Archief voor de categorie 'Ongewoon & Anders'

In het overgebleven licht, zie ik alleen nog de beer…

Klik. Een gevaarlijk ogende boogschutter houdt onbeweeglijk de wacht bij een lantaarnpaal in het park vol dagjesmensen. De knaloranje veren aan zijn pijlen contrasteren met zijn grijze tenue, dat is opgetuigd met stalen beschermstukken. Vandaag zullen de langbenige groeten die hij uitstuurt de dood niet laten fluiten.

Het is een spel en de schutter heeft gekozen wie hij wil zijn, net als vele duizenden andere deelnemers en bezoekers. Daarbij lijkt de kracht van de wens om te ontsnappen aan het alledaagse evenredig aan de passie voor historische details.

Bronzen haarspelden, leren polsbeschermers, katoenen hemden, zakjesbeurzen, ridderhelmen, natuurlijke zepen, halfedelstenen, vilten hoeden, opkrullende puntschoenen, enkel- en dubbelhandige zwaarden – allemaal te koop in de honderden tenten die als witte confetti snippers op het groene gras liggen uitgespreid.

Op podia zijn optredens van potsenmakers, overal zijn eet- en dranktenten, en in de centrale arena bestrijden zwaardvechters elkaar met choreografisch verantwoord geweld.

Klik. Verderop trekt een processie van bontgekleurde boeren, burgers en buitenlui over het smalle slingerpad langs de uitgebloeide tulpen. Opgewekt onderweg naar nergens, hebben ze hun aflaat al bij binnenkomst ontvangen, vele dagreizen voor Jeruzalem.

Interessanter is het theater van de bedelende lepralijder bij de poort – die straks waarschijnlijk in zijn glimmende middenklasser naar huis rijdt. Vrijwel niemand kijkt hem aan of hoort zijn gelamenteer over de beloning die in de hemel op je wacht als je hem een aalmoes geeft. Klik.

Hij kiest ervoor om afstotelijk te zijn, net de grijpgrage groene monsters die door het park zwalken in de schaduw van twee langbenige heksen. Klik. De heksen zijn in een geluidloze dans verwikkeld, van aantrekken, loslaten en verwonderen. Zo weven ze magie in het landschap.

En het werkt. Ineens hervind ik mij weer. Ik was een toeschouwer, maar als ik op een plek kom waar je kunt boogschieten en bijlwerpen, weer ik het meteen: vandaag ben ik een geoefend bijlwerper. Ik kan dat, ook al heb ik het nog nooit gedaan.

De eerste bijl weeg ik rustig in m’n hand. Het blikveld vernauwt, als ik afdaal in mezelf. De wereld verdwijnt in schemer. Weg zijn de toeristen, verdwenen is het spektakel. In het overgebleven licht, verstild in concentratie, zie ik alleen nog de contouren van de beer voor me, op een bord zo groot als een binnendeur.

Na een licht wiegende beweging, om één te worden met de bijl, gooi ik als ik weet dat ik zal raken. Tsjoek. Tsjoek. Twee bijlen blijven vlak naast elkaar in de beer staan. Van de derde klapt het blad precies op het heft van de eerste. Als ik even later het festivalterrein verlaat, de camera allang opgeborgen, is de boogschutter nergens meer te bekennen.

Comments Off

admin op 15 May 2012 in Ongewoon & Anders

Ze wekte het sluimerend roofdier dat wil onderwerpen

‘Het leven is een ziekte’, zei de man wiens gezicht asgrijs was als onze ondertussen innig verweven rookkringels. Zijn ogen dof, maar nog ongebroken. Hij had zich bij ons gezelschap gevoegd. Schijnbaar was het zijn vrouw op de kruk naast me en dat was natuurlijk voldoende reden voor hem om zich te moeien.

Nadat hij zijn loyaliteit aan haar had bevestigd met een vluchtige streek over haar rug, mij daarbij aankijkend en van haar een reactie verwachtend, die zij hem ontzegde, vervolgde hij zijn sombermanspraat - alsof ik niet reeds overtuigd was van de ernst van zijn droefgeestigheid!

‘Bij de geboorte al, begint men te sterven’. Hij liet de woorden even in de lucht hangen, als een reeks pufjes uit een pijp met puike, oosterse tabak.

Ik besloot het voorbeeld van zijn vrouw te volgen en draaide mijn hoofd af; zoveel liever stak ik mijn neus wat dieper in haar parfum. Ik genoot van haar stralende ogen, de licht geopende mond en haar malse borsten, mij eerder met een lichte buiging en een glimlach ter inspectie aangeboden.

Terwijl ze zachtjes met me converseerde over oppervlakkigheden, mij aftastend in zichzelf, fluisterde haar lichaam: ‘U hoeft misschien niet eens heel veel moeite te doen. Helemaal niet veel moeite zelfs’.

De benen die onder haar jurk uitkwamen, schoven langzaam iets meer uiteen. Ze wekte in mij het meesttijds sluimerend roofdier dat wil onderwerpen, overwinnen en zich te goed wil doen aan sappig vlees. Het roerde zich steeds luider in mijn diep verzonken ingewanden.

Ik bestelde een groot glas bier, bestudeerde half afgewend het tragische stel dat in een gesprek verwikkeld was waarvan de uitkomst hem schijnbaar niet beviel, en concludeerde dat het tussen hen nooit goed zou komen.

Of hij moest De Dood in hoogst eigen persoon zijn, die haar ging halen, maar daarvoor was zijn voorkomen ontoereikend; mensen zouden in het vervolg allemaal eeuwlingen worden want hij kreeg zo toch niemand mee! Met geweld, noch met angst of verleiding.

Het etablissement had bij nadere beschouwing wel enige gelijkenis met het voorgeborchte – zoals ik mij dat voorstel; de grauwe wanden waren doordesemd van de kleverige troosteloosheid van generaties ongelukkigen die hier dagelijks hadden gepoogd hun angsten te verdrinken. Zelfs de levenden aan de toog hadden zich al afgewend naar de doden.

In enen klaarde mijn geest op: het was mij gegeven om op dit moment, op deze wonderlijke plaats, grote keuzen te maken, levenslopen te veranderen! Mijn plotselinge en vreugdevolle inzicht deed de olielampen flakkeren.

Ik zou de ongelukkige man later die avond in een steegje doodknuppelen als een op drift geraakte zeehond en hem zo van zijn lijden verlossen. Hierbij zou ik me verkleden als een vreemdeling om de verrassing voor hem niet te bederven.

En zijn vrouw, wel, als hij de antagonist van mijn verhaal is, moest zij mijn grote prijs zijn. Haar zou ik op alle mogelijke wijzen bezitten tot ze nagenoeg blind, uitgeput en intens gelukkig in de resten van haar jurk ineen zakte op de vloer van het aftandse logement waar ze zonder twijfel woonde.

