Archief voor July 2008

Karadic/Dabic en Jezus, een vergelijking

Een van de meest opvallende nieuwsfeiten de afgelopen weken was de arrestatie en uitlevering van oorlogscrimineel Radovan Karadic die als spiritueel genezer Dragan Dabic een tweede leven was begonnen. De man leefde en werkte ironisch genoeg vlakbij het gerechtshof waar zijn Servische kameraden werden berecht voor misdaden tegen de mensheid. Via een website verkocht hij energetische hangers (foto’s wijzen uit dat deze in weerwil van sommige berichten niet van kogelpunten zijn gemaakt) en verrichtte energetische behandelingen van allerlei aandoeningen.

Het frappante, is dat Karadic zo in zijn rol was gegroeid dat hij in zijn schaduwleven een zekere reputatie had opgebouwd. Dabic schreef voor een spiritueel magazine, gaf lezingen en was schijnbaar geaccepteerd door de gemeenschap van alternatieve genezers (al is er één genezer die onlangs naar buiten trad en stelt dat zijn identiteit - hij lijkt sprekend op Dabic - en energie door Karadic zijn gestolen). Zo staat Dabic op de foto met een daar landelijk bekende bio-energetisch genezer (de hier genoemde site is een hoax, de site is op de dag van zijn arrestatie, 22 juli, vastgelegd door de Amerikaan Mark Nagel). Dit zegt iets over het afstemmingsvermogen van deze mensen of over de energieën waarmee ze werken; de keuze die ze daarbij gemaakt hebben.

Na de arrestatie van Karadic, op grond van DNA-onderzoek naar stiekem verzamelde hoofdharen van Dabic, volgden protestmarsen van duizenden aanhangers en staken mensen kaarsen voor hem op. Vandaag is hij uitgeleverd aan het tribunaal in Den Haag. Voor de één is hij verzetsstrijder, voor de ander een crimineel en voor weer een ander een heler met speciale gaven.

Iemand anders heeft een vergelijkbaar profiel: Jezus. Jezus (zijn nog jonge beweging) werd door tijdgenoten op één lijn geplaatst met de Sicarri (messentrekkers). Dat waren verzetsstrijders in de ogen van de joden en crimineel en opstandig gespuis in de ogen van de overheersende Romeinen. Hij werd onder zijn aanhangers na zijn verdwijning uit het publieke leven opgehemeld, werd gezien als een genezer en veroordeeld door agenten van het Romeinse Rijk. Die hebben hem, met hulp van concurrerende joodse facties, ook geëxecuteerd – als een crimineel werd hij gekruisigd, deze wegbereider voor zijn eigen hemelse (?) koninkrijk.

Karadic wordt ook gezien als een verzetsstrijder door de nationalistische Serven. Nadat hij was ondergedoken, werd hij op bijna religieuze wijze opgehemeld en vereerd met foto’s in de huiskamers en in de gelegenheden waar zijn aanhangers samenkomen. (Denk ook aan het eettentje waar hij als Dabic telkens naar een ingelijste foto van Karadic kon kijken.) Sinds kort is duidelijk dat hij ook een genezer is, al deed hij dat werk onder een andere naam. Karadic wordt nu veroordeeld door het hof van het nieuwe Romeinse Rijk; de VN (aangestuurd door de VS). Executie is niet mogelijk, anders zou dat zeker zijn gebeurd met deze stichter van het beloofde land ‘Republiek Srpska’.

Hoe was het geweest, tweeduizend jaar geleden, als beide kanten van zijn verhaal niet via de massamedia razendsnel waren verspreid? Had deze crimineel dan kunnen uitgroeien tot een rolmodel voor toekomstige generaties zoals Jezus dat is geworden? Jezus is nu een spiritueel leider van wereldformaat voor meer dan een miljard mensen. Was er alleen nog een verplicht gesteld evangelie nodig waarin de losse eindjes aan elkaar werden geknoopt en een machtige organisatie die de beeldvorming voor 1700 jaar kon bepalen?

Naar verluidt heeft de geheime dienst van Slobodan Milosevic de dekmantel voor Karadic bedacht en ontwikkeld. Geheime diensten zijn organisaties die informatie verzamelen en achter de schermen gebeurtenissen naar de hand van hun politieke meesters proberen te zetten, goedschiks of kwaadschiks. Interessant genoeg is er een (omstreden) schrijver, Joseph Atwill, die ervan overtuigd is dat de Flaviaanse Romeinse keizers, met hulp van hun spindoctor Flavius Josephus, de bijbelse evangelieverhalen heeft gecomponeerd om de opstandige joden via monopolisering van hun religie te domineren en hun agressie jegens de bezetters te neutraliseren door het propageren van een pro-Romeinse messias. Dabic als de messias van Milosovic?

Ondanks de verschillende beelden die we van Karadic en Jezus hebben (respectievelijk crimineel/verzetsstrijder/goeroe en goeroe/verzetsstrijder/crimineel), zien we dat de mythologisering in grote lijnen vergelijkbaar is en het resultaat ook. Beiden worden door hun aanhangers na hun als ontlading werkende (maatschappelijke) dood opgehemeld, als voorspeld door René Girards zondeboktheorie. Alleen dankzij de invloed van de massamedia is het nu voor ons mogelijk om Karadic te zien zoals hij is: een crimineel van wereldformaat. Ook al roept hij de hulp van God aan tijdens zijn proces, een mogelijke link met Jezus’ verdediging voor Pontius Pilatus, hij blijft een crimineel. Over Jezus zijn de meningen nog steeds hartelijk verdeeld.

Comments Off

admin op 30 July 2008 in Politiek & Media, Religie & Spiritueel

En morgen gezond weer op…

Heb je hoofdpijn, dan neem je een aspirientje. Maar als dat pilletje Ibuprofen (Advil, Motrin, Nuprin), Naproxen (Aleve, Naprosyn), Indomethacin (Indocin), Ketoprofen (Orudis) of Piroxicam (Feldene) heet, heb je als gebruiker van deze bloeddruk verhogende middelen tussen de 11 en 24 procent meer kans op een hartaanval. Al gebruik je het middel maar een maand.

Er zijn zelfs aanwijzigingen dat diverse topvoetballers zijn overleden door een hartstilstand onder invloed van de verwante middelen Vioxx, Voltaren en Diclofenac. Volgens een studie uit 2006 sterven er in de VS meer mensen aan de bijwerkingen van dit soort middelen (NSAID) dan aan AIDS en bepaalde vormen van kanker.

Evelyn Pringle, columnist voor OpEd News en onderzoeksjournalist, beschrijft het zo in 2006: ‘Complications from non-steroidal anti-inflammatory drugs, or NSAID, have been linked to 103,000 hospitalizations and more than 16,000 deaths per year in the US, according to a study published in the American Journal of Therapeutics. A lack of information, experts say, is the root cause of the lack of concern over the health risks associated with NSAIDs.’

Er zijn meer ‘gezonde dingen’ die helemaal niet gezond zijn en de kans op hartaanvallen fors bevorderen, legde een deskundige me onlangs uit. Neem bijvoorbeeld de zogenoemde transvetzuren; industrieel gemaakte natuurlijke vetten die in heel veel producten zitten. In Denemarken mag maximaal 2 procent van de ingrediënten uit transvetzuren bestaan. In de toekomst gaat dat percentage naar 1 procent.

