
De politiek in Sittard-Geleen moet professioneler. Het parkeerbeleid heeft een waterhoofd. De krant is negatief en zorgt zo mede voor een negatief imago. Hoogveld is een voorbeeldwijk. En zijn oud-collega Gerd Leers van Maastricht zou zelf te weinig in de spiegel hebben gekeken. Een interview met Sjraar Cox, burgemeester van Sittard-Geleen en plaatsvervangend korpsbeheerder van de Politie Limburg Zuid.
Wat waren uw verwachtingen toen u burgemeester van Sittard-Geleen werd en wat zijn uw bevindingen tot nu toe?
‘Ik wilde naar een gemeente toe waar de centrumgedachte heerst en veel dynamiek in zit. De min- en pluspunten die ik verwachte, ben ik ook tegengekomen. Als ik naar onze gemeentelijke organisatie kijk, zie ik soms toch nog de worsteling om er één organisatie van te maken. In 2001 moesten drie gemeenten noodgedwongen samenwerken terwijl ze alle drie niet wilden. Op 1 januari 2001 was er nog niets gedaan om er één organisatie van te maken. We startten met drie afzonderlijke begrotingen. Dat is symbolisch. Daarna is er door de diverse colleges goed gewerkt aan harmonisering.’
Symbolisch, maar niet symptomatisch?
‘Ik kan oordelen vanaf 1 oktober 2006. Toen viel me op dat men nog steeds werkte met de systematieken van de vorige individuele colleges, maar ik denk dat we dat nu achter de rug hebben. Natuurlijk was ook bekend dat er politieke tegenstellingen waren. Ik denk dat die vooral in de personen zitten. Ik vind dat we aan sommige persoonlijke tegenstellingen nu maar eens een eind moeten maken.’
Waterhoofd
Hoe wilt u dat doen?
‘We hebben nu veertien nieuwe mensen in de raad. En ik denk dat het bewustzijn toeneemt, ook bij de routiniers, dat de stad alleen voorwaarts kan met een breed draagvlak en als met elkaar ook over de inhoud discussiëren. Anders verliezen we slagen ten opzichte van andere gemeenten. Verder verwacht het bedrijfsleven, het onderwijs - het middenveld - dat we gezamenlijk optreden. Zij willen die oude kinnesinne überhaupt niet.’
Kunt u voorbeelden geven van slagen die de stad door interne verdeeldheid verloren heeft?
‘ Nee. Ik denk dat het gewoon te lang geduurd heeft. Een aantal ontwikkelingen en discussies over detailhandel, structuren… Neem het parkeerbeleid. Je ziet dat er niet standvastig wordt vastgehouden aan uitgangspunten. Dat er constant concessies gedaan worden om maar meerderheden te krijgen. Dat leidt er uiteindelijk toe dat je een soort waterhoofd krijgt waarbij niemand meer weet waar we aan toe zijn.’
Dus het parkeerbeleid is een rommeltje?
‘Ik vind het prima dat ze eind vorig jaar gezegd hebben: “We wachten tot na de verkiezingen.” Als het uitgevoerd zou worden op basis van wat er toen lag, denk ik dat het technisch en voor onze medewerkers bijna onmogelijk zou zijn geweest om uit te werken. Dat ligt puur aan de politiek, niet aan de ambtenaren.
Als het gaat om detailhandel wordt nu ook naar Roermond gekeken. Nou ja, ik heb het van dichtbij mogen meemaken. Tien jaar geleden was in Roermond ook niks loos. Door een aantal goede keuzes hebben ze nu voor het midden- en kleinbedrijf een mooie plek gecreëerd.
Wij moeten wat anders doen en ons met name richten op de industriële, innovatieve kwaliteiten. Denk aan de Research en Business Campus op het Chemelot-terrein, waar universitair onderwijs en bedrijfsleven samenwerken aan innovatie en werkgelegenheid.’
De detailhandel noemde u als eerste. Ik moet dan denken aan de tuinboulevard, waar sinds kort ook andere bedrijven welkom zijn omdat het in de eerste opzet blijkbaar niet werkte.
‘Ja, het wordt nu een tuin-, meubel- en doe-het-zelf-boulevard. Dus van Gamma tot Intratuin en Hornbach. Ik heb pas in de krant gelezen dat projectontwikkelaar 3W optimistisch is over het invullen ervan. De plannen om de boulevard verder uit te breiden, worden binnenkort opgepakt.’
Is dat niet een voorbeeld van een ontwikkeling die door interne verdeeldheid te laat op gang is gekomen? Heerlen heeft de woonboulevard, Roermond onder meer een Designer Outlet en een Retail Park.
‘Ik denk dat we niet drie keer hetzelfde moeten doen. Je moet de schwung in de stad houden. De vraag is wat het effect is op de binnenstad als je alles zo organiseert als de woonboulevard in Heerlen. Wij moeten het minder hebben van grote winkelbedrijven. We moeten de aantrekkelijkheid van de oude kern van Geleen en zeker ook die van Sittard in stand houden. Meer reuring in een stad, dat kan alleen door de kleine winkels.’
Denkt u niet dat de klandizie voor de bedrijven op de tuinboulevard zijn weerslag heeft op de omzet van de winkels in de binnenstad, zoals het Outlet in Roemond?
‘Het heeft ongetwijfeld effecten op de binnenstad. Ik hoor van de wethouder dat ze er in Roermond van profiteren. De discussie over het Outlet in Roermond is vergelijkbaar met die over de Media Markt hier. Ik heb me laten vertellen dat vijfendertig procent van de bezoekers aan de Media Markt, nadat ze daar spullen hebben gekocht, verder gaat in het stadsdeel of de stad waar ze zijn. De rest niet.
Wij proberen een trekker te krijgen die een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van de binnenstad. Het huidige voorstel is dan ook om de Media Markt in de binnenstad te plaatsen, dan heeft zo’n winkel ook uitstraling naar de binnenstad.
Als gemeente willen we met het bedrijfsleven meedenken en meewerken. Bedrijven kunnen zich nu alleen maar ergeren, constant, omdat de stad steeds negatief in de krant komt. Dat heeft veel effect op het bedrijfsleven.
De Limburger heeft het bijvoorbeeld nog altijd over ‘de fusiestad’. Ik heb ze al vijftig keer gezegd dat ze daar mee op moeten houden. Ik noem hen ook niet de fusiekrant, maar gewoon het dagblad. Ze scheppen er blijkbaar behagen in. We moeten vooruit denken, niet achterom kijken. En als mensen dat blijven doen, moeten we ze afstraffen; het abonnement opzeggen.’
Het gebruik van een woord als fusiestad, daar zullen ze bij DSM toch niet wakker van liggen?
‘De Limburger heeft de neiging om alles wat negatief is uitgebreid naar voren te brengen. Dat heeft grote gevolgen. Mensen gaan zich ergens vestigen, net als bedrijven. En dan gaan ze googelen. Als je dan in de krant schrijft: “Fusiestad is slecht bereikbaar”. En vervolgens klagen de ondernemers in de krant dat het allemaal waardeloos is. Het gevolg is, dat ik niet automatisch naar Geleen zal verhuizen, omdat de ondernemers daar zelf al zeggen dat het een zootje is.’
Sittard-Geleen heeft een imagoprobleem?
‘Sittard-Geleen heeft in het kader van de citymarketing nog wel enkele stappen te zetten. Gedeeltelijk komt dat door de economische crisis en gedeeltelijk door de beeldvorming van derden dat het blijkbaar een zootje in de stad is.’
Een gezegde luidt: ”Waar rook is, is vuur”. Moet u niet ook gewoon werken aan het oplossen van de problemen, naast het ontwikkelen van betere citymarketing?
‘Natuurlijk, daar werken we als overheid ook iedere dag keihard aan, samen met de ondernemers. Maar als je permanent blijft publiceren dat er grote leegstand is in de stad, en je vergelijkt het niet met andere steden met een vergelijkbare omvang et cetera, dan doe je of er hier een unieke situatie is. Dat bestrijd ik. Je moet er met elkaar aan blijven werken. Evenementen organiseren, de aantrekkelijkheid de stad vergroten en de unieke elementen van een stad gebruiken om mensen warm te maken.’
Wat is er volgens u zo fantastisch aan Sittard-Geleen, dat iedereen er gelijk moet komen wonen en werken?
‘De omgeving. Centraal in Limburg. Grote bedrijvigheid. Wijken - Hoogveld is daar een voorbeeld van - met veel activiteiten. Dat is in Hoogveld allemaal prima in elkaar; goed verzorgingscentrum en een mooie Hof van Onthaasting. En Sittard-Geleen ligt tegen het Heuvelland aan. Onze stad ligt ook op een steenworp afstand van alle mooie steden in het buitenland; Leuven, Aken, Hasselt, Luik. En van alle steden in het binnenland uiteraard.’
U bent, naast burgemeester van Sittard-Geleen, ook plaatsvervangend korpsbeheerder van de Politie Zuid-Limburg. Hoe zou u uw leiderschapsstijl omschrijven?
‘Ik ben heel direct. Mensen aan afspraken houden. Lezen. Daar waar mogelijk nieuwe ideeën inbrengen en mensen de ruimte geven. Mensen de indruk en de overtuiging geven dat ze zelf het beste weten wat goed voor hen en voor de omgeving is. Mensen het vertrouwen geven. Als dat er niet meer is, heb je aan vierentwintig uur niet genoeg.’
Vanuit uw rol bij de politie had u intensief contact met Gerd Leers, de oud-burgemeester van Maastricht die onlangs gedwongen afscheid nam. Wat is uw indruk van die gebeurtenis?
‘Ik vermoed dat meerdere zaken een rol hebben gespeeld in het hele debat dan feitelijk naar buiten is gekomen. Ik acht het niet uitgesloten dat de procedure rond ‘Bulgarije’ anders was verlopen als hij veel eerder gezegd had: “Ik ben stom geweest”.
Wat jammerlijk is, en dat geeft ook de solitaire positie van de burgemeester aan, op een gegeven moment kom je in een bepaalde flow terecht. Als anderen je daarbij niet voldoende kunnen ondersteunen of je anderen daarbij niet toelaat, gaan dingen fout. Was dat wel gebeurd, dan hadden mogelijkerwijs wat rampjes voorkomen kunnen worden.
We maken allemaal fouten. Wanneer je niet van elkaar accepteert dat je fouten maakt of als jij in het verleden altijd de vinger op de zere plek hebt gelegd, dan moet je niet verbaasd zijn als andere mensen dat op andere momenten ook doen.
Je moet altijd proberen elkaar de ruimte te geven en te ondersteunen. En daar waar het echt misgaat, keihard ingrijpen. Dat heeft Gerd ook gedaan. Af en toe elkaar een spiegel voorhouden en via die spiegel in debat gaan, dat is soms niet zo heel gek.’
U geeft aan dat Gerd Leers mensen om zich heen had die niet kritisch genoeg waren?
‘Ik praat over mezelf. Ik heb mensen nodig die je, al is het maar thuis, de ruimte geeft om kritische vragen te stellen over wat je doet. Om je te ontnuchteren, want hij werkte zich kapot, dat doen wij ook… En als je af en toe niet eens een verzetje kunt hebben om weer met beide benen weer op de grond te komen, dan raak je… Af en toe, in een drukke periode, denk ik dat er niks aardiger is dan om bij een voetbalwedstrijd op de tribune te zitten en de mensen te horen praten over dingen waar jij de afgelopen weken niet mee bezig bent geweest. Dat is het meest ontnuchterende dat er is.’
U schetst iemand die heel gedreven en heel kundig is, ethisch hoogstaande normen heeft en een beetje los staat van de werkelijkheid. Iemand die zo gelooft in zijn dingen, dat hij wat moeilijker benaderbaar is met kritiek is of de mensen niet om zich heen heeft gehad of verzameld die deze zouden kunnen geven.
‘Ik heb het over mijzelf. Wat betreft Gerd Leers zou dat best kunnen. Verder is de positie van de burgemeester veranderd. Je maakt nu deel uit van een politiek systeem, bent niet meer onaantastbaar. Vroeger had je burgemeesters die dachten dat ze na hun vertrek altijd een standbeeld zouden krijgen. Nou nee, ik moet gewoon mijn werk doen. En mijn werk, daar hoort ook bij dat ik voldoende bewust ben van dat wat ik beteken voor de directe omgeving.
Jij moet je directe omgeving meeslepen. Doe je dat niet, en kijk je niet voldoende achterom, dan heb je uiteindelijk een probleem. Dat geldt ook voor een sportvereniging, maar ook voor personen. Je kunt geweldige ideeën hebben, maar als je het niet kort sluit met de mensen om je heen, niet andere mensen hun ideeën en creativiteit laat inbrengen, ben je met een verloren zaak bezig.’