Archief voor July 2013

Expedities in de christelijke dating jungle

‘Man gezocht’ heet het boek van ‘HopefulGirl’, dat een tijdje geleden onverwacht in mijn bus lag (Ark Media, 2013). Het leek me een typisch vrouwenboek, in de trant van: “You Shopaholic, me Da Vinci Code”, maar de covertekst haalde me over: “Moet ik als een roofzuchtige oudere vrouw rond gaan loeren bij de studentenvereniging?”

De schrijfster van ‘Man Gezocht’ is een Britse die in een middelgrote stad ‘in de media’ werkt en leeft in een conservatief christelijk milieu, waarin haar kerk (’St. Cashmere’, de beschermheilige van de dure gebreide kleding) een belangrijke rol speelt.

Haar boek is gebaseerd op columns die ze schreef voor het christelijke Woman Alive Magazine, een blad ‘met een vaste column van een Wijze Moeder, diepgaande bijbelstudies over de beloften van God en praktisch advies om eenvoudiger te leven’.

En zo kom ik gelijk bij een belangrijk punt. Ik kan me voorstellen dat je als lezer van dat blad bij elk nummer uitkijkt naar de recente ervaringen van HopefulGirl in de christelijke dating jungle (”Wat heeft ze nu weer meegemaakt, guttegut”). Zet je die columns in een boek, dan is de beleving anders. Halverwege het boek had ik het eigenlijk wel gehad.

Dat de lust tot lezen me wat verging, komt niet door de belevenissen, maar door haar overdenkingen en afwegingen. Zo worden de mannen vaak als karikaturen neergezet, met name in de gevallen waarin er geen klik is. Hetis mogelijk dat zij allemaal van bordkarton zijn en aan elkaar hangen van complexen en frustraties, maar het lijkt er meer op dat de schrijfster dit doet om haar lieve – maar nogal beperkte - wereldbeeld te rechtvaardigen.

(De enige man bij wie ze dat niet doet, is TopBroer, die op een voetstuk staat en waar ze volgens mij stiekem de andere mannen aan afmeet.)

Aan haar wereldbeeld twijfelen, dat doet HopefulGirl bijna helemaal niet. Dat roept de vraag op: is zij zelf wel interessant genoeg? En dan gaat het niet over leeftijd en geverfd haar; mannen zijn echt meerdimensionale wezens - althans die zitten er zeker tussen. Maar bijvoorbeeld wat betreft geestelijke bagage, levenservaring en emotionele diepgang. (Met de humor zit het op papier wel goed).

Pas na zo’n twee jaar breekt voorzichtig het inzicht door dat ze misschien ook buiten haar christelijke cocon moet kijken voor ‘een gelijkwaardige partner’. En haar kinderwens, die biologisch druk op de ketel zet, moet ze daaraan blijven vasthouden en zo ja, waarom en voor wie? (In mei van het vierde jaar gaat ze hier pas over nadenken). Ook het idee van tien jaar leeftijdsverschil bij een stel wil maar niet indalen bij HopefulGirl.

Haar meningen en overtuigingen blijven onuitgewerkt - misschien wel omdat ze gesneden koek zijn voor haar doelgroep? Ook haar God komt niet goed uit de verf. Hij speelt meestal de rol van Grote Koppelaar: die christelijke modelman van haar, die komt er wel (en dan trouwen, kinderen en klaar – conform haar christelijke format). De grote vraag waarmee ik achterblijf, is dan ook: what makes her tick? Wat maakt haar aan het huilen, wat aan het lachen, hoe ziet haar vakantie eruit, waar wordt ze boos over, over welke mannen ligt ze in bed te fantaseren?

Toch valt er nog genoeg te beleven in dit boek. Al was het maar door de line up van mannen, die soms wel iets wegheeft van een freakshow. Neem bijvoorbeeld de zoeker die in zijn profiel schrijft: ‘Ik ben de laatste van mijn geslacht en heb geen stamhouder. Ik wil graag een mannelijke nakomeling verwekken die onze naam kan voortzetten, dus ik neem uitsluitend vruchtbare vrouwen in overweging. Verboden voor vrouwen in de overgang.’

