Archief voor August 2010

De wonderbaarlijke geschiedenis van Vrijdag

Ik heb yoga nooit goed begrepen. In mijn studententijd oefende ik asana’s uit een herdrukt boekje uit de jaren zestig. Hetzelfde heldere boekje waarvan mijn vader ooit het origineel gebruikte. Het ging niet slecht, maar ik miste het overzicht. En het inzicht misschien. En begeleiding. Las was ik kon vinden, ook over de diverse vormen van yoga, zoals jnana yoga (dat mij toen erg aansprak), en bestudeerde zelfs Patanjali. Het mocht niet veel baten.

Als ik later iets van yoga zag, bleek het bijna altijd veredelde gymnastiek voor senioren, zwangeren en kinderen. Met een beetje meditatie en, recentelijk, wat beweging om het aantrekkelijker te maken. Ik haakte geleidelijk af. Wilde meer dan een gezond lichaam. De diepte in. Een boek als ‘Over de werking van Yoga – Een verhaal van wijsheid’ van Geshe Michael Roach en Christie McNally bestond toen helaas nog niet (Uitgeverij Petiet, 2010, 22,5 euro).

Het verhaal van deze educatieve vertelling begint wat houterig; ‘Derde week van februari, Jaar van de Ijzeren Slang (1101 na Christus). Plaats van handeling: een van die vele stoffige Indiase stadjes’. Maar na een paar pagina’s komt er vaart in, vergeet je de anachronismen en val je voor de avonturen van Vrijdag, haar hondje Leef-Lang, de Kapitein en de andere hoofdpersonen.

Vrijdag is een Tibetaans meisje dat met haar hondje vanuit haar thuisland op weg is naar Varanasi. Bij een grenspost wordt ze aangehouden op verdenking van diefstal. Ze heeft een handgeschreven versie bij zich van ‘Het korte boek’ van de meester, gekregen van haar leraar, Katrin. Zo jong en zonder man op pad en dan ook nog zo gestudeerd zijn? Dat kan niet. Ze moet het boek wel hebben gestolen. En dus gaat ze de cel in bij de Kapitein en zijn mannen.

Vrijdag gaat de Kapitein yoga leren. Dit duo volgen we in hun dagelijkse lessen, waarbij vooral de diepere betekenis van yoga aan bod komt. Maar zonder dat het vervelend en belerend wordt. Sterker nog, je wordt als het ware verleid tot de denk- en belevingswereld die schuilgaat achter de ‘gymnastiek’ (hatha yoga) die velen vaak met yoga in verband brengen. Een wereld met meerdere dimensies en waar in de hemelse toestand ook engelen voorkomen.

Zonder onuitspreekbare (Sanskriet) begrippen krijgen we in dit speelse verhaal uitleg over het zon- en het maankanaal, respectievelijk rechts en links van het middenkanaal dat langs de ruggengraat loopt. Door het zonnekanaal gaan gedachten over ervaringen en door het maankanaal gedachten over het denken (over ervaringen). Door het middenkanaal gaan begripvolle gedachten over bijvoorbeeld zuiverheid, goedheid, vrede en wijsheid.

Onder meer door lichaamsoefeningen kan worden gezorgd dat het middenkanaal meer wordt geactiveerd ten kosten van het zon- en maan-kanaal. Zo bevorderen oefeningen goede gedachten of winden (en lichamelijk herstel). Een andere methode is van binnenuit, door visualisatie gericht op het helpen van de ander (nemen en geven). Dat werkt bijvoorbeeld door de pijn van een ander op te nemen en zo het eigen egoïsme te laten verdwijnen als het tenminste gebeurt vanuit onbaatzuchtig mededogen. Op de bamboe slaan of hem van binnenuit schoonmaken, heet dat heel simpel.

De problemen beginnen met de slechte zaadjes (gedachtekrachten) die steeds worden geplant en vervolgens geactiveerd door gebeurtenissen (in ons), als we niet oplettend zijn. Maar let op: dingen zijn niet zichzelf, hun aard en functie wordt door ons bepaald. Het activeren van negativiteit gebeurt via negatieve zaadjes die eerder in onszelf zijn geplant. Gebeurtenissen die zorgen voor negatieve zaadjes zijn begeerte, haat of ‘duistere onwetendheid’. Vaak gebaseerd op domme voorkeuren, domme afkeuren en onbegrip van de werking daarvan.

Het is daarom zaak, zo leert Vrijdag in navolging van Patanjali, om de goede zaadjes bij te houden door te tuinieren, anderen geen schade te berokkenen en anderen ervan te weerhouden om negatieve dingen te doen. Dat laatste moet met liefdevolle vriendelijkheid om te voorkomen dat een ander zijn negatieve gedachtenzaadjes weer laat groeien. Bij jezelf plant je zo goede zaadjes. De oogst van de goede zaadjes, bijvoorbeeld een gezond lichaam door hatha yoga, moet je benutten zodat anderen een vergelijkbare oogst kunnen ervaren. Daardoor worden de oogsten steeds beter en verander je langzaam in een lichtwezen.

U merkt, dit boek vind ik geweldig. Het liefst zou ik pagina’s lang aanhalen, vooral omdat het bovenstaande geen recht doet aan de heldere en eenvoudige schrijfstijl en de concrete en voor iedereen begrijpelijke voorbeelden. Het boek van Roach en McNally is een beetje vergelijkbaar met ‘De Celestijnse Belofte’ en nog meer met het qua inhoud meer verdiepende en ook beter geschreven boek ‘De wereld van Sofie‘. Het is gebaseerd op de yogasoetra’s van Patanjali en maakt deze begrijpelijk voor iedereen aan de hand van een heerlijke vertelling.

Waar de twee genoemde boeken een doorslaand succes waren, vrees ik voor het succes van ‘Over de werking van Yoga’. Het boek heeft namelijk helemaal de verkeerde titel. En dat is ongelooflijk jammer. Want dit boek zou gelezen kunnen worden door iedereen, zeg vanaf twaalf jaar, met interesse in yoga. Maar ook door middelbare scholieren die zich bezighouden met levensbeschouwing of niet-westerse filosofie.

Het boek zou kunnen heten: ‘De wonderbaarlijke geschiedenis van Vrijdag – Een inspirerende yogavertelling gebaseerd op de leringen van Patanjali’. Of ‘ Waarom de koe de pen niet opat – Een verrukkelijk verhaal over de essentie van yoga’. Het maakt niet zoveel uit, als het maar prikkelt.

Als Jostein Gaardner zijn boek ‘Over de achtergronden van de westerse filosofie’ had genoemd, had waarschijnlijk niemand het gelezen. Nu kent iedereen ‘De wereld van Sofie’. Hetzelfde geldt voor het boek van James Redfield. ‘Over de energetische uitwisseling tussen mensen’ had ook niet gezorgd voor rijen bij de kassa. En waren er ook niet zoveel mensen een beetje door geholpen, zoals met ‘Over de werking van Yoga’ nog veel meer het geval zou kunnen zijn. Want dat is waar het uiteindelijk om draait bij yoga, aldus Vrijdag: ‘Het grootste wonder van dit alles is dat ieder van ons de enige redder moet worden van iedere wereld die er maar bestaat’.

Comments Off

admin op 19 August 2010 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel

‘Moderne mensen leven half, lauw als badwater’

Het begon vele jaren geleden met het lezen van de meeslepende roman van Josjikawa over de grootste onder hen, de zwaardheilige Miamoto Musashi. Daarna is mijn fascinatie voor de samoerai nooit meer verdwenen. Musashi was namelijk geen domme slager uit vijftienhonderzoveel, maar de beste Japanse zwaardvechter van zijn tijd die zich ontwikkelde en na zijn beslissende gevecht stopte met vechten om te gaan kalligraferen en dichten. Ook hield hij zich bezig met zazen.

Onlangs verscheen bij De Driehoek (Synthese Uitgeverij) het boekje ‘Zen en de Oosterse martiale kunsten’ waarin Taisen Deshimaru, nazaat van een samoerai-familie en zenmeester, ingaat op de wereldvisie die is voorgekomen uit de kruisbestuiving van zen en de Japanse vechtkunsten. Deze vechtkunsten worden nu volgens hem onterecht als sport beschouwd. Kendo, maar ook bij voorbeeld judo zijn onderdeel van De Weg; volgens Deshimaru de essentie van alle Aziatische religies en filosofieën.

De eenheid van wat in het westen lichaam en geest worden genoemd, vormt een fundament van die weg. Zo hebben ook alle mensen in een leven één lichaam-geest nadat ze wakker zijn geworden uit ‘de slaap van het ego’. Persoonlijke houdingen zijn daarbij van elkaar afhankelijk, zoals alles verbonden is. ‘Als u verdrietig bent, moet ik verdrietig worden en als u gelukkig bent, moet ik het ook zijn’. Deshimaru haalt Shin Jin Mei aan, een oud Chinees boek: ‘Shi Do Bu Nan… de hoogste Weg is niet moeilijk, maar men moet geen keuzes maken. Men moet zin noch tegenzin hebben.’

Om dit te bereiken zijn zenmeditatie geschikt en Bushido; ‘de weg van de samoerai’. Deze weg kent de volgende wegwijzers: Gi (de juiste beslissing, in gelijkmoedigheid genomen met stervensbereidheid), Yu (dapperheid), Jin (universele liefde), Rei (het juiste gedrag, Makato (volledige oprechtheid), Melyo (eer en roem) en Chugi (toewijdiging). De weg van de krijger is een levenslange, die pas eindigt als men sterft.

Het geheim is bewegen en toch in evenwicht zijn ‘door het (voortdurend) sturen van de geest’: ‘Het is als een tol die men draait; men kan hem beschouwen als iets onbeweeglijks, maar hij is in volle actie. Men kan zijn beweging alleen zien op het moment dat hij begint te draaien en als hij vertraagt aan het eind. Zo is de rust in de beweging het geheim van kendo, de weg van het zwaard. En ook het geheim van budo en van zen, die op hetzelfde berusten.’

Even verderop zegt de schrijver dat de krijger er vol in moet gaan op het juiste moment en vanuit het moeiteloos vol te houden lege bewustzijn waarin de geest zonder zwakheden is (’ku’). Dat valt voor ons westerlingen niet mee, ziet hij om zich heen: ‘in onze tijd wil iedereen zuinig met zin energie omgaan en leeft maar voor de helft. Men is nooit compleet. De mensen leven half, lauw als badwater.’ Wat nodig is, is totale overgave, totale ontlading van de energie. ‘In de moderne wereld zien wij precies het tegenovergestelde: jongeren leven voor de helft en zijn voor de helft dood.’

Om uitspraken als ‘in het hier en nu scheppen’, ‘er is geen overwinning noch nederlaag’ en ‘zege of niet-zege, leven of niet-leven worden in één moment beslist’ begrijpelijker te maken, vertelt Deshimaru een paar prachtige verhalen in dit oorspronkelijk in 1977 uitgegeven juweeltje. Het verhaal over de rat wil ik u niet onthouden. Een samoerai heeft last van een grote sterke rat en hij stuurt er verschillende katten op af. De eerste is sterk en dapper, de tweede slim en sluw, maar beiden hebben geen succes. De derde ligt de hele tijd te slapen en de rat wandelt op den duur gewoon langs de kat. Na dagen waarin hij steeds iets minder alert is geworden, wordt de rat ineens door de kat te grazen genomen.

Een verhaal over bushido in een notendop, met als insteek de toestand van het bewuste (niet)zijn, zoals ook mooi verwoord in een soetra die de schrijver aanhaalt: ‘Deze dag loopt ten einde, met haar moet uw leven eindigen. (…) U moet voorzichtig blijven, altijd aan Mujo (de voortdurende verandering van alle dingen) denken, nooit verslappen.’ Verslapt u wel, en valt u ten prooi aan de verandering, dan wacht de hel met demonen voor elke gehechtheid, zo wordt duidelijk.

‘Uw dood zal weldra komen: vergeet dat nooit, ieder ogenblik van uw bewustzijn, van inademing tot uitademing. Als u niet zo bent, dan bent u niet werkelijk op zoek naar de ware Weg.’ Dat geldt niet alleen voor samoerai, maar ook voor beoefenaren van zen.

Zen moet overigens volgens Deshimaru niet meer bijzonder worden gemaakt dan het is. ‘Er schuilt in zazen noch een bijzonder mysterie, noch een speciale bedoeling. Maar door zazen zal uw leven zich zeker ontplooien en volmaakter zijn. Dus u moet iedere intentie achterwege laten, er van af zien een doel te willen bereiken, wat het ook is, tijdens zazen.

(…) U moet door diepgaande zelfbeschouwing ontdekken en begrijpen waar het over gaat. Als u uw bijzondere ik vindt, laat het mij dan alstublieft zien. Als u het niet vindt, blijf het dan trouw bewaken en beschermen; vergeet het ik dat u altijd aan de omgeving laat zien. Helemaal van zelf zult u na verloop van enkele maanden, enkele jaren in staat zijn automatisch en onbewust gyodo (de Ware Weg) te beoefenen met heel uw lichaam, zonder inspanning van de wil.’

Een aanrader, dit boekje. Ook voor mensen die alleen in zen geïnteresseerd zijn. Helder, begrijpelijk en vanuit directe ervaring geschreven. Winkelprijs: 16 euro.

Comments Off

admin op 10 August 2010 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel