Stadsvos: urban legend of toekomstbeeld?

De vos wordt steeds vaker in stedelijk gebied gesignaleerd. Staat de stadsvos voor de deur? Of is het een urban legend waarvoor vrijwel elke onderbouwing ontbreekt? En hoe gevaarlijk en schadelijk is de vos eigenlijk?
In juni was er commotie rond een vos die een paar keer op bezoek kwam in het zwembad in Meerssen. Ook in Roermond, Nijmegen en in Den Haag zijn de afgelopen paar jaar diverse malen vossen in verstedelijkt gebied waargenomen.
Het kan zijn dat de vos bezig is aan een opmars naar verstedelijkt gebied omdat hij vlucht voor jagers in het buitengebied. Een andere en waarschijnlijk meer plausibele uitleg, is dat er steeds meer gebouwd wordt in het gebied van de vos, waardoor de vos vaker in stedelijke gebieden wordt gezien; de territoria van de mens en de vos gaan (meer) overlappen.
Uit zenderstudies, waarbij vossen met een peilzendertje worden uitgerust om hun bewegingen te volgen, blijkt echter dat vossen stedelijk gebied meestal mijden. De waarnemingen van stadsvossen de afgelopen jaren, die waarschijnlijk mede komen door een extra alertheid op basis van aandacht in de media, zouden dan incidenten zijn. Maar er zijn cijfers uit Den Haag die op het tegendeel lijken te wijzen.
In een zenderstudie in 2000 naar vossen in het duingebied Meijendel, bij Den Haag en Wassenaar, werden relatief veel vossen in stedelijk gebied waargenomen, aldus dr. Femmie Kraaijeveld-Smit. Zij is beleidsmedewerker in het wild levende dieren van de landelijke Dierenbescherming in Amsterdam.
Cijfers van de Dierenambulance in Den Haag wijzen erop dat in 2008 en 2009 het grootste aantal vossen sinds 1992 werden opgehaald (respectievelijk 50 en 37 stuks per jaar). ,,Het is niet duidelijk op basis van deze cijfers of mensen ook meer vossen in stedelijk gebied waarnemen, maar waarschijnlijk is er wel een verband”, stelt Henny Greven van Dierenbescherming Den Haag.
Toch lijkt het wat te voorbarig om te concluderen dat de stadsvos aan een snelle opmars bezig. Als het al gaat om een werkelijke ontwikkeling, dan is het vermoedelijk een zeer geleidelijke die tientallen jaren in beslag neemt.
De eerste meldingen van vossen in randstedelijke gebieden in Nederland dateren van eind jaren tachtig, begin jaren negentig. Toen kwamen vossen regelmatig in het nieuws doordat ze het in diverse landsdelen gemunt hadden op sier-eenden in de tuinen van particulieren. Ook hier geldt dat een reeks incidenten via de media snel kunnen uitgroeien tot een structureel verschijnsel. Tegenwoordig lees je bijna nooit meer iets over door vossen gemolesteerde sier-eenden.
In het buitenland speelt het verschijnsel van de stadsvos al langer. Steden als Brussel, en in mindere mate Gent, hebben sinds enkele jaren een zekere vossenpopulatie. Met name in Brussel speelt het probleem. Daar is enkele weken geleden nog een vos uit een groot winkelcentrum verwijderd.
In Groot-Brittannië, waar de eerste meldingen dateren uit de jaren dertig, zijn sinds de jaren zeventig maar liefst veertig steden met stadsvossen. Dit onderstreept de veronderstelling dat het gaat om een langzame ontwikkeling die (deels) gekoppeld is aan de verstedelijking.
Vossen worden alom gevreesd vanwege de verhalen die over hen de ronde doen. Met name het roofgedrag (gericht op kippen en weidevogels) wordt veel genoemd. Sinds medio vorige eeuw kwam daarbij de angst voor hondsdolheid, een ziekte die ook voor mensen gevaarlijk is.
