Archief voor November 2010

Stadsvos: urban legend of toekomstbeeld?

De vos wordt steeds vaker in stedelijk gebied gesignaleerd. Staat de stadsvos voor de deur? Of is het een urban legend waarvoor vrijwel elke onderbouwing ontbreekt? En hoe gevaarlijk en schadelijk is de vos eigenlijk?

In juni was er commotie rond een vos die een paar keer op bezoek kwam in het zwembad in Meerssen. Ook in Roermond, Nijmegen en in Den Haag zijn de afgelopen paar jaar diverse malen vossen in verstedelijkt gebied waargenomen.

Het kan zijn dat de vos bezig is aan een opmars naar verstedelijkt gebied omdat hij vlucht voor jagers in het buitengebied. Een andere en waarschijnlijk meer plausibele uitleg, is dat er steeds meer gebouwd wordt in het gebied van de vos, waardoor de vos vaker in stedelijke gebieden wordt gezien; de territoria van de mens en de vos gaan (meer) overlappen.

Uit zenderstudies, waarbij vossen met een peilzendertje worden uitgerust om hun bewegingen te volgen, blijkt echter dat vossen stedelijk gebied meestal mijden. De waarnemingen van stadsvossen de afgelopen jaren, die waarschijnlijk mede komen door een extra alertheid op basis van aandacht in de media, zouden dan incidenten zijn. Maar er zijn cijfers uit Den Haag die op het tegendeel lijken te wijzen.

In een zenderstudie in 2000 naar vossen in het duingebied Meijendel, bij Den Haag en Wassenaar, werden relatief veel vossen in stedelijk gebied waargenomen, aldus dr. Femmie Kraaijeveld-Smit. Zij is beleidsmedewerker in het wild levende dieren van de landelijke Dierenbescherming in Amsterdam.

Cijfers van de Dierenambulance in Den Haag wijzen erop dat in 2008 en 2009 het grootste aantal vossen sinds 1992 werden opgehaald (respectievelijk 50 en 37 stuks per jaar). ,,Het is niet duidelijk op basis van deze cijfers of mensen ook meer vossen in stedelijk gebied waarnemen, maar waarschijnlijk is er wel een verband”, stelt Henny Greven van Dierenbescherming Den Haag.

Toch lijkt het wat te voorbarig om te concluderen dat de stadsvos aan een snelle opmars bezig. Als het al gaat om een werkelijke ontwikkeling, dan is het vermoedelijk een zeer geleidelijke die tientallen jaren in beslag neemt.

De eerste meldingen van vossen in randstedelijke gebieden in Nederland dateren van eind jaren tachtig, begin jaren negentig. Toen kwamen vossen regelmatig in het nieuws doordat ze het in diverse landsdelen gemunt hadden op sier-eenden in de tuinen van particulieren. Ook hier geldt dat een reeks incidenten via de media snel kunnen uitgroeien tot een structureel verschijnsel. Tegenwoordig lees je bijna nooit meer iets over door vossen gemolesteerde sier-eenden.

In het buitenland speelt het verschijnsel van de stadsvos al langer. Steden als Brussel, en in mindere mate Gent, hebben sinds enkele jaren een zekere vossenpopulatie. Met name in Brussel speelt het probleem. Daar is enkele weken geleden nog een vos uit een groot winkelcentrum verwijderd.

In Groot-Brittannië, waar de eerste meldingen dateren uit de jaren dertig, zijn sinds de jaren zeventig maar liefst veertig steden met stadsvossen. Dit onderstreept de veronderstelling dat het gaat om een langzame ontwikkeling die (deels) gekoppeld is aan de verstedelijking.

Vossen worden alom gevreesd vanwege de verhalen die over hen de ronde doen. Met name het roofgedrag (gericht op kippen en weidevogels) wordt veel genoemd. Sinds medio vorige eeuw kwam daarbij de angst voor hondsdolheid, een ziekte die ook voor mensen gevaarlijk is.

