Archief voor April 2009

Het hitlerdom als Arische anti-kerk

Hitler is geen mythe, hij was een man van vlees en bloed over wie steeds meer bekend wordt. Een aanvankelijke outsider en mislukkeling die de kracht van religie als geen ander begreep en zijn variant daarvan - een magisch nationaal-socialisme met zichzelf als messias van een heuse anti-kerk – modelleerde op basis van het theater van Wagner en aan elkaar geknoopte mythologische verhalen over een fictief en superieur Germaans verleden van trotse Ariërs die de door de Grote Oorlog vernederde Duitsers kon verbinden en mobiliseren.

De mystieke kant van zijn karakter compenseerde Hitler extern door een gewetenloze hardheid en rigiditeit, en een geslepen opportunisme, allemaal met als doel een soort nieuwe verlosser te worden - in tegenstelling met Jezus nu gelijk compleet met een eigen religie - waar nog duizenden jaren inspiratie uit kon worden geput. Een Arische profeet, die bewust het pad van de politiek koos tijdens zijn Paulinistische openbaringsmoment van inzicht gedurende een vermoedelijk psychosomatische blindheid in de Eerste Wereldoorlog.

Een studie die het gehele plaatje rondom Hitler op micro- en macroniveau op magistrale wijze blootlegt, is ‘Hitlers Religie’ van Michael Hesemann (Aspekt, 2007). Het vlot geschreven boek is een aanrader voor iedereen die meer wil weten over de religieuze facetten van politiek populisme en de politiek van religie.

Hesemann toont aan dat Hitlers wereldvisie geen afgeleide was van het reguliere christendom, maar gebaseerd is op de oplevende belangstelling in de negentiende eeuw voor de vroege, ketterse gnostiek, die de wereld verwikkeld zag in een kosmische strijd tussen goed en kwaad, licht en duisternis, een strijd die ook in het wereldlijke domein moest worden uitgevochten.

In die gnostische visie ziet hij ook de basis voor Hitlers racisme en de haat tegen joden en tegen de katholieke kerk. Dat laatste werkt de schrijver heel overtuigend uit. In dat verband merkt Hesemann onder meer op dat antisemitisme in de kerk overigens wel degelijk voorkwam, en al heel vroeg. Zo blijkt de bekende kerkhervormer Martin Luther aantoonbaar een antisemiet te zijn geweest.

In de gnostische visie die Hitler aanhing, in essentie gebaseerd op de leer van Zoroaster, is de heer van deze wereld niet de hoogste god, maar een lager in de pikorde staande scheppergod die onterecht door de christenen voor de ware god wordt aangezien. De christengod, zo vond Hitler in lijn met Nietzsche, was een voorstander van liefde, in scherp contrast met de god van het Oude Testament, en dat zorgde voor verwekelijking van de Duitser, verraad aan zijn volksaard, die in het bloed lag verankerd.

Beter was het, om voorbij te gaan aan dergelijke lage sentimenten en met kracht en hardheid en zonder gevoel de natuurlijke orde van de mensenwereld te herstellen (uiteraard met de vermeende nakomelingen van de ooit in India zo succesvolle immigranten de Ariërs aan het bewind). Hiervoor ontwikkelde hij, in samenspraak en op basis van het (voor)werk van anderen, niets minder dan een eigen religie.

In zijn zoektocht naar verklaringen, waarschijnlijk mede in reactie op zijn aanvankelijke academische en economische mislukking, zo werd Hitler keer op keer afgewezen op de kunstacademie en leidde hij een tijd lang een armoedig bestaan, vond hij steun bij esoterische clubjes, waarin onder anderen Blavatski werd gelezen, en nieuwe riddergenootschappen. Daarbinnen kon hij zijn schijnbare minderwaardigheidscomplex omzetten naar een superioriteitsgevoel en groeide een zelfbeeld van uitverkoren verlosser en toekomstig leider van een nieuwe wereldorde, conform de ‘natuurlijke’ verhoudingen. Deze kringen buiten het gezichtsveld van de velen, vormden het werkelijke hart van het latere hitlergeloof.

Hitler ervoer aan den lijve de Oostenrijkse angst om de macht in het land af te staan aan de nieuwe buitenlanders binnen de landsgrenzen en richtte zijn angst-haat complex in dezen, zoals bekend, vooral op de joden. Hij rechtvaardigde dit vanuit zijn gnostische wereldbeeld, waarin de joden en de christenen, in contrast met de moslims, de volgelingen van de profeet-strijder Mohammed, die hem meer aansprak, het ware geloof zouden hebben verraden. Dat was overigens ook de reden voor de inval in Polen, aldus Hesemann; daar bevonden zich veel meer joden dan in Duitsland. Met deze inval, en later met de vernietigingskampen, kon het ‘jodenprobleem’ pas goed worden ‘opgelost’.

Het antisemitisme, gericht op het ‘ras’, de religie en de joden als sociale groep, was een belangrijk onderdeel van Hitlers religie. De katholieke kerk – Jezus werd door velen in Hitlers kringen gezien als een Duitser; hij kon volgens de Ariosofen niet een jood zijn geweest - was het volgende en laatste te nemen bolwerk in de strijd van het zich ontwikkelende hitlergeloof. (Het communisme, het andere grote gevaar, zou tussentijds worden aangepakt. Dit resulteerde zoals bekend in de rampzalig verlopen expansie oostwaarts; het begin van het einde van het Derde Rijk.)

De vernietiging van de kerk, door aanvankelijk met de mond de leer van de kerk te belijden en ondertussen verdeeldheid te zaaien en zo de protestanten vrij gemakkelijk en massaal voor zich te winnen, was de laatste fase in de door Hitlers zieners gedachte eindstrijd waaruit het nieuwe Duitse ‘ras’ als overwinnaar uit de bus zou komen. Om argumenten voor zijn syncretistische visie te vinden, werden voor en gedurende de oorlog tijd nog moeite gespaard. Zo werden op soms krampachtige wijze - de Führer had altijd gelijk en moest dus altijd gelijk krijgen - massaal de meest wilde pseudowetenschappelijke ideeën omarmd, als het idee dat oer-ijs het verbindende element is in het heelal.

Het boek van Hesemann is te omvangrijk om hier recht te doen. Uit dit toekomstige standaardwerk komt een haarscherp beeld naar voren van een man die zichzelf verblindde en op grond van een esoterisch, romantisch geloof, in contrast met de moderniteit, en voor de buitenwereld vertaald naar een politieke religie, de wereld wilde veranderen en het jodendom en christendom wilde wegvagen van het aardoppervlak. In plaats daarvan zou na de eindstrijd een nieuw gouden tijdperk aanbreken, het tijdperk van, in mijn woorden, het hitlerdom. Met Hitler als de grote profeet die, na de catharsis, het ware geloof op aarde had teruggebracht. Gelukkig is die wereldorde ons bespaard gebleven.

Comments Off

admin op 28 April 2009 in Boek & Meer, Politiek & Media, Religie & Spiritueel

2012, zin of onzin?

Wie heeft er tegenwoordig niet gehoord van ‘2012′? Alles draait om de Maya-kalender. Om precies te zijn: bepaalde, vaak westerse interpretaties daarvan. Er zou een soort spirituele ommekeer komen, een collectieve verhoging van de individuele energieniveaus. Een kwantumsprong in bewustzijn. En dat in of na een periode waarin het aantal grote rampen op aarde enorm zou toenemen.

Over ‘2012′ wordt veel gesproken en geschreven. Te veel om binnen het bestek van dit artikel te onderzoeken. In de hedendaagse Maya-cultuur wordt er vanuit gegaan dat je minstens tien jaar full time de kalender moet bestuderen om er iets zinnigs over te kunnen zeggen. Wel is het mogelijk een aantal vragen te stellen bij de plotselinge westerse populariteit van dit gedachtegoed.

Laten we eerst eens kijken wie de oude Maya’s waren die de 260-daagse kalender hebben opgesteld. De oude Maya’s leefden in stadsstaten. Ze hadden een klassenmaatschappij van boeren, ambachtslieden, kooplieden en priesters. De stadsstaten, die veelvuldig met elkaar in oorlog waren, werden geleid door godkoningen, wellicht vergelijkbaar in status met die van de Egyptische farao’s.

De Maya’s, die we nu vooral kennen van hun ronduit imposante bouwwerken, waren schijnbaar geobsedeerd door de tijd. De kalender van de Maya’s, de bron van de belangstelling voor ‘2012′, is grotendeels ontcijferd.

Dat geldt niet voor de teksten, die grotendeels verloren zijn gegaan door een heksenjacht van de katholieke kerk na de rampzalige komst van Columbus. Deze teksten hadden ons de mogelijkheid geboden het wereldbeeld van de oude Maya’s beter te begrijpen.

Aanvankelijk, begin vorige eeuw, ontstond in het westen op grond van de kalendergegevens de indruk dat de Maya’s een cultuur hadden van wijze geweldloze mensen die zich voornamelijk bezig hielden met astronomie. Dit beeld, dat schijnbaar nog bij veel hedendaagse mensen in de spirituele gemeenschap leeft, blijkt niet te kloppen.

Veel stadsstaten, zeker in de achtste en negende eeuw, toen de cultuur ineenstortte, leefden in een bijna permanente staat van zeer gewelddadige oorlogsvoering. Ook uit de vroege sporen van deze beschaving blijkt dat oorlog niet ongebruikelijk was.

Hun religie, waar nu veel westerlingen mee flirten, was ook niet geweldloos. Sterker nog, de goden moesten regelmatig gevoed worden en wel met mensenbloed. Onderdeel daarvan was het spelen van een balspel waarbij de verliezers, mogelijk om hun levenskracht, aan de goden werden geofferd.

Op dit moment zijn er zo’n acht miljoen mensen die als nazaten van de oude Maya’s kunnen worden beschouwd. De kalender is voor de hedendaagse Maya’s heel belangrijk, net als voor hun voorouders. Het is een heilige kalender, waarbij elke dag een eigen energie heeft en die als een soort astrologisch instrument wordt gebruikt om te bepalen wanneer bepaalde handelingen het best kunnen worden uitgevoerd.

De hernieuwde belangstelling voor de Maya-kalender, als geïntegreerd onderdeel van de Maya-religie, heeft een vermoedelijk dieperliggende oorzaak. Nadat de structuur van hun traditionele samenleving in de negende eeuw uiteenviel, en hun cultuur vervolgens lange tijd is onderdrukt door de katholieke overheersers, is sinds halverwege de jaren tachtig in eigen kringen sprake van een herwaardering van de Maya-identiteit. Dit komt mede door de opkomst van de protestantse kerk, die als groeiende concurrent van de katholieke kerk meer religieuze speelruimte heeft gecreëerd.

Maya’s zijn zich de laatste jaren als culturele groep bewust geworden van hun eigenheid en lijken nu, volgens cultureel antropoloog Jean Molesky-Poz, te profiteren van de recente politieke vrijheid om deze te uiten. De overblijfselen van de oude religie, inclusief de waarde die wordt gehecht aan de kalender, lijken daarbij een bruikbaar hulpmiddel te zijn.

Opvallend in dat verband is de grote toename van het aantal oude rituelen en de sterke aanwas van het aantal nieuwe religieus specialisten. Door de groeiende populariteit van de Maya-gebruiken krijgen zij meer maatschappelijke macht en dat roept de nodige weerstand op. Er zijn de afgelopen jaren al diverse Maya-priesters vermoord.

Ook wordt door ervaren Maya-priesters de zorg uitgesproken over de uitholling van hun praktijken. Mogelijk doordat de oude maatschappelijke structuur is weggevallen, zijn er nu veel mensen die priester worden zonder de vereiste uitgebreide opleiding en ervaring. De studie voor het priesterschap duurt minimaal tien jaar, eigenlijk een leven lang, en is zeer intensief. Ze omvat vele tientallen inwijdingen en beproevingen.

Binnen de eigen gemeenschap is de versterking van de traditionele religie dus niet onomstreden. Ook zijn er vraagtekens te zetten bij de westerse belangstelling voor de Maya’s. Deze interesse zou een uitvloeisel kunnen zijn van westers consumentengedrag; we willen steeds weer iets nieuws, iets beters in onze zoektocht van het materiële naar het spirituele. Na Yoga, Zen, TM en Reiki is er nu een nieuwe spirituele smaak op de markt: Maya.

Een andere mogelijke oorzaak is de eschatologische combinatie van de kalender met Maya-onheilsprofetieën over het ingaan van het op handen zijnde tijdperk. Berichten over smeltende ijskappen, gaten in de Ozonlaag en een economische recessie kunnen de indruk wekken dat het heel slecht gaat.

Op dit moment lijkt het aantal natuurrampen wereldwijd inderdaad toe te nemen. Voor ‘Maya-gelovigen’ is dat wellicht een bewijs voor hun gelijk. Maar dit beeld kan ook misleidend zijn en volgens bijvoorbeeld het United Nations Enviromental Programme wordt deze toename grotendeels veroorzaakt door meer omvangrijke en snellere berichtgeving. Ook zou de snelle groei van de wereldbevolking van invloed zijn.

En hoewel een deel van de genoemde natuurlijke ontwikkelingen onloochenbaar is, met name het aantal overstromingen en cyclonen sterk neemt toe sinds 1900, lijkt het verder wijs om deze ontwikkelingen af te zetten tegen de vermoedelijke leeftijd van de aarde. De aarde heeft al veel menselijk en natuurlijk geweld overleefd en bezit schijnbaar, net als de mens, een groot zelfherstellend vermogen. Denk aan geweld via grote meteoriet-inslagen, vulkaan-uitbarstingen en kernbommen.

Bij de groeiende interesse in het Maya-fenomeen, speelt vermoedelijk ook de menselijke behoefte een rol om bijzonder te zijn, al dan niet als onderdeel van een selecte groep. Ingewijden, wetenden, uitverkorenen die gered, verlicht of in de hemel zullen worden opgenomen; ze zijn van alle tijden en komen vaak voor in samenhang met een eindtijdverwachting als die van de Maya’s.

De geschiedenis wordt in dat geval op betekenisvolle wijze opnieuw geïnterpreteerd, zodat het heden beslissend wordt en de mensen die nu leven, met de name de uitverkorenen, een cruciale rol krijgen toebedeeld. Vaak via een wedergeboorte, in dit of in een ander leven. Bij het westerse Maya-geloof speelt verder de aarde een hoofdrol.

Ook Jezus zou in de veronderstelling hebben geleefd dat het einde - van de wereld, dan wel van de hem bekende Romeinse wereld - nabij was, en dat slechts enkelen zouden overblijven. Sindsdien zijn er in de westerse wereld overigens zeker zestig gezaghebbende aankondigingen van de eindtijd geweest.

Voor de Maya’s betekent ‘2012′ het eind van een 26.000 jaar lang duister tijdperk, berekend binnen de ‘natuurlijke’ of ‘galactische tijd’. De bijbehorende kalender zou, stellen Maya-kalender-deskundigen, ook bekend zijn (geweest) bij de Azteken, de Tolteken, de Inca’s, de Lakaota’s, de Cherokee- en de Pueblo-indianen, de Zoeloes, de oude Egyptenaren, de oude Kelten en bij de Essenen.

Als voorbereiding op de finale datum, 21 december om precies te zijn, moeten we volgens Maya-kenners als Kiara Windrider onder meer bewuster met de aarde omgaan en ons overgeven aan de goddelijke voorzienigheid. Hij vindt persoonlijke inspiratie bij onder anderen dolfijnen, waarvan hij de bewezen agressieve karaktertrekken overigens onbenoemd laat.

Op basis van zijn ervaringen met dolfijnen, gechannelde boodschappen en andere inzichten ontwikkelde Kiara Windrider een vorm van handoplegging, vergelijkbaar met Reiki en Quantum Touch. Het beoefenen ervan moet zorgen dat we afgestemd raken op het nieuwe, vierde (harts)niveau van bewustzijn.

Zo kunnen we ons ook beter weren tegen de duistere machten en krachten die de komst van het nieuwe bewustzijn tegenhouden (naar Star Wars soms ‘The Dark Side’ genoemd). Op spiritueel niveau woedt volgens de ‘Maya-gelovigen’ namelijk een heuse eindstrijd tussen duister en licht, vergelijkbaar met de strijd zoals beschreven door de Essenen.

De eindstrijd, zoals die uit Esseense bronnen naar voren komt, is overigens waarschijnlijk een verhulde metaforische beschrijving van de toenmalige strijd om religieuze macht. Een dergelijke koppeling zijn we ook hier; op sommige Maya-gerelateerde westerse sites wordt bij de duisternis samenzweerderig verwezen naar de antichrist, George Bush, het Vaticaan et cetera.

Binnen een aldus geschetste toekomstscenario is de komst van een Grote Redder zeer waarschijnlijk. Deze redder heeft zich intussen ook al aangediend, aldus de Nederlandse Maya-kalenderdeskundige Peter Toonen. Het is dr. José Argüelles, een voormalig hoogleraar kunstgeschiedenis die zichzelf beschouwt als Valum Votan, de Sluiter van de Cyclus. Tijdens een ceremonie op de Piramide van de Zon in Teothuacán bij Mexico City in 2002 is hij door negen Maya-sjamanen erkend als Maya-profeet. Hij is de man die de hier besproken visie op de Maya-kalender vanaf 1987 in het westen in brede kring bekend maakte.

We hebben dus een schets van het heden (de aarde raakt steeds verder en sneller in verval, er is een strijd gaande tussen het licht en het duister), de toekomst (grote rampen laten de aarde op haar grondvesten schudden, er komt een omkering van alle waarden, er vindt een selectie van de geesten plaats en er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde), en een weg om er te komen (mediteren, duurzaam handelen, anders met elkaar omgaan, en een profeet).

Hoe nu verder? Is er op dit moment sprake van een sociale ontwikkeling waar we over tien jaar besmuikt om moeten lachen (net als om de ongegronde angsten rondom de millenniumwisseling) en krijgen de hemelse verwachtingen dan een nieuwe vorm om collectieve en individuele angsten te bezweren? Of gaan we het echt merken en er is geen sprake van een hype, zoals twaalf auteurs beweren in het Nederlandse boek ‘Welkom in 2012′, dat in 2008 verscheen?

Dat is een kleurrijke bundel artikelen over onderwerpen als westerse astrologie, de hindoe-tijdrekening, Jung, Atlantis, en leringen van diverse Indiase goeroes, doorspekt met gechannelde informatie van vermeend hogere entiteiten. Bij de artikelen zijn diverse kanttekeningen te plaatsen, hoewel de intenties van de schrijvers duidelijk heel positief zijn. Zo is het niet onverstandig gechannelde informatie kritisch te beschouwen.

Opvallend in elk geval, is dat veel wetenschappelijke Maya-geleerden, specialisten van diverse gerenommeerde universiteiten, de hierboven aangehaalde niet-wetenschappelijke interpretaties van de Maya-cultuur en de Maya-kalender totaal niet onderschrijven. Deze interpretaties soms zelfs verwerpen.

De al aangehaalde cultureel antropoloog Jean Molesky-Poz schrijft in zijn gedegen studie ‘Contemporary Maya Spirituality’ uit 2006 helemaal niets over de westerse Maya-visie die nu bij ons zo in de schijnwerpers staat. Hij is iemand die de hedendaagse Maya-spiritualiteit uitvoerig en van binnenuit heeft bestudeerd. Dat geeft toch te denken.

Anthony Aveni, professor in de astronomie, de antropologie en native american studies, spreekt zich wel uit. Hij ziet na vijfendertig jaar studie van de Maya’s weinig bewijzen voor de visie van Peter Toonen en zijn internationale geestverwanten. Eind januari 2009 zei de professor tegen CNN: “I think that the popular books… about what the Maya say is going to happen are really fabricated on the basis of very little evidence. (…) there is nothing ominous about 2012, despite the hype surrounding claims to the contrary.”

Een verkorte versie van dit artikel verscheen onlangs in Koorddanser.

Comments Off

admin op 15 April 2009 in Religie & Spiritueel