Archief voor January 2015

De lieve idioten van Désanne van Brederode

Désanne van Brederode publiceerde onlangs in Trouw een essay over nieuwe spirituelen. Daarin slaat ze keer op keer de plank mis.

De nieuwe spirituelen vormen geen afgebakende groep met een hiërarchie, regels en/of een bepaalde mores. Het is een sociologische restcategorie van mensen die zich niet rekenen tot een (monotheïstische) religie en die zichzelf meestal ook geen atheïst noemen. Ze worden doorgaans onderscheiden van de agnosten.

Er is nog niet veel onderzoek naar deze mensen gedaan en dus schetst de schrijfster haar eigen indrukken en inzichten. In haar essay ontdoet ze alle nieuwe spirituelen van verstand, inzicht en kennis en reduceert ze tot lieve idioten die leven in een zeepbel van esoterische maakbaarheid en onrealistische positiviteit, blind voor de werkelijkheid en kwetsbaar voor misbruik.

Dat doet geen recht aan deze mensen, noch aan hun werkelijkheid. De wereld van de nieuwe spirituelen telt, net als in elk ander segment van de samenleving, oplichters, machtswellustelingen en goedgelovigen. Maar het merendeel bestaat uit oprechte, lieve mensen die op hun manier een positieve bijdrage aan onze samenleving leveren.

Ze zijn ook niet zo onnozel en wereldvreemd als de schrijfster doet voorkomen. Zo zouden ze bijvoorbeeld niet nadenken over ethiek. (Zelf)onderzoek en discussie hierover wordt volgens haar vermeden omdat dit zou leiden tot omarming van Het Kwaad.

Als ik het goed begrijp, zouden nieuwe spirituelen in dat geval uitgaan van Het Kwaad als sturend en alles doordringend beginsel. Daar is vanuit gnostisch perspectief wel wat voor te zeggen, maar verderop verwijt ze de nieuwe spirituelen juist dat ze altijd uitgaan van Het Goede.

De onduidelijkheid ontstaat schijnbaar doordat ze het relatieve (particuliere) en het absolute kwaad verwart.

(Veel nieuwe spirituelen beschouwen goed en kwaad als een te overstijgen begrippenpaar. In de praktijk leidt dat doorgaans niet tot amoreel gedrag, maar tot inzicht, bewustwording van de culturele etikettering van deze morele categorieën, en meer begrip en aandacht voor anderen.)

Maar goed, die “o zo tolerante vrijheidspredikers die er prat op gaan dat ze helemaal nooit [ver]oordelen” denken dus wel degelijk na over ethiek. Ze (ver)oordelen ook.

Mensen die niet (ver)oordelen bestaan niet - vraag het maar aan een willekeurige psycholoog. Wel zijn er mensen die ernaar streven om rustig en afgewogen te oordelen en hun (voor)oordelen zoveel mogelijk op te schorten. Het gaat dan om open staan voor de argumenten en belangen van een ander, ook in discussies.

Er is onder nieuwe spirituelen dus ook sprake van (zelf)reflectie en discussie. Misschien nog wel meer dan onder doorsnee kerkgangers en moskeebezoekers, juist doordat een vast kader ontbreekt.

Bij het maken van afwegingen prefereren veel nieuwe spirituelen hun goede gevoel boven de rede. Als dat uitsluitend gaat om het (onder)buikgevoel, deel ik de zorgen van de schrijfster.

Maar idealiter vindt dit voelen plaats in het hart, de plaats waar buik en hoofd, emotie en ratio, (zouden) samenkomen volgens oude tradities en hedendaagse ervaringen. En dat kan ik alleen maar toejuichen.

Over het voelen zelf, leven bij de schrijfster de nodige misverstanden, zo blijkt vervolgens. Ik onderscheid daartoe “je goed voelen”/“het goede gevoel” en “goed voelen”. Het eerste is een emotioneel prettige staat, het tweede een oordeel over de mate van (een te trainen) sensitiviteit.

Goed voelen helpt bij het verstehen van het leven, zoals getraind denken bij het begreifen ervan. (Het leven is volgens nieuwe spirituelen ook niet “je goed voelen”, zoals de schrijfster meent, maar dat deel van je bestaan waarin je je het meest met bepaalde anderen verbonden bent.)

Sprekend over het leven: veel nieuwe spirituelen hebben een positieve, optimistische levenshouding. Daar lijkt me niets mis mee, zeker omdat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat optimisten langer leven. Verder staan ze meestal met beide benen op de grond, enkele zwevers daargelaten; ze weten hoe de wereld werkt en zijn niet blind voor negatieve zaken.

