Archief voor July 2010

Rob Philippen: ‘In betaald voetbal weinig echte vrienden’

Met Fortuna speelde hij medio jaren tachtig in de eredivisie. Ook streed hij mee om de UEFA Cup. Tot hij door een reeks blessures zijn voetbalcarrière voortijdig moest afbreken. Intussen is Rob Philippen (46) alweer ruim vijftien jaar een gerenommeerd makelaar. Hij woont in Hoogveld en heeft daar ook woningen in de verkoop. Een interview.

Het waren gedenkwaardige tijden bij Fortuna. Rob Philippen, een jongen van ‘de ranch’, het legendarische hart van de voormalige Sittardse wijk Stadbroek, had het ‘em toch maar mooi even geflikt; hij speelde tussen 1971 en 1986 in het groengeel van Fortuna, de eredivisionist die goed aan de weg timmerde en vanuit het ‘oude’ stadion in de Baandert zelfs de sprong naar het Europees voetbal had gemaakt.

Het was de ‘American Dream’ op z’n Limburgs. De piepjonge Rob Philippen verdiende destijds naar eigen zeggen vijftienduizend gulden per jaar plus bonussen voor elke gewonnen wedstrijd. ‘Toen veel geld’, maar – in contrast met sommige anderen – heeft hij ‘geen gekke dingen gedaan in die goede tijd’. Dat zit vermoedelijk niet in zijn karakter.

Een reeks blessures gooide echter roet in het eten en zijn droom van betaald voetballer spatte uiteen. De ‘Zittesje snaak’ ging weg bij Fortuna, speelde twee jaar bij het eerste van Helmond Sport. ‘Met onder anderen Hans Kraay Jr. en René van de Kerkhof. Met Hans ben ik toen bevriend geweest, intussen is dat verwaterd.’ Na een tussenstop bij SV Eindhoven eindigde hij in de Duitse Oberliga; het hoogste niveau voor amateurvoetbal destijds. Zijn loopbaan als speler in het betaald voetbal was voorbij.

,,Ik was echt een heel groot talent, tot ik last kreeg van blessures. Daardoor haalde ik mijn niveau niet meer.” Achteraf concludeert hij: ,, Ik was te jong en de spong van de A-Junioren naar het eerste te groot, ook door de fysieke belasting. Mijn lichaam kon het gewoon niet aan. De medische begeleiding zoals die nu is, was er toen helaas niet.”

Als topvoetballer had Rob Philippen veel vrije tijd. Die vulde hij met studeren, zodat hij ook nog een leven na het voetballen kon opbouwen. ,,Ik heb in die jaren heel wat opleidingen gevolgd. Van horeca tot detailhandel en werktuigbouwkunde. Ik heb nooit de illusie gehad dat ik als miljonair zou stoppen in het betaald voetbal. Na het voetbal heb ik een jaar als constructeur gewerkt, maar uiteindelijk trok de makelaardij het meest. Ook daarvoor heb ik de opleiding gevolgd. Destijds werd je nog beëdigd als makelaar-taxateur, nu is dat helaas allemaal anders.”

In 1994 begon hij als vennoot bij een assurantiënkantoor met makelaarstaken. Drieënhalf jaar later startte hij Philippen Makelaardij. Het waren tijden waarin de woningprijzen de ruimte in schoten. ,,Het was geen leuke markt, wel leuk voor het inkomen. Het gaf geen voldoening, het was uitdelen. Het bord stond nog maar net in de tuin of mensen begonnen al te bellen. Huizen werden soms via de telefoon gekocht, ongezien.” Dit kwam ook doordat sommige banken veel te ruime hypotheken afsloten. Iedereen dacht dat het niet op kon.

Rond 2000 werd het beroep van makelaar vrijgegeven. Veel meer mensen wilde uit deze volle ruif vreten, maar de branche als geheel deed het geen goed. ,,Onder nieuwe makelaars was toen heel veel ondeskundigheid. Er waren zelfs bouwvakkers die van de steiger afkwamen, een driedelig pak aantrokken en makelaar gingen spelen, zonder ook maar enig feeling met de markt. Die verkochten huizen met een leuk praatje maar ze hadden bijvoorbeeld geen idee van de waarde. Vaak werd de vraagprijs bepaald door wat de verkoper dacht dat het huis waard was.”

