Archief voor November 2007

Het Verkade-effect van Vastelaovend

Vasteloavend is een feest dat gevierd moet worden met passie en inlevingsvermogen. Vaak wordt het gezien als een gekerstend heidens omkeringsritueel. Na een zevental jaren intensief vieren in Roermond en Posterholt, en diverse kijkjes in de keuken in Sittard, denk ik dat het mogelijk is om een genuanceerder beeld te schetsen van het Rijnlandse carnaval: Vastelaovend met een Verkade-effect.

De carnavalsfeesten worden vaak gerelateerd aan de Saturnalia bij de Romeinen, een feest vergelijkbaar met ons vastelaovend, compleet met prins, optochten en drinkgelagen dat twee millennia geleden in heel Europa werd gevierd. Ook wordt het in verband gebracht met de bacchanalen die werden gehouden rondom de verering van Dionysius of Bacchus, de god van de vervoering. En met vruchtbaarheidsfeesten. Na tweeduizend jaar is carnaval in elk geval nog springlevend (en in Vlaanderen vanaf nu deels gesubsidieerd). Blijkbaar voldoet carnaval aan een tijdloze behoefte.

Vanuit de culturele antropologie wordt carnaval doorgaans gezien als een omkeringsritueel; de pauper wordt paus, de regent rebel en de koning knecht. Daarmee samenhangend is de veronderstelling dat de normen omtrent gewenst gedrag tijdens carnaval worden opgeschort. Dit laatste lijkt inderdaad zo te zijn, zeker voor de Hollander die op bezoek komt. Maar schijn bedriegt. En toch ook weer niet. Hoe zit de vork nu in de steel?

Rolomkering speelt zeker een rol, maar het is slechts één van de mechanismen. Op hoofdlijnen zie ik carnaval als het creëren van een tegenorde die met brede maatschappelijke instemming tijdelijk de bestaande orde vervangt. In deze nieuwe orde of structuur is veel vastgelegd in geschreven en ongeschreven regels, genaamd ‘de traditie’ – hoe kort die soms ook teruggaat in de tijd (lees The Invention of Tradition).

Binnen die tegenorde is, als in elke structuur/cultuur, ruimte voor nieuwe anti-structurerende/cultiverende krachten. Voor chaos binnen de nieuwe tegenorde. (Vergelijk ook de chaostheorie, die aantoont dat in schijnbare chaos vaste patronen optreden). Zo ontstaat een plaatje als de oude advertentie van Verkade met de in zichzelf herhaalde afbeeldingen: de huidige sociale orde met daarbinnen de carnavaleske tegenorde en daarbinnen weer een gespiegelde contrabeweging die de carnavaleske structuren ondermijnt et cetera.

Rolomkering speelt in diverse stadia een rol. Zo persifleert de prins de burgemeester, maar zijn er weer diverse individuele vastelaovendsvierders die prinsen parodiëren. Je komt ze vaak tegen, apezat, met een vettige steek dwars op hun hoofd, de Prins van Weetikveel. Gedacht vanuit de huidige sociale orde (kijk uit het raam) en vanuit de tegenorde (de wereld van vastaovend bobo’s die zichzelf heel serieus neemt) is dat laatste not done.

(Laat staan het persifleren van werkelijke machthebbers, als de Bushes en Bin Ladens van deze wereld, al kwam dat soort maatschappijkritiek in de jaren vijftig in Maastricht nog wel voor. Wat is daar eigenlijk op tegen? Zeker als het gaat om mensen die hun kop boven het maaiveld uitsteken? Dat is de gezonde dosis ironie en humor die de relativiteit van alles doet inzien en fundamentalistische extremisten van elke soort dan ook een enorme balk in het oog is. Die mensen hebben waarschijnlijk sowieso een schrikbarend tekort aan Vitamine H…).

Allemaal niet oké dus; rolomkering, vanuit de macht gedacht. Maar op een hoger niveau is het eigenlijk normaal, en misschien wel goed voor de dynamiek; alleen zo blijft een traditie levend (net als een cultuur, ook al geen afgeperkt geheel in ruimte en tijd) en kunnen dialogen leiden tot verdergaand wederzijds inzicht en toegenomen respect en acceptatie.

Het chaotische, anti-structurele element van carnaval, misschien wel het hart ervan, is de creatieve ruimte - die uiteindelijk puur individueel is - waar je weer kind kunt en durft te zijn, open en onbevangen. Als je conventies durft los te laten, is daar geen plaats meer voor uiterlijke status. De wereld wordt een speeltuin. Wie meedoet is blij, lief en een beetje zat, en wie niet meedoet of zit te klieren, telt niet mee. Zo simpel is dat.