De Europese Unie onderzoekt momenteel of er wat aan gedaan moet worden. In 1996 stond Nederland samen met IJsland bovenaan de Europese lijst qua inname per persoon (4,3 gram per dag) (bron: fonteine.com). In de VS, dat altijd op ons voorloopt, krijgt een gemiddelde Amerikaan al 5,8 gram transvetzuur per dag binnen (2006). Ter informatie: De kans op een hartaanval neemt toe met een kwart als meer dan 5 gram transvetzuur per dag wordt genuttigd.

Door extra informatie op verpakkingen en het bewustmaken van mensen van de gevaren zou het gebruik van transvetzuren moeten afnemen. Dat heeft naar verwachting het volgende effect op de gezondheid van de Amerikanen: ‘(…) the FDA estimates that by 2009, trans fat labeling will have prevented from 600 to 1,200 cases of coronary heart disease and 250 to 500 deaths each year.’

‘It is hypothesized that the Danish government’s efforts to decrease trans fat intake from 6g to 1g per day over 20 years is related to a 50% decrease in deaths from ischemic heart disease’, lezen we op de themasite van Wikipedia over de aanpak van transvetzuren in Denemarken, dat deze vetten, net als Zweden, in de ban heeft gedaan.

Transvetzuren zouden wereldwijd, schrijft Anja Bos, een miljoen hartaanvallen hebben veroorzaakt. (Bos baseert zich waarschijnlijk op het stuk in Elsevier dat hieronder wordt aangehaald.) En van transvetzuren word je heel snel en blijvend dik, wat de kans op hart- en vaatziekten verder doet toenemen, blijkt uit onderzoek naar aapjes.

Steeds meer bedrijven en overheden gaan de transvetzuren daarom weren. Zo heeft Unilever in 2004 aangekondigd in Canada alle transvetzuren te verwijderen uit hun margarine. Dat geldt ook voor Becel Pro Activ. (Weet u het nog? Dat was toch die gezonde margarine voor het hele gezin?)

Unilever heeft beloofd zijn leven te beteren. Maar niet alle bedrijven die ons een hartaanval kunnen bezorgen zijn bekeerd. Transvetzuren zitten nog steeds in Blue Band Finesse, Cela Vita’s Vitaal, in Hartig van Sultana, in Mentos-snoepjes, Spritsen, in bijna alle Honig-producten en in bijna alle broodproducten van de PLUS. Klik hier voor een uitvoerige lijst.

Onze ouders en grootouders hebben zelfs margarine gegeten waarvan het percentage transvetzuren wel kon oplopen tot maar liefst 50 procent! Klik hier voor de titel van een studie naar het gebruik van transvetzuren de afgelopen honderd jaar, hier voor een stuk in de Elsevier of lees hier een uitgebreid verhaal uit 2006 dat eerder werd gepubliceerd in Medisch Contact.

Transvetzuren zijn sluipmoordenaars, verkocht met misleidende reclame. In elk geval sinds 1988. Want al in 1988 was uit wetenschappelijke onderzoek bekend dat er een verband is tussen het gebruik van transvetzuren en een aanmerkelijk grotere kans op een hartaanval. Dus pas zo’n twintig jaar na de eerste alarmerende berichten komen de producenten in actie.

En dan schrijft Becel anno 2008 in een consumentenartikel op hun website: ‘Al meer dan 40 jaar houden wij ons bezig met gezonde voeding en de invloed daarvan op hart en bloedvaten. Samen met voedingskundigen zorgen we dat de Becel-producten altijd zijn aangepast aan de laatste wetenschappelijke inzichten.’ Nou, daar zakt mijn broek van af.

Op de bijsluiter van Ibuprofen wordt de aanzienlijk verhoogde kans op hartaanvallen tenminste genoemd.  De firma zegt dat dit soort geneesmiddelen: ‘in verband kunnen worden gebracht met een klein verhoogd risico op een hartaanval (”hartinfarct”) of beroerte’.  Het is maar wat je ‘een klein verhoogd risico’ noemt: 10 tot 25 procent meer kans op een hartaanval!

Comments Off

admin op 24 July 2008 in Ongewoon & Anders

Een chip die zegt wie je bent en wat je mag

Tot voor kort was het onderwerp ‘RFID-chip voor mensen‘ nog een item waar alleen radicale linkse websites en bezoekers van alternatieve platforms zich druk over maakten. In een boek als ‘De ware geschiedenis van de Bilderbergconferentie‘ werd gewaarschuwd dat de internationale elite dit nieuwe controle-speeltje in de nabije toekomst wil invoeren. Iedereen zou een chip ingeplant krijgen. Maar dat zijn toch wilde ideeën van complotdenkers? Mensen die het contact met de realiteit kwijt zijn? Of hebben ze toch een beetje gelijk gekregen?

In december 2007 besteedde Trouw aandacht aan het onderwerp en steeds meer gerenommeerde media volgen. Waarom? Omdat de impact van dit rijstkorrel grote stukje techniek de manier waarop we onze vrijheid beleven en de wijze waarop we met elkaar omgaan op deze aarde wel eens fundamenteel zou kunnen gaan veranderen. De chips, ooit ontwikkeld om tijdens WOII vijandelijke en vriendelijke toestellen te kunnen onderscheiden, kunnen worden toegepast op producten, in dieren en in mensen (voorbeelden: klik hier). Dat laatste is niet zonder gevaar en ook niet gespeend van ethische dilemma’s (zo bleek ook tijdens een congres in De Balie in oktober 2007).

Gevaar: maak een bom en laat die exploderen als een bepaalde code van de onderhuids geplaatste chip in de buurt is. Ethische dilemma’s: je kunt er criminelen mee vangen als je overal detectiepoortjes neerzet en zeezeilers mee redden als de chips tevens voorzien zijn van een gps-satellietzendertje met pacemaker (de reeds ontwikkelde Digital Angel).

Maar overheid en bedrijfsleven, en volgens de Bilderberg-critici zijn die nauw verweven, kunnen hiermee ook exact en eenvoudig (lees goedkoop) alle persoonlijke gegevens bijhouden. Van paspoorten, rijbewijzen en uittreksels uit het bevolkingsregister, tot het reis- en koopgedrag, je financiële, medische en eventueel ook je religieuze gegevens. Noem het maar op. Wat ergens is vastgelegd, kan worden afgelezen met de RFID-chip als codeersleutel.

In de nieuwe paspoorten zit al een RFID-chip, conform de eis van de EU. Deze chip kan gebruikt worden door overheid en bedrijfsleven om informatie te ontsluiten en het gemak te vergroten, maar ook om onze keuzemogelijkheden te beperken. Zit je achter je pc, dan zul je nooit die kritische websites vinden waarvan de overheid van mening is dat je die niet mag zien. Of komt er een nieuw klassenbewustzijn, uiteraard economisch gefundeerd, waarbij jij als werkloze met te weinig inkomen geen toegang krijgt tot een exclusief warenhuis. Of je hebt je wegenbelasting niet betaald en dus wil je auto, die ook met een herkenningssysteem is uitgerust, opeens niet meer starten.

