Archief voor March 2009

Het nieuwe leren en de PVC-methode

Sinds een aantal maanden ben ik parttime leraar en dat is even wennen. Sterker nog, het is een wereld apart. Mijn school is er eentje waar met een inspirerende visie op het bevorderen van de groei van leerlingen vraaggestuurd onderwijs wordt gegeven en het gebruik van computers belangrijk is.

Als onbevoegde bijwerker valt me na een tijdje wel al een aantal zaken op. Zo leidt puur vraaggestuurd onderwijs, bij onvoldoende sturing, tot oneindig gamen, klieren en kleuren. Er werd onlangs zelfs een keuzevak PS3 gegeven. Ik kan me wel voorstellen dat zoiets zinnig is, maar het is gewoon even wennen.

Als beginnend leraar viel mijn oog in dit verband onlangs op een heel aardig boek, dat eind vorig jaar is uitgekomen bij Aspekt: ‘Het nieuwe leren van de keizer’. Volgens professor Bob Smalhout, die het voorwoord verzorgde, heeft J. Jeronimoon (een pseudoniem) hiermee de Duivelsverzen van het onderwijs geschreven. Die heb ik nooit gelezen, maar dat zal voor een moslim wel net zo zijn als het lezen van Jan Wolkers in de pubertijd, als je protestants bent opgevoed.

Jeronimoon, dat doet me denken aan ‘meester’ Jeroen of Jheronimus Bosch, de schilder die in zijn werken via een carnavaleske optocht van gestoorde mensdieren eigenschappen in beeld bracht waar de gegoede burgerij in zijn vijftiende eeuw op neerkeek. Zoals kwaadaardigheid, dwaasheid, losbandigheid, goedgelovigheid, luiheid en bedelarij. Ook haalde hij uit naar de heersende klasse van die tijd, de adel, een constante bedreiging voor de burgerij (Bron: Wikipedia).

En zo gek is die vergelijking niet. Als je het boek leest, een verzameling van het web getrokken columns waar de spel- en typefouten soms nog inzitten, krijg je inderdaad een beeld van een dierentuin, geleid door graaierige en volgzame directies en managers (de nieuwe adel van het onderwijs) die ‘het vernielende leren’ hartstochtelijk belijden en ondertussen het onderwijs naar de afgrond voeren. Vooral door compententiegericht te leren (’compententiegericht punniken, competentiegericht wijnproeven, compententiegericht gras drogen’), alles af te stemmen op ‘leuk’ (anders is het ’saai’) en langdurige en onvergoede stages van leerlingen te ontwikkelen waar alleen het bedrijfsleven garen bij spint.

De man of vrouw op de werkvloer, nu coach, vroeger leraar geheten, zou er niet meer toe doen. Net als het opdoen van kennis; die is immers heel veranderlijk en altijd online te vinden. Leerlingen hoeven alleen maar te weten waar ze iets kunnen vinden en klaar is Kees. Of Khalid. Natuurlijk is dat onzinnig, want zonder een basis van kennis kunnen mensen nieuwe informatie niet goed wegen en selecteren omdat een betekenisvolle context ontbreekt. (Je kunt iemand leren autorijden, maar als hij de verkeersregels niet kent, is dat vragen om problemen). Bovendien moet je natuurlijk niet alles geloven wat je bij de slager hoort of op het web leest.

Het resultaat van deze visie op onderwijs, volgens de schrijver, is dat leerlingen tijdens de traditionele examens door de mand vallen: ‘De tafels stonden netjes gerangschikt volgens de voorschriften. (…) De examinandi waren al verbaasd over het moeten inleveren van telefoon, I-pod, mp3-speler en alle andere gadgets. De verbazing steeg ten top toen er werd medegedeeld dat iedereen voor de duur van het examen netjes aan zijn eigen tafel moest blijven zitten. Het was deze keer de bedoeling dat er niet werd samengewerkt. Ook mocht men niet aan de buurman vragen wat de oplossingen waren en op straffe van een nul, werd zelfs het overschrijven van een ander verboden. Het maken van “eilandjes” om met elkaar te overleggen was uit den boze en ten strengste verboden. Dat waren ze niet gewend, de multi-taskende Einsteins’ – een fijne sneer naar het boek ‘Generatie Einstein‘.

