Archief voor December 2009

Over cultuur en kerstbomeritus

Religie, het gestructureerde uitvloeisel van de intrinsiek menselijke behoefte aan geïnspireerde zingeving, is een vast onderdeel van elke cultuur. Bij complexe en eenvoudige culturen. Telkens zijn er religieus specialisten die binnen de cultuur de verhouding van mensen tot elkaar (de ander) en tot het hogere / de ander met een hoofdletter via regels vormgeven en daarbij de rol van makelaar vervullen. In het westen is die rol, die eerder eeuwenlang exclusief aan de christelijke kerk toebehoorde, geleidelijk overgenomen door de media/internet, kunst, wetenschap en de neo-paganisten.

Cultuur is dynamisch. Daarom zijn ook de uitvloeisels daarvan (religie, taal, mode, muziek, kunst, wetenschap et cetera) dynamisch. Religie houdt niet ergens op, maar verandert waar mensen samenkomen. Hoeveel regeltjes, wetten en grenzen ook worden of zijn bedacht. Een religie wordt niet in een laboratorium ontwikkeld zonder invloed van buitenaf en vervolgens onder een glazen stolp door de eeuwen heen gedragen.

De Nederlandse cultuur op dit moment, is een dynamisch geheel gebaseerd op het voor-christelijke (Kelten, Germanen), het christelijke, het humanistische, het socialistische en de recente ontwikkelingen van de afgelopen dertig jaar. Het is een organisme dat leeft en zich ontwikkelt, maar niet meer met de overwegend christelijke identiteit, in die zin dat het christendom veel facetten van het leven doordrenkt, als pak hem beet zestig jaar geleden. De Nederlandse cultuur is vlees noch vis.

Binnen onze cultuur is door de open informatievoorziening een grote mate van helderheid over wat we als onderdeel van de christelijke religie zien en wat als niet-christelijke cultuur-elementen. Sinterklaas bijvoorbeeld, is een niet-christelijk feest, dat overigens wel een christelijke oorsprong heeft in verhalen over een christelijke bisschop die goudstukken uitdeelde in het huidige Turkije. Voor veel nieuwe Nederlanders, met name moslims, die pas sinds kort meedoen in ons culturele ontwikkelingsproces, zijn dit soort zaken niet helder.

Nu is er bijvoorbeeld veel te doen over de ‘christelijke’ kerstboom. Het gebruik van een met kaarsjes, later lampjes, en ballen en slingers versierde kerstboom is een onderdeel van de Nederlandse cultuur dat teruggaat tot voor-christelijke tijden. Er is geen oud-christelijke wet of regel voor die het voorschrijft. De boom, vroeger een eik, is een Oudgermaans vruchtbaarheidssymbool. De rooms-katholieke kerk heeft kerstbomen lange tijd geweerd, juist vanwege deze ‘heidense’ oorsprong (bron: Wikipedia).

Waarom wordt nu onder Nederlandse moslims discussie gevoerd over kruizen op mijters en kerstbomen? Er ontbreekt blijkbaar kennis over onze culturele gebruiken, religieus en niet-religieus. Verder lijkt er in de moslimgemeenschap onzekerheid en angst te zijn met betrekking tot de zich ontwikkelende eigen identiteit binnen de Nederlandse cultuur. In een moslimland was je als moslim vrij zeker van je wie je was, cultureel en meer specifiek religieus bezien. In Nederland niet.

Dat komt ook doordat Nederlandse cultuur verandert. Onder oude Nederlanders is hier ook onzekerheid over. Slachtoffers bijvoorbeeld, zijn nu helden en uitzonderingen zijn belangrijker dan afspraken. Oude helden hebben afgedaan en regels zijn er om te ontduiken. Maar ook om je eraan te houden - als het over anderen gaat. Kortom: niet te volgen.

