Archief voor July 2011

Tadao Yamaguchi: ‘Geen slechte reiki, wel incomplete vormen’

Onlangs bezocht de wereldberoemde reikileraar Tadao Yamaguchi Nederland. Hij is de oprichter van de twaalfduizend studenten tellende internationale Jikiden-school voor traditionele reiki.

Tadao Yamaguchi (1955, Kyoto) interesseerde het aanvankelijk helemaal niet zoveel hoe reiki is ontstaan. Hij had reiki van zijn moeder geleerd en heeft er veel baat bij. Net als veel anderen. Maar omdat hij één van de weinige nog levende leraren is die in de lijn van overdracht dicht staat bij grondlegger Mikao Usui, krijgt hij vaak vragen over het verleden. Ironisch gezien, draait reiki juist om het hier en nu.

Onlangs was hij in Nederland voor een lezing over zijn school, Jikiden Reiki Kenkyukai. Wij spraken met hem over zijn methode en uiteraard over de reiki-geschiedenis. Het interview begon gelijk goed. Wat blijkt: er liggen nog enkele onbekende documenten uit de jaren twintig te wachten op publicatie!

Tadao Yamaguchi: ‘Het gaat om stukken die zijn gebruikt door bij Mikao Usui opgeleide leraren en die door de Gakkai aan mij ter beschikking zijn gesteld.’ De Gakkai is het oorspronkelijke reikigenootschap van Mikao Usui.

De datum van publicatie is nog onbekend en, ernaar gevraagd, lijkt Tadao Yamaguchi er ook geen haast mee te hebben. Frank Arjava Petter, een bekende reikimaster die bij het gesprek aanwezig is, verzucht: ‘Ik heb negen boeken over de reiki-historie geschreven, ik vind het nu ook wel goed zo.’

Of deze documenten veel nieuws bevatten, is de vraag. Toch zijn ze belangrijk om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van de oorsprong van reiki. Al was het maar om het verstrekken van onjuiste & onvolledige informatie en sektarisch denken, als eerder bij de Reiki Alliantie, te voorkomen.

Op zoek naar de bron

Binnen de Gakkai (voluit Shin Shin Kaizen Usui Reiki Ryōhō Gakkai) is de levende traditie nog in min of meer originele vorm beschikbaar. Het is echter een besloten vereniging, volgens Frank Arjava Petter enigszins vergelijkbaar met een vrijmetselaarsloge, waarvan de ongeveer driehonderd leden uitsluitend elkaar behandelen. Veel informatie komt er niet naar buiten.

Dit komt ook doordat het publiekelijk adverteren met of het praktiseren van reiki sinds WOII (mogelijk aanvankelijk vanwege banden met de vredesbeweging) strafbaar is in Japan. ‘Zelfs nu nog ga je in Japan de gevangenis in als ze je pakken’, lacht Frank Arjava Petter, ooit student nummer tien van Tadao Yamaguchi en nu Jikiden Reiki Dai Shihan.

Om deze reden, zijn we voor informatie over de authentieke methoden, behalve op enkele spaarzame documenten, aangewezen op mensen als Tadao Yamaguchi, die teruggrijpen op de pre-Gakkai periode. Naast Jikiden Reiki Kenkyukai, de school die hij met moeder Chiyoko Yamaguchi oprichtte, zijn er overigens nog de Reidō Reiki Gakkai (deze leringen zijn volgens Wikipedia bijna identiek aan die in de Gakkai) en de Kōmyō Reiki Kai (opgericht door een leerling van de moeder van Tadao Yamaguchi).

Tadao Yamaguchi leerde reiki via zijn moeder, die in opleiding was bij Chujiro Hayashi, een leerling van Mikao Usui die diens methode met toestemming vereenvoudigde. Tadao Yamaguchi stelt op zijn site dat Chujiro Hayashi als arts ‘bepaalde accenten legde’, bijvoorbeeld door het massage-onderdeel uit te werken.

De variant van Chujiro Hayashi, maar dan sterk versimpeld, aangepast aan de Amerikaanse situatie na WOII en aanvankelijk aangevuld met diverse fraaie verzinsels, is de westerse reiki zoals die nu wereldwijd door miljoenen wordt gepraktiseerd (Usui Reiki Shiki Ryh).

Sensei hield van sake

In een buurthuis in Hoensbroek, Limburg, zijn vandaag zo’n vijftig mensen uit het hele land bijeen gekomen om Tadao Yamaguchi te ontmoeten, een levende link met het verleden. Eerst zal Frank Arjava Petter vertellen over zijn jarenlange reiki-onderzoek. Via foto’s laat hij de exotische namen en plaatsen, die we kennen uit zijn boeken, tot leven komen.