Naarmate de columns actueler worden, scherpt de schrijver zijn pen en laat hij in steeds vileinere bewoordingen zijn mening weten; elke dag gehaktdag. En met de nodige humor. Regelmatig heb ik hard moeten lachen, zoals eerder om Youp van het Hek, als hij in de jaren negentig de knutselende en frutselende managers op de hei op de korrel nam. Humor relativeert en verzacht de pijn, dat is bekend.

De schrijver veegt de vloer aan met alle sprituele inbreng in het onderwijs, net als met alle vormen van professionele (zelf)reflectie. Jammer, want - een deel - van de genoemde zaken zou een waardevolle aanvulling kunnen zijn - als de rest van het onderwijs maar zou werken. Het onderwijs dat hij beschrijft, wel te verstaan. Ik heb het gelukkig niet over mijn school, maar de school waar hij lesgeeft en in de MR zit. Onze schrijver is een ouderwetse lesboer, voor hem een geuzentitel voor een leraar in hart en nieren, die van al dit soort nieuwlichterijen niets moet hebben. Met name omdat ze volgens hem vaak het gevolg zijn van bezuinigingen, besparingen en het streven om de bureaucratie te vergroten, en - belangrijker nog - de leerling uiteindelijk niet ten goede komen.

Hilarisch in elk geval, is zijn confrontatie in de meeluisterende lerarenkamer, herstel koffieruimte, met de mevrouw van de 360 graden feedback. Hij vult deze spiegeltest in en wat blijkt: hij heeft inzicht en is daarnaast ‘de intelligentste, de beste, de sympathiekste, de meest ondernemende, de meest spirituele en de energiekste, maar ook nog behept met uitzonderlijke eigenschappen zoals daar zijn tact, empathie, geduld, positief ingesteld, inspirerend, loyaal, extravert, eerlijk, gevoel voor humor, spontaan, origineel en kunstzinnig’.

De vrouw ontploft. Hij maakte alles belachelijk, dat kon zomaar niet! Hoe heeft ze de test dan samengesteld? ‘Ze beweerde iets in de zin van “binnen het concept van de zelfreflectie staat elke score op zichzelf en staat voor een overeenkomstig energetisch potentieel, als een grondpatroon dat werkzaam is op de verschillende niveaus van het bestaan.” Jheronimus, bekwaam met onderzoekstechnieken, veegt vervolgens de vloer met haar aan via kritische vragen over het wetenschappelijk gehalte van haar test. ‘Ze had me de rug toegedraaid en zag alle collega’s minzaam glimlachen. Woedend beende ze de koffiekamer uit en sloot zich op in de toiletten. De enige plaats waar deze vragenlijstjes horen.’

Daarnaast moeten de nieuwe managers, de nieuwe adelen, het veelvuldig ontgelden. In de ogen van Jheronimus vaak mensen met minimale onderwijservaring, vaak niet gehinderd door management-ervaring en veelal verblind door hun streven naar een eigen parkeerplaats en een hoger inkomen. ‘De manier waarop zij het compententiegericht onderwijs adoreren, aanbidden, propageren en toepassen bezorgt mij rode bulten en varissen (spataderen, JdW), ik ben allergisch voor welke vorm van fundamentalisme ook. (…) Zij zijn het die onze leerlingen en studenten bewieroken, op het paard tillen, fantastisch vinden en heel competent als diezelfde leerling of student tijdens een presentatie of prestatie niet verder komt dan het uitstoten van lucht, wel of niet gebakken.’