Op een christelijk singlesfeest komt ze GemeneGijs tegen, een man die niet veel kwijt wil over zijn werk. In het groepje christenen waar HopefulGirl bij staat, geeft hij hints als: “Ik geef de hongerigen te eten, één voor één.” De hele groep denkt mee: ‘Een hulporganisatie wellicht? Nee. Na een half uur wisten we het antwoord uit hem los te krijgen. Hij werkt voor een supermarkt.’ En blijkt een engerd.

De huwelijksmarkt wordt bevolkt door jagers, mannelijke en vrouwelijke, leren we verder. Zo zijn er de wanhopige vrouwen, die ik maar even de poema’s noem: ‘Een vriend van me, die zelden meer een kerk van binnen ziet, zegt dat hij zich enorm ongemakkelijk voelde als hij door hongerig kijkende vrouwen werd opgezocht. “Ik wilde gewoon in alle rust van de dienst genieten”, zucht hij. (…) Het is nogal wat om te zien hoe mannelijke bezoekers subtiel worden belaagd door alleenstaande vrouwen, van wie de biologische klokken haast hoorbaar tikken.’

De mannelijke tegenhangers van de poema’s zijn de haaien: ‘Een haai is meestal in de vijftig, gescheiden en ziet het wel zitten (…) met een jongere, aantrekkelijkere vrouw. (…) Haaien zwemmen rondjes bij kerkelijke bijeenkomsten en tijdens het koffiedrinken, waarbij ze proberen een zwak vrouwtje te pakken te krijgen. Zodra ze een mogelijk slachtoffer hebben gevonden, proberen ze haar te scheiden van haar school. Ze worden overdreven aanhankelijk, komen te dichtbij staan en nodigen zichzelf uit om haar te komen helpen klussen.’

Voor de datende vrouwen heeft de schrijfster een lijstje met tips, bijvoorbeeld pleisters meenemen voor als nieuwe schoenen gaan knellen. ‘Niets verpest een date sneller dan dat je probeert te glimlachen terwijl er bloed langs je enkels omlaag sijpelt.’ Ook adviseert ze visitekaartjes (zodat er snel gegevens kunnen worden gewisseld zonder gepruts met pen en papiertjes) en een lijstje met gesprekspunten. ‘Als het gesprek doodbloedt, kun je even naar het toilet wegglippen, je aantekeningen erbij pakken en terugkomen met veel vragen om de boel weer op gang te krijgen’.

Voor mannen heeft ze een hilarisch lijstje met afknappers in de profielen: ‘Je ex-vrouw omschrijven als lui of smerig. Opscheppen over hoeveel je verdient of dat je tachtig keer kunt opdrukken. Doorlinken naar je blog waarop je vertelt hoe je de hele dag niet van het toilet af bent gekomen. Gebruikersnamen als GenieGozer en LekkereDirk. Beweren dat je er tien jaar jonger uitziet dat je bent. Dat bepalen wij wel.’

Dat lijstje heeft zelfs een tweede deel: ‘Topless op de foto. Het ziet er ijdel en wanhopig uit. Afgebeeld staan met je ex-vriendin of op een foto waaruit zij is weggeknipt. Nog erger, met haar gezicht uitgewist. Eng gewoon. Een groepsfoto plaatsen zonder uit te leggen wie jij bent. Het is geen grabbelton. Dreigend de lens in staren als een seriemoordenaar op een politiefoto. Frites en frikandellen in je mond proppen. Het lijkt misschien grappig maar het is niet aantrekkelijk.’

Aan welke 365 eisen de christelijke single mannen volgens de schrijfster wel moeten voldoen, dat lijstje kon ik zo snel niet terugvinden bij het schrijven van deze recensie. Gelukkig heet ze HopefulGirl, dat scheelt.

