Archief voor March 2011

Overzichtswerk: Mohammed in traditie woestijnvaders

De laatste twintig jaar wordt informatie over de diverse religieuze en spirituele stromingen wereldwijd in rap tempo voor de leek ontsloten. Het boek ‘Westerse esoterie en oosterse wijsheid – De esoterische traditie door de eeuwen heen’ (Ankh Hermes, 2010) is daarbij een bruikbare wegwijzer. Er valt veel in te ontdekken, bijvoorbeeld over Mohammed.

Bij de aankondiging van de publicatie werd inzicht in de samenhang tussen de belangrijkste religieuze stromingen, personen en onderwerpen beloofd. Ik verwachtte dan ook een doorwrochte en goed leesbare analyse waarin diverse lijnen op ingenieuze wijze verbonden zijn. Een boek dat de verschillende losse draadjes weeft tot een fraai wandkleed met op elkaar ingrijpende patronen van menselijke ervaringen met elkaar en met het hogere.

Die hooggespannen verwachting kwam niet helemaal uit. Het is meer een lappendeken geworden, een soort encyclopedie met overigens heel interessante bijdragen. Bij nader inzien ook niet zo vreemd. Als je erover nadenkt, hadden de schrijvers twee opties: een subjectief, geïntegreerd en heel uitdagend boek schrijven voor een geschoold publiek of een boek maken voor een doelgroep van leken met meer objectiviteit, minder diepgang en een veel hogere verkoopbaarheid. Dit boek neigt naar de tweede variant.

Afbakening in tijd, ruimte of thema is cruciaal bij het schrijven van een overzichtswerk als dit. Nu is gekozen voor alles dat invloed heeft gehad op westerse esoterie via rede, geloof en gnosis. De selectiecriteria zijn echter niet duidelijk omschreven.

Zo is er (vrijwel) geen aandacht voor het Germaanse geloof dat boven de rivieren lange tijd van grote invloed is geweest, net zo min als voor het Romeinse volksgeloof dat met name in Zuid-Nederland werd gepraktiseerd (wel wordt aandacht besteed aan de invloed van de Kelten). Dat is jammer, mede gezien de diverse archeologische bewijzen die het schijnbare belang ervan aantonen.

De gekozen indeling, op basis van de drie-eenheid rede, geloof en gnosis, is lineair historisch uitgewerkt. Beginnend met de oudste bronnen van onze beschaving, Egypte en Mesopotamië, wordt per hoofdstuk toegewerkt naar de huidige tijd. Tijdens die reis worden vooral in de eerste helft van het boek veel verbanden gelegd met het verleden. Sommige bijdragen lijken echter grotendeels op zichzelf te staan, al komt een deel van de informatie in de hoofdstukken over onze tijd weer terug.

De meeste bijdragen geven blijk van grote geleerdheid. Ze bieden soms interessante aanvullende stukjes informatie, als verborgen juweeltjes in een voor het overige redelijk bekend verhaal. Zoals van de schrijvers Jacob Slavenburg en John van Schaik verwacht kon worden, durven ze, met name als het gaat om christelijke onderwerpen, af te wijken van de recht-op-en-neer theologie zodat een meer evenwichtig beeld van tal van onderwerpen en personen wordt geschetst.

Een blik op het boek

Eén onderwerp wil ik er uitlichten en dat is het hoofdstuk over Mohammed en de islam. Mohammed wordt door de schrijvers als een mysticus beschouwd, in elk geval tot hij oorlog gaat voeren in 622. Met hun bijdrage over hem willen de schrijvers het heersende beeld van Mohammed bijstellen, wat dat ook moge zijn. Dit levert diverse interessante gegevens op, die nieuw zullen zijn voor veel niet-moslims. Met name zijn relatie met (vertegenwoordigers van) het christendom.

Zo blijkt dat de leraar van de islam ooit als profeet is aangewezen en is ingewijd door een christelijke monnik, Bahira, en dat hij in zijn jonge jaren regelmatig in een grot (Hira) mediteerde net als de christelijke kluizenaars van die tijd (de woestijnvaders). Mohammed erkende ook pas de authenticiteit van zijn openbaringen toen hij hiervan de bevestiging kreeg van de christelijke oom Waraqah van zijn eerste vrouw Khadhija dat deze passen in de traditie over Mozes.

Wat gebeurt er? Mohammed krijgt na drie jaar mediteren, hij is rond de veertig, een inzicht. Een visioen. Hij ziet - in mijn beleving - een fraai gekalligrafeerde tekst op een stuk perkament. De tekst in zwarte letters is in een hem onbekende taal. Hij herkent zelfs de sierlijke tekens niet. Misschien hoort hij ook een zware mannenstem die de tekst opleest. Het verwart hem als hij weer bij zijn positieven komt. Wat moet hij ermee?

De stem is van een engel, aldus de islamitische geschriften, en die engel zegt dat hij moet lezen. Mohammed reageert wanhopig dat hij het niet kan lezen. In zijn eerste biografie, een eeuw na zijn dood geschreven en bekend van een versie van rond 800, wordt gezegd dat de engel hem drie keer vastpakt en zegt:

‘Lees! In de naam van jouw Heer, Die jou heeft geschapen. Hij heeft de mens geschapen van een bloedklomp. Lees! En jou Heer is de meest Edele. Degene die onderwezen heeft met de pen. Hij heeft de mens onderwezen wat hij niet wist.’

Deze openbaring heeft overigens ook een keerzijde, weet Waraqah: ‘Dit is precies wat Mozes ook is overkomen. (…) Elke man die dit krijgt wordt vijandig behandeld’ (en eventueel zelfs het land uitgezet).  Dat gebeurt later inderdaad, ook met zijn aanhangers, en een en ander leidt tot zijn eerste (bekerings)oorlog.

Onder christenen wordt Mohammed na zijn veroveringen enerzijds toegejuicht, (vanwege de herkenning van de christelijke elementen in zijn leer?), anderzijds - en dat verwijst naar die vijandigheid - als een valse profeet gezien (als Jezus, op wie (later?), net als bij Mohammed, oud-testamentische (joodse) teksten worden betrokken om hem te legitimeren).

Mogelijk heeft de opmerking van de christelijke Waraqah Mohammed uiteindelijk doen besluiten om zijn nieuwe geloof dan maar met geweld aan anderen op te leggen. Wie is hij om tegen de heilige geschriften en tradities in te gaan, zeker als het is voorzien? Een joodse legitimatie van de eerste gewelddadige islamitische expansie waarbij de pen werd ingeruild voor het zwaard?

Mohammed een christen

De paragraaf over christelijke stromingen in de Arabische wereld uit de tijd van Mohammed en daarvoor, de parallellen met de woestijnvaders en de magische bijbelse leeftijd van veertig waarop hij zijn grote visioen had; dit alles maakt het mijns inziens mogelijk om nog een stap verder te gaan. Het lijkt niet onwaarschijnlijk dat Mohammed is voortgekomen uit een christelijke beweging als de Monofysieten / Nestorianen.

Naspeuringen op internet wijzen erop dat dit idee, Mohammed als ex-christen, niet nieuw en ook niet zo vreemd is; het één volgt altijd uit het ander en profeten komen doorgaans niet uit de lucht vallen (behalve dan in mythologische vertellingen). In het boek van Slavenburg en Van Schaik wordt deze conclusie niet getrokken, het gaat hier en in het vervolg van deze tekst om speculaties van mijn kant.

Mohammed voorspelde de ‘antichrist’ (Dajjal, door latere islamitische commentatoren omgetoverd in een kleine, dikke, krombenige, dichtbehaarde, eenogige misleider en wonderdoener met vooral aanhangers onder joden en vrouwen). Iemand die is opgegroeid is met inheemse ‘heidense’ overtuigingen - dit wordt meestal over de achtergrond van Mohammed geschreven -  zou zich vermoedelijk over Jezus de Christus niet zo druk maken.

Mohammed doet dat wel. De antichrist is volgens Mohammed iemand die Jezus boven god plaatst en verkondigt dat de kruisdood van Jezus de wereld heeft verlost. Misschien reageerde Mohammed hiermee wel op de paus of een andere (kerkelijke of wereldlijke) heerser uit zijn tijd (mede om zo acceptatie van zijn geloof makkelijker te maken?)? Vaak komen tegenbewegingen op in reactie op bijvoorbeeld verstarring, corruptie en machtsmisbruik binnen de dominante groep.