Nadat ik deze heerlijke gedachten een paar keer in mijn hoofd had doorleefd, onderwijl glimlachend naar hem en opgewekt keuvelend met haar, ze was nog dichter naar mij toegeschoven zodat ik haar warmte kon voelen en haar begeerte bijna kon ruiken, dronk ik mijn glas leeg en nam afscheid van haar.

Ik negeerde de zieke, die verbaasd achterbleef, onwetend van zijn naderende verlossing en het genot dat zijn weduwe slechts enkele uren later ten deel zou vallen. Buiten zoog ik de subtiele zomeravondgeuren zachtjes in me op.

(een pastische naar Baudelaire, afbeelding uit Laura)

Comments Off

admin op 25 March 2012 in Ongewoon & Anders

Lady laat de lampen branden op het industrieterrein

In de rouwkamer is het kil, maar niet door de aanwezigheid van de dood. ‘We hebben wat problemen met de verwarming de laatste tijd’, zegt de gastvrouw verontschuldigend als ze een kopje koffie op tafel zet naast een doos Kleenex. Terwijl de melk in de hete koffie oplost komt Peter Laumen (49) uit Sittard handenwrijvend binnen.

Ik zie het mezelf niet doen; werken in een sfeer van verdriet en afscheid nemen, dacht hij toen ze hem vroegen te solliciteren. Intussen is hij alweer een jaar vestigingsmanager van het Roermondse dierencrematorium van SHCN dat klanten bedient in een straal van zo’n honderd kilometer.

Dan moet je wel van dieren houden, niet? ‘Nou, nee, ik ben niet echt een huisdierenliefhebber’, bekent hij. ‘Thuis heb ik een hamster en vijftig vissen, in mijn jeugd hadden we een hond. Ik heb niks met dieren in die zin, dat ik bijvoorbeeld een zwerfhond uit Spanje zou meenemen naar Nederland. Die koop ik dan gewoon hier.’

Kan hij dan wel invoelen wat de baasjes meemaken? ‘Dat is in m’n sollicitatiegesprek ook een punt geweest. Ja, dat wel. Maar je moet er wel mee kunnen omgaan. Als je hier begint moet je eerst een dag proefwerken, alle werkzaamheden een keer uitvoeren. Dan gaat ook de koeling open…

Allemaal dieren, bloed uit allerlei openingen, dieren die hun ontlasting hebben laten lopen – en die moeten dan gereinigd worden voor het afscheid. Als je daar moeite mee hebt, moet je hier niet komen werken.’

Soms springt hij zelf bij, zoals vandaag bijvoorbeeld, omdat er iemand ziek is. ‘Anders kan een crematie niet doorgaan.’ En vanuit het streven naar hoge kwaliteit, goede service en een grote mate van betrouwbaarheid kan dat natuurlijk niet.

‘Wil ik dit wel zien?’

Het zijn dingen waar Peter Laumen liever over praat; de zakelijke uitdagingen van het groeiende SHCN van de familie Van der Arend, en de uitvaartspaarregeling voor dierenbezitters. Maar eerst nog even naar de dieren. Is er een crematie die hem is bijgebleven het afgelopen jaar?

‘Een tijdje geleden kwam hier een jong paard binnen dat het naar verwachting zeer ver zou gaan schoppen, niet zoals Salinero van Ankie van Grunsven, maar wel op wereldniveau. Om een onverklaarbare reden is het gestorven, daarom werd sectie verricht. Het paard was helemaal opengesneden, z’n ingewanden lagen half eruit. Alleen het hoofd was nog gaaf. Toen dacht ik: wil ik dit wel zien?

De eigenaar van de manage, de eigenaar van het paard en de jockey kwamen gescheiden hier naartoe. Het paard lag opgebaard. Alleen het hoofd was te zien; heel netjes. De jockey kwam later, die heb ik toen opgevangen. Hij trok het even helemaal niet meer.

Er waren twee dochters van de eigenaar meegekomen, die reden ook op dat paard. Zij zijn wel drie kwartier gebleven, waren er niet bij weg te krijgen. Het was allemaal heel emotioneel. Dan moet je wel even een zijsprongetje maken om niet mee te gaan in het verdriet van die mensen.’

In de aangrenzende rouwkamer ligt een witte American Bulldog opgebaard. Hij lijkt te slapen, maar mist de veerkracht die hem eerder moet hebben gekenmerkt. Zijn half openstaande ogen hebben een lichtrode gloed.

Het baasje met familie en vrienden zit in de glazen piramide, vooraan in het pand, omringd door vitrines met alle mogelijke soorten urnen en memorabilia. Een aantal meisjes in het gezelschap zit erbij met betraande gezichten.

De groep is opgevangen door een gastvrouw. Zoals gebruikelijk, vroeg ze gelijk naar de naam van de hond om het persoonlijk te maken, en biedt een luisterend oor. Zo meteen worden de nabestaanden binnengeleid in de rouwkamer waar hun geliefde op hen wacht.

Hoewel een huisdier volgens Peter Laumen tegenwoordig door veel mensen wordt gezien als gezinslid, bijna als een kind, duurt het afscheid meestal maar enkele minuten. Al krijgt iedereen natuurlijk de tijd die hij of zij nodig heeft, haast hij zich te zeggen.

Er wordt vaak een knuffel bij het huisdier gelegd of een speeltje, en bij een paard vaak ook wat stro. Je kunt muziek naar keuze laten horen en daarna vertrekt je hond, kat of cavia voor zijn laatste reis. Als je wilt, kun je erbij zijn om zeker te weten dat hij alleen de oven ingaat.

Het afscheid van de American Bulldog duurt niet lang. Terwijl de familie nog napraat in de piramide wordt de ovale houten sierrand rond zijn laatste mand in tweeën geklapt. Een verrijdbare baar wordt zichtbaar die meteen beheerst door een medewerker naar buiten wordt gereden.

Na twee deuren en een smalle lange gang, staan we voor de deur waarachter we de ovens rustig horen ronken. Er zijn er twee, legt Peter Laumen uit, één voor huisdieren en één grote voor paarden. Speciaal ontworpen door een Van der Arend. Het lijkt een soort ketelhuis met al die buizen en grote machines, en vergeleken met de rouwkamer is het er lekker warm.

Achter de voorste oven staat een rijdende baar met daarop een witte langharige hond, gelegen in een met rood fluweel bedekte mand. Met zijn grote atletische lichaam en prachtige ranke kop is hij zelfs nu nog een indrukwekkende verschijning.

Achter de tweede, op een onbedekte stalen baar, ligt een rechthoekig pakket, omwikkeld met een ruwe deken. Het zou een middelgrote hond kunnen zijn, maar die vorm is niet gelijk herkenbaar, dat maakt het wat luguber.