Zo ben ik ooit verkleed als een engel door Roermond gevlogen, jaren voordat je daar pakjes voor kon kopen, gehuld in een vernaaid laken en getooid met een uitgekamde blonde markiezenpruik. Op een straathoek kwam ik ineens een vrouwelijke engel tegen. Lachend renden we op elkaar af voor een voorzichtige hug (let op de vleugeltjes): we waren gelukkig. Ik was gelijk helemaal verliefd, en haar een straat en een paar pilsjes verder alweer vergeten. (God, hoe heette ze ook alweer? - oh bier, oh bier, oh bier).

Een heerlijk moment, maar wel begrensd door onzichtbare regels, ditmaal geïnternaliseerde. En dat is precies waar het hier om draait, beste Hollanders die in Limburg te gast zijn. Om vrijheid in gebondenheid. Niet een totale normloosheid, al zal die natuurlijk net als altijd wel eens voorkomen. Dus zelfs op het laagste niveau, midden in die anti-structuur, komt opnieuw de structuur om de hoek kijken. Ziedaar het plaatje van Verkade.

Binnen dat plaatje is een aantal verfijndere patronen te onderscheiden. Het verdrinken van de Bacchus in Roermond en het verbranden van de heks en andere afscheidsrituelen staat officeel voor het eind van het feest. Dit gebruik draagt veel elementen in zich van het offeren van de zondebok volgens de opvattingen van René Girard. De zondebok, die als uitvloeisel van een cultuur waarin mimese voorop staat, in een uitspatting geofferd wordt om de sociale spanning te ontladen, bekleed met de zonden van de gemeenschap, en daarna heilig wordt verklaard.

De gang van zaken is bij het carnaval precies omgekeerd: In plaats van dat iedereen op elkaar gaat lijken en elkaars behoeften overneemt, wat leidt tot het oplopen van gewelddadige spanningen in een proces van mimese, is diversiteit juist het sleutelwoord. Verder wordt de zondebok al bij leven heilig verklaard door de carnavalisten en kijgt hij na het aftreden als prins of het verdrinken als bacchus juist een lagere in plaats van een hogere, hemelse status. Ook wordt de prins niet bedacht met de slechte zaken, maar juist met de goede, en al vanaf het begin. Het eind van het prinsschap is juist sociaal gezien een slechte zaak voor de gemeenschap. De wereld op zijn kop - Girard zou zich 180 graden draaien in zijn graf als hij het las.

Een tweede aspect is het kiezen van de rol die je wilt spelen in het carnaval. Je kunt kiezen voor een plek in de tegenorde, bijvoorbeeld als prins of als lid van een raad van elf, maar ook voor een rol in de vrije ruimte, de individualistische tegenhanger daarvan. Hier zijn de mogelijkheden onbeperkt. De keuze wordt hier op individueel niveau (in tegenstelling tot het structurele niveau) niet zozeer ingegeven een behoefte aan omkering, maar eerder door de behoefte om andere gedragingen uit te proberen.

Carnaval is op dit chaotiche niveau leven in een mythisch bewustzijn. Mythen weerspiegelen de invulling en de historie van de huidige sociale orde en leggen uit waarom alternatieve gedragingen niet gewenst zijn. In het mythische carnavalsbewustzijn wordt het verkennen van alle gedragingen, reguliere en alternatieve, aangemoedigd. Carnavalisten verkennen de vrije ruimte en proberen andere rollen uit of bendenken zelf rollen. Veel carnavalisten spelen hun rol ook met verve, voor hun plezier en/of omdat ze daar behoefte aan hebben. (Kijk ook hier).

Ze spelen geen non om de nonnen belachelijk te maken, maar vanuit de behoefte die rol eens te proberen. Of de rol van duivel of van man of vrouw, bijvoorbeeld. Een paar jaar geleden zijn we met drie vrienden op stap geweest als twee rechts-liberale politici, van wie eentje al dood is, met een vervaarlijk ogende body guard als begeleiding. We hebben het spel met verve gespeeld, al zeg ik het zelf, inclusief het opplakken van verkiezingsposters, het uitdelen van flyers en het praten met onze kiezers op straat. Lekker tegen de optocht in, je eigen ding doen. Geweldig. Als je eenmaal die creatieve vrijheid hebt geproefd, wil je niets anders meer.

Geen Reacties »

admin op 28 November 2007 in Ongewoon & Anders

Vrij PGB-geld afschaffen en controle verscherpen

De laatste tijd wordt er veel geschreven over het misbruik van en de onduidelijkheid omtrent PGB-gelden. Er blijkt inderdaad nogal wat loos. Zo zijn er diverse thuiszorgorganisaties die zelf geld in hun zak steken. Verder is er veel verwarring, met name bij psychisch en sociaal beperkte gebruikers, over de vraag wat nou wel en niet met het geld mag. Tot slot is er het verantwoordingsvrije bedrag van 1,5 procent van het jaarinkomen dat wordt ingezet voor heel veel leuke dingen en daarnaast ook nog wel eens voor zorg. Dan zou er nog met het wel te verantwoorden bedrag worden gesjoemeld door (medewerkers van) instellingen, zo wordt gefluisterd.

