Archief voor October 2007

Over Willem Holleeder, Che Guevara en een orka

Boeren, burgers, buitenlui en boeven trekken de laatste tijd eensgezind naar Amsterdam-Oost. Daar komen ze topcrimineel Willem Holleeder bekijken. Ook bezoeken ze de plekken die belangrijk waren in zijn criminele loopbaan. Holleeder heeft daarmee een voor Nederland nieuw fenomeen doen ontstaan: crimitoerisme (verwant aan ramptoerisme).

De fans kopen op internet t-shirts met de tekst ‘Free Willem’. Dat deed me gelijk denken aan de kinderfilm Free Willy uit 1993, maar dan met de Nederlandse Willy in de hoofdrol als een mensetende orka. Maar dat zal wel niet de bedoeling zijn van de makers…

Het shirt vindt gretig aftrek en is zo gemaakt dat het iconografisch lijkt te verwijzen naar de bekende afbeelding van Che Guevara. Dat is niet zo vreemd als het misschien lijkt. De vraag is alleen of Holleeder deze vergelijking wel goed kan doorstaan.

Willem Holleeder wordt, volgens de laatste berichten, verdacht van de (opdracht tot) moord op twaalf mensen. Verder is het volgens iedereen met een beetje gezond verstand gewoon een heel grote boef, al moet dat formeel nog worden bewezen.

Che Guavara is vooral bekend als een soort verzetsstrijder. Dat is de waarde van het merk Che Guavara dat je tegenwoordig op de hoek van elke straat kunt kopen om iets mee uit te drukken. (Een haarlok van Che ging onlangs op een veiling voor ruim 80 mille van de hand). Het zegt niets over de werkelijkheid zoals die langzamerhand steeds meer aan het licht komt.

Guevara, het idool waar honderdduizenden jongeren nu (weer) mee rondlopen, was tijdens de revolutie in Cuba (deels) hoogstpersoonlijk verantwoordelijk voor de executies van zeker 180 andersdenkenden. Verder was deze keiharde man ondermeer een onverbloemd racist (net als Malcolm X voordat hij moslim-extremist werd).

Wat de wandaden van Che Guevara betreft, is deze site erg informatief. Natuurlijk kun je zeggen: het doel van de revolutie rechtvaardigt de slachtoffers en in die situatie gold geen burgerrecht, laat staan internationaal oorlogsrecht. Dat zei de grote revolutionair zelf ook, net als een Holleeder-fan die onlangs op tv te zien was.

Vrij vertaald, reageerde de fan zo op de vraag van de interviewer wat hij ervan vond dat Holleeder waarschijnlijk over lijken was gegaan: ,,Soms zijn dit soort middelen nodig om bepaalde doelen te bereiken.” En: ,,Ik moet nog maar zien te bereiken, wat hij heeft bereikt.” Voor mij als bewoner van de bovenwereld was zo’n gedachtengang even wennen.

Aan de andere kant: militaire strategen kiezen ook vaak voor kleine verliezen met een grote opbrengst, afgezet tegen grote verliezen met een kleine winst. Vertaald naar de Nederlandse inzet van militairen in Afghanistan: een x-aantal doden onder onze jongens is van hogerhand ingecalculeerd – al zal er natuurlijk alles aan gedaan worden om dat te voorkomen.

Terugkomend op de overeenkomsten tussen Holleeder en Guevara en andere vergelijkingen: laten we daar alsjeblieft mee ophouden. Een voormalige vriend van Holleeder zei in de NRC dat als Hitler een hond was, Holleeder zijn zoon kon zijn. Dit soort vergelijkingen gaat helemaal mank en getuigt van gebrekkige historische kennis. Bovendien is het veel teveel eer voor een gestoorde orka.

Comments Off

admin op 30 October 2007 in Politiek & Media

Waarom zendamateurs mogen, wat voor bellers verboden is

Een kennis van mij reed onlangs door Roermond toen hij door twee onopvallende motorrijders van de weg werd gehaald. Ze reden al vijf minuten achter hem terwijl in zijn achteruitkijkspiegel groot de tekst ‘Stop politie’ oplichtte. Meneer had niet handsfree gebeld. ,,Dat klopt, maar waarom mag het wel met 27 mc-bakkies?,” begon hij een discussie met de goedgemutste agenten. ,,Die vallen niet onder de wet die bellen in de auto verbiedt tenzij het handsfree is.”

Enig gegoogle leert dat de agenten, die natuurlijk als geen ander de wet behoren te kennen, helemaal gelijk hebben als het gaat om bellen en 27 mc-bakkies. Vanaf 30 maart 2002 is het voor autobestuurders in Europese landen als Nederland verboden, volgens het RVV 1990, om handmatig te telefoneren tijdens het rijden – je mag zelfs niet je mobieltje in de hand houden of tussen nek en schouder geklemd in de aanslag houden. Doe je dat wel, dan pleeg je een zogenaamd Mulderfeit en volgens feitcode R545 wordt dat standaard beloond met een prent van 130 euro.

Bellers op een rijdende fiets of snorfiets zijn vrijgesteld omdat zij ‘gelet op hun geringe gewicht en de beperkte snelheid die ermee kan worden bereikt, aanzienlijk minder gevaar op de weg opleveren’, tenzij er concreet gevaar ontstaat door hun specifieke gedrag (artikel 5 WVW 1994, artikel 2b RVV 1990). Minister Camiel Eurlings heeft laten onderzoeken of bellen op de fiets alsnog strafbaar kan worden gesteld, net als luisteren naar een in de hand gehouden mp3-speler, maar Verkeer & Waterstaat wil niet aan zo’n verbod.