Een mogelijke oorzaak voor de krampachtige moslimdans rond de kerstboom zou kunnen zijn dat werkelijke vrijheid tot een inhoudelijke discussie over theologische zaken in de islam voor gewone gelovigen nog niet bestaat, omdat daar tot nu toe in de eigen cultuur nog geen dringende behoefte aan was. Er bestond min of meer een culturele en religieuze consensus.

In het christendom bestaat de bedoelde vrijheid pas pas enkele tientallen jaren en met name door anti-institutionele en emanciperende ‘jaren zestig’ van de vorige eeuw, waarin, door een kleine dwarse elite, alles ter discussie werd gesteld. Dat heeft gevolgen voor de huidige samenleving, die grotendeels ontkerkelijkt is, omdat die generatie nu aan het roer staat.

De vrijheid om onafhankelijk religieus onderzoek te doen, en bijvoorbeeld religieuze beleving in een cultuur-sociologische kader te beschouwen, bestaat in het christendom dus pas kort. De kerk heeft eeuwenlang het monopolie gehouden op de uitleg van de bijbel en alles dat daarmee samenhangt. Machtshandhaving door de toegang tot afwijkende of aanvullende informatie te ontzeggen. Informatie die het machtsmonopolie ondergraaft.

Een andere reden voor de kerstbomeritus onder sommige Nederlandse moslims kan zijn dat de sociale controle in de diverse moslim-gemeenschappen in Nederland groter is, omdat de gemeenten kleiner zijn, waardoor afwijkend gedrag sneller resulteert in uitsluiting.

Ik zag die vage angst ook op een vmbo-school waar ik een krap jaar Nederlands heb gegeven. Leerlingen die niet meededen met carnaval en heel zuur langs de kant stonden te kijken alsof ze straf hadden. Ze zeiden dat meedoen van de ouders of de imam niet mocht, omdat carnaval een christelijk feest zou zijn.

Ook in dit geval is het waarschijnlijk dat de Germanen, naast veel andere volkeren, al voor christelijke tijden een dergelijk feest vierden. Van de Romeinen en de Grieken staat dat vast. Voor zover ik weet, is er ook geen oud-christelijke regel die carnaval voorschrijft. Wel heeft de westerse kerk carnaval ooit heel slim ingepast in haar verhaal.

De bevrijding van het individu in de jaren zestig, had onder meer als resultaat dat de rol van de christelijke religie in Nederland veranderde. Een religie heeft de functie om de verhoudingen tussen mensen onderling en de relatie tussen de mens en het hogere te regelen, te bepalen en vorm te geven. Wat het eerste betreft, was het soms zo dat wereldlijke en geestelijke macht samenvielen. Later kwam daar de variant van de koning met een god gegeven mandaat voor in de plaats.

Beide functies van religie zijn voor de meeste christenen in het westen niet of nauwelijks nog van belang. Met name het wettische karakter voor het bepalen van de sociale verhoudingen, is bijna van geen enkele waarde meer. Gelukkig maar, want daarvoor hebben we de staat. De scheiding van staat en kerk, deze bestaat in Nederland pas in basale vorm sinds eind achttiende eeuw, biedt ruimte voor diversiteit.

In theocratische staten, hier vaak dictaturen genoemd, met een moslim meerderheid, valt de wereldlijke macht en de religieuze macht vrijwel samen en is de verdraagzaamheid voor andere geloven, de meetbare mate toegestane culturele diversiteit, minimaal. Zelfs voor varianten van het eigen geloof. Deze culturele invloeden doen zich gelden in de moslimgemeenschappen in Nederland.

Voor oude Nederlanders is dat verbazingwekkend, juist doordat onze cultuur en vlees noch vis is. Ze kijken met verwondering en ook een beetje angst naar religies en religieuze autoriteiten die nog wel macht kunnen doen gelden over hun gelovigen, kunnen voorschrijven wat ze moeten doen en denken. Zelfs als het gaat om een kerstboom of carnaval. Uiteraard zijn de gelovigen in kwestie van mening dat ze vrij zijn in hun zelfverkozen gebondenheid.