Om deze redenen - en om het aantal vossen vanwege het ontbreken van een natuurlijke vijand in omvang te beheersen - worden jaarlijks in Nederland zo’n twintigduizend vossen afgeschoten. Desondanks neemt de populatie licht toe, blijkt uit gegevens van de Wildbeheereenheden (WBE’s) uit 2008 en het Compendium voor de Leefomgeving.
Femmie Kraaijeveld-Smit: ,,Dat is interessant, aangezien vossen tot 2002 bejaagd mochten worden, daarna heel even niet, maar sinds 2005 – onder bepaalde voorwaarden – weer wel en er sinds die tijd eigenlijk alleen maar vossen bij zijn gekomen. Met andere woorden; afschot leidt niet tot een afname in aantal”, iets wat diverse wetenschappelijke studies al meermaals hebben aangetoond.
Als voornaamste reden voor afschot wordt het tegengaan van de roof van kippen en weidevogels genoemd, stelt Femmie Kraaijeveld-Smit. ,,Het is maar zeer de vraag of dit echt wel zo werkt.
Weidevogels staan onder druk door nog veel meer dingen dan vossen; veel andere soorten roofdieren, veranderingen in agrarische werkwijzen, zoals het verlagen van de waterstand en te vroeg maaien en de klimaatverandering (het wordt in Nederland te warm en te nat). Alleen de vos weghalen gaat de grutto niet redden.”
Frederik Thoelen, bioloog van het Vlaamse Natuurhulpcentrum in Opglabbeek: ,,Vaak wordt aangehaald dat vossen zorgen voor een enorme afname van weidevogels en zeldzame zoogdieren als bijvoorbeeld hamsters. Uit wetenschappelijk gestaafd onderzoek blijkt dit heel goed mee te vallen, en zijn de problemen absoluut niet zo groot als (meestal door jagers) beweerd wordt.”
Met het bloeddorstige karakter van het dier valt het volgens hem ook wel mee: ,,Vossen zouden voor hun plezier kippen doodbijten. Deze bewering is uiteraard fout. Vossen zijn roofdieren die, net als alle andere dieren, willen overleven. Wanneer ze in een slecht beveiligd kippenhok terecht komen, gebeurt het vaak dat ze alle kippen doodbijten.
Dit heeft niets te maken met bloeddorstigheid, maar met het feit dat de dieren vluchtgedrag vertonen, waardoor de vos ze instinctief gaat afmaken, iets dat bekend staat als “surplus-killing”. Bovendien is dit makkelijk te vangen voedsel waar de vos een hele tijd mee verder kan. Het zou stom zijn om hier niet van te profiteren.”
Dus voor het redden van de grutto hoeven we de vos niet af te schieten. En voor houders van kippen is het zaak om te zorgen voor een goed hok, met stevig gaas en tegels er omheen, dan is de vos ook geen probleem. ,,Dit zijn de enige doeltreffende oplossingen”, aldus de Vlaamse bioloog.
,,Stel dat de jagers negenennegentig van de honderd vossen afschieten en die ene overblijvende vos passeert een slecht kippenhok, dan zal die vos evengoed de kippen pakken. (…) We vinden het jammer dat jagers altijd de oplossing zien in schieten, terwijl er diervriendelijkere en efficiëntere alternatieven zijn.”
De vos brengt tegenwoordig wel een ander gevaar met zich mee, aldus Femmie Kraaijeveld-Smit. ,,De vossen in het oostelijk deel van Nederland, dus ook in Limburg, kunnen een lintworm met zich meedragen die op de lange termijn (vijftien jaar) dodelijk kan zijn. Dit verschijnsel verplaatst zich geleidelijk naar het westen.”
Toch is er geen reden tot paniek: ,,Eet geen ongewassen fruit en groente dat laag bij de grond wordt geteeld. En was je handen als je in de tuin hebt gewerkt of draag handschoenen.”
Maar wat als je een vos tegenkomt? ,,De deskundigen zijn er niet over uit hoe de overdracht van vos naar mens precies verloopt. Ik was laatst op een congres waar gezegd werd dat dit advies, handen wassen, nergens op gebaseerd is. Eén specialist dacht dat de route vos - hond – mens veel waarschijnlijker is. Dus dat de transmissie vooral voorkomen kan worden door niet te veel te knuffelen met je hond en niet in aanraking te komen met zijn uitwerpselen. Eerlijk gezegd klinkt dit advies ook logischer. Het is aangetoond dat honden de worm bij zich dragen. Daarbij komt ook nog eens dat een groot percentage van de mensen dat besmet raakt niet eens ziek wordt (ze zijn immuun).”
In Vlaanderen komt deze lintworm bij vossen overigens niet voor. Bij een screening van tweehonderd vossen in 2007 en 2008 werd deze parasiet bij geen enkele onderzochte vos gevonden. De reden hiervan is onduidelijk. Toch blijkt waakzaamheid natuurlijk altijd geboden.
In Limburg zijn met name in Zuid-Limburg veel vossenburchten geteld tijdens de nationale inventarisatie van de Wildbeheereenheden in 2008. Deze vossenpopulatie hoort met nog drie andere in het zuidoosten tot de grootste in Nederland.
Het gedrag van de Limburgse vossen, zoals het exemplaar dat afgelopen zomer een paar keer een bezoek bracht aan het zwembad in Meersssen, is tussen 2005 en 2006 met zenders onderzocht door vossendeskundige J. Mulder. Hij voerde eerder het hierboven aangehaalde onderzoek uit naar het voorkomen van vossen in de duinen bij Den Haag.
Mulder volgde in Zuid-Limburg vijf vossen met een zender in het kader van onderzoek naar de korenwolf. Op basis hiervan schatte hij dat er in het kerngebied in Zuid-Limburg ongeveer vier vossen per vierkante kilometer voorkomen. In dat gebied vinden 1,5 worpen per jaar plaats met gemiddeld uit 5,1 jongen. De gemiddelde grootte van het leefgebied is 65 vierkante kilometer.
Opvallend was dat alle gevolgde vossen de bebouwde kom meden. Bij afwezigheid van verdere meldingen van vossen in stedelijk gebied sinds afgelopen zomer, ligt het dan ook voor de hand om te veronderstellen dat de jonge ‘zwembadvos’ in Meerssen een verdwaalde avonturier was. Of was het toch de voorbode van een invasie aan stadsvossen? De tijd zal het leren.
Argumenten tegen de vossenjacht:
Vossen vangen woelmuizen die meer economische schade aanbrengen dan de vos.
Het doden van een vos leidt tot een aanzuigende werking van andere vossen en daarmee tot verspreiding van ziekten.
Hondsdolheid, waarvan de vos een overbrenger is, kan in Nederland via vaccinatie effectief worden bestreden.
Kippenhouders kunnen hun dieren met een goed hok beschermen.
Vossen doden in een natuurlijke omgeving niet meer prooidieren dan ze nodig hebben.
Jacht op vossen door mensen is onnatuurlijk en verstoort het ecosysteem.
Er zijn veel meer factoren dan vossen die de weidevogels bedreigen.
De vos staat aan de top van de voedselpiramide en heeft in Nederland geen natuurlijke vijand. De lynx en de wolf zullen incidenteel een vos pakken, maar het verkeer zorgt voor meer slachtoffers.
Bij afwezigheid van een natuurlijke vijand bepaalt de hoeveelheid prooidieren, ziekten en nestgelegenheid de omvang van de populatie vossen.
Argumenten voor de vossenjacht:
Vossen kunnen allerlei ziektes met zich meedragen, zoals hondsdolheid en lintwormen.
De vos doodt meer dieren dan hij nodig heeft als voedselvoorziening. Denk aan weidevogels, kippen, konijnen en fazanten.
De afschot van vossen beschermt weidevogels.
De menselijke jager vervangt de natuurlijke vijanden van de vos, namelijk de wolf en de lynx. Daardoor blijft de populatie op peil.
(Dit verhaal verscheen in het blad van Dierenbescherming Limburg)
admin op 5 November 2010 in Politiek & Media