De American Bulldog is nog niet aan de beurt, deze twee gaan voor. Na zijn crematie, die naar verwachting tussen de één en twee uur zal duren, kan zijn as op het land worden uitgestrooid of vanuit een vliegtuig. Een andere optie is verstrooiing op zee, individueel of samen met anderen. De grote plastic tonnen voor de collectieve verstrooiing staan al klaar in de inpandige garage waar ook de paarden worden opgebaard.

Armband van paardenhaar

Meenemen in een urn kan ook. Daarvan hebben ze hier heel veel soorten. Van echt groot voor een volwassen paard, als pot geschikt voor een fikse kamerplant, tot klein, bijvoorbeeld een knuffelsteen waarin achter een klein afsluitdekseltje de as van je hamster kan worden bewaard.

Bijzonder zijn verder een porseleinen hondenkop die door een kunstenaar aan de hand van foto’s zo wordt beschilderd dat hij lijkt op jouw trouwe kameraad; de strakke design urnen van RVS, bijvoorbeeld in de vorm van een lotusbloem; en de fraaie piramides van keramiek, die eveneens beschilderd kunnen worden.

Verder kunnen er armbanden worden gemaakt van geweven paardenhaar en uiteraard is ook het maken van pootafdrukken of een kunstmatige herinneringsdiamant mogelijk. De as ‘laten opnemen in een speciaal voor u geselecteerde boom of heester’ kan ook.

Maar het hoeft allemaal niet zo duur te zijn. Bij de prijs van het cremeren inbegrepen is een soort ovaal koffieblik, een asbus, met een afbeelding van een landschap erop. Op de plank van een klein kantoortje naast de ovens staat een aantal gecremeerde dieren in zulke bussen keurig op een rijtje te wachten op hun baasjes, uiteraard voorzien van de juiste papieren.

Om de hoek, in het domein van de cremateurs, is het nu echt warm. Er hangt een geur die doet denken aan verbrande vacht en huid. Uren later ruik je het nog.

De achterste oven staat open, de stenen aan de wanden stralen fel oranje. De hitte is intens. Binnenin is het zo’n negenhonderd graden. Een jonge vrouw is bezig om met een ijzeren schraper aan een lange stok de asresten in een eronder geplaatste kruiwagen te werken.

Van de hond is vrijwel niets meer over, minder dan inhoud van een pak suiker. Was dat wel zo, dan waren de resten nog eens getrommeld met marmeren ballen zodat de as mooi fijn wordt.

De alternatieven voor cremeren zijn zelf begraven in de tuin of je huisdier naar een vernietigingsbedrijf brengen. De speelkameraad van de jonge Peter Laumen ging naar ‘destructie’. ‘Daar worden ze vermalen, dat is niet fijn. Als ik dat had geweten, had ik het nooit gedaan. Cremeren is veel mooier.’

En booming business, als je de vestigingsmanager van het Roermondse crematorium moet geloven. SHCN, met vestigingen in Leidschendam en Roermond, heeft in elk geval grote plannen. Zo wil het bedrijf verder groeien, met name gericht op klanten uit Duitsland en België.

‘Dat moet gebeuren door al in het voortraject contacten te leggen, bijna vanaf het moment dat mensen een dier kopen. Bijvoorbeeld via dierenklinieken en contacten in de paardenmarkt.’

Ook op diverse andere manieren is het bedrijf innovatief bezig. Zo wordt in de toekomst mogelijk om via beveiligde webcams afscheid te nemen van je huisdier als je niet naar het crematorium kunt komen. Ook kunnen straks videobeelden worden vertoond in de rouwkamer.

Energie uit huisdieren

In het nieuwe crematorium in Nootdorp met vijf ovens, dat vanaf dit jaar het paradepaardje van het familiebedrijf moet worden, kan het straks allemaal. Dit centrum is echter vooral bijzonder doordat een deel van de warmte van de verbrandingsovens wordt teruggewonnen voor de verwarming van het pand.

Peter Laumen: ‘Het is zelfs zo, dat we straks een deel van het industriegebied waarin dat pand ligt van energie kunnen gaan voorzien. Dat is uniek in de wereld.’

Het ligt gevoelig, geeft hij aan, maar de belangstelling is groot. ‘Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van een aantal landen heeft al interesse getoond. Waarschijnlijk zullen ook de crematoria voor mensen ooit die kant op gaan, maar dat zal nog wel even duren.’

Nu al probeert SHCN de CO2-uitstoot terug te dringen en worden via de Climate Neutral Group ter compensatie bomen aangeplant. Maar daarmee krijg je het natuurlijk niet warm in een rouwkamer als er een probleem is met de verwarming.

(Illustratie: Ralph the Robot.

Comments Off

admin op 5 March 2012 in Ongewoon & Anders

Ria Kleijkers: ‘Ik was vergeten dat ik een mens was of vrouw’

Ria Kleijkers uit Sittard is manager én kunstenaar. We spraken met haar over mannencultuur, vrouwelijkheid, werk en kunst.

‘Het kwam toevallig goed uit; het interview vandaag. Ik ben geen huisvrouw die de tijd aan zichzelf heeft. Ik ga deze week naar India voor mijn werk.’ Ria Kleijkers (60) werkt als manager bij DSM. Ze stuurt (in)direct zo’n dertig mensen aan. En dat zal ik weten ook. Nog voordat ik goed en wel zit.

‘Wil je wat eten, een boterham?’ Het wordt een dubbele bruine boterham met kaas, in vier stukjes voorgesneden, en, op mijn verzoek, een glas water.

Bij DSM houdt ze zich bezig met ‘het managen van Business Processen voor DSM Corporate & Service Units’.

Ze praat in korte zinnen, wil krachtig overkomen.

In India, waar ze over een paar dagen naartoe gaat, komt er een Service Unit bij voor DSM. In Limburg verdwijnen er banen. ‘Er komt hier weer een fikse reorganisatie aan. Maar dat is de policy en als het bedrijf het wil, moeten we dat uitvoeren, zo zijn we opgevoed.’

Zelf heeft ze ook wel eens geadviseerd over te reorganiseren afdelingen. ‘Na twee weken een rapport neerleggen.’ Daar stond dan vaak ook in welke mensen eruit moesten. ‘Dat heb ik wel erg gevonden.’

Iedereen heeft talenten, maar ja, als die niet meer passen in de huidige situatie bij het bedrijf houdt het op, geeft ze aan. Dan moet er afscheid worden genomen.

Dat geldt ook voor haar twee huwelijken. ‘Mijn beide ex-mannen vonden dat het enige recht van de vrouw het aanrecht is.’ En zo is ze niet, dus dat ging op een gegeven moment niet meer. Op het werk wordt duidelijk een andere rol van haar verwacht.

Met management technobabble laat ze zien dat ze één van hen is, one of the guys, deze vrijgevochten vrouw, die ironisch genoeg ooit begon in een ‘vrouwenbaan’.

‘Eigenlijk kunnen we u niet aannemen als vrouw’, kreeg ze van de afdeling P&O te horen bij haar sollicitatie in 1981. ‘“U heeft te veel papieren voor een vrouwenbaan” – DSM had toen mannen- en vrouwenbanen.’

Ze glimlacht, weet intussen hoe ze haar mannetje moet staan.

Heerst er een mannencultuur bij DSM? ‘Mij maakt dat niks uit. Als het met DSM goed gaat, gaat het met mij ook goed. Maar het zit er nog steeds in, ja. De afgelopen jaren hebben ze bij communicatie en in het hoger management diverse vrouwen aangenomen. Binnen korte tijd waren ze weer weg….

Pfff, ik zoek m’n weg. En hoe ver wil en kun je gaan? Het leven heeft meer te bieden dan werken.’

Kunst bijvoorbeeld. Als ze met prepensioen gaat, effectief in augustus volgend jaar, wil ze zich bijna helemaal op de kunst gaan richten en aan huis een galerie beginnen. Die moet in oktober opengaan.

‘Alleen maar werken, dat is niet goed. Zo word je nog gek Ria’, zei ze tegen zichzelf toen ze negenendertig was. En dat was natuurlijk niet de bedoeling.

De kunst heeft haar nooit meer losgelaten of zij de kunst.

In het aquarelleren, de zachte, vloeiende schilderkunst, vond ze een aangenaam contrast met de harde en georganiseerde werkwerelden van het bankwezen en later de chemie. Vervolgens legde ze zich toe op acryl schilderen, textiel, raku (Japanse keramiek) en beelden maken van klei en staal.

In de hoek van de woonkamer staat een sculptuur van gelaste stukken staal, ongeveer een meter hoog. Ook de sokkel is van aan elkaar gelaste plakken staal.

Ze ziet me kijken: ‘Heb je dat wel eens gedaan? Lassen?’ Haar ogen glinsteren; dit vindt ze mooi: lassen, slijpen, hameren.

Het beeld geeft een indruk van sierlijkheid en transparantie, maar ook van hardheid en gevaarlijke scherpte.

‘Ik ga naar de schroothoop om grove stukken te zoeken. Je ziet een basisproduct en dan kijk ik: wat kan ik ermee? Ik blijf altijd vragen en kijken naar vormen. En als ik wat vind om te doen, dan wordt dat gemaakt. Dat groeit dan tot iets. Soms kom je zo boven je zelf te staan en dan ontdek je ook iets van jezelf.’

Wat ontdekte u bij dit kunstwerk? ‘Vertrouwen in de mensen, passie en mijn wilde kant. Ik ben best wel wild, een avontuurlijk mens. Nieuwsgierig ook, wil alles weten. Die kronkel; een mens gaat nooit rechtstreeks, daar zijn heel veel wegen voor.’

Hoe bent u opgevoed? ‘Mijn vader wilde een jongen en hij heeft me opgevoed alsof ik een jongen was. Het bos in, hutten bouwen. Dat is toch ook leuk voor meisjes? Het maakt niks uit of je een jongen of een meisje bent. Hij leerde me vissen en voetballen…

Ik zie het nog voor me: kwam ik op een dag met een vis aan de haak naar huis; moest hij het haakje losmaken hahaha. Vissen lukte wel, maar dat kreeg ik niet voor elkaar.’

Het thema van uw werk is vaak de vrouw of vrouwelijkheid. ‘Ja, ik gebruik het thema vrouw-zijn herhaaldelijk.’

Is het te psychologiserend om te denken dat u via de kunst uw vrouw-zijn aan het herontdekken bent?
‘Nee, dat zou best wel eens zo kunnen zijn. Ook ik mag er zijn als vrouw. Een tijd geleden was ik vergeten dat ik mens was of vrouw…’

(Dit artikel is geschreven voor het WijkKrantje)

Comments Off

admin op 16 February 2012 in Ongewoon & Anders

Waar de vissen zich schuilhouden



Hij vangt mijn blik met de moeiteloosheid van een ervaren visser die intuïtief weet waar de scholen vissen zich schuilhouden onder het troebele oppervlak van de zee. De stap in zijn richting wordt opgevat als een uitnodiging en met brede armgebaren begint de man me mijn verlangens te vertellen.

Met het hoofd een tikje schuin, zoals een goed toehoorder betaamt, en een glinstering van ongeloof in mijn ogen volg ik hem op zijn tocht van probleem naar oplossing. Of ik wel eens krassen op mijn auto heb die je niet weg krijgt? Uiteraard, wie niet?

Voortgestuwd door de resten van zijn aanvankelijke enthousiasme gaat hij verder op de automatische piloot. Grijpt een plastic flesje dat ‘magic’ heet en spuit een klodder derrie op het stuk motorkap voor hem. Het gelakte metaal ziet eruit alsof het met een verfbrander is mishandeld door een verstokte autohater.

Met zekere, ronddraaiende bewegingen wrijft de dokter het geneesmiddel uit over de huid van de overleden patiënt. De mond beweegt in die door weer en wind opgeruwde kop maar de klanken vallen van me af als regendruppels van een oliejas.

Ik onderbreek hem, gebaar dat ik er eentje wil, betaal en loop door, mijn aanwinst in de hand, in zo’n wit plastic zakje van de Chinees. Glimlachend naar de zon die schijnt.

Waarom laat ik me meevoeren in dit soort verhalen? Omdat ik wil geloven. In goeroes, tovenaars, goochelaars, schrijvers en filmmakers bijvoorbeeld. In de betovering. En soms ook in gemakkelijke oplossingen, zoals het kopen van een Staatslot om je geldproblemen op te lossen.

Thuis zet ik de gebottelde belofte op een kast. Klaar voor het wonder.

Comments Off

admin op 5 February 2012 in Ongewoon & Anders

Remco van de Vorst, zijn leven lang al straatmuzikant

Met zijn gitaar heeft Remco van de Vorst al jaren een eigen plaats in het Sittardse straatbeeld. Hij heeft altijd gedaan waar hij zich goed bij voelt.

Als het kooplustige publiek massaal door de stad struint, is hij daar waar hij vrij kan zijn; op de hoek van een straat of aan de rand van een plein. Voorzien van een gitaar, de koffer opengeklapt met een aan de rode bekleding geprikt eurobiljet als vriendelijke suggestie, speelt hij zo wat extra geld bij elkaar.

Hoewel zijn zwarte uniform van ingetogenheid dat niet doet vermoeden - broek, halfhoge laarzen, jasje en een onafscheidelijke pet - heeft de 46-jarige Remco van de Vorst al een intens leven achter de rug. Zijn gezicht daarentegen, vertelt het verhaal van dromen die al te vaak tot littekens zijn verworden.