Ook komisch is zijn beschrijving van het feedbacken, op de beschreven school blijkbaar een voornaam onderdeel van de liturgie van het nieuwe leren. Aan het eind van de dag vindt iedereen het wel goed, zijn de onderlinge oordelen mild, maar op maandagochtend gaan leerlingen elkaar al feedbackend afslachten, meer in reactie op persoonlijke verhoudingen dan op de te beoordelen inspanning. ‘De jonge dame die in het weekend een blauwtje heeft gelopen bij de stoere macho uit dezelfde klas neemt tijdens het feedbacken haar zoete wraak. Ze fikt de presentatie en de stoere macho verbaal tot op zijn veters af en de met gif gevulde woordenstroom stopt met de magische uitspraak “en dit was mijn feedback”. Haar vriendinnetjes, allen in de afgelopen weken afgewezen of bedrogen door de stoere macho, doen daar nog een schepje bovenop zodat het lijdend voorwerp zich de eerste weken geen illusie moet maken omtrent een nieuwe verovering.’

Hij spreekt verder over de ‘debilisering van het vmbo’ en het afzakken van het mbo; de vakkennis is zwaar onder de maat zodat het bedrijfsleven wanhopig steeds hoger (lager) opgeleide mensen inzet en de mensen op de onderste onderwijstrede de dupe zijn en ook nog moeten concurreren met vakmensen uit bijvoorbeeld Oost-Europa. ‘Als ze dan toch nog onverwacht werkeloos worden, doordat de economie inzakt of een Hongaarse, Bulgaarse, Letse, Poolse of Duitse werkkracht goedkoper is en meer vakkennis heeft dan een certificaat samenwerken, googlen, vergaderen, reflecteren, feedbacken en lullen-uit-de-nek, is de boot aan.’

Van Dale, die dikke, speelt in op het gekelderde onderwijsniveau (overigens ook te zien in het hoger onderwijs; er zijn genoeg collega universitaire masters die nog ‘pupils’ zijn in mijn ogen) met de introductie van een dun woordenboekje in stripvorm (zoals de Luchtmobiele Brigade jaren geleden al instructie is gaan geven met strips, omdat die rottige lange teksten te moeilijk waren). Jheronimus: ‘Had Einstein ook zo’n plaatjesboek? En Van het Reve, Gezelle, Elsschot, Bomans?’

De verontwaardiging van de schrijver komt voort uit z’n passie en betrokkenheid. Het onderwijs dondert in elkaar en iedereen staat erbij en kijkt er niet eens naar – dat idee. Zou het zo’n vaart lopen? Ik hoop het niet. Anders gaan we van een samenleving met merendeels burgers, weer naar een samenleving met minder lagen: adelen en boeren/buitenlui. Ook al wonen ze dan nu vrijwel allemaal in de steden.

Tot slot nog een relativerende anekdote: Een docent techniek, ook een zij-instromer, bij wie ik eens op bezoek was om me te verdiepen in het lesgeven, gaf me een goede tip. Hij ze: ‘Ik werk volgens de PVC-methode, dat werkt heel goed.’ Ik reageerde met een glazige blik – weet ik veel welke pedagogisch-didactische methode dat nu weer is? Hij glimlachte en haalde een korte plastic buis vanachter z’n rug te voorschijn. De boodschap: hij staat niet voor geweld - dat was een grapje - maar voor ouderwets, gedegen onderwijs zoals dat tien, vijftien jaar geleden nog bestond. Af en toe een plagend tikje, af en toe een aai over de bol of een grapje en de inhoud is waar het om draait. De leerlingen staan in de rij om bij hem techniek te mogen leren.

Comments Off

admin op 22 March 2009 in Boek & Meer, Politiek & Media

Hare Hare Tandarts

Wie is er nu fan van de tandarts? Behalve zijn vrouw en kinderen misschien? En de tandarts van de tandarts? Ik heb een bezoek aan de tandarts jarenlang gehaat, soms zelfs jarenlang bewust overgeslagen. Enerzijds vanwege de kosten, anderzijds uit angst.

Pas een jaar geleden, nadat ik bij een nieuwe tandarts ben gekomen, begreep ik hoe en wat. Viel alles op zijn plaats. Als vrijheidminnend mens voelde ik me hulpeloos in die stoel, niet in staat om controle uit te oefenen over de uitkomst. Ik zag niks, er werd me niets verteld over wat er gebeurde, voelde af en toe wat pijn en lag dan met een verkrampt gezicht te wachten tot ik geslacht was. Herstel: tot de tijd om was en ik voorlopig niet meer zou hoeven te komen.