Om deze redenen - en om het aantal vossen vanwege het ontbreken van een natuurlijke vijand in omvang te beheersen - worden jaarlijks in Nederland zo’n twintigduizend vossen afgeschoten. Desondanks neemt de populatie licht toe, blijkt uit gegevens van de Wildbeheereenheden (WBE’s) uit 2008 en het Compendium voor de Leefomgeving.

Femmie Kraaijeveld-Smit: ,,Dat is interessant, aangezien vossen tot 2002 bejaagd mochten worden, daarna heel even niet, maar sinds 2005 – onder bepaalde voorwaarden – weer wel en er sinds die tijd eigenlijk alleen maar vossen bij zijn gekomen. Met andere woorden; afschot leidt niet tot een afname in aantal”, iets wat diverse wetenschappelijke studies al meermaals hebben aangetoond.

Als voornaamste reden voor afschot wordt het tegengaan van de roof van kippen en weidevogels genoemd, stelt Femmie Kraaijeveld-Smit. ,,Het is maar zeer de vraag of dit echt wel zo werkt.

Weidevogels staan onder druk door nog veel meer dingen dan vossen; veel andere soorten roofdieren, veranderingen in agrarische werkwijzen, zoals het verlagen van de waterstand en te vroeg maaien en de klimaatverandering (het wordt in Nederland te warm en te nat). Alleen de vos weghalen gaat de grutto niet redden.”

Frederik Thoelen, bioloog van het Vlaamse Natuurhulpcentrum in Opglabbeek: ,,Vaak wordt aangehaald dat vossen zorgen voor een enorme afname van weidevogels en zeldzame zoogdieren als bijvoorbeeld hamsters. Uit wetenschappelijk gestaafd onderzoek blijkt dit heel goed mee te vallen, en zijn de problemen absoluut niet zo groot als (meestal door jagers) beweerd wordt.”

Met het bloeddorstige karakter van het dier valt het volgens hem ook wel mee: ,,Vossen zouden voor hun plezier kippen doodbijten. Deze bewering is uiteraard fout. Vossen zijn roofdieren die, net als alle andere dieren, willen overleven. Wanneer ze in een slecht beveiligd kippenhok terecht komen, gebeurt het vaak dat ze alle kippen doodbijten.

Dit heeft niets te maken met bloeddorstigheid, maar met het feit dat de dieren vluchtgedrag vertonen, waardoor de vos ze instinctief gaat afmaken, iets dat bekend staat als “surplus-killing”. Bovendien is dit makkelijk te vangen voedsel waar de vos een hele tijd mee verder kan. Het zou stom zijn om hier niet van te profiteren.”

Dus voor het redden van de grutto hoeven we de vos niet af te schieten. En voor houders van kippen is het zaak om te zorgen voor een goed hok, met stevig gaas en tegels er omheen, dan is de vos ook geen probleem. ,,Dit zijn de enige doeltreffende oplossingen”, aldus de Vlaamse bioloog.

,,Stel dat de jagers negenennegentig van de honderd vossen afschieten en die ene overblijvende vos passeert een slecht kippenhok, dan zal die vos evengoed de kippen pakken. (…) We vinden het jammer dat jagers altijd de oplossing zien in schieten, terwijl er diervriendelijkere en efficiëntere alternatieven zijn.”

De vos brengt tegenwoordig wel een ander gevaar met zich mee, aldus Femmie Kraaijeveld-Smit. ,,De vossen in het oostelijk deel van Nederland, dus ook in Limburg, kunnen een lintworm met zich meedragen die op de lange termijn (vijftien jaar) dodelijk kan zijn. Dit verschijnsel verplaatst zich geleidelijk naar het westen.”

Toch is er geen reden tot paniek: ,,Eet geen ongewassen fruit en groente dat laag bij de grond wordt geteeld. En was je handen als je in de tuin hebt gewerkt of draag handschoenen.”