We zien ondergelopen rijstvelden, halfhoge bergen en de tempel waar Mikao Usui zijn basisopleiding kreeg – er was geen school in het dorp waar hij opgroeide. ‘En in dit huis heeft Mikao Usui een groot deel van zijn jeugd doorgebracht.’ We kijken samen naar een lage houten winkel met achterliggend woonhuis.

Frank Arjava Petter, die al jaren reiki-reizen naar Japan organiseert, plaatst alles met humor in perspectief. We zien een foto van een groot bedrijf. ‘Mikao Usui komt uit een familie die eeuwenlang een sake-brouwerij heeft gehad, zoals deze. Dus nu weten we ook wat er onder de bult zit, die zich op de foto’s onder zijn gewaad aftekent’; de sensei hield wel van een glaasje.

Byosen belangrijkst

Daarna is het de beurt aan Tadao Yamaguchi. De man op wie we allemaal gewacht hebben, blijkt opvallend onopvallend. Door tientallen jaren beoefening heeft hij een buitengewone gevoeligheid, ook op afstand. Byosen, het snel en verfijnd waarnemen van energetische knelpunten van verschillende intensiteit, blijkt het onderwerp van zijn voordracht.

‘Iemand met meer ervaring heeft ook geen sterkere energie dan een beginneling, het verschil zit hem in het waarnemen van byosen. Hoe meer ervaring, hoe sneller en nauwkeurig verschillende knelpunten kunnen worden vastgesteld. Zonder het ervaren van byosen, is het geven van reiki als vissen in het donker’. Wat behandelaars en cliënten verder ervaren, bijvoorbeeld temperatuurwisselingen, is persoonlijk en niet van belang, aldus Tadao Yamaguchi.

Hij vindt het belangrijk om dit soort informatie te delen, ook om misverstanden te voorkomen. Nadat hij medio jaren negentig via westerse reikileraren voor het eerst hoorde over het bestaan en de sterke groei van reiki in het westen (via de Reiki Alliantie), richtte Tadao Yamaguchi in 1999 het Jikiden Reiki Kenkyukai op.

Het doel is om reiki vanuit ‘directe overlevering’ (Jikiden) te onderwijzen. Ter aanvulling zal op termijn ook een dvd met privé-opnames verschijnen waarop zijn moeder haar verhaal vertelt. Intussen telt de Jikiden-school van moeder en zoon Yamaguchi wereldwijd al zo’n twaalfduizend studenten, onder wie diverse leraren die mogen lesgeven in de ‘pure reiki methode’.

Alle reiki is goed

Tadao Yamaguchi: ‘Er is zijn geen slechte vormen van reiki. Wel zijn er vormen die niet compleet zijn. Daardoor zeggen sommige mensen dat reiki niet werkt. Dat is onterecht.’ Zo is bijvoorbeeld de behandeltijd bij sommige scholen te kort om veel effect te sorteren. Zelf behandelt hij mensen sinds 1965, voornamelijk op het hoofd en minimaal zestig tot negentig minuten per sessie.

Belangrijk bij reiki is je het veel doet en dat de behandelingen lang duren en regelmatig plaatsvinden, geeft hij aan. Tijdens zijn lezing geeft hij het voorbeeld van een vrouw die al genoteerd stond voor een operatie vanwege ernstig nierfalen.

Door deze cliënt bijna een half jaar dagelijks en langdurig te behandelen, bleek een operatie uiteindelijk niet meer nodig. ‘Haar (serum creatinine) waarde daalde van 5.9 tot 2.9.’ (Rond waarde 6 treedt uitval van de nieren op.) Tadao Yamaguchi: ‘Dat is toch een wonder!’

Wereldwijd hebben intussen ruim achthonderd soorten reiki het licht gezien, voortgekomen uit individuele inzichten, pragmatische behoeften en/of marketing-overwegingen. Binnen de ‘traditionele Japanse reiki’ zijn, zoals hierboven aangehaald, ook diverse scholen actief.

Verandering lijkt een constante, ondanks de behoudzucht. Is de stichter van het Jikiden Reiki Kenkyukai niet bang dat één van zijn leraren straks met eigen aanpassingen of met een eigen school komt? Eerder deed een student van zijn moeder dat al. Tadao Yamaguchi glimlacht: ‘Ik vertrouw erop dat het niet gebeurt’.