Wat ook meespeelde, is een herinnering uit mijn jeugd waarin ik bij een tandarts of een orthodontist bijna verdronken ben. Ja, verdronken. De assistente was toen meer aan het praten over koetjes en kalfjes met de specialist, dan dat ze haar werk deed en bijvoorbeeld met een zuigslangetje mijn speeksel opruimde.

Verder staat me iets bij van een tandarts die, misschien doordat ik ook wat gespannen was en bewoog, mijn tandvlees raakte. Ook heb ik in een ziekenhuis eens een paar verstandskiezen laten verwijderen – althans, dat was de bedoeling.

Ik zie me nog staan bij de bushalte, met een half verlamde kop, de mond vol bloed dat ik regelmatig op het asfalt moest spugen en rode proppen verbandgaas in de gevoelloze kraters in mijn kaak. Mijn god, wat smaakte die sigaret toen heerlijk. Jaren later bleek overigens dat de chirurg in het ziekenhuis een deel van een kies had laten zitten, ondanks al het breken, trekken en snijden…

Bij mijn nieuwe tandarts kwam ik binnen met de nodige scepsis; wat zou deze automonteur nu weer gaan doen en hoe zou ik de behandeling doorkomen. M’n hart klopte sneller, m’n handen werden koud en ietwat klam – het was weer tijd. Toen herinnerde ik me TM-ers die, in navolging van een millennia oude traditie in India, mantra’s of gebedsformules gebruiken bij hun meditatie, bedoeld om het denken af te leiden.

Dus daar lag ik in de tandartsstoel met in mijn hoofd: ‘Hare Krishna, Hare Krishna, Hare Hare’, en dat de hele tijd achter elkaar. Waarom ik bij Krishna uitkwam, en niet bij mijn favoriete god Shiva, is me nog steeds een raadsel. Misschien dat ik zo snel geen mantra van Shiva paraat had?

Anyway, het hielp redelijk. Dit trucje heb ik een aantal behandelingen volgehouden, tot vandaag. Ik had na de vorige behandeling besloten om de tandarts, en zijn medewerksters, mijn volledige vertrouwen te geven. En de controle natuurlijk.

De tandarts leverde vakwerk en toonde zich zeer gedreven en kalm, de assistente deed haar werk goed. Het resultaat van mijn overgave was verbluffend. Met een langzame, diepe buikademhaling onderging ik alles heel rustig. Af en toe kwam er een gedachte op en die liet ik dan weer gaan.

Ik nam mijn agenda voor vandaag in gedachten even door en liet ook dat weer los. Het was bijna meditatie. Het is dat mijn mond een half uur open stond, niet bepaald een ontspannen pose, anders was ik misschien wel in een delta-staat weggezakt. Hare, Hare Tandarts, Hare Hare Tandararts….

Comments Off

admin op 11 March 2009 in Ongewoon & Anders

‘Concentreer je op het onbelangrijke’

“Ik denk dat ik vele malen gelukkiger ben dan de mensen om mij heen en ik hoop dat zij dat ook van zichzelf denken. Dat ze misschien door mijn voorbeeld een beetje van die lol ontdekken.” Een interview met Jan Kusters uit Sittard, schilder, pessimist én levensgenieter.

Jan Kusters is een avonturier, al heeft hij nog nooit verre landen bereisd. Zijn traditioneel ingerichte, groen geschilderde woonkamer onthult veel van zijn persoonlijkheid.

Eén wand van de kamer wordt gevormd door een grote houten boekenkast. De belangrijkste exemplaren staan onderin, de onbelangrijkere werken verhuizen langzaam maar zeker naar de bovenste plank, glimlacht Jan Kusters. ,,Als je daar bent als boek, ziet het er slecht voor je uit” - dan is het afscheid nabij.

