Archief voor December 2008

Verzinken of nogmaals blinken?

Mik Hamers, voormalig Statenlid voor GroenLinks in Limburg, heeft een leuk boekje geschreven: ‘Van statenlid tot toiletdame’ (Uitgeverij TIC, 2008). Ze beschrijft daarin aan de hand van een model van Hans Korteweg een aantal levensfasen en concludeert dat ze nu in de laatste fase zou moeten zijn beland; de fase van ‘verzinken’. Het ‘blinkende’, actieve leven is voorbij, valt uiteen, en leidt vervolgens in de herfst van het bestaan tot een nieuwe spirituele geboorte.

Maar wat, als je in die laatste fase, door het wegvallen van sociale vangnetten en regels, opnieuw moet strijden om op het materiële vlak staande te blijven? Weer moet gaan ‘blinken’? Dat is namelijk waar Mik Hamers zich in haar pamflet druk over maakt. Zij is van de generatie die hoopte dat het op hogere leeftijd tijd was om achterover te leunen, ‘te trekken van Drees’. De harde werkelijkheid anno 2008 leert haar al snel anders. Ze moet weer haar best doen om het hoofd boven water te houden. Net als veel andere Limburgse (bijna)senioren.

Zo neemt ze een baan als taxichauffeur en ontdekt dat de chauffeurs, in elk geval bij het bedrijf waar ze begint, onder achterlijke omstandigheden werken en dat er bijvoorbeeld geen wettelijk verplichte ondernemingsraad bestaat. Ook stort ze zich op de aardbeienpluk, weer een wereld apart. En ook hier worden de mensen slecht betaald en werken ze onder belabberde omstandigheden. Het is van hetzelfde laken een pak bij de concurrent van TNT, waar Mik Hamers als postbode de handen uit de mouwen steekt. ‘We werden als kleine kinderen behandeld terwijl de meeste werknemers naast een boel levenservaring ook aardig wat werkervaring hadden’, schrijft ze. Ze werkt vervolgens ook bij TNT, daar is het gelukkig wel goed geregeld.

De behoefte aan inkomsten drijft haar verder en met carnaval zit ze in Maastricht bij de toiletten. Een inspirerend avontuur, waar ze veel van leert. En behoorlijk wat geld mee verdient. Tijd voor vrijwilligerswerk is er ook nog en zo komt ze terecht bij Voedselbank Limburg Zuid.  Ze is vol lof over de organisatie en beschrijft een aantal cases van voedselbankklanten om duidelijk te maken waar haar hele boekje over gaat; dat het in de onderste lagen van de samenleving goed slecht gaat. Met name bij ouderen en vrouwen.

Afsluitend komt ze terug op de levensfasen van Hans Korteweg en concludeert dat ze de laatste jaren maatschappelijk behoorlijk is gezonken. Ondanks dat het financieel niet zo ging als gepland, is ze gelukkig ook wat gaan verzinken. Daarmee komt Mik Hamers gelijk tot de belangrijkste conclusie: het verzinken van Korteweg is blijkbaar niet gekoppeld aan financiële zekerheid op je oude dag. Het heeft ermee te maken dat je de werkelijkheid accepteert, ook al is die soms nog zo vervelend en niet in lijn met je verwachtingen.

Comments Off

admin op 29 December 2008 in Politiek & Media

Medium Jacqueline Seelen: ‘Er wordt hier niets verteld’

Jacqueline Seelen uit Hoogveld is een internationaal bekend medium. Ze heeft een druk bezochte praktijk. Via haar gids Joshua legt ze contact met overledenen. Voor Hét Wijkkrantje had ik een openhartig en verrassend interview met haar.

,,I see dead people.” Een bekende uitdrukking sinds de film The Sixth Sense uit 1999. Voor de vierjarige Jacqueline Seelen uit Maastricht was het realiteit; ze zag mensen die dood waren. ,,Ik dacht: hé, waarom zien andere mensen ze niet?”

