Archief voor de categorie 'Religie & Spiritueel'

Ideologie en onderwijs, waar moet het naartoe?

Ideologieën zijn essentieel voor de zingeving, die weer richtlijnen biedt voor de omgang met elkaar en met onze leefomgeving, dus zou er in de primaire scholing aandacht voor moeten zijn. En blijven. De vraag is op welke manier.

In mijn jeugd waren er christelijke en openbare scholen. Zo eenvoudig is het niet meer.

De discussie over openbaar en bijzonder onderwijs wordt tegenwoordig gekleurd door de eisen van de overheid wat betreft vorming en schaalgrootte.

Het zogenoemde duale stelsel wordt op grond hiervan van binnenuit veranderd door pragmatische gelegenheidsverbanden, waarbij de scheidslijnen langzaam wegvallen. Het onderwijsveld is zoals altijd in beweging, maar een heldere richting ontbreekt.

Als iemand die niet geschoold is in deze materie, heb ik mijn gedachten hier eens over laten gaan, geïnspireerd door de afscheidsrede van VU-professor Siebren Miedema over dit onderwerp.

Als ik het goed begrijp, heb je scholen met een ideologisch bepaalde identiteit die tot uitdrukking komt in de voorgestane normen en waarden, de schoolbeleving van alledag (de sfeer, de omgangsvormen, de voorzieningen), en speciaal hiervoor ingelaste momenten, zoals vieringen.

Dit in contrast met openbare scholen - hoewel je ook zou kunnen betogen dat die impliciet de kennis die verkregen is via de hedendaagse wetenschap als een richtinggevende vorm van hoogste weten zien, ook een soort ideologie.

Daarnaast zijn er scholen met een bepaalde onderwijsvisie. Deze visies, een soort grote verhalen, verschillen van school tot school en bestrijken het gehele spectrum aan scholen.

Verder is er de door de overheid voorgestane vorming. Die is schijnbaar deels gericht op burgerschap; hoe word je optimaal voorbereid om effectief te functioneren in de samenleving.

Dit element van de vorming sluit aan bij de onderwijsvisie, die tegenwoordig wellicht meer marktgericht is vanwege het in het westen dominante neo-liberalisme.

De vorming heeft vermoedelijk ook een ethische component; hoe kun je goed, gelukkig en/of zinvol leven.

Een aspect dat mijns inziens past bij de ideologisch bepaalde identiteit, die in essentie te herleiden is tot geluksbeleving en/of het vermijden van lijden, maar, zoals gezegd, ook van invloed is op de sociale en ecologische belevingswereld.

En dan is er nog het godsdienstonderwijs - of hoe dat tegenwoordig heet. Dat is op ideologische scholen een op kennis gerichte verdieping van de ideologische component. Op openbare scholen is de invulling gericht op meerdere ideologieën (meestal religies).

Wat ik uit dit alles opmaak, een voor een leek verwarrend geheel met overlappende verhalen, is dat er sprake is van een waarden- en een stammenstrijd. Misschien wel van meerdere.

Het duale stelsel (geen of in de huidige situatie een religieuze ideologie) heeft als voordeel dat de ideologie op ideologische scholen beter wordt uitgediept.

Maar dat maakt van de leerlingen in dat (ideologische) opzicht eenzijdig gevormde wezens in een maatschappij die zeer veelzijdig en dynamisch is. Dat kan toch geen enkele onderwijsvisie of visie op vorming in redelijkheid willen bepleiten?

Misschien is er een tussenvorm mogelijk. Waarom niet in een waardenhiërarchie alle scholen op (de vierde) humanistische ideologie gronden (alle scholen worden bijzonder), met, een niveau lager, vrijheid van onderwijsvisie – mits die niet (op een andere wijze) ideologisch is onderbouwd / wordt ingevuld?

Godsdienstonderwijs, dat vooral kennis gericht is, zou, nog een niveau lager, kunnen worden ondergebracht bij (de te verplichten vakken) filosofie (reflectie) plus (niet ideologisch gekleurde) meditatie (beleving).

Het laatste zorgt voor een aantoonbare meerwaarde in het onderwijs, via groter welbevinden, inzicht en (direct of indirect) verbeterde studieprestaties (vorming).

De grote praktische vraag is natuurlijk is of het huidige stelsel ooit geheel volgens één “model” hervormd kan worden. Wellicht is dat mogelijk via eisen die worden gekoppeld aan de financiering door de overheden.

De huidige ideologische scholen zullen protesteren omdat ze moeten “inleveren”, de openbare scholen omdat ze een ideologie moeten omarmen, ook al is dat waarschijnlijk de meest universele in de westerse wereld.

Desondanks is een idee als dit op lange termijn misschien wel noodzakelijk voor het behoud van de diversiteit aan en vooral de onderwijskundig verantwoorde inbedding van ideologieën binnen het onderwijs.

Picture stolen from the site of the Ebenezer International School Bangalore.

Geen Reacties »

admin op 26 January 2013 in Religie & Spiritueel

Over ’s Hertogenbosch, Maria en de draak

’s Hertogenbosch is gebouwd rondom een Keltisch cultuscentrum, rekening houdend met de energielijnen in de stad. Dat stelt architect Jan van der Eerden in zijn boek “Een middeleeuwse stad vol gulden energie – Spirituele opgravingen in ’s Hertogenbosch en andere daarmee verbonden plaatsen” (Stichting Cultuurfonds ’s Hertogenbosch, 2012).

Het cultuscentrum bevond zich op de plaats op de Markt waar eerder het Puthuis en een marktkruis stonden. Deze krachtplek, een axis mundi, is gesitueerd op een krachtige van west naar oost lopende energielijn, een zogenoemd drakenpad, waar ook de drakenfontein naar verwijst, die de stad doorkruist.

De stichters van de stad hebben hiermee rekening gehouden, veronderstelt Jan van der Eerden. Net als met de twee andere energielijnen in de stad die samen een driehoek vormen waarvan de punten liggen op de drie belangrijkste pleinen. Verder zou een later aangepaste versie van een Romeins grondpatroon zijn gebruikt, een campus initialis, en de levensbloem, bekend uit de sacrale geometrie.

Daarnaast heeft de schrijver een door mensen gemaakte energiering rond de oude stad herontdekt die overeenkomt met de grens van de uitstraling van de axis mundi op de Markt. Deze “gouden ring” was bedoeld ter bescherming en werd waarschijnlijk jaarlijks bekrachtigd met een ommegang langs verschillende staties, vergelijkbaar met de Maria-ommegang in de binnenstad, die overigens voert langs de genoemde driehoek.

Niet alleen de positie van pleinen en straten, ook die van diverse Bossche gebouwen is te begrijpen vanuit de door hem gereconstrueerde energetische blauwdruk van de stad, betoogt Jan van der Eerden. Met name gebouwen uit de gotiek en de neogotiek; binnen die stromingen was veel aandacht voor sacrale geometrie en geomantie.

Hij verduidelijkt zijn verhaal met voorbeelden uit binnen- en buitenland, tekeningen en berekeningen, mythologieën, fragmenten uit alternatieve wereldopvattingen en observaties van paragnosten. Ook vertelt hij over zijn strijd voor het behoud van het architectonisch erfgoed in ’s Hertogenbosch. Dit alles maakt zijn betoog niet eenvoudig om te volgen, wel buitengewoon boeiend.

Wat opvalt in dit verband, als we de argumentatie van Jan van der Eerden goed begrijpen, is de grote rol die de in 1318 opgerichte Illustre Lieve Vrouwe Broederschap, bekend van de gezworen leden de Zwanenbroeders, schijnbaar achter de schermen heeft gespeeld bij de ontwikkeling van ’s Hertogenbosch. Met gebruikmaking van de blauwdruk.

