In het overgebleven licht, zie ik alleen nog de beer…

Klik. Een gevaarlijk ogende boogschutter houdt onbeweeglijk de wacht bij een lantaarnpaal in het park vol dagjesmensen. De knaloranje veren aan zijn pijlen contrasteren met zijn grijze tenue, dat is opgetuigd met stalen beschermstukken. Vandaag zullen de langbenige groeten die hij uitstuurt de dood niet laten fluiten.
Het is een spel en de schutter heeft gekozen wie hij wil zijn, net als vele duizenden andere deelnemers en bezoekers. Daarbij lijkt de kracht van de wens om te ontsnappen aan het alledaagse evenredig aan de passie voor historische details.
Bronzen haarspelden, leren polsbeschermers, katoenen hemden, zakjesbeurzen, ridderhelmen, natuurlijke zepen, halfedelstenen, vilten hoeden, opkrullende puntschoenen, enkel- en dubbelhandige zwaarden – allemaal te koop in de honderden tenten die als witte confetti snippers op het groene gras liggen uitgespreid.
Op podia zijn optredens van potsenmakers, overal zijn eet- en dranktenten, en in de centrale arena bestrijden zwaardvechters elkaar met choreografisch verantwoord geweld.
Klik. Verderop trekt een processie van bontgekleurde boeren, burgers en buitenlui over het smalle slingerpad langs de uitgebloeide tulpen. Opgewekt onderweg naar nergens, hebben ze hun aflaat al bij binnenkomst ontvangen, vele dagreizen voor Jeruzalem.
Interessanter is het theater van de bedelende lepralijder bij de poort – die straks waarschijnlijk in zijn glimmende middenklasser naar huis rijdt. Vrijwel niemand kijkt hem aan of hoort zijn gelamenteer over de beloning die in de hemel op je wacht als je hem een aalmoes geeft. Klik.
Hij kiest ervoor om afstotelijk te zijn, net de grijpgrage groene monsters die door het park zwalken in de schaduw van twee langbenige heksen. Klik. De heksen zijn in een geluidloze dans verwikkeld, van aantrekken, loslaten en verwonderen. Zo weven ze magie in het landschap.
En het werkt. Ineens hervind ik mij weer. Ik was een toeschouwer, maar als ik op een plek kom waar je kunt boogschieten en bijlwerpen, weer ik het meteen: vandaag ben ik een geoefend bijlwerper. Ik kan dat, ook al heb ik het nog nooit gedaan.
De eerste bijl weeg ik rustig in m’n hand. Het blikveld vernauwt, als ik afdaal in mezelf. De wereld verdwijnt in schemer. Weg zijn de toeristen, verdwenen is het spektakel. In het overgebleven licht, verstild in concentratie, zie ik alleen nog de contouren van de beer voor me, op een bord zo groot als een binnendeur.
Na een licht wiegende beweging, om één te worden met de bijl, gooi ik als ik weet dat ik zal raken. Tsjoek. Tsjoek. Twee bijlen blijven vlak naast elkaar in de beer staan. Van de derde klapt het blad precies op het heft van de eerste. Als ik even later het festivalterrein verlaat, de camera allang opgeborgen, is de boogschutter nergens meer te bekennen.
admin op 15 May 2012 in Ongewoon & Anders

