Archief voor February 2011

Nederlandse politiemissie in Afghanistan wacht zware taak

Afghanistan is een gebied waar veel buitenlandse mogendheden hun militaire tanden op hebben stuk gebeten. Dat dreigt nu ook te gebeuren met de geallieerde NATO-eenheden onder aanvoering van de VS. In hun voetsporen deed ook Nederland herhaaldelijk mee aan diverse missies, maar het draagvlak hiervoor lijkt af te nemen. Nu is een nieuwe missie gepland, een politiemissie. Die kon wel eens een stuk lastiger worden dan menigeen denkt.

Ironisch genoeg is er internationaal, ook in de VS, toenemende steun voor de opbouwmissies, waar die eerder door de Amerikanen niet zo werden gewaardeerd. De hoge militaire bazen van dat land zouden aanvankelijk vooral geïnteresseerd zijn in ‘body counts’, zo blijkt uit stukken die WikiLeaks eerder publiceerde.

De komende militaire missie is bedoeld om politieagenten op te leiden, zo heeft GroenLinks in de Tweede Kamer bedongen door gebruik te maken van de verschoven stemverhoudingen. Maar specialisten zeggen dat het ‘gewoon’ oorlog is in Afghanistan en dat politieagent zijn daar, wel even wat anders is dan in Nederland.

Oorlogsverslaggever Arnold Karskens citeerde in januari een Duitse militair, nu in Kunduz verantwoordelijk voor het opleiden van inheemse politieagenten. Deze zei heel cynisch: ‘Als ze maar een checkpoint overleven’; de rekruten zijn slecht getraind en een groot deel overleeft niet lang. In de drie maanden ervoor waren er in Kunduz al tachtig omgekomen.

Daarom wil de lokale politietop in Kunduz liefst dat nieuwe agenten niet alleen leren schieten, maar hoe ze zich moeten beschermen tegen zelfmoordenaars en hoe ze moeten omgaan met mortieren en pantservoertuigen. De Duitse en vermoedelijk ook de Nederlandse opleiders willen daar niet aan, dus lijkt een aanzienlijk aantal nieuwe agenten, gelokt door eten en 260 dollar per maand, een wisse dood tegemoet te gaan.

Gevaarlijk kat-en-muisspel

Om meer te weten te komen over de situatie in Afghanistan, spreken we met Patrick van den Burg, onderofficier bij de pantsergenie. Hij heeft drie International Security Assistance Force (ISAF) missies in Afghanistan afgerond (2003: Kabul; 2006-2007: Deh Rawood, 2009: Tarin Kowt). Daarvoor werkte hij als militair in Bosnië (2001-2002) en Kosovo (2002-2003).

Van den Burg woont in Sittard en geeft momenteel les aan onderofficieren op het Opleidings- en Trainingscentrum Genie in Vught. Tijdens de laatste uitzending in 2009, als onderdeel van de 413e Pantsergeniecompagnie uit Oirschot, was hij verantwoordelijk voor de opsporing van de beruchte bermbommen.

Dit zijn, anders dan de naam doet vermoeden, vaak in de weg begraven geïmproviseerde bommen, al zitten ze soms ook in stenen muurtjes om de schade te vergroten. Ze kunnen op afstand worden ontstoken of werken met drukplaten. Het meest worden ze gevonden in te doorkruisen rivierbeddingen, omdat grondverzet daar lastig te zien is. Verder waren er de zelfmoordenaars met springstoffen waar de Sittardenaar rekening mee moest houden.

Regelmatig kwam hij ook in steden die de meesten van ons alleen van het journaal en uit de kranten kennen. Vaak was dat als onderdeel van een transport waarvoor hij dan deels verantwoordelijk was. In een voortdurend kat-en-muisspel met de bommenleggers, die hij op den duur herkende aan hun favoriete werkwijze, moest hij de veiligheid waarborgen van soms wel driehonderd soldaten en ruim honderd voertuigen tegen bermbommen en eventueel daaraan gekoppelde hinderlagen.

De bommenleggers waren vaak lokale boertjes, vertelt hij. Ongeschoold en zwaar onder druk gezet door de Taliban om de bommen te plaatsen en te bedienen. Zo werden burgers gedwongen mee te vechten.

Ironisch genoeg, hebben de op NATO-militairen gerichte bermbommen ook veel burgerslachtoffers geëist. Het zou volgens Amerikaanse militaire gegevens, gepubliceerd via WikiLeaks, in de periode 2004 tot 2009 gaan om zeker tweeduizend burgers. Daarvan bestond overigens een deel uit bommenleggers die de dupe werden van hun eigen acties.

Voordat een colonne vertrok, werd de route bekeken met stafkaarten, films, satellietfoto’s, foto’s die eerder tijdens de route vanaf de grond waren gemaakt, soms aangevuld met informatie van informanten ter plaatse. Op basis daarvan ontwikkelde Patrick van den Burg met ‘militaire precisie’ scenario’s voor potentiële knelpunten en in het geval daar een aanslag zou plaatsvinden. Via een powerpoint-presentatie werd vervolgens de staf gebriefd zodat iedereen wist wanneer, waar wat te verwachten was.

