Archief voor June 2010

Mikao Usui: verlichting na faillissement

De geschiedenis en praxis van reiki leken tien jaar geleden vast te staan. Niets bleek minder waar. In 2009 verscheen ‘Das ist Reiki’ van Frank Arjava Petter (Windpferd). Met dit boek zijn we weer een belangrijke stap verder in het onderzoek naar de achtergronden, methoden en personen uit de beginperiode van reiki, intussen bijna een eeuw geleden.

Een aantal zaken was vanaf eind jaren negentig al duidelijk uit research van onder anderen Frank Arjava Petter, Dave King en William Lee Rand. Zo was Mikao Usui, de stichter van de reiki-beweging, geen christelijke predikant die wilde leren hoe Jezus Christus mensen genas en die doceerde aan de Doshisha Universiteit in Tokyo. Ook heeft hij niet gestudeerd aan of een eredoctoraat gekregen van de Universiteit van Chicago.

Dit waren, evenals de titels ‘master’ en ‘grand master’, bedenksels uit de Hawaiiaanse lijn Chujiro Hayashi – Hawayo Takata. Ze bleken nuttig voor de acceptatie van een Japanse heelmethode in de christelijke Verenigde Staten toen ‘Pearl Harbor’ nog vers in het geheugen lag, maar hadden geen historische basis.

Mikao Usui heeft ook geen onbekende uitspraken van de historische boeddha gevonden en reisde evenmin naar de VS en Europa. Met ‘het westen’ op zijn gedenksteen worden vermoedelijk direct westelijk van Japan gelegen landen bedoeld.

Uit het nieuwe boek van Frank Arjava Petter blijkt verder dat het westerse master-symbool in Japan niet gebruikt wordt. Dit laatste is waarschijnlijk gekomen door een verkeerde interpretatie van Hawayo Takata.

Invloeden

Wat weten we zeker? Mikao Usui was een boeddhist die 15 augustus 1865 is geboren in een dorpje bij het hedendaagse Nagoya. Hij stierf 9 maart 1926 en ligt begraven op de Saihoji begraafplaats in Tokio, die behoort tot het Zuiver Land-Boeddhisme (Jodo Shu).

Wat is er te zeggen over de bronnen waaruit Mikao Usui heeft geput? Bronwen en Frans Stiene noemen in 2005 Tendai Mikkyô, een esoterische tak van het Tendai Boeddhisme. Mikao Usui was volgens hun bronnen lekenpriester binnen deze stroming.

Verder zou hij zijn beïnvloed door het Shintoïsme, een animistische wereldvisie, en door Shugendô, een amalgaam van Sjamanisme, Shintoïsme, Taoïsme en Boeddhisme. Usui zou zijn opgeleid tot Shugenja (een soort sjamaan).

Andere bronnen, bijvoorbeeld van Frank Arjava Petter, geven over de relatie met Shinto en Shugendô weinig informatie. Vast staat wel dat Mikao Usui samen met zijn broers na de Kanto-aardbeving in 1923 voor het lokale Shinto-heiligdom in Taniai een kostbare Torij heeft opgericht. De namen van de schenkers staan erop vermeld.

En de eerste samenkomst van de primaire reikivereniging, de Gakkai, vond plaats op het terrein van Shinto-heiligdom Togo Jinja in Tokyo, aldus Frank Arjava Petter in zijn nieuwe boek.

Gakkai

Deze vereniging is belangrijk om even bij stil te staan, want hier is veel informatie uit de beginperiode bewaard gebleven. Schriftelijk en uit mondelinge overlevering.

De Gakkai werd in 1922 opgericht, heette voluit Shin Shin Kaizen Usui Reiki Ryôhô Gakkai en had Mikao Usui als president. Na diens dood in 1926 aan een beroerte, werd hij opgevolgd als president, maar niet door zijn student Chujiro Hayashi, zoals Hawayo Takata leerde.