Om te beginnen met de organisaties die winst maken met zorggelden door onderaannemers in te huren. Dat was vorig jaar al bekend. Het zou dan gaan om 66 tot 100 miljoen per jaar, geld dat wordt bespaard door te werken met onderaannemers voor de bemiddeling, die uiteraard een stuk goedkoper zijn. Een kwestie van slim inkopen. Ook het misbruik van de PGB-regeling was al voorzien. En wel al in 2004. In artikelen uit de afgelopen jaren en een fraai stel overheidsrapporten uit 2004 en van T11 blijkt dat het ministerie toen al wist dat de keuze om de verantwoordelijkheid voor het vrij besteedbare bedrag primair bij de gebruikers te leggen, het risico op misbruik in de hand werkt.

Nou is natuurlijk niet iedere PGB-gebruiker een fraudeur, gelukkig niet. Het aanvragen is soms al een crime. Maar er zijn wel aanwijzingen dat er wordt geknoeid. Zie ook hier. Verzekeraar CZ in Tilburg, dat nu toeziet op de PGB-gelden, heeft er geen bewijzen voor, maar denkt dat het wel voorkomt. ,,Het wordt ze wel makkelijk gemaakt.” Veel groter dan het aantal sjoemelaars is waarschijnlijk de groep mensen die niet kan omgaan met de grote verantwoordelijkheid die ze in dit systeem krijgen en vervolgens door financieel wanbeheer in de visieuze schuldencirkel terecht dreigen te komen waaraan ook niet-gehandicapten zich vaak slechts met grote moeite kunnen ontworstelen. Hoe komt dat? Het PGB-bedrag wordt meestal eens per jaar overgemaakt en daarna is het aan de cliënt om maandelijks te gaan budgetteren als een volleerd accountant. Ik geef het je te doen, zeker als veel ‘gewone’ dingen al heel moeilijk zijn.

Dan is er het verantwoordingsvrije bedrag dat nu nog per jaar maximaal 2500 euro bedraagt. Naar aanleiding van alarmerende verhalen wordt daar dus iets aan gedaan (het wordt verlaagd naar maximaal 1250 euro en heet nu het bestedingsvrije bedrag, net als onder de vorige PGB-regeling), maar dat lijkt vooral een cosmetische ingreep. Bij CZ stelt de verantwoordelijke voor de controles, dat het beter is om het bedrag te verlagen naar 250 euro. ,,1250 euro vind ik nog teveel.” Maar waarom voor dit bedrag niet gewoon ook een verantwoording vragen? Als onze beperkte cliënt al een hele administratie moet voeren, kan dit er toch ook nog wel bij.

Verder wordt in de zorgsector gefluisterd dat het wel te verantwoorden PGB-geld de inzet is van fraude. Bij CZ is hiervan niets bekend. Hoe zou dat in zijn werk gaan? Stel u krijgt een PGB toegewezen. Ik kom langs, drink als hulpverlener van een instantie of als particulier gezellig een kopje koffie en leg vervolgens mijn kaarten op tafel. Als u nu een handtekening zet dat ik een aantal keren bij u op bezoek geweest om te werken voor het PGB-geld, krijgt u een leuk deel van het bedrag dat ik u op papier in rekening breng. Is dat geen mooie deal?

U heeft uw zorg gehad, op papier dan, en bent nog eens een leuk bedrag rijker dat u anders niet kon uitgeven. Ideaal voor u: direct geld met minimale risico’s. Als hardwerkende zorgfraudeur kom ik niet alleen bij u. Daarnaast heb ik natuurlijk nog een fiks aantal adresjes, waardoor ik, met smaak genietend van de koffie die ik overal krijg, toch een leuk inkomen blij elkaar sprokkel. Sterker nog, misschien werk ik wel voor een zorginstelling die mensen in huizen plaatst en deze vorm van zorghuisjesmelken gestructureerd toepast.

Harde bewijzen voor dit soort praktijken zijn er niet, maar vaak geldt: waar rook is, is vuur. Mij lijkt het verstandig om de controles op het gebruik van de PGB-gelden te verscherpen. Dat stelt ook de woordvoerder van CZ. En het niet te verantwoorden PGB-geld af te schaffen. Als je van de overheid geld krijgt moet je de rechten hierop aantonen, als bij een uitkering, of het vrije gebruik ervan verantwoorden. Anders gezegd: in ons land, dat van regeltjes en hekjes aan elkaar hangt, moet iedereen elke scheet verantwoorden: in welke onderbroek, de kleur en de geur. Waarom dan niet in dit geval? Die nieuwe verantwoordingsplicht zou voor sommige mensen op vrijwillige basis kunnen worden overgedragen aan instanties die op hun beurt goed moeten worden gecontroleerd. Zorg is een serieuze zaak. Laten we het dan ook serieus aanpakken.

Geen Reacties »

admin op 15 November 2007 in Politiek & Media

Een heilige, een Romein en de Nederlandse archeologie

Door de toegenomen marktwerking in de archeologie dreigen veel min of meer waardevolle bodemvondsten te verdwijnen. Waarschijnlijk in de afvalbak of op de zwarte markt voor oudheden. Al ben ik geen archeoloog, het doet me pijn, vooral als de vondsten worden weggegooid. En dat geldt hopelijk ook voor de archeologen die nu buiten universiteiten om voor hun eigen inkomsten moeten zorgen en daardoor af en toe andere keuzes maken dan ze misschien zouden willen.

De commerciële bureaus moeten nu scherp geprijsde offertes uitbrengen om te overleven in de archeobusiness. Het conserveren van de vondsten moeten ze zelf betalen. Een opgraving met veel vondsten is dus een kostenpost die drukt op de winstmarge. Wat is dan gemakkelijker om minder te vinden en/of te melden? Dit lijkt nu steeds meer te gebeuren, aldus diverse artikelen in de krant, al zijn er geen harde bewijzen. Er worden de helft minder vondsten gemeld. Dat komt aannemers en wegenbouwers ook goed uit; die zien het verplichte archeologische onderzoek vaak vooral als een vervelende en kostbare vertraging van hun werkzaamheden.

De crux is natuurlijk dat de archeologiebureaus zelf voor de kosten van behoud van de vondsten moeten opdraaien. De totale opgravingskosten zijn voor de ontwikkelaars. Misschien is het daarom beter dat een overheidsdienst de conservatie voor zijn rekening neemt? Maar dan moet er wel duidelijk worden gekozen. Niet elk lapje leer of stukje prehistorische paal heeft eeuwigheidswaarde, maar sommige natuurlijk wel. Voor mij is alles dat oud is boeiend. Het begon al met het zoeken naar zeventiende eeuwse pijpekoppen op de Friese velden waar nu het nieuwe voetbalstadion van Heerenveen staat. De fascinatie is gebleven en door de Indiana Jones-films, die natuurlijk geen representatief beeld schetsen van het archeologische werk, ben ik echt gegrepen.

In mijn twintiger jaren heb ik ooit van een Grieks eilandje een stukje scheenbeen meegenomen van een oude heilige, die leefde een paar honderd jaar na het begin van de jaartelling. Er was een monument voor Johannes de Evangelist, en van een stenen grafkist langs de weg was het deksel door vandalen stuk geslagen. Mijn Indiana Jones-ingeving was om even met de zaklamp naar binnen te kijken. Wie weet wat je vindt? Ik ontdekte een bros stukje bot onder de spinnewebben, dat ik vervolgens gewikkeld in een stel t-shirts, met zweet op mijn rug en als een ordinaire grafrover het land heb uitgesmokkeld.

Het is de inschatting die je op dat moment maakt. Een kwajongensstreek. Nu zou ik zoiets mischien niet meer doen. Het is ook niet de geldelijke waarde die ertoe doet, maar het verhaal erachter, dat is voor mij inspirerend. Wie was deze man en hoe zag hij de vroeg-christelijke wereld en zijn rol daarin? Dit soort kleine vondsten zijn verbindingsstukjes met het leven van vroeger die je kunt gebruiken om het leven nu beter te begrijpen. Dat geldt natuurlijk net zo goed voor de vondsten die in Nederland worden gedaan Archeologie is een mooi vak met toekomst.

Na het Griekse avontuur kreeg ik nog enkele malen te maken met archeologische opgravingen. Tijdens een liftvakantie door België en Frankrijk werd ik eens meegenomen door een jong stel universitaire docenten dat vertelde dat ze in een dorpje vlakbij met een groep studenten een stuk Romeinse weg met een begraafplaats aan het blootleggen waren. In mijn steenkolen Frans vertelde ik dat ik antropologie studeerde. Culturele antropologie. Dat begrepen ze niet, wel het woord antropologie.

Ik was gelijk een collega, al was ik nog niet eens afgestudeerd, en werd uitgenodigd om mee te werken. Verder uitleggen hoe de vork in de steel zat hielp niet, dus zat ik even later met kwastjes, een bakje met water en een schepje in de Franse grond te krabben. Eerst mocht ik een antieke pot met een diameter van zo’n 25 cm uitgraven die verticaal in de grond was geplaatst, vervolgens was het tijd voor het echte werk.

Een oude Romein vroeg om mijn aandacht. Hij lag hier al vele eeuwen te rusten en werd die dag met de nodige aandacht en respect door mij aan de oppervlakte gebracht. De schedel was ingeslagen of ingezakt, een lastig karweitje, waarbij ik in overleg de schedel niet heb uitgehold om verder verval te voorkomen. De grote opgave was echter de ruggengraat, een verfijnd apparaat waarbij alle werveltjes voorzichtig moesten worden schoongemaakt. Een precies klusje, want te veel geweld zou de losse botten van hun plaats halen. Dacht mocht natuurlijk niet gebeuren voordat alles goed in kaart was gebracht.