Hun vaak door ervaring gevormde overtuiging dat je zelf (deels) je eigen blik op de wereld bepaalt, iets dat de wetenschap overigens onderschrijft, doet daar niets aan af. Doordat ze vaker actief met deze thematiek bezig zijn, zijn nieuwe spirituelen waarschijnlijk zelfs meer bewust van negatieve invloeden dan andere mensen.

Dat ze het negatieve niet opzoeken, kan ze volgens mij moeilijk verweten worden.

Kortom: het is onzin om te veronderstellen dat nieuwe spirituelen “het kwade dat zich verlustigt in het kwade” niet als echt kunnen accepteren. Deze groep mensen betitelen als “moreel dood” is niet meer dan holle retoriek.

(De schrijfster bewijst dat laatste met haar opmerking dat nieuwe spirituelen lijden “altijd” zien als een kans voor persoonlijke ontwikkeling; lijden is vaak indirect gekoppeld aan ethiek, en het laatste komt zelfs vaak voort uit het eerste.)

Het aandragen van bovenstaand idee bij zieken is volgens Désanne van Brederode “misdadiger dan ze een hemels paradijs [na de dood, JdW] voorhouden”.

Dat kan ik niet beoordelen, maar het lijkt mij dat de afwezigheid van een geloof in een hiernamaals de vechtlust van een zieke meer aanwakkert, en dus zijn kansen op overleving vergroot, dan de aanwezigheid ervan.

Er zijn wel overeenkomsten, bijvoorbeeld als we de idee van leren koppelen aan het begrippenpaar beloning-straf.

De idee van een hiernamaals kan, net als volledig vertrouwen op de goddelijke rechtvaardigheid & voorzienigheid, leiden tot de gedachte dat (on)geluk geheel aan het goddelijke te danken is.

Dezelfde valkuil, maar dan wat betreft de gevolgen van eigen daden, gaat schuil in een onvoorwaardelijk geloof in karma (en reïncarnatie), zoals dat leeft onder nieuwe spirituelen.

Deze gedachte is te bewijzen noch te weerleggen en hij biedt geen concrete hulp, want de uitkomst en de mate van beïnvloeding zijn niet kwalificeerbaar, noch kwantificeerbaar. Daardoor weet je nooit of en zo ja hoe je de balans weer in evenwicht kunt brengen.

Het enige advies kan dan zijn om te volharden in het geloof, respectievelijk meer aan jezelf en je relatie met anderen te werken, maar dat is niet misdadig.

Onwenselijk is mijns inziens de introductie van deze gedachte bij patiënten die medisch zijn opgegeven (“god heeft dit zo gewild”/“jij hebt dit aan jezelf te danken”), want hierdoor wordt de acceptatie van het onvermijdelijke, de dood, onnodig gefrustreerd.

De schrijfster meent aansluitend dat de wereldvisie van nieuwe spirituelen een toekomstgerichte houding in de weg staat, maar dat zie ik niet in mijn omgeving. Niet bij nieuwe spirituelen met hun karma (en reïncarnatie), noch bij christenen en moslims met hun goddelijke rechtvaardigheid & voorzienigheid.

Nieuwe spirituelen zijn dus waarschijnlijk net zo met de toekomst van zichzelf en hun naasten bezig als ieder ander, bijvoorbeeld als het gaat om huis, werk, kinderen, vakantie en gezondheid.

Dat geldt ook voor de vermeende passiviteit in relatie tot sociale issues, en in het bijzonder als “verzet” is geboden “om medeplichtigheid te voorkomen”.

Hoewel de theologie van het christendom inderdaad socialer overkomt, zijn “ongebonden spirituelen” in de praktijk minstens zo sociaal, blijkt uit onderzoek. Deze groep, die ik hier even op één hoop gooi met nieuwe spirituelen en ietsisten, is in de praktijk juist zeer maatschappelijk betrokken, met name bij milieukwesties.

Vervolgens neemt het meanderende essay een onverwachte wending als Désanne van Brederode de nieuwe spirituelen vastbabbelt aan de barbaren van IS.

Haar logica is als volgt: de Gouden Regel (Mattheüs 7:12) is voor nieuwe spirituelen heel belangrijk en de materie is voor hen “niets” waard. IS strijders vinden hun aardse leven (ook) niets waard en dus wordt zo duidelijk dat de Gouden Regel “monsters [kan] baren”.