Rob Philippen was het niet komen aanwaaien. Hij had tweeënhalf jaar gestudeerd om beëdigd makelaar te worden, een makelaar met kennis van zaken. ,,Eerder had je ook al vastgoedbemiddelaars, maar die mochten zich geen makelaar noemen. Ik dacht: verdomme, ik heb daar zo hard voor gewerkt! Ik wil me onderscheiden door deskundigheid, zorgen voor een goed aanzien. Daarom ben ik lid van de Stichting VastgoedCert, een organisatie die de kwaliteit van makelaars waarborgt, en aangesloten bij de landelijke makelaarsvereniging VastgoedPRO (voorheen LMV). De reputatie van de beroepsgroep was destijds heel slecht. Als ik op feestje zei dat ik makelaar was, kreeg ik gelijk een hele golf kritiek over me heen.”

Dat kwam doordat makelaars zo’n tien jaar geleden werden gezien als mensen die makkelijk veel geld verdienen. Ook van betaalde voetballers werd en wordt dat gedacht. Er was bewondering, maar ook veel afgunst. Intussen zijn de verhoudingen in beide werelden genormaliseerd. De gekke jaren zijn voorbij. Zijn er andere overeenkomsten tussen de makelaardij en betaald voetbal?

Rob Philippen: ,,Het betaald voetbal was lang niet altijd een leuk wereldje. Echte vrienden heb je er niet. Het is ieder voor zich, terwijl het een teamsport is. Als makelaar werk ik alleen, samen met een secretaresse, dat bevalt me uitstekend. Als voetballer ben je ook vrij zelfstandig en ben je veel vrijheden gewend, zo heb je geen vaste werktijden. Verder heb ik de vechtersmentaliteit uit de sport meegenomen. Klanten hoeven bij mij alleen te betalen voor bemiddeling als het huis verkocht is. En ik geef het niet makkelijk op. Zo heb ik als makelaar ook een naam opgebouwd in Sittard en omgeving.”

Er zijn nu te veel makelaars in de Westelijke Mijnstreek, vindt hij. Makelaars die niet goed bezig zijn, zullen vanzelf verdwijnen. Ook het zelf verkopen, bijvoorbeeld via internet, zal afnemen, verwacht Philippen. ,,Het is voor ons als makelaars al lastig, laat staan voor mensen die het zelf willen doen, dat lukt nauwelijks.

De grootste partij die daarmee successen heeft behaald, had een contract met een bank die veel te hoge hypotheken afsloot. (Dezelfde bank die dat in de jaren negentig ook deed toen mensen tegen elkaar opboden over de vraagprijs heen.) Daardoor zijn veel huizenkopers in de problemen gekomen. Veel van de huizen die nu te koop staan, zijn ooit zo gefinancierd. Zit het even tegen, dan kunnen ze de hypotheek niet meer betalen en moeten ze verkopen.”

Met Rob Philippen en zijn makelaardij gaat het goed. Anderhalf jaar geleden heeft hij samen met oud-stagiair Willy Wageman onder de naam Makelaarsgilde Swentibold in Born zelfs een tweede filiaal geopend. Opnieuw is hij dus succesvol. Onlangs keerde hij voor werkzaamheden terug naar Stadbroek, Molenbeek zoals het nu gedoopt is. Niet als de bekende voetballer, maar als de geslaagde makelaar – die overigens vrij bescheiden overkomt. Hij heeft achttien woningen in Molenbeek in de verkoop.

,,Het blijft vreemd dat alles weg is. De kerk is weg, de school. Alleen het stratenplan is hetzelfde gebleven. Toch is het goed voor de buurt. Het was noodzakelijk. De buurt was eind jaren negentig erg achteruit gegaan. Toch ben ik nog steeds trots dat ik daar vandaan kom. De sfeer en de saamhorigheid op ‘de ranch’ (een volksbuurt) waren geweldig. In de zomer zat iedereen in de voortuin en werd er gepraat en gedronken. Dat was heel gezellig. Ik heb er geweldige jaren gehad!”

Comments Off

admin op 23 July 2010 in Politiek & Media

Akasha, het verenigd veld en de menselijke ervaring

Met veel plezier keek ik uit naar ‘De Akasha Ervaring’ onder redactie van Ervin Laszlo (Ankh Hermes, 2010, 29,9 euro). Mijn verwachtingen werden waargemaakt, maar niet zoals ik gedacht had. Juist de mij onbekende schrijvers wisten me te raken met hun persoonlijke en soms heel herkenbare verhalen.

De basis van theorievorming in het boek is het verenigd veld. Dat is een volle ruimte, die universa voortbrengt die draaien om paren deeltjes en anti-deeltjes, en deze universa ook weer opslokt. Het verenigd veld vormt het potentieel voor gemanifesteerde krachtvormen als elektromagnetisme, zwaartekracht en de sterke en zwakke kernkrachten.

Het verenigd veld is vergelijkbaar met wat de oude Indiërs Akasha noemden. Een uitvloeisel van Akasha is de functie van ordenende bibliotheek met daarin alle vormen van gedachten, gevoelens, acties en ervaringen in ruimte-tijd. Je kunt hier toegang tot krijgen via eenheidservaringen dankzij de levensenergie (prana/chi/ki). Levensenergie zorgt ook voor de manifestaties of vormingen vanuit het verenigd veld.

Om het eenvoudig te zeggen: Akasha (de oermoeder) is het die (kinderen) voortbrengt dankzij de inwerking van de levensenergie (de oervader), uiteindelijk haar eigen manifestaties (kinderen) assimileert (opeet), maar de herinnering bewaart, om vervolgens opnieuw voort te brengen.

C.J. Martes, schrijfster, genezer en de vrouw achter de Akasha Field Therapy, beschrijft hoe ze voor het eerst heel bewust met het Akasha-veld in aanraking kwam. Ze vertelt dat ze rond haar vijfentwintigste depressief en agressief was. Ze voelde zich lusteloos en leefde, zoals ze dat zegt, in een schaduwwereld gevuld met leed uit eerdere jaren. Ze vocht voortdurend tegen zichzelf.

Op het dieptepunt hoorde ze een stem: ‘Je hebt geen pijn, je bent bezig te genezen.’ Martes dacht: dat kan ik niet alleen, dat genezen. Ze hief haar handen ten hemel, om het maar eens archaïsch te zeggen, en stelde zich open voor ‘eenieder die zou kunnen helpen’.

De kamer lichtte op, ze tintelde over haar hele lichaam, zag engelachtige wezens die haar probeerden te helpen en realiseerde zich dat deze altijd bij haar waren geweest. Dit noemt ze haar ‘ontwaken’.

‘Op slag werd mij alles duidelijk.’ Ze probeerde zich in te denken hoe genezen zou voelen en zag alles als een proces van heelwording, daardoor veranderde alles. ‘In korte tijd leerde ik meer over het leven dan in alle vijfentwintig jaar ervoor.’ Ook haar paranormale gaven uit haar jeugd ‘kwamen terug’.

Swami Kriyananda beschrijft in lijn daarmee hoe hij afstemming op het Akasha-veld leerde. Hij slaagde voor een lastig tentamen Grieks door zich resoluut voor te stellen: Ik ben een Griek. Hij stemde zich af op het Griekse bewustzijn, het bewustzijn waaruit de taal geboren was, en zei tegen zichzelf: ‘Nu wil ik in deze taal denken en ik accepteer de zinsbouw uit deze taal als goed en natuurlijk’, en slaagde vervolgens moeiteloos voor het tentamen.

Op deze wijze componeert de swami ook muziek in stijlen uit diverse cultuurgebieden. Hij biedt een gedachte aan het universum met zijn persoonlijke ‘formule’: ‘Als het moet worden gedaan, verleen mij dan toegang tot die specifieke “straal van kennis” die uitgaat van het Oneindige aangaande ongeacht wat er gedaan moet worden’.

Een andere zin die hij gebruikt: ‘Zelf kan ik het niet God, maar U kunt alles.’ Niet op de nederige katholieke manier van: ‘Ik ben niet waardig’ et cetera en ook niet trots, maar met een open hart.

Een andere waardevolle bijdrage aan het boek is van Christopher Bach, onder meer voormalig hoogleraar vergelijkende godsdienstwetenschappen. Hij ontdekte tijdens colleges er op den duur een groepsbewustzijn ontstond met achter de schermen een vorm van schoksgewijs meta-leren; studenten vingen als het ware het geleerde van anderen op en konden daardoor sneller door de stof.