Op het moment dat ik bijna klaar was, na anderhalve dag, kwamen ze filmen namens de universiteit. Of ik voor de camera kon schatten hoe oud de persoon in kwestie was? Ik had geen idee, riep maar wat. Ze waren ontzet. Ik een antropoloog en dan niet eens de leeftijd kunnen schatten? Vervolgens uitgelegd dat ik als cultureel antropoloog gespecialiseerd was in levende exotische culturen; religie en mythologie, verwantschapssystemen en de politieke en economische structuren van bijvoorbeeld de inheemse stammen in Papoea Nieuw Guinea Het zit nogal ingewikkeld in elkaar, blijkbaar, met al die namen voor overlappende studierichtingen. Volgens Wiki ziet het vakgebied van de antropologie er in Noord-Amerika uit als hier beschreven en is archeologie onderdeel van de antropologie…

In elk geval, de archeologie had me toen echt te pakken. Dat zal vermoedelijk ook wel niet meer overgaan. Zo was ik een aantal jaren geleden in het kader van een rugzakreis door Egypte, Jordanië en Israël in Jeruzalem. Vlakbij de Russisch-Orthodoxe kerk zag ik in een steegje een oude deur open staan. Te zien was een oude trap die naar beneden voerde. Vervolgens kwam er een man kijken wat ik wilde. Ik was razend benieuwd om te weten wat daaronder te zien was. Hij legde me het uit en ik mocht gaan kijken, bij wijze van hoge uitzondering. De trap ging enkele tientallen meters naar beneden om uit te komen in een grot met daarin een strandje en een soort mini-meertje van een handvol vierkante meters, vermoedelijk verbonden met een oude bron. Heel bijzonder.

Momenteel lees ik een boek over de opgraving van de grot waarin Johannes de Doper en mogelijk ook zijn leerling Jezus hebben gedoopt: ‘The Cave of John the Baptist‘ van Shimon Gibson (zie ook het op dit blog besproken boek over de Jezustombe) - het deed me denken aan mijn ‘ontdekking’ in Jeruzalem.

Ronduit fascinerend om via het boek van Gibson de voortgang van zijn team schep voor schep te volgen, inclusief het zoeken naar plausibele verklaringen door het uitsluiten van andere argumenten en het reconstrueren van het waarschijnlijke gebruik van deze grot. Misschien toch maar eens bijbelse archeologie gaan studeren als ik met pensioen ben. Of eens een zomer mee met een groep amateurs naar een dig in het Midden-Oosten of in Nederland om mee te helpen en zo te voorkomen dat de hedendaagse commercie teveel kapot maakt dat voor de eeuwigheid bewaard zou moeten blijven…

Geen Reacties »

admin op 13 November 2007 in Ongewoon & Anders

Service met een gouden randje van de ANWB

Soms wordt je plezierig verrast door de mensen die je tegenkomt. Dat zijn heerlijke momenten die hoop en inspiratie bieden. Het maakt het leven mooi. Onlangs liet mijn auto het afweten. Net op het moment dat we na veel haast- en vliegwerk op weg waren naar een heerlijk diner bij vrienden. Natuurlijk de ANWB gebeld, de club die me in het verleden al diverse malen in het zuiden heeft geholpen. De man die ik ditmaal trof, verraste me met zijn uitstekende service.

Slepen was de enige oplossing, gaf hij aan. Nu heb ik een ontzettende hekel aan opgesleept worden. Het zal er wel mee te maken hebben dat ik zelf de touwtjes in handen wil hebben en met een incident enkele jaren geleden. Toen werd ik door mijn schoonbroer opgesleept, onder meer een stuk over de A2. Tijdens het rijden had ik het koude zweet al op de rug staan en bij het Ei van Sint Joost ging het mis. Eén verkeerde reactie, een keiharde klap en daar reed ik het gras op. De gelaste ring voor het opslepen was afgebroken en de sleepkabel had als een zweep door de lucht geknald.

,,Geen probleem”, zei de ANWB-meneer. ,,Hier heeft u de sleutels van mijn bus, ik rijd wel in uw auto.” Dus reed ik vervolgens in die grote gele dieselbus van Roermond naar het service station van De Wegenwacht in Maasbracht. Het was geen jongensdroom, maar wel een leuke ervaring. Daar ging de wagen op de brug en al snel had hij in de smiezen wat er mis was. Zoals zijn collega’s, legde ook deze medewerker me precies uit wat er aan de hand was – ik vind dat fantastisch, zo heb ik in de loop der jaren steeds meer geleerd over hoe een auto in elkaar zit. Het zegt ook iets over het vakmanschap en de liefde voor hun vak.