Verder is opvallend dat de jood Jezus volgens Mohammed bij zijn wederkomst van team is gewisseld en dan uitkomt voor de islam. Jezus zal de islamitische wetgeving overnemen, de Sharia, en de antichrist doden. En niet te vergeten alle andere christenen, behalve die in Jezus geloven (maar god bovenaan de Jakobsladder plaatsen) - een nogal ingewikkeld verhaal dat de complexiteit van zijn verhouding met het christendom lijkt te bevestigen.

Jezus lijkt dus dus bij zijn wederkomst niet op zijn eerste incarnatie, zoals wij die kennen, maar veel meer op de gewelddadige Mohammed uit de tweede helft van diens leven, na het cruciale (bijbelse) breekpunt van rond de veertig jaar. Mohammed schrijft zo schijnbaar via zijn eigen persoon de geschiedenis en de toekomst naar zich toe; de islam is in zijn lineaire visie beter dan het christendom.

Het lijkt of de profeet daarbij wilde teruggrijpen op het jodendom, met name op de verhalen over Mozes. (Even verder speculerend). Er zijn diverse overeenkomsten tussen beide mannen. Ook Mozes schroomde bijvoorbeeld niet om oorlog te voeren tegen andersgelovige tegenstanders. Zo werden de Midianieten onder aanvoering van deze joodse profeet praktisch uitgeroeid.

Jezus’ wederkomst vindt volgens Mohammed plaats op de berg Sinaï. Ook hier vinden we een verband met Mozes (en het joods-christelijke gedachtegoed). Mozes had op die plek (ook al rond z’n veertigste) zijn beroemde brandende braambos-visioen (de struik brandde maar verteerde niet; het innerlijk vuur in zijn levensboom werd ontstoken).

Vlakbij de (vermoedelijke) locatie waar dat gebeurde is een krachtplaats waar sinds zestienhonderd jaar in een klooster waardevolle (vroeg-christelijke) teksten worden bewaard. Ook in de tijd van Mohammed.

De berg Sinaï lijkt dus een logische plek voor Mohammed, de profeet van de god van het schrift, om Jezus te laten terugkeren. Midden in zijn (Egyptisch-joods-christelijke) traditie van profeten, pennen en zwaarden én in verbondenheid met Mohammed zijn grote voorbeeld Mozes.

Comments Off

admin op 7 March 2011 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel

Over de Indigo kinderen van Generatie Y

Indigo’s of nieuwetijdskinderen; voor de één zijn ze voorbodes van een veelbelovende spirituele verandering van de laatste jaren, voor de anderen vormen ze een modieus verschijnsel om probleemkinderen legitiem een hogere status te geven, vergelijkbaar met het verschijnsel van de hoogbegaafde kinderen; die zijn er ook, maar het zijn er maar een paar en de vraag is of die begaafdheid, die zich vaak op een enkel vlak manifesteert, ook op langere termijn aantoonbaar blijft.

Onlangs verscheen het boek ‘De Indigo kinderen, 10 jaar later’ van Lee Caroll & Jan Tober (Uitgeverij Petiet, 2010). Daarin kijken de schrijvers na tien jaar terug op hun eerste boek dat de Indigo kinderen een naam gaf en ze op de kaart zette. Het huidige boek is een amalgaam van meningen en feiten.

Om te beginnen is er het bekende beeld, namelijk van lieve, wijzige en mogelijk spiritueel begaafde kinderen die onder meer moeite hebben om zich aan te passen aan het reguliere onderwijssysteem. Door hun sensitiviteit en een gebrek aan ervaring om daarmee om te gaan, bijvoorbeeld door zich energetisch af te sluiten of via zelfreflectie meer effectieve sociale patronen te ontwikkelen, komen ze regelmatig in de problemen. Ze voelen, zien, ruiken en horen wellicht meer en dat maakt kiezen en handelen lastiger.

Een oplossing hiervoor wordt binnen de kaders van het lagere onderwijs gezien in het constructivisme, een stroming gericht op ‘learning by doing’ en leren leren die ook binnen het Nederlandse Nieuwe Leren op veel aanhang kan rekenen.