Is dat al te radicaal gedacht? Ik weet het niet. Kennis is macht en al helemaal als de sleutel, om die kennis op zo’n manier te combineren dat betekenisvolle verbanden aan het licht komen, door een kleine groep mensen in handen wordt gehouden. Internet was eerst ook een vrije zone, er zijn nog steeds veel bewuste burgers die ervoor vechten dat dit zo blijft, maar deze vrijheid wordt tegenwoordig steeds meer ingeperkt. Denk ook de afsluiting van sites door overheden (blokkades omzeilen? klik hier). Onder het mom van cybercrimes leggen consumenten zichzelf nu vaak beperkingen op. Ze installeren vrijwillig blikveldbeperkende programma’s.

Dat lijkt me trouwens een ideale strategie om de persoonlijke RFID-chip in te voeren; in plaats van geforceerde inentingsprogramma’s, ervoor zorgen dat mensen - vanuit een zorgvuldig gekweekte angst via boeken, films en alarmerende nieuwsberichten - de behoefte krijgen om een chip te laten plaatsen. Bijvoorbeeld omdat ze heel rijk zijn (denk aan toegangscontrole tot exclusieve woonwijken voor mensen met veel geld).

Een andere mogelijkheid om de chip salonfähig te maken, is het zendertje in een positieve context introduceren (denk aan discotheken waar het hip is om een chip te laten plaatsen om af te rekenen of aan nuttige toepassingen in de zorg) om zo een ander soort kettingreactie op te roepen, tot deze vorm van digitaal handboeien alom tegenwoordig is. Of je zorgt als Bilderbergclub dat overheden, de EU in ons geval, de chips verplicht stellen, in paspoorten bijvoorbeeld. Niet zo handig als inenten, maar al een goede stap in de richting.

Het resultaat: de illusie van veiligheid, perfectie en exclusiviteit, vergelijkbaar het leven van een aap in een gouden kooi. Deze is heel veilig, geen enkel dier kan hem bedreigen, heel bijzonder en goed gereguleerd. Maar deze aap kan ook niet naar buiten; leven zoals de natuur bepaald heeft. Nou maar hopen dat we in deze gouden toekomst van de machtselite af en toe een lekkere banaan krijgen toegeworpen om ons zoet te houden. Dat er af en toe een nieuw pretpark wordt geopend of dat er regelmatig nieuwe soaps bijkomen waardoor we de werkelijkheid even kunnen vergeten.

Comments Off

admin op 18 July 2008 in Politiek & Media

Geflitst met je eigen gsm

Je hoort tegenwoordig niemand meer over ‘1984‘, het boek van George Orwell waarin via hoofdpersoon Winston een nachtmerrie-achtig scenario wordt geschetst van een samenleving waarin iedereen in angst leeft en voortdurend wordt gecontroleerd door de overheid. Dergelijke permanente controle is tegenwoordig in onze ‘vrije’ samenleving aan de orde van de dag.

Een paar jaar geleden kwam in het nieuws dat de politie en geheime diensten burgers kunnen afluisteren door een programmaatje naar hun gsm te uploaden, verpakt als een servicebericht bijvoorbeeld, en daarmee de gesprekken kan afluisteren die rondom en via het toestel worden gevoerd. Het opvallende was, dat dit zelfs mogelijk is als het toestel is uitgeschakeld! Een dergelijk programmaatje zou intussen ook voor particulieren te koop zijn, net als een usb-stick met dezelfde functie.

Wat er nog meer technisch mogelijk is, kunt u lezen op de site van de spyshop in Amsterdam. Die verkoopt een hele reeks telefoons die al zijn klaargemaakt met afluisterfuncties. Dit soort geprepareerde telefoons, niet te onderscheiden van normale mobieltjes, kan worden gebruikt om ruimtes af te luisteren en te bekijken, SMS-berichten ongezien door te sturen en kan ook worden gebruikt voor plaatsbepaling, bijvoorbeeld via inbouw in koffers of door ze in auto’s te plaatsen.

In dat laatste geval worden, zonder dat de gebruiker het merkt, de code en coördinaten van de dichtstbijzijnde gebruikte gsm-zendmast doorgestuurd naar Big Brother. Deze kan vervolgens via een handige website precies zien waar de drager van de gsm zich bevindt. (Meer over de techniek, leest u op deze site.)

De politie gebruikt deze techniek al jaren om de alibi’s van criminelen te verifiëren en zedendelinquenten op te sporen. (Klik hier voor info over de situatie in de VS.) Of deze plaatsbepaling gebeurt door een programmaatje up te loaden of op een andere wijze, is niet duidelijk. Ik zou ik elk geval willen pleiten voor de ontwikkeling van betere anti-virus software en programmaatjes voor mobiele telefoons die dit soort wormen kunnen verwijderen, liefst freeware.

De alternatieve mogelijkheden om gsm´s te gebruiken, zijn echter nog lang niet uitgeput (en dan heb ik niet over de aansturing van domotica en bankieren via de telefoon). Laatst sprak ik een beveiligingsdeskundige. Hij vertelde me interessant nieuws: het is in theorie zelfs mogelijk om snelheidsmetingen te doen met de gsm! Door het tijdsverschil te meten wanneer van lokale zendmast wordt gewisseld kan de gemiddelde snelheid over een zeker traject worden bepaald. Als dat traject een snelweg is, kan een vrij betrouwbare meting worden gedaan.

Zou deze techniek nu al worden toegepast? Volgens diverse plannen voor snelheidscontroles op internet is dat nog niet geval. Zal het gaan gebeuren? Dat zou goed kunnen. Ik denk dat de mogelijkheden van de techniek de grenzen van de ethiek bepalen. Binnenkort wordt de wettelijke mogelijkheden op het vlak van afluisteren/technologische surveillance verder opgerekt. En in aanmerking genomen dat het aantal afluistergevallen in Nederland tot de hoogste van de wereld behoort, daar is ook een boek over, is het wachten tot uw gsm u verlinkt als u te hard heeft gereden.

Volgens de specialisten van de spionnenwinkel in Amsterdam is er geen apparatuur om na te gaan of uw telefoon wordt afgeluisterd of anderszins tegen uzelf wordt ingezet als digitale verrader. Wat u eraan zou kunnen doen is een cell phone jammer inschakelen. Maar of deze goed werkt als de afstand aanzienlijk is? Er is dus maar één oplossing als u echt privacy wilt: de batterijen eruit en de telefoon thuislaten. Maar ja, dan zijn er weer overal camera’s; in winkelcentra, banken en op straten, pleinen, snelwegen en bij bedrijven… George Orwell zou zich rot schrikken.

Comments Off

admin op 18 July 2008 in Politiek & Media

De Jezus-familie en hun afstammelingen

Van Laurence Gardner, een schrijver die bekend is om zijn alternatieve geschiedschrijvingen, is onlangs bij Tirion een nieuw boek verschenen: ‘Het mysterie van de Graal – zoektocht naar de afstammelingen van Jezus en Maria‘. In dit lijvige werk vat Gardner veel van zijn eerdere onderzoekingen en bevindingen samen.

Het boek is te veel omvattend om weer te geven, dus haal ik wat krenten uit de pap zodat de lezer een goede indruk krijgt. De centrale these luidt: Jezus en Maria Magdalena kregen kinderen, scheidden en het nageslacht daarvan is nog te herleiden tot in de koninklijke en adellijke geslachten van Europa.De bewijzen hiervoor haalt Gardner uit een hele bibliotheek aan reguliere en alternatieve geschiedkundige en theologische literatuur.