De Gouden Regel, de naam was mij onbekend, is een ethisch fundament, en niet meer dan dat. Zoals aangetoond, is de discussie over ethiek onder nieuwe spirituelen vermoedelijk veel genuanceerder. (Ik betwijfel verder de vermeende populariteit van deze regel, bij nieuwe spirituelen, en al helemaal, zoals ze impliceert, bij IS strijders.)

De opmerking over de materie wordt begrijpelijk als we een context toevoegen. Veel nieuwe spirituelen geloven dat we in essentie geestelijke wezens zijn. Bij de dood moeten we het materiële loslaten (het lichaam en dat wat we nog meer bezitten of gebruiken). Uitgaand van ideeën als ziel en reïncarnatie is het materiële voor het (geestes)leven op lange termijn daarom “niets” waard.

Wil je nu al aan je geestesleven werken, dan moet je je op de dood voorbereiden. Dat doe je (onder meer) door te trainen in onthechting. Eén en ander betekent overigens niet dat je het materiële moet minachten. (Het is ook verstandig om je lichaam goed te onderhouden, want dat is het huis waarin je spirituele wezen woont.)

Sterker nog, je kunt zelfs heel goed met volle teugen van het materiële genieten, zolang je er maar niet afhankelijk van wordt.

Wat betreft de IS strijders, vermoed ik dat de meesten hechten aan hun leven, maar bereid zijn om dat op te geven indien noodzakelijk (net als onze militairen) en/of wanneer de beloning (in hun perceptie) groot genoeg is.

De vergelijking tussen de IS strijders en de nieuwe spirituelen gaat dus mank, mede doordat de schrijfster de opmerking over de materie letterlijk neemt en deze niet van de bijbehorende context voorziet. Voor het overige geldt: aan de vruchten herkent men de boom.

Uit het bovenstaande is duidelijk geworden dat Désanne van Brederode er niet veel van heeft begrepen. Hoe zit het dan wel met de nieuwe spirituelen?

In mijn ervaring zijn het mensen met heel diverse achtergronden die, vaak op basis van (zelf)onderzoek, soms als gevolg van een crisis, met existentiële vragen worstelen. Daarnaast willen ze graag in een groter bezield verband leven.

Door zoveel mogelijk in het hier en nu te leven, hopen ze meer harmonie en geluk te ervaren. Hiertoe nemen ze bijvoorbeeld hun toevlucht tot yoga, zen, reiki en tai chi.

Een klein aantal nieuw spirituelen heeft af en toe, door een toegenomen gevoeligheid, (bescheiden) spirituele ervaringen. Denk aan (gedeeltelijke) verlichting, helder zien, ruiken, horen, voelen en dromen, en voorspellen. Dit zijn bijverschijnselen van de spirituele ontwikkeling, die kritisch moeten worden beschouwd door ervaren begeleiders, ook om psychische problemen te voorkomen.

Waar vinden de zoekers van nu zulke begeleiding? Niet in de kerk, want die is het contact met de esoterische beginjaren (de Jezus beweging met spirituele heling/genezing) vrijwel geheel verloren.

Dat is niet zo vreemd, want spiritualiteit is vanaf de eerste eeuwen tot in onze tijd systematisch door de kerk onderdrukt en gemarginaliseerd. (In het apocriefe Evangelie van Thomas is wellicht nog iets bewaard gebleven.)

Omdat de exoterische variant van het christendom al eeuwen domineert, gaan mensen in deze tijd buiten de kerk op zoek. Dat zoeken is een proces van vallen en opstaan, waarbij niets vast staat (en zelfs dat niet); alles kan leiden tot (verder) onderzoek, reflectie en verdieping. Dit maakt deze weg een moeilijke, en soms ook gevaarlijke, zoals net aangegeven.

Aan de andere kant zou je de buitenkerkelijke spiritualiteit van de nieuwe spirituelen ook als gemakzuchtig kunnen zien.

Natuurlijk, er zullen zeker mensen bij zijn die zich nergens echt in verdiepen, zelfs niet twijfelen, maar zich er toch prettig bij voelen - een beetje zoals het merendeel van de christenen en de moslims, schat ik in.

Maar de meeste nieuwe spirituelen herkennen zich vermoedelijk niet in die beschrijving. En zo is het met bijna alle opmerkingen en beweringen van Désanne van Brederode.

Zij heeft in haar essay van de nieuwe spirituelen een karikatuur gemaakt, die ze vervolgens aanvalt. In haar beleving volgt overwinning op overwinning, maar ze vecht tegen windmolens - of ze dat nu weet of niet. Op zich is dat niet erg, dat thema heeft prachtige literatuur voortgebracht, zolang er maar geen weldenkende mensen zijn die haar verhalen hierover serieus nemen.

Verder lezen en zelf een mening vormen?

Iesisme en de christelijke traditie
Ietsisten zijn modelburgers
Ietsisme en relativisme
Over moslims en ietsisten
Ietsisme - Wikipedia
Ietsisme - Encyclo
Onderzoeksrapport wetenschap & levensbeschouwing, een inventarisatie onder Nederlandse hoogleraren
Geloof in leeg iets is geen geloof
Ietsisten bekeert u
Over het ietsisme
Veel gelovigen in Nederland, maar niet in God
In iets geloven!?
Aandachtspunten interculturele palliatieve zorgverlening- Ietsisme
In Iets geloven- Ietsisme en het christelijk geloof
Tepelklem, dioxinekip, ietsisme
Een nieuw centrum voor niet kerkelijke levensbeschouwelijke vrijzinnigheid in Nederland?
Zwevende gelovigen
Onderzoek ‘Student en Zingeving’ 2009
Psychiater en religie: agnost of ietsist?
Persbericht: Godsdienstige veranderingen in Nederland
De soloreligieus volgt de ietsist op
De martelaren van de islam - en de fameuze ‘72 maagden’
Sam Harris on Spirituality without Religion, Happiness, and How to Cultivate the Art of Presence

Comments Off

admin op 31 January 2015 in Religie & Spiritueel

Wantrouwen regeert niet, kortzichtigheid is koning

Mo Prins schreef onlangs voor de GPD het artikel “Wantrouwen Regeert”. Ik denk dat het wel meevalt en dat wij Nederlanders wat vaker onder onze kaasstolp uit moeten komen. Mijn opmerkingen heb ik gegoten in de vorm van een fictieve dialoog met de schrijfster.

MP: Wetenschappers spreken elkaar tegen.
JdW: Dat is inherent aan de wetenschap.
MP: En er zitten boeven tussen die frauderen.
JdW: Dat is zo in elke beroepsgroep.
MP: Voedingsproducenten spreken niet altijd de waarheid.
JdW: Dat is waar de leugen tegen de marketing schuurt. Niets nieuws. Denk aan Haarlemmer Olie.
MP: Politieke personen en partijen voeren niet precies uit wat ze beloven tijdens verkiezingen.
JdW: We leven niet in een dictatuur. Dit politieke stelsel, met coalities en compromissen, bestaat ook al een tijdje.
MP: Justitie maakt fouten.
JdW: Dat is zo in elke beroepsgroep.
MP: De financiële sector deugt niet.
JdW: De bank is een ondernemer. De rijken die geld in bruikleen geven worden daardoor rijker en de armen lenen daarvan en betalen zich zo armer. Zeker al sinds de vroege middeleeuwen.
MP: In de zorg worden fouten gemaakt en specialisten hebben verschillende meningen.
JdW: Fouten: Dat is zo in elke beroepsgroep. Meningen: Zie mijn eerdere opmerking over wetenschappers.
MP: Quote Piet-Hein Donner over vertrouwen.
JdW: Donner heeft het mis. Het verzekeringswezen en de maffia (vaak vergeleken met een familie) draaien juist om vertrouwen. We begrijpen de wereld achter de gepresenteerde cijfers niet en vertrouwen de verkoper (van verzekeringen). De maffia draait intern om vertrouwen (en angst).
MP: Er ontstaat een Droste-effect met controleurs vanwege het chronische wantrouwen.
JdW: Niets mis mee, zolang dat niet leidt tot een onwerkbare bureaucratie en/of een afschuifcultuur.
MP: Wantrouwen regeert.
JdW: Misschien. Als dat zo is, komt dat vermoedelijk doordat de burger het vertrouwen in zichzelf is kwijtgeraakt (door structurele en sociaal-culturele veranderingen en meer beschikbare informatie). Zelfvertrouwen lijkt me een voorwaarde voor het vertrouwen van anderen en dus voor een bevredigend sociaal leven. In wisselwerking groeit vervolgens het vertrouwen in jezelf en anderen.

Comments Off

admin op 6 January 2015 in Politiek & Media