Z’n overvolle Sittardse flat weerspiegelt z’n wispelturige geest. Wat opvalt, zijn een vitrine met exotische snaarinstrumenten, een djembé voor het raam, aangespannen met klimtouw, en een grote troosteloze kamerplant.

Naast een handjevol bij de keuken geparkeerde gitaren staan de voerbakjes van zijn twee katten, Tigri en Theike. Aan de muur er tegenover, boven twee gestapelde podiumboxen, een grote wolk foto’s met in het midden een tekening van Handsome Lake (1735-1815).

‘Ooit gemaakt door mijn vader. Hij was een leider en profeet van de Iroquois die na zwaar alcoholmisbruik door drie spirituele boodschappers werd gewaarschuwd dat de blanken de indianen via alcohol afhankelijk wilden maken.’

Remco van de Vorst lacht. Schenkt even later zijn zoveelste jonge jenever in. Dat praat makkelijker. Liever zingt of speelt hij.

Een blauwe maandag heeft hij in zijn jeugd les gehad aan de Sittardse muziekschool. ‘Alleen ladders spelen, voor de rest niks’. Dus is hij snel weg. Liever leert hij het zelf, met vallen en opstaan.

Hij heeft aanleg. Tijdens een feestje, maanden later, geven mensen spontaan geld nadat hij met een vriend de gitaar pakt en wat speelt. Dat smaakt naar meer en dus gaat hij de straat op en optreden in cafés.

In die tijd woont hij in Nieuwstadt, waar hij als negenjarig met zijn vader naartoe is gekomen toen de scheiding een feit was. Sittard is de grote stad. Hij zit er op het atheneum, heeft daarna diverse baantjes via uitzendbureaus, onder meer bij een kaasfabriek, en woont vervolgens een jaar in Parijs.

‘De nieuwe vrouw van mijn vader was een Française, dus kon ik er goedkoop leven. Ik speelde daar ook op straat, werkte samen met mimespelers en straat-fakirs en liftte heen en weer als ik even in Limburg wilde zijn.’

Hij zucht bijna onmerkbaar; te veel om te ver op de details in te gaan.

Het leven in Frankrijk is goed tot de Staat der Nederlanden aanklopt: de dienstplicht. Remco van de Vorst wil niet in het groene gareel, daarvoor is zijn vrijheidsdrang te groot. En zeker niet naar de gevangenis.

Terug in Nederland belandt hij in het Amsterdamse bandjescircuit en werkt opnieuw als straatmuzikant. Ondertussen soebat hij drie jaar om de onafhankelijke deskundige en later de rechtbanken te overtuigen dat hij gewetensbezwaarde is.

Bij de verstandelijk gehandicapten in ‘Dennendal’, Den Dolder, gaat hij uiteindelijk aan de slag om zijn sociale dienstplicht in te vullen. Daarnaast verzorgt hij in dat kader de publiciteit voor het legendarische Haagse poppodium ‘Het Paard van Troje’.

Het is 1992 en Remco van de Vorst komt terug naar het zuiden voor een nieuwe start. ‘Je moest een economische band met de stad hebben om in Den Bosch te komen wonen’; een uitkering was niet voldoende. Dus wordt het Sittard, waar hij zich inschrijft aan de Katholieke Leergangen, de hogeschool.

‘Twee jaar heb ik de vrije richting gedaan. Maar ze probeerden je steeds de lerarenopleiding in te pushen en daar had ik geen zin in.’

Sittard lijkt ineens nogal klein na zijn tijd in Parijs, Den Haag en Amsterdam. De enige grote stad in de buurt is Maastricht. Daar moet toch genoeg te doen zijn in de kroegen? Hij ziet zichzelf al een beetje studeren en vooral veel feest vieren. ‘Dat viel vies tegen.’

Na anderhalf jaar als assistent licht en geluid aan de toneelacademie en spelen in diverse bandjes en op straat, volgden nog drie Melkertbanen.

Aan de academie had hij ondertussen een vaste aanstelling moeten krijgen, maar dat komt er niet van. Hetzelfde gebeurt later bij het Limburgs Symphonie Orkest, waar hij opstellingen maakt; stoelen en muziekinstrumenten klaarzetten. ‘Het werd steeds gerekt, je was een goedkope kracht, maar daarna hield het op.’

In psychiatrische inrichting ‘Vijverdal’ is hij anderhalf jaar verantwoordelijk voor de logistiek; zorgt onder meer dat de vuile en schone was wordt vervoerd en distribueert medicijnen.

‘Na twee maanden Maasveld’, een organisatie voor gehandicapten, ook in Maastricht, ‘had ik mijn snuit vol’. Hij is een jaar of vijfendertig en het leven is uitzichtloos. Geslaagde optredens kunnen dat gevoel slechts kort onderdrukken.

In die periode krijgt hij een nieuwe kameraad, een veeleisende, die zorgt dat zijn wereld heel snel kleiner wordt en alleen nog maar draait om ‘die flauwekul’; heroïne. ‘Het was modderen, afkicken in Heerlen, nog eens afkicken in een kliniek in Brabant…’ Naar eigen zeggen heeft hij nooit hoeven stelen om zijn verslaving te betalen: ‘Dat is me gelukkig bespaard gebleven.’

Sinds anderhalf jaar is hij clean. Nou ja, drie keer week gaat hij methadon halen. Hij wil ook daar graag vanaf, maar dat zouden ze niet willen bij de Ambulante Hulpverlening Verslavingszorg Westelijke Mijnstreek.

‘Misschien krijgen ze subsidie per deelnemer aan het programma en willen ze je liever bij de club houden? Ze hebben nu een nieuw beleid; als je één keer niet komt, wordt automatisch een afbouwprogramma gestart. Dus misschien moet ik dat maar doen?’ Een schamper lachje.

Hij neemt nog een teug van het verse sjekkie dat rokend op hem wacht op de rand van een slecht schoongemaakte tinnen asbak.

Op zaterdags en donderdags speelt hij op straat ‘aaie leem’, jaren zestig repertoire, en af en toe eigen nummers. Ook treedt hij soms op met bandjes en er zijn zelfs voorzichtige plannen voor een cd met eigen werk.

Wat ‘de mensen’ van hem denken, laat hem koud. Hij speelt en hij zingt. Geïnspireerd door singer-songwriters als Bob Dylan en Paul Westerberg, de ex-frontman van ‘The Replacements’.

‘Van omstanders krijg ik alleen positieve kritiek. Bij sommige winkeliers kan ik mijn kleingeld wisselen en daar zijn ze heel blij mee.’ Nog nooit is hij lastig gevallen en met zijn Oost-Europese collega’s kan hij het goed vinden. ‘Ik zit ook niemand in de weg’.