Nu woont ze in Hoogveld en gebruikt haar gave om mensen te helpen. In haar jonge jaren was ze daar nog niet klaar voor. Eerst moest ze nog de nodige levenservaring opdoen. ,,Hoe kan ik mensen met heel mijn hart helpen als ik zelf niks heb meegemaakt?”, begrijpt ze nu.

Als kind al zag, hoorde en voelde ze mensen die overleden waren. Ze rook ook karakteristieke geuren, zoals van pijptabak. Toen ze daar thuis over vertelde, in haar pleeggezin, kreeg ze als beloning een fiks pak slaag.

,,Ik was niet normaal, een achterlijke, een fantast. Ik kreeg een pak rammel en moest in de kelder zitten. Met het licht uit. Soms een halve, soms een hele dag. Ik moest maar tot bezinning komen.

Op een gegeven moment leer je dan wel om je mond te houden. Je spreekt er niet meer over.”

In de kelder ontmoet ze Joshua. Hij verschijnt als een klein jongetje, nog zonder naam. ,,Opeens was hij er. Hij maakte dat het licht was en zei: ‘Je hoeft nooit meer bang te zijn.’ Ik zei: ‘Hoi, wie ben jij?’ Hij zei: ‘Ik kom met je spelen, de ratten bijten je niet.’

Dat is een hele troost, als iemand met je speelt!

Ik heb hem blindelings geaccepteerd. Hij was niet alleen in de kelder bij me, maar bijvoorbeeld ook als ik speelde op de St. Pietersberg – we woonden toen in Maastricht.

Joshua, daar kreeg ik liefde van.” Die liefde heeft ze nodig. Met haar pleegouders heeft ze een haat-liefde verhouding en ze wordt in die periode ook nog eens seksueel misbruikt door een buurman - het begin van haar uittredingen.

,,Tussen m’n kindertijd en pubertijd heb ik wel eens gedacht dat ik gek was. Zo van: wil je het misschien zo graag? Dan ga je twijfelen. Zoek je een mooiere wereld die er misschien helemaal niet is?”

Als puber zet Jacqueline Seelen zich af tegen alles en iedereen. Haar gezinsleven is een chaos, ze gebruikt softdrugs en hangt als ‘beatgirl’ rond bij rockbands als The Golden Earring. Soms is ze ook kwaad op Joshua, haar hemelse helper. ,,Dan zei ik tegen hem: ‘Als ik je nodig heb, ben je er niet. Dus sodemieter nu maar op!’.”

Joshua, die qua uiterlijke verschijning in leeftijd met haar meegroeit, blijft in die periode vaker op afstand, hoewel de band tussen beiden blijft bestaan.

Jacqueline Seelen trouwt als ze begin twintig is. Met een alcoholist, maar dat wil ze eerst niet onder ogen zien. Ze hoopt intens op kinderen en raakt ook zwanger. Het wordt een miskraam, haar wereld stort in. ,,Ik wilde het zó goed doen, een kind opvoeden; zo anders dan mijn pleegouders hadden gedaan. En toen overleed ze…

Joshua kwam me helpen. Via hem heb ik Dunya, zo noem ik haar, toen aan gene zijde gezien, hoe ze opgevangen en verzorgd werd. Dat gaf een heel vredig gevoel. Ze zou pas geleden vierendertig zijn geworden.”

Tot haar veertigste heeft Jacqueline Seelen diverse baantjes. Ze werkt in de verpleging, als schoonmaakster, in een café en runt met haar partner een fietsenstalling. Bezoekers komen daar steeds vaker voor een kopje koffie en een spiritueel gesprek. Adviezen die ze dan geeft, worden haar ingefluisterd door Joshua. ,,Ik deed dat heel aards lijken, was nog niet klaar om dit werk te gaan doen.”

Het jaar 1999 brengt de ommekeer. Het is een rampjaar én een jubeljaar. Haar pleegzus en pleegbroer overlijden kort na elkaar. Haar tweede man gaat samenwonen met een andere vrouw en tot overmaat van ramp wordt borstkanker geconstateerd - in december 2007 kreeg ze de laatste van veertien operaties.

Ze moest het leven ervaren in alle facetten, pas dan kon ze mensen gaan helpen. En haar tweede man moest inzien dat er meer tussen hemel en aarde is. Zodat hij haar kon gaan steunen in haar spirituele werk. ,,Je kunt zo spiritueel zijn als wat, als je geen achterban hebt die je steunt… Het is waar veel relaties op kapot gaan; dat de één wel en de ander niet met dit soort zaken bezig is.”

Dat jaar, 1999, begint ook haar loopbaan als medium. In navolging van onder anderen de door haar bewonderde mediums Rosemary Altea en John Edward. In haar praktijk aan huis, in Hoogveld, en sinds kort ook in een praktijk op Tenerife, ontvangt ze per jaar zeer veel klanten. Ze is spiritueel, maar staat altijd met beide benen op de grond.

Intussen heeft Jacqueline Seelen een aardige naam opgebouwd. Soms tot jaloezie van andere paranormale en mediamieke mensen, weet ze. ,,Die sturen negatieve energie op me af. Of ze spreken slecht over mij en Kosmoss, mijn bedrijf dat spirituele beurzen organiseert. Maar waar blijft dan de zuiverheid? Zuivere mensen zijn niet jaloers.

Het is één groot gevecht. Jammer, maar waar.”

De klanten van Jacqueline Seelen blijven ondertussen komen. Ze zijn afkomstig uit alle hoeken en gaten van Nederland, Duitsland en België. Allemaal beklimmen ze de twee trappen van haar Hoogveldse rijtjeshuis om in een voormalige slaapkamer contact te krijgen met overleden dierbaren.

Klanten willen vooral graag weten wat de overledenen nu doen en of het goed met ze gaat. Of ze iets nodig hebben en of ze de levenden kunnen beschermen. Vaak willen ze ook weten wie hun beschermengel is.

Vooraf mogen ze niets zeggen; Jacqueline Seelen is daar heel strikt in. ,,Ik ben geen charlatan! Er wordt hier niks verteld. Ik noem me een medium, laat mij m’n werk maar doen.

Ik zeg altijd: ‘ Verwacht niks en je krijgt alles en verwacht alles en je krijgt niks.’ Je kunt het niet afdwingen.”

Ik voel een zachte prikkeling op mijn hoofd en een aanraking aan beide slapen. ,,Hebben we bezoek? Mijn opa misschien?” Ze kijkt verrast. ,,Ja, het is je opa. De vader van jouw vader. Hij lijkt heel erg op je, hoe je bent. Ook qua uiterlijk.” Ze kijkt links van mij, waar hij schijnbaar staat. ,,En ik krijg de naam door van een tante Annie.” Ik schud m’n hoofd; dat zegt me niks.

,,Pake Johannes dus.” Jacqueline Seelen valt uit, verontwaardigd bijna: ,,’Johannes’, dat wilde ik net zeggen! Je moet niks zeggen!

Je hebt een heel creatieve familie. Hij laat me nu allemaal aquarellen zien.” Klopt, mijn opa schilderde, etste en deed aan houtbewerken. En diverse familieleden schilderen, zingen, dichten, fotograferen, beeldhouwen of hebben dat gedaan.

Ik krijg het heerlijk warm. Mijn andere opa meldt zich, volgens het medium. ,,Niks zeggen. Hij werd in zijn aardse leven Jan genoemd.” Klopt.

Even later: geen getintel op mijn hoofd, geen healing via de slapen en niet meer dat warme gevoel. ,,Zijn ze weg?” ,,Ja, ze zijn weg.”

Voor Jacqueline Seelen is een aantal mensen aan gene zijde van groot belang. Haar overleden dochter natuurlijk, en Nina; tijdens haar korte leven hier, zwaar geestelijk en lichamelijk gehandicapt.

Een foto van Nina staat op de vensterbank in haar behandelruimte. ,,Nina is nu twaalf, een echte puber en een BlingBlingmeisje; ze houdt van alles dat glimt en glittert.”

Een mooie aanleiding om Jacqueline Seelen een heikele kwestie voor te leggen. In de spirituele gemeenschap wordt soms gezegd dat mensen als Nina hun toestand via vorige levens aan zichzelf te wijten hebben. Net als wanneer je kanker krijgt.

,,Dat is grote onzin!”, stelt het Hoogveldse medium resoluut. ,,Zulke mensen kijken alleen naar de buitenkant, dat is niet echt spiritueel. Ik kijk naar de ziel. Nina kon toen niet praten, alleen wat klanken uitbrengen, nu wel. Het is echt een prachtige ziel en in haar eigen stuk, hier op aarde, is ze ook heel gelukkig geweest. Zo heeft ze het heerlijk gevonden om in Curaçao met dolfijnen te zwemmen.”

Ik krijg het warm. De handpalmen van Jacqueline Seelen worden vuurrood. ,,Je hebt zeker healing nodig. Ik krijg door dat je het ook heel druk hebt.” Klopt. Ik wijs naar mijn hoofd, dat weer tintelt. Het medium knikt; bezoek.

,,Ik krijg de naam door van Peter, een fotograaf. Hij heeft ooit een foto gemaakt van een echtpaar die ergens gepubliceerd is. Het lijkt uit de Charleston-tijd [de jaren twintig]. En een Elisabeth die op aarde Liesje werd genoemd?” Dat zegt me even niks.

Joshua is voor het medium de belangrijkste persoon aan gene zijde. Hij is haar gids en tweelingziel. Ze noemt hem ‘mijn leermeester, mijn alles’. Ook hij is ooit overleden, maar hij hoeft niet meer terug te keren. Zijn cyclus van geboorte en wedergeboorte zit erop.

Joshua leefde de laatste keer zo’n tweehonderd jaar na Christus en overleed aan een vorm van builenpest. Zij was toen een vrouw in zijn leven.

,,Joshua laat de geesten door, filtert wie hier binnenkomt. Negatieve zielen, zielen die in de donkere sferen zitten, worden niet toegelaten, alleen mensen die in het licht zijn. Van de mensen aan gene zijde, wie zijn daarvan nu voor jou belangrijk; die komen door.”

Het Hoogveldse medium doet wat Joshua haar opdraagt, een meester moet je gehoorzamen, en overlegt ook alles met hem. Ook dit interview is vooraf kortgesloten. Het was oké. ,,Joshua zou ook niet toelaten dat zijn instrument kwaad gedaan wordt.”

Instrument? Spreek ik dan nu met Joshua? ,,Ja.”

En Jacqueline Seelen, is die er ook nog? De vrouw tegenover me lacht. ,,Ja, die is er ook bij.”

Kun je Joshua beschrijven? ,,Joshua is wijs, lief, begripvol en geduldig. Ik ben erg ongeduldig. Hij leert me om geduldig te zijn.”

Heeft hij ook humor? ,,Ja ontzettend, dat blijkt wel tijdens onze lezingen.”

Mag ik Joshua wat vragen? ,,Ja, dat mag. Maar de vraag is of hij antwoord geeft.”

Waarom heeft hij ervoor gekozen Jacqueline Seelen als gids te begeleiden? ,,Ze mag haar leven nu afmaken.”

Jacqueline Seelen: ,,Goddank! Van mij hoeft het ook niet meer! Niet dat ik levensmoe ben, maar het leven hier op aarde is voor mij de hel. Kijk maar naar de mensen die nu door de financiële crisis hun baan kwijtraken, dat is toch de hel? Ik heb ook genoeg levens achter de rug.”

Noot: De kritische houding van Jacqueline spreekt me erg aan. Er zijn namelijk genoeg oplichters actief op de spirituele markt. Een prachtig verhaal van een vrouw die, om mensen de ogen te openen, zelf met coldreading aan de slag is gegaan, vind je via deze link.