Comments Off

admin op 20 July 2013 in Boek & Meer

Leven vanuit het hart, hoe doe je dat eigenlijk?

Je hoort het vaak: van hoofd en buik naar het hart. Maar dat is niet zo eenvoudig, mede doordat volgens Jan den Boer emotie en gevoel vaak worden verward. Door training kan een deel van de emoties worden getransformeerd in gevoel en wordt leven vanuit het hart eenvoudiger. Hij schreef er een boek over: ‘Schakel door naar je hart – het trainen van de vrije wil’ (De Driehoek, 2012).

Jan den Boer onderscheidt gevoel, emotie en denken op basis van de inzichten van neurowetenschapper Antonio Damasio, op wie hij sterk leunt. Deze meent dat emoties grotendeels onbewust zijn. Ze zijn vaak bigger than life en verbonden met ervaringen uit het verleden.

Gevoelens zijn vanuit innerlijke rust bewust waargenomen en daardoor getransformeerde emoties. Denken, ten slotte, is volgens Damasio uitsluitend reflectief, maar biedt ook ruimte voor intenties tot toekomstig gedrag; je kunt je gedrag niet direct sturen maar jezelf daartoe wel voor de langere termijn programmeren.

Jan den Boer is behalve door Damasio ook beïnvloed door het Tibetaans boeddhisme. Zo citeert hij Sogyal Rinpoche, die stelt dat pijn, angst en leed voortkomen uit ‘het hunkeren van de grijpende geest’ (al dan niet verdrongen begeerte die onrust veroorzaakt). Ook haalt hij Lama Yeshe aan, die poneert dat bewust waargenomen verlangen een bron van geluk kan zijn. Een andere boeddhist die hij opvoert is Tulku Lobsang Rinpoche. Deze gaat zelfs zover dat hij verlangen gelijkstelt aan verlichting, volgens Jan den Boer.

De vrije wil, waarvoor Damasio in weerwil van de populaire reductionistische neurowetenschappers speelruimte creëert door naast onbewuste ook bewuste emoties te benoemen, kunnen we volgens Jan den Boer door training steeds beter aanwenden om bij sterke emoties, gedachten en impulsen (het grijpen vanuit begeerte en het verlangen daarnaar) weloverwogen te kiezen. Bijvoorbeeld door verlangen bewust te beschouwen en er onthecht van te genieten, zoals Lama Yeshe en Tulku Lobsang Rinpoche adviseren.

Hiervoor is harttraining nodig. Een hulpmiddel daarbij, is om ons blikveld verbreden zodat de woeste hoge golven van het heftige moment verworden tot rimpelingen in de oceaan. Dit biedt overzicht, ruimte voor inzicht (via het lichaam) en leidt tot meer rust.

De schrijver creëert hiervoor een soort stille ruimte. Dit alchemistisch laboratorium, door hem stiltepunt genoemd, is gesitueerd in het zwaartepunt van emotie, gevoel en ratio. Van daaruit kunnen we beter onderscheiden op basis van onze getrainde intenties, waarbij Jan den Boer de voorkeur geeft aan de gevoelens van het hart (boven de buikgerelateerde onbewuste emoties en de hoofdgerelateerde reflectieve gedachten).

Veel van ons gedrag is niet te sturen, maar door deze training kunnen we volgens hem het werkgebied van de vrije wil vergroten en diens kracht versterken (mede door rationeel intenties te formuleren voor toekomstig gedrag) en daardoor leven vanuit het hart bevorderen.

‘Schakel door naar je hart – het trainen van de vrije wil’ komt ook uit het hart. Dat merk je vooral in gedeelten waarin je de echo van persoonlijke ervaringen tussen de ‘neutrale’ regels hoort. Maar het is geschreven met het hoofd. En dat hoofd zat schijnbaar op dat moment te vol om duidelijke keuzes te maken wat betreft insteek, inhoud, vormen en opbouw.