Naar mijn mening moet je als gelovige je van god gegeven verstand gebruiken om na te denken, onderzoek te doen en je een eigen mening te vormen over ervaringen en geloofsregels. Ook is het goed om in te zien dat religie een dynamisch geheel is, dat verandert als gevolg van de culture inbedding. Dat doet aan de kwaliteit en de intensiteit van de geloofsbeleving voor de ware gelovigen niets af, maar brengt een echte gelovige vaak zelfs een stap verder. Zo zou hij of zij kunnen ontdekken dat de regeltjes van een religie voor de mensen zijn.

Elk geloof begint met ervaren en openbaren, dan komen er een paar regels en later steeds meer regels over regels. En dan komen er mensen die de regeltjes over de regeltjes moeten uitleggen en die zitten weer in een speciale club met regeltjes. En zo groeit een succesvolle religie. Dit proces biedt de noodzakelijke ruimte die nodig is om het geloof in de tijd, onder verschillende culturele verhoudingen, te laten voortbestaan. Ontbreekt het historische inzicht in dit culturele proces, dan kan dat leiden tot verharding, een in zich zelf gekeerd raken, isolement, met als ontlading een confrontatie intern of extern.

Uitsluitingsregels en reinheidsregels, die hiervoor de voorwaarden scheppen als ze worden misbruikt, zijn vaak gebaseerd op angst in een groep. Angst voor de ander, en in essentie voor het zelf. Dat geldt overigens niet alleen voor religies, maar voor alle groepen mensen met een duidelijke identiteit. De beleving van god heeft echter niets met angst te maken, maar ontstaat pas als die angst door acceptatie van de schaduwzijde is verdwenen. Zo komen we, voorbij alle regels, leiders en gebouwen, bij de kern van elke religie, de spiritualiteit, waar religie als een huis omheen is gebouwd en die een weg biedt voor groei en positieve verbondenheid van mensen onderling, ongeacht hun overtuigingen.

Religies zijn schijnbaar de oorzaak van veel oorlogen en strijd - waarvan gewone mensen overigens altijd de dupe zijn. Gelovigen en niet-gelovigen. Wereldlijke macht is echter altijd het doel van de mensen erachter; zij misbruiken religie daarvoor. Binnenstaanders en buitenstaanders. Dat gaat makkelijk, want veel wettische religies willen of wilden de relatie met boven monopoliseren en kiezen er vaak voor om de informatievoorziening te beperken om de afhankelijkheid in stand te houden. Dus via een religie heb je gelijk een heleboel mensen aan jouw kant. Of je nu voor of tegen bent.

Het gaat om de macht van weinigen over de minds en de means van velen. En god staat altijd aan de kant. Hij ziet het eeuwige drama aan, dat vaak nog in zijn naam wordt opgevoerd, schudt zijn hoofd eens en krabt in z’n baard. Uit arren moede gaat hij rond deze tijd van het jaar dan maar bij iemand de kerstboom aansteken. Je ziet hem denken: ‘De kerstboom, dat is eigenlijk best een mooi universeel symbool voor de levensboom en de lichten die daarin kunnen branden.’

Comments Off

admin op 23 December 2009 in Politiek & Media

Orbs, een merkwaardig fenomeen

Orbs zijn lichtbollen, slierten of kleine kometen die op foto’s verschijnen maar ook met het blote oog kunnen worden waargenomen. Ze kunnen eveneens worden gevoeld. Onlangs verscheen over dit fascinerende verschijnsel het boek ‘Orbs en andere lichtfenomenen’ van de Nederlandse orb-onderzoeker Ed Vos (Ankh Hermes, 2009).

In het boek gaat Vos, een professioneel fotograaf, in op de ‘wetenschappelijke’ kritiek op het fenomeen. Op de site van Skepsis staat bijvoorbeeld een artikel, gebaseerd op een ander artikel van een zekere Dr. Bruce Maccabee. Vos is echter niet voor één lens te vangen en ging, net als honderden andere enthousiastelingen, experimenteren om inzicht te krijgen in de aard en werking ervan.