Om te beginnen geeft hij aan dat de kerk al in een heel vroeg stadium onderscheid maakte tussen esoterische en exoterische kennis. In dat verband haalt hij de legendarische vondst van Morton Smith aan. Smith ontdekte in 1958 in een klooster in Mount Saba, Israël, een overgeschreven brief van kerkvader Clemens van Alexandrië (tweede eeuw van onze jaartelling). Deze Clemens schrijft over een (tot nu toe nooit gevonden/geopenbaard) geheim evangelie van Marcus en spreekt over de waarheid volgens het geloof en een echte waarheid: ‘Want niet alle waarachtige dingen moeten aan alle mensen worden gezegd’.

Vervolgens duikt Gardner in het diepe door het gebruik van namen en gebeurtenissen onder de loep te nemen. Daar klopt vaak niet veel van, als ze logisch op een rij worden gezet. Veel zaken worden schijnbaar door elkaar gehaald en vanuit joodse tradities bezien, lezen we in de boeken van het Nieuwe Testament veel dingen die niet logisch zijn. De schrijver bestudeerde de joodse tradities en interpreteert om te beginnen de zalving van Jezus door Maria Magdalena met nardus-olie op grond daarvan als een joods huwelijksritueel; Jezus en Maria Magdalena, volgens niet-canonieke evangeliën de meeste geliefde discipel, zijn getrouwd.

Jezus en Maria Magdalena hebben zelfs nakomelingen. In dit verband wordt de Griekse term Desposyni opgevoerd. Hier blijken, verrassend genoeg, meerdere oude bronnen over te bestaan. Gardner citeert in dit verband kerkvader Eusebius. Deze heeft het in één van zijn geschriften over leiders van kerken die zijn vrijgelaten ‘omdat zij getuigenis hadden afgelegd en ook omdat zij familie waren van de Heer’. Hierbij wil ik aantekenen dat ‘familie’ niet noodzakelijkerwijs slaat op de nakomelingen van Jezus. Het kunnen ook kinderen van zijn oudste broer Jakobus zijn of van andere niet-directe verwanten.

Een sterker bewijs dat Jezus nakomelingen heeft gehad, komt van keizer Vespasianus’ schrijver Hegesippus. De laatste schrijft dat de Romeinse keizer rond 70 van onze jaartelling de rest van het geslacht van David wilde uitroeien. Dit is opmerkelijk, want volgens de eerder geschreven evangeliën van Matteüs en Lucas was Jezus de laatste in de lijn van de Davidische erfopvolging. En koning Jezus stierf aan het kruis, althans zo gaat het verhaal…

In 318 zouden een groep Desposyni-leiders naar paus Silvester in Rome zijn getrokken, meldt kerkvader Eusebius, en wel om te bepleiten dat niet Rome maar Jeruzalem het centrum van het christelijk geloof moest worden. Verder moest de bisschop van Jeruzalem een Desposyni zijn. Erfelijke afstamming had volgens hen meer gezag dan de titel apostel, zoals Petrus die voerde. Petrus was ook niet de door Jezus verkozen opvolger van de gemeenschap, dat was schijnbaar Jezus’ broer Jakobus.

Silvester toonde zich zeer pragmatisch als het gaat om machtsbehoud. Gardner parafraseert de paus: ‘De leer van Jezus, zei hij, was vervangen door een doctrine die beter aansloot bij wat het keizerrijk vereiste en hij stelde de mannen ervan op de hoogte dat het vermogen tot verlossing niet langer bij Jezus berustte, maar bij keizer Constantinus. Derhalve, verordende Silvester, was de moederkerk in Rome gevestigd en hij drong er bij hen op aan te aanvaarden dat de van rijkswege benoemde bisschoppen hem zouden leiden.’

Vervolgens maakt Gardner een sprong terug in de tijd om zijn verhaal verder te onderbouwen. Hij situeert Jezus in Qumran en laat hem daar vervolgens een rebelse leider worden die breekt met de Esseense traditie en staat voor een meer liberale vorm van geloven. Jezus propageerde schijnbaar dat verlossing was niet exclusief was voor de armen (de naam die de Essenen van Qumran voor zichzelf gebruikten), maar voor iedereen was weggelegd, ook voor de zedeloze en niet zuivere stadsbewoners.

Barbara Thiering, in dezen een belangrijke bron voor Gardner, stelt dat de bijbelboeken en de geschriften van Qumran het beste te begrijpen zijn vanuit hun eigen innerlijke logica, die er met opzet in verwerkt is. Deze vorm van begrijpend lezen noemt ze de pesher-techniek. Door vervolgens, soms wat erg creatief, tot nu toe losse eindjes aan elkaar te knopen, komt er in elk geval een veel meer samenhangend verhaal uit dat de anomalieën beter verklaart dan de gangbare uitleggingen die, uitgezonderd de interpretaties van de Amsterdamse School, schijnbaar vaak op te weinig kennis van de joodse gebruiken is gebaseerd.

Vanuit de pesher-techniek volgt Gardner Thiering grotendeels, en concludeert met haar dat Maria Magdalena en Jezus een ritueel huwelijk hadden, zoals dat bij Qumran-bewoners gebruikelijk was om de erfopvolging van de leidende leden te garanderen.  Daar kwamen twee kinderen uit voort. Daarna verlaat Maria Magdalena Jezus voorgoed en reist, zoals lokale legenden al eeuwen verhalen, naar Zuid-Frankrijk. Hier zou ze ook zijn gestorven. Jezus heeft volgens Thiering het kruis overleefd en sterft in Rome, maar niet nadat hij achter de schermen mee heeft geholpen met redactionele aanpassingen van Paulus zijn geschriften. Dat laatste lijkt me vreemd.

Jezus’ familie, volgens Gardner diens nageslacht, lijkt op grond van diverse literaire aanwijzingen (onder meer naar de graal en koning Arthur) in de marge van de geschiedenis voort te leven en steeds klaar te staan om haar oude machtspositie als Desposyni weer op te pakken. Ze ziet zich echter steeds meer geconfronteerd met een beweging, intussen via de keizerlijke invloed een geaccepteerde (Romeinse) staatsreligie, die – mede door spindoctor Paulus -  weinig meer van doen heeft met wat Jezus waarschijnlijk voor ogen had. Jezus, de rebelse Davidische koning die volgens Thiering priester-koning wilde zijn.

Wat moeten we nou met dit boek? Voor mensen die het werk van Gardner kennen en dat van andere auteurs van alternatieve geschiedschrijving, bevat het werk niet veel nieuwe insteken op hoofdlijnen, wel veel nieuwe en goede bronverwijzingen (met name naar de vroeg-christelijke literatuur) en interessante details die zijn betoog onderbouwen. De opbouw van het boek maakt het lezen niet gemakkelijk, maar de inhoud, de argumentatieve reis die je met Gardner aflegt, al gaat dat soms hink-stap-sprong, maakt de inspanning van het lezen de moeite waard.