Vanwege zijn diensten konden we mijn auto de volgende dag komen halen. Geen probleem. De opluchting was al groot dat de schade beperkt was gebleven. De ANWB-medewerker zou bellen wanneer de auto klaar was. De volgende dag verstreek en het telefoontje kwam niet. Geen nood, dan haalden we de auto wel een dag later. Intussen zaten we in een gezellig restaurantje aan De Roerkade in Roermond te eten met onze nieuwe buren. Daar ging de mobiele; of we thuis waren, want onze helper wilde de sleutel graag komen afleveren. Kon ik gelijk de reparatie betalen.

,,Eh, dat kan, maar we zitten nu in de stad te eten in een café-restaurant bij de Steenen Brug.” ,,Vraag eens of hij niet hier naartoe kan komen”, zei mijn vriendin met een gekke slag en al een paar wijntjes achter de kiezen. Dat was goed. En zo kwam het, dat ik net voor het dessert even de Steenen Brug overstak en op de Roerkade als een volleerd drugsdealer mijn zaken met de ANWB afrondde. Ik heb de man natuurlijk nog uitgenodigd voor een borrel, maar met een glimlach werd dat verzoek afgewimpeld. Hij moest ongetwijfeld weer naar een ander die met pech langs de kant stond te wachten op een reddende engel van De Wegenwacht.

Geen Reacties »

admin op 12 November 2007 in Ongewoon & Anders

Een bijna-meteoriet als aanjager van dromen

Steentjes zoeken, is verdwalen in je verbeelding. Je laten meevoeren naar prehistorische tijden, verre kusten, mensen die allang dood zijn en ook liefde, verdriet en blijdschap hebben gekend. Of ze nu in spreekwoordelijke berenvellen rondliepen of in de Franse tijd hun weg probeerden te vinden in het leven.

Ik denk dan altijd: wie heeft dit steentje eerder in handen gehad en het misschien bewaard of met een glimlach terzijde gelegd? Weggegooid misschien, over het water, in een wedstrijdje tussen kinderen; wie krijgt het hem verst terwijl hij rakelings over het water scheert, af en toe opvliegend, om tot slot ergens weg te zinken in vergetelheid.

De laatste tijd ben ik weer steentjes aan het zoeken. Tijdens het wandelen met de hond is het een heerlijke bezigheid. Het is het cultiveren van een zekere afwezigheid, een concentratie op het nietswaardige, het onbetekenende en onbetekende.

Een dromerig zwerven door de tijd, gedachten en geschiedenissen waar je misschien ooit, in een vorig leven, iets mee te maken zou kunnen hebben gehad. Aan één van de plassen bij Ool zie je me soms struinen terwijl op de achtergrond bulldozers en vrachtwagens hun nuttige werk voor weetikveel aan het uitvoeren zijn. Heerlijk zinloos, nutteloos en bijna gewichtsloos. Altijd op zoek, naar een verborgen schat, naar een bijzonder verhaal.

In mijn jeugd kon ik me daar dagen mee vermaken. In de perkjes bij de flats bij ons in de buurt, waar restanten cokes en grind tussen de rozen terecht waren gekomen. Ook kon je mij in die tijd aantreffen, volledig verdiept in mezelf, terwijl ik het grind op een oprit in de buurt stukje bij beetje afstroopte. Helemaal geconcentreerd verloor ik de tijd en al mijn besognes, die toen ongetwijfeld heel belangrijk waren, maar waarvan nu niet veel meer rest dan een vage gewaarwording, een geur of een gevoel.

Het is verslavend om er zo niet te zijn, je te laten meevoeren in je gedachten of juist helemaal niets meer te denken - voor mij een uitdaging - en alleen vol verwondering en bewondering steentjes te bekijken, in je hand te nemen, schoon te maken, te wegen en er soms zelfs aan te ruiken. Nog steeds ken ik de geur van kiezels en van ijzerhoudende steentjes.

Onlangs kreeg ik van mijn ouders een blikje terug, opgedolven op hun zolder, met daarin mijn grootste schatten uit mijn vroege steentijd. Er zat bijvoorbeeld een steen in die ik vroeger altijd vond lijken op een vissenkop, compleet met een wit cirkeltje waar dan het oog had gezeten. Een andere steen was in mijn levendige fantasie toch vrijwel zeker een prehistorisch zakmes geweest.

Ook nu nog, schuimend langs de opgewaaide witte koppen aan de oever van de plassen bij Ool, heb ik alweer een paar keer een oeroud stuk snijgereedschap in m’n hand gehad. Dat beeld ik mij dan in. Toch heb ik ze vrijwel altijd weer teruggelegd, die stenen. In mijn hoofd heb ik ze gevonden en ervan genoten, is dat niet genoeg? Alleen de echt bijzondere exemplaren neem ik mee en bewaar ik.

Alles mooi op zijn manier. De ene steen is prachtig gepolijst door oneindig klatsend water, de andere heeft een rare vorm, een groenige, rozige of blauwige kleur, is voorzien van ragfijne roze aders of is prachtig doormidden gespleten, zodat je het zuivere bruine of witte hart kunt bewonderen.

