Archief voor May 2009

Lessen van een chi kung meester

Elke dag keek ik vorige week even in het halletje of het boek al op de deurmat was gevallen; ‘Het geheim van Chi – Lessen van een chi kung meester’ van Peter Meech (Ankh-Hermes, 2009). Eerder las ik over dit onderwerp boeken van Kosta Danaos, Paul Dong & Thomas E. Raffill en Mantak Chia. Verder houd ik me bezig met reiki en ik heb in mijn studententijd anderhalf jaar tai chi gedaan. Dus ik was om meerdere redenen benieuwd.

Boeken over persoonlijke ontwikkeling in dit genre - leerling vertelt over eerste stappen en ontluikend bewustzijn door studie bij meester - vind ik sowieso heerlijk. Of het nu gaat om chi kung-meesters, zen-leraren of Indiase goeroes. Het is alsof je even door zo’n meester een spiegel wordt voorgehouden; in hoeverre kan ik met de leerling mee, qua ervaringen, hoe kan ik beter dingen duiden en wat verschilt er?

Dat is ook het geval als je met andere mensen met vergelijkbare interesses communiceert. Niet om te zien hoe ver je al bent in relatie tot de ander - dat is een kinderlijk competitieve houding die meestal weer wordt losgelaten als mensen innerlijk groeien - maar om bevestiging te krijgen in dit vaak o zo vage maar o zo prachtige domein waar de menselijke ervaring aan de goddelijke raakt.

Het verhaal van Peter Meech begint na het zien van een demonstratie op tv van de uit Shanghai afkomstige chi kung meester dr. Chu Chow in Toronto. Hij raakt gefascineerd en besluit hem op te zoeken. Als binnenkomer gebruikt hij een tactiek die ik ook vaak heb toegepast; onder het mom van een artikel voor een krant of magazine - dus in een formele, beschermende rol, waarbij mijn persoonlijkheid grotendeels buiten schot blijft - me verdiepen in een bepaalde persoon, stroming of gebeurtenis.

Zo heb ik laatst Sri Sri Ravi Shankar geïnterviewd en schreef ik eerder al eens een reportage over een meditatieweekend met Thich Nhat Hanh. In de nabijheid van de Dalai Lama en goeroe Sathya Sai Baba kwam ik ‘toevallig’ terecht tijdens het rugzakken door India, anders had ik het excuus van het schrijven van een artikel misschien ook daarvoor wel gebruikt. Over de laatste twee heb ik overigens niets geschreven.

Dr. Chow, de chi kung master in het boek, wijst de ik-ben-journalist-en-houd-zo afstand-als-mens-aanpak van Peter Meech resoluut af. Hij blijft hem weerstaan tot de laatste zich uiteindelijk, in een laatste poging in contact te komen, als patiënt aanmeldt. Van tevreden patiënt wordt Meech al snel een leerling. Dr. Chow laat hem ondermeer een gelofte van kuisheid afleggen en adviseert hem niet te dansen met vrouwen (’voor jou hetzelfde als seks’) en mensen niet te omhelzen, anders gaat er teveel energie verloren (denk ook aan de Indiase hug-heilige Amma).

Dat is even slikken voor de Canadese scenarioschrijver, maar hij houdt het minstens drie maanden vol (respect!). We volgen Meech’s ervaringen op de voet, inclusief zijn reflecterende denksprongen, die een academisch denkraam onthullen.

Voor dr. Chow, die ook met traditionele Chinese geneeskunst werkt, als acupunctuur en het gebruik van kruiden, begint de geestelijke groei met reiniging en vervolgens het ervaren van de dans van chi in het lichaam, om tot slot deze dans mee te kunnen dansen. Soms zelfs letterlijk. Het ervaren van chi en het testen leidt allemaal tot De Grote Test voor het leerlingschap die Meech moet ondergaan.

De aanwijzingen die dr. Chow zijn chi kung leerling geeft, zijn waardevol voor mensen die zelf chi kung, tai chi of bijvoorbeeld reiki beoefenen. Daarnaast is het erg boeiend om de ontwikkeling van Peter Meech op de voet te volgen.