Het is Gardner en nog een aantal schrijvers, of niets. Omdat de meeste theologen en godsdienstwetenschappers vast zitten in hun denk(sc)holen, moeten we het als leken doen met dit soort boeken als we serieuze vraagtekens durven te stellen bij de tegenstrijdigheden en omissies in de christelijke verhalen en op zoek willen naar andere, mogelijk meer plausibele antwoorden. Gardner en zijn collega’s zijn pioniers, die misschien niet alle kleine details ‘juist’ interpreteren, maar ze komen wel met andere inzichten die het totale begrip aanmerkelijk kunnen vergroten.

Persoonlijk heb ik dit soort pioniers liever dan de ‘wetenschappers’ die in eigen kring misschien meer erkend zijn, maar eigenlijk als een stel sullige koeien het werk van geaccepteerde collega’s herkauwen tot ze een ons wegen en ondertussen nalaten om te denken, te voelen en in te leven. Hun werk, dat van de pioniers, past ook meer in de lijn van de Jezus als revolutionaire leider - al is het de vraag in hoeverre zijn dissidente Esseense beweging na de overname ervan door de Romeinse keizerlijke familie nog de geest ademt die hij erin heeft geblazen…

Comments Off

admin op 16 July 2008 in Religie & Spiritueel

Helemaal gek van de antipsychotica

Wat als antipsychotica meer kwaad dan goed doet? Een verkennend onderzoek in de wereld van Big Pharma.

Veel kinderen hebben tegenwoordig een rugzakje, zoals een vriendin van mij dat noemt. Ze hebben een aandoening, aangeleerd en/of aangeboren, waardoor ze moeilijker zijn in de omgang. Vaak gaat het dan om psychiatrische stoornissen die gepaard gaan met grote angsten, enorme stemmingswisselingen en agressie. ADHD is de omschrijving die voor deze aandoening is bedacht.

Aan ADHD is weinig te doen, lijkt het. Je zou kunnen kijken naar het gedrag van de ouders - vaak nemen ze daar schijnbaar delen van over - en naar het dieet, dat volgens sommigen een oorzaak van ADHD zou kunnen zijn. ADHD wordt vaak hanteerbaar gemaakt met pillen als Ritalin en Risperdal. Tweederde van de ADHD-kinderen zou hier baat bij hebben volgens de Consumentenbond.

Deze medicijnen lossen het probleem niet op, weten apothekers. Sterker nog, het middel zou voor een deel van de gebruikers wel eens erger kunnen zijn dan de kwaal. Zembla kwam in 2000 met een item over Ritalin. De reportage was op punten schijnbaar eenzijdig, zo geven docenten aan het basisonderwijs geen ADHD-indicaties af, maar er werd wel een duidelijk waarschuwend signaal afgegeven: Ritalin kon verslavend zijn en bovendien zou dit anti-psychotische middel (bij kinderen) juist nieuwe psychotische gedragingen oproepen.

De schattingen waren dat er toen in Nederland ongeveer achtduizend kinderen tot tien jaar Ritalin gebruikten vanwege ADHD-indicatie. In de leeftijdsgroep tot twintig jaar zou het in totaal gaan om vijfendertigduizend van de tachtigduizend ADHD geïndiceerde personen. Nu zou dat aantal zijn toegenomen tot een half miljoen. Zeven procent van de basisschoolleerlingen zou in 2007 als ADHD zijn geclassificeerd.

Hoe kan ADHD in nog geen tien jaar zo wijdverbreid raken? Volgens artsen zijn dit soort kinderen er al zo’n honderd jaar, maar is er nu meer aandacht voor. Ik denk dat het een anachronisme is om met terugwerkende kracht ADHD-kinderen te herkennen in beschrijvingen uit het verleden. Dat is hetzelfde als Jezus, die genas via handoplegging, een plaats geven in de nog geen honderd jaar oude reiki-traditie.

Het heeft volgens mij meer te maken met labeling en marktwerking. ADHD-kinderen werden in 2000 in medisch Amerika ‘hyperactief’ genoemd. Ze waren niet alleen lastig en moeilijk opvoedbaar maar ineens classificeerbaar ziek. Met de publicatie van de bijbehorende medische omschrijving was dat land in één klap twee tot drie miljoen hyperactieve patiënten rijker.

De medische industrie had rond die tijd net een aantal medicijnen hiervoor ontwikkeld. Dat kwam iedereen goed uit. De ouders hadden een ziek kind en waren dus geen slechte opvoeders meer; de kinderen waren niet lastig, maar ziek; de dokters hadden een etiket om erop te plakken en konden zo hun eerdere incompetentie verbloemen, en de medicijnen industrie had een oplossing die goed kon worden verkocht.

Ziekte is dus afhankelijk van de definitie - zoals een hovenier me tijdens vakantiewerk eens geleerd heeft: wat we onkruid noemen, berust op een afspraak. De afspraken over wat we als ADHD benoemen, zijn echter niet helder. De klinisch neuropsycholoog Jaap Oosterlaan vond daarom al in 2001 dat de diagnose ADHD vaak ‘boterzacht’ is. En zo blijft de afzetmarkt voor de ADHD-medicijnen industrie groeien.

In 2006 verscheen een Amerikaans onderzoek dat de kritische geluiden over Ritalin moest overstemmen. De conclusie: een lage dosis is veilig, maar jonge kinderen tussen de 3 en 5 jaar zijn wel gevoeliger voor bijwerkingen als geïrriteerdheid, slapeloosheid, gewichtsverlies. Ook neemt de groei erdoor af. Sindsdien wordt aanbevolen om het middel niet te verstrekken aan kinderen onder de zes jaar.

Niets in het onderzoek over de psychotisch gedrag bevorderende werking. De Amerikaanse medische instructie voor Ritalin meldt echter heel duidelijk dat door het gebruik nieuwe psychotische en manische gedragingen kunnen worden opgewekt: ‘Children and Teenagers: new psychotic symptoms (such as hearing voices, believing things that are not true) or new manic symptoms’.

Er zijn diverse mensen die hiervoor waarschuwen. Bekend is het werk van de baanbrekende Belgische apotheker Fernand Haesbrouck van het Psychiatrisch Centrum St. Amandus in Beernem. Haesbroek schreef in 2005 het boek ‘ADHD-medicatie. Medische megablunder‘ en zorgde zo voor hernieuwde belangstelling voor het onderwerp.

Twee jaar later publiceerde Psy een artikel over Ritalin. Ritalin wekt bovengemiddeld vaak psychoses en suïcides op bij volwassenen, concludeerden de schrijvers onder meer. Dat roept natuurlijk de vraag op: hoe zit het dan met de jonge gebruikers, zeker als die in de pubertijd raken -  de pubertijd is een labiele fase waarin de relatie tussen het ik en de ander voor het eerst grondig wordt onderzocht. Is de kans op verslavingsgedrag dan groter en hoe zit het met de kans op psychoses en zelfmoord als ze volwassen zijn?Antwoorden op deze vragen ontbreken, ook doordat de eerste Ritalin-generatie nog niet zo oud is.

In recente Ritalin-artikelen op internet wordt vooral ingegaan op de vermeend verslavende werking van dit met amfetamine (speed) vergelijkbare middel. Nu of in de toekomst. Die verslavende werking is volgens de meeste specialisten niet aantoonbaar. Al zijn er getuigenissen van ouders op internet die het tegendeel beweren.

Kinderpsychiater Robert Ferdinand concludeert met betrekking tot de volgens hem misleidende verhalen over de verslavende werking van Ritalin in BN De Stem: ,,Ouders kunnen hun kinderen met een gerust hart Ritalin blijven geven. Er is geen verband tussen Ritalin en verslaving.” Maar hoe zit het dan met de bewijzen dat pillen als Ritalin en andere ‘medicijnen’ uit dezelfde familie (methylfenidaat) psychotisch en manisch gedrag opwekken? Daar hoor je bijna niemand over.

Meer weten? Lees hier een verzameling artikelen over ADHD.

Comments Off

admin op 13 July 2008 in Ongewoon & Anders

Wetenschappelijke bewijzen voor de werking van reiki

Wat zegt de westerse wetenschap over de werking van reiki en andere vormen van energetische genezen? Meer dan je zou verwachten. In dit artikel zetten we de belangrijkste onderzoeken en conclusies op een rijtje. (Dit artikel is volledig herzien in september 2009, een pdf-versie met actieve linken naar de onderzoeksresultaten is te vinden op www.reikido.nl).

Een overzicht van redenen waarom alternatieve geneeswijzen onterecht lijken te werken, vinden we bij Barry L. Beyerstein. Hij geeft aan waarom ‘bogus therapies often seem to work’:
1. De ziekte heeft zijn natuurlijk verloop gehad en wordt onterecht toegeschreven aan een alternatieve behandeling.
2. Veel ziektes zijn cyclisch; als een alternatieve behandeling samenvalt met een tijdelijke periode van verbetering, wordt onterecht een heilzame werking geconstateerd.
3. Het placebo-effect; de behandelaar wordt in dat geval in de wetenschappelijke literatuur een charismatische persoonlijkheid genoemd die mensen overtuigt dat ze beter zijn geworden terwijl er niets meetbaars is gebeurd. Het effect berust op (auto)suggestie.
4. Een foutief oorzakelijk denken; de genezing of verbetering is aan andere (tussenliggende of externe) factoren te wijten.
5. De oorspronkelijke diagnose was verkeerd, dus de patiënt is niet genezen.
6. Tijdelijke verbetering van de gemoedstoestand wordt verward met genezing.
7. Een soort psychologische verdwaasdheid treedt op; achteraf wordt de gang van zaken onjuist geïnterpreteerd waardoor het succes onterecht aan de behandeling wordt toegeschreven.

Dit soort factoren zal soms zeker een rol spelen. Maar ze verklaren niet alle waargenomen en meermaals door behandelaren en cliënten beschreven gunstige effecten van reiki en vergelijkbare vormen van energetisch genezen.

Er vanuit gaande dat de Beyerstein-factoren bij serieus onderzoek ondergeschikt zijn of worden gemaakt, richten we ons op de westerse wetenschap voor ‘harde bewijzen’ voor de werking van energetisch genezen. De NCBI publiceert op de website PubMed wetenschappelijke onderzoeksresultaten van over de hele wereld. Wat is hier te vinden over reiki en andere vormen van energetisch genezen?

Eén van de eerste onderzoeken, voor zover bekend, was van W. Wetzel (Reiki Healing: A Physiologic Perspective. Journal of Holistic Nursing 7(1), 47-54), gepubliceerd in 1989. Zij onderzocht de hemoglobine en hematocriet niveaus van achtenveertig volwassenen die reiki I hadden gedaan en vergeleek de uitkomsten met een controlegroep van tien personen:

‘Findings were analyzed through the use of a t-test and revealed a statistically significant change between the pre- and post-training hemoglobin and hematocrit levels of the participants at the p > 0.01 level. The comparable control group, not experiencing the training, demonstrated no change within an identical time frame. Implications for nursing are discussed. Further research is necessary to clarify the physiologic effects of touch healing.

CONCLUSIONS: This study documented one measurable physiologic effect of Reiki. The data lend support to the basic premise of energy transmission between individuals for the purposes of healing, balancing, and increasing wellness.’

S. Vaughan onderzocht het effect van reiki op het centrale zenuwstelsel (Autonomous Nervous System, ANS) en ontdekte duidelijke aanwijzingen dat de bloeddruk (diastolic blood pressure) afnam door reiki (1995). K. Olson en J. Hanson concludeerden in 1997 een zeer significante afname van de pijn na het doorgeven van reiki aan mensen uit de testgroep:

‘The purpose of this study was to explore the usefulness of Reiki as an adjuvant to opioid therapy in the management of pain. Since no studies in this area could be found, a pilot study was carried out involving 20 volunteers experiencing pain at 55 sites for a variety of reasons, including cancer. All Reiki treatments were provided by a certified second-degree Reiki therapist. Pain was measured using both a visual analogue scale (VAS) and a Likert scale immediately before and after the Reiki treatment. Both instruments showed a highly significant (p < 0.0001) reduction in pain following the Reiki treatment.’

J.G. Turner onderzocht in 1998 het effect van therapeutic touch op patiënten met brandwonden. Hij vond dat behandelingen via deze vorm van handoplegging een significante afname van de ‘anxiety’ tot gevolg hadden. A. Evanoff en W.P. Newton concludeerden in 1999 dat energetische therapieën ervoor zorgden dat de kniepijn van osteoarthritis-patiënten significant afnam (N. Mackay en O. Mc.Farlane, 2005).

D.W. Wardell en J. Engebretson stellen in 2001 met betrekking tot stressreductie, dat na een reiki-behandeling bij proefpersonen de ‘anxiety’ significant afnam, net als de bloeddruk (SBP):
‘Comparing before and after measures, anxiety was significantly reduced, t(22)=2.45, P=0.02. Salivary IgA levels rose significantly, t(19)=2.33, P=0.03, however, salivary cortisol was not statistically significant. There was a significant drop in systolic blood pressure (SBP), F(2, 44)=6.60, P < 0.01. Skin temperature increased and electromyograph (EMG) decreased during the treatment, but before and after differences were not significant.

CONCLUSIONS: These findings suggest both biochemical and physiological changes in the direction of relaxation. The salivary IgA findings warrant further study to explore the effects of human TT and humeral immune function.’

De onderzoekers D.S. Wilkinson, P.L. Knox, J.E. Chatman, T.L. Johnson, N. Barbour, Y. Myles en A. Reel onderzochten in 2002 de klinische effecten van genezing door handoplegging (healing touch, HT) en in hoeverre de ervaring van de beoefenaar invloed heeft. Zij concluderen dat de stress significant afneemt, de gezondheid toeneemt en dat de pijn afneemt. Het placebo-effect wordt als exclusieve factor uitgesloten:

‘Clients of practitioners with more training experienced statistically significant positive sIgA change over the HT treatment series, while clients of practitioners with less experience did not. Clients reported a statistically significant reduction of stress level after both HT conditions. Perceived enhancement of health was reported by 13 of 22 clients (59%). Themes of relaxation, connection, and enhanced awareness were identified in the qualitative analysis of the HT experience. Pain relief was reported by 6 of 11 clients (55%) experiencing pain.

CONCLUSIONS: The data support the clinical effectiveness of HT in health enhancement, specifically for raising sIgA concentrations, lowering stress perceptions and relieving pain. The evidence indicates that positive responses were not exclusively as a result of placebo, that is, client beliefs, expectations, and behaviors regarding HT.’