Als lezer wil ik niet met de schrijver op reis, ik wil de mooie verhalen horen over zijn reis.

Is het een vertoog over een filosofisch systeem (waarvan ik hoop dat ik het hierboven goed heb samengevat) met als uitwerking de mogelijke maatschappelijke toepassingen (volgens het concept: hedendaagse wetenschap ontmoet oosterse filosofie)? Of is het een populair boek voor in mindfulness geïnteresseerden (met een beknopte beschrijving van de theorie en vooral veel tips, voorbeelden, oefeningen en ervaringen)?

Ik denk dat het begon als het één en uitgroeide tot geen van beide. Het boek wil te veel zijn voor te veel verschillende lezers. Dat is jammer, want hoe je omgaat met emoties en gevoelens is erg belangrijk in de omgang met anderen, zeker nu hufterigheid steeds meer terrein wint. De theorie en aanpak van Jan den Boer lijken daar een waardevolle bijdrage aan te kunnen leveren.

(Afbeelding gestolen bij pulpfactor.com).

Comments Off

admin op 18 July 2013 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel

Shirdi Sai Baba, het best bewaarde geheim van India

Begin jaren negentig, India. Ver voor de mobiele telefoon gemeengoed is en het land economisch aan een globale opmars begint. Ik wacht op een trein die voorlopig niet komt en raak in gesprek met een Engelsman. Hij geeft me brood, ik geef hem een banaan. Hij is een leraar Engels uit Groot-Brittannië die speldjes van Sai Baba verkoopt om rond te komen. Niet de in 2011 overleden goeroe die in het westen bekend is, maar de eerste Sai Baba, die uit Shirdi.

De leraar vertelt en ik val van de ene verbazing in de andere. Er is wel eens geschreven dat mensen over honderd jaar niet zouden geloven dat Gandhi werkelijk heeft geleefd. Wel, dat zou je misschien wel met nog meer recht kunnen zeggen van Sai Baba van Shirdi, bedenk ik me, terwijl de leraar het ene na het andere verhaal oplepelt.

Sai Baba van Shirdi ging voorbij aan gebruiken en kasten, voelde zich als een vis in het water binnen zowel islam als hindoeïsme, en verrichtte vele tientallen wonderen om er leringen uit te (laten) trekken. Voor de toegewijden was hij een god, een wezen dat de mens overstijgt in kennis en kunde door het bereikte niveau van eenwording en inzicht (hij noemde zichzelf overigens nooit een god, wel “een nederige dienaar van God”).

Onder de indruk van de kleurrijke verhalen - en erg verbaasd dat ik nooit eerder van hem heb gehoord hoewel hij nog niet zo lang geleden heeft geleefd - koop ik van de leraar een munt met een afbeelding van Sai Baba van Shirdi. In de dagen die volgen, ga ik op zoek naar een Engelse biografie over deze uitzonderlijke man. Deze grote onbekende.

Een paar jaar later kom ik per toeval terecht bij de kleine man met de grote ronde bos kroeshaar die claimde zijn incarnatie te zijn; Satya Sai Baba in Puttaparthi. Mijn ervaring daar is onvergetelijk, ook al kende ik toen reeds de kritische artikelen en filmopnames, maar op de achtergrond bleef ‘de echte Sai Baba’ in mijn bewustzijn aanwezig.

Onlangs kwam Sai Baba uit Shirdi weer in mijn aandachtsveld door de Bollywood-film ‘Shirdi Sai‘ die vorig jaar is uitgekomen. Het is een prachtig en kleurrijk spektakel, compleet met de voor het genre typische dans, zang en aandoenlijke slechteriken (die nog niet tot het juiste inzicht zijn gekomen).

