Archief voor February 2012

Ria Kleijkers: ‘Ik was vergeten dat ik een mens was of vrouw’

Ria Kleijkers uit Sittard is manager én kunstenaar. We spraken met haar over mannencultuur, vrouwelijkheid, werk en kunst.

‘Het kwam toevallig goed uit; het interview vandaag. Ik ben geen huisvrouw die de tijd aan zichzelf heeft. Ik ga deze week naar India voor mijn werk.’ Ria Kleijkers (60) werkt als manager bij DSM. Ze stuurt (in)direct zo’n dertig mensen aan. En dat zal ik weten ook. Nog voordat ik goed en wel zit.

‘Wil je wat eten, een boterham?’ Het wordt een dubbele bruine boterham met kaas, in vier stukjes voorgesneden, en, op mijn verzoek, een glas water.

Bij DSM houdt ze zich bezig met ‘het managen van Business Processen voor DSM Corporate & Service Units’.

Ze praat in korte zinnen, wil krachtig overkomen.

In India, waar ze over een paar dagen naartoe gaat, komt er een Service Unit bij voor DSM. In Limburg verdwijnen er banen. ‘Er komt hier weer een fikse reorganisatie aan. Maar dat is de policy en als het bedrijf het wil, moeten we dat uitvoeren, zo zijn we opgevoed.’

Zelf heeft ze ook wel eens geadviseerd over te reorganiseren afdelingen. ‘Na twee weken een rapport neerleggen.’ Daar stond dan vaak ook in welke mensen eruit moesten. ‘Dat heb ik wel erg gevonden.’

Iedereen heeft talenten, maar ja, als die niet meer passen in de huidige situatie bij het bedrijf houdt het op, geeft ze aan. Dan moet er afscheid worden genomen.

Dat geldt ook voor haar twee huwelijken. ‘Mijn beide ex-mannen vonden dat het enige recht van de vrouw het aanrecht is.’ En zo is ze niet, dus dat ging op een gegeven moment niet meer. Op het werk wordt duidelijk een andere rol van haar verwacht.

Met management technobabble laat ze zien dat ze één van hen is, one of the guys, deze vrijgevochten vrouw, die ironisch genoeg ooit begon in een ‘vrouwenbaan’.

‘Eigenlijk kunnen we u niet aannemen als vrouw’, kreeg ze van de afdeling P&O te horen bij haar sollicitatie in 1981. ‘“U heeft te veel papieren voor een vrouwenbaan” – DSM had toen mannen- en vrouwenbanen.’

Ze glimlacht, weet intussen hoe ze haar mannetje moet staan.

Heerst er een mannencultuur bij DSM? ‘Mij maakt dat niks uit. Als het met DSM goed gaat, gaat het met mij ook goed. Maar het zit er nog steeds in, ja. De afgelopen jaren hebben ze bij communicatie en in het hoger management diverse vrouwen aangenomen. Binnen korte tijd waren ze weer weg….

Pfff, ik zoek m’n weg. En hoe ver wil en kun je gaan? Het leven heeft meer te bieden dan werken.’

Kunst bijvoorbeeld. Als ze met prepensioen gaat, effectief in augustus volgend jaar, wil ze zich bijna helemaal op de kunst gaan richten en aan huis een galerie beginnen. Die moet in oktober opengaan.

‘Alleen maar werken, dat is niet goed. Zo word je nog gek Ria’, zei ze tegen zichzelf toen ze negenendertig was. En dat was natuurlijk niet de bedoeling.

De kunst heeft haar nooit meer losgelaten of zij de kunst.

In het aquarelleren, de zachte, vloeiende schilderkunst, vond ze een aangenaam contrast met de harde en georganiseerde werkwerelden van het bankwezen en later de chemie. Vervolgens legde ze zich toe op acryl schilderen, textiel, raku (Japanse keramiek) en beelden maken van klei en staal.

In de hoek van de woonkamer staat een sculptuur van gelaste stukken staal, ongeveer een meter hoog. Ook de sokkel is van aan elkaar gelaste plakken staal.