Chujiro Hayashi stichtte – vanwege zijn opleiding tot arts én op verzoek van Mikao Usui, zo blijkt uit het boek van Frank Arjava Petter - een eigen school (Hayashi Reiki Kenkyukai). Deze kende een sterk vereenvoudigd curriculum. Na opnieuw diverse aanpassingen zijn de leringen hiervan via Hawayo Takata bekend geworden als de westerse ‘reiki’ (Usui Reiki Shiki Ryôhô).

Bronnen

De oorspronkelijke Gakkai bestaat nog steeds en wordt sinds 1998 geleid door professor Masayoshi Kondo. Ondanks het besloten karakter ervan, is er sinds begin deze eeuw al veel informatie over naar buiten gesijpeld.

Bekende bronnen zijn Hiroshi Doi, die in 1993 lid werd van de Gakkai en intussen een op hun technieken gebaseerde eigen school heeft (Gendai Reiki Hô).

Daarnaast is er mevrouw Suzuki San. Zij is (in 2005) een stokoude leerlinge van Usui uit de pro-Gakkai periode en is, naast anderen, een belangrijke bron voor Bronwen & Frans Stiene.

Andere prominenten achter de schermen van de reiki-geschiedschrijving zijn de (intussen overleden) Chiyoko en haar zoon Tadao Yamaguchi, die voortkomen uit de lijn van Hayashi en in 1999 de basis legden voor een eigen school (Jikiden Reiki Kenkyukai).

Frank Arjava Petter baseert zich op de verhalen, documenten en boeken van diverse mensen, onder anderen van mevrouw Kimiko Koyama; de voorlaatste president van de Gakkai (Fumio Ogawa); een Shihan (leraar) van de Gakkai, en op moeder & zoon Yamaguchi.

Veelzijdig

Wat is het plaatje als we alle informatie op een rij zetten? Mikao Usui was een veelzijdig man. Kimiko Koyama vertelde Frank Arjava Petter dat Mikao Usui als journalist werkte, maar ook als geestelijk raadsman in een gevangenis, sociaal werker en als missionair van een Shinto-groep.

Vervolgens werd hij secretaris van de kleurrijke en visionaire politicus Shimpei Goto, die in Japan diverse ministersposten heeft bezet. In de jaren twintig was Shimpei Goto burgemeester van Tokyo. Rond die tijd heeft Mikao Usui vermoedelijk zijn reizen naar ‘het westen’ gemaakt.

Na zijn baan bij Shimpei Goto ging Mikao Usui als zelfstandig ondernemer aan de slag, waarschijnlijk in het familiebedrijf (een winkel). Dat was geen succes. Mogelijk ligt hierin een oorzaak van de breuk met zijn ooit rijke (Daimyo) familie, waarvoor in het boek van Frank Arjava Petter geen reden wordt gegeven.

Het debacle in het bedrijf heeft in elk geval grote persoonlijke impact gehad. Reiki is volgens Kimiko Koyama ontstaan uit een identiteitscrisis die Mikao Usui ervoer nadat zijn bedrijf failliet was gegaan.

Verlichting

Mikao Usui zocht vervolgens naar de zin van het leven en diepe innerlijke rust, en schreef zich in voor een driejarige meditatie- en vastenkuur in een zentempel in Kyoto. Het was toen gebruikelijk voor mannen om op een bepaald stadium in hun leven een korte bezinningsperiode in te lassen.

Na de drie jaar had Mikao Usui niet het gewenste inzicht gekregen. Hij vroeg zijn abt om raad en die zag voor deze in meditatie getrainde zoeker maar één oplossing: de dood ervaren om in het sterfproces zichzelf te vinden. De historische boeddha, Gautama Siddharta, zou ook deze weg zijn gegaan.

In maart 1922 begon Mikao Usui met het laatste deel van zijn queeste op de heilige berg Kurama, vermoedelijk ver van de platgetreden paden en zonder de mensen van de tempels op de berg te informeren.