Comments Off

admin op 7 July 2011 in Religie & Spiritueel

Drie vrienden en hun kabouters in een oude barrel naar Dakar

Het is een trip die voor velen een onvervulde jongensdroom zal blijven. Pieke Lebon, Maarten van Eert en Vincent van Goor gaan het doen; van Amsterdam naar Dakar, zevenduizend kilometer, in een oude Mercedesbus. Voor beter basisonderwijs in Gambia en natuurlijk voor de opwindende ervaring. Initiatiefnemer is Maarten van Eert uit Sittard.

Enthousiast gemaakt door een kennis die aan een eerdere tocht heeft meegedaan, besloot Maarten van Eert in oktober 2010 een balletje op te werpen bij een groepje vrienden; wie wil er mee? Een paar vielen af, Pieke Lebon en Vincent van Goor bleven over.

Ze kennen elkaar van het Trevianum, de school voor havo en vwo in Limbrichterveld. Veel ervaring in het lowbudget reizen hebben ze niet. Wat het meest in de buurt komt, is een rit die Maarten van Eert en Pieke Lebon ooit samen in een groepje van zes jongens met oude auto’s naar Zuid-Europa heeft gemaakt. Dat was toen een heel avontuur. Nu zeggen ze dat het stuk in Europa niet veel voorstelt: ‘Daar rijd je zo doorheen’. Het begint pas na de Grote Oversteek .

De drie vrienden rijden niet alleen, maar zijn onderdeel van een grote groep die een beproefd parcours aflegt via de Amsterdam-Dakar Challenge. Dat is een Nederlandse organisatie, in 2004 opgezet door Dakar-pionier Arthur Verheijen, die geld voor goede doelen inzamelt door mensen met oude auto’s naar exotische bestemmingen te laten rijden.

De auto’s worden ter plaatse verkocht en het geld, ook van sponsoren van de teams, gaat naar sociale projecten. Zo zou met ritten naar Dakar, Peking, Siberië, Bombay en de Rode Zee intussen al zo’n drie miljoen euro zijn ingezameld.

De drie Dakarridders, zoals ze zichzelf noemen, besloten om hun geld te geven aan Nice to Be Nice. Dit is een in Tilburg bij de Kamer van Koophandel ingeschreven stichting die de lokale bouw en financiering van scholen in Gambia ondersteunt.

Nice to be Nice helpt een basisschool in Tabokoto en kleuterscholen in Freetown Gunjur en Msisranding. Verder staat ze garant voor het onderwijs aan dertig kinderen – mocht hun sponsoring wegvallen. Ook brengt de stichting lesmaterialen naar Gambia.

De grootste bron van inkomsten voor de Sittardse zandhappers, de bus, staat nu in Hoogveld bij Maarten van Eert op de stoep. Hij is opgeknapt met gedoneerde spullen en incarneert na de reis vermoedelijk als minibus, een soort groepstaxi. Zoals alle gebruikte auto’s heeft hij niet meer dan vijfhonderd euro mogen kosten.

Om alvast te oefenen met rijden in het rulle zand, hebben de mannen al een proefritje gemaakt op een stuk woeste grond bij Schipperskerk waar graafmachines bezig zijn om het terrein om te woelen. Het ging goed en de gesponsorde off road-banden bleken de belofte van de producent waar te maken - in elk geval toen de grond droog was.

Wel wordt de bus nog iets opgehoogd. De uitlaat verliezen is gauw gebeurd, zeker in de zandduinen, en een nieuwe vinden is daar niet altijd even gemakkelijk. Maarten van Eert: ‘We hoorden het verhaal van een team dat dit is overkomen en zij moesten eerst dertig kilometer naar een dorp rijden om een steigerbuis op te halen, daarna nog eens dertig kilometer om die pijp in een ander dorp eronder te laten lassen.’

Geld wordt verdiend met sponsoring, onder meer via reclame op de bus, een Mercedes Benz Vito uit 1997. De bus is intussen behoorlijk volgeplakt, al is er nog plaats voor extra sponsoren (vanaf 75 euro). Behalve met reclame, wordt geld verdiend met de verkoop van gipsen tuinkabouters voor 25 euro per stuk.

De kabouters hebben fantasierijke namen als Biologische Bert, Barrie de Bloemplukker en Sergio Schepper en, zo is de bedoeling, ze gaan allemaal mee naar Dakar. Onderweg worden foto’s gemaakt van elke gesponsorde kabouter op karakteristieke locaties - zoals met de kabouter in de film ‘Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain’. Er zijn al enkele tientallen verkocht, maar er zijn nog beschikbaar.

Ook voeren ze onder meer een actie waarbij oude mobieltjes kunnen worden ingeleverd of verkocht. Voor de telefoons geeft sponsor GSM Loket geld. Dit bedrijf reviseert en recyclet oude mobiele telefoons, die daarna bijvoorbeeld worden doorverkocht naar Afrika.