Meech heeft aanleg, maar kiest uiteindelijk niet voor een leven als chi kung master. Hij blijft zijn reguliere werk doen, daarnaast geeft hij privé chi kung lessen. Een les die ik zeker zal onthouden, is het opvangen van energie van bloemen en die energie in je opnemen, bijvoorbeeld door je ermee te wassen. De gedachte alleen is al verfrissend.

Comments Off

admin op 23 May 2009 in Religie & Spiritueel

Walpurgis Nachtmerrie van Baudewyns meeslepend

Het nieuwe boek van Benny Baudewyns, ‘De Walpurgis Nachtmerrie’ (The House of Books, 2009) intrigeert tot het eind. Wat aanvankelijk slechts een raamvertelling lijkt, die begint met een vakantie van drie ondernemende knapen in 1936, blijkt uiteindelijk de sleutel tot het steeds complexer wordende hoofdverhaal over een complot rondom de monarchie, de geheime dienst en de handel in ‘ontaarde’ kunst. Het is een thriller, in lijn met die van veel bekendere Amerikaanse schrijvers, maar met een meer complexe uitwerking van de verwikkelingen. Hierdoor blijft de roman boeien, ondanks dat hij de omvang heeft van een behoorlijke baksteen.

De schrijver schotelt ons steeds losse eindjes voor, die samen een puzzel vormen waarvan de uitkomst tot het einde verborgen blijft. Hij doet dit door enerzijds de samenhangende fragmenten te versnijden - een veel gebruikte techniek om te blijven boeien - maar gaat daarbij nog een stuk verder door op filmische wijze die fragmenten steeds opnieuw te interpreteren vanuit de beleving van de hoofdpersonen, aangevuld met ontwikkelingen in diverse tijden. Zo ontstaat een spannend verhaal met steeds meer historische lagen en persoonlijke dwarsverbanden, te verdelen in de periodes de jeugd, de Tweede Wereldoorlog, de late jaren zestig en het heden.

Het is een format dat vergelijkbaar is met bijvoorbeeld ‘Pulp Fiction’; door telkens het perspectief van een andere hoofdpersoon te kiezen, of het perspectief van de alwetende verteller die hen waarneemt, en soms complete fragmenten opnieuw af te drukken, maar dan met de gedachten van de andere personen, leggen we als lezer als archeologen met een kwastje en een troffeltje steeds weer een ander laagje in dit menselijk drama bloot. Het knappe is, dat de grote poppenspeler Baudewyns je met deze techniek van verdiepen en verbreden steeds weer weet te verrassen, net op het moment dat je denkt: dat wist ik toch al?

Eerst gaan we op stap met Niels, een journalist van een regionale tv-zender die kaartwedstrijden in cafés verslaat en andere belangrijke regionale nieuwsfeiten. Hij wordt op het spoor gezet door een mysterieuze ontmoeting, heeft wel zin in een goede journalistieke kluif, en gaat onbezoldigd aan de slag. Zijn eerste sporen leiden naar een regionale brouwerij die op het punt staat verkocht te worden. Via zijn research komen steeds meer stukjes aan het licht van een drama dat zich afspeelde op een bepaalde Walpurgisnacht in de Tweede Wereldoorlog - inderdaad daar komen de nazi’s om de hoek piepen - maar schijn bedriegt en niets is wat het lijkt. Zelfs tot vlak voor het eind blijft onduidelijk hoe het gelopen is.

Niels wordt gestuurd in zijn onderzoek, maar krijgt er geen vinger achter hoe, wat en waarom. Toch wordt hij langzaam meegezogen dit verhaal. Zijn grootvader is bij dit alles betrokken geweest en dat triggert hem om verder te graven, al betekent het dat hij uiteindelijk alles kwijtraakt, maar, zoals dat bij een ridderlijke queeste hoort, daardoor ook de waarheid vindt. Een waarheid die hem later gestolen kan worden, ook omdat zijn leven hierdoor niet meer zeker is, maar de geschiedenis neemt geen keer en het heden bepaalt het verleden. Zijn verleden om precies te zijn.

De journalist blijkt namelijk, aanvankelijk zonder het te weten, zelf een rol te spelen in de tragische geschiedenis rondom een duister complot op nationaal niveau waarbinnen de hoofdpersonen verwikkeld zijn in een persoonlijke vete die begon met de frustratie van één kleine jongen. De idee dat kleine oorzaken binnen gevoelige systemen grote gevolgen kunnen hebben; het bekende vlindereffect uit de chaostheorie.

Wat dat betreft is het moment van de centrale handeling, de Walpurgisnacht, goed gekozen. Walpurgisnacht vindt haar oorsprong in enkele pre-christelijke tradities die plaatsvonden op de vooravond van 1 mei (Wikipedia). In de Germaanse versie van het feest staan Freyr en Freya centraal. Zij staan voor vruchtbaarheid en liefde. Zonder het te benoemen, wordt dat thema in het boek slim uitgewerkt, al zal ik niet verklappen hoe.

Bij de Vikingen werd verder die nacht het offer van Odin herdacht, waarmee hij toegang kreeg tot wijsheid. Ook werden vuren gestookt om de geesten op afstand te houden. Het vuur, in de vorm van een reusachtige brand in een warenhuis, speelt een centrale rol in het boek. Die brand leidt uiteindelijk mede tot het inzicht van de hoofdpersonen. Tot slot geloofden de Vikingen dat de grens tussen de levenden en de doden tijdens de Walpurgisnacht zwak was. En dat is ook wat Baudewyns door het hele boek heen laat zien: goed en kwaad zijn relatief, situationeel bepaald, en de doden kunnen die nacht wel degelijk invloed doen gelden op de levenden. Soms zelfs generaties lang.

Comments Off

admin op 18 May 2009 in Boek & Meer

De nieuwe Clive Cussler: lekker voor op vakantie

Heerlijk vind ik ze, boeken met een werkelijk of knap bedacht historisch mysterie, vaak gerelateerd aan religie en zich uitstrekkend over meerdere eeuwen en culturen, met aanvullend een originele invalshoek waarbij je ook nog wat opsteekt van bepaalde wetenschappelijke aandachtsgebieden. En dat in combinatie met een onderzoekende held, met wie ik me kan identificeren, een aantrekkelijke, intelligente en ondernemende tegenspeelster en natuurlijk de nodige moordenaars en geheime genootschappen die her en der slachtoffers (dreigen te) maken. Zo’n boek is ‘De Navigator’ van Clive Cussler en Paul Kemprecos (The House of Books, 2009).

Het verhaal kent diverse lagen en begint in een bijna oningevulde periode van onze geschiedschrijving waarin de Feniciërs heer en meester zijn op de regionale wateren en rond 900 voor onze jaartelling een politiek explosieve schat verbergen. Na die gebeurtenissen ontstaat een zoektocht, die voortduurt tot in de huidige tijd en waaraan deel genomen wordt door diverse concurrerende partijen, om de schat te bergen en voor eigen doelen in te zetten. Onderweg raakt ook de Amerikaanse president Thomas Jefferson betrokken in dit historische wespennest.

De geschiedenis voert verder tot in de moderne tijd, waarbij onderwateronderzoeker Kurt Austin van onderwaterinstituut NUMA op zoek gaat naar de stukjes die de puzzel compleet maken. Het knappe van dit boek, is dat je blijft lezen ondanks de vele wisselingen van perspectief in de aanloopfase. Misschien wel doordat je merkt dat een goede verteller aan het woord is; alles komt uiteindelijk toch samen, de vraag is alleen hoe?

Verder is aantrekkelijk dat je onderweg het een en ander leert over de Feniciërs (ik heb gelijk zin om een studie over dit zeevarende volk te bestellen), Jefferson (in tegenstelling tot vermoedelijk de meeste Amerikanen, ken ik zijn verhaal niet zo goed), het vangen van ijsbergen om de commerciële scheepvaart niet te hinderen (nooit geweten dat dit bestaat), en onderwater-archeologie.

Uiteindelijk is de wending aan het eind toch nog vrij onverwacht en bijna ongemerkt, door het leesplezier, moet je op een gegeven moment toch echt de laatste pagina omslaan. Dat gevoel van, jammer het is voorbij, is voor mij de bevestiging dat het - in deze categorie boeken, zeg maar ‘Indiana Jones voor grote jongens’ - tot een goed boek mag worden bestempeld. Een aanrader voor de vakantie.

Comments Off

admin op 9 May 2009 in Boek & Meer