Ze ziet me kijken: ‘Heb je dat wel eens gedaan? Lassen?’ Haar ogen glinsteren; dit vindt ze mooi: lassen, slijpen, hameren.

Het beeld geeft een indruk van sierlijkheid en transparantie, maar ook van hardheid en gevaarlijke scherpte.

‘Ik ga naar de schroothoop om grove stukken te zoeken. Je ziet een basisproduct en dan kijk ik: wat kan ik ermee? Ik blijf altijd vragen en kijken naar vormen. En als ik wat vind om te doen, dan wordt dat gemaakt. Dat groeit dan tot iets. Soms kom je zo boven je zelf te staan en dan ontdek je ook iets van jezelf.’

Wat ontdekte u bij dit kunstwerk? ‘Vertrouwen in de mensen, passie en mijn wilde kant. Ik ben best wel wild, een avontuurlijk mens. Nieuwsgierig ook, wil alles weten. Die kronkel; een mens gaat nooit rechtstreeks, daar zijn heel veel wegen voor.’

Hoe bent u opgevoed? ‘Mijn vader wilde een jongen en hij heeft me opgevoed alsof ik een jongen was. Het bos in, hutten bouwen. Dat is toch ook leuk voor meisjes? Het maakt niks uit of je een jongen of een meisje bent. Hij leerde me vissen en voetballen…

Ik zie het nog voor me: kwam ik op een dag met een vis aan de haak naar huis; moest hij het haakje losmaken hahaha. Vissen lukte wel, maar dat kreeg ik niet voor elkaar.’

Het thema van uw werk is vaak de vrouw of vrouwelijkheid. ‘Ja, ik gebruik het thema vrouw-zijn herhaaldelijk.’

Is het te psychologiserend om te denken dat u via de kunst uw vrouw-zijn aan het herontdekken bent?
‘Nee, dat zou best wel eens zo kunnen zijn. Ook ik mag er zijn als vrouw. Een tijd geleden was ik vergeten dat ik mens was of vrouw…’

(Dit artikel is geschreven voor het WijkKrantje)

Comments Off

admin op 16 February 2012 in Ongewoon & Anders

Waar de vissen zich schuilhouden



Hij vangt mijn blik met de moeiteloosheid van een ervaren visser die intuïtief weet waar de scholen vissen zich schuilhouden onder het troebele oppervlak van de zee. De stap in zijn richting wordt opgevat als een uitnodiging en met brede armgebaren begint de man me mijn verlangens te vertellen.

Met het hoofd een tikje schuin, zoals een goed toehoorder betaamt, en een glinstering van ongeloof in mijn ogen volg ik hem op zijn tocht van probleem naar oplossing. Of ik wel eens krassen op mijn auto heb die je niet weg krijgt? Uiteraard, wie niet?

Voortgestuwd door de resten van zijn aanvankelijke enthousiasme gaat hij verder op de automatische piloot. Grijpt een plastic flesje dat ‘magic’ heet en spuit een klodder derrie op het stuk motorkap voor hem. Het gelakte metaal ziet eruit alsof het met een verfbrander is mishandeld door een verstokte autohater.

Met zekere, ronddraaiende bewegingen wrijft de dokter het geneesmiddel uit over de huid van de overleden patiënt. De mond beweegt in die door weer en wind opgeruwde kop maar de klanken vallen van me af als regendruppels van een oliejas.

Ik onderbreek hem, gebaar dat ik er eentje wil, betaal en loop door, mijn aanwinst in de hand, in zo’n wit plastic zakje van de Chinees. Glimlachend naar de zon die schijnt.

Waarom laat ik me meevoeren in dit soort verhalen? Omdat ik wil geloven. In goeroes, tovenaars, goochelaars, schrijvers en filmmakers bijvoorbeeld. In de betovering. En soms ook in gemakkelijke oplossingen, zoals het kopen van een Staatslot om je geldproblemen op te lossen.

Thuis zet ik de gebottelde belofte op een kast. Klaar voor het wonder.

Comments Off

admin op 5 February 2012 in Ongewoon & Anders