In 2004 deden N. Mackay, S. Hansen en O. McFarlane onderzoek naar het effect van reiki op het zenuwstelsel. Ze schrijven:

‘Quantitative measures of autonomic nervous system function such as heart rate, cardiac vagal tone, blood pressure, cardiac sensitivity to baroreflex, and breathing activity were recorded continuously for each heartbeat. Values during and after the treatment period were compared with baseline data. RESULTS: Heart rate and diastolic blood pressure decreased significantly in the Reiki group compared to both placebo and control groups.’

De onderzoekers tekenen daarbij aan:

‘The study indicates that Reiki has some effect on the autonomic nervous system. However, this was a pilot study with relatively few subjects and the changes were relatively small. The results justify further, larger studies to look at the biological effects of Reiki treatment.’

B. Rubik, A.J. Brooks en G.E. Schwartz deden in 2006 onderzoek naar het helende effect van reiki. Ze hebben dat vastgelegd door te kijken naar het effect op bacteriekweken (‘heat shocked bacteria’). Ze concluderen dat reiki zorgt voor snellere groei van de bacteriën en des te meer als beoefenaren zich beter voelen.

(In 2000 is overigens een min of meer vergelijkbaar onderzoek uitgevoerd door K.Z. Jiang, Q. Zheng en B.H. Tang met de titel: ‘The strengthening effect of the biofield of seedlings of wheat and other plants on human immune system’. Helaas is van dit Chinese artikel geen samenvatting beschikbaar.)
Rubik, Brooks en Schwartz schrijven in 2006:

‘In the healing context, the Reiki treated cultures overall exhibited significantly more bacteria than controls (p < 0.05). Practitioner social (p < 0.013) and emotional well-being (p < 0.021) correlated with Reiki treatment outcome on bacterial cultures in the nonhealing context. Practitioner social (p < 0.031), physical (p < 0.030), and emotional (p < 0.026) well-being correlated with Reiki treatment outcome on the bacterial cultures in the healing context. For practitioners starting with diminished well-being, control counts were likely to be higher than Reiki-treated bacterial counts. For practitioners starting with a higher level of well-being, Reiki counts were likely to be higher than control counts.

CONCLUSIONS: Reiki improved growth of heat-shocked bacterial cultures in a healing context. The initial level of well-being of the Reiki practitioners correlates with the outcome of Reiki on bacterial culture growth and is key to the results obtained.’

K.L. Tsang, L.E. Carlson en K. Olson onderzochten in 2007 de effecten van reiki-behandelingen op kankerpatiënten, gerelateerd aan hun vermoeidheid, pijn, angst en algeheel welbevinden. Ze schrijven in hun conclusies dat de vermoeidheid, pijn en angst significant afnemen:

‘Fatigue on the FACT-F decreased within the Reiki condition (P=.05) over the course of all 7 treatments. In addition, participants in the Reiki condition experienced significant improvements in quality of life (FACT-G) compared to those in the resting condition (P <.05). On daily assessments (ESAS) in the Reiki condition, presession 1 versus postsession 5 scores indicated significant decreases in tiredness (P <.001), pain (P <.005), and anxiety (P<.01), which were not seen in the resting condition. Future research should further investigate the impact of Reiki using more highly controlled designs that include a sham Reiki condition and larger sample sizes.’

In datzelfde jaar hebben M.S. Lee, M.H. Pittler en E. Ernst uit Groot-Brittannië 250 onderzoeken naar het effect van reiki en vergelijkbare behandelmethoden op een rijtje gezet:

‘Two RCTs suggested beneficial effects of reiki compared with sham control on depression, while one RCT did not report intergroup differences. For pain and anxiety, one RCT showed intergroup differences compared with sham control. For stress and hopelessness a further RCT reported effects of reiki and distant reiki compared with distant sham control.’

Dan volgt een opsomming van onderzoeken waarvan het effect niet meetbaar was:

‘For functional recovery after ischaemic stroke there were no intergroup differences compared with sham. There was also no difference for anxiety between groups of pregnant women undergoing amniocentesis. For diabetic neuropathy there were no effects of reiki on pain. A further RCT failed to show the effects of reiki for anxiety and depression in women undergoing breast biopsy compared with conventional care.’

Vervolgens stellen ze dat er in het algemeen erg weinig data beschikbaar is en dat onafhankelijke herhaalbaarheid niet altijd mogelijk is geweest (sic). Ze concluderen vervolgens:

‘Most trials suffered from methodological flaws such as small sample size, inadequate study design and poor reporting. (…) In conclusion, the evidence is insufficient to suggest that reiki is an effective treatment for any condition. Therefore the value of reiki remains unproven.’

N. Assefi, A. Bogart, J. Goldberg en D. Buchwald publiceerden in 2008 een onderzoek naar het effect van reiki als complementaire behandeling op honderd mensen met fibromyalgie. Zij concluderen (elders) dat reiki een placebo is:

‘RESULTS: Neither Reiki nor touch had any effect on pain or any of the secondary outcomes. All outcome measures were nearly identical among the 4 treatment groups during the course of the trial. CONCLUSION: Neither Reiki nor touch improved the symptoms of fibromyalgia. Energy medicine modalities such as Reiki should be rigorously studied before being recommended to patients with chronic pain symptoms.’

In dezelfde maand, februari 2008, komen N. Aghabati, E. Mohammadi, Z. Pour Esmaiel tot de conclusie dat therapeutic touch aantoonbaar effect heeft op het reduceren van pijn en vermoeidheid bij kankerpatiënten die chemotherapie ondergaan:

‘The TT (significant) was more effective in decreasing pain and fatigue of the cancer patients undergoing chemotherapy than the usual care group, while the placebo group indicated a decreasing trend in pain and fatigue scores compared with the usual care group.’

In oktober 2008 publiceren P.S. So, Y. Jiang en Y. Qin een onderzoek naar de werking van therapeutic touch, healing touch en reiki als methode voor pijnbestrijding. Reiki-behandeling bleek het meest effectief, al was het effect ‘modest’. Van een placebo-effect is geen sprake:

‘MAIN RESULTS: Twenty four studies involving 1153 participants met the inclusion criteria. There were five, sixteen and three studies on HT, TT and Reiki respectively. Participants exposed to touch had on average of 0.83 units (on a 0 to ten scale) lower pain intensity than unexposed participants (95% Confidence Interval: -1.16 to -0.50). Results of trials conducted by more experienced practitioners appeared to yield greater effects in pain reduction. It is also apparent that these trials yielding greater effects were from the Reiki studies. Whether more experienced practitioners or certain types of touch therapy brought better pain reduction should be further investigated. Two of the five studies evaluating analgesic usage supported the claim that touch therapies minimized analgesic usage. The placebo effect was also explored. No statistically significant (P = 0.29) placebo effect was identified.
AUTHORS’ CONCLUSIONS: Touch therapies may have a modest effect in pain relief. More studies on HT and Reiki in relieving pain are needed. More studies including children are also required to evaluate the effect of touch on children.’