Tijdens het zoeken naar informatie over de film ontdekte ik dat er vorig jaar ook een boek over Sai Baba van Shirdi is uitgekomen, in het Nederlands nog wel. ‘Zeven Dagen Shirdi Sai‘ verscheen in 2012 bij Uitgeverij Tattwa in Olderbekoop. Deze vuistdikke Sai Baba ‘bijbel’ telt 480 pagina’s en is gebaseerd op de biografie ‘Sri Sai Satcharitra’ van ‘Hemadpant’, aangevuld met een groot aantal verhalen uit andere bronnen.

Het boek schetst een veelzijdig beeld van deze ’sadgoeroe’ (ware goeroe / verlichte leraar die leerlingen binnen zijn traditie inwijdt) dat niet aansluit bij het verwachtingspatroon dat veel westerlingen hebben van Indiase goeroes. Misschien is Sai Baba van Shirdi daardoor zo fascinerend.

Zo kon deze ware heilige indrukwekkend boos worden (schijnbaar om de voor dat doel gepersonaliseerde negatieve energieën op te nemen en te verslaan). Ook ging hij vaak in tegen religieuze en maatschappelijke voorschriften van zowel hindoes als moslims, meestal met het doel om achterliggende patronen in leringen en levens inzichtelijk te maken. Dit wordt zijn ‘goddelijk spel’ genoemd.

Sai Baba van Shirdi (1835-1918) had naar wereldlijke begrippen vrijwel niets; onder meer wat kleren, sandalen, een verzameling stenen pijpjes, een kleine maalsteen, een kookpot, een paar blikken om mee te bedelen en een heilige staf. Als kussen gebruikte hij een baksteen. Het geld dat hij de laatste jaren van zijn leven vroeg aan volgelingen, gaf hij vrijwel allemaal weg. Hij maakte geen onderscheid tussen mensen en was één met wat leeft, inclusief planten en dieren.

Over vijf jaar is het honderd jaar geleden dat deze heilige overleed (15 oktober 1918) en nog steeds is in India de herinnering aan hem springlevend. Hij heeft vele volgelingen (Shirdi is nu een bedevaartplaats met een sterk groeiende ‘relibusiness’ die dagelijks honderdduizend bezoekers zou trekken), maar buiten India is Shirdi Sai Baba nog steeds zo goed als onbekend. Daarmee is hij misschien wel het best bewaarde geheim van India.

De liefde voor Shirdi Sai Baba, die van zijn volgelingen volledige toewijding vroeg, wordt gevoed doordat hij grenzen oversteeg en misschien nog wel meer door de inspirerende levenslessen die hij mensen leerde. De hoogste tijd dus, om enkele van die verhalen aan te halen, zoals beschreven in ‘Zeven Dagen Shirdi Sai’.

Er zijn diverse verhalen waarin Sai Baba van Shirdi lijden en ziekte van gelovigen op zich neemt. Een voorbeeld: mevrouw Khaparde komt met haar zoontje Balwanth naar Shirdi. De tweede dag na aankomst krijgt de jongen koorts. Hij heeft overal builen op z’n lichaam. De moeder gaat wanhopig naar Sai Baba. Die toont haar vier rijpe gezwellen op zijn lijf, ze zo groot als eieren. Hij zegt: “Kijk hoe ik lijd voor mijn toegewijden.”

Een volgeling raakt de goeroe aan en wat blijkt: Sai Baba heeft hoge koorts. De moeder is ontzet. “Heeft de ziekte [de builenpest, die toen heerste] niet alleen mijn zoon te pakken, maar ook u? Wie zal u beschermen?” Sai Baba berispt haar voor haar kleine geloof en zij biedt haar excuses aan. Daarna zakt zijn koorts en bij terugkomst ontdekt mevrouw Khaparde dat de koorts en de builen bij Balwanth zijn verdwenen.

Ook staan er verhalen in het boek over mensen en dieren die ogenschijnlijk dood zijn en weer tot leven worden gewekt. Een mooie geschiedenis met een even grote epische kracht is die over Sai Baba’s strijd met behulp van zijn stok om een enorm zwaar onweer uit het dorp te verdrijven.