Comments Off

admin op 19 December 2008 in Religie & Spiritueel

Biomassacentrale Sittard weer in bedrijf

/a>

De Biomassa Energiecentrale Sittard (BES), die in mei 2007 ontplofte, is sinds juli weer in gebruik. Medio augustus werd de vergunning opnieuw verleend. De centrale moet 1 oktober weer volledig in bedrijf zijn. Aangepast en geheel veilig. Maar de explosie krijgt nog wel een staartje. BES is al maanden over de aansprakelijkheid in een juridische strijd verwikkeld met Aldavia, de Oostenrijkse firma die de centrale heeft geleverd. Inzet: het betalen van de schade van 5,5 miljoen euro.

De in 2005 met veel tamtam geopende Sittardse centrale wordt gestookt op onbehandeld groenafval en was de eerste in zijn soort in Nederland. De 7,6 miljoen euro kostende centrale, met een bijdrage van een ton van de gemeente, levert bij vol bedrijf 1200 kilowatt. Met de restwarmte worden de 1.100 woningen van Hoogveld verwarmd.

Doordat de centrale niet, zoals dezelfde centrales in Oostenrijk en Duitsland, met bomen wordt gestookt, waren er al snel na de start regelmatig problemen met de koeling in de warmtewisselaars. De centrale moest daarom in die periode herhaaldelijk worden stilgelegd, erkent directeur Monique Aarts.

In november 2006 ontstond om deze reden de eerste brand, die echter intern onder controle kon worden gebracht. Daarna heeft Aldavia als de leverancier van de centrale aanpassingen verricht en werd de apparatuur in april 2007 weer goedgekeurd, zodat deze veilig in gebruik kon worden genomen. Maar op 10 mei dat jaar was het weer raak. Dit keer met desastreuze gevolgen.

Volgens Aarts was de centrale bij aanschaf door Aldavia geschikt verklaard om plantsoenafval (integraal groen) te verbranden. Dat bleekt toch niet goed te werken. Er ontstond steeds plakkerige as die zich hechtte aan de buizen in de warmtewisselaar waar de koelende olie doorheen stroomt.

De as werd met een statische blazer verwijderd. Het gevolg van dit blazen op één plaats, was dat er slijtage ontstond, zo wees onafhankelijk onderzoek van Stork achteraf uit. ,,De buizen werden in de loop van de tijd als het ware gezandstraald.”

Op 10 mei 2007 was een scheur van 5 cm in een van de buizen het gevolg. De thermische olie, die wordt gebruikt om te koelen, lekte hierdoor in de warmtewisselaar waar op dit moment een temperatuur heerste die boven de zelfontbrandingstemperatuur van de thermische olie lag waardoor hier een brand ontstond in de warmtewisselaar.

Aarts: ,,We konden de olie dus niet meer gebruiken om te koelen, daarom wilden we de olie aflaten naar de verzameltank. Die zit in de kelder. Het was te heet en gevaarlijk om deze kraan met de hand te openen, dus moesten we dit via de computer regelen. Maar de software van de installatie was zo beveiligd, dat deze alleen vanuit Oostenrijk kon worden aangestuurd.”

,,Dat is uiteindelijk ook gebeurd, maar er moest iemand voor terugkomen naar kantoor in Oostenrijk, ondertussen was een kostbaar half uur verloren gegaan. Een half uur is bij zo’n ramp ongelooflijk lang.”

Tot overmaat van ramp was er een cruciale miscommunicatie met de brandweer. Aarts: ,,Voor de brand die wij hadden bestond bij de meldkamer geen code. Dus werd gemeld dat er een binnenbrand was. De brandweer van Sittard was op oefening bij NedCar en dacht: wij komen niet voor een binnenbrandje. De brandweer uit de regio arriveerde dus met water. Een fritespan kun je ook niet doven met water, maar voordat alles duidelijk was, was weer veel kostbare tijd verstreken.”

Het verslag van de Algemene Energieraad stelt dat de methaangassen vervolgens via een overdrukventiel zijn geloosd nadat de olie was gaan koken. Deze gassen zijn teruggewaaid de fabriek in, aldus de raad, en dat zorgde in combinatie met open vuur voor de ontploffing.