Al pratend kijkt hij vertederd hoe één van zijn katten zich loom uitstrekt en daarna knorrend geniet van een nieuw gevonden slaapplekje. ‘Zijn moeder is vorige week door een rottweiler gepakt…’

Het is even stil in de drukke kamer. Gedachten dwarrelen neer als verstofte herinneringen.

‘Ik doe wat ik doe om mijn innerlijke onrust te bezweren, dat is mijn drijfveer’, zegt hij zachtjes. ‘Ik heb nooit een beeld gehad van wat ik wilde worden. Mijn vader liet ons vrij. Hij zei altijd: “Doe waar je je goed bij voelt.” Dat heb ik gedaan.’

(dit artikel is geschreven voor het WijkKrantje)

Comments Off

admin op 17 January 2012 in Ongewoon & Anders

Sera Beak in ‘Het Rode Boek’: slim, sexy en spiritueel

Een happiness handgranaat die ontploft in miljoenen kleuren. Die beelden uit tradities en religies stukslaat om tot de kern door te dringen. En dan ook nog eens heel vlot geschreven. Zo zou je ‘het Rode Boek’ van Sera Beak kunnen omschrijven (Kosmos, 2011).

Het aardige van dit boek over vrouwen en spiritualiteit, is dat het is geschreven door een gewone jonge vrouw, wars van poespas. Ze wil tot de kern doordringen, heeft tal van wegen geprobeerd, is daarbij ook tig keer op haar aantrekkelijke snuitje gegaan, en combineert uit diverse tradities wat haar bevalt. En wat werkt. Postmodern shoppen dus, iets dat heel goed past bij de westerse mens van vandaag.

Geschreven in de eenvoudige stijl van een glossy als Happinez, biedt het meer dan spiritualiteit als een nieuw stel mindfulness hakken, een lekker stukje spirituele chocolade of welke andere vorm van gemakzuchtige innerlijke decoratie dan ook. Sera Beak heeft namelijk inhoud dankzij haar studie vergelijkende godsdienstwetenschappen én doordat ze het niet heeft gelaten bij spiritueel pootjebaden, maar meerdere malen in het diepe is gedoken.

Voor mensen die al wat meer onder de zon hebben gezien en meegemaakt, biedt het boek niet veel nieuws. Het is vooral het totaaloverzicht en de aanstekelijke nuchterheid, de humor en haar persoonlijkheid die aanspreken. Ze schrijft als een vriendin die met je praat en tips geeft. Maar ook haar zwaktes en diepte- en hoogtepunten deelt. Ze is echt in haar zweven, zitten, vallen en opstaan. En dat is heerlijk verfrissend.

Sera Beak: ‘Ik ben een ware moderne devoot. Ik hou van mystiek en ‘The Matrix’, yoga en de White Stripes, meditatie en designerjeans. In termen van culturele dialecten ben ik meertalig. Ik spreek de taal van new age en Aveda-huidverzorging, oosterse filosofie en ‘Elle’, metafysica en Hitachi-vibrators. Ik hou van moderne kunst en dinertjes, lavendelchocolade en smerige martini’s, van dansen en zomaar ergen heen rijden en lekker chillen mijn mijn vriendinnen. Mijn spiritualiteit is echt, levend, actief, funky en fris.’

De Amerikaanse stoft spiritualiteit af en maakt haar sexy. Spiritualiteit moet ook cool zijn, vindt Sera Beak. Het moet swingen en zingen, schreeuwen, maar ook zwijgen. Soms. Het is in elk geval onderdeel van je dagelijks leven. En ja, seks heeft er ook mee te maken. Zo haalt ze Juliana van Norwich (1342-1416) en Theresia van Avila (1515-1582) aan, twee christelijke nonnen ‘die claimden persoonlijke de goddelijke sensualiteit en seksualiteit via hun lichaam te hebben ervaren, ervaringen die ertoe leidden dat velen binnen de Kerk aannamen dat ze God voor de duivel aanzagen (en o, wat zaten ze ernaast)’.

Een etage hoger was seks tot opkomst van de christelijke religie, rond tweehonderd van onze jaartelling, een heel normale zaak. Zo had Krishna, die vrolijke speelse god uit India, seks met talloze vrouwen en El, de oppergod van Kanaän (Israël, Palestina en delen van Libanon en Syrië) deed het honderden jaren met de godin Asherah. Zeus, om wat meer in de buurt te blijven, de Griekse grote baas, was getrouwd met Hera ‘maar hij werd door veel sterfelijke vrouwen verleid en als hij niet achter rokken aanzat, masturbeerde hij veelvuldig.’

Ook diverse grote goeroes waren niet vies van seks en dus van hun lichaam. Jezus, een verlichte meester, kuste zijn vermoedelijk favoriete discipel, de schijnbaar volledig ontwaakte Maria Magdalena regelmatig vol op de mond. Mogelijk had hij ook (tantrische) seks met haar. Dat zou zomaar kunnen. De historische boeddha, die Jezus voor ging, moest er overigens weer niets van hebben; vrouwen en seks.

Van Mohammed, de aardse man van de islam, wordt gesteld ‘dat hij met zijn vrouwen veel lichamelijke bevrediging en genegenheid kreeg’. ‘Verschillende Hadith, geschreven vertellingen van de uitspraken en praktijken van de profeet, stellen dat een orgasme krijgen eigenlijk het recht is van de vrouw en dat seksuele ontevredenheid een legitieme grond is om van een echtgenoot te scheiden’, schrijft Sera Beak.

‘Het Rode Boek’, oorspronkelijk uit 2006, biedt vrouwen een informatieve en creatieve leidraad om meer spiritualiteit in het dagelijks leven te vervlechten. Behalve over (tantrische) seks – maar een klein onderdeel - gaat het onder meer over diverse manieren om anders te bidden, het bedenken van eigen rituelen, heldere visualisaties, regels die soms overtreden moeten worden, de noodzaak om te blijven ‘kicken’, spiritueel masturberen en het voelen van de energie van anderen.

Het boek is vooral geschreven voor westerse, liberale vrouwen die hun eigen weg kunnen en durven gaan. In de aanvankelijke publiciteit werd Sera Beak voor deze doelgroep ‘vermerkt’ als een ’spirituele cowgirl’. Hierdoor kreeg ik eerlijk gezegd bij voorbaat al jeuk op onaangename plaatsen. Zo werd een publiciteitsfoto verspreid waarop ze een cowboyhoed draagt om deze term visueel te versterken. Ik dacht; ze ziet er lekker uit, zelfs met die hoed, maar heeft ze ook wat te melden?

Mijn vrees was onterecht. De schrijfster is slim, sexy en spiritueel. En integer. Zo kreeg ze na de publicatie van dit boek in 2006 - en de gecultiveerde hype die volgde - na verloop van tijd schijnbaar genoeg van de misbruikende marketing van ‘vrouwelijke spiritualiteit’ die haar aanvankelijk hielp, maar haar ook uitholde en verkocht als een pak spiritueel wasmiddel (’wast nu nog roder’). In haar volgende boek, dat over enkele maanden in de winkels moet liggen in het Engelse taalgebied, blikt ze terug op de roerige jaren na het verschijnen van haar eersteling.

‘Het Rode Boek’ is een aanrader voor vrouwen van twintig plus die voluit leven en het spirituele daarin een frisse en fruitige maar vooral een permanente plaats willen geven. Zonder zurige angsten of zouteloze praatjes, maar vurig, kruidig en scherp, zodat je weet dat je leeft en de tranen je soms in de ogen schieten. Bijvoorbeeld van het lachen.

Comments Off

admin op 6 November 2011 in Ongewoon & Anders, Religie & Spiritueel

Drie vrienden en hun kabouters in een oude barrel naar Dakar

Het is een trip die voor velen een onvervulde jongensdroom zal blijven. Pieke Lebon, Maarten van Eert en Vincent van Goor gaan het doen; van Amsterdam naar Dakar, zevenduizend kilometer, in een oude Mercedesbus. Voor beter basisonderwijs in Gambia en natuurlijk voor de opwindende ervaring. Initiatiefnemer is Maarten van Eert uit Sittard.

Enthousiast gemaakt door een kennis die aan een eerdere tocht heeft meegedaan, besloot Maarten van Eert in oktober 2010 een balletje op te werpen bij een groepje vrienden; wie wil er mee? Een paar vielen af, Pieke Lebon en Vincent van Goor bleven over.

Ze kennen elkaar van het Trevianum, de school voor havo en vwo in Limbrichterveld. Veel ervaring in het lowbudget reizen hebben ze niet. Wat het meest in de buurt komt, is een rit die Maarten van Eert en Pieke Lebon ooit samen in een groepje van zes jongens met oude auto’s naar Zuid-Europa heeft gemaakt. Dat was toen een heel avontuur. Nu zeggen ze dat het stuk in Europa niet veel voorstelt: ‘Daar rijd je zo doorheen’. Het begint pas na de Grote Oversteek .

De drie vrienden rijden niet alleen, maar zijn onderdeel van een grote groep die een beproefd parcours aflegt via de Amsterdam-Dakar Challenge. Dat is een Nederlandse organisatie, in 2004 opgezet door Dakar-pionier Arthur Verheijen, die geld voor goede doelen inzamelt door mensen met oude auto’s naar exotische bestemmingen te laten rijden.

De auto’s worden ter plaatse verkocht en het geld, ook van sponsoren van de teams, gaat naar sociale projecten. Zo zou met ritten naar Dakar, Peking, Siberië, Bombay en de Rode Zee intussen al zo’n drie miljoen euro zijn ingezameld.

De drie Dakarridders, zoals ze zichzelf noemen, besloten om hun geld te geven aan Nice to Be Nice. Dit is een in Tilburg bij de Kamer van Koophandel ingeschreven stichting die de lokale bouw en financiering van scholen in Gambia ondersteunt.

Nice to be Nice helpt een basisschool in Tabokoto en kleuterscholen in Freetown Gunjur en Msisranding. Verder staat ze garant voor het onderwijs aan dertig kinderen – mocht hun sponsoring wegvallen. Ook brengt de stichting lesmaterialen naar Gambia.

De grootste bron van inkomsten voor de Sittardse zandhappers, de bus, staat nu in Hoogveld bij Maarten van Eert op de stoep. Hij is opgeknapt met gedoneerde spullen en incarneert na de reis vermoedelijk als minibus, een soort groepstaxi. Zoals alle gebruikte auto’s heeft hij niet meer dan vijfhonderd euro mogen kosten.

Om alvast te oefenen met rijden in het rulle zand, hebben de mannen al een proefritje gemaakt op een stuk woeste grond bij Schipperskerk waar graafmachines bezig zijn om het terrein om te woelen. Het ging goed en de gesponsorde off road-banden bleken de belofte van de producent waar te maken - in elk geval toen de grond droog was.

Wel wordt de bus nog iets opgehoogd. De uitlaat verliezen is gauw gebeurd, zeker in de zandduinen, en een nieuwe vinden is daar niet altijd even gemakkelijk. Maarten van Eert: ‘We hoorden het verhaal van een team dat dit is overkomen en zij moesten eerst dertig kilometer naar een dorp rijden om een steigerbuis op te halen, daarna nog eens dertig kilometer om die pijp in een ander dorp eronder te laten lassen.’

Geld wordt verdiend met sponsoring, onder meer via reclame op de bus, een Mercedes Benz Vito uit 1997. De bus is intussen behoorlijk volgeplakt, al is er nog plaats voor extra sponsoren (vanaf 75 euro). Behalve met reclame, wordt geld verdiend met de verkoop van gipsen tuinkabouters voor 25 euro per stuk.

De kabouters hebben fantasierijke namen als Biologische Bert, Barrie de Bloemplukker en Sergio Schepper en, zo is de bedoeling, ze gaan allemaal mee naar Dakar. Onderweg worden foto’s gemaakt van elke gesponsorde kabouter op karakteristieke locaties - zoals met de kabouter in de film ‘Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain’. Er zijn al enkele tientallen verkocht, maar er zijn nog beschikbaar.

Ook voeren ze onder meer een actie waarbij oude mobieltjes kunnen worden ingeleverd of verkocht. Voor de telefoons geeft sponsor GSM Loket geld. Dit bedrijf reviseert en recyclet oude mobiele telefoons, die daarna bijvoorbeeld worden doorverkocht naar Afrika.

Het is ook mogelijk om zelf je mobieltje via de site van de ridders te verkopen. In dat geval houden beide partijen er wat aan over. Hoeveel je aan de Dakarridders gunt, is uiteraard jouw zaak.

Voor geld willen de drie mannen vrij ver gaan. Zo bieden ze zelfs aan om naakt door de woestijn te rennen, uiteraard met foto’s als bewijs, als er maar genoeg wordt geboden. Een streefbedrag is er niet, dus dames ga naar www.dakar-ridders.nl en laat je creditcard wapperen!

De rit Amsterdam-Dakar voert de mannen via Marokko en Mauritanië naar Senegal en duurt tussen de negentien en drieëntwintig dagen. De bedoeling is dat de drie Hoogveldse Dakarridders in een groepje gaan rijden. Liefst met een 4 x4 erbij, voor het geval de ridders uit het zand moeten worden getrokken.

Bij de start krijgen ze een routekaart, een roadmap, en met een gps-ontvanger moeten ze van checkpoint naar checkpoint rijden. Onderling communiceren ze met bakkie’s en, als er verbinding is, met mobiele telefoons. Begeleiding is er niet, wel worden ze op cruciale plaatsen, zoals grensovergangen, opgewacht en geholpen door mensen van de organisatie.