Een citaat: ‘Weer kwam er een hevige blikseminslag en weer sloeg Baba op de grond en vroeg de regengod om weg te gaan uit Shirdi. Dit gebeurde drie keer. Het was duidelijk een gevecht tussen twee reuzen, maar binnen enkele minuten legde de storm zich neer bij Baba’s verzoek om zijn terugtocht.’

De volgeling Jyotindra Tarkhad vraagt Sai Baba later wat er eigenlijk gebeurd is. Deze zegt: “Als mijn toegewijden in nood zijn, bid ik tot de Heer van het universum om zijn genade op hen te laten neerdalen, en de Heer schiet mij dan te hulp.”

Er staan te veel prachtige verhalen in om hier aan te halen. Een uitzondering maak ik graag voor de beschrijvingen van de ‘goddelijke clown’ Nanavalli. Deze maakte deel uit van de entourage van de heilige, had zichzelf de titel ‘Generaal van Sai Baba’s leger’ gegeven, liep soms naakt of in oude zakken rond, had slangen in zijn zakken en schorpioenen in zijn mond. Nanavalli had overduidelijk in zichzelf al veel grenzen geslecht.

Er zijn tijdgenoten die hem herinneren als moslim, maar ook veel die hem zagen als een brahmaan (een parallel met Sai Baba, die hij ‘mijn oom’ noemde). De meeste mensen beschouwden hem echter vooral als een gevaarlijke gek. (Jyotindra Tarkhad was één van de weinigen die Nanavalli zag als iemand die een intelligent spel vol apenstreken speelt om mensen tot inzicht te brengen.)

In de legendarisch geworden verhalen reageerde Nanavalli met explosieve acties om bepaalde structurele misstanden aan de kaak te stellen. Zo kwamen er vaak mensen naar Sai Baba die hem om materiële zaken vroegen. Een groep handelaren maakt het op een dag erg bont. Nanavalli loopt geërgerd naar voren en roept: “Fakir! Ik wil een grote boom die onmiddellijk geld voortbrengt. (…) Hij moet al geld geven op het moment dat hij ontkiemt.” Baba kalmeert hem en verzekert hem dat hij zijn verzoek zeker zal inwilligen. Nanavalli gaat daarop lachend weg.

Een andere keer maakt hij het nog bonter volgens veel mensen. Sai Baba heeft intussen een fraaie stoel gekregen als gevolg van de toenemende hulde door zijn groeiende bekendheid. Hij zit daarop als Nanavalli op een dag naar binnen stiert en tot afgrijzen van de aanwezigen van Sai Baba eist dat die opstaat zodat hij op de stoel van de goeroe kan zitten. Zo’n stoel is als een troon van en voor de allerhoogste, en z’n eis is dan ook ronduit schokkend.

Sommige toegewijden willen hem wegsleuren maar Sai Baba, die het innerlijk van Nanavalli kent, brengt hen tot bedaren. Nanavalli blijft even op de stoel van Sai Baba zitten en na een tijdje zegt hij: “Uitstekend, goed gedaan!” Daarna staat hij op en Sai Baba gaat weer zitten. Nanavalli knielt aan diens voeten en gaat daarna extatisch dansend weg; in de vorm van goddelijke gekte heeft hij weer een zeer geslaagde les gegeven.

In ‘Zeven dagen Shirdi Sai’ worden de markante gebeurtenissen in het leven van de goeroe verteld, aangevuld met thematische hoofdstukken, bijvoorbeeld toegespitst op geld, leringen, bescherming en alwetendheid. Hierdoor schetst het boek een goed beeld van wat Sai Baba van Shirdi leerde door één te zijn met elk leven, ongeacht plaats en tijd, en vanuit een diepe compassie in te grijpen en/of te verduidelijken. Het zijn verhalen die je bijblijven. Soms zelfs meer dan twintig jaar.

Comments Off

admin op 8 July 2013 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel