Archief voor May 2010

Zen in Japan: hard en vrijwel geheel gereguleerd

Een zenmonnik op de veranda van het klooster die via de gsm even naar huis belt. Een collega die in de centrale ruimte luistert naar de abt, zijn mp3-spelertje naast zich op de grond. Niet zen in de polder, maar zen in Japan. Het zijn beelden uit het boek ‘Zazen nu – Het dagelijks leven in een Japanse zenklooster’ van Madelon Hooykaas & Nico Tydeman (Ankh-Hermes, 2010). Dit fraaie bijzettafeltjesboek is een aanrader voor lekenbeoefenaars in Nederlands en voor de romantici die bij zen denken aan badschuim of een Japanserig bijzettafeltje.

De werkelijkheid in het traditionele klooster Bukkoku-ji, waar Hooykaas en Tydeman over schrijven, is hard en vrijwel geheel gereguleerd. Voor romantiek (als stroming) is geen plaats. Voor alles zijn regels, rituelen en gebruiken, zoals de bekende zenleraar Dogen Zenji zo’n achthonderd jaar geleden heeft bedacht. Er is maar één weg: totale overgave. Aan de regels en aan het hier en nu.

De vereiste discipline is groter dan in het leger en voortdurend. Het leven in dit klooster is een onophoudelijke training in bewust zijn. Verder vormen voor een niet-Japanner als Hooykaas de taal en de cultuur een extra drempel. In één zin: het verblijf is uitputtend.

Het leven is er ‘down to earth’. Bukkoku-ji is geen knuffelige New Age-omgeving, maar een plaats waar gewerkt wordt. Spiritueel werk, maar ook fysiek werk, zoals het handmatig legen van de beerput, is belangrijk. Net als alles, biedt het een mogelijkheid om voorbij de leegte te zijn.

Voor alles is een tijd en een plaats, zo blijkt uit de foto’s van Hooykaas. Ook voor de doden. Zo is er een ‘begraafplaats’ (zonder graven) met een grote pagode. Op elke trede staan kleine beeldjes en gedenktekens. Indrukwekkend om te zien, uitnodigend om te bezoeken.

Veel foto’s zijn waardevol omdat ze informatief zijn. Andere zijn erg fraai. Mij troffen de foto’s het meest die het gewone achter het exotische laten zien.

De versleten maaltijdbakken, de houten wandjes voor de zitplaatsen, onkruid op het pad, een kast met mokken (iedereen heeft een andere), de duurzaam uitgevoerde bedelhoeden (bedelen is uiteraard ook geritualiseerd) en het beeld van een monnik die geamuseerd naast een poes zit die water uit een lege bloempot drinkt.

Naast de foto’s biedt ‘Zazen nu’ een dagboekverslag van de fotografe, die overigens ook een film maakte van haar verblijf. Het uitstekende essay van Nico Tydeman, dat hieraan voorafgaat, ‘Laboratorium van de Geest’, maakt het boek compleet.

Niet alleen schetst Tydeman historische lijnen met belangrijke personen en verklaart gebruiken, hij geeft ook de werkelijkheid weer zoals die zich vaak aan de ogen van westerse gasten onttrekt.

Om met die gebruiken te beginnen: Tydeman vertelt bijvoorbeeld dat de kok in een klooster een hoge positie heeft, vaak net onder de abt. Een kok is niet ’slechts’ een medewerker voor het eten en drinken. Hij is idealiter een rolmodel voor elke zenmonnik.

De basis hiervoor is gelegen in de fameuze ontmoeting van Dogen Zenji (1200-1254) met een Chinese kok. Dogen komt met de man in gesprek, raakt gefascineerd en vraagt hem waarom hij zich bezighoudt met koken terwijl hij - met zijn kwaliteiten - beter zazen zou kunnen beoefenen en soetra’s bestuderen. De kok, een oude man, lacht alleen.

Later komt Dogen de kok weer tegen. Dogen vraagt de kok om diens inzicht met hem te delen. De kok trekt de intellectueel opnieuw uit balans. Hij zegt: ‘Een, twee, drie, vier, vijf’. En: ‘Niets is verborgen, alle dingen zijn geopenbaard.’

Dogen blijft zoeken en groeit later uit tot een belangrijke figuur in het zenboeddhisme. Hij ritualiseerde elk aspect van het kloosterleven en hechtte, wellicht mede door zijn ontmoeting met de kok, groot belang aan de bereiding en het eten van voedsel.

In een klein deel van het essay gaat Tydeman in op de dagelijkse praktijk die vaak onbeschreven blijft in westerse boeken. Hij vertelt dat monniken ook mensen zijn. ‘En zelfs de meest rigoureuze training en de grootste verlichting verandert niet wezenlijk iemands karakter.(…)

Net als overal zijn er uitslovers, klaplopers, de kantjes-ervanaf-lopers, klagers, slappelingen, arroganten en stilzwijgers. Er is jaloezie, concurrentie, ellebogenwerk, ruzie, roddel, achterklap, er zijn geruchten gaande. Er zijn uitwassen. In hun vrije tijd (en dat niet alleen) zoeken monniken een uitlaatklap voor de druk van hun training. Zij gaan naar buiten en doen zich te goed aan drank en seks.’

Dit komt vermoedelijk mede doordat veel monniken door hun ouders naar het klooster zijn gestuurd (ruim driekwart van de kloosters is familiebezit) in de hoop dat hun zoon eens de tempel zal kunnen runnen. Dat is een baan die draait om administratie en het houden van ceremoniën voor voorouders.

Het is ook een job met aanzien, leert Tydeman: ‘Priesters en Roshi’s dragen kostbare monnikskleren, van zijde of brokaat. Ze rijden in dure auto’s. Niet alleen wordt aan het bedelen (soms) veel geld verdiend, legaten, schenkingen en de herdenkingsceremoniën vullen een schatkist.’

Tydeman ziet het positief in. Over de historie van zen zegt hij: ‘De decadentie van de tempels kon in Japan nog zo groot zijn, steeds weer was er een enkeling, een monnik of leraar, die de Dharma compromisloos, vaak afzijdig van de invloedrijke instituties, leefde.’ Zo werd en wordt het voortbestaan van de leer gegarandeerd. Ook in tijden van mp3-spelers, mobieltjes en zen-badschuim.

Comments Off

admin op 20 May 2010 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel

Muddikikin, het script voor een animatiefilm

Onlangs verscheen bij Ankh-Hermes ‘Muddikikin op weg naar 2012 – Een spannend avontuur in de spirituele kwantumwereld’, 14,9 euro). Hoewel het persbericht en de achterflap niets verraden, zegt de onderkop al waarmee we hier te maken hebben: een jeugdboek. Het is geschreven door Danny Maassen, die met dit werk debuteert.

Het boek gaat over Muddikikin, een jongen die voorbestemd is om de wereld te redden en wel voor 21 december 2012. Als erfgenaam van een familie van bewakers van een spiritueel geheim, voert zijn zoektocht hem naar veel plaatsen waar Nieuw Spirituelen een hang naar hebben; van Caïro tot Machu Picchu. Uiteindelijk resulteert dit in een neo-gnostische eindstrijd tussen goed en kwaad, die uiteraard door Muddikikin wordt beslecht.

Diverse spirituele wijsheden, of wat daarvoor moet doorgaan, worden kort aangestipt. Storend is, dat ze soms verkeerd of onvolledig worden uitgelegd. Zo wordt van de chakra’s een eenzijdig beeld geschetst. En de uitleg van de kwantumveldtheorie, een experimenteel gebied waar spiritualiteit en wetenschap elkaar schoorvoetend naderen, roept meer vragen op dan ze beantwoordt. Zeker voor jonge lezers.

Het boek is in een maand geschreven en dat is geen verrassing. Waarom dan toch deze korte bespreking? (Ik schrijf hier alleen recensies over boeken waar ik enthousiast over ben, zo merkte een vriend van me ooit terecht op.) Het boek van Danny Maassen biedt mijns inziens een uitstekende basis voor een succesvolle, manga-achtige animatiefilm.

De gebreken op het gebied van karakter-ontwikkeling (de hoofdpersoon leert bij wijze van spreken tussen de koffie en het koekje leviteren), de voorspelbare verhaallijn (al in het begin is duidelijk dat de zus later een rol gaat spelen in de eindstrijd en niemand verwacht op enig moment dat de hoofdpersoon de eindstrijd niet zal winnen) en de missers in de inhoudelijke informatie (met name over de chakra’s) doen er dan niet meer zoveel toe.

Het zou een film zijn met prachtige visuele effecten, veel gooi- en smijtwerk met chi-ballen, opstijgende piramides (denk aan de film ‘Stargate’) en onder meer een indrukwekkende scene waarbij Muddikikin als het Jezus-beeld van Rio in de lucht met zijn krachten de Tsunami tegenhoudt. De soundtrack zou door Kane of een andere band kunnen worden geschreven. Ik hoop echt dat deze film er komt, dan kunnen we het boek laten voor wat het is. Een sterk script.

Comments Off

admin op 18 May 2010 in Boek & Meer

Burgemeester Sittard-Geleen: ‘Je moet je omgeving meeslepen’

De politiek in Sittard-Geleen moet professioneler. Het parkeerbeleid heeft een waterhoofd. De krant is negatief en zorgt zo mede voor een negatief imago. Hoogveld is een voorbeeldwijk. En zijn oud-collega Gerd Leers van Maastricht zou zelf te weinig in de spiegel hebben gekeken. Een interview met Sjraar Cox, burgemeester van Sittard-Geleen en plaatsvervangend korpsbeheerder van de Politie Limburg Zuid.

Wat waren uw verwachtingen toen u burgemeester van Sittard-Geleen werd en wat zijn uw bevindingen tot nu toe?

‘Ik wilde naar een gemeente toe waar de centrumgedachte heerst en veel dynamiek in zit. De min- en pluspunten die ik verwachte, ben ik ook tegengekomen. Als ik naar onze gemeentelijke organisatie kijk, zie ik soms toch nog de worsteling om er één organisatie van te maken. In 2001 moesten drie gemeenten noodgedwongen samenwerken terwijl ze alle drie niet wilden. Op 1 januari 2001 was er nog niets gedaan om er één organisatie van te maken. We startten met drie afzonderlijke begrotingen. Dat is symbolisch. Daarna is er door de diverse colleges goed gewerkt aan harmonisering.’

Symbolisch, maar niet symptomatisch?

‘Ik kan oordelen vanaf 1 oktober 2006. Toen viel me op dat men nog steeds werkte met de systematieken van de vorige individuele colleges, maar ik denk dat we dat nu achter de rug hebben. Natuurlijk was ook bekend dat er politieke tegenstellingen waren. Ik denk dat die vooral in de personen zitten. Ik vind dat we aan sommige persoonlijke tegenstellingen nu maar eens een eind moeten maken.’
Waterhoofd

Hoe wilt u dat doen?

‘We hebben nu veertien nieuwe mensen in de raad. En ik denk dat het bewustzijn toeneemt, ook bij de routiniers, dat de stad alleen voorwaarts kan met een breed draagvlak en als met elkaar ook over de inhoud discussiëren. Anders verliezen we slagen ten opzichte van andere gemeenten. Verder verwacht het bedrijfsleven, het onderwijs - het middenveld - dat we gezamenlijk optreden. Zij willen die oude kinnesinne überhaupt niet.’

Kunt u voorbeelden geven van slagen die de stad door interne verdeeldheid verloren heeft?

‘ Nee. Ik denk dat het gewoon te lang geduurd heeft. Een aantal ontwikkelingen en discussies over detailhandel, structuren… Neem het parkeerbeleid. Je ziet dat er niet standvastig wordt vastgehouden aan uitgangspunten. Dat er constant concessies gedaan worden om maar meerderheden te krijgen. Dat leidt er uiteindelijk toe dat je een soort waterhoofd krijgt waarbij niemand meer weet waar we aan toe zijn.’

Dus het parkeerbeleid is een rommeltje?

‘Ik vind het prima dat ze eind vorig jaar gezegd hebben: “We wachten tot na de verkiezingen.” Als het uitgevoerd zou worden op basis van wat er toen lag, denk ik dat het technisch en voor onze medewerkers bijna onmogelijk zou zijn geweest om uit te werken. Dat ligt puur aan de politiek, niet aan de ambtenaren.
Als het gaat om detailhandel wordt nu ook naar Roermond gekeken. Nou ja, ik heb het van dichtbij mogen meemaken. Tien jaar geleden was in Roermond ook niks loos. Door een aantal goede keuzes hebben ze nu voor het midden- en kleinbedrijf een mooie plek gecreëerd.
Wij moeten wat anders doen en ons met name richten op de industriële, innovatieve kwaliteiten. Denk aan de Research en Business Campus op het Chemelot-terrein, waar universitair onderwijs en bedrijfsleven samenwerken aan innovatie en werkgelegenheid.’

De detailhandel noemde u als eerste. Ik moet dan denken aan de tuinboulevard, waar sinds kort ook andere bedrijven welkom zijn omdat het in de eerste opzet blijkbaar niet werkte.

‘Ja, het wordt nu een tuin-, meubel- en doe-het-zelf-boulevard. Dus van Gamma tot Intratuin en Hornbach. Ik heb pas in de krant gelezen dat projectontwikkelaar 3W optimistisch is over het invullen ervan. De plannen om de boulevard verder uit te breiden, worden binnenkort opgepakt.’

Is dat niet een voorbeeld van een ontwikkeling die door interne verdeeldheid te laat op gang is gekomen? Heerlen heeft de woonboulevard, Roermond onder meer een Designer Outlet en een Retail Park.

‘Ik denk dat we niet drie keer hetzelfde moeten doen. Je moet de schwung in de stad houden. De vraag is wat het effect is op de binnenstad als je alles zo organiseert als de woonboulevard in Heerlen. Wij moeten het minder hebben van grote winkelbedrijven. We moeten de aantrekkelijkheid van de oude kern van Geleen en zeker ook die van Sittard in stand houden. Meer reuring in een stad, dat kan alleen door de kleine winkels.’

Denkt u niet dat de klandizie voor de bedrijven op de tuinboulevard zijn weerslag heeft op de omzet van de winkels in de binnenstad, zoals het Outlet in Roemond?

‘Het heeft ongetwijfeld effecten op de binnenstad. Ik hoor van de wethouder dat ze er in Roermond van profiteren. De discussie over het Outlet in Roermond is vergelijkbaar met die over de Media Markt hier. Ik heb me laten vertellen dat vijfendertig procent van de bezoekers aan de Media Markt, nadat ze daar spullen hebben gekocht, verder gaat in het stadsdeel of de stad waar ze zijn. De rest niet.
Wij proberen een trekker te krijgen die een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van de binnenstad. Het huidige voorstel is dan ook om de Media Markt in de binnenstad te plaatsen, dan heeft zo’n winkel ook uitstraling naar de binnenstad.
Als gemeente willen we met het bedrijfsleven meedenken en meewerken. Bedrijven kunnen zich nu alleen maar ergeren, constant, omdat de stad steeds negatief in de krant komt. Dat heeft veel effect op het bedrijfsleven.
De Limburger heeft het bijvoorbeeld nog altijd over ‘de fusiestad’. Ik heb ze al vijftig keer gezegd dat ze daar mee op moeten houden. Ik noem hen ook niet de fusiekrant, maar gewoon het dagblad. Ze scheppen er blijkbaar behagen in. We moeten vooruit denken, niet achterom kijken. En als mensen dat blijven doen, moeten we ze afstraffen; het abonnement opzeggen.’

Het gebruik van een woord als fusiestad, daar zullen ze bij DSM toch niet wakker van liggen?

‘De Limburger heeft de neiging om alles wat negatief is uitgebreid naar voren te brengen. Dat heeft grote gevolgen. Mensen gaan zich ergens vestigen, net als bedrijven. En dan gaan ze googelen. Als je dan in de krant schrijft: “Fusiestad is slecht bereikbaar”. En vervolgens klagen de ondernemers in de krant dat het allemaal waardeloos is. Het gevolg is, dat ik niet automatisch naar Geleen zal verhuizen, omdat de ondernemers daar zelf al zeggen dat het een zootje is.’

Sittard-Geleen heeft een imagoprobleem?

‘Sittard-Geleen heeft in het kader van de citymarketing nog wel enkele stappen te zetten. Gedeeltelijk komt dat door de economische crisis en gedeeltelijk door de beeldvorming van derden dat het blijkbaar een zootje in de stad is.’

Een gezegde luidt: ”Waar rook is, is vuur”. Moet u niet ook gewoon werken aan het oplossen van de problemen, naast het ontwikkelen van betere citymarketing?

‘Natuurlijk, daar werken we als overheid ook iedere dag keihard aan, samen met de ondernemers. Maar als je permanent blijft publiceren dat er grote leegstand is in de stad, en je vergelijkt het niet met andere steden met een vergelijkbare omvang et cetera, dan doe je of er hier een unieke situatie is. Dat bestrijd ik. Je moet er met elkaar aan blijven werken. Evenementen organiseren, de aantrekkelijkheid de stad vergroten en de unieke elementen van een stad gebruiken om mensen warm te maken.’

Wat is er volgens u zo fantastisch aan Sittard-Geleen, dat iedereen er gelijk moet komen wonen en werken?

