Archief voor January 2012

Remco van de Vorst, zijn leven lang al straatmuzikant

Met zijn gitaar heeft Remco van de Vorst al jaren een eigen plaats in het Sittardse straatbeeld. Hij heeft altijd gedaan waar hij zich goed bij voelt.

Als het kooplustige publiek massaal door de stad struint, is hij daar waar hij vrij kan zijn; op de hoek van een straat of aan de rand van een plein. Voorzien van een gitaar, de koffer opengeklapt met een aan de rode bekleding geprikt eurobiljet als vriendelijke suggestie, speelt hij zo wat extra geld bij elkaar.

Hoewel zijn zwarte uniform van ingetogenheid dat niet doet vermoeden - broek, halfhoge laarzen, jasje en een onafscheidelijke pet - heeft de 46-jarige Remco van de Vorst al een intens leven achter de rug. Zijn gezicht daarentegen, vertelt het verhaal van dromen die al te vaak tot littekens zijn verworden.

Z’n overvolle Sittardse flat weerspiegelt z’n wispelturige geest. Wat opvalt, zijn een vitrine met exotische snaarinstrumenten, een djembé voor het raam, aangespannen met klimtouw, en een grote troosteloze kamerplant.

Naast een handjevol bij de keuken geparkeerde gitaren staan de voerbakjes van zijn twee katten, Tigri en Theike. Aan de muur er tegenover, boven twee gestapelde podiumboxen, een grote wolk foto’s met in het midden een tekening van Handsome Lake (1735-1815).

‘Ooit gemaakt door mijn vader. Hij was een leider en profeet van de Iroquois die na zwaar alcoholmisbruik door drie spirituele boodschappers werd gewaarschuwd dat de blanken de indianen via alcohol afhankelijk wilden maken.’

Remco van de Vorst lacht. Schenkt even later zijn zoveelste jonge jenever in. Dat praat makkelijker. Liever zingt of speelt hij.

Een blauwe maandag heeft hij in zijn jeugd les gehad aan de Sittardse muziekschool. ‘Alleen ladders spelen, voor de rest niks’. Dus is hij snel weg. Liever leert hij het zelf, met vallen en opstaan.

Hij heeft aanleg. Tijdens een feestje, maanden later, geven mensen spontaan geld nadat hij met een vriend de gitaar pakt en wat speelt. Dat smaakt naar meer en dus gaat hij de straat op en optreden in cafés.

In die tijd woont hij in Nieuwstadt, waar hij als negenjarig met zijn vader naartoe is gekomen toen de scheiding een feit was. Sittard is de grote stad. Hij zit er op het atheneum, heeft daarna diverse baantjes via uitzendbureaus, onder meer bij een kaasfabriek, en woont vervolgens een jaar in Parijs.

‘De nieuwe vrouw van mijn vader was een Française, dus kon ik er goedkoop leven. Ik speelde daar ook op straat, werkte samen met mimespelers en straat-fakirs en liftte heen en weer als ik even in Limburg wilde zijn.’

Hij zucht bijna onmerkbaar; te veel om te ver op de details in te gaan.

Het leven in Frankrijk is goed tot de Staat der Nederlanden aanklopt: de dienstplicht. Remco van de Vorst wil niet in het groene gareel, daarvoor is zijn vrijheidsdrang te groot. En zeker niet naar de gevangenis.

Terug in Nederland belandt hij in het Amsterdamse bandjescircuit en werkt opnieuw als straatmuzikant. Ondertussen soebat hij drie jaar om de onafhankelijke deskundige en later de rechtbanken te overtuigen dat hij gewetensbezwaarde is.

Bij de verstandelijk gehandicapten in ‘Dennendal’, Den Dolder, gaat hij uiteindelijk aan de slag om zijn sociale dienstplicht in te vullen. Daarnaast verzorgt hij in dat kader de publiciteit voor het legendarische Haagse poppodium ‘Het Paard van Troje’.

Het is 1992 en Remco van de Vorst komt terug naar het zuiden voor een nieuwe start. ‘Je moest een economische band met de stad hebben om in Den Bosch te komen wonen’; een uitkering was niet voldoende. Dus wordt het Sittard, waar hij zich inschrijft aan de Katholieke Leergangen, de hogeschool.

‘Twee jaar heb ik de vrije richting gedaan. Maar ze probeerden je steeds de lerarenopleiding in te pushen en daar had ik geen zin in.’

Sittard lijkt ineens nogal klein na zijn tijd in Parijs, Den Haag en Amsterdam. De enige grote stad in de buurt is Maastricht. Daar moet toch genoeg te doen zijn in de kroegen? Hij ziet zichzelf al een beetje studeren en vooral veel feest vieren. ‘Dat viel vies tegen.’

Na anderhalf jaar als assistent licht en geluid aan de toneelacademie en spelen in diverse bandjes en op straat, volgden nog drie Melkertbanen.

Aan de academie had hij ondertussen een vaste aanstelling moeten krijgen, maar dat komt er niet van. Hetzelfde gebeurt later bij het Limburgs Symphonie Orkest, waar hij opstellingen maakt; stoelen en muziekinstrumenten klaarzetten. ‘Het werd steeds gerekt, je was een goedkope kracht, maar daarna hield het op.’

In psychiatrische inrichting ‘Vijverdal’ is hij anderhalf jaar verantwoordelijk voor de logistiek; zorgt onder meer dat de vuile en schone was wordt vervoerd en distribueert medicijnen.

‘Na twee maanden Maasveld’, een organisatie voor gehandicapten, ook in Maastricht, ‘had ik mijn snuit vol’. Hij is een jaar of vijfendertig en het leven is uitzichtloos. Geslaagde optredens kunnen dat gevoel slechts kort onderdrukken.

In die periode krijgt hij een nieuwe kameraad, een veeleisende, die zorgt dat zijn wereld heel snel kleiner wordt en alleen nog maar draait om ‘die flauwekul’; heroïne. ‘Het was modderen, afkicken in Heerlen, nog eens afkicken in een kliniek in Brabant…’ Naar eigen zeggen heeft hij nooit hoeven stelen om zijn verslaving te betalen: ‘Dat is me gelukkig bespaard gebleven.’

Sinds anderhalf jaar is hij clean. Nou ja, drie keer week gaat hij methadon halen. Hij wil ook daar graag vanaf, maar dat zouden ze niet willen bij de Ambulante Hulpverlening Verslavingszorg Westelijke Mijnstreek.

‘Misschien krijgen ze subsidie per deelnemer aan het programma en willen ze je liever bij de club houden? Ze hebben nu een nieuw beleid; als je één keer niet komt, wordt automatisch een afbouwprogramma gestart. Dus misschien moet ik dat maar doen?’ Een schamper lachje.

Hij neemt nog een teug van het verse sjekkie dat rokend op hem wacht op de rand van een slecht schoongemaakte tinnen asbak.

Op zaterdags en donderdags speelt hij op straat ‘aaie leem’, jaren zestig repertoire, en af en toe eigen nummers. Ook treedt hij soms op met bandjes en er zijn zelfs voorzichtige plannen voor een cd met eigen werk.

Wat ‘de mensen’ van hem denken, laat hem koud. Hij speelt en hij zingt. Geïnspireerd door singer-songwriters als Bob Dylan en Paul Westerberg, de ex-frontman van ‘The Replacements’.

‘Van omstanders krijg ik alleen positieve kritiek. Bij sommige winkeliers kan ik mijn kleingeld wisselen en daar zijn ze heel blij mee.’ Nog nooit is hij lastig gevallen en met zijn Oost-Europese collega’s kan hij het goed vinden. ‘Ik zit ook niemand in de weg’.

Al pratend kijkt hij vertederd hoe één van zijn katten zich loom uitstrekt en daarna knorrend geniet van een nieuw gevonden slaapplekje. ‘Zijn moeder is vorige week door een rottweiler gepakt…’

Het is even stil in de drukke kamer. Gedachten dwarrelen neer als verstofte herinneringen.

‘Ik doe wat ik doe om mijn innerlijke onrust te bezweren, dat is mijn drijfveer’, zegt hij zachtjes. ‘Ik heb nooit een beeld gehad van wat ik wilde worden. Mijn vader liet ons vrij. Hij zei altijd: “Doe waar je je goed bij voelt.” Dat heb ik gedaan.’

(dit artikel is geschreven voor het WijkKrantje)

Comments Off

admin op 17 January 2012 in Ongewoon & Anders