Maar wat als je een vos tegenkomt? ,,De deskundigen zijn er niet over uit hoe de overdracht van vos naar mens precies verloopt. Ik was laatst op een congres waar gezegd werd dat dit advies, handen wassen, nergens op gebaseerd is. Eén specialist dacht dat de route vos - hond – mens veel waarschijnlijker is. Dus dat de transmissie vooral voorkomen kan worden door niet te veel te knuffelen met je hond en niet in aanraking te komen met zijn uitwerpselen. Eerlijk gezegd klinkt dit advies ook logischer. Het is aangetoond dat honden de worm bij zich dragen. Daarbij komt ook nog eens dat een groot percentage van de mensen dat besmet raakt niet eens ziek wordt (ze zijn immuun).”

In Vlaanderen komt deze lintworm bij vossen overigens niet voor. Bij een screening van tweehonderd vossen in 2007 en 2008 werd deze parasiet bij geen enkele onderzochte vos gevonden. De reden hiervan is onduidelijk. Toch blijkt waakzaamheid natuurlijk altijd geboden.

In Limburg zijn met name in Zuid-Limburg veel vossenburchten geteld tijdens de nationale inventarisatie van de Wildbeheereenheden in 2008. Deze vossenpopulatie hoort met nog drie andere in het zuidoosten tot de grootste in Nederland.

Het gedrag van de Limburgse vossen, zoals het exemplaar dat afgelopen zomer een paar keer een bezoek bracht aan het zwembad in Meersssen, is tussen 2005 en 2006 met zenders onderzocht door vossendeskundige J. Mulder. Hij voerde eerder het hierboven aangehaalde onderzoek uit naar het voorkomen van vossen in de duinen bij Den Haag.

Mulder volgde in Zuid-Limburg vijf vossen met een zender in het kader van onderzoek naar de korenwolf. Op basis hiervan schatte hij dat er in het kerngebied in Zuid-Limburg ongeveer vier vossen per vierkante kilometer voorkomen. In dat gebied vinden 1,5 worpen per jaar plaats met gemiddeld uit 5,1 jongen. De gemiddelde grootte van het leefgebied is 65 vierkante kilometer.

Opvallend was dat alle gevolgde vossen de bebouwde kom meden. Bij afwezigheid van verdere meldingen van vossen in stedelijk gebied sinds afgelopen zomer, ligt het dan ook voor de hand om te veronderstellen dat de jonge ‘zwembadvos’ in Meerssen een verdwaalde avonturier was. Of was het toch de voorbode van een invasie aan stadsvossen? De tijd zal het leren.

Argumenten tegen de vossenjacht:

Vossen vangen woelmuizen die meer economische schade aanbrengen dan de vos.
Het doden van een vos leidt tot een aanzuigende werking van andere vossen en daarmee tot verspreiding van ziekten.
Hondsdolheid, waarvan de vos een overbrenger is, kan in Nederland via vaccinatie effectief worden bestreden.
Kippenhouders kunnen hun dieren met een goed hok beschermen.
Vossen doden in een natuurlijke omgeving niet meer prooidieren dan ze nodig hebben.
Jacht op vossen door mensen is onnatuurlijk en verstoort het ecosysteem.
Er zijn veel meer factoren dan vossen die de weidevogels bedreigen.
De vos staat aan de top van de voedselpiramide en heeft in Nederland geen natuurlijke vijand. De lynx en de wolf zullen incidenteel een vos pakken, maar het verkeer zorgt voor meer slachtoffers.
Bij afwezigheid van een natuurlijke vijand bepaalt de hoeveelheid prooidieren, ziekten en nestgelegenheid de omvang van de populatie vossen.

Argumenten voor de vossenjacht:

Vossen kunnen allerlei ziektes met zich meedragen, zoals hondsdolheid en lintwormen.
De vos doodt meer dieren dan hij nodig heeft als voedselvoorziening. Denk aan weidevogels, kippen, konijnen en fazanten.
De afschot van vossen beschermt weidevogels.
De menselijke jager vervangt de natuurlijke vijanden van de vos, namelijk de wolf en de lynx. Daardoor blijft de populatie op peil.

(Dit verhaal verscheen in het blad van Dierenbescherming Limburg)

Comments Off

admin op 5 November 2010 in Politiek & Media

Wim Hof: ‘Dit was het antwoord op de vraag van de leegte’

Het wonderbaarlijke vermogen van Wim Hof om extreme kou te weerstaan wordt sinds enkele maanden wetenschappelijk onderzocht. De voorlopige resultaten zijn verbazingwekkend. De uitkomsten moeten het wetenschappelijk fundament vormen voor de nieuwe Wim Hof Methode voor gezonder leven. Een instituut is er al, het bijbehorende boek wordt nu geschreven. Eén troost voor cursisten: ze hoeven geen geen lange ijsbaden te nemen op de Noordpool. Het kan ook gewoon in een rijtjeswoning. En om te illustreren dat zijn methode altijd werkt, gaat Wim Hof zich binnenkort richten op het overwinnen van extreme warmte. ,,Het principe is hetzelfde.”

Wim Hof, wereldberoemd als The Iceman, gaat al jaren elke ijskoude uitdaging aan die hij maar kan bedenken. Hij rende in korte broek en gympen een halve marathon in Finland, beklom met dezelfde outfit de Mount Everest en de Kilimanjaro en zat diverse malen ruim een uur in een grote bak met ijs. Ook zwom hij meerdere keren onder tientallen meters poolijs. Het leverde hem tot nu toe achttien vermeldingen op in het Guiness World Records Book.

Intussen hebben zijn prestaties de interesse gewekt van wetenschappers wereldwijd. Zo wordt de Amsterdammer nu onderzocht in het UMC van het Radboud Ziekenhuis in Nijmegen. Het lijkt erop dat Wim Hof, in strijd met gangbare wetenschappelijke inzichten, het autonome zenuwstelsel kan beïnvloeden. Hierdoor is hij naar eigen zeggen ‘vrij van ziekte’ en heeft hij een groot herstellend vermogen. Redenen genoeg voor een interview met deze opmerkelijke man, die binnenkort met hulp van de westerse wetenschap de wereld wil laten delen in zijn helende ervaringen en inzichten. ,,Ik wil het cynisme in één keer van tafel vegen.”

We spreken af in Amsterdam in een strandtent bij de haven waar hij vaker komt om aan de waterkant te mediteren of in het water zijn oefeningen te doen. Het is een milde nazomerdag en het motregent. Wim Hof heeft een tanig postuur, is losjes gekleed en draagt een onbestemde geur met zich mee van leven in de buitenlucht. Voor hem staan een kopje thee en een glaasje wijn; die combinatie is volgens hem goed voor de bloedcirculatie. Ook is er af en toe tijd voor een sigaretje - niets menselijks is hem vreemd.

Een sprong in de vijver

Op televisie en op internet wordt Wim Hof vaak neergezet als iemand die extreme sporten beoefent. Maar je kunt deze man, die ooit aan de kunstacademie wilde studeren, net zo goed een performance kunstenaar noemen. Of een soort westerse yogi, verwant aan zijn collega’s die in Tibet naar verluidt wedstrijdjes doen om via meditatie zo snel mogelijk sneeuw te laten smelten of een deken te drogen. Hoe dan ook, zijn hele leven staat in het teken van extreme ervaringen.

Het begon allemaal in geboorteplaats Sittard, op een winterdag, op het voetbalveldje vlakbij hun huis, vertelt hij. De eerste sneeuw was maagdelijk wit en de kleine Wim begon ineens op blote voeten rondjes te rennen. ,,Dat was een geweldig gevoel. Ik bleef maar rennen en mijn voeten werden helemaal warm. Ik denk wel anderhalf uur lang. Mijn jongere broer ging ook meedoen en het was heerlijk, één en al fun!” Maar een echt machtig gevoel kreeg hij als achttienjarige bij zijn eerste ijsduik in het Amsterdamse Beatrixpark.

