: Van hem kan ik nooit winnen, misschien kan ik hem omkopen. Dat is inherent aan wielrennen. Maar daar moet je maar niet teveel over vertellen, want dan gaat de geloofwaardigheid… Maar in het wielrennen is dat gewoon normaal!

Soms verkoop je, maar dan probeer je alsnog te winnen. Dus dan zeg je: “Ja, ik doe het wel voor zoveel” en dan denk je: Ik probeer toch te sprinten als ik op winst zit. Er zijn ook veel vetes in het peloton doordat er afspraken zijn gemaakt die op het moment suprême worden verbroken. Zo ontstaan enorme ruzies en wordt er ook heel veel over doping verteld, want je wilt je die ander… – met iedereen heb je wel wat gehad.’

Twee mannen in de Tour, vlak voor de finish. De zwakste van de twee wint doordat de sterkste op het laatst zo ongeveer ophoudt met trappen en over z’n schouder blijft kijken. Ik denk dan: die hebben een afspraak gemaakt.

‘Dat weet je nooit. Er zijn zo veel belangen die een rol kunnen spelen. Het kan individueel zijn afgesproken of als team zijn, al gebeurt dat laatste niet vaak. Binnen sprintetappes kun je dit verhaal overigens doorstrepen, want je kunt een sprint niet faken. Wij hebben er dan ook bijna niet mee te maken.

In een kopgroep zijn enorme belangen. Als een geletruidrager weg is met iemand die zevenenzeventigste staat, wint die zevenenzeventigste. Die zegt: “Ik rijd me te pleuris om jou hier weg te krijgen met je gele trui, en je bent helemaal niet van mijn ploeg, maar dan mag ik winnen.” Dat zijn ook afspraken, maar dan zonder dat er geld aan te pas komt. Die gele trui doet dat dan, omdat hij die jongen gebruikt heeft. Of het is bijvoorbeeld je beste vriend.

Kijk, winnen is heel belangrijk in het wielrennen. Er zijn zo veel wielrenners en er zijn maar zo weinig wielrenners die winnen, dus daar doe je heel en heel veel voor. Maar het dopinggebruik wordt schromelijk overdreven.

Als je ziet wat Fränk Schleck nu gebruikt heeft, dat is zo spannend niet. Alberto Contador met z’n clenbuterol, dat zijn dingen, daar word je geen tourwinnaar van, echt niet. Als ik jou daarmee vol zou spuiten, dan kun je het peloton één seconde volgen en dan word je gelost.

Iedereen denkt: Doordat hij gebruikt zal hij wel zo goed zijn. Maar die jongens stikken van het talent. Die hebben alle Jeugd WK’s gewonnen. Ze horen gewoon bij de besten van de wereld. En het kan ook zonder doping, wij als ploeg bewijzen dat.’

Denk je dat de cultuur in het wielrennen wat betreft doping en onderhandelen ooit zal veranderen?

‘Qua doping verandert het heel erg doordat er steeds strengere controles zijn, zodat het steeds moeilijker wordt om te gebruiken. Ik denk ook dat het nog nooit zo schoon is geweest als in deze periode.’

Het valt me op dat diverse renners de laatste tijd anderen publiekelijk veroordelen als die gepakt zijn op dopinggebruik.

‘Ja, dat is nog nooit geweest. Maar qua afspraken maken, dat valt niet te veranderen. Dat is gewoon een eigenschap van de sport. Binnen de sport wordt het ook niet als negatief gezien.

Zo is doping ook een hele tijd niet als negatief gezien door de renners. Voor de buitenwereld was het de boel bezeiken, maar voor de renners was dat anders. Lange tijd was het zo: als iemand de Tour won, wilde iedereen weten waarop. Zo van: dat moet ik ook hebben.

In de tijd van Joop Zoetemelk en Eddie Merckx zijn de dopingcontroles ingevoerd. Daar heeft het hele peloton destijds nog tegen geprotesteerd. Toen hebben ze gestaakt omdat er dopingcontroles waren – dan weet je genoeg. Het was zo eigen aan de sport.

Ik ben er trouwens van overtuigd dat het ook in andere sporten speelt, alleen horen we daar minder over omdat bij wielrennen veel meer aan de hand is dan alleen een tijd rijden. Bij verhalen over doping denkt degene die het overkomt: Wie heeft me dat geflikt! Wat die?! – Nou, dan heb je de mooiste uitspraken die je kunt krijgen. En dat vinden de mensen mooi.’

Het drama.

‘Bij hardlopen en schaatsen gaat het om het neerzetten van een tijd en er komt weinig emotie bij kijken, behalve als een schaatser eens naar de verkeerde baan wisselt. Dat wordt dan heel erg uitvergroot. Bij een gewone koers gebeurt zoiets misschien wel vijfentwintig keer; dat er fouten worden gemaakt. Dat is ook de aantrekkingskracht van het wielrennen; het mysterieuze dat je als toeschouwer zelf kunt invullen.’

Aan de andere kant is het voor de renners en de mensen er omheen, zoals jij, ook gewoon een baan.

‘Natuurlijk. En ik vind het heel prettig om voor Argos-Shimano te werken, ook omdat er weinig hiërarchie is in tegenstelling tot de ouderwetse, grote ploegen. Daar heb je echt een baas, dan komen de ploegleiders en dan de mensen die al het werk doen.

Zeker in het begin deed iedereen bij ons alles. Ook renners, dat waren niet van die grootheden die iedereen terroriseerden. In grote ploegen heb je dat. Denk aan Phillipe Gilbert, Fabian Cancellara of de gebroeders Schleck.

Wat onze manager Iwan Spekebrink belangrijk vindt, is dat de renners onderling goed kunnen communiceren. In de functioneringsgesprekken worden we daar ook op gewezen. Bij andere teams gaat het alleen om prestaties.

We zijn ook het enige team met een goede trainer die de jongens dagelijks aanstuurt en voorbereidt met trainingen. Bij Vacansoleil bijvoorbeeld, is geen trainer. Je bent daar als een zzp’er in het team en je zoekt je eigen mensen voor advies en training.

Kijk, je komt natuurlijk niet vanuit het niets in een World Tour-team. Vanuit de amateurs of de junioren bouw je een kringetje om je heen en dat laat je niet zomaar vallen. Tenzij het heel duidelijk en transparant is en goed aanvoelt – onze hoofdtrainer gaat trouwens in 2013 naar de Rabobank, die is weggekocht.’

Als het allemaal zo losjes is geregeld, begrijp ik ook waarom ze in de wielerwereld met grote ogen hebben gekeken naar het Sky-team.

‘Daar wordt over gedaan of het zo spectaculair, wetenschappelijk begeleid wordt, maar dat is niet zo heel veel anders dan bij andere teams. Robert Gesink van de Rabobank heeft geen andere begeleiding gehad dan Bradley Wiggins. Ik denk zelfs dat we het wielrennen bij Argos-Shimano wetenschappelijker benaderen dan team Sky. Maar ja, één journalist begint dat te roepen en iedereen roept hem na.’

Wat is er dan zo bijzonder aan Sky waardoor het team zoveel wint?

‘Het zijn gewoon heel sterke renners, en die renners doen iets voor elkaar. Dat team functioneert gewoon goed. Je hebt ook teams waar renners niet voor elkaar rijden, nou dat wordt dus helemaal niks. BMC, de ploeg van Cadel Evans, heeft niet zulke heel mooie resultaten dit jaar, maar heeft wel de sterkste renners. En ze zeggen wel: “Chris Froome moet voor zichzelf gaan”, maar hij rijdt wel Bradley Wiggins in het geel.

En het ziet er bij Sky allemaal gelikt uit. Wielrennen is een sport waarbij je gezien moet worden. Als je daar aankomt met ongeschoren benen en een oude Volkswagenbus, hoor je er niet bij. En Sky heeft gewoon het beste, die rijdt bijvoorbeeld met Jaguars in de koers – Wie rijdt er nou met Jaguars in de koers?!

Sky heeft een bus met de beste apparatuur, een echte hightechbus. Daarin gebeurt hetzelfde als in onze bus, maar het ziet er spectaculairder uit. En dat is wel de manier om je bedrijf in de wereld te zetten.

Wij hebben iets dergelijks gedaan. Tussen het vertrek van Skil en de komst Argos Oil als sponsor zat vier maanden leegte. Dat was het 1t4i-project. De radio- en tv-commentatoren noemde ons “project” omdat ze de naam niet konden uitspreken hahaha. Het was allemaal om aandacht te trekken en potentiële sponsors te laten weten dat wij heel anders werken dan de bestaande teams in de wielrennerij, onder meer door het groepsproces te versterken en zo beter te presteren.’

(Dit artikel is in augustus 2012 geschreven voor Hét WijkKrantje.)

admin op 14 December 2012 in Ongewoon & Anders

Comments are closed.