Het nieuwe leren, en dat is niet: alles op de computer, maar ruimte bieden voor eigen invalshoeken afhankelijk van talenten en persoonlijke leerstijlen, blijkt soms goed te werken. Of dit vrije leren ook succesvol is voor kinderen met een laag niveau, althans gemeten met de huidige, op cognitie gerichte onderwijstoetsen, valt te betwijfelen. Of het moet gaan om heel kleine groepen.

Agressieve Indigo’s

Niet alle (mogelijke) Indigo kinderen zijn creatieve, zachtaardige boeddha’s-in-de-dop. Net zo vaak zijn het kinderen die zich zeer op negatieve wijze manifesteren. Onbeheerste agressie tegen zichzelf en tegen anderen, onbegrip, negatieve onzinnigheid, hyperactiviteit; het is een explosief mengsel dat een voedingsbodem heeft in de ervaring onbegrepen te zijn; dan kan de ware aard zich niet ontplooien.

Het kan zijn dat deze kinderen inderdaad spiritueel heel ontwikkeld zijn en vanuit hun genen, aard en omstandigheden tijdelijk negatief reageren. Dat is wat in het boek wordt gesuggereerd. Maar, en hier raken we een cruciaal punt: hoe en door wie moet worden bepaald wat waarschijnlijk een ‘echte’ Indigo is?

Het moet iemand zijn met een grondige pedagogisch-didactische kennis van en ervaring in de omgang met kinderen die bovendien spiritueel gevorderd is. Want van de beschreven kinderen zijn er behoorlijk wat die schijnbaar hun opvoeders napraten, binnen ’spirituele’ kaders sociaal wenselijke antwoorden geven en niet echt blijk geven van grote diepte; vaak gaat om het gekopieerde spirituele tegeltjeswijsheiden.

Een andere factor die een rol speelt, is de verleiding voor ouders om hun kinderen nog meer speciaal te maken dan ze voor hen al zijn, waardoor een soort blindheid ontstaat voor de werkelijkheid. Denk ook aan een recent tv-programma, Paranormale Kinderen op SBS6, waar dat verschijnsel te zien was.

Soms is de meest simpele verklaring voor ‘onaangepast gedrag’ de meest waarschijnlijke: er zijn biochemische en/of psychosociale redenen die niets met wat voor geëvolueerde bewustzijnstoestand dan ook te maken hebben (al kunnen extreme situaties wel bepaalde grensoverschrijdende ervaringen oproepen en processen in gang zetten).

De kinderen, naar wie ik nu verwijs, hebben waarschijnlijk eerder te lijden van de constructivistische aanpak en behoeven vooral helderheid, eerlijkheid en structuur. En dat is ook precies wat veel van hen aan de leerkrachten vragen: geef me regels en regelmaat om me aan vast te houden. Een enkeling vraagt om begeleiding om met hun paranormale vermogens om te gaan.

Als het reguliere onderwijs niet past, moet je je kinderen maar thuis lesgeven, zo valt ergens te lezen. De vraag is of je deze kinderen, of het nu ‘echte’ Indigo’s zijn of niet, de kans op het ervaren van het reguliere leven - hoe beperkend voor hen soms ook - moet ontzeggen door ze te stigmatiseren en te isoleren. Naar mijn mening zou de uitdaging moeten zijn om ermee te leren leven.

Kenmerken

Hoe weet je nu of iemand een Indigo is? Wendy Chapman beschrijft, op basis van onderzoek onder dit soort kinderen, een aantal kenmerken: 1. Sterke empathie (84 procent), 2. Duidelijk zelfbewustzijn (76 procent), 3. Overal betere manieren zien om het werk te doen (74 procent), 4. Dagdromers en/of zieners (72 procent) en 5. Zeer creatief (70 procent).

Hiermee zou het mogelijk moeten zijn om het kaf van het koren te scheiden. Dat is wenselijk, omdat kinderen anders misschien de noodzakelijke begeleiding moeten ontberen. Er zijn intussen ook al jongeren die als Indigo worden gelabeld, zelfs een paar van veertig. In reguliere werksituaties gaat het vaak niet goed met ze.

De oorzaken daarvan zijn – opnieuw – niet makkelijk te achterhalen. 1. Waren het Indigo’s zoals intussen door Chapman grofweg afgebakend en misten ze passende begeleiding? 2. Of hadden ze om andere redenen gedragsproblemen die nu onvoldoende zijn opgelost en zijn ze als schijnbare Indigo’s juist verkeerd begeleid? Hadden ze juist meer regels nodig in plaats van minder?