Mogelijk volgde hij hierbij het programma van Isyu Guo, een eenentwintigdaagse boeddhistische training, bestaand uit meditatie, vasten, chanten en bidden. Deze training werd in de tempels op Kurama indertijd niet aangeboden.

Op een dag werd hij ’s avonds als door een bliksemschicht getroffen in zijn voorhoofd. Mikao Usui verloor bewustzijn en tijdsbesef en toen hij weer bij kwam, was hij vervuld van een nieuwe kracht. Hij voelde zich vol licht en energie.

(Een ervaring die wellicht vergelijkbaar is met de indertijd meer voorkomende inbezitneming door een godheid bij Shinto-groepen. Mensen die dat overkwam, stichten vaak een spirituele groep of beweging.)

Een maand na zijn verlichting gaf Mikao Usui al les in zijn methode om via de geestkracht van het universum innerlijke rust en verlichting te bereiken.

(Dit artikel is in december 2011 herschreven, in 2010 verscheen een eerdere versie in Koorddanser.)

Comments Off

admin op 14 June 2010 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel

Zwemcoach Jacco Verhaeren: ‘Sporters hedendaagse gladiatoren’

Coachen, het lijkt soms zo makkelijk. Zeker in de sport. Een beetje langs de kant staan en af en toe de sporters moed inspreken. Maar zo eenvoudig is het natuurlijk niet. Hetzelfde geldt voor coachend leiderschap in het bedrijfsleven of in een grote vereniging. Henk Verhaeren publiceerde onlangs een inspirerend boek over zijn broer zwemcoach Jacco Verhaeren (Tirion Sport, 19,95 euro).

Jacco Verhaeren stelt dat na een goede en uitgebalanceerde voorbereiding en met geloof in de eigen overwinning topprestaties kunnen worden bereikt als de handeling opeens vanzelf gaat. Niet meer slag voor slag zwemmen, maar van voor de start tot na de finish in de race zitten, in de flow zijn zoals psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi zegt, en boven jezelf uitstijgen. Schijnbaar moeiteloos excelleren.

De rol van de coach is daarbij voorwaardenscheppend. Hij of zij denkt, voelt en werkt mee met de sporter. Dit is een proces dat niet voor een wedstrijd begint en erna eindigt, het is meer als een huwelijk met hoogte- en dieptepunten en een duidelijke rolverdeling (sommige mensen - vaker vrouwen aldus Verhaeren - hebben meer sturing nodig dan anderen). Een relatie die vierentwintig uur per dag het maximale van beide partijen vergt.

Worden er topprestaties geleverd, dan is en blijft dat de prestatie van de sporter. Een goede coach biedt achter de schermen de best mogelijke voorwaarden. Dat betekent niet automatisch je te pletter trainen, maar kijken wat voor de individuele sporter het beste is. Heel veel trainen zorgt niet automatisch voor topprestaties; juist door de rustperiodes beklijven de inspanningen in mind en body, zo leerde hij al vroeg in zijn loopbaan.

Coach en sporter moeten verder groot durven zien en denken, maar wel realistisch blijven op de weg er naartoe (begin klein, denk groot). Dat betekent ook af en toe oude ideeën overboord zetten en inruilen voor experimentele, ook al zullen negen van de tien niet werken. Zonder fouten geen geslaagde experimenten.

In de besluitvorming over de begeleiding heeft de coach altijd het laatste woord. Verhaeren waardeert de inbreng van talloze specialisten als sportpsychologen, wetenschappers en commerciële partijen, maar hij is degene die bepaalt. Overigens doet hij dat richting sporters niet op een bullebakkerige manier, het gaat om sturing op basis van wederzijds commitment. ‘Het is graag of niet.’

Daarbij heeft de coach de verantwoordelijkheid om het maximale eruit te halen. ‘Een coach die zijn sporters niet optimaal traint, is als een generaal die zijn manschappen gebrekkig voorbereid de strijd in stuurt; de oorlog is voor hen bij voorbaat verloren. Als je als coach concessies doet dan offer je eigenlijk je manschappen op voor spek en bonen. Omdat jij ze als coach niet voor de strijd geschikt hebt gemaakt. Als je als coach niet voor je troepen staat, een zwakke leider bent of verkeerde keuzes maakt, kweek je kanonnenvlees.’

Aan de andere kant verwacht ‘generaal’ Jacco Verhaeren van zijn sporters, die hij behalve met soldaten ook vergelijkt met gladiatoren en krijgers, honderd procent inzet. Dag en nacht. Opgeven is geen optie. Echte winnaars gaan door met verliezen tot ze winnen - dat is de spirit. ‘Sporters zijn doorgaans beschaafde mensen, maar zo gauw ze in het strijdperk treden, worden het krijgers met maar één doel. Wat er ook gebeurt: winnen!’.

Jacco Verhaeren is als coach open en direct. Hij wil het ‘eerlijk’, doet aan zelfreflectie en verwacht dat ook van sporters. Kritiek op zijn functioneren en andere ideeën en opvattingen kunnen sporters dan ook gerust bij hem neerleggen. Dat is voor hem belangrijk. De laatste zin van het boek luidt dan ook: ‘De waarheid is geen zachtzinnige vriend. Wel een eerlijke.’

Zijn ontvankelijke houding voor kritiek doet weleens wenkbrauwen fronsen: ‘Het grappige is, men vindt soms dat ik me kwetsbaar opstel omdat ik opensta voor kritiek. Men vindt het blijkbaar riskant om met de billen bloot te gaan. Maar dat is een misvatting die voortkomt uit egodenken. Hoe minder toegankelijk je bent voor commentaar en hoe hoger je jezelf op een voetstuk plaatst, des de groter de kloof met de realiteit. Ik denk dat je pas echt kwetsbaar wordt wanneer je jezelf juist niet blootstelt aan kritiek, en als je beslissingen neemt zonder daar de mening van anderen in te betrekken.’

En dat is precies wat er gebeurt in het ondemocratische China waar hij in 2008 terechtkomt voor de Olympische Spelen. Verhaeren wijst op de achterkant van alle vrolijkheid; demonstreren was toegestaan maar moest eerst worden aangevraagd. Aanvragers werden vervolgens opgesloten en bij de eindceremonie vrijgelaten. Een gigantische wijk is platgegooid voor het sportterrein. De openingsceremonie zou zijn uitgevoerd door mensen die hiertoe zijn gedwongen. En er zou zijn gesjoemeld met de data over de luchtvervuiling om de Spelen binnen te halen.

Het IOC toonde zich ruggengraatloos, aldus Verhaeren, door de ogen te sluiten voor dit soort maatschappijkritiek. Oproepen van Amnesty International en Human Rights Watch werden volgens de zwemcoach door het IOC zelfs ‘ronduit vervelend gevonden’. De argumenten van deze organisaties werden gebagatelliseerd of van tafel geveegd. Toen werd hem nog eens heel duidelijk dat de Olympische Spelen draaien om machtspolitiek en sport is daarbij slechts een middel. Hoe anders wil hij zelf graag de sport zien, ook in relatie tot de entertainmentindustrie!

Verhaeren liet zich voor de Spelen kritisch uit over de mensenrechten in China en kreeg vervolgens bezoek - vermoedelijk van een medewerker van de AID - die hem meldde dat de Chinezen geen kritiek tolereren en ook in de landen waar spelers vandaan komen oppositionele geluiden monitoren. Met andere woorden: ze houden je in de gaten. Zulke uitspraken zouden Verhaeren in China zes maanden straf kunnen opleveren, werd hem verteld. En ze zouden bovendien de positie van Nederland in het IOC in gevaar brengen (’de internationale positie in het bestuurswezen van de sport’).

(Het zou dan bij het IOC gaan - zo leert een snelle blik in de Wikipedia - om erelid Hein Verbruggen, voorzitter van de commissie voor de spelen in Peking (en de grote criticaster van Jacco Verhaeren tijdens diens uitlatingen in de media voorafgaand aan de Spelen in Peking) en de IOC-leden Els van Breda Vriesman (hockey),  Anton Geesink (judo) en Willem-Alexander, Prins van Oranje.)

De zwemcoach staat versteld over de Chinese invloed, zeker nu deze zijn persoonlijke levenssfeer is binnengedrongen: ‘Dat is geen nieuws als je bijvoorbeeld bedenkt dat onze minister-president om ruzie met China te voorkomen de Dalai Lama niet wil ontvangen, maar als dergelijke praktijken jezelf aangaan – als burger in je eigen land – kijk je toch vreemd op. Dat mij dit overkwam vond ik buitengewoon bizar.’

Comments Off

admin op 6 June 2010 in Boek & Meer

Horsmans trapt af, kiest gelijk de aanval…

,,Sittard is één dooie boel. We hebben niks, geen Snowworld, niks voor de kinderen en geen pretpark. We hebben nog niet eens een discotheek, het is schandalig! En dat voor een gemeente die zichzelf graag de tweede grootste gemeente van Limburg noemt!” De Sittardse horeca-ondernemer en Fortuna-fan Pascal Horsmans (Brand Taveerne, Hotel Auveleberch) is klaar voor de beslissende wedstrijd met de gemeente.

De fluit gaat, Horsmans kiest meteen de aanval.

De gemeenteraad heeft alleen maar oog voor de binnenstad als het gaat om promotie en ontwikkeling van de stad. ,,Dat is kortzichtig!” Het komt ook, denk hij, doordat een belangrijke gesprekspartner voor de gemeente op dat gebied, Horecabond Regio Sittard-Geleen, wordt gerund door mensen uit diezelfde binnenstad.

Balverlies. De tegenstander speelt de bal rond. Dat doen ze niet slecht.

Horsmans moet toegeven dat de Sportzone een goed plan is. Het is een plan om het Fortuna-stadion met een hotel, een sportopleiding en een horecaopleiding op te tuigen. (Bouw 2011, ingebruikname 2012). Toch blijft het lapwerk, foetert Horsmans. Mosterd na de maaltijd.

Horsmans weer aan de bal, rukt op via het middenveld, gemeente in het defensief.

De gemeente heeft de komst van diverse bedrijven bij het nieuwe stadion tegengehouden. Daardoor moest de club bijna gedwongen fuseren met Roda en is vervolgens bijna failliet gegaan. Het lag alweer aan de gemeente. En ja, ook het wanbeleid van de toenmalige directie had er natuurlijk mee te maken.

Horsmans kan er niet over uit. Fortuna is vorig jaar op het nippertje gered door TOF, een groep ondernemers waar hij ook lid van is, Trots op Fortuna. Fortuna onderuit laten gaan, dat mocht en mag niet gebeuren!

Met weemoed denkt hij even terug aan het stadion in de Baandert. Een mooie club, Europees voetbal, financieel heel gezond. Dat waren nog eens tijden…

De gemeente neemt de bal over in een onbewaakt ogenblik…

Horsmans windt zich weer op: ,,Mediamarkt, Hornbach en Supergame – een gokhal – mochten niet op de nieuwe locatie komen. Er is ook verschillende keren voorgesteld om er een discotheek te openen, maar die mensen hebben van de gemeente gewoon geen antwoord gekregen.

Het stadion staat er nu bijna tien jaar en nog niks. Tja, als je alles tegenhoudt, is het logisch dat het stadion kapot gaat en bedrijven afhaken.”

Het ligt aan de gemeente. Al jaren. Dat weet hij zeker. De visie het huidige gemeentebestuur noemt hij ‘een visie anno 1800′. ,,We leven in 2010, we moeten breder denken dan de binnenstad, ook ontwikkelingen naar de buitenwijken brengen.” (De twee horeca-gelegenheden van Horsmans liggen in buitenwijk Limbrichterveld).