‘De omgeving. Centraal in Limburg. Grote bedrijvigheid. Wijken - Hoogveld is daar een voorbeeld van - met veel activiteiten. Dat is in Hoogveld allemaal prima in elkaar; goed verzorgingscentrum en een mooie Hof van Onthaasting. En Sittard-Geleen ligt tegen het Heuvelland aan. Onze stad ligt ook op een steenworp afstand van alle mooie steden in het buitenland; Leuven, Aken, Hasselt, Luik. En van alle steden in het binnenland uiteraard.’

U bent, naast burgemeester van Sittard-Geleen, ook plaatsvervangend korpsbeheerder van de Politie Zuid-Limburg. Hoe zou u uw leiderschapsstijl omschrijven?

‘Ik ben heel direct. Mensen aan afspraken houden. Lezen. Daar waar mogelijk nieuwe ideeën inbrengen en mensen de ruimte geven. Mensen de indruk en de overtuiging geven dat ze zelf het beste weten wat goed voor hen en voor de omgeving is. Mensen het vertrouwen geven. Als dat er niet meer is, heb je aan vierentwintig uur niet genoeg.’

Vanuit uw rol bij de politie had u intensief contact met Gerd Leers, de oud-burgemeester van Maastricht die onlangs gedwongen afscheid nam. Wat is uw indruk van die gebeurtenis?

‘Ik vermoed dat meerdere zaken een rol hebben gespeeld in het hele debat dan feitelijk naar buiten is gekomen. Ik acht het niet uitgesloten dat de procedure rond ‘Bulgarije’ anders was verlopen als hij veel eerder gezegd had: “Ik ben stom geweest”.
Wat jammerlijk is, en dat geeft ook de solitaire positie van de burgemeester aan, op een gegeven moment kom je in een bepaalde flow terecht. Als anderen je daarbij niet voldoende kunnen ondersteunen of je anderen daarbij niet toelaat, gaan dingen fout. Was dat wel gebeurd, dan hadden mogelijkerwijs wat rampjes voorkomen kunnen worden.
We maken allemaal fouten. Wanneer je niet van elkaar accepteert dat je fouten maakt of als jij in het verleden altijd de vinger op de zere plek hebt gelegd, dan moet je niet verbaasd zijn als andere mensen dat op andere momenten ook doen.
Je moet altijd proberen elkaar de ruimte te geven en te ondersteunen. En daar waar het echt misgaat, keihard ingrijpen. Dat heeft Gerd ook gedaan. Af en toe elkaar een spiegel voorhouden en via die spiegel in debat gaan, dat is soms niet zo heel gek.’

U geeft aan dat Gerd Leers mensen om zich heen had die niet kritisch genoeg waren?

‘Ik praat over mezelf. Ik heb mensen nodig die je, al is het maar thuis, de ruimte geeft om kritische vragen te stellen over wat je doet. Om je te ontnuchteren, want hij werkte zich kapot, dat doen wij ook… En als je af en toe niet eens een verzetje kunt hebben om weer met beide benen weer op de grond te komen, dan raak je… Af en toe, in een drukke periode, denk ik dat er niks aardiger is dan om bij een voetbalwedstrijd op de tribune te zitten en de mensen te horen praten over dingen waar jij de afgelopen weken niet mee bezig bent geweest. Dat is het meest ontnuchterende dat er is.’

U schetst iemand die heel gedreven en heel kundig is, ethisch hoogstaande normen heeft en een beetje los staat van de werkelijkheid. Iemand die zo gelooft in zijn dingen, dat hij wat moeilijker benaderbaar is met kritiek is of de mensen niet om zich heen heeft gehad of verzameld die deze zouden kunnen geven.

‘Ik heb het over mijzelf. Wat betreft Gerd Leers zou dat best kunnen. Verder is de positie van de burgemeester veranderd. Je maakt nu deel uit van een politiek systeem, bent niet meer onaantastbaar. Vroeger had je burgemeesters die dachten dat ze na hun vertrek altijd een standbeeld zouden krijgen. Nou nee, ik moet gewoon mijn werk doen. En mijn werk, daar hoort ook bij dat ik voldoende bewust ben van dat wat ik beteken voor de directe omgeving.
Jij moet je directe omgeving meeslepen. Doe je dat niet, en kijk je niet voldoende achterom, dan heb je uiteindelijk een probleem. Dat geldt ook voor een sportvereniging, maar ook voor personen. Je kunt geweldige ideeën hebben, maar als je het niet kort sluit met de mensen om je heen, niet andere mensen hun ideeën en creativiteit laat inbrengen, ben je met een verloren zaak bezig.’

Comments Off

admin op 13 May 2010 in Politiek & Media

Ladies and gentlemen, we got him!

De vandaal die onze auto heeft bekrast is gepakt en heeft bekend. Dankzij, zoals de politie tegenwoordig graag wil, inbreng van alerte burgers. Een bemoedigende prestatie, gezien Nederland voor jeugdcriminaliteit volgens het Ministerie van Justitie een oplossingspercentage van een kwart heeft en jongeren zelf de pakkans ‘niet groot’ of als ‘afwezig’ inschatten.

Na de tweevoudige vernieling van onze auto, zijn in totaal zes auto’s bekrast. De schade, die op de jonge dader en/of diens ouders verhaald wordt, is vermoedelijk minimaal tussen de zes- en zevenduizend euro. Dat lijkt misschien onbeduidend, maar het is zeker geen kattenpis. Los nog van de brede verontwaardiging die dit soort achterbakse gedrag oproept.

Hoe is het gegaan? Na de vernielingen aan onze auto werd een pamflet in de buurt verspreid met de waarschuwing dat vandalen actief zijn. Het verzoek was om goed op te letten en verdachte zaken bij de politie te melden. De vernielingen bleven doorgaan. Al snel bleek, op grond van de tijd waarop het steeds gebeurde, dat het waarschijnlijk om scholieren ging.

Een middag posten met een fototoestel leverde mooie plaatjes op van twee jongens die met een auto bezig waren. Na hun vertrek werd een verse kras op een auto geconstateerd die er enkele uren voordien nog niet zat. Omdat op de foto’s het daadwerkelijke krassen niet te zien is, was dat volgens de politie niet genoeg. Wel waren de waarschijnlijke daders nu goed in beeld.

Vervolgens is een videocamera geplaatst die de hele straat in het oog kon houden. Ook was de hele buurt alert. De eerste middag met de videocamera was het gelijk raak. Niet alleen zag een getuige de hoofddader een auto bekrassen, ze ging naar buiten en sprak hem gelijk op zijn actie aan, het stond ook nog eens op film. Na afloop liepen de dader en zijn twee vriendjes goed zichtbaar in beeld. Het bleken dezelfde jongens te zijn die op de foto’s staan. De politie heeft vervolgens verdere actie ondernomen en de dader heeft bekend.

Vandalisme, zoals bij ons in de straat, is hot. Uit de criminaliteitscijfers over 2009 blijkt een opvallende toename van vandalisme zoals het bekrassen van auto’s, ruiten ingooien en bloembakken uit tuinen halen. De toename bedroeg zes procent ten opzichte van 2008 en kwam daarmee uit op 2,8 miljoen incidenten .

De toename zou verschillende redenen kunnen hebben. In de toelichting van het CBS wordt daar niet op ingegaan. De toename zou er bijvoorbeeld op kunnen wijzen dat er een nieuwe generatie vandalen actief wordt of dat de alternatieven voor het beoogde sociale gedrag voor de daders minder aantrekkelijk zijn geworden. Bijvoorbeeld door betere beveiliging.

Op de foto’s van de bekrassing in onze straat is in elk geval te zien dat de dader, ogenschijnlijk een heel keurig jongetje, blosjes op de wangen krijgt van opwinding na het bekrassen van een auto. Ook op de video is de opwinding bij alle betrokkenen uit hun non-verbale gedrag af te leiden. Zo is er een meelopertje in beeld, dat van enthousiasme over de stoep huppelt, voorafgaand aan de vernieling. De meelopers waren duidelijk vooraf op de hoogte.

Volgens Wikipedia zouden vernielingen in onze straat waarschijnlijk vallen onder het kopje prestigevandalisme. In deze online encyclopedie lees ik dat vandalisme ‘kan wijzen op gebrek aan intelligentie, fantasie, fatsoen of inlevingsvermogen, hoewel dit laatste geenszins noodzakelijkerwijs het geval is. Er kan bijvoorbeeld ook sprake zijn van een innerlijke onvrede bij de overtreder of zelfs ernstigere psychologische problemen.’

En: ‘Vandalisme is gedeeltelijk instinctief, een vandaal probeert te laten zien dat hij beter is, dominanter dan anderen.’ Maar goed, uiteindelijk hebben wij gewonnen in deze wedstrijd ver-pissen. De kosten worden vergoed en hopelijk leert het jong er ook nog wat van.

Comments Off

admin op 2 May 2010 in Ongewoon & Anders