De kritiek luidt vaak dat het stofdeeltjes of waterdruppeltjes betreft. Maar met enig inzicht in de werking van een camera, kan al snel worden geconcludeerd dat deze verklaring een groot deel van de orb-foto’s niet verklaart.

Zo zou een stofje vlak voor de lens onzichtbaar worden, net als een klein spatje regenwater op de lens. Verder zou een stofje dat dichtbij zweeft, feller verlicht moeten zijn dan een stofje dat verder af is, omdat het licht door de afstand aan intensiteit ingeboet. Op een geflitste foto van de maan, licht de maan niet feller op dan zonder flits omdat het licht de afstand niet overbrugt.

Ook wordt vaak gezegd dat het te maken zou hebben met een technisch mankement. In dat geval zou bij het maken van een serie, het lichteffect op alle foto’s te zien moeten zijn omdat het een structurele ‘fout’ betreft.

Ten slotte wordt gezegd dat het verschijnsel ontstaat en vaker wordt waargenomen door het gebruik van digitale camera’s. In het boek van Vos is een mooie reproductie te zien van een gravure uit 1561 uit Neurenberg met duidelijk bollen en strepen in de lucht. Blijkbaar was dit toen, voor sommigen, met het blote oog of innerlijk, al waar te nemen. Verder kwam het ook al voor bij analoge camera’s. Hiervoor zijn bewijzen uit de begintijd van de fotografie.

Een sterk argument voor het bestaan van orbs als bewustzijnsvormen is naar mijn mening het verschijnsel van de zogenoemde shooters; kleine horizontaal of verticaal bewegende bollen die heldere strepen trekken. De komeet-achtigen, zal ik maar zeggen. Een met enorme snelheid in een rechte lijn wegschietend stofdeeltje, naar boven of opzij bijvoorbeeld, is wetenschappelijk gezien vermoedelijk een opvallend verschijnsel, zeker als de foto in een stofarme en windstille omgeving is gemaakt waar geen sprake is van thermiek.

Hebben orbs bewustzijn, vraag de schrijver van het boek zich af. Hij denkt van wel, maar sluit niet uit dat het menselijke intenties zijn die zich als energie manifesteren en dus geen autonomie hebben. Op grond van experimenten van hem en andere orb-onderzoekers met intenties en kleuren, wereldwijd, lijken hiervoor sterke aanwijzingen te zijn. Denk ook aan het werpen van energieballen door chi kung-masters.

Een andere mogelijkheid, die hiernaast zou kunnen bestaan, is dat het energieën zijn van overleden mensen of van natuurgeesten / aarde-energieën. Verder is er vermoedelijk een positief verband met krachtplekken waar energielijnen samenkomen of die door mensen zijn gemaakt, vaak op een snijpunt van dergelijke lijnen, zoals kathedralen die staan op oude heidense locaties. Wat volgens Ed Vos misschien nog wel het meest van invloed is, zijn de positieve stemming en een grote ontvankelijkheid van personen die aanwezig zijn.

De schrijver gaat kort in op de genezende werking van orbs. Deze kan ik uit ervaring onderschrijven. Als ik reiki-behandelingen geef, of in de aanwezigheid ben van energieke mensen die grotendeels heel zijn, voel ik soms energiebolletjes ter grote van een grote stuiter of een kleine tennisbal die aan de ontvangende kant van het hartchakra werken. Of aan de achterkant van het buikchakra. Dit komt ook voor bij bijvoorbeeld een knieblessure. Kleine bolletjes werken dan soms aan het herstel.

Het boek van Ed Vos, een uitvloeisel van zijn website www.dutchlightorbs.nl, is een mooie inleiding op het fenomeen van orbs, dat wereldwijd tienduizend spirituele zoekers fascineert. Hoewel sommige aangehaalde verklaringen nogal vergezocht lijken, dat het energieën zijn van bepaalde planeten, verdient het verschijnsel hoe dan ook serieus onderzoek. Onderzoek waarbij energetische ontvankelijkheid wordt gecombineerd met wetenschappelijke testmethoden in navolging van orb-onderzoekers als Ed Vos.