‘Onder een mobiele telefoon wordt verstaan een apparaat dat bestemd is voor het gebruik van mobiele openbare telecommunicatiediensten. Hieronder vallen niet de zogenaamde 27 mc-bakkies. Deze maken immers geen gebruik van het mobiele telecommunicatienetwerk. Ook apparaten die worden gebruikt ten behoeve van het gesloten netwerkverkeer, zoals mobilofoons van de politie en taxichauffeurs, vallen hier niet onder’, aldus een toelichting op de wettekst volgens een blog voor agenten die hun wetskennis willen aanscherpen.

Hier komen we op ons punt, het 27 mc-bakkie. Dat valt dus niet onder deze regeling. De site verkeershandhaving.nl meldt: jaarlijks vallen er ongeveer 600 slachtoffers, doden en ziekenhuisgewonden, door mobiel bellen in de auto (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid, 2006). Vanuit het perspectief van de zorgzame overheid kun je je afvragen: zijn de vele tienduizenden zendamateurs niet belangrijk genoeg om beschermd te worden? Of, vanuit het perspectief van gelijke berechtiging: er worden jaarlijks 120.000 bonnen uitgeschreven voor overtreding van feitcode R545, waarom worden de bakkie fanaten en de taxichauffeurs ontzien?

Het is een merkwaardige lacune in de regelgeving. Misschien hebben de meeste politieauto’s tegenwoordig via het C2000-systeem ingebouwde microfoons, maar taxichauffeurs en zendamateurs gebruiken meestal één hand om te sturen en één om de mike in te knijpen. Een gevaarlijke situatie, om maar even met de stem van de overheid te spreken. Het gemakkelijkst is om alleen handsfree communiceren toe te staan.

Of het nu komt tot een heropleving van de bakkie-rage om feitcode R545 te omzeilen, is de vraag. De benodigde apparatuur, eventueel voorzien van externe versterkers van 25 tot maar liefst 200 watt, is tegenwoordig via Marktplaats heel goedkoop te krijgen. In plaats van 0,5 watt is tegenwoordig 4 watt toegestaan en voor 27 Mhz-apparatuur is geen vergunning meer nodig. Zelf heb ik onlangs een stel portofoons aangeschaft om tijdens wandelvakanties te gebruiken – een stukje jeugdsentiment. Laatst heb ik ze in mijn auto uitgeprobeerd. Met één hand aan het stuur en in de andere hand mijn 5 watt-speelgoedje. Na een uurtje rondrijden in Roermond hield ik het maar voor gezien. De twee onopvallende motoragenten waren nergens te vinden…

Comments Off

admin op 26 October 2007 in Politiek & Media

Betaalde hartstocht - over klapvee en actiehoeren

Onlangs was in het nieuws dat je publiek kunt inhuren als je dat voor een show nodig hebt. Mensen, die zich er vaak een beetje voor schamen, en die tegen directe of indirecte betaling lachen om je grappen en klappen als jij dat wilt. Veel minder succesvolle programma’s maken al jaren gebruik van klapvee als er even geen buslading AOW-ers voorhanden is.

Iedereen heeft zijn prijs, hoorde ik ooit iemand in een film zeggen. Of dat zo is, weet ik niet. Er zijn echter genoeg mensen te huur. En niet alleen voor seks. Enige zoekwerk op internet leert dat de nieuwe hoererij veel verder gaat dan publiek bij shows. Je kunt in Duitsland zelfs geëngageerde demonstranten inhuren via een website die ook clowns voor feesten en legereenheden voor optochten en beveiliging aanbiedt (een soort geweldloze Blackwater). Handig voor politieke partijen, actiegroepen of beroepsgroepen; zulke demonstranten. Zo was er enige tijd geleden in Berlijn een demonstratie van artsen en later bleek dat maar 30 van de 200 actievoerders arts waren. De rest bestond uit actiehoeren.

De meeste betaalde Duitse demonstranten zijn voor bepaalde thema’s in te huren, maar niet iedereen is zo principieel. Eén vrouw meldt in haar omschrijving dat ze overal voor of tegen demonstreert, als je maar betaalt. Desnoods voor of tegen het leverworstmonopolie. Het lijkt de uitverkoop van je persoonlijke idealen. Aan de andere kant: wat is nou erger: Dat je ergens in mee wordt gesleept zonder het hele verhaal te kennen en je achteraf bedonderd voelt of dat je bewust kiest waarvoor je je wilt inzetten en daarvoor een beloning krijgt?

De nieuwe hoererij is vooral schokkend doordat de onwetende toeschouwers op het verkeerde been worden gezet. Toch is het inhuren van mensen als levend behang wijd verbreid. Een blogger schrijft dat in Washington - de bestuurlijke hoofdstad van de kapitalistische wereld - mensen, met name daklozen, worden geworven om tegen betaling te demonstreren. In 2002 bleek dat tenminsten zes van de geïdentificeerde relschoppers die tijdens de zogenoemde Miami ‘Brooks Brothers Riot’ in 2000 een groepje Democraten hadden omsingeld, waren betaald door het ‘ recount committee’ van de Republikeinen van George W. Bush.

In Minsk was in 2006 een demonstratie tegen Loeblenko. Volgens een kritische site bezocht oppositieleider Milinkevitsj ‘de kleumende maar door het westen betaalde actievoerders’. Een ander blog geeft een schatting van ‘2000 betaalde demonstranten’. NRC meldde vorige week geleden dat de Amerikaanse regering de protesterende Birmese monniken heeft opgeleid – niet zo vreemd, gezien het feit dat de CIA al tientallen jaren wereldwijd diverse tegenkrachten versterkt, ongeachte hun respectievelijke visie, soms via narco-kolonialisme, vaak via de media, en altijd met het doel om de VS-invloed ter plaatse te vergroten. In 1952 investeerde de CIA bijvoorbeeld 200.000 dollar voor het inhuren van demonstranten bij een georkestreerde machtswisseling in Iran.

Ook in Nederland komt het inhuren van demonstranten voor. In 2004 (?) werd een anti-Cuba demonstratie gehouden en volgens De Waarheid Nu waren er 25 actievoerders, ‘hoofdzakelijk betaalde functionarissen en enkele lieden die nauw in contact staan met de Amerikaanse regering’. Daarnaast meldt een blogger dat er in 2004 een oproep van het Sectorbestuur Jongeren ABVAKABO FNV uitging om te demonstreren op de Nederland-verdient-beter-manifestatie in Amsterdam. Hij citeert uit de oproep dat kandidaten minimaal twee uur moesten demonstreren in ruil voor reiskostenvergoeding en een cadeaubon van 50 euro. Lid zijn van de vakbond was niet nodig.

Soms zijn de mensen wel gedreven en worden ze door spin doctors van de juiste middelen voorzien om een duidelijk geregisseerd verhaal over het voetlicht te brengen. Zo zag ik laatste een verfrissende documentaire over de eerste verkiezingscampagne van George W. Bush. Op een bepaalde plaats was te zien dat de zogenaamd amateuristisch geschilderde borden met teksten door het pr-team waren gemaakt en op stapels klaar lagen. Ze werden willekeurig aan aanhangers werden uitgedeeld om mee te zwaaien.

Zelf heb ik dit in Amsterdam of Utrecht begin jaren negentig ook eens gezien tijdens een of andere demonstratie, welke weet ik niet meer. Na het verzamelen werden spandoeken en hoerenborden uitgedeeld en op het sein van de demonstratieleider vertrok de kudde schapen leuzen roepend op weg naar erkenning. Hoerenborden zijn overigens gemakkelijk te herkennen: net als in de VS zijn het houten borden met teksten, vastgeniet aan rechthoekige balkjes van de doe-het-zelfzaak. Er werd mij ook een bord aangeboden, maar ik had er geen zin in. Mijn gevoel zei me dat ik het niet moest doen. Ik houd liever, zoals sinds kort op dit blog, mijn eigen teksten omhoog.

(Nu graag hier klikken).

Comments Off

admin op 24 October 2007 in Ongewoon & Anders

Centraal comité voor ex-reiki-beoefenaren opgericht

Jarenlang was ik blind, nu kan ik zien! Ik was een slaaf van de reiki-beweging, maar dat is nu voorbij! Ik heb geworsteld en kom boven! Na jaren van onderdrukking en een leven in kettingen ben ik gered door Ehsan Jami, die grote sociaal-liberale intellectueel. En in navolging van hem heb ik gelijk een Centraal comité voor ex-reiki-beoefenaren opgericht.

Dit de waarheid! De enige waarheid! De reiki-beweging lijkt een gemeenschap van hemelse liefde, met diverse scharen engelen, krachtige knuffelbomen, intuïtieve schilderpriesteressen en stralende stenen waar Indiana Jones van zou dromen. Maar de waarheid is anders. De Schokkende Waarheid Is Heel Anders!

Op grond van mijn individuele ervaring concludeer ik dat onder die fraaie vernislaag reiki niets minder is dan een duivelse sekte, geleid door nietsontziende masters die hun leerlingen veranderen in geestelijke slaven nadat ze eerst hun halve salaris aan hen hebben geofferd! Wekelijks moeten deze ongelukkigen een stuk van hun ziel aan hun master geven om met hun kettingen te mogen rammelen in de geestelijke reiki-kerkers waarin ze verblijven!

Ik was blind, doof en stom. Ik was zwaar gehersenspoeld en had het zelfs geschopt tot reiki master-teacher. En nog had ik het niet in de gaten! De warmte die me beving, het vreugdevolle gezelschap, het versterkte voelen, de toegenomen intuïtie, de heerlijke ervaring om te leven in een bezielde wereld: het was een list, bedrog, een verstikkende deken van kruislings aan elkaar genaaide leugens!

Een aanzet tot een wereldwijde tirannie van tolerantie, een door Al Gore geleide ondergrondse beweging die mij wil onderdrukken; dat en niets minder dan dat, is wat de reiki-beweging nastreeft. Dit Is Het Eerste En Enige Weblog Dat De Demonische Doelstellingen Van Reiki Voor Het Eerst Onthult!

Staat daarom op reiki-slaven en verlaat uw meester, open uw ogen en wandel weg van het spirituele centrum dat u knecht en misbruikt! Met de bekende vrijdenker Ehsan Jami – groot is zijn raam - zeg ik: nu is het tijd om uit te breken, u vrij te vechten uit uw gevangenschap van liefde, acceptatie, begrip en tolerantie, en een baken van duisternis op te richten dat in heel Hilversum zal worden gezien! Weg met de reiki-beweging! En nee, we gaan geen onderscheid maken tussen goeden en kwaden. Het atheïstische Iets van Ehsan Jami kent de zijnen!

Naschrift: Dit is uiteraard een parodie, bedoeld om Ehsan Jami te kietelen (wie was dat ook alweer?). Maar wie schetste mijn verbazing toen ik onlangs op deze site kwam. Als je reiki doet, grasduin hier dan even rond. Het valt me nog mee dat ze J. van N. (in zijn kringen bekend als De C.) nog niet als duivelse genezer aan het kruis hebben getimmerd. Of hadden ze dat al gedaan?

Comments Off

admin op 20 October 2007 in Religie & Spiritueel

Zenmeester Baer ontmoet Boeddha

Ik heb een wijze zenmeester ontmoet. Hij heet Baer en is zeven maanden. Het is een Duitse Staande Draadhaar. Baer heeft me al diverse wijze lessen geleerd. Zoals het trainen om iets met volledige aandacht te doen.

Hij kan bijvoorbeeld vijf minuten in aanvalshouding naar een gevallen blaadje staren in de hoop dat de wind het oppakt, zodat hij het in één beweging kan neerslaan.

De belangrijkste les kreeg ik vandaag; je kunt niet genoeg van Boeddha en zijn inzichten houden, maar zelfs dat moet je op een gegeven moment loslaten om verder te komen. Het zijn beelden. Sommige zijn nuttig, van andere geldt: je kunt heel goed zonder.

In de tuin heb ik een beeldje van Boeddha. In een periode van verhoogde religiositeit groette ik altijd respectvol naar dat beeldje, dat ik eens in de aanbieding bij Intratuin had gekocht.

Natuurlijk weet ik best dat een religieus beeld gewoon een ding is en dat het gaat om de innerlijke waarde die het voor je heeft. Toch was ik nog niet zover om dat idee door ervaring te leren.

Baer heeft me daarmee geholpen. Hij begon vaak te blaffen tegen iets dat zich op tweeënhalve meter boven Boeddha bevond toen deze nog op zijn oude plek stond.

Dat was niet zo fijn voor de buurt, dus heb ik Boeddha in een hangende bloempot geplaatst, zodat de grote verlichte fijn tussen de bloeiende bloemen zat en ook nog een beetje kon schommelen als hij dat wilde.

Een tijdje geleden waren de bloemen in die pot uitgebloeid, de tweede bloei was voorbij, en Boeddha verhuisde naar een grijze pot met bloeiende planten op het terras. In zijn houten achterste een grote spijker om hem goed te laten aarden.

Dat laatste was misschien niet zo respectvol, maar wel praktisch; kerkbeelden die van een paar meter hoogte van hun voetstuk vallen, zouden ook voor vervelende ongelukken kunnen zorgen.

Baer blafte ook niet meer op Boeddha, dus ik dacht: dat hebben we weer gehad. Maar Baer had nog niet genoeg van Boeddha.

Vanmiddag betrapte ik hem terwijl hij met een gelukzalige uitdrukking Boeddha zijn liefde aan het betuigen was; de fraai gevlochten haardos was al weg en meneer was vol vuur aan de hersenen bezig.

Ik moest lachen. Het was mijn beeld van Boeddha dat hij met smaak oppeuzelde.

Wat hij deed had een zenmeester uit het verleden, het type dat leerlingen uit balans haalt om ze tot inzicht te brengen, vast aangesproken. Baer liet me verstaan wat ik via boeken en meditatie niet had begrepen.

Comments Off

admin op 16 October 2007 in Ongewoon & Anders, Religie & Spiritueel

Tomtomisering leidt uiteindelijk tot vervreemding

De wereld hangt onderhand van tomtoms aan elkaar, lijkt het wel. Dat leidt tot vervreemdende ervaringen en misschien ook wel tot een wezenlijk andere manier van leven. Misschien is het tijd voor om de tomtomisering een halt toe te roepen? Een korte filosofische schets voor bij de koffie.

,,Ik kom overal, maar ik weet nooit waar ik ben.” Dat zei me laatst iemand die bekende dat hij inmidels geheel op zijn navigatie-hulpje vertrouwt. Het deed me denken aan een lezing van een filosoof die ik ooit tijdens één van mijn opleidingen heb bijgewoond. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig was het en er was nog lang geen sprake van ingeblikte mannen en vrouwen die ons vriendelijk maar dwingend de weg wijzen.

Die filosoof, de naam is me ontschoten, zei toen ongeveer dit: doordat wij ons steeds sneller laten vervoeren, missen we in toenemende mate een reëel besef van verhoudingen in ruimte en tijd. Anders gezegd: we flitsen per auto, trein en vliegtuig door het landschap en zijn niet meer verbonden met de mensen die er leven en werken en ontspannen, noch met de lokale historie.

Dit proces is nu, onder meer door de navigatiesystemen, met reuzenstappen voortgeschreden. Maar nog belangrijker, we verplaatsen ons overal alsof het reizen als veranderingsproces er niet meer toe doet. We zijn gefocust op de bestemming, terwijl in het leven iedereen zich juist focust op de reis en niet op de bestemming - die immers voor iedereen dezelfde is. De tomtomisering zorgt dus voor vervreemding van ons zelf. In werkelijkheid zijn we altijd onderweg en komen nergens aan, het landschap verandert slechts door onze eigen groei. De middeleeuwse bedevaartgangers wisten dat al. We zijn voorbijgangers (denk ook aan het Thomas Evangelie).

Verder is het bestaan volgens mij ook niet lineair, al doen we met z’n allen al tweeduizend jaar ons best om alles zo voor te stellen. De ouden dachten dat het leven cyclisch was, ongetwijfeld geïnspireerd door de seizoenen en de kringlopen in de natuur. Ik denk echter, al sinds de tweede klas middelbare school, dat het leven bestaat uit een serie momenten die te verbeelden zijn als boven elkaar geplaatste stippen op één of meerdere spiralen- een combinatie van beide visies (kijk naar de mens en denk aan de slangen op de staf van Hermes - de verbeelding van energiestromen in het lichaam- en aan de visie van sjamaan Don Julian in The Year Zero). Vertaald naar de tomtom: we leven op de kruisingen van onze omwegen.

In een niet-lineaire wereld ga je dus niet van A naar B. Het leven is verrassend, als je het durft toe te laten. Op mijn middelbare school heb ik de klas eens perplex doen staan door als totale wiskundige mislukkeling ooit met een vage blik op te merken: ,,Kan het ook zijn dat een lijn niet de kortste verbinding is tussen twee punten?” Ik dacht gevoelsmatig, intuïtief zoals u wilt, aan de verhouding tijd en ruimte en stelde me een kromme voor die sneller was dan een lijn. En wat bleek, toen de consternatie vanwege deze ondenkbaar domme opmerking voorbij was, het idee was zo gek nog niet. Op een veel hoger niveau van wiskunde (waar ik niets vanaf weet).

Niet alleen intuïtie is belangrijk, ook het resultaat van niet-willen (de tegenhanger van de wil van Nietzsche of God). Dat wat gebeurt, schijnbaar buiten ons om. Verdwalen bijvoorbeeld, is één van de gevolgen van niet-willen, een prachtige oefening in (zelf)vertrouwen. Het kan je verrassen op een manier dat iets je echt raakt, misschien wel omdat het geen doel voor jou was om die mensen te ontmoeten of die gebeurtenis mee te maken.

Vergissen en fouten maken is ook heel menselijk – de tomtom weet het altijd beter. Een fout of vergissing wijst je erop dat iets beter kan, bijvoorbeeld je concentratie of je redenering of het leidt tot creatieve nieuwe ideeën of het zorgt ervoor dat iets juist wel of niet gebeurt – achteraf bezien, ontdekkingen bijvoorbeeld of het begin van een amoureuze of vijandige relatie. Of de opbouw van een religieus instituut dat intussen aan een miljard mensen zingeving biedt.

De tomtomisering – niet de tomtom - maakt dat alles kapot. Het is een ontwikkeling die leidt tot een robotmens die slapend door de dag gaat en in de nacht niet meer leeft. De tomtom regelt ons vervoer zoals zoveel reisorganisaties reizen naar het buitenland: je ziet ‘alles’, maar je ontmoet niemand en weet na afloop nog niets van een land en de cultuur. Je bent er niet geweest. Je hebt ook niets gezien. Niemand ontmoet met een naam, met een verhaal, met liefde en met pijn.

Misschien moeten we samen wat meer onderweg zijn en niet voortgaan met zoeken naar ‘een lege plek om te blijven’, zoals Rutger Kopland eens zo fraai heeft gedicht.

Comments Off

admin op 15 October 2007 in Ongewoon & Anders

Nader onderzoek nodig naar ‘Tombe van Jezus’

Sommige boeken zijn het waard om door veel mensen gelezen te worden. ‘The Jesus Family Tomb‘ is zo’n boek. Het is een meeslepende en gedurfde ‘page turner’ die het lezen waard is. Na het verschijnen in de VS, en vooral na de uitzending van de op dit boek gebaseerde documentaire (die om onduidelijk redenen in Nederland nog steeds niet is uitgezonden), kwam een ware stortvloed van reacties op gang.

Veel commentatoren voelden dat hun geloofswaarheden werden ondermijnd en dit vertroebelde hun zicht op de werkelijkheid zodanig dat ze niet meer helder konden denken, zozeer waren ze onder de indruk van deze mogelijke bedreiging van hun zekerheden. Een andere groep mensen liep gelijk met het boek weg, ogenschijnlijk gefrustreerd door het eeuwenlange zwijgen en verdraaien door de kerk, een instituut dat zichzelf heeft benoemd tot hoeder van een heel krachtige boodschap die - ook als de feiten in dit boek waar zouden zijn - veel mensen nog steeds hoop en zingeving kan blijven bieden.

De derde groep is open en onbevooroordeeld en probeert de geboden informatie te plaatsen en te interpreteren door de argumentatie van de schrijvers te toetsen. Zij lezen in dit omstreden boek een boeiende speurtocht die opmerkelijk genoeg uitgaat van de letterlijke waarheid zoals beschreven in de vier evangeliën. Op grond daarvan merken de schrijver dat hun verassing dat er in de vorige eeuw een grafkelder is ontdekt die vanwege bouwwerkzaamheden snel is toegedekt. De erin gevonden ossuaria, beenderenkisten, blijken in een archeologisch archief te zijn opgeslagen.

Na bestudering van de inscripties op de kisten en voortdurend onderzoek, herontdekken de schrijvers de tombe en reconstrueren het waarschijnlijke verhaal dat tot de aanleg en de ontdekking ervan eind vorige eeuw heeft geleid. Dat hun korte bezoek aan de tombe vervolgens niet helemaal archeologisch verantwoord is, valt de schrijvers niet kwalijk te nemen, de omstandigheden in aanmerking genomen. Bovendien: zonder hun inspanning had de wereld er nooit van geweten.

Hun argumentatie en de uitkomsten van de wetenschappelijke testen zijn voor een leek behoorlijk overtuigend. De theorie is, in het kort, dat het in de periode van de historische Jezus gebruikelijk was om lichamen te laten vergaan in een tombe, waarna de beenderen vervolgens apart werden begraven in een kist. In de herontdekte tombe stonden ossuaria met namen van een aantal bekende hoofdrolspelers uit het Nieuwe Testament. Ook heeft daar het waarschijnlijke ossuarium van Jezus de Nazireeër, intussen nog slechts voorzien van enkele botfragmenten, ooit een plaatsje gekregen.

Een belangrijke vondst, als het waar mocht zijn, want Jezus was een man die het aanzien van de wereld enorm heeft veranderd – hoewel misschien via de kerk niet helemaal zoals hij het bedoeld had. De kerk, in Nederland bij monde van het Bisdom Roermond, was er dan ook als de kippen bij om de wetenschappelijke waarde in twijfel te trekken, ogenschijnlijk zonder de documentaire te hebben gezien of het boek te hebben gelezen.

Het enige argument waarmee het bisdom de katholieken weer in slaap wist te sussen was namelijk: Jezus, Jozef en Maria et cetera zijn veel voorkomende namen in die tijd. Ook het gezamenlijk voorkomen van de namen uit het Nieuwe Testament zou heel normaal zijn, puur toevallig en dus niet bijzonder. Anderen zeggen dat het dan net zo toevallig zou zijn om over een paar honderd jaar een graf te vinden met lijkkisten met de namen erop van alle spelers van het bekendste Amerikaanse football team. De combinatie van namen, gecombineerd met aanwijzingen uit de bijbel en feiten uit onafhankelijk onderzoek, is dus wel bijzonder. Onafhankelijk nader onderzoek naar tombe lijkt me dan ook zeer gewenst.

Comments Off

admin op 15 October 2007 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel

Willen wat je hebt, een eenvoudig recept voor geluk

Armoede is een ouderwets woord voor een hoogst actuele situatie die voor duizenden Limburgers dagelijkse realiteit is. In deze periode waarin veel mensen genieten van vakantie, belet armoede velen om vakantie te vieren zoals we dat in onze samenleving normaal zijn gaan vinden.

Deze mensen hebben niet de keuze doordat ze beperkt zijn in hun middelen. Ze hebben niet de vrijheid om te kiezen, zoals de meeste anderen. Vakantie wordt gevierd in ‘Balkonië’ of ‘Hinterhausen’, met af en toe een dagje weg zonder dat het veel kost. Hun keuzes zijn beperkt een dat doet soms pijn.

De over het algemeen toenemende welvaart heeft in onze samenleving namelijk gezorgd voor een grotere roep om keuzevrijheid. Of is het zo dat bedrijven en instellingen voorheen niet-bestaande behoeftes creëren en dat wij daar massaal achteraan rennen, als een hond achter een worst aan een hengel?

Bij de supermarkten liggen tal van exotische producten die anders alleen in het buitenland te vinden waren of, als ze er al waren, alleen in een bepaald seizoen. Zo is het met alles. We worden overspoeld met mogelijkheden.

Grappig genoeg blijkt keer op keer dat veel mensen die kunnen kiezen, niet door hun middelen geremd, geen prijs stellen op een overvloedig aanbod. Zij hebben een luxe probleem, in die zin dat ze de luxe als een probleem ervaren. Een probleem om keuzes te maken.

Een oplossing, ook om voedselverspilling en verdere milieubelasting te voorkomen, is om anders te denken. Niet willen wat de buurman of buurvrouw heeft, ook al is dat in onze maatschappij bijna ondenkbaar. Maar willen wat je hebt, je beperkingen voorzien van een gouden randje.

Een goed voorbeeld daarvan ervoer ik enkele jaren geleden bij vrienden. Hun kinderen kregen niet de dure cadeaus die anderen van hun leeftijd met regelmaat mochten ontvangen. Maar ze waren er tevreden mee. Hun cadeaus waren precies wat ze hadden gewild, zeiden ze, het waren de beste en mooiste cadeaus die ze zich konden wensen.

Een prachtige sleutel tot geluk, ook als de middelen beperkt zijn: willen wat je hebt. Het veronderstelt een impliciete dankbaarheid voor wat je ten deel valt. En een acceptatie van je huidige omstandigheden. Gecombineerd met een positieve instelling (het glas is halfvol en niet half leeg) lijkt me dat een goede houding om het leven te beleven.

Dat neemt niet weg dat je niet zou moeten streven naar verbetering van je situatie. Als je dat doet zonder dat je te zeer gehecht raakt aan je verlangens, is dat perfect. Krijg je wat je wilt, dan is het mooi, krijg je het (nog) niet, ook goed. Dat is moeilijk, maar proberen om zo te leven doet vaak al wonderen.

Comments Off

admin op 13 October 2007 in Ongewoon & Anders

Koopkracht in de troonrede, wat is dat nou eigenlijk?

Gisteren werden de troonrede uitgesproken en de miljoenennota gepresenteerd. De rede van Beatrix, van de hand van Jan-Peter Balkenende, geeft zoals altijd een analyse op hoofdlijnen van de kansen en bedreigingen in de samenleving. Daarnaast mag de koningin in haar verhaal altijd een morele oproep doen ter stimulering van verdraagzaamheid, solidariteit, diversiteit en werzijds begrip. Heel erg goed. Er zijn veel vragen, maar één belangrijk onderwerp smeekt echt om verduidelijking, zowel in de troonrede als in de door Wouter Bos geredigeerde miljoenennota.

Het woord koopkracht, dat deze dagen bij vrijwel alle sprekers naar aanleiding van de rede en de nota voor in de mond ligt. De koopkracht neemt niet toe, vertelde de majesteit ons, de lagere inkomens worden ontzien en de hogere wat meer belast. Voor modale inkomens zou de koopkracht gemiddeld met ongeveer 0,25 procent omlaag gaan.

Maar wat moeten we daar nou mee? Net als bij eerdere besluiten en discussies over de koopkracht weet ‘de gewone man in de straat’ vaak niet wat hij ermee aan moet. Koopkracht is een rekenkundig bepaalde norm die echter vooral theoretisch lijkt en dat maakt de discussies op tv, zoals bij Nova Politiek, abstracte rekenspelletjes (dit is een voorbeeld zoals door een student ontwikkeld) die voor veel mensen niet meer te volgen zijn. Het schuiven met posten en scenario’s lijkt ver verwijderd van de mensen die deze politici hun mandaat hebben gegeven.

Wat merkt de burger in de beurs? Dat is waar het om gaat. En wat zijn de SMART-doelstellingen voor beleid in de toekomst? Het zou een veel beter criterium zijn om vooral te communiceren over concrete voorbeelden van abstracte zaken en meetbare einddoelen zodat iedereen het kan volgen en niet alleen de 2,5 miljoen hoger opgeleiden (hbo en hoger). Waarom niet voorbeeld berekeningen voor een minima-gezin, een modaal en een boven modaal gezin laten zien - inclusief de kosten als vaste lasten, verzekeringen, ziektekosten, onderwijs en levensonderhoud - zodat wij, als niet-economen, ons er wat bij kunnen voorstellen? Een totaalplaatje krijgen waar we wat mee kunnen?

Een kwartje meer belasting betalen voor een pakje sigaretten is voor die mensen veel tastbaarder en herkenbaar dan een vage opmerking over de koopkracht. Het geldt niet alleen voor belastingen, maar ook voor investeringen in ‘het milieu’ bijvoorbeeld; maak het helder, bijvoorbeeld door te stellen: over 10 jaar moeten er geen benzine auto’s meer rijden want dit zorgt voor een 5 procent zuiverdere lucht, pas dan kunnen mensen inhoudelijk (blijven) kiezen. Maak het concreet voor ons burgers. Wij zijn namelijk de mensen die gezamenlijk hebben afgesproken om het regeren bij volmacht over te laten aan de politici die daarom aan ons verantwoording moeten afleggen. Het wordt tijd dat ze die verantwoordelijkheid eens goed gaan invullen.

Comments Off

admin op 12 October 2007 in Politiek & Media

AFM moet toezicht gaan houden op pandjeshuizen

Pandjeshuizen zijn in opkomst. In deze tijd waarin de scheiding tussen de have’s en de have nots gestaag toeneemt, in navolging van trendland de VS, zien veel mensen de pandjeshuizen als een uitkomst om ondanks formele obstakels toch snel aan geld te komen. Een ontwikkeling, die geleid zou moeten worden met heldere en actuele regelgeving. Daar ontbreekt het nu aan. De Autoriteit Financiële Markten zou hierin een actieve rol kunnen spelen.

Pandjeshuizen, pandhuizen en hieraan verwante Banken van Lening zijn al oud. In 1614 werd bijvoorbeeld in Amsterdam de Stadsbank van Lening opgericht, die nu nog steeds bestaat en opereert zonder winstoogmerk. Maar het fenomeen is van nog veel eerdere datum. Vaak wordt de oorsprong herleid tot de vroeg-middeleeuwse stadsbanken of tafels van lening van mensen uit Lombardije, lommerds, die vergunning kregen om tegen een onderpand leningen te verstrekken.

Deze praktijken, die begonnen in de dertiende eeuw, liepen op een gegeven moment helemaal uit de hand, zo lezen we op Wikipedia. Er is sprake van leningen met maar liefst 80 procent interest. De overheid grijpt dan in en beperkt de rente-ontwikkelingen. Ook komt het voor dat de lommerds verplicht worden de beleende goederen zonder tegenprestatie terug te geven. In die klaarblijkelijk roerige tijden konden de overheden zo extreme situaties (relletjes en volksopstanden) tegengaan én iets doen voor de armen.

In de vijftiende eeuw kwamen de overheden zelf in actie. Ze richten vanaf 1462 Stadsbanken van Lening op, mogelijk op grond van het idee dat gericht gedogen beter is dan een ongecontroleerde ontwikkeling die mogelijk veel ellende op langere termijn kan veroorzaken. Ook liefdadige instellingen deden mee - opnieuw werd het initiatief in Italië genomen - in hun geval met zogenoemde Bergen van Barmhartigheid. De paus gaf na enige aarzeling zijn fiat en dat leidde uiteindelijk tot het einde van de lommerds.

Het belenen van waardevolle goederen in ruil voor een lening is echter nooit gestopt. Het was een tijdlang een geaccepteerde handelswijze. Willem van Oranje bijvoorbeeld, heeft tijdens de 80-jarige oorlog eens in Antwerpen een zilveren servies beleend om snel aan geld te komen. Later kregen de stadsbanken en pandjeshuizen namen als de Stoep van Schaamte. Als je je zaakjes voor elkaar had, hoefde je alleen in noodgevallen naar ‘Ome Jan’.

In de economisch slechte tijden die volgden, floreerden de particuliere pandjeshuizen, die nog steeds naast de Stadsbanken van Lening bestonden, telkens weer. De rentes rezen in zulke periodes de pan uit. Eind negentiende eeuw werd er zelfs een speciaal comité en in 1906, als gevolg daarvan, zelfs een heuse Vereeniging tot Bestrijding van den Woeker opgericht. Het gevolg was de Pandhuiswet uit 1910, die nu nog steeds van kracht is.

In de periode van welvaartsgroei na de tweede wereldoorlog leken de pandjeshuizen opnieuw een stille dood te zijn gestorven, maar niets is minder waar. De golfbewegingen in de economie dicteren het komen en gaan van de pandjeshuizen en van andere, meer moderne kredietinstellingen. De laatste vijf tot tien jaar schieten Nederlandse pandjeshuizen als paddestoelen uit de grond. In Limburg zijn er diverse. Cijfers over het aantal Nederlandse pandjeshuizen ontbreken omdat veel pandjeshuizen geregistreerd staan als juweliers of zaken in tweedehandsspullen, aldus de NRC.

De klanten zijn vooral van allochtone afkomst, aldus de krant. Dan kan zijn doordat het taboe op belenen in sommige culturen minder groot is of niet bestaat. Een andere, wellicht meer plausibele reden, is dat onder ‘buitenlanders’ een relatief hogere armoede voorkomt. Andere bronnen stellen daarentegen dat veel van de klanten van pandjeshuizen uit middelhoge inkomensgroepen afkomstig zijn en dat de beleningen het gevolg zijn van te grote aankopen bij een uiteindelijk toch te klein budget. Een gevolg van de wijdverbreide kapitalistische koopziekte dus; het is nooit genoeg.

Soms krijgt de klant bij een pandjeshuis tegenwoordig 80 procent van de bepaalde waarde als lening mee, soms maar 50 procent. De te betalen rente kan oplopen van 10 tot soms 20 procent. Goederen die binnen een bepaalde termijn niet worden teruggehaald, worden verkocht. Het tonen van een identiteitsbewijs is vaak verplicht maar iedere verdere controle ontbreekt schijnbaar. Zowel wat betreft de waardebepalingen als de herkomst van de aangeboden spullen (denk aan het verzilveren van gestolen goederen).

De pandjeshuizen werken ook niet mee aan de BKR-regeling. ‘Ideaal’ dus, voor mensen die al bij diverse kredietverstrekkers bekend staan om hun schulden en ter zelfbescherming geen leningen meer mogen afsluiten. Het gevolg van de gebrekkige wetgeving is volgens de Kamerfracties van PvdA, SP en CDA dat er nu misbruik gemaakt wordt van een kwetsbare groep mensen. ,,Het is idioot dat mensen zich op deze manier financieel naar de vernieling kunnen helpen”, aldus PvdA-er Hans Spekman.

De enige vorm van controle is via de Pandhuiswet. Deze is van toepassing op zogenoemde ‘Banken van Leening’ die bij besluit van een gemeenteraad kan worden opgericht. Het toezicht [op pandjeshuizen] is dan ook aan B&W van een betreffende gemeente, aldus persvoorlichter van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

Gezien de schijnbaar forse toename van het aantal pandjeshuizen en de grote onduidelijkheid omtrent de controle – het heeft er alle schijn van dat veel gemeentes hierin tekort schieten of zelfs niet bewust zijn van hun controlerende taak op grond van dit oude wetje - zou het goed zijn dat deze Pandjeswet wordt geactualiseerd, zoals PvdA, SP en CDA voorstellen.

Maar dat is niet genoeg. Er moet een een instantie zijn die centraal en dwingend toezicht uitoefent of hiervoor de richtlijnen (voor gemeentes) opstelt. Hiervoor is naar mijn mening een rol weggelegd voor de AFM. Die organisatie schrijft namelijk op de eigen website: ‘De AFM houdt toezicht op het gedrag van iedereen die actief is op de markt van sparen, lenen, beleggen en verzekeren.’ Maar niet op de pandjeshuizen en banken van lening, zo bevestigt de woordvoerder, hoewel de AFM hiervoor een zeer geschikte kandidaat zou zijn. Het is hoe dan ook goed om nu richtlijnen op te stellen en niet - zoals meerdere malen in een ver verleden - deze put te dempen als het kalf al verdronken is.

Comments Off

admin op 12 October 2007 in Politiek & Media