Om 13.07 uur, de volgende dag, verliet het laatste brandweervoertuig, de 2646, het terrein. Al snel na de brand verscheen op de website van Stichting de Groene Sporenwolf uit Nieuwstadt een kritisch artikel.

,,Of de centrale is niet veilig, of de bedrijfsvoering deugt niet of het proces zelf is onbeheerst”, stelde woordvoerder Henk Bril. Hij vroeg om een ‘diepgaand onafhankelijk onderzoek’ en tot de uitkomsten daarvan bekend zijn, zou niet herbouwd mogen worden.

Het onderzoek werd door Stork uitgevoerd. Met bovenstaande technische conclusies. Directeur Aarts weerlegt echter dat het proces eerder niet werd beheerst, zoals een anonieme bron ons ook meldde, of dat de bedrijfsvoering niet deugde.

,,Het was een materiaalfout in het metaal van de pijpen. Bovendien was de centrale, ondanks toezeggingen van Aldavia, niet geschikt voor de verwerking van plantsoenafval. Er waren wel af en toe problemen en we moesten dan telkens de fabriek stilzetten, maar dat gebeurt wel vaker en levert op zich geen gevaarlijke situaties op. Dat heeft te maken met het inregelen van de installaties.”

De jaarlijkse onderhoudsbeurt van Aldavia, die Aldavia volgens de eigen site aan afnemers aanbiedt; daar was het Sittardse bedrijf nog niet aan toegekomen. ,,De centrale was nog maar driekwart jaar in gebruik.”

Hoe de brand is ontstaan, is volgens Stork en Aarts dus heel duidelijk. Maar met hun conclusies is Aldavia het niet eens. Daarom is sinds enkele maanden een juridische strijd tussen BES en Aldavia gaande over de aansprakelijkheid. Aldavia weigert om die reden alle commentaar.

Aarts: ,,De schade aan de centrale bedraagt 5,5 miljoen euro. Aldavia stelt dat haar geen verwijten te maken zijn, wij stellen dat er een technische fout was en dat de centrale, ondanks hun toezeggingen, niet geschikt was om plantsoenafval te verwerken.”

Intussen is het concept aangepast aan de brandstof die in Nederland wordt gebruik, vertelt de directeur, die zich vol enthousiasme op de toekomst richt. ECN in Petten heeft zich verdiept in de vrijkomende plakkende as en hier aanpassingen voor ontwikkeld. Verder zijn er nu vier warmtewisselaars in gebruik in plaats van anderhalve.

Daarnaast is samen met Sabic, ervoor gezorgd dat de centrale helemaal is geoptimaliseerd wat betreft de strengste veiligheidsregels. Aan de hand van alle mogelijke scenario´s is vervolgens geconstateerd dat de fabriek ´failsave´is.

De leverancier van de thermische olie heeft verder een andere vorm van luchtreiniging ontwikkeld; een slang die op en neer beweegt en waarvan het mondstuk met 2 bar en niet meer met 10 bar de buizen in warmtewisselaars schoonblaast. Zo worden de buizen schoongemaakt zonder gevaar van slijtage en mogelijke lekkage.

Monique Aarts: ,,Het was al goed, we konden al snel na de brand weer gaan draaien - dat was ook de wens van de gemeente - maar er je hebt ook je verantwoordelijkheid. Ik had zoiets van: ‘Dit nooit weer!”

,,Sinds eind juli zijn we aan het proefdraaien, we leveren alweer stroom, en 1 oktober moeten we weer vol in bedrijf zijn. We hebben via de provincie o.a. ook de stichting uit Nieuwstadt op de hoogte gesteld en tegen de nieuwe vergunningverlening zijn geen bezwaren ingediend.”

Ook ligt bij de brandweer intussen een goed aanvalsplan zodat de fouten uit het verleden niet meer worden herhaald, aldus de directeur van BES. ,,We hebben er allemaal van geleerd en nu kunnen we verder.” Nog even en dan worden de woningen in Hoogveld dus weer verwarmd met groenafval uit de omgeving.

[Dit artikel verscheen eerder in Het WijkKrantje.]

Comments Off

admin op 10 December 2008 in Politiek & Media