In die gevallen dat er wat gebeurde of er een serieuze dreiging was, ging de vooraan mee rijdende pantsergenist op onderzoek uit en verliet de Quick Reaction Force het konvooi om bedreigingen binnen een kwartier ongedaan te maken. Tegenstanders werden opgespoord en indien nodig uitgeschakeld.

Als een bom een konvooi stillegt zijn de militairen - die exact hun weg vervolgen juist vanwege de bermbommen - namelijk een makkelijk doelwit voor sluipschutters en mensen met raketten. Zeker in kloven en passen waar je vrijwel geen uitwijkmogelijkheden hebt.

Raketaanval Kamp Holland

Onder zijn dienst zijn er gelukkig geen ongelukken geweest tijdens de verplaatsingen. Toch was er in april 2009 een incident dat hem nog lang zal heugen. Kamp Holland bij Tarin Kowt werd rond die tijd regelmatig vanuit een vast punt bij het bergdorpje Sayyed Dan met raketten bestookt. Op 6 april raakte een raket doel. Hij sloeg in tussen de containerbunkers waaruit het kamp is opgebouwd.

Patrick van den Burg stond op minder dan een steenworp afstand. Hij bleef, zoals altijd, ontspannen en handelde op routine. ,,Er zijn toen vijf gewonden bij gevallen en één jongen is overleden. Daar zat ik vijftien meter vanaf. Ik zat net aan de goede kant van de wal, om de hoek van de container. Die klap neem je mee en doelmatig ga je handelen.

Hee, die klap komt je bekend voor, dat is niet goed, en je gaat naar binnen. Automatisch zijn we weer naar buiten gegaan, hebben we die jongens opgehaald, die jongens zijn bij ons naar binnen gebracht. Die zijn medisch verzorgd en later naar het ziekenhuis vervoerd. Daar heb ik ook aan deelgenomen. Het gaat in een waas voorbij, automatisch gaat het klik; emoties uit, en handelen. Dat is het voordeel van trainen, trainen, trainen.

Ik heb er ook geen naweeën van gehad. Sommige andere collega’s wel. Een vrouwelijke collega van mij is nu nog aan het revalideren. Heel snel was er een maatschappelijk werker bij aanwezig, zodat mensen even stoom konden afblazen. Daarna werd het ook goed opgepakt. Dat is nu heel goed bij Defensie. Na afloop van de missie zijn we voor recuperatie en debriefing naar Kreta geweest, dat is gebruikelijk; om bij te komen. Even de veren schudden voor we weer naar Nederland gingen.”

De Wereldomroep meldde na het voorval dat de Nederlandse soldaten er eerder niet in waren geslaagd om de rakettenman, een zekere Mullah Qasim, en zijn kameraden te pakken te krijgen. Ondanks alle geavanceerde technologie die hen ter beschikking stond en tips die binnenkwamen als er weer een raket door hem was afgeschoten.

Patrick van den Burg: ,,Er liggen vijftienhonderd man, allemaal ondergebracht in door dikke grindwallen beschermde containers. Dat is dus een groot gebied, dat moeilijk te beveiligen is. Dat kan niet. Wat doen die lui? Die hebben zo’n raket en die gaan ze heel primitief ontsteken en dan richten ze hem uit de losse pols; die kant moet hij ongeveer op gaan. Dit is ook een toevalstreffer geweest. We kunnen ze wel opsporen, maar vaak doen ze er een heel erg lange lont aan - het is een soort vuurpijl - en zien we hem pas komen als hij vertrekt. Dan is de dader al gevlogen.”

Nadat de raket was ingeslagen is een klopjacht gehouden op de hoofddader, aldus de Wereldomroep: ‘Het aanpakken van dit gebied werd in alle haast prioriteit en de jacht op de daders werd geopend. Mullah Qasim wordt eind mei “op de vlucht” gedood door de Australiërs.’

Samenwerking inlichtingendiensten

Op dat moment werd ‘on the ground’ goed samengewerkt. Op hogere niveaus ging er mogelijk rond die tijd - en zeker in de voorgaande jaren – het nodige mis. The Guardian citeert in maart 2009 via WikiLeaks uit een vertrouwelijk rapport uit 2008 van het RAND instituut dat mede gebaseerd is op interviews met hoge Nederlandse militairen. Daar staat in dat tussen de kopstukken van het Australische en Nederlandse leger ‘intens wantrouwen’ heerste. En hun collega’s bij de VS weigerden om militaire inlichtingen te delen met andere geallieerden.

In Kamp Holland waren dertien verschillende geheime diensten uit diverse landen actief die nauwelijks samenwerkten. Een Nederlandse luitenant, Niels Verhoef, gaf in het onderzoek aan dat het combineren van de informatie heel waardevol was geweest. Hij zei: ‘Eén inlichtingendienst wist bijvoorbeeld de locatie van een fabriek waar geïmproviseerde explosieven werden gemaakt en wij zijn er drie maanden langs gereden.’ Dit soort explosieven, Improviced Explosive Devices (IED) in vaktermen, is waar Patrick van den Burg zich mee bezighoudt.

,,Niet samenwerken tussen de diensten, daar weet ik in dit geval niks van. Maar het klinkt me niet onbekend in de oren. Dat is echt overal. Vooral de Amerikanen hebben er een handje van de poot strak te houden. Persoonlijk weet ik daar niets van, dat speelt niet op de werkvloer, dat is vooral op astraal niveau; de sfeer van de generaal en de kolonels, niet de werkvloer. Je hoort natuurlijk wel de verhalen in de wandelgangen, via de verwarmingsbuizen, maar details ken ik daar niet van.”

,,Ik heb het de laatste missie eigenlijk behoorlijk meegemaakt; dat ik gewoon geen info kreeg. Zoals al zei, deed ik de konvooi-operaties in Uruzgan. Op een gegeven moment was er een konvooi gepland naar Kandahar. Alle info van de grens tot Kandahar had ik. De info van de grens van Kandahar tot onze eindbestemming in Kandahar, daarover kreeg ik bijna geen informatie.

Ik moest, zoals altijd, een analyse maken van de route en dat doe je aan de hand van de informatie die je krijgt. Bijvoorbeeld ook over incidenten die er recentelijk geweest zijn. En over dat deel kreeg ik toen heel weinig informatie.”

Hij zegt het niet, maar de implicaties zijn duidelijk: doordat deze strategisch belangrijke informatie vanuit het hoofdkwartier in Kandahar niet werd verstrekt, heeft het Nederlandse konvooi die dag een onnodig hoog veiligheidsrisico gelopen. En dat terwijl rond die tijd (20 maart) een bermbom even buiten Kandahar zorgde voor vier doden en acht gewonden onder Canadese militairen.

Amerika had destijds te weinig mankracht voor goed militair management van Kandahar, stelt The Washington Post. Maar bondgenoten zouden toch als eerste gesteund moeten worden, hoor je Patrick van den Burg denken.

Politiemissie grote uitdaging

De nieuwe Nederlands missie voor Afghanistan is eind januari voorbereid tijdens het Strategic International Afghan National Police (ANP) Development Symposium op de NATO-basis in Brunssum. Na vervolgens de nodige discussie in de Tweede Kamer, werd besloten dat er 545 mensen worden gestuurd voor een opbouwmissie. Dit zou een breuk zijn met de eerdere missies. Op de website van de basis in Brunssum wordt dan ook nadrukkelijk gemeld dat de laatste Nederlands militair Afghanistan begin februari dit jaar heeft verlaten.

Nederland levert 225 politietrainers. Zij gaan naar de plattelandsprovincie Kunduz en naar de hoofdstad Kabul. Als het nodig is, moeten ze de agenten-in-opleiding van de Afghan National Police (ANP) ook beschermen. Aanvullend zijn er 125 ‘ondersteunende militairen’ bij die dat klaarblijkelijk full time doen. Dus er zijn zeker 350 militairen die mogen terugvechten als dat nodig is.

De rest van de missie bestaat uit specialisten, waarvan de taken niet bekend zijn, en 120 man ondersteunend personeel. En alles wordt beschermd door het Duitse leger, dat het in de regio voor het zeggen heeft bij de geallieerde troepen.

Op de site van de Allied Joint Force Command in Brunssum staan klinkende cijfers. Het afgelopen jaar zouden in heel Afghanistan 9.900 Afghaanse agenten zijn opgeleid en er zouden nu 14.000 aan het programma deelnemen. Daarbij zijn intussen 568 inheemse instructeurs betrokken.

Een een meer genuanceerd beeld komt naar voren uit een achtergrondartikel uit de New York Review of Books van 13 januari. Volgens journalist Ahmed Rashid zijn er nu 109.100 politiemensen in Afghanistan en 134.000 Afghaanse veiligheidstroepen. Hij schrijft dat het personeel van het Afghaanse leger jaarlijks een uitvalspercentage heeft van 24 procent (’the attrition rate’). 86 procent van de soldaten is ongeschoold en drugsgebruik is een wijdverspreid probleem.

Ahmed Rashid: ‘Met de Aghaanse politie is het zelfs nog erger. (…) Dat wordt geteisterd door basale incompetentie, analfabetisme en corruptie, waardoor het creëren van een politiemacht een gigantisch probleem vormt. Hoewel 80 procent van de eenheden samenwerkt met NATO-eenheden, is geen enkele Afghaanse eenheid in staat om in het veld zelfstandig te functioneren. Afghaanse troepen zijn alleen in Kabul de baas, maar voornamelijk doordat er een aanzienlijke krijgsmacht van de NATO aanwezig is.’

Het lijkt er dus op dat de Nederlandse militairen in Afghanistan een behoorlijke uitdaging te wachten staat. Voor Patrick van den Burg is het nu even genoeg. Hij gaat dit keer niet mee en concentreert zich liever op zijn werk als docent om alle kennis en ervaring over te dragen. En natuurlijk op zijn gezin. Want zijn vrouw en kinderen hebben hem, met vijf missies, al veel te vaak en veel te lang moeten missen.

(Dit artikel is geschreven voor het WijkKrantje in Sittard.)

Comments Off

admin op 13 February 2011 in Politiek & Media