Volgens een bijdrage over dit onderwerp zijn de onderzochte jongeren onrealistisch zelfverzekerd. Ze zijn leergierig, maar gaan klokslag vijf uur naar huis, zelfs als ze daardoor het mes in het varken moeten laten steken. Ze vinden dat ze binnen een jaar promotie moeten krijgen, vragen gemakkelijk om opslag en nemen gelijk ontslag als niet wordt tegemoet gekomen aan hun verwachtingen.

Dit zou typisch Indigo-achtig zijn. Je zou ook kunnen zeggen: het zijn verwende kinderen die in de rijke jaren negentig alles kregen wat hun hartje begeerde, ze missen elk sociaal verantwoordelijkheidsgevoel, staan los van de realiteit en zijn blind voor hun sterke en vooral ook voor hun zwakke punten. Je ziet het soms bij audities voor programma’s als X-factor, waar een oneindig positieve houding en een dito zelfbeeld een echte ‘reality check’ tot dan toe hebben voorkomen.

Opvallend hierbij is wel, dat het bij de in het boek beschreven werkende jongeren doorgaans niet gaat om de nieuwe toppers op het gebied van creativiteit, wetenschap, onderwijs, spiritualiteit of business. De meeste banen van hun banen betreffen ongeschoold, laaggeschoold of middelbaar geschoold werk. Dat zou natuurlijk juist de reden kunnen zijn voor hun slechte functioneren; ze worden niet herkend om wie ze zijn en wat ze kunnen en daardoor lopen ze vast.

Maar het meest verbaast het me dat ze niet massaal vertegenwoordigd zijn in de creatieve sector (reclame, muziek, beeldende kunst, literatuur, games et cetera), waarvan de toegang en de cultuur toch veel vrijer zijn dan in andere maatschappelijke domeinen waar traditionele scholing en regels vaker voorop staan.

Indigo = Y

Gates McKibbin ziet ïn het boek van Carroll & Tober een vrijwel volledige overlap van de Indigo’s met Generatie Y, de 60 miljoen jongeren geboren tussen 1980 en 1994. ‘Ze zijn zich sterk bewust van de onbestendigheid van menselijke omstandigheden, of het nu gaat om machtsmisbruik door corrupte leiders of ongecontroleerd geweld in de lagere klassen. Indigo’s zien integriteit als uitzondering en ze geloven dat gerechtigheid kan worden gekocht. Ze lopen op het scherp van de snede tussen confronterend realisme en cynische desillusie’. En ze leven alleen in het nu (niet als innerlijk verstilde boeddha’s maar als een soort beweeglijke nihilisten).

Als je er eentje gevonden hebt, hoe kun je dan het beste omgaan met een Indigo? Ik haal nog eens McKibbin aan, die schrijft over werkverhoudingen: 1. Onderzoek hun wereld. ‘Ze zijn roekeloos onafhankelijk en willen door iets essentieels geïnspireerd raken.’ 2. Daag ze voortdurend uit. Stel vast waar ze goed in zijn en bied ze ruimte om beter te worden en hun taken te verbreden. Zo kunnen ze ook een grotere bijdrage leveren.

3. Train en begeleid. Geef eerlijke feedback, zorgt dat beroepsmatig gedrag effectief vorm kan krijgen zonder dat ze het gevoel krijgen dat ze hierdoor hun eigenheid geweld aan doen. 4. Durf vanzelfsprekendheden ter discussie te stellen. 5 Stimuleer hun waarden (autonomie en onafhankelijkheid zijn belangrijk). 5. Zie als ‘baas’ af van autoritair optreden, je zult hiermee alle respect verliezen. Focus op gezamenlijke voordelen voor bedrijf en werknemer. 6 Erken hun bijdrage.

McKibbin stelt samenvattend: ‘Het is de rol van de manager het potentieel van iedere werknemer naar boven te brengen. In veel opzichten zijn Indigo’s niet anders dan anderen.’ Verder lezen? Kijk eens op Wikipedia of op DMOZ of doe een Indigo-test of twee, drie.

Comments Off

admin op 5 March 2011 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel