Het Verkade-effect van Vastelaovend
Vasteloavend is een feest dat gevierd moet worden met passie en inlevingsvermogen. Vaak wordt het gezien als een gekerstend heidens omkeringsritueel. Na een zevental jaren intensief vieren in Roermond en Posterholt, en diverse kijkjes in de keuken in Sittard, denk ik dat het mogelijk is om een genuanceerder beeld te schetsen van het Rijnlandse carnaval: Vastelaovend met een Verkade-effect.
De carnavalsfeesten worden vaak gerelateerd aan de Saturnalia bij de Romeinen, een feest vergelijkbaar met ons vastelaovend, compleet met prins, optochten en drinkgelagen dat twee millennia geleden in heel Europa werd gevierd. Ook wordt het in verband gebracht met de bacchanalen die werden gehouden rondom de verering van Dionysius of Bacchus, de god van de vervoering. En met vruchtbaarheidsfeesten. Na tweeduizend jaar is carnaval in elk geval nog springlevend (en in Vlaanderen vanaf nu deels gesubsidieerd). Blijkbaar voldoet carnaval aan een tijdloze behoefte.
Vanuit de culturele antropologie wordt carnaval doorgaans gezien als een omkeringsritueel; de pauper wordt paus, de regent rebel en de koning knecht. Daarmee samenhangend is de veronderstelling dat de normen omtrent gewenst gedrag tijdens carnaval worden opgeschort. Dit laatste lijkt inderdaad zo te zijn, zeker voor de Hollander die op bezoek komt. Maar schijn bedriegt. En toch ook weer niet. Hoe zit de vork nu in de steel?
Rolomkering speelt zeker een rol, maar het is slechts één van de mechanismen. Op hoofdlijnen zie ik carnaval als het creëren van een tegenorde die met brede maatschappelijke instemming tijdelijk de bestaande orde vervangt. In deze nieuwe orde of structuur is veel vastgelegd in geschreven en ongeschreven regels, genaamd ‘de traditie’ – hoe kort die soms ook teruggaat in de tijd (lees The Invention of Tradition).
Binnen die tegenorde is, als in elke structuur/cultuur, ruimte voor nieuwe anti-structurerende/cultiverende krachten. Voor chaos binnen de nieuwe tegenorde. (Vergelijk ook de chaostheorie, die aantoont dat in schijnbare chaos vaste patronen optreden). Zo ontstaat een plaatje als de oude advertentie van Verkade met de in zichzelf herhaalde afbeeldingen: de huidige sociale orde met daarbinnen de carnavaleske tegenorde en daarbinnen weer een gespiegelde contrabeweging die de carnavaleske structuren ondermijnt et cetera.
Rolomkering speelt in diverse stadia een rol. Zo persifleert de prins de burgemeester, maar zijn er weer diverse individuele vastelaovendsvierders die prinsen parodiëren. Je komt ze vaak tegen, apezat, met een vettige steek dwars op hun hoofd, de Prins van Weetikveel. Gedacht vanuit de huidige sociale orde (kijk uit het raam) en vanuit de tegenorde (de wereld van vastaovend bobo’s die zichzelf heel serieus neemt) is dat laatste not done.
(Laat staan het persifleren van werkelijke machthebbers, als de Bushes en Bin Ladens van deze wereld, al kwam dat soort maatschappijkritiek in de jaren vijftig in Maastricht nog wel voor. Wat is daar eigenlijk op tegen? Zeker als het gaat om mensen die hun kop boven het maaiveld uitsteken? Dat is de gezonde dosis ironie en humor die de relativiteit van alles doet inzien en fundamentalistische extremisten van elke soort dan ook een enorme balk in het oog is. Die mensen hebben waarschijnlijk sowieso een schrikbarend tekort aan Vitamine H…).
Allemaal niet oké dus; rolomkering, vanuit de macht gedacht. Maar op een hoger niveau is het eigenlijk normaal, en misschien wel goed voor de dynamiek; alleen zo blijft een traditie levend (net als een cultuur, ook al geen afgeperkt geheel in ruimte en tijd) en kunnen dialogen leiden tot verdergaand wederzijds inzicht en toegenomen respect en acceptatie.
Het chaotische, anti-structurele element van carnaval, misschien wel het hart ervan, is de creatieve ruimte - die uiteindelijk puur individueel is - waar je weer kind kunt en durft te zijn, open en onbevangen. Als je conventies durft los te laten, is daar geen plaats meer voor uiterlijke status. De wereld wordt een speeltuin. Wie meedoet is blij, lief en een beetje zat, en wie niet meedoet of zit te klieren, telt niet mee. Zo simpel is dat.