De Duitse versie van het boek verschijnt in maart 2010.

Comments Off

admin op 19 December 2009 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel

Sjra in het Wilde Westen

Als de kloof tussen arm en rijk groot genoeg is, zijn er altijd avonturiers die over de grenzen op zoek gaan naar het Beloofde Land. Tussen 1850 en 1900 heerste armoede in wat nu de Westelijke Mijnstreek heet. Een aantal gelukzoekers trok daarom via Antwerpen naar het ‘Wilde Westen’ van Amerika. Over hun wederwaardigheden verschijnt binnenkort een studie van Irma Lommen-Salden in de reeks ‘Monografieën uit het Land van Sittard’.

Vanuit een passie voor genealogie dook Irma Lommen-Salden sinds 1992 ontelbare malen in archieven om diverse lijsten met namen en andere data te vergelijken. Een tijdrovende bezigheid, want in de beginperiode van haar onderzoek was er nog geen internet. Verder waren sommige archieven in de VS nog niet goed georganiseerd.

Aanvankelijk resulteerde dit in een aantal artikelen over de ongeveer honderd mensen die tussen 1862 en 1867 uit Limbricht vertrokken met bestemming Amerika. Hier heeft ze ook een website over gemaakt. In de loop van de jaren heeft Lommen-Salden aandachtsgebied vergroot, met als resultaat het boek dat medio december verscheen over Limburgse landverhuizers uit het gebied tussen grofweg Sittard en Stein.

Het begon, zoals vaak, met armoede. En de hoop dat het elders beter zou zijn. De armlastigen werden geprikkeld met campagnes in de lokale krant Mercurius. Op voorlichtingsavonden, bijvoorbeeld in De Limbourg aan de Markt in Sittard, werden ze vervolgens overgehaald met mooie verhalen en aanbevelingen van mensen die er al waren. Ze verkochten wat ze nog hadden en staken hun laatste centen in een ticket naar Amerika.

Door de zogenoemde Homestead Act uit 1862 werd iedereen bij aankomst in Amerika een groot stuk land beloofd om te bewerken. De praktijk was, dat het even duurde voordat dit nieuws Limburg had bereikt, en toen de eerste Limburgers voet aan wal zetten, bleken veel stukken grond al ingepikt. Door Amerikanen uit eerder ingenomen delen van het continent of door spoorwegbedrijven.

De landverhuizers uit de omgeving van Sittard kwamen vooral terecht in Minnesota en kochten daar voor een paar dollar lappen grond naast spoorlijnen of aan de rand van de uitgestrekte bossen. Velen van hen kwamen goed terecht.

,,Tevreden emigranten als Peter Dircks uit Limbricht waren blij over de vrijheid die ze hadden. In Limburg waren ze afhankelijk van een leenheer, die grond aan ze verpachte in ruil voor een deel van de opbrengst. In Amerika waren ze misschien net zo arm, en in de meeste gevallen werden ze weer boer, maar ze waren eigen baas. Ze zaten niet meer onder het juk van een heer, konden zelf bouwen aan hun toekomst.”

Dit waren de mensen die de positieve brieven naar huis schreven, waarmee de reisagenten hun klanten lokten. Niet iedereen was zo fortuinlijk. Een zekere Willem Paulussen uit Echt bijvoorbeeld, schrijft dat hij zich ergert over de positieve verhalen van de Limburgse reisagenten. ‘Want hier is zelfs een rechter, die heeft geen broek aan het lijf, want hij moet nog harder werken als bij u een dagloner.’ En het hooi is ook al niks, klaagt hij.

Eén van de reisagenten viel op. Deze meneer Strauss maakte het wel erg bont. ,,Hij is zelfs geroyeerd als reisagent omdat hij het niet zo nauw nam met de regels.” Op de Antwerpse kade, waar de grote oversteek begon, werd op een gegeven moment een medische keuring ingevoerd. Dit om ziektes aan boord en in Amerika te vermijden. ,,Strauss liet zijn passagiers vervolgens, om die keuring te ontlopen, aanmonsteren op het uiterste puntje van Zeeland.”

De amateur-historica denkt dat deze Strauss financiële belangen had in Amerika. In de archieven in Minnesota vond ze ook vermoedelijke verwanten van hem. De mogelijkheid bestaat dat hij betaald kreeg om de Limburgers naar een bepaalde plaats in Amerika te sturen en daaraan verdiende, bovenop de commissie voor de tickets. Maar tot ze hiervoor harde bewijzen vindt, blijven het natuurlijk speculaties.

Op een handvol mensen na, kwamen meeste klanten van de Limburgse reisagenten terecht in Benton in Carver County, Minnesota. Daar was al een Duits-Nederlandse gemeenschap ontstaan rondom een schooltje en een kerk. De mensen daar, hadden hun wortels deels in de Selfkant en het Rijnland, en vertoonden dus veel overeenkomsten in taal en cultuur met de Limburgse landverhuizers.

Benton in Carver County was dus de locatie bij uitstek om onderzoek te doen. ,,In 1993 ben ik daar geweest, maar helaas had een al te enthousiaste pastoor niet lang daarvoor met een bulldozer de oude begraafplaats laten ruimen.” Dus haar plan om oude grafstenen te bestuderen, daar kwam niets terecht. Wel kreeg ze de kans om de archieven te bezoeken, al was alles na 1870 afgeplakt met tape. ,,Dat mocht ik niet bekijken.”

De meeste landverhuizers woonden in dezelfde plaggenhutten als in Limburg op meerdere plaatsen het geval was of ze leefden in zelfgemaakte huizen van boomstammen als ze vlakbij het bos woonden. Stapje voor stapje, afgaand op kaarten die Lommen-Salden heeft bestudeerd en waarop het gebruik van de grond werd bijgehouden, cultiveerden ze hun gebied. ,,De eerste jaren ploegden ze tussen de stronken en moesten heel hard werken.”

De Ojibwe en de Sioux, de oorspronkelijke indiaanse bewoners, waren soms agressief tegen de emigranten. Een dieptepunt in de betrekkingen vormde de Minnesota Opstand in 1862. ‘Deze was het resultaat van vele jaren van vernedering en honger onder de indianen’, aldus de Nederlandse Lakota Stichting. Op hun site staat: ‘De blanken kwamen hun beloftes om voedsel te leveren slecht of niet na. De in het gebied aanwezige blanke boeren oefenden een toenemende druk uit om de indianen steeds meer van hun land te laten opgeven.’ Deze en andere opstanden waren het gevolg.

Uit lijfsbehoud moesten de blanke indringers gezamenlijk vluchten naar het eilandje in Lake Waconia. Lommen-Salden: ,,Na terugkomst bleken de huizen van de volksverhuizers onaangeraakt! Alles stond er nog net zo als ze het hadden achtergelaten.” Dit frappeerde de boeren, want zij zagen indianen als onbeschaafde ‘wilden’.

De invallen van de Indianen waren echter sporadisch, de grootste strijd voerden de emigranten om het dagelijks bestaan. Daarbij werd regelmatig naar de alcohol gegrepen. ,,Verder was er veel eenzaamheid onder de mannen die alleen waren vertrokken. Om die reden werden op een gegeven moment vanuit Limburg ook postorder bruiden gestuurd; nichtjes of buurmeisjes die op afstand werden uitgehuwelijkt. Deze bruiden hadden veel heimwee, blijkt uit de briefwisselingen.”

‘Landverhuizers uit de Westelijke Mijnstreek 1850-1900’ kost 22,50 euro en is te koop bij onder meer boekhandel Deeder, Steenweg 53 in Sittard en bij het stadsarchief van de gemeente Sittard-Geleen, Kasteelhof 3 in Born.

Comments Off

admin op 14 December 2009 in Ongewoon & Anders