Het is ook mogelijk om zelf je mobieltje via de site van de ridders te verkopen. In dat geval houden beide partijen er wat aan over. Hoeveel je aan de Dakarridders gunt, is uiteraard jouw zaak.

Voor geld willen de drie mannen vrij ver gaan. Zo bieden ze zelfs aan om naakt door de woestijn te rennen, uiteraard met foto’s als bewijs, als er maar genoeg wordt geboden. Een streefbedrag is er niet, dus dames ga naar www.dakar-ridders.nl en laat je creditcard wapperen!

De rit Amsterdam-Dakar voert de mannen via Marokko en Mauritanië naar Senegal en duurt tussen de negentien en drieëntwintig dagen. De bedoeling is dat de drie Hoogveldse Dakarridders in een groepje gaan rijden. Liefst met een 4 x4 erbij, voor het geval de ridders uit het zand moeten worden getrokken.

Bij de start krijgen ze een routekaart, een roadmap, en met een gps-ontvanger moeten ze van checkpoint naar checkpoint rijden. Onderling communiceren ze met bakkie’s en, als er verbinding is, met mobiele telefoons. Begeleiding is er niet, wel worden ze op cruciale plaatsen, zoals grensovergangen, opgewacht en geholpen door mensen van de organisatie.

Vanaf Marokko rijden ze over het strand en later volgt een stuk door de zandduinen. Daar worden de mannen van de jongens gescheiden bij de keuze voor de moeilijke of de makkelijke route. Uiteraard willen de Dakarridders de moeilijke route doen, de classic route, bezweren ze in koor. Maar zijn ze wel voldoende voorbereid op wat gaat komen? Zoals de titel van het bekende boek luidt: ‘Are you experienced?’.

De manager. Maarten van Eert is van huis uit leraar en nu personeelsmanager van een franchise onderneming die lesprogramma’s ontwikkelt over natuurwetenschappen en techniek. Scholen kunnen die aanschaffen, inclusief de begeleiding door ervaren instructeurs. Verder verzorgt het bedrijf naschoolse science clubs, verjaardagsfeestjes en evenementen.

De chauffeur. Pieke Lebon is planner bij een landelijke apotheekketen. Hij zorgt dat verpleegkundigen binnen de keten weten waar hun medicijnen naartoe moeten. Eerder was hij taxichauffeur en nu nog rijdt hij elke vrijdagnacht ergens in Limburg taxi – als hobby.

De bandenspecialist. Vincent van Goor heeft wat langer doorgestudeerd, onder meer in Groot- Brittannië, en houdt zich volgens zijn reisgenoten bezig met het ontwikkelen van banden bij een bekende bandenfirma. Daar is hij “virtueel bandentester”. Met behulp van computersimulaties berekent hij de verwachte prestaties op het gebied van grip, slijtage, duurzaamheid en rolweerstand.

Initiatiefnemer Maarten van Eert is vermoedelijk degene die zijn grenzen het verst gaat verleggen. ‘Ik houd graag de controle, maar ik ga de knop omzetten. Normaal wil ik weten hoe laat ik eet en hoe laat ik waar ben. Als we willen slapen, zoeken we straks gewoon een parkeerplaats en slapen dan in onze voortent. En ja, dan kan het voorkomen dat we drie dagen niet douchen, maar goed, iedereen stinkt dan.’

De voortent van een camper of caravan is er overigens nog niet, als we medio juni met ze spreken. Zo zijn er nog veel meer spullen nodig. Benzine bijvoorbeeld, anders gaat het hele feest niet door. En als het kan, zou een koelkastje voor een paar blikken bier ook welkom zijn.

Dan nog een belangrijk punt: Er zijn teams die met het sponsorgeld ook de vlucht terug betalen, maar de mannen uit Hoogveld doen dat principieel niet. ‘Voor ons is het een soort vakantie, waar het goede doel ook wat aan heeft. Dus dat betalen we zelf, het kost ons een paar duizend euro per man, zodat het meeste geld gaat naar het onderwijs in Gambia.’

Op 5 november vertrekken de drie avonturiers vanuit Amsterdam. De verwachting is dat het wel goed met ze komt; het percentage uitvallers is al jaren heel laag. Maar of alle kabouters de heenreis overleven, zodat ze vanuit Afrika in pakketjes kunnen worden teruggestuurd naar de sponsoren?

(dit stuk is geschreven voor het WijkKrantje)

Comments Off

admin op 7 July 2011 in Ongewoon & Anders, Politiek & Media