Lessen van een chi kung meester

Elke dag keek ik vorige week even in het halletje of het boek al op de deurmat was gevallen; ‘Het geheim van Chi – Lessen van een chi kung meester’ van Peter Meech (Ankh-Hermes, 2009). Eerder las ik over dit onderwerp boeken van Kosta Danaos, Paul Dong & Thomas E. Raffill en Mantak Chia. Verder houd ik me bezig met reiki en ik heb in mijn studententijd anderhalf jaar tai chi gedaan. Dus ik was om meerdere redenen benieuwd.
Boeken over persoonlijke ontwikkeling in dit genre - leerling vertelt over eerste stappen en ontluikend bewustzijn door studie bij meester - vind ik sowieso heerlijk. Of het nu gaat om chi kung-meesters, zen-leraren of Indiase goeroes. Het is alsof je even door zo’n meester een spiegel wordt voorgehouden; in hoeverre kan ik met de leerling mee, qua ervaringen, hoe kan ik beter dingen duiden en wat verschilt er?
Dat is ook het geval als je met andere mensen met vergelijkbare interesses communiceert. Niet om te zien hoe ver je al bent in relatie tot de ander - dat is een kinderlijk competitieve houding die meestal weer wordt losgelaten als mensen innerlijk groeien - maar om bevestiging te krijgen in dit vaak o zo vage maar o zo prachtige domein waar de menselijke ervaring aan de goddelijke raakt.
Het verhaal van Peter Meech begint na het zien van een demonstratie op tv van de uit Shanghai afkomstige chi kung meester dr. Chu Chow in Toronto. Hij raakt gefascineerd en besluit hem op te zoeken. Als binnenkomer gebruikt hij een tactiek die ik ook vaak heb toegepast; onder het mom van een artikel voor een krant of magazine - dus in een formele, beschermende rol, waarbij mijn persoonlijkheid grotendeels buiten schot blijft - me verdiepen in een bepaalde persoon, stroming of gebeurtenis.
Zo heb ik laatst Sri Sri Ravi Shankar geïnterviewd en schreef ik eerder al eens een reportage over een meditatieweekend met Thich Nhat Hanh. In de nabijheid van de Dalai Lama en goeroe Sathya Sai Baba kwam ik ‘toevallig’ terecht tijdens het rugzakken door India, anders had ik het excuus van het schrijven van een artikel misschien ook daarvoor wel gebruikt. Over de laatste twee heb ik overigens niets geschreven.
Dr. Chow, de chi kung master in het boek, wijst de ik-ben-journalist-en-houd-zo afstand-als-mens-aanpak van Peter Meech resoluut af. Hij blijft hem weerstaan tot de laatste zich uiteindelijk, in een laatste poging in contact te komen, als patiënt aanmeldt. Van tevreden patiënt wordt Meech al snel een leerling. Dr. Chow laat hem ondermeer een gelofte van kuisheid afleggen en adviseert hem niet te dansen met vrouwen (’voor jou hetzelfde als seks’) en mensen niet te omhelzen, anders gaat er teveel energie verloren (denk ook aan de Indiase hug-heilige Amma).
Dat is even slikken voor de Canadese scenarioschrijver, maar hij houdt het minstens drie maanden vol (respect!). We volgen Meech’s ervaringen op de voet, inclusief zijn reflecterende denksprongen, die een academisch denkraam onthullen.
Voor dr. Chow, die ook met traditionele Chinese geneeskunst werkt, als acupunctuur en het gebruik van kruiden, begint de geestelijke groei met reiniging en vervolgens het ervaren van de dans van chi in het lichaam, om tot slot deze dans mee te kunnen dansen. Soms zelfs letterlijk. Het ervaren van chi en het testen leidt allemaal tot De Grote Test voor het leerlingschap die Meech moet ondergaan.
De aanwijzingen die dr. Chow zijn chi kung leerling geeft, zijn waardevol voor mensen die zelf chi kung, tai chi of bijvoorbeeld reiki beoefenen. Daarnaast is het erg boeiend om de ontwikkeling van Peter Meech op de voet te volgen.
Meech heeft aanleg, maar kiest uiteindelijk niet voor een leven als chi kung master. Hij blijft zijn reguliere werk doen, daarnaast geeft hij privé chi kung lessen. Een les die ik zeker zal onthouden, is het opvangen van energie van bloemen en die energie in je opnemen, bijvoorbeeld door je ermee te wassen. De gedachte alleen is al verfrissend.

admin op 23 May 2009 in Religie & Spiritueel