De complete serie jongensboeken over Bob Evers staat voor het grijpen. Die zijn dus belangrijk. Op zijn site schrijft Kusters hierover: ‘Toen was Nederland nog eenvoudig, met kansen voor wie dat wilde, en er heerste een eindeloos optimisme. Niet alles was tot in vijf decimalen achter de komma geregeld en Europa had nog echte grenzen.’ De wereld was anders.

Voor het overige zijn de planken gevuld met een allegaartje aan boeken, van werken over ridders tot boeken over kunst en fotografie.

Verder telt de kamer een oude eettafel met dito stoelen. De tafel is afgedekt met een oud tafelkleed uit zijn ouderlijk huis. Hier heeft de jonge Jan dus ooit aardappelen op gegeten en dat doet hij nu nog steeds… Een aantal ooit statige kringloopstoelen, met van die grote stalen veren in het zitvlak, siert de hoeken.

Aanvankelijk noodzaak; z’n zelf ontworpen Rietveld-achtige stoelen waren kapot en in de jaren tachtig had hij weinig geld. Intussen is het ook een keuze. ,,Ik werk drie dagen in de week. Het is geen vetpot, maar daardoor heb ik wel tijd om de dingen te doen die ik wil doen. Dan maar wat minder spullen.”

In de hoek staat een grote pijpenkast waarin het Sherlock Holmes-type een ereplaatsje heeft gekregen. Sommige pijpen zijn kostbaar. ,,Ja, als ik dan kijk naar mijn knotsvolle pijpenrek, dan denk ik: hoor wie ‘t zegt. Dat materialisme, ik kan me daar ook niet helemaal aan onttrekken.”

De wand tegenover de boekenkast hangt vol met schilderijen; het gevoel tegenover het verstand. Zelf gemaakt uiteraard, die schilderijen, want hoewel Jan Kusters nu een andere baan heeft, als tutor aan de Hogeschool Zuyd, is hij eigenlijk docent handvaardigheid. Schilderijen van de viaducten over de rondweg die Sittard in tweeën snijdt. Hij verkoopt deze en andere schilderijen via Galerie Achter de Beek in Beek.

Op een kastje in de hoek liggen de spulletjes voor zijn eigen Limburgs-Japanse theeceremonie, een andere bezigheid waar hij veel plezier aan beleeft. ,,Het uitvoeren van een Japanse theeceremonie is een bepaalde manier van denken”, legt Kusters uit. ,,Toen ik kennismaakte met de theeceremonie, ontdekte ik dat ik deze manier van denken zelf al had ontdekt.”

,,Ik heb jaren voor een hbo-instelling lesroosters gemaakt. Eén grote stressbaan. Ik had al hoofdpijn als ik moest beginnen. Als ik thuiskwam had ik weer hoofdpijn. In die tijd ontdekte ik het motorrijden. Ik nam rijles en na een uurtje lessen was de hoofdpijn weg. Je bent dan heel geconcentreerd, net als tijdens de theeceremonie.”

Hij had zelfs al zijn eigen theeceremonie, toen hij in militaire dienst was, kwam hij achter. ,,Op zaterdagochtend moesten we de kamers poetsen. Ik begon dan eerst met theedrinken. Elke week deed ik dat. Dan was elk gebaar op z’n plek. Voor mij was het een scheiding tussen twee dingen die niet zo goed samengaan.”

Het is niet alleen de aandachtige uitvoering van het thee-ritueel, die hem boeit. Het is ook de schoonheid van de attributen. Neem bijvoorbeeld het geheel uit één stuk gemaakte bamboe thee-kloppertje; een stukje bamboe dat met de hand is ingesneden en dat nog het meest lijkt op een ouderwetse scheerkwast.

Ook het bamboe gereedschap om het theewater op te gieten, een hishaku, een bamboe kopje met een lange ranke bamboesteel, zo’n stukje eerlijk vakwerk op microschaal, daar kan Jan Kusters echt van genieten. Hij pakt het gereedschapje in zijn hand, bekijkt het van alle kanten. ,,Dit vind ik echt verschrikkelijk mooi.”