,,Ik werd aangetrokken door het dunne ijs, trok m’n kleren uit en ben erin gesprongen. Een halve minuut, een minuut onder water. Wow! Al die gedachtegangen, al dat zoeken… Ik was een zoeker, verdiepte me in esoterische disciplines en yoga, karate, had een hang naar verdieping… Wat is de diepte, wat is de ziel? Ik las allerlei boeken, maar kon het niet vinden. Het contact, de las werd niet gemaakt. En dit doorbrak het. Dit was het antwoord op de onbeantwoorde vraag van de leegte, hierdoor werd aaneen gesmeed werd wat nog niet aaneen gesmeed was. Dat wat eenheid in jou vormt, dat ben je ook. Dat is voor mij spiritualiteit. Het was een machtig gevoel. Natuurlijk ging ik dat weer opzoeken.”

Ook toen zijn eerste vrouw overleed, eind jaren negentig, hervond hij eenheid in de natuur. Hij beklom toen in Spanje ongezekerd een ‘onbeklimbare’ rots van ruim dertig meter hoog. Ook toen ervoer hij een diepe verbondenheid en sereniteit. En, alleen aan de top na alle beproevingen, misschien wel een schitterend besef van grandioze nietigheid. Gevaarlijk is het niet, wat hij doet, vindt Wim Hof. Als je maar weet wat je doet en wat je kunt. En goed luistert naar je lichaam, naar de natuur.

Irrationele angsten overwinnen

,,Je hebt irrationele angsten, drijfveren van het verleden, blokkades. Die moet je oplossen voordat je zo’n uitdaging aangaat. Dat gebeurt ook elke keer, daarom doe ik het ook. Een soort schoonmaak. Catharsis. Maar de echte angst, de angst als een natuurlijk signaal dat daar een grens is, die neem ik absoluut waar en daar ga ik ook niet overheen. Ik heb 7500 m in korte broek afgelegd op de Mount Everest, maar toen ben ik wel terug gegaan omdat ik voelde dat mijn aderen nog niet helemaal flexibel waren.”

Door dit soort grens-ervaringen krijg je een groter gevoel van controle, beheersing over jezelf, vertelt Wim Hof. ,,Het gaat ook gepaard met beleving. De bezem door je innerlijk. Het gaat erom jezelf te raken in de diepte, daar vindt ook de verwerking plaats. Door dit te doen, word ik stil, komt er een rust over mij. Ik vertrouw dat, want de natuur vertrouw ik. Daar gebeurt mij ook niks. De zoeker is dan voor even een vinder geworden. Eenheid.

In het verleden werd ik net als iedereen geregeerd door herinneringen en emoties. Maar af en toe doe ik iets waardoor de eenheid helemaal beleefd wordt. Waardoor je totaal losgekoppeld wordt – die macht hebben we vaak verloren; dat we ons niet meer kunnen loskoppelen van onze patronen, emoties, gedachten en het verleden. Die moet je niet de regie overgeven, die gaan dan een heel eigen leven leiden. Loskoppelen doe ik bijvoorbeeld door een heel zware beproeving aan te gaan, in de koude, of een angst te overwinnen.

Het is vaak zo dat wij door onze angsten geregeerd worden. Angsten en vermeende zekerheden die daarmee verbonden zijn. En dan is er altijd wel een logische verklaring waarom we dingen niet helemaal doen, maar uiteindelijk voelen we ons niet helemaal lekker. Niet helemaal zoals we zouden willen. Maar als je jezelf af en toe weet los te koppelen, jezelf uitdaagt, dan kun je stappen zetten. Daarbij maakt de uitdaging niet uit.

Het kan zijn dat de timmerman een prachtige kast gaat maken waarin de concentratie en de sereniteit tijdens het maken, momenten waarin de tijd wegvalt, zijn verwerkt. Via tijdloosheid krijg je mooie kunstwerken, dat is beleving. Die diepte is op een gegeven moment zonder woorden, zonder geachten. Een ervaring. Dat is dan voor mij meditatie. Totaal geabstraheerd, door erin te gaan en het te voelen, niet door erover te praten en boeken te schrijven. Het is ver weg van het normale, dat is beleving.

Whhaa!!! Sodemieter op!