Door de bouw van de kathedraal in 1380, de “herontdekking” van een “wonderbeeld” van Maria een jaar later (sic) en een jaarlijkse Maria-ommegang (met een theatraal moment over Sint Joris en de draak bij de axis mundi) heeft de broederschap de stad via inkomsten uit pelgrimages en het stimuleren van bedrijvigheid een enorme economische, culturele en spirituele impuls gegeven. Honderden jaren lang.

De kathedraal, een ontwerp van een lid van de broederschap waarvan ook het Zwanenbroedershuis sinds 1483 op het drakenpad staat, was namelijk niet gelijk af. Er is nog tot 1529 aan gebouwd, een periode die grofweg samenvalt met de bloeiperiode van deze voor de verering van Maria opgerichte broederschap; tussen 1460 en 1530.

De realisatie van de gotische kathedraal was wat we nu een miljoenenproject zouden noemen. In die tijd telde de broederschap duizenden leden, onder wie heel machtige uit binnen- en buitenland. Dat zal niet geweest zijn vanwege de aflaten of het stimuleren van de lokale muziekcultuur. Het lijkt het erop dat de broederschap de club was om zaken te doen, met name in de (gotische) bouwwereld. De gotiek was toen erg populair.

Voor de gelovigen draaide alles om het “wonderbeeld” van Maria. Dat stond op de welddadige locatie waar het drakenpad de kathedraal doorkruist en eerder een beeld van Johannes de Doper een plek had gevonden. Maar, zoals in de kathedraal van Chartres, is er volgens Jan van der Eerden al gauw voor gekozen om een (zwarte) Maria de plaats te laten markeren waar de krachtige “hemelse” energie aan de aarde ontspringt als bron voor heling.

In 1629 werd het beeld weggehaald om politieke en wellicht ook spirituele en economische redenen; ’s Hertogenbosch was ingenomen door Frederik Hendrik. De ommegang werd afgeschaft en daarmee kwam de “motor” van de stad helemaal tot stilstand. Wat er gebeurde na de terugkomst in 1853 onderstreept de vermeende relatie tussen Maria-verering, pelgrimages, bedrijvigheid, bouwprojecten en de blauwdruk.

Al snel werd kathedraal weer een erg belangrijk pelgrimsoord. Maar wat pas echt een “mirakel” was: enkele tientallen jaren later raakte een nieuwe stroming in de architectuur in zwang, de neogotiek. Daarbij was ’s Hertogenbosch opnieuw één van de voorlopers, zoals eerder bij de (Brabantse) gotiek. En diverse toen gerealiseerde neogotische gebouwen passen binnen de blauwdruk, bijvoorbeeld de (verdwenen) Leonarduskerk.

Het zeer interessante en boeiende boek van Jan van der Eerden biedt een schat aan informatie en nodigt uit tot dit soort gevolgtrekkingen. Maar kloppen zijn conclusies ook? Of zijn ze het werk van een briljante “morosoof”, een geleerde dwaas, zoals Matthijs van Boxsel suggereert door de schrijver op te nemen in zijn in 2001 verschenen encyclopedie over dit onderwerp? Dat zou kunnen.

Veel waarschijnlijker is het, dat wij tegenwoordig niet meer het door en door religieuze, symbolische en magische wereldbeeld van de late middeleeuwers verstaan; de tekens niet meer kunnen lezen. En wat betreft het bestaan van energielijnen en krachtplaatsen: iemand die deze energie niet ervaart, zal daar nooit van kunnen worden overtuigd. Dat heeft niet te maken met ideologie of wetenschapsopvatting, maar met gevoeligheid.

Geen Reacties »

admin op 17 January 2013 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel

Over de Rozenkruizers, een winterkoning en de wetenschap

De Rozenkruizersmanifesten deden begin zeventiende eeuw veel stof opwaaien in Europa. De allegorische verhalen over Christian Rosenkreutz propageren volgens Frances Yates een verlichte natuurwetenschap en godsdienstvrijheid, met de Palts onder bestuur van Frederik V als een ideale staat die hiervoor ruimte biedt en daarom steun verdient. Onlangs verscheen haar ‘De verlichting van het Rozenkruis’ uit 1972 in een erg fraaie editie bij Synthese.

Begin zeventiende eeuw zorgen de Reformatie en late Renaissance ervoor dat kleine groepjes mensen zich meer gaan richten op proefondervindelijk verkregen kennis dan op katholieke dogma’s over de werkelijkheid.

Deze natuurwetenschappers, sociale wetenschappers, kunstenaars, schrijvers en filosofen doen hun werk noodgedwongen ondergronds vanwege de dominante invloed van de katholieke kerk, die het protestantisme als een dwaling ziet, sympathisanten daarmee in de ban doet en van vrijdenkers al helemaal niets moet hebben.

In de mysterieuze Rozenkruizersmanifesten krijgen deze “onzichtbaren” een anonieme stem die luid klinkt tot in de uithoeken van Europa. Met steun uit protestantse hoek en geïnspireerd door wetenschapper John Dee willen ze vernieuwing op wetenschappelijk, cultureel en politiek gebied.

Ze verpakken hun krachtige boodschap in leerzame allegorische vertellingen met theatrale elementen over de vermeende stichter Christian Rosenkreutz en hun genootschap - wellicht in der aard te vergelijken met het bij vrijmetselaars bekende toneelstuk over Hiram Abiff.

Dankzij de opkomst van de boekdrukkunst zorgen de geschriften van de Rozenkruizers voor behoorlijke onrust in ontwikkelde kringen en aan de westerse hoven. Ze vormen vooral een bedreiging voor het morele en intellectuele gezag van de katholieke kerk en daarnaast van de algehele stabiliteit in het mede op religieuze gronden verdeelde Europa.

Na een aantal jaren verdwijnen de Rozenkruizers in de stilte waaruit ze gekomen zijn ondanks dat er in Europa honderden reacties in druk verschijnen en de speculaties over de leden en de werkelijke doelstelling van het genootschap op het dieptepunt ronduit hysterische proporties aannemen.

De Jezuïeten van “de Antichrist” suggereren op het laatst zelfs dat zij de Rozenkruizers zijn, dat verborgen genootschap, schijnbaar op basis van de bekende katholieke tactiek: bedreigende invloeden inkapselen wanneer onderdrukken faalt.

De studie van Frances Yates verklaart wat zich achter de schermen afspeelde en waarom het stil bleef. Het heeft te maken met de politieke en religieuze verhoudingen in Europa en vooral met het mislukken van een heel inspirerend politiek experiment, waaraan in bedekte termen wordt gerefereerd.

Deze werken roepen niet alleen op tot een wetenschappelijke omwenteling, ze vertellen ook het succesverhaal van keurvorst Frederik V die daar in de Palts alle ruimte voor bood.

Het bestuur van Frederik V duurt van 1610 tot 1623. In die tijd vormen de protestantse Palts een staat met relatief grote godsdienstvrijheid waar verlichte wetenschap en cultuur floreren. Het indrukwekkende Kasteel Heidelberg is dan een toevluchtsoord en wetenschappelijke tempel voor diverse onzichtbaren.

De problemen beginnen als Frederik V in 1619 koning wordt van Bohemen, dat in 1618 in opstand was gekomen tegen de rooms-katholieke keizer Ferdinand II die zichzelf dat jaar tot koning had laten uitroepen.

Ferdinand II gaat Frederik V in 1620 een lesje leren en verslaat hem tijdens de slag bij De Witte Berg. Hoewel Frederik V lid is van de Protestantse Unie laten de Europese protestantse prinsen hem stikken als zijn schoonvader koning Jacobus I van Engeland, een opportunistische zwakkeling, hem niet te hulp schiet.

Dan is het gebeurd en valt de liberale droom, die als voorbeeld geldt voor onder meer het gebied Venetië, in stukken. De keurvorst vlucht naar Den Haag, waar hij eindigt aan de Kneuterdijk en vanwege het bestuur van Bohemen, dat één winter duurde, wordt herinnerd als de Winterkoning.

In haar boek reconstrueert Frances Yates op scherpzinnige en originele wijze de bronnen voor het gedachtegoed achter de Rozenkruizermanifesten, waarvan de eerste gepubliceerd zijn in de hoogtijdagen van de Palts-tijd van Frederik V.

Duidelijk wordt, dat hier niet gaat om een marginaal esoterisch genootschap, maar om een groep wetenschappers die fictie gebruikten om hun omstreden denkbeelden te verspreiden, met de Palts als voorbeeld van een ideale, liberale staat - die steun verdient.

De broederschap van de Rozenkruizers zelf, als deze al bestond, telde waarschijnlijk slechts een handjevol mensen met goede contacten met protestantse drukkers, en was ogenschijnlijk aan dat doel ondergeschikt.

Uit haar studie blijkt ook dat de inspanningen van de Rozenkruizers niet moeten worden veronachtzaamd. Comenius is erdoor beïnvloed en later vormden “de onzichtbaren” zeer waarschijnlijk de inspiratie voor de befaamde Royal Society via diens schimmige voorloper “het onzichtbare college”.

Ondanks het mislukken van het politieke experiment in de Palts en in Bohemen, Praag was destijds een bruisend centrum van wetenschap en cultuur, hebben de historische Rozenkruizers schijnbaar zo hun belangrijkste doelstelling alsnog gehaald: de start van een nieuwe, proefondervindelijke manier van wetenschap bedrijven, voorbij de dogma’s van de katholieke kerk.

Elaine Pagels: Openbaring routekaart voor revolutie

Openbaring is vaak gebruikt voor diverse vormen van inlegkunde, onlangs nog in de Verenigde Staten, maar is geschreven als een verhuld anti-Romeins geschrift. Dat betoogt Elaine Pagels in het dit voorjaar bij Ten Have verschenen werk ‘Het vreemdste bijbelboek - Visioenen, voorspellingen en politiek in Openbaring’. Later werd het onder Romeinse invloed ingezet tegen de oorspronkelijke joodse volgelingen van Jezus.

Openbaring is rond 90 van onze jaartelling geschreven en moet worden gezien als “oorlogsliteratuur”, aldus Pagels, die de afgelopen decennia naam verwierf als een deskundige die de gnostische boeken uit Nag Hammadi voor een breed publiek toegankelijk maakte.

Een belangrijke reden voor het schrijven van het boek was de onderdrukking van de joodse opstand door de Romeinen in het jaar 66 en de verwoesting van de tempel in Jeruzalem. Deze revolte ontstond onder meer vanuit protest tegen de regeling van de overheersers dat het joodse geloof mocht worden gepraktiseerd mits ook de Romeinse goden, inclusief de keizer, werden geëerd, zodat de eenheid in het rijk niet werd ondermijnd.

De joodse schrijver van Openbaring wilde wraak na die bloedige gewelddadigheden, aldus Pagels, en schreef zijn boek als anti-Romeinse propaganda, als een soort routekaart voor een revolutie. Hij maakte daarbij gebruik van de Bijbelboeken Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Daniël, én van recente ingrijpende gebeurtenissen, zoals de uitbarsting van de de Vesuvius in 79 van onze jaartelling.

Volgens Pagels staat deze ‘Johannes van Patmos’ hiermee in een lange profetische traditie die teruggaat tot oerverhalen over de draak (slang) uit Babylon die verslagen moet worden. Babylon is de grote overheersende macht. Eerst werd hiermee Egypte aangeduid, in Openbaring het Romeinse Rijk. Met het beroemde beest “666″ in Openbaring wordt Nero bedoeld.

Een andere element uit die drakentraditie komt ook terug, betoogt Pagels: hoop voor gelovigen die ‘heilig’ blijven in seksueel, sociaal en religieus opzicht; de schrijver richt zijn pijlen via de ‘haat van Jezus’ behalve op het Romeinse Rijk ook op de heidense volgelingen en apostelen van Paulus, zoals Ignatius, want het oorspronkelijke messias-geloof – zoals voortgezet door Jezus’ broer Jakobus in Jeruzalem - moest volgens hem wettisch joods blijven.

Maar de historie verliep anders en de Paulinistische gelovigen wonnen de strijd en stichtten op basis van het joodse geloof en de intussen in de verdrukking geraakte joodse messiasbeweging een nieuwe religie: het christendom, waarin onzuiverheden als huwelijken met niet-joden wel mogelijk waren. Ook de joodse besnijdenis van jongens was niet meer verplicht.

Interessant is vervolgens het enigszins complexe betoog waarin Pagels aantoont dat Openbaring later is gegijzeld door de laatste groep, die minder problemen had met de Romeinse overheersing. Het kwam zelfs in de canon terecht na de invoering van het katholieke christendom als staatsgodsdienst door Constantijn.

Vooraf werkte de keizer enkele tientallen jaren aan de voorbereiding van deze operatie, bedoeld om hervormingen door te voeren en het rijk te consolideren. Hij stond de nieuwe godsdienst toe die geen andere goden dan de eigen god wilde aanbidden, zag goedkeurend dat de hiërarchie van de katholieke kerk werd afgeleid van die in het Romeinse leger, stelde (katholieke) christenen vrij van belastingen en plaatste ze op strategische posities in zijn rijk. Constantijn nam zelfs enkele katholieke bisschoppen in staatsdienst, onder meer om graanschuren te beheren.

De rol voor Openbaring leek uitgespeeld, maar het tegendeel bleek het geval. Het rebelse boek was dankzij de verhullende vorm ideaal voor meerdere interpretaties. Voortgekomen uit het hart van de Jezus-traditie, werd het vanaf dat moment gebruikt om niet-katholieke christelijke groepen te demoniseren, onder meer de joodse messianistische groep waartoe ‘Johannes van Patmos’ zich waarschijnlijk rekenende.

Was Nero voor de schrijver ervan nog “het beest 666″, diens opvolger Constantijn kon vanwege grote wereldlijke macht op alle steun rekenen van de winnende katholieke factie. Het Romeinse rijk werd gekerstend en het joodse messiasgeloof geromaniseerd. Sindsdien is de joodse messias een gevangene van de Romeinse draak.

‘Mijn oog staat open voor de schoonheid van jouw gelaat’

‘Vorst der vorsten, schenker van innerlijke kracht, was ik maar een ster die in het wentelend hemelgewelf het stof van jouw voorportaal kust’. Een fragment van Ghazal 12 van Hafez van Sjirãz (1320-1390) van wie onlangs in vertaling van Sipko A. den Boer een beknopte bloemlezing is uitgekomen onder de titel ‘De Kroeg van Hafez’ (Synthese, 2012).

Hafez is een dode dichter die in Iran bij velen in de harten leeft. Een groot aantal Iraniërs heeft een exemplaar van zijn ‘Diwãn’ thuis, vanwege de schoonheid en voor waarzeggerij; zijn werk is doordrenkt van Koranteksten.

Hij wordt de Shakespeare van de Perzische literatuur genoemd. Er is echter een belangrijk verschil. Shakespeare kun je vrij goed lezen zonder kennis van alle verwijzingen naar bestaande personen en hun verhalen, bij Hafez is het ontbreken van een passend referentiekader van veel grotere invloed.

Een rondgang op internet leert dat het vertalen van Hafez vaak is uitgemond in herschrijven; bijna de enige manier om de magie zonder talloze voetnoten over te dragen aan westerse lezers. Dat zorgde geregeld voor de nodige opschudding, met name binnen literaire kringen.

En inderdaad, hoe fraai sommige teksten ook zijn, pas na uitleg van de beeldtaal en de vele (con)tekstuele verwijzingen (meestal naar de Koran, die de dichter uit z’n hoofd kende) komen de meeste van deze bloemen in onze taal tot volle bloei.

Over de dwarse dichter die ze schreef, is niet veel bekend. Hafez volgde het smalle esoterische pad binnen de islam, waardoor reizigers zoals hij vaak in conflict komen met de culturele conventies; gevuld en bezeten als ze zijn van hun streven naar heilige eenheid.

Hafez was daarin authentiek en consequent, omdat hij zelfs publiekelijk de hypocrisie binnen de toenmalige soefi orthodoxie hekelde. Hierdoor raakte hij overigens bijna aan de bedelstaf. Pas aan het eind van zijn leven vond hij weer een mecenas die hem wilde steunen.

Hij schrijft vooral over de (problemen rond de) mystieke eenwording met de geliefde, een thema dat we ook tegenkomen bij Roemi. Hafez gebruikt hiervoor alledaagse beelden, bijvoorbeeld van vrouwen, wijn en het wijnhuis.

Islamitische puriteinen zijn ervan overtuigd dat dit altijd zuivere beeldspraak is, maar als nieuwe lezer ben ik niet gelijk overtuigd. Het lijkt me niet uit te sluiten dat Hafez wel degelijk (eens) heeft geproefd van vrouwen en wijn.

Neem dit fragment uit Ghazal 22: ‘Bezweet, beschonken, met verwarde lokken, lachende mond, het hemd gescheurd, oden zingend, een bokaal in de hand, met smachtende ogen, uit op ruzie en met lippen vol verwijt, kwam ze gisteren in het holst van de nacht zitten aan mijn bed.’

Enkele beschrijvingen zijn zelfs licht erotisch. Denk aan het hierboven aangehaalde fragment uit Ghazal 12 over het kussen van het voorportaal. Het woord ‘voorportaal’ doet denken aan de voorhof van de joodse tempel, de entree tot de plaats van heilige vereniging.

Daarentegen toont hij verderop in deze Ghazal dat het in dit liefdesgedicht in wezen gaat om een uitnodiging aan het onuitspreekbare: ‘Kom je bij ons voorbij, til dan je kleed op, waaraan geen stof of bloed kleeft’; de uitgenodigde is op, maar niet van deze aarde.

Hafez’ gedichten, afgaand op de selectie in deze bundel, lopen daarnaast over van de wijn. Ook dat zal vaak symbolisch bedoeld zijn, met het hart als de kelk, maar opnieuw is er twijfel. Zo lijkt de dichter zich soms echt te verdedigen voor zijn ‘dronken’ gedrag. En in Ghazal 41 schrijft hij: ‘De kruiken bruisen en borrelen van dronkenschap, en de wijn erin is echt en niet symbolisch’.

‘De Kroeg van Hafez’ laat ons kennismaken met het bijzondere werk van Hafez, dat, in tegenstelling tot het meer universele van Roemi, vanwege culturele beperkingen niet eenvoudig kan worden ontsloten. De uitleg in de inleiding is daarbij onontbeerlijk.

Gelukkig staan er ook zinnen in die je direct kunnen raken, zoals deze uit, alweer, Ghazal 12: ‘Als een valk ben ik voor alle werelden geblinddoekt – mijn oog staat alleen open voor de schoonheid van jouw gelaat’. Dat je niet weet waar het oog en de valk voor staan, doet er dan even niet toe.

Maria Felling, van bezetene tot reinigend medium

Bij Petiet, die andere uitgeverij van spirituele boeken, verscheen dit jaar ‘Opdracht van een Engel’ van Maria Felling. Het autobiografische boek gaat over een vrouw wiens leven een hel was tot ze succesvol werd in haar gevecht tegen entiteiten en negatieve energieën. Roy Martina, een bekende holistisch werkende arts met uitstekende reguliere getuigschriften, schreef het voorwoord.

De verschrikkelijke geschiedenis van Maria Felling begint met een seance bij haar ouders thuis. Het is 1944, we zijn in Nederland. Maria Felling kijkt stiekem toe en voelt dat een ‘man’ bezit van haar neemt, een schimmige gestalte wel te verstaan. Hij stapt als het ware haar lichaam binnen. Meteen daarna hoort ze een stem in haar hoofd: ‘Zo, nu heb ik je’.

‘Vanaf dat moment nam mijn leven het scenario van een horrorfilm aan.’ Haar stiefbroer begint haar stelselmatig te misbruiken en te martelen. De schrijfster wordt hierdoor woest op de hele wereld en wil niet meer aangeraakt worden. Haar moeder, onkundig van het misbruik, noemt haar wild en onhandelbaar. Ze wordt gezien als een zwakzinnige.

De ellende gaat door; ze wordt verkracht door een buurjongen, regelmatig onzedelijk betast door de vriend van haar zus en op school getreiterd door drie meisjes die zelfs sigaretten op haar lichaam uitdrukken. Tijdens een stage wordt ze door een vriend van de familie onzedelijk betast.

Psychisch zit de schrijfster vervolgens jarenlang op de bodem van de put. Overdag is ze volledig geblokkeerd, willoos, ze wordt gek van de negatieve stemmen in haar hoofd en het lijkt of elk sprankeltje zonlicht in haar leven is gedoofd. ’s avonds voelt het voor haar alsof entiteiten regelmatig seksueel bezit van haar nemen; ze is nooit vrij, heeft nooit rust, geen privacy en kan niet genieten.

Ogenschijnlijk doordat ze veel in het grensgebied tussen bewustzijnstoestanden verblijft, de gesteldheid waarin dit soort fenomenen veel voorkomen, ervaart ze in Venetië en Rome, tijdens een reisje met christenjongeren, flarden van eerdere levens.

Thuis gaat het gewone leven door. Ze wordt gemolesteerd door twee jongens, die haar het plezier in het paardrijden bijna vergallen. Door een incident, waarbij ze mogelijk onbewust haar eigen situatie gespiegeld ziet; een duivels ogende jongen mishandelt een prachtig paard als niemand kijkt, stopt ze tijdelijk met paardrijden.

Positieve en negatieve ervaringen wisselen elkaar af. Zo wordt Maria Felling hulp in de huishouding in een normaal gezin, ze krijgt zelfs pianoles en de goede tijden lijken aangebroken. Tot de man en vrouw een ongeluk krijgen; einde verhaal.

Op haar vijfentwintigste geeft ze paardrijles in een manege. Daar ziet ze weer de verschijning van de seance in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens het wandelen met haar paard Bonnie ontmoet ze illustrator Anton Pieck en Lex Goudsmit. Ze waardeert dit korte moment, waarin ze met normaal respect wordt bejegend.

Haar paranormale vermogens ontwikkelen zich geleidelijk. Zo heeft ze op haar zesentwintigste een paard dat ze met haar gedachten kan sturen. Maar voor man-vrouw relaties heeft ze nog steeds een antenne waarmee het op z’n zachtst gezegd behelpen is.

Ze ontmoet een man, de eerste die ze in seksueel opzicht vertrouwt, een man zonder vaste verblijfplaats en met wisselende inkomsten. Het wordt niets en later blijkt hij haar te hebben bedrogen met een vrouw die intussen zwanger is. Vrienden zetten een contactadvertentie en een half jaar later is ze getrouwd en zwanger, maar de demonische stemmen in haar hoofd blijven.

Zo is ze ervan overtuigd dat haar pasgeboren kind dood is door het triomfantelijke gelach in haar hoofd. Ze gelooft pas het tegendeel als ze het perfect gezonde kind in haar armen neemt. Deze dochter wordt jaren later ’s nachts gillend wakker en vertelt over schimmen en deuren die zonder oorzaak opengaan. Bij logerende vriendinnen van haar dochter wordt aan de haren getrokken en het voelt alsof er muizen over hun lichaam lopen.

In haar hoofd is het nog steeds een duivels strafkamp, al helpt meezingen met de muziek uit de film ‘Jesus Christ Superstar’ om de stemmen te onderdrukken. Na de scheiding van haar man ligt ze zes weken plat, naar eigen zeggen doordat de entiteiten willen laten zien wie de baas is.

Volgens haar worden de entiteiten aangevoerd door de Strijders van de Duisternis die het opnemen tegen de Strijders van het Licht. Dit aan de hand van een inzicht over de strijd in een Kathaars dorp in de twaalfde eeuw. De aanvoerder van de zwart geklede bad guys is de man die ze voor het eerst zag tijdens de seance. Hij heeft haar destijds vervloekt, daarvan is ze overtuigd.

Zelf hoort ze uiteraard bij de witten. In die tijd is ze onder behandeling van Lady of the Light Jomanda, het omstreden medium dat healing vanuit de achterkamertjes naar de wereld van de showbizz heeft gebracht. Haar behandelingen helpen uiteindelijk onvoldoende om de welgeteld achtentwintig entiteiten te verbannen.

Na Jomanda wordt een hele reeks ‘mindere goden’ ingeschakeld. Vaak ontsteekt Maria Felling in een oer-boosheid als iemand haar wil helpen, waarbij de grens tussen haar woede en bezetenheid niet altijd duidelijk is. Een ingeschakelde healer, tijdens een sessie die door enkele entiteiten bezeten, wordt er zelfs bang van.

Een trance-medium en een pastoor concluderen dat Maria Felling de fenomenen zelf produceert (een conclusie die veel psychiaters trekken bij internationaal onderzoek naar katholieke gevallen van vermeende bezetenheid); het zijn onverwerkte emoties. Ze blijven samen een nacht in het huis van de schrijfster, vallen in slaap en worden wakker als de schrijfster midden in de kamer staat. De kamer is een ravage.

Een aantal nachten later ziet Maria Felling in een spiegel in plaats van zichzelf een prachtige man van bovenaardse schoonheid. Ze hoort de naam ‘Raphaël’ en concludeert dit is de aartsengel Raphaël. De hoge engel neemt haar in zeven nachtelijke uitstapjes mee naar de bron van goddelijke energie, maar de strijd is nog niet gestreden. Zo wordt een therapeute, die goed werk doet, nog door de patiënt aangevallen als deze is overgenomen door haar tegenstrever, de leider van de Strijders van de Duisternis.

Later wordt deze man onder leiding van de aartsengel, die een steeds belangrijker rol gaat spelen in het leven en de heelwording van Maria Felling, meegenomen naar het licht. Maar daarmee is de ellende van alle andere zwarte entiteiten, naar haar overtuiging afkomstig van mensen uit vorige levens die een reden zouden hebben om haar te haten, nog niet voorbij.

De aartsengel leert haar een techniek om de negativiteit te verwijderen. Maria Felling roept eerst alle negativiteit in haar wezen, zodat haar aura helemaal zwart wordt. Daarna wordt er een zuil van licht in haar geplaatst, van de kruinchakra naar beneden, waarin het kwaad gevangen raakt.

Als al die negativiteit niet kan vluchten, een proces waarbij het medium fysiek en psychisch wordt geradbraakt, volgt overgave. Tot slot begeleidt ze de entiteiten onder begeleiding van de aartsengel met de meest liefdevolle gedachten naar het licht. Dit soort reinigingen voert Maria Felling nu regelmatig uit en behalve bij personen ook bij woningen.

‘Opdracht van een Engel’ maakt grote indruk door het levensverhaal (later wordt de schrijfster ook nog blind), maar bovenal zet het aan tot nadenken over bezetenheid en entiteiten. Vanuit psychiatrische en theologische hoek is hier de laatste jaren al wat meer over gepubliceerd (met name in het Engelse taalgebied). Het boek is een waardevolle aanvulling hierop, doordat het vanuit de patiënt is geschreven, aantoont dat er altijd een uitweg is en bevestigt dat persoonlijke belevingen en overtuigingen fundamentele bouwstenen zijn van onze werkelijkheid. Een aanrader voor psychiaters, psychologen, pastoors en paranormaal genezers.

(Afbeelding van Asterion’s Occult Art)

Geen Reacties »

admin op 20 December 2011 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel

Jezus zei: ‘Beter voor hem als hij van een flat wordt geduwd’

Het Jezus-verhaal wordt op veel manieren verteld en uiteraard ook geparodieerd. Zo zijn er strips waarin een pittige Jezus de strijd aangaat met zombies, actiehelden en Zeus. Een mooie titel is bijvoorbeeld ‘Manga Messiah’, met als onderkop: ‘Has he come to save the world… or destroy it?’ Onlangs verscheen het Jezus-verhaal in straattaal. Geen parodie, maar een poging om jongeren op straat in hun taal aan te spreken. Het Evangelie van Mattheüs werd hiervoor omgeschreven tot ‘De torrie van Mattie’ (Ark Media, 2011).

De doelgroep voor dit bekeringsboekje, nu al in de tweede druk, bestaat uit jongeren die waarschijnlijk niets van de bijbel weten. Laat staan van de interpretaties, de historische totstandkoming en de culturele en religieuze contexten waarin de verhalen zouden moeten worden gelezen. Daarom gebruikt schrijver Daniel de Wolf, kerkleider in Rotterdam en voormalig Youth For Christ-jongerenwerker, begrijpelijkerwijs de basale variant van het Jezus-verhaal.

Het eerste dat opvalt als je de ‘torrie’ leest, is dat de hoofdpersoon geen straatnaam heeft. Hij heet Jezus ‘a.k.a. Christus’ of ‘Immanuel’, hoewel een naam als ‘JC’ of ‘Dr. J.’ of iets dergelijk ook had gekund; hij was een healer, een soort witch doctor en geleerd genoeg om ander soort doctor te zijn. Johannes de Doper wordt bijvoorbeeld ‘JohnnyBoy (hij was overigens geen hosselaar en ook niet dope, maar zou als eerste de New World Order hebben gepreekt), Petrus heet op straat ‘The Rock’ en Andreas is in zijn hood beter bekend als ‘Dre-C’.

Waarom Jezus dan niet een coole naam gegeven? Mogelijk was het angst, respect of een combinatie daarvan. Als je goed leest, komt deze terughoudendheid op meerdere plaatsen in het boekje aan de oppervlakte. Zo is in diverse toelichtingen te veel vastgehouden aan het nette Nederlands en soms staat er zelfs regelrecht bijbeljargon. Terwijl ‘De Torrie’ eigentijds is vormgegeven, een beetje als een VMBO-lesboek, compleet met kadertjes voor verdieping, gekleurde letters en grote grafisch verwerkte citaten.

De schrijver en de uitgever hebben waarschijnlijk gedacht: hoe kunnen we met een beperkte woordenschat, nul voorkennis en een gemiddeld leesniveau de complexiteit van het Jezus-verhaal benaderen en er toch een doeltreffend boekje van maken? Het resultaat was ogenschijnlijk een compromis. Ik had liever een meer ‘revolutionaire’ keuze gezien; het roer van de vissersboot in één keer om; alles vertalen naar straattaal en ja, ook de typische christelijke toverwoorden door de shredder halen, allemaal voor meer succes met (nog) minder nuance. Verdieping is altijd mogelijk.