Samengeperste historie, soms in de vorm van een bot of een druppel of een ornamentje van een fictieve gotische kerk. Of zo’ns teen heeft een willekeurige, grillige vorm die de schoonheid van de natuurlijke orde weerspiegelt, bijgeslepen door de jarenlange waterslag.

Sinds een jaar heb ik me via internet wat verdiept in de kruimels van kometen en de magie van meteorieten. Je kunt ze kopen op eBay, de grote en mooie stukken tegen forse bedragen, maar zelf een stukje van een komeet of een meteoriet vinden is natuurlijk veel leuker. Er zijn diverse vindplaatsen op de wereld, helaas niet echt naast de deur, en daar zijn ook prachtige boeken over - waarvan ik er nog eens eentje moet kopen.

Het zijn stukjes steen uit de ruimte die niet alleen een ongelooflijke tijd, maar ook een onbevattelijke ruimte hebben doorkruist om hier met veel geweld hun stempel op het aardoppervlak achter te laten, soms groot en met voor de mensen fatale gevolgen, veel vaker klein en slechts bij toeval ’s nachts opgemerkt, als lichte strepen aan de hemel.

Deze stukjes prikkelen mijn verbeelding. Ze maken me bescheiden omdat ze een verbinding symboliseren met het heelal, dat grote (n)iets vol donkere materie, dat de energiestromen op aarde bepaalt. Zowel wat betreft het water als de kern van onze aarde, en misschien ook wel ons gedrag door de magnetische werking tussen de hemellichamen en de eeuwige duisternis, de prima materia, die ons zodanig omringt dat we haar niet kunnen zien.

Het zijn stukjes uit een andere dimensie waarvan we nog maar heel weinig weten. Ik vermoed wel eens dat het heelal misschien tot oneindigheid gebogen is. Of zou het toch blijven uitdijen, zoals sommige wetenschappers denken, en kijken wij met een te traag begrip naar een film die misschien al afgelopen is?

U raadt het al: ik heb onlangs iets gevonden dat lijkt op een meteoriet. Ja, en ik ben blij. En daarom ook zo lyrisch. De kans is natuurlijk klein dat een meteoriet lang geleden in het gebied rond het huidige Roermond is ingeslagen en vervolgens door tientallen jaren van afgravingen en waterstromingen juist vandaag door de klokkende branding naar mij toe is komen rollen. Maar die kans is er. En ook al is er straks iemand die de foto bij dit verhaal ziet en al gelijk weet dat het iets anders is, ik heb mijn meteoriet. In elk geval voor vandaag.

Ik heb hem met heet water schoongemaakt en op mijn werkkamer annex kantoor een mooi plaatsje gegeven. Mocht het toch een gewoon bijzonder steentje blijken te zijn, dan is de kans groot dat hij over onbepaalde tijd, net als honderden andere steentjes voor hem, op een dag wordt teruggegeven aan de natuur. Het zou toch fantastisch zijn als iemand dit steentje over 2000 jaar weer vindt, bijvoorbeeld tijdens een archeologische onderwater-expeditie voor de kust van Roermond, en dan mijmert waar dat steentje allemaal geweest is en wie het in handen heeft gehad?

Geen Reacties »

admin op 2 November 2007 in Ongewoon & Anders

Stemmen voor de Cattentoren niet allemaal geteld?

In het AVRO-programma De Restauratie heeft het Roermondse project de Cattentoren net niet gewonnen. Geen miljoen dus voor de restauratie van een in Nederland uniek monument uit de Middeleeuwen. Daar valt mee te leven, als er niet enige vraagtekens konden worden gezet bij de uitverkiezing. De finale werd gewonnen door een club mensen die de zoveelste molen in Nederland wil opknappen - dan was volgens mij de oude sterrenwacht in Leiden veel waardevoller geweest, maar goed, het volk beslist en het volk houdt niet van elitaire zaken. Nu ben ik ook lid van die club (het volk) en gisteravond heb ik braaf gestemd op ‘onze muur’ en toen viel me iets vreemds op.

Ik ben niet iemand die de hele dag vergeefs zit te SMS-en om iets te winnen bij belspelletjes op tv. Twee uitzonderingen heb ik onlangs gemaakt en wel om mijn warme vaderland, Limburg, een in het westen vaak onbegrepen culturele enclave die zo prachtig en veelzijdig is, bij de Hollanders boven de rivieren op de kaart te zetten. Mijn moederland is Friesland, het gebied met de uitgestrekte groene weilanden, rechte sloten en nuchtere hardwerkende mensen met een hartverwarmende ongepolijste taal, waar de ijzige winden over de vlaktes razen en de schaatsen zomers ingevet klaar liggen om het donkere ijs te bekrassen - het andere uiterste.