Eerst meende hij nog dat de ceremonie alleen met de juiste spullen kon worden uitgevoerd. Zo zocht hij, bij wijze van spreken, de hele wereld af op zoek naar de goede Japanse thee, macha. ,,Tot internet kwam, toen vond ik ergens dat de thee die ik hier had gekocht, in Japan wordt gebruikt om ijs te kleuren hahaha. Die is niet te vergelijken met de echte macha.”

Nu weet hij dat het niet uitmaakt, voor hem althans. Theefundamentalisten denken daar uiteraard anders over. ,,Je moet ook niet gaan voor het eindresultaat, dat werkt niet. Het gaat om het zomaar doen. Anders kan ik het niet zeggen.

De man die de huidige theeceremonie heeft vormgegeven, Sen no Rikyu, heeft het ook op die manier bedoeld. Het moest simpel en je moest je concentreren op de thee, niet op de spullen. Bamboe was het plastic uit zestienhonderd en raku was oorspronkelijk ook een wegwerpartikel. Het gaat erom dat je een simpel iets belangrijk maakt. De theeceremonie doe je niet voor die drie slokjes lauwe thee.”

Kusters maakt een vergelijking met het schilderen: ,,Eerst wilde ik een compleet schilderij maken. Daarna leerde ik om alle details met aandacht aan te brengen. Ik concentreer me nu alleen op dat ene vlekje verf dat ik nog moet zetten. En dan weer op de volgende verfvlek, tot het schilderij ineens klaar is.

Wow, het is gelukt! Zonder dat je het beredeneerd hebt gedaan. Je concentreert je op iets dat in feite niet belangrijk is. Dan lukken anderen dingen.”

Met het roken van pijpen en sigaren, door deze liefhebber met aandacht voor historie geschreven als cigaren, is het anders; daar staat het genieten meer voorop. Jan Kusters is hiertoe lid van het illustere sigarengenootschap Fidibus, een herengenootschap waarvan de leden op hun site te zien zijn terwijl ze in negentiende eeuwse stijl op de gevoelige plaat zijn vastgelegd.

,,In de grote werkloosheidstijd, de jaren tachtig, is het begonnen als een bierclub. We vonden allemaal Belgisch bier lekker, maar dat was te duur en hier heel slecht te krijgen. En om nou steeds naar Maaseik te fietsen… Dus legden we elke maand een tientje in om eens per maand iets meer luxe te kunnen ervaren. Vervolgens is het uitgegroeid tot het sigarengenootschap.”

Het genootschap werd een genootschap, omdat dit zijn voordelen had: ,,We dachten: misschien zijn er dan wel fabrikanten die wel eens een doosje deze kant op willen sturen. Daar hebben we drie keer gebruik van gemaakt. De gestuurde sigaren waren niet de moeite van het proberen waard. Het waren sigaren die naar rozen smaakten of suikerwatersigaren.” Hij glimlacht.

Intussen zijn de werkloze sigarenrokers van toen, de helft had in Sittard en de andere helft in Nijmegen gestudeerd, heel goed terecht gekomen. De groep telt nu onder anderen een aantal personeelsfunctionarissen, een paar werken in zorginstellingen, er zit een ambtenaar bij en een docent aan de Open Universiteit.

Het aantal bijeenkomsten is intussen afgenomen tot zo’n drie per jaar. ,,En dan nog is het moeilijk iedereen bij elkaar te krijgen.” Een andere verandering is wie voor de rookwaren zorgt; nu levert de gastheer alle sigaren. Daar is nu genoeg geld voor.

Het is een beetje jongensachtig, zo’n studentikoos genootschap. Net als gezamenlijk uitstapjes maken op de motor om ergens te kamperen, vliegers bouwen en vliegerfeesten bezoeken – andere hobby’s van Kusters.

,,Klopt. Het idee van: waar is de wereld nog niet helemaal geregeld en waar er is er nog wel een beetje avontuur.