Opnieuw balbezit voor Horsmans, hij is ongemeen fel nu. Komt goed in zijn spel.

,,Denk aan de Kollenberg en de Windrakerberg, dat zijn prachtige wandelgebieden. Daar hoor je nooit iemand over. Het is altijd maar binnenstad, binnenstad, binnenstad. Maar daar staat driekwart leeg. Nou ja, een kwart.”

Hoe moet het dan wel? ,,Er zijn drie manieren om de stad aantrekkelijk maken. 1. Zorgen dat het op de route ligt, dus fiets- en wandelpaden aanleggen. 2. Veel reclame maken, maar dat is duur. 3. Mondelinge reclame laten ontstaan. Over al dat soort zaken, daar hoor je de gemeente nooit over.”

Goal! Goal! Goal! Niet te geloven! Het is nu al één nul voor Horsmans!

Gemeente, gemeente en… balverlies. Horsmans, Horsmans, Horsmans. Ongeloofelijk! Wat een balbeheersing. Nu komt het er op aan.

Horsmans wil misschien een ondernemersvereniging oprichten voor de ‘buitenstad’; de wijken en dorpen rondom het centrum van Sittard. ,,In Sittard alleen al, zijn er zo’n vijftien of twintig horeca-gelegenheden in de buitenwijken. Er zijn er genoeg die met me mee willen doen.”

Oohhh! Jammer! Knappe redding van de keeper van de gemeente. Horsmans terug op eigen helft. Neemt over. Horsmans, Horsmans… Opbouw vanuit de rechtse flank… Mooi voetenwerk.

Weer komt er irritatie los: ,,De horecagelegenheden in de buitenwijken zouden - zo was het voorstel laatst van een onderzoeksbureau - rond half drie of drie uur moeten sluiten terwijl de zaken in de binnenstad tot vijf of zes uur open mochten blijven.

De buitenste wijken en het centrum liggen in Sittard dicht bij elkaar. Waarschijnlijk zorgt zo’n vroege sluiting voor een trek naar de binnenstad, mogelijk met overlast en vernielingen!”

Dit is een kans, de tweede al deze wedstrijd. Horsmans haalt uit…

,,Ik heb begrepen dat ze dit voorstel nu weer willen terugtrekken; dat ze wel gevoelig zijn voor mijn argumenten.”

Jaaaaa! Twee nul! Een prachtige twee nul! Net voor het einde van de eerste helft.

Phiiiiiiiit! Daar gaat de fluit van de arbiter.

We gaan er even uit. Tot zo!

(…)

Welkom terug. We kijken naar het begin van de tweede helft Horsmans-gemeente. Horsmans twee, gemeente één.

Horsmans… Kiest weer gelijk de aanval…

,,Met Pieter Meekels van het GOB zou ik wel eens een gesprek willen voeren. Waarom heeft de gemeente Café Aurora in Grevenbicht in handen gegeven van de harmonie zodat allerlei verenigingen er gebruik van kunnen maken?

De gemeente heeft zich borg gesteld voor de harmonie. Waarom geven ze ondernemers niet de kans om die zaak te exploiteren? Ik ken er genoeg die er wel in gewild hadden. Nee, ik zelf niet. Nee.”

De ondernemer heft een klaagzang aan over de gemeentelijke subsidies aan sportclubs en buurthuizen die horeca exploiteren. In zijn ogen is dat oneigenlijke concurrentie stimuleren. ,,Dat heet tegenwoordig ‘paracommissie’. Je mag niet als overheid iemand ondersteunen die daardoor concurrerend kan werken.”

Zelf is hij er ook tegenaan gelopen. Het gemeenschapshuis in Limbrichterveld krijgt van de gemeente subsidie voor een nieuwe keuken. Er worden ook feesten gegeven en dus het is een concurrent voor Horsmans, die in Hotel Auveleberch (dat hij sinds het voorjaar exploiteert) ook feesten op het programma heeft staan.