Tijdens het programma waarbij een nieuwe Evita werd gezocht, heb ik gestemd op Suzan Seegers, oorspronkelijk uit Melick. Een leuke pittige meid, met genoeg natuurlijke charme en vechtlust om de rol te vervullen. Ze is het helaas niet geworden, net zo min als de doortastende Brabantse die tot het laatst overeind bleef. Brigitte Heitzer uit het zuiden won, een ster met een meer klassieke schoonheid en ook een prachtige stem. Een minuut na het verzenden van mijn drie SMS-jes kreeg ik toen steeds netjes een berichtje terug: ‘Bedankt dat je op mij hebt gestemd’. Geautomatiseerd natuurlijk, maar ik voelde me even verbonden met mijn favoriet. Ik had onze Midden-Limburgse meid uit Melick een zetje in de goede richting gegeven.

Ook tijdens finale van De Restauratie – het vliegtuigje met de sleepreclame was me niet ontgaan – heb ik maar liefst drie keer ‘muur’ verstuurd naar het aangegeven nummer. Ongeveer een kwartier voordat de zin ‘de lijnen zijn nu gesloten’ door presentator Frits Sissing werd uitgesproken. Ik had drie steentjes bijgedragen aan de muur en wees eerlijk – niet omdat het toevallig in Roermond is, waar ik woon, - het is een leuk en belangrijk project dat de Stichting Rura onder zijn vleugels heeft genomen. Doodzonde dat de hele muur is verdwenen, en daarmee een stuk oude allure van de bisschopsstad die in een grijs verleden overigens ook eens de hoofdstad van Limburg is geweest.

Tot mijn verbazing kreeg ik geen reactie op mijn verstuurde berichtjes. Het programma duurde voort, op weg naar de ontknoping. De klok tikte door en… nog steeds niks. Eens gecheckt of de batterijen van mijn mobieltje niet leeg waren (ik wil best eens in een fraai optrekje van Camille Oostwegel logeren – het lokkertje voor de SMS-ers), dat bleek niet het geval. Wel stond de zomertijd nog ingegeven, maar dat moet niets uitmaken. Ook KPN meldde geen storingen in het netwerk, bijvoorbeeld vanwege overbelasting. Na wat getreuzel om de spanning op te voeren - ik dacht: zeg nou maar gewoon dat Roermond heeft gewonnen - mocht showman Pieter van Vollenhoven het verlossende woord spreken: ,,En de winnaar is: de molen!” Ik viel van mijn stoel en de muziek zette in.

Tijdens de aftiteling ontving ik de eerste reactie: ‘Bedankt voor uw stem. Uw stem is nu geregistreerd. Tot ziens!’ Precies dertien minuten nadat het programma was afgelopen – ik was me nog steeds aan het verwonderen over de keuze voor de molen – ontving ik de laatste. Mijn stemmen, op tijd uitgebracht, hebben dus helemaal niet meegeteld! Vanochtend las ik in de krant dat het verschil tussen de muur en de molen maar drie procent van de stemmen was. Wat als er nog veel meer stemmen niet zijn meegeteld, dan had de Cattentoren misschien toch gewonnen? Een telefoontje naar de AVRO eindigde bij een voice mail-bericht van de redactie-secretaresse. Ik heb er nog niks van gehoord. In België is onlangs een presentatrice bedreigd na geknoei met een belspelleltje, dus misschien ligt Frits Sissing nu wel met de redactie-secretaresse achter de verwarming in de hoop dat niemand naar binnen kijkt?

Nieuws (2 november 2007) Ik ben vandaag teruggebeld door een woordvoerster van Endemol, het productiebedrijf, en volgens haar zijn mijn stemmen, en die van vele anderen, wel meegewogen. ,,Het kan zijn dat het wat langer heeft geduurd voordat het bevestigingsmailtje is verstuurd, maar de stemmen zijn, voor zover ik weet, wel op tijd aangekomen.”

Er zat ook een heuse notaris bij die alles heeft gevolgd en zelf heeft de dame ook even meegekeken om te zien of alles goed verliep. Verder blijkt dagblad De Limburger, waar ik me op baseerde, de percentages te hebben verward. Het verschil in stemmen tussen nummer één en twee is aanzienlijk groter. De molen kreeg 37,4 procent van de stemmen, het project in Roermond 22,6 procent en de kerk 18,3 procent. Zelfs al hadden mijn stemmen en die van mogelijk vele anderen niet meegeteld, dan nog was het verschil waarschijnlijk te groot geweest om invloed te hebben uitgeoefend.

Toch blijft het raar dat het bij De Restauratie extreem lang duurde voordat er een geautomatiseerd antwoord kwam en bij ‘Evita’ niet. Overbelasting van de lijnen zou een mogelijkheid kunnen zijn geweest - naar verluidt was de telefooncentrale van het Roermondse gemeentehuis voorgeprogrammeerd om voortdurend te bellen (te stemmen) tijdens het programma en zou de gemeente waarin de molen staat op die manier maar liefst twee telefooncentrales hebben ingezet - alleen dan had ik dan wel een melding van mijn provider verwacht.

Geen Reacties »

admin op 1 November 2007 in Politiek & Media