Een uitgestelde pubertijd? Zou kunnen. De kleur van de muur hier, is ook de kleur die mijn jongenskamer had. Ik heb destijds heel veel kleuren geprobeerd; oranje, blauw, groen, rood - ik werd er soms een beetje gestoord van - maar uiteindelijk was dit toch het prettigst.

Er zitten bij dat rokersclubje trouwens ook mensen met een normaal volwassen leven die een beetje avontuur erbij nemen. Mensen die getrouwd zijn en kinderen hebben, bedoel ik.

Ik ben geen voorbeeld van een normaal volwassen leven.

Mensen leven naar mijn mening teveel op de automatische piloot. Dat is niet het leukste maar wel het makkelijkste.” Jan Kusters gaat voor het avontuur en de uiteindelijke voldoening mag dan ook wel wat moeite kosten; de weg ertoe is belangrijker dan het doel.

,,Met schilderen bijvoorbeeld. Ik heb drie jaar moeten sparen voor de reis naar Noorwegen, om daar te gaan schilderen. Verder heb ik alles moeten uitzoeken: hoe krijg je alle schildersspullen mee op de motor. Toen ik er was, was het weer heel slecht. Het hoorde erbij, maar dat wil niet zeggen dat ik het leuk vond.

Het was een denkprestatie: onder moeilijke omstandigheden toch de dingen doen die je wilt doen. Je wordt je bewust van de vraag: wat is belangrijk en wat niet. Waar draait het eigenlijk om. Wat kan ik missen en wat kan ik niet missen? Het is een soort crisismentaliteit, zeiden mijn ouders altijd.

Ja, ik ben een gigantische pessimist, zie overal beren op de weg. Aan de andere kant: ik denk dat ik vele malen gelukkiger ben dan de mensen om mij heen, en ik hoop dat zij dat ook van zichzelf denken. Dat ze misschien door mijn voorbeeld een beetje van die lol ontdekken.”

In Noorwegen ervoer de Sittardse levenskunstenaar ‘een gevoel van eindeloosheid, de mens als vetvlekje op het aardoppervlak’. ,,Het was een wezenlijke ervaring; de mens als voetnoot.”

Los van deze metafysische beleving, wilde het schilderen de eerste twee reizen maar niet lukken. Jan Kusters schilderde en schilderde, maar het resultaat was niks. Het leverde in elk geval geen werken op die hij zelf zou ophangen.

Maar dat was niet erg, zegt hij nu: ,,Kunst is voor mij dingen doen die je nog niet kunt, anders is het kunstnijverheid. Ik ontdekte dat ik alleen de beelden van landschappen kan schilderen die ik in mijn hoofd heb gecreëerd. Die zocht ik later op in Noorwegen, toen ik er was. En je aandacht brengen naar elk vlekje dat je opbrengt, niet meer ineens het geheel willen neerzetten. Tijdens en na de derde reis ging het goed.

Van een foto schilderen gaat niet trouwens; een foto heeft meestal maar 256 kleuren. In werkelijkheid zijn er veel meer kleurnuances. Die moet je leren zien.”

Ook het avontuur moet je leren zien. Het is soms gewoon om de hoek. Jan Kusters woont bijvoorbeeld alweer jaren in wat eens een Franciscaner klooster was. ,,We hebben hier een tijdje een woeste periode gehad. Zo zat hier een tijdje een illegaal bordeel. Stonden er elke avond allemaal vreemde mannen op de gang.

Ook waren er mensen bezig met criminele zaken. Dus hebben we paar keer een overvalteam binnen gehad. Waren ze weer een paar maanden op vakantie. Maar ja, dan werden de kamers onderverhuurd en daar kwam weer veel ellende van. Ja, het was hier toen wel avontuurlijk, maar de buurt klaagde.

De woningbouwvereniging heeft een aantal jaren hard gewerkt om de zaak hier uiterlijk en qua bewoners op de knappen. En met succes. Daar ben ik de woningbouwvereniging ook heel dankbaar voor. Het was wel heel leerzaam; je krijgt een andere kant van de samenleving te zien. Je krijgt een completer beeld van de hedendaagse wereld.”

Comments Off

admin op 2 March 2009 in Ongewoon & Anders