Dit kan toch allemaal niet zo maar mogen, vraagt hij zich op een internetforum over subsidies vertwijfeld af. ,,Ik heb niks tegen ons gemeenschapshuis - prachtig initiatief, aardige mensen - maar ik moet ervan leven, dat is toch wel even wat anders.”

Horsmans?! Balverlies door gepingel. Jammer.

Af en toe bekruipt Hormans het gevoel dat de gemeente, door de focus op de oude binnenstad en het steunen van verenigingen met horeca-voorzieningen, de horeca-ondernemers uit de buitenwijken en de dorpen wil laten verdwijnen. Een soort sterfhuisconstructie. Maar ja, dat krijg je natuurlijk nooit hard.

De gemeente reageert snel, zet aan… Goal. Ja, die zit. Dat was een harde pegel. Tjonge, jonge jonge. In de linkerbovenhoek bij Horsmans. Het is één twee voor de gemeente.

Het spel wordt hervat. Snelle counter. Dat gaat goed, dat gaat goed…

En de verantwoordelijken, de politiek in Sittard-Geleen – breek hem de bek niet open - daar heeft Horsmans sowieso geen vertrouwen meer in. ,,Het is dorpspolitiek, zo noem ik dat. PvdA en GroenLinks hebben hier grof verloren en dan gaan ze gewoon weer verder besturen. De kiezer heeft gesproken, maar dat maakt blijkbaar niet uit.”

Nee, dat wordt ‘em niet.

Horsmans’ zaken draaien goed, zegt hij zelf. Daar gaat het niet om. In Hotel Auveleberch verhuurt hij hotelkamers, vooral voor langere tijd aan bedrijven uit de regio. Voor medewerkers. Ook organiseert hij daar onder meer eettafels, koffietafels, bedrijfs- en kinderfeestjes.

De bal wordt nu al een tijdje rond gespeeld, Sjraar Cox, sinds een paar jaar coach van de gemeente, wijst op zijn horloge. Sommige spelers willen wel, maar kunnen niet, gebaren ze naar de bank. Een doorbraak blijft uit.

Behalve Hotel Auveleberch runt Horsmans al jaren café Brand Taverne, dat bij Fortuna-wedstrijden wordt omgetoverd tot Sportcafé Fortuna, het thuishonk van de N-SIDE.

,,Het sportcafé is zeven jaar geleden begonnen. Een groepje veertien-, vijftienjarigen kwam op vrijdag wat drinken. Dan ging ik een uurtje eerder open. Ze kwamen voor de wedstrijd bij elkaar om met elkaar te vertellen.

Twee jaar geleden dreigde Fortuna failliet te gaan, dus er was behoefte om verhalen met elkaar te delen. Het begon met zeven man, nu heb ik vaak honderd en één keer heb ik zelfs vierhonderd man binnen gehad, dat was met de wedstrijd vorig jaar tegen MVV.

Het is een heel hechte groep. Jongeren, maar ook ouderen van zestig, zeventig jaar. Er wordt altijd gepraat, maar overlast veroorzaken ze niet.”

Oei, daar komt de gemeente verrassend uit de hoek. Pfioew! Over. Die bal zag keeper Horsmans te laat aankomen.

We hebben nog tien minuten speeltijd. Het is twee één voor Horsmans. De wedstrijd lijkt gespeeld, maar het kan nog alle kanten op.

,,Bij mij komen de echte supporters bij elkaar, een gedeelte daarvan is harde kern. Dat zijn de tweehonderd man die ook naar de uitwedstrijden gaan. Maar het is niet de harde kern in de zin van geweld. De overlast valt reuze mee. Er wordt best wel een keer gezongen buiten, maar niet ’s nachts.”

Phiiiittt! Het beslissende fluitsignaal.

Horsmans wint deze spannende derby met twee tegen één.

Comments Off

admin op 5 June 2010 in Ongewoon & Anders