De voorwaarden hiervoor zijn, concludeert Bach: een collectieve intentie, gefocust zijn in het kader van een emotioneel-sympathisch groepsproject, een project van langere duur en veelvuldige herhaling van het project in nagenoeg dezelfde vorm.

Maria Sági, gepromoveerd in de psychologie, gaat ook uit van de informatie-component in Akasha en gebruikt deze om op afstand diagnoses te stellen en te genezen. Ze stuurt en ontvangt ‘informatie’. Dat betreft vermoedelijk symbolen, waarvan de werking ook omgekeerd of geblokkeerd kan worden. Bij diagnose en behandeling gebruikt ze een combinatie van technieken van Erich Körbler (die werkte met een enkelvoudige pendel, de tensor, en een pendelkaart) en eigen methoden.

Uit wetenschappelijk onderzoek naar haar genezingsmethode met informatie blijkt dat haar hersenen lage deltagolven uitzenden en dat de hersenen van de patiënt in de test, met een vertraging van ongeveer twee seconden, hetzelfde golfpatroon dupliceerden. Ondertussen traden bij de patiënt de symptomen in verhevigde vorm op, daarna stabiliseerde diens toestand jarenlang.

Een samenvattende bijdrage komt van Masami Sainoji. Zij schrijft: ‘De gedachten, woorden en emoties die mensen van moment tot moment uitzenden, vormen een constante energiestroom die uitgaat van het lichaam en scheppingsvelden vormt welke zichtbaar zijn in allerlei kleuren, vormen en gedaanten.’

‘(…) Gedachten met een overeenkomstige frequentie verenigen zich tot een homogeen creatief veld rond de persoon die ze uitzendt. Als de verzamelde energie (…) een kritische massa bereikt en zich een uiterlijke omstandigheid voordoet die deze activeert, manifesteert zij zich in deze of gene vorm in het zichtbare domein.’ Bijvoorbeeld een gebeurtenis, een situatie, een ontmoeting met een persoon of woorden die iemand leest of hoort of opeens in zijn geest opduiken. ‘Daarna is het persoonlijke scheppingsveld uitgeput.’

De scheppingsvelden ontstaan door vereniging van gedachten. ‘Naarmate dit scheppingsveld verder blijft groeien, gaat het een steeds sterkere invloed uitoefenen op zijn wil, keuzes en gedragingen.’ Dus het krijgt een soort basale vorm van evoluërend bewustzijn. Hoe groter die velden zijn, des te sterker ze reageren op de gedachten die uitgaan van mensen op uiteenlopende plaatsen.

Masami Sainoji licht dit toe met een voorbeeld van een vrouw die jarenlang geringschattend over zichzelf dacht. ‘Elke keer als zo’n gedachte in haar geest opkwam, leidde dat tot de komst van overeenkomstige soorten energie uit grootschalige collectieve scheppingsvelden. (…) De instroom van deze energie dompelde haar onder in een toestand van intens verdriet.’

De remedie die Sainoji bedacht voor deze vrouw was positieve zelfbevestiging: ‘Gelouterde X, spirituele X. Hoe kunnen we jou bedanken? Moge er vrede op aarde zijn. Namens de mensheid bedanken wij de liefde van het universum voor het gelouterde bestaan van X.’

Samenvattend: als mensen zijn we als een mobiele telefoon voortdurend in contact met het netwerk. We ontvangen en zenden de hele tijd. Je denkbeelden en ontvankelijkheid bepalen de kanalen waarop je je afstemt. Door die afstemming heb je bewust of onbewust invloed op de ervaringen in je leven.

Na bewustwording hiervan, kun je je op andere kanalen afstemmen, zodat ook je leven verandert. Je wordt meer jezelf. Zo kun je genezen, en leren, spelen en creëren in jou voorheen ‘vreemde’ domeinen. Als je dat met andere mensen doet en herhaalt, kun je een gezamenlijk veld scheppen waardoor je samen sneller leert, ook van elkaar, door het toenemend bewustzijn van het collectieve veld.

Comments Off

admin op 15 July 2010 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel