Archief voor April 2015

Een prinses uit de reclame voor koninklijk kattenvoer

Haar hele huis zit ‘vol’ katten. Maar Angelien Hogenboom uit Sittard is geen typisch kattenvrouwtje, zoals je soms op televisie ziet. Ze heeft een cattery; fokt raskatten, een bijzondere hobby waarvoor ze half Europa afreist en waarmee ze al veel prijzen heeft behaald.

Je voelt echt dat je binnenkomt in hun domein. Ze bewegen nauwelijks: de moederpoes met kittens in een kist in de bench, behaaglijk onder de warmhoudlamp, de twee katten in de hoge leef paal voor bij het raam. Ook de andere Britse Kortharen, die ik rechts vermoed in de andere leef palen en in de diverse kleine behuizingen in de kamer, houden zich gedeisd.

De moederpoes zet wel gelijk grote ogen op als ik op de leren bank naast haar ga zitten; hoe kan de dochter des huizes, Richelle van 17, deze indringer toestaan, en zeker zo dichtbij haar nest?! Als ik me voorover buig, de bench in, om te kijken, onttrekt ze de kittens aan het gezicht door pontificaal ervoor te gaan zitten.

Het is een dame van stand, hoor ik later, ze heet IT. Satiath Le Bricoccole, maar van een ingetogen adellijke uitstraling is nu niets meer te merken. Ze sist en zit klaar als een straatkat om keihard uit te halen. Ik leun daarom maar weer naar achteren, ook al is het een vertederend gezicht, die kleine wol baaltjes die op en om de moeder kroelen.

Een grijsblauwe kat, van elders in de kamer, heeft uiteindelijk de meeste lef. Hij komt voorzichtig dichterbij, ruikt na een tijdje steels aan mijn linker broekspijp, daarna springt hij op armleuning naast me. Als ik rustig blijf zitten, klautert hij vervolgens langzaam over me heen, om rechts van me op het leer post te vatten. Klaar om weg te springen - met een gast die ruikt naar jachthond, weet je het natuurlijk nooit.

Een andere kat kiest stilletjes positie op de grond links van me. En daar zit ik dan, ingesloten in dit van buiten onopvallende huis, waarin katten in de meerderheid zijn en in veel opzichten de sfeer bepalen. De fraaie serre met de glazen deuren is onder meer voor hen gebouwd.

De vrede lijkt voor even getekend, toch houden zestien gele ogen me heel goed in de smiezen, de tien minuten die ik vervolgens wacht tot de eigenaresse van Cattery Shelbygoldblue naar beneden komt - stipt op tijd overigens.

“Het begon ooit met een gewone huiskat, die veertien jaar is geworden”, vertelt Angelien Hogenboom (47), die intussen in een fauteuil rechts is neergeploft, fris uit bad, de haren nog nat. “Toen die overleed, hebben we gedacht: als we nog een kat willen, wat voor één wordt het dan?

In 2009 kocht ik mijn eerste Brit. Het is een heel rustig ras. Ze zijn nieuwsgierig, maar hoeven niet naar buiten, alleen af en toe in de serre of in de tuin, als ik erbij ben. Ze hebben ook niet de drang om weg te lopen.

Buiten zouden ze ook bacteriën kunnen oplopen. Het net is met kinderen; als die niet veel buiten komen, hebben ze ook zo wat te pakken. Verder kan iemand ze zo pakken en meenemen, daar zijn ze me toch wat te duur voor.”

Het gaat goed met de cattery en intussen hebben Angelien en haar man Marcel (48) al aan de nodige poezenkraambedden gezeten. Soms met handschoenen aan, zoals toen een poezenmoeder fel om zich heen sloeg en beet vanwege de noodzakelijke externe massage om een kitten in een stuitligging eruit te krijgen.

De eerste bevalling, was de ergste. Chelby, haar eerste poes, kreeg een paar dagen gezelschap van een dekkater en tot aan de bevalling ging alles goed. Daarna was het, of alles fout ging dat fout kon gaan.

“We zijn uiteindelijk middenin de nacht halsoverkop naar een dierenarts in Maaseik gegaan. Uit een echo bleek dat er nog twee leefden, de rest was dood. De moeder en de twee kittens konden we de volgende dag ophalen, maar de laatste twee kittens zijn toen ook overleden.”

De oermoeder van de cattery is er wel weer bovenop gekomen, maar het was een drama. Ook voor Angelien en Marcel. Na al die weken meeleven, bijna als met een familielid, een kind misschien wel, eindigt het ineens zo koud en kil.

Voor Angelien is de cattery ook meer hobby dan handel. “Ik verkoop de katten en kittens niet als een pak koffie.” Toch lijkt het voor een leek een lucratieve bezigheid. Haar fokpoezen zijn in Polen en Italië gekocht voor bedragen tussen de 1.000 en 1.200 euro, en haar kittens kosten de liefhebber 625 euro per stuk. Gemiddeld produceert haar cattery met acht poezen en twee katers tussen de tien en vijftien kittens per jaar.

“Maar bij die 625 euro voor een kitten, zijn inbegrepen: voer, kattenbakvulling, verzorging, en testen op genetische aandoeningen aan hart en nieren, leukemie en (katten)aids, chippen en drie keer ontwormen”, haast Angelien zich te zeggen. En natuurlijk een certificaat dat aantoont dat er sprake is van raszuivere afstamming.

Ze verkoopt ook niet zomaar aan iedereen die genoeg geld op tafel smijt. Ze wil weten dat haar kittens goed terecht komen, of ze nu voor de fok of voor gezelschap worden aangeschaft.

De kittens worden ook niet opgestuurd, zelfs niet als het gaat om klanten in het buitenland. Ook dan komt ze ze persoonlijk afleveren. Verder laat ze de poezen maar één keer per jaar dekken, terwijl het drie keer per twee jaar kan, zodat de dieren langer kunnen herstellen.

Angelien: “Ik houd er niets aan over. Al het geld steken we weer in de cattery. Pas als je geld moet toeleggen, weet je dat je het goed doet.”

Het wegbrengen van een kitten combineert ze vaak met shows en wedstrijden, waar ze regelmatig hoge ogen gooit. Links in de hoek, bovenop een toren met cd’s, staat een aantal bekers bij elkaar, net als op de cd-toren rechts van ons. Verderop hangt een grote spiegel, die half onbruikbaar is door de tientallen onderscheidingen met kleurige linten eraan.

“Er zijn verschillende wedstrijden. Je kunt bijvoorbeeld de beste van een ras worden op een show, maar ook gaan voor ‘Best of Show’. Dan kan het zijn dat een Brit tegenover een Bengaal komt te staan. Het is een hele onderneming. Als je met een paar katten naar zo’n show gaat, ben je echt een hele dag bezig.”

Met Marcel als chauffeur heeft ze intussen diverse evenementen bezocht in Nederland, België, Duitsland, Groot-Brittannië en Italië. Ook bezocht ze in Praag (Tsjechië) een wereldtentoonstelling van FIFe, de internationale bond. Op zulke expo’s zijn alle rassen te bewonderen.

Er wordt tijdens shows niet gehandeld, “maar er worden natuurlijk wel kaartjes uitgewisseld”. Bijvoorbeeld om een dekkater tegen betaling een eigen poes te laten bezwangeren en/of om kittens en katten te (ver)kopen.

Het dekken gebeurt in het dekverblijf, daar heeft Angelien er ook één van. (“Dat mag niet te groot zijn, en het moet geen hoekjes hebben waar de poes zich kan verstoppen.”)

De kater-van-dienst, die normaal apart wordt gehouden (“anders heb je geen controle op de uitkomst”), mag zich daar twee tot drie dagen uitleven op een binnengebrachte poes.

Angelien heeft twee katers, SC. Gismo Chelbygoldblue en Floyd Chelbygoldblue, kleinzonen van SC. Tommy van Sawillu (SC. staat voor ‘Supreme Champion’).

Het doel is altijd “een mooi nestje en gezond nestje”. Natuurlijk is daarbij belangrijk dat het “goed gaat met mama en de baby’s”, maar voor de fok gaat het vooral om kenmerken en aantallen.

In de afstammingslijn is terug te vinden hoeveel kittens een poes gemiddeld geeft per worp. Angelien: “Bij een nest met één kitten, een tegenvaller (gemiddeld zitten er vier tot vijf in een nest), mag je het meestal gratis nog eens proberen bij dezelfde dekkater.”

Blauwgrijs is bij de Britse Kortharen het schoonheidsideaal. Omdat de hoeveelheid rasechte Britten beperkt is – de meeste leven overigens buiten Groot-Brittannië - is kennis van de afstammingslijnen noodzakelijk om inteelt te voorkomen. Te veel kruisen binnen de eigen lijn en doorfokken op specifieke eigenschappen zorgt namelijk voor fysieke en mogelijk ook psychische aandoeningen.

De twee toonaangevende bonden in Nederland (Mundikat en Felikat) en België (Felis Belgica) zien streng toe op de kwaliteit van de fokprogramma’s, vertelt Angelien, die werkt volgens de FIFe-richtlijnen. “Je moet ook jaren meelopen om daar keurmeester te mogen worden.”

Angelien is vooral trots op “eigen fokjes” als Noa Chelbygoldblue. Dat is een ‘tricolor’, een kat met drie kleuren rondom. Hij ziet er voor mij als leek uit als een veredelde lapjeskat, maar is voor kenners het bewijs van een geslaagde selectie van afstammingslijnen, fokdieren en gewenste kenmerken.

Angelien: “Het is heel moeilijk om dit resultaat te bereiken. De kans op een tricolor is heel klein en zeker dat alle kleuren over de hele vacht verspreid zijn, zoals bij Noa; dat je dus altijd kunt zien dat het een tricolor is.”

Een andere topper uit haar stal, Gotham Amazing Story, geen eigen fok, maar wel heel fraai, betovert me meteen. Een elegante schone uit Polen, een blauwe prinses, die zo kon zijn weggelopen uit een tv-reclame voor koninklijk kattenvoer.

Prachtig, maar aaien is er niet bij. Want al ben ik intussen wat meer geaccepteerd, de meeste katten gaan weer hun eigen gang, ik blijf een naar hond ruikende indringer in een kattenhuis. Eentje die je in de gaten moet houden.

(Dit artikel is geschreven voor hét WijkKrantje.)

Comments Off

admin op 16 April 2015 in Ongewoon & Anders