Toch respect voor de schrijver en zijn elf jonge meelezers, want er valt ook nu veel te genieten. Zo zien we Jezus in de woestijn battlen met de Duivel. Satan houdt hem een heel aantrekkelijk beeld voor, volgens mij de ultieme rappersdroom: zwemmen in geld, goud, dag en nacht omringd door lekkere bitches [die heb ik erbij verzonnen omdat het goed in het plaatje past], rijdend in grote auto’s en wonend in een kast van een huis. Maar Jezus kiest daar niet voor, dist zo de Duivel tijdens zijn veertig dagen durende meditatie en wint dus deze strijd.

De Speech op de Berg is ook prachtig. Een citaat: ‘Zo zei Jezus: “Gelukkig ben je als je een skirre mind hebt: als je weet dat je niet zo veel voorstelt, als je geen bigi fasi hebt voor God. Gelukkig ben je, wanneer je weet van jezelf: hey, ik ben fokop.”’ In mijn vertaling: open, bescheiden, en niet heel veel anders dan de meeste mensen die jij kent (een fuck up).

Jezus geeft aan dat we niet moeten leven naar de wetten van de straat. Die wetten zijn simpel: ‘Wie slim is en corrupt, komt ver. No time for losers. Wie doekoe heeft, heeft vrienden. En dan ben je gelukkig, fok de rest.’ (…) Dat zijn [ook] de wetten van corrupte politici en zakenmensen. Ze hebben gewoon skitta.’ Jezus heeft geen schijt. Van hem moet je een soort hippie worden die rekening houdt met anderen, eerlijk is en positief blijft. Dat is tough, maar dat is volgens Jezus wel de real shit: ‘(…) Ik zeg jullie: houd van je vijanden en bid voor je haters.’

Maar pas op, hij is ook street wise. Zo zegt de Jezus van Daniel de Wolf verderop: ‘Wie één van de kleine mensen die in Mij geloven van de goede weg afbrengt, hombu, het is beter voor hem als hij van een flat geduwd zou worden.’ In de ‘Explanation’ box staat als uitleg van deze gangsterpraat: ‘Jezus bedoelt dat niet letterlijk. Hij is juist tegen geweld en voor het liefhebben van je vijanden. Hij maakt alleen duidelijk dat zo’n persoon een serieus probleem heeft met God.’ En Jezus kan het weten: ‘Jezus is God die Mens werd. (…) Eet zijn woorden en check zijn daden!’

Delen van de torrie zijn ook als mp3 te beluisteren. Bijvoorbeeld het verhaal hoe Herodes de Grote geflasht wordt.

Geen Reacties »

admin op 23 November 2011 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel

Sera Beak in ‘Het Rode Boek’: slim, sexy en spiritueel

Een happiness handgranaat die ontploft in miljoenen kleuren. Die beelden uit tradities en religies stukslaat om tot de kern door te dringen. En dan ook nog eens heel vlot geschreven. Zo zou je ‘het Rode Boek’ van Sera Beak kunnen omschrijven (Kosmos, 2011).

Het aardige van dit boek over vrouwen en spiritualiteit, is dat het is geschreven door een gewone jonge vrouw, wars van poespas. Ze wil tot de kern doordringen, heeft tal van wegen geprobeerd, is daarbij ook tig keer op haar aantrekkelijke snuitje gegaan, en combineert uit diverse tradities wat haar bevalt. En wat werkt. Postmodern shoppen dus, iets dat heel goed past bij de westerse mens van vandaag.

Geschreven in de eenvoudige stijl van een glossy als Happinez, biedt het meer dan spiritualiteit als een nieuw stel mindfulness hakken, een lekker stukje spirituele chocolade of welke andere vorm van gemakzuchtige innerlijke decoratie dan ook. Sera Beak heeft namelijk inhoud dankzij haar studie vergelijkende godsdienstwetenschappen én doordat ze het niet heeft gelaten bij spiritueel pootjebaden, maar meerdere malen in het diepe is gedoken.

Voor mensen die al wat meer onder de zon hebben gezien en meegemaakt, biedt het boek niet veel nieuws. Het is vooral het totaaloverzicht en de aanstekelijke nuchterheid, de humor en haar persoonlijkheid die aanspreken. Ze schrijft als een vriendin die met je praat en tips geeft. Maar ook haar zwaktes en diepte- en hoogtepunten deelt. Ze is echt in haar zweven, zitten, vallen en opstaan. En dat is heerlijk verfrissend.

Sera Beak: ‘Ik ben een ware moderne devoot. Ik hou van mystiek en ‘The Matrix’, yoga en de White Stripes, meditatie en designerjeans. In termen van culturele dialecten ben ik meertalig. Ik spreek de taal van new age en Aveda-huidverzorging, oosterse filosofie en ‘Elle’, metafysica en Hitachi-vibrators. Ik hou van moderne kunst en dinertjes, lavendelchocolade en smerige martini’s, van dansen en zomaar ergen heen rijden en lekker chillen mijn mijn vriendinnen. Mijn spiritualiteit is echt, levend, actief, funky en fris.’

De Amerikaanse stoft spiritualiteit af en maakt haar sexy. Spiritualiteit moet ook cool zijn, vindt Sera Beak. Het moet swingen en zingen, schreeuwen, maar ook zwijgen. Soms. Het is in elk geval onderdeel van je dagelijks leven. En ja, seks heeft er ook mee te maken. Zo haalt ze Juliana van Norwich (1342-1416) en Theresia van Avila (1515-1582) aan, twee christelijke nonnen ‘die claimden persoonlijke de goddelijke sensualiteit en seksualiteit via hun lichaam te hebben ervaren, ervaringen die ertoe leidden dat velen binnen de Kerk aannamen dat ze God voor de duivel aanzagen (en o, wat zaten ze ernaast)’.

Een etage hoger was seks tot opkomst van de christelijke religie, rond tweehonderd van onze jaartelling, een heel normale zaak. Zo had Krishna, die vrolijke speelse god uit India, seks met talloze vrouwen en El, de oppergod van Kanaän (Israël, Palestina en delen van Libanon en Syrië) deed het honderden jaren met de godin Asherah. Zeus, om wat meer in de buurt te blijven, de Griekse grote baas, was getrouwd met Hera ‘maar hij werd door veel sterfelijke vrouwen verleid en als hij niet achter rokken aanzat, masturbeerde hij veelvuldig.’

Ook diverse grote goeroes waren niet vies van seks en dus van hun lichaam. Jezus, een verlichte meester, kuste zijn vermoedelijk favoriete discipel, de schijnbaar volledig ontwaakte Maria Magdalena regelmatig vol op de mond. Mogelijk had hij ook (tantrische) seks met haar. Dat zou zomaar kunnen. De historische boeddha, die Jezus voor ging, moest er overigens weer niets van hebben; vrouwen en seks.

Van Mohammed, de aardse man van de islam, wordt gesteld ‘dat hij met zijn vrouwen veel lichamelijke bevrediging en genegenheid kreeg’. ‘Verschillende Hadith, geschreven vertellingen van de uitspraken en praktijken van de profeet, stellen dat een orgasme krijgen eigenlijk het recht is van de vrouw en dat seksuele ontevredenheid een legitieme grond is om van een echtgenoot te scheiden’, schrijft Sera Beak.

‘Het Rode Boek’, oorspronkelijk uit 2006, biedt vrouwen een informatieve en creatieve leidraad om meer spiritualiteit in het dagelijks leven te vervlechten. Behalve over (tantrische) seks – maar een klein onderdeel - gaat het onder meer over diverse manieren om anders te bidden, het bedenken van eigen rituelen, heldere visualisaties, regels die soms overtreden moeten worden, de noodzaak om te blijven ‘kicken’, spiritueel masturberen en het voelen van de energie van anderen.

Het boek is vooral geschreven voor westerse, liberale vrouwen die hun eigen weg kunnen en durven gaan. In de aanvankelijke publiciteit werd Sera Beak voor deze doelgroep ‘vermerkt’ als een ’spirituele cowgirl’. Hierdoor kreeg ik eerlijk gezegd bij voorbaat al jeuk op onaangename plaatsen. Zo werd een publiciteitsfoto verspreid waarop ze een cowboyhoed draagt om deze term visueel te versterken. Ik dacht; ze ziet er lekker uit, zelfs met die hoed, maar heeft ze ook wat te melden?

Mijn vrees was onterecht. De schrijfster is slim, sexy en spiritueel. En integer. Zo kreeg ze na de publicatie van dit boek in 2006 - en de gecultiveerde hype die volgde - na verloop van tijd schijnbaar genoeg van de misbruikende marketing van ‘vrouwelijke spiritualiteit’ die haar aanvankelijk hielp, maar haar ook uitholde en verkocht als een pak spiritueel wasmiddel (’wast nu nog roder’). In haar volgende boek, dat over enkele maanden in de winkels moet liggen in het Engelse taalgebied, blikt ze terug op de roerige jaren na het verschijnen van haar eersteling.

‘Het Rode Boek’ is een aanrader voor vrouwen van twintig plus die voluit leven en het spirituele daarin een frisse en fruitige maar vooral een permanente plaats willen geven. Zonder zurige angsten of zouteloze praatjes, maar vurig, kruidig en scherp, zodat je weet dat je leeft en de tranen je soms in de ogen schieten. Bijvoorbeeld van het lachen.

Thierry Salmerons ezelboek leert ons onbevreesd naakt zijn

Handboeken over hoe je gelukkig kunt worden zijn niet aan te slepen. Vaak verdwijnen ze snel naar de ramsj als de volgende trend zich heeft aangediend om de geluk-shoppers voor even tevreden te stellen. ‘De mens is een god… vermomd als ezel’ van Thierry Salmeron en Yann Christophe (Petiet, 2011) stijgt hier bovenuit en verdient een ander lot.

In de ’spirituele’ wereld, in elk geval door mensen die zichzelf spiritueel noemen, wordt gestolen bij het leven. Van de doorleefde inzichten van anderen is vrij makkelijk een eigen merk chocolade te maken. Een paar therapieën doorroeren en het resultaat gieten in een nieuwe mal voor chocoladerepen, een pakkende wikkel er omheen, de marketingmachine laten draaien en klaar is je nieuwe spirituele tussendoortje. Boekenplanken worden zo vol getypt.

Gelukkig zijn er ook andere mensen, die ik hier van harte bij u aanbeveel. Wat ze gemeenschappelijk hebben, om maar eens de auto metafoor te gebruiken, is dat ze de nodige ’spirituele’ kilometers op de teller hebben, vaak hebben ze ook al de nodige ongelukken achter de rug, en dat ze weten hoe de motor werkt. En dat is meestal heel eenvoudig, net als hun innerlijk leven, dat kan worden beschreven als een onbevreesd naakt zijn. Je kunt er zelfs geen religie van maken. (Dat gaat meestal ook fout.)

De Fransman Thierry Salmeron is iemand die de verpakking kwijt is en tot de essentie van de chocolade weet door te doordringen, die soms aan de oppervlakte ligt. Zijn verhaal, opgeschreven samen met Yann Christophe, is zo eenvoudig, dat zijn boekje wereldwijd commercieel waarschijnlijk geen groot succes zal zijn. Ondanks de vertalingen. We zijn ook meer op de Amerikaanse cultuur gericht, waar Eckhart Tolle al een groot marktaandeel heeft.

Maar het is vooral de grote helderheid, die mensen vermoedelijk zal weerhouden om ermee aan de slag te gaan. Was het een boek van drie delen met samen duizend pagina’s, liefst met eigen terminologie, en gepresenteerd als semiwetenschappelijk, dan ging het waarschijnlijk beter. Zoiets biedt alle ruimte om het bos in te duiken zonder een boom te zien, de boom te zien. En dat is heel fijn, want heerlijk verdovend; u kunt er zo lekker spiritueel bij wegdromen.

Ik kan op dit punt in mijn bespreking de essentie van dit boekje heel goed samenvatten, en daar een prachtig verhaal van maken, maar dat ga ik niet doen. Want dan denkt u misschien: ‘O, dat weten we al. Zo zijn we al. Zo leven wij al’. En dat is nu net wat de schrijvers ernstig betwijfelen, en vooral bij mensen die zichzelf heel spiritueel vinden. In plaats daarvan ga ik hieronder een paar fragmenten aanhalen om u een beetje te prikkelen.

‘In werkelijkheid is er geen verleden, geen toekomst, dus geen geschiedenis, geen bestaan van een kleine, gelukkige of ongelukkige persoon met een naam, een beroep enzovoorts. Dat alles is tot in details bedacht om in het leven te kunnen functioneren, maar het bestaat niet echt. Je bent zo bang voor de leegte, voor het niets, dat je geest tijd heeft gecreëerd om het te vullen.’ (pagina 44)

‘De geest is blind en slechts een instrument van het Leven. Maar hij denkt dat hij alles kan weten, begrijpen en controleren. De geest houdt zich alleen met zijn eigen belangen bezig, maar begrijpt de dingen lang niet altijd. Daar wordt hij gek van en dus laat hij jou geloven dat een situatie slecht, goed of oneerlijk is.’ (pagina 48)

‘Wij zijn “dienaren”. De “geest” hoort dat niet graag want hij is bang om overheerst te worden en zijn individuele vrijheid te verliezen. Maar op de dag dat je de weg kruist van iemand die begrepen heeft dat hij dienaar is en dus het leven dient, zul je hem niet snel vergeten. Je bent gewend mensen te zien die slechts hun persoonlijke belangen nastreven. (…) Het Leven is precies het tegenovergestelde en wat daaruit voortvloeit is perfect, het tegenovergestelde van wat we vandaag de dag op Aarde doen.’ (pagina 100)

Dit boekje zou ik met gemak inruilen voor meters ’spirituele’ boeken die sowieso beter bomen hadden kunnen blijven. Aan de andere kant: nu maken ze ook deel uit van het bos. Het commerciële spirituele bos. Zo niet ‘De mens is een god… vermomd als ezel’.

Geen Reacties »

admin op 6 September 2011 in Boek & Meer, Religie & Spiritueel

Tadao Yamaguchi: ‘Geen slechte reiki, wel incomplete vormen’

Onlangs bezocht de wereldberoemde reikileraar Tadao Yamaguchi Nederland. Hij is de oprichter van de twaalfduizend studenten tellende internationale Jikiden-school voor traditionele reiki.

Tadao Yamaguchi (1955, Kyoto) interesseerde het aanvankelijk helemaal niet zoveel hoe reiki is ontstaan. Hij had reiki van zijn moeder geleerd en heeft er veel baat bij. Net als veel anderen. Maar omdat hij één van de weinige nog levende leraren is die in de lijn van overdracht dicht staat bij grondlegger Mikao Usui, krijgt hij vaak vragen over het verleden. Ironisch gezien, draait reiki juist om het hier en nu.

Onlangs was hij in Nederland voor een lezing over zijn school, Jikiden Reiki Kenkyukai. Wij spraken met hem over zijn methode en uiteraard over de reiki-geschiedenis. Het interview begon gelijk goed. Wat blijkt: er liggen nog enkele onbekende documenten uit de jaren twintig te wachten op publicatie!

Tadao Yamaguchi: ‘Het gaat om stukken die zijn gebruikt door bij Mikao Usui opgeleide leraren en die door de Gakkai aan mij ter beschikking zijn gesteld.’ De Gakkai is het oorspronkelijke reikigenootschap van Mikao Usui.

De datum van publicatie is nog onbekend en, ernaar gevraagd, lijkt Tadao Yamaguchi er ook geen haast mee te hebben. Frank Arjava Petter, een bekende reikimaster die bij het gesprek aanwezig is, verzucht: ‘Ik heb negen boeken over de reiki-historie geschreven, ik vind het nu ook wel goed zo.’

Of deze documenten veel nieuws bevatten, is de vraag. Toch zijn ze belangrijk om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van de oorsprong van reiki. Al was het maar om het verstrekken van onjuiste & onvolledige informatie en sektarisch denken, als eerder bij de Reiki Alliantie, te voorkomen.

Op zoek naar de bron

Binnen de Gakkai (voluit Shin Shin Kaizen Usui Reiki Ryōhō Gakkai) is de levende traditie nog in min of meer originele vorm beschikbaar. Het is echter een besloten vereniging, volgens Frank Arjava Petter enigszins vergelijkbaar met een vrijmetselaarsloge, waarvan de ongeveer driehonderd leden uitsluitend elkaar behandelen. Veel informatie komt er niet naar buiten.

Dit komt ook doordat het publiekelijk adverteren met of het praktiseren van reiki sinds WOII (mogelijk aanvankelijk vanwege banden met de vredesbeweging) strafbaar is in Japan. ‘Zelfs nu nog ga je in Japan de gevangenis in als ze je pakken’, lacht Frank Arjava Petter, ooit student nummer tien van Tadao Yamaguchi en nu Jikiden Reiki Dai Shihan.

Om deze reden, zijn we voor informatie over de authentieke methoden, behalve op enkele spaarzame documenten, aangewezen op mensen als Tadao Yamaguchi, die teruggrijpen op de pre-Gakkai periode. Naast Jikiden Reiki Kenkyukai, de school die hij met moeder Chiyoko Yamaguchi oprichtte, zijn er overigens nog de Reidō Reiki Gakkai (deze leringen zijn volgens Wikipedia bijna identiek aan die in de Gakkai) en de Kōmyō Reiki Kai (opgericht door een leerling van de moeder van Tadao Yamaguchi).

Tadao Yamaguchi leerde reiki via zijn moeder, die in opleiding was bij Chujiro Hayashi, een leerling van Mikao Usui die diens methode met toestemming vereenvoudigde. Tadao Yamaguchi stelt op zijn site dat Chujiro Hayashi als arts ‘bepaalde accenten legde’, bijvoorbeeld door het massage-onderdeel uit te werken.

De variant van Chujiro Hayashi, maar dan sterk versimpeld, aangepast aan de Amerikaanse situatie na WOII en aanvankelijk aangevuld met diverse fraaie verzinsels, is de westerse reiki zoals die nu wereldwijd door miljoenen wordt gepraktiseerd (Usui Reiki Shiki Ryh).

Sensei hield van sake

In een buurthuis in Hoensbroek, Limburg, zijn vandaag zo’n vijftig mensen uit het hele land bijeen gekomen om Tadao Yamaguchi te ontmoeten, een levende link met het verleden. Eerst zal Frank Arjava Petter vertellen over zijn jarenlange reiki-onderzoek. Via foto’s laat hij de exotische namen en plaatsen, die we kennen uit zijn boeken, tot leven komen.

We zien ondergelopen rijstvelden, halfhoge bergen en de tempel waar Mikao Usui zijn basisopleiding kreeg – er was geen school in het dorp waar hij opgroeide. ‘En in dit huis heeft Mikao Usui een groot deel van zijn jeugd doorgebracht.’ We kijken samen naar een lage houten winkel met achterliggend woonhuis.

Frank Arjava Petter, die al jaren reiki-reizen naar Japan organiseert, plaatst alles met humor in perspectief. We zien een foto van een groot bedrijf. ‘Mikao Usui komt uit een familie die eeuwenlang een sake-brouwerij heeft gehad, zoals deze. Dus nu weten we ook wat er onder de bult zit, die zich op de foto’s onder zijn gewaad aftekent’; de sensei hield wel van een glaasje.

Byosen belangrijkst

Daarna is het de beurt aan Tadao Yamaguchi. De man op wie we allemaal gewacht hebben, blijkt opvallend onopvallend. Door tientallen jaren beoefening heeft hij een buitengewone gevoeligheid, ook op afstand. Byosen, het snel en verfijnd waarnemen van energetische knelpunten van verschillende intensiteit, blijkt het onderwerp van zijn voordracht.

‘Iemand met meer ervaring heeft ook geen sterkere energie dan een beginneling, het verschil zit hem in het waarnemen van byosen. Hoe meer ervaring, hoe sneller en nauwkeurig verschillende knelpunten kunnen worden vastgesteld. Zonder het ervaren van byosen, is het geven van reiki als vissen in het donker’. Wat behandelaars en cliënten verder ervaren, bijvoorbeeld temperatuurwisselingen, is persoonlijk en niet van belang, aldus Tadao Yamaguchi.

Hij vindt het belangrijk om dit soort informatie te delen, ook om misverstanden te voorkomen. Nadat hij medio jaren negentig via westerse reikileraren voor het eerst hoorde over het bestaan en de sterke groei van reiki in het westen (via de Reiki Alliantie), richtte Tadao Yamaguchi in 1999 het Jikiden Reiki Kenkyukai op.

Het doel is om reiki vanuit ‘directe overlevering’ (Jikiden) te onderwijzen. Ter aanvulling zal op termijn ook een dvd met privé-opnames verschijnen waarop zijn moeder haar verhaal vertelt. Intussen telt de Jikiden-school van moeder en zoon Yamaguchi wereldwijd al zo’n twaalfduizend studenten, onder wie diverse leraren die mogen lesgeven in de ‘pure reiki methode’.

Alle reiki is goed

Tadao Yamaguchi: ‘Er is zijn geen slechte vormen van reiki. Wel zijn er vormen die niet compleet zijn. Daardoor zeggen sommige mensen dat reiki niet werkt. Dat is onterecht.’ Zo is bijvoorbeeld de behandeltijd bij sommige scholen te kort om veel effect te sorteren. Zelf behandelt hij mensen sinds 1965, voornamelijk op het hoofd en minimaal zestig tot negentig minuten per sessie.

Belangrijk bij reiki is je het veel doet en dat de behandelingen lang duren en regelmatig plaatsvinden, geeft hij aan. Tijdens zijn lezing geeft hij het voorbeeld van een vrouw die al genoteerd stond voor een operatie vanwege ernstig nierfalen.

Door deze cliënt bijna een half jaar dagelijks en langdurig te behandelen, bleek een operatie uiteindelijk niet meer nodig. ‘Haar (serum creatinine) waarde daalde van 5.9 tot 2.9.’ (Rond waarde 6 treedt uitval van de nieren op.) Tadao Yamaguchi: ‘Dat is toch een wonder!’

Wereldwijd hebben intussen ruim achthonderd soorten reiki het licht gezien, voortgekomen uit individuele inzichten, pragmatische behoeften en/of marketing-overwegingen. Binnen de ‘traditionele Japanse reiki’ zijn, zoals hierboven aangehaald, ook diverse scholen actief.

Verandering lijkt een constante, ondanks de behoudzucht. Is de stichter van het Jikiden Reiki Kenkyukai niet bang dat één van zijn leraren straks met eigen aanpassingen of met een eigen school komt? Eerder deed een student van zijn moeder dat al. Tadao Yamaguchi glimlacht: ‘Ik vertrouw erop dat het niet gebeurt’.

Geen Reacties »

admin op 7 July 2011 in Religie & Spiritueel