Vanaf Marokko rijden ze over het strand en later volgt een stuk door de zandduinen. Daar worden de mannen van de jongens gescheiden bij de keuze voor de moeilijke of de makkelijke route. Uiteraard willen de Dakarridders de moeilijke route doen, de classic route, bezweren ze in koor. Maar zijn ze wel voldoende voorbereid op wat gaat komen? Zoals de titel van het bekende boek luidt: ‘Are you experienced?’.

De manager. Maarten van Eert is van huis uit leraar en nu personeelsmanager van een franchise onderneming die lesprogramma’s ontwikkelt over natuurwetenschappen en techniek. Scholen kunnen die aanschaffen, inclusief de begeleiding door ervaren instructeurs. Verder verzorgt het bedrijf naschoolse science clubs, verjaardagsfeestjes en evenementen.

De chauffeur. Pieke Lebon is planner bij een landelijke apotheekketen. Hij zorgt dat verpleegkundigen binnen de keten weten waar hun medicijnen naartoe moeten. Eerder was hij taxichauffeur en nu nog rijdt hij elke vrijdagnacht ergens in Limburg taxi – als hobby.

De bandenspecialist. Vincent van Goor heeft wat langer doorgestudeerd, onder meer in Groot- Brittannië, en houdt zich volgens zijn reisgenoten bezig met het ontwikkelen van banden bij een bekende bandenfirma. Daar is hij “virtueel bandentester”. Met behulp van computersimulaties berekent hij de verwachte prestaties op het gebied van grip, slijtage, duurzaamheid en rolweerstand.

Initiatiefnemer Maarten van Eert is vermoedelijk degene die zijn grenzen het verst gaat verleggen. ‘Ik houd graag de controle, maar ik ga de knop omzetten. Normaal wil ik weten hoe laat ik eet en hoe laat ik waar ben. Als we willen slapen, zoeken we straks gewoon een parkeerplaats en slapen dan in onze voortent. En ja, dan kan het voorkomen dat we drie dagen niet douchen, maar goed, iedereen stinkt dan.’

De voortent van een camper of caravan is er overigens nog niet, als we medio juni met ze spreken. Zo zijn er nog veel meer spullen nodig. Benzine bijvoorbeeld, anders gaat het hele feest niet door. En als het kan, zou een koelkastje voor een paar blikken bier ook welkom zijn.

Dan nog een belangrijk punt: Er zijn teams die met het sponsorgeld ook de vlucht terug betalen, maar de mannen uit Hoogveld doen dat principieel niet. ‘Voor ons is het een soort vakantie, waar het goede doel ook wat aan heeft. Dus dat betalen we zelf, het kost ons een paar duizend euro per man, zodat het meeste geld gaat naar het onderwijs in Gambia.’

Op 5 november vertrekken de drie avonturiers vanuit Amsterdam. De verwachting is dat het wel goed met ze komt; het percentage uitvallers is al jaren heel laag. Maar of alle kabouters de heenreis overleven, zodat ze vanuit Afrika in pakketjes kunnen worden teruggestuurd naar de sponsoren?

(dit stuk is geschreven voor het WijkKrantje)

Comments Off

admin op 7 July 2011 in Ongewoon & Anders, Politiek & Media

Digitaal schatzoeken niet voor Dreuzels

Schatzoeken met een gps-ontvanger, ook wel geocaching genoemd, is helemaal hot. Hub en Marianne Larue uit Hoogveld zijn nu al vier jaar verslingerd aan deze hobby. De uitdaging is het zoeken van een schatkist (‘cache’) die gevuld is met leuke ruilspulletjes.

Caches kunnen verschillende groottes hebben. Veel gebruikt zijn oude munitiekistjes van het leger en houdertjes voor een fotorolletje. De cache bevat altijd een logboekje, waarin de vinder tenminste zijn (schuil)naam en de datum moet noteren, maar ook wat kan schrijven over zijn ervaringen met de zojuist gevonden cache. Meestal zitten er ook leuke hebbedingetjes in, waarvan de vinder er eentje mag meenemen mits hij die vervangt door een andere: er moet in principe geruild worden.

De inhoud van de cache is in geld uitgedrukt niet veel waard, maar vaak wel wat betreft het verhaal erachter. Het zijn bijvoorbeeld poppetjes, autootjes, sleutelhangers, toegangskaarten, speeltjes of kleine spelletjes. Een speciaal type ruil-item vormen de travel bugs en geocoins die de vinder nooit mag houden maar altijd in een andere cache weer moet afleveren.

Deze items krijgen van de eigenaar vaak een speciale opdracht mee. Marianne: ,,Zo hebben we van een sleutelhanger die we in Parijs gekocht hadden een travel bug genaamd ‘Butterfleiffel’ gemaakt en deze de opdracht meegegeven een cache te bezoeken in elke stad in de Verenigde Staten en Canada met de naam Paris. We hebben deze in een cache bij vliegveld Beek geplaatst en die was zo in in Amerika; meegenomen door een Amerikaan. Alleen is die travel bug daarna op een gegeven moment helaas verdwenen omdat de cache leeggeroofd is.”

De locatie van elke cache ter wereld is te vinden op www.geocaching.com. Daar worden alle caches beschreven en je vindt er reacties van mensen die hem gevonden hebben (of juist niet maar toch een berichtje willen achterlaten). Geocaching.com is de site die vanaf het begin in de lucht is en een centrale rol speelt bij geocaching. Het begin is hier 2000, het jaar waarin het globale gps-netwerk niet meer alleen voor militairen maar ook voor gebruik door burgers werd vrijgegeven.

Op deze website staan kaarten van over de hele wereld, bezaaid met kleine stipjes die exact aangeven waar een cache is verborgen. Een blik op de kaart van Nederland en onze omgeving levert het verrassende beeld op dat we praktisch omringd zijn door vele geocaches.

Hoewel de exacte locatie gepubliceerd is, valt het vinden van een cache niet altijd mee. Veel geocachers houden ervan elkaar uit te dagen en het zoeken wat moeilijker te maken door de caches ingenieus in het landschap te laten opgaan. Een bijzondere locatie van een cache, bijvoorbeeld vanwege de tocht er naartoe of het uitzicht of de nabijheid van een bezienswaardigheid, is dan ook een belangrijk onderdeel van het vermaak. Een cache kan verstopt zijn onder een stapeltje takken in het bos, in een park, een grot, op een berg of zelfs aan de rand van een klif (voor bergbeklimmers) of onder water (voor duikers).

Koppeltjesding

Geocaching is vooral een ‘koppeltjesding’, zegt Hub Larue uit Hoogveld, een fervent geocacher. ,,Het zijn vaak stellen die geocachen leuk vinden, bijvoorbeeld om zo