Uiteindelijk is het leven zo wonderlijk mooi. Maar het is zo vaak ondergesneeuwd door de waan van de dag. En vergeet niet: het is je recht en je plicht om je goed te voelen. Geloof in jezelf is vasthouden aan die beleving. Af en toe moet je gewoon zoiets hebben van: ‘Whhaa!!! Sodemieter op! Ik wil gewoon die beleving in! Ik ga dit doen! Ik ga dat doen! Ik ga eindelijk dat oppakken! Ik ga die reis zo maken!’ Dat gevoel, dat is het begin waardoor je de kracht hebt om door die vermeende zekerheden, door die angst en die blokkades in je zelf heen te komen.

Mensen denken dat er directe antwoorden zijn op innerlijke vragen. Maar antwoorden betekent gewoon werken aan jezelf. Diep gaan in jezelf. Eigenlijk zou ik willen zeggen: doe het gewoon. Je bent een open boek. Sla die eerste pagina open en begin te kijken. Het heet het leven. Dat ben je zelf. En wat jij wilt, zover zal je komen. En als je niet gedreven bent, zul je er niet komen.”

Natuurlijk gecertificeerd

Op internet wordt gesuggereerd dat je Yoga-, Tummo- en andere meditatietechnieken gebruikt.

,,Ha! Ze schrijven en zeggen zoveel. Sommige dingen zijn gewoon idioot! Ik ben nergens in gecertificeerd. Ik ben gecertificeerd door de natuur. Ik heb het diepste in mezelf naar boven gebracht. Ik heb weer eenheid in mijn lichaam gebracht. De natuur is een harde spiegel, maar wel een rechtvaardige. Zo leer je het ook; van binnenuit. Het zijn fysiologische mechanismen die aaneenrijgen. Het gaat erom het dier in ons te leren kennen.

Ik heb nu Tummo-leraren ontmoet, mensen als Wonguyal Tenzin Rinpoche uit Tibet, en die zijn zeer onder de indruk van mijn niveau. Chi Kung-leraren, ik geef ze les, maar ben niet gecertificeerd. Yoga-leraren, ik heb boeken over yoga geschreven maar ben niet gecertificeerd…” Een gesprek over stromingen en leermeesters is voor hem niet interessant meer. ,,Dat stadium ben ik gepasseerd.

Ik heb het geleerd door me bloot te stellen in de natuur en de juiste ademhaling. Je wordt gewoon gedwongen naar de juiste ademhaling, anders isoleert het niet. Anders veroorzaak je geen warmte in jezelf. Je wordt gedwongen fysiologische mechanismen die slapen wakker te maken en met elkaar te verbinden. Goed te laten samenwerken. Want koude is kracht. Zeker ijskoude is kracht, impact. En daar moet je iets tegenover stellen. Ik onderbreek het niet. Ik maak sluiting, de aderen rond de kern, de vitale delen, weet ik hermetisch te sluiten; lever, hart, longen, hersenen. Dat moet zevenendertig graden blijven. Als je diep genoeg gaat, kan je controle krijgen over het sluiten van je aderen.” En zo dus extreme temperaturen weerstaan, het eigen energieniveau verhogen en het welbevinden vergroten. ,,Extreme koude of hitte ondergaan is wakker worden. En het voelt ook nog goed ook.”

Versterking immuunsysteem

Jouw methode bestaat schijnbaar uit een combinatie van anticipatie, gewenning, acceptatie, focus en ademhalingstechnieken. Kun je er iets meer over vertellen?

,,Mijn methode, waarin ik ook op scholen les wil geven, heeft twee pijlers. Eén is de wetenschap. Die laat zien hoe de fysiologie en de immunologie in elkaar zit, via bloedwaarden en allerlei metingen. De wetenschap moet de methode onderbouwen. Proefondervindelijk is bijvoorbeeld in het UMC in Nijmegen aangetoond dat mijn cellen verhoogde activiteit vertonen als ik doe wat ik doe en ook daarna nog één en vermoedelijk zelfs twee weken. Het zorgt voor versterking van het immuunsysteem. En je krijgt meer controle over je zenuwstelsel. Verder is sprake van een spectaculaire onderdrukking van de ‘ontstekingslichaampjes’ in het bloed.

De ander pijler is de ademhaling. Het draait om potentialen; het is gewoon elektriciteit. Pneumatisch, door een bepaalde druk uit te oefenen via je eigen longen en je geest kun je die elektriciteit goed losmaken. Druk is gelijkwaardig aan een bepaalde elektrische waarde. Het gevolg is dat je heel diep gaat en dat alle systemen opengaan en alle systemen weer met elkaar gaan samenwerken. Als mensen specifieke problemen hebben, schrijf ik aanvullend bepaalde yoga-oefeningen voor.

Belangrijk bij de methode is verder dat je jezelf geestelijk niet moet tegenwerken, maar moet meegaan. Noem het even geloof. Meestal staan mensen vijandig tegenover kou. Maar het ijs is een vriend. Het veroorzaakt warmte in je lichaam, mits op de juiste manier benaderd. Daarom noem ik ijs mijn warme vriend.

En anticiperen, inderdaad. Denk vooraf, nadat je het nemen van ijsbaden geleidelijk hebt opgevoerd: ‘Het is winter en nu ga ik over één minuut ijszwemmen’ Als jij je dat echt inbeeldt, zit je over een minuut op de wc. Dan stuur je het op dat moment even bewust aan, door die gedachte te richten, sluit je je adem. Dat is invloed uitoefenen op het autonome zenuwstelsel – waarvan we zeggen: dat kan niet.

De methode vraagt twintig minuten tijd per dag. Een ijsbad is niet eens nodig, maar zo’n bad is wel een goede check voor jezelf. Het is absoluut versterkend. De manier waarop ik het doe, zorgt ervoor dat je je bewust stukken verder en sterker voelt en het beter aankunt. Niemand hoeft binnen mijn methode zover te gaan, dat slaat helemaal nergens op. Niet iedereen hoeft een professionele topvoetballer te zijn, maar af een toe een balletje trappen is wel gezond. Of een beetje rennen. Een beetje in de kou is nog veel gezonder.

Ice Man wordt Steam Man

De verschijnselen bij extreme kou lijken op die bij extreme hitte. Je bedrijft wetenschap met je lichaam, is het geen optie om eens extreme hitte te trotseren?

,,Grappig dat je dat zegt. We hebben dat laatst voor National Geographic getest in New York.Op een gegeven moment steeg de temperatuur en een ervaren saunaganger, die als proefpersoon erbij zat, moest eruit gehaald worden. Ik deed hetzelfde als met de kou: de kerntemperatuur beheersen en behouden. Nu gebeurde dat in de hitte; het sluiten van de aderen rondom. Zo bleef ik de hele tijd op een stabiele temperatuur van zevendertig graden in de hitte.”

Je zou zelfs een hittetraining kunnen ontwikkelen…

,,Daar ben ik nu ook mee bezig. “Na het rennen in Finland bedacht ik: ‘Nu ben ik eigenlijk wel klaar met de kou’. Deze winter ga ik daarom in het heetste gebied ter wereld, in Ethiopië, vijftig kilometer rennen zonder te drinken – waarvan doktoren nu al weer zeggen: ‘Dat kan niet’. Het is in de buurt van waar Lucy is gevonden, de oudste mens. Ik begin met een halve marathon zonder te drinken om even aan te tonen dat de kerntemperatuur op het juiste peil blijft. Op gegeven moment gaat stijgt de temperatuur heel snel omhoog. Als je dan niet snel geestelijk, de hypothalamus, een soort thermostaat, activeert, dan gaat hij er doorheen. Wordt het veel te heet en moet je drinken en ermee uitscheiden. Als de hypothalamus wel werkt, kun je dat gewoon halen. Dat is het contact tussen geest en lichaam goed en kun je dit soort dingen gewoon volhouden.”

(Een ingekorte versie van dit artikel verscheen in Koorddanser).

Comments Off

admin op 4 November 2010 in Ongewoon & Anders, Religie & Spiritueel