In 2009 verscheen een onderzoek van D.L. Woods, C. Beck en K. Sinha naar het effect van therapeutic touch op rusteloosheid (‘restlessness’) van dementerenden in verpleeghuizen. Volgens de wetenschappers heeft tussen de 75 en 90 procent van de leden van deze doelgroep gedragsproblemen (behavioral symptoms of BSD) ‘which may be associated with a stress response’.

‘Therapeutic touch has been shown to decrease restlessness in NH residents, however the mechanism is unknown. The purpose of this randomized controlled trial (RCT) was to examine the effect of therapeutic touch on BSD and basal cortisol levels among NH residents with dementia.

RESULTS: 64 residents, aged 67-93 years (M = 85.5, SD = 5.50), completed the study. Restlessness was significantly reduced in the experimental group compared to the control group (p = 0.03). There was a significant difference in morning cortisol variability among groups across time periods (<0.0001). Findings suggest that therapeutic touch may be effective for management of symptoms like restlessness coupled with stress reduction. At a time when cost containment is a consideration in health care, therapeutic touch is an intervention that is non-invasive, readily learned, and can provide a non-pharmacologic alternative for selected persons with BSD.’

K.J Kemper, N.B Fletcher, C.A Hamilton en T.W. McLean onderzochten in 2009 healing touch in relatie tot stress:

‘We conducted a pilot study to assess its effects in pediatric oncology patients. We enrolled patients in the continuation or consolidation phase of therapy. Patients or their parent completed simple visual analogue scales (VASs; 0-10) for relaxation, vitality, overall well-being, stress, anxiety, and depression before and after a 20-minute period of rest and a standardized HT treatment. Patients’ heart rates were monitored and later analyzed for heart rate variability (HRV) characteristics. Of the nine patients, all completed VASs and six had usable HRV data. The average age was 9 years.

CONCLUSIONS: VAS scores for stress decreased significantly more for HT treatment than for rest (HT: 4.4-1.7; rest: 2.3-2.3; p = .03). The HRV characteristic of total power was significantly lower during HT than for rest (HT 599 +/- 221; rest: 857 +/- 155; p = .048), and sympathetic activity was somewhat but not significantly lower (HT: 312 +/- 158; rest: 555 +/- 193; p = .06). HT is associated with lowered stress and changes in HRV. Further studies are needed to understand the mechanisms of these effects in larger samples and to explore the impact on additional clinically relevant measures.’

R. Domínguez Rosales, M.J. Albar Marín, B. Tena García, M.T. Ruíz Pérez, M.J. Garzón Real, M.A. Rosado Poveda en E. González Caro onderzochten het effect van therapeutic touch op het verblijf in een ziekenhuis, gewichtsverlies en de kans op complicaties. Conclusie van dit in 2009 gepubliceerde onderzoek: behandeling verkort het verblijf in het ziekenhuis en verkleint de kans op complicaties, maar onderzoek op grotere schaal is noodzakelijk.

Ook voor pijnreductie is energetisch genezen (op afstand) significant succesvol, blijkt uit in 2009 gepubliceerd onderzoek van G.L. McCormack. Een jaar daarvoor had C.M. Monroe op grond van literatuuronderzoek naar de periode 1997 tot 2007 over therapeutic touch gesteld:

‘FINDINGS: Seven studies that were conducted between 1997 and 2004 were found and only five of the seven were included as pertinent evidence to answer the question. All of the research that was reviewed to answer whether Therapeutic Touch could significantly reduce pain revealed a majority of statistically significant positive results for implementing this intervention. CONCLUSION: Because there are no identified risks to Therapeutic Touch as a pain relief measure, it is safe to recommend despite the limitations of current research.

IMPLICATIONS: Therapeutic Touch should be considered among the many possible nursing interventions for the treatment of pain.’

E.G. Sutherland , C. Ritenbaugh, S.J. Kiley, N. Vuckovic en C. Elder komen in 2009 tot een hogere effectiviteitsscore (92 in plaats van 70 procent). Na een onderzoek van dertien deelnemers met chronische hoofdpijn concluderen ze:

‘RESULTS: Twelve (12) of 13 participants experienced improvement in frequency, intensity, or duration of pain after three treatments. In addition, 11 of 13 participants experienced profound shifts in their view of themselves, their lives, and their potential for healing and transformation. These changes lasted from 24 hours to more than 6 months at follow-up.

CONCLUSIONS: Energy healing can be an important addition to pain management services. More in-depth qualitative research is needed to explore the diversity of outcomes facilitated by energy healing treatments. Furthermore, the development of new instrumentation is warranted to capture outcomes that reflect transformative change and changes at the level of the whole person.’

Samenvattend kan worden gesteld dat energetisch genezen volgens diverse klinisch wetenschappelijke onderzoeken een positief effect blijkt te hebben op het verminderen van de onrust, opwinding, vermoeidheid en pijnbeleving van mensen. (Wat dat laatste betreft is het vergelijkbaar met de werking van External Qi Gong, zie M.S Lee, M.H. Pittler en E. Ernst, 2007). Soms verandert hun hele kijk op de wereld erdoor, ze genezen sneller bij ziekenhuisopname en de kans op complicaties bij regulier medische behandelingen neemt af.

Een aantal klinische onderzoeken komt tot minder positieve conclusies en het vergelijkende literatuuronderzoek uit 2007 is ronduit negatief, maar wel voornamelijk op basis van methodologische kritiek.

Energetisch genezen lijkt in elk geval een goede aanpak om stress te verminderen. en het algemeen welbevinden te doen toenemen (vergelijk ook de studie van K. Reece, G.E. Schwartz, A.J. Brooks en G. Nangle uit 2005 naar energetisch genezen met Johrei). Je zou zelfs kunnen zeggen dat de gezondheid door energetische behandelingen toeneemt, concludeert P.J. Rosch, Clinical Professor of Medicine and Psychiatry, in een artikel uit 2009 waarin hij alle vormen van ‘biofield healing’ op een rij zet:

‘Effects on heart rate variability, stress response, inflammation, and the vagus nerve have been demonstrated and raise the question–Can the power of subtle energies be harnessed for health enhancement? It is fully accepted that good health depends on good communication both within the organism and between the organism and its environment. Sophisticated imaging procedures brought to bear on telomere, stem cell, and genetic research are confirming the ability of meditation and some other traditional practices to promote optimal health through stress reduction.’

Verder vond ik op PubMed de samenvatting van een overkoepelend Chinees onderzoek naar de effecten van qi gong, dat ik hier tot slot graag wil aanhalen:

‘A great number of clinical studies merging traditional Chinese medicine (TCM) and Western medicine have proved the complementary healing effects of qi-gong in medical science. Traditional Chinese respiration exercises help to regulate our mind, body and breathing and coordinate our internal organs, remove toxins and enhance immunity. Domestic and foreign studies indicate that qi-gong can relieve chronic pain, reduce tension, increase activities of phagocytes in coenocytes, improve cardiopulmonary function, improve eyesight, influence the index of blood biochemistry, etc.’

Vanwege de vele overeenkomsten, met name tussen qi gong en reiki, biedt dit artikel van Zhi Hu Li Za uit 2005 mijns inziens een goede routekaart voor nader onderzoek naar energetisch genezen in de westerse wereld.

(Dit artikel is ook gepubliceerd op www.spiriwiki.org).

Comments Off

admin op 7 July 2008 in Religie & Spiritueel