Archief voor March 2008

Holle bergen, groene bomen en onzichtbare meren

Op grote hoogte, verheven boven de aarde, keek ik uit over een berglandschap dat me deed denken aan de ontzagwekkende bergruggen van de Himalaya. Voor me zag ik een land, grofweg in de vorm van een naar rechts gebogen koffieboon.

Ik was aan het begin, het land lag aan mijn voeten, en ik zag een middelgrote berg. Meer naar het noorden, van mij uit gezien, waren lagere, plattere bergen, en op het eind, de kop van de boon, zag ik drie hoge bergen. Samen vormden ze een gelijkbenige driehoek. Mijn blik viel op de lagere bergen in het middengebied en een stem zei: ,,Daar zouden allemaal meren moeten zijn, maar niemand heeft ze ooit gezien.”

In één klap stond ik middenin de eerste, middelhoge berg. Wat ik zag was bijzonder. De berg was hol. Ik stond op een heuvel in de berg, die het begin vormde van een reeks heuvels, misschien van een paar honderd meter hoog. In de verte, richting het noorden, zag ik gele Chinese tempels, opgetrokken van extreem dikke, dieprode zuilen. Prachtig rood, en helemaal rond; die zuilen. Zeer stevig en als nieuw, hoewel ze er vast al lang stonden.

Nog meer in de verte ontvouwde zich een schitterend landschap van heuvels met daarop prachtige heldergroene bomen. Bijna kunstmatig groen, maar een lust voor het oog. Zelfs de stam was groen. Nog verder weg, zag ik de verborgen meren. Die waren diepblauw. Ik telde er drie, om en om gelegd, ook in de vorm van een koffieboon.

Dichterbij zag ik ineens duizenden donkere mensen, schijnbaar uit India, en ze liepen allemaal doelloos door elkaar en gaven elkaar geen enkele ruimte, maar zonder elkaar te raken. Vervolgens zag ik mezelf staan bij een dieprode tafel, met mensen in gesprek. De enige blanke was ik, en ik had de paardenstaart uit mijn studententijd. Ik wilde de weg weten of was aan het argumenteren. Of misschien wel beide…

Een fractie later was iedereen weg. Ik zweefde een paar meter boven de heuvel in de berg. De onbegroeide grond was overdekt met een laag grote papiersnippers, opgevouwen stroken van doorgedraaide boeken, zeker twee meter hoog was deze laag die zich als sneeuw uitstrekte over een afstand van een paar honderd meter.

De meeste stroken waren wit met zwarte letters. Her en der zat er een fel geel stukje tussen. Deze gigantische berg versnipperde kennis vervuilde deze innerlijke wereld. Zorgde ervoor dat hier niets kon groeien op de grond. De grond bestond uit zwarte aarde, aangetrapt en onbegroeid.

- Toen ik wakker werd, wist ik twee dingen. Ik was te gast geweest in het innerlijke koninkrijk Agartha. En ik moest de niet-waardevolle kennis van anderen van me af werpen, uit mezelf halen. En de grond omploegen om haar weer vruchtbaar te maken. Alleen zo kan ik er een waar paradijs van maken.

Nu wil ik terug. Op avontuur in m’n binnenwereld. En op zoek naar de mysterieuze hoofdstad Shambhala

Comments Off

admin op 7 March 2008 in Ongewoon & Anders