Zo ben ik ooit verkleed als een engel door Roermond gevlogen, jaren voordat je daar pakjes voor kon kopen, gehuld in een vernaaid laken en getooid met een uitgekamde blonde markiezenpruik. Op een straathoek kwam ik ineens een vrouwelijke engel tegen. Lachend renden we op elkaar af voor een voorzichtige hug (let op de vleugeltjes): we waren gelukkig. Ik was gelijk helemaal verliefd, en haar een straat en een paar pilsjes verder alweer vergeten. (God, hoe heette ze ook alweer? - oh bier, oh bier, oh bier).
Een heerlijk moment, maar wel begrensd door onzichtbare regels, ditmaal geïnternaliseerde. En dat is precies waar het hier om draait, beste Hollanders die in Limburg te gast zijn. Om vrijheid in gebondenheid. Niet een totale normloosheid, al zal die natuurlijk net als altijd wel eens voorkomen. Dus zelfs op het laagste niveau, midden in die anti-structuur, komt opnieuw de structuur om de hoek kijken. Ziedaar het plaatje van Verkade.
Binnen dat plaatje is een aantal verfijndere patronen te onderscheiden. Het verdrinken van de Bacchus in Roermond en het verbranden van de heks en andere afscheidsrituelen staat officeel voor het eind van het feest. Dit gebruik draagt veel elementen in zich van het offeren van de zondebok volgens de opvattingen van René Girard. De zondebok, die als uitvloeisel van een cultuur waarin mimese voorop staat, in een uitspatting geofferd wordt om de sociale spanning te ontladen, bekleed met de zonden van de gemeenschap, en daarna heilig wordt verklaard.
De gang van zaken is bij het carnaval precies omgekeerd: In plaats van dat iedereen op elkaar gaat lijken en elkaars behoeften overneemt, wat leidt tot het oplopen van gewelddadige spanningen in een proces van mimese, is diversiteit juist het sleutelwoord. Verder wordt de zondebok al bij leven heilig verklaard door de carnavalisten en kijgt hij na het aftreden als prins of het verdrinken als bacchus juist een lagere in plaats van een hogere, hemelse status. Ook wordt de prins niet bedacht met de slechte zaken, maar juist met de goede, en al vanaf het begin. Het eind van het prinsschap is juist sociaal gezien een slechte zaak voor de gemeenschap. De wereld op zijn kop - Girard zou zich 180 graden draaien in zijn graf als hij het las.
Een tweede aspect is het kiezen van de rol die je wilt spelen in het carnaval. Je kunt kiezen voor een plek in de tegenorde, bijvoorbeeld als prins of als lid van een raad van elf, maar ook voor een rol in de vrije ruimte, de individualistische tegenhanger daarvan. Hier zijn de mogelijkheden onbeperkt. De keuze wordt hier op individueel niveau (in tegenstelling tot het structurele niveau) niet zozeer ingegeven een behoefte aan omkering, maar eerder door de behoefte om andere gedragingen uit te proberen.
Carnaval is op dit chaotiche niveau leven in een mythisch bewustzijn. Mythen weerspiegelen de invulling en de historie van de huidige sociale orde en leggen uit waarom alternatieve gedragingen niet gewenst zijn. In het mythische carnavalsbewustzijn wordt het verkennen van alle gedragingen, reguliere en alternatieve, aangemoedigd. Carnavalisten verkennen de vrije ruimte en proberen andere rollen uit of bendenken zelf rollen. Veel carnavalisten spelen hun rol ook met verve, voor hun plezier en/of omdat ze daar behoefte aan hebben. (Kijk ook hier).
Ze spelen geen non om de nonnen belachelijk te maken, maar vanuit de behoefte die rol eens te proberen. Of de rol van duivel of van man of vrouw, bijvoorbeeld. Een paar jaar geleden zijn we met drie vrienden op stap geweest als twee rechts-liberale politici, van wie eentje al dood is, met een vervaarlijk ogende body guard als begeleiding. We hebben het spel met verve gespeeld, al zeg ik het zelf, inclusief het opplakken van verkiezingsposters, het uitdelen van flyers en het praten met onze kiezers op straat. Lekker tegen de optocht in, je eigen ding doen. Geweldig. Als je eenmaal die creatieve vrijheid hebt geproefd, wil je niets anders meer.
admin op 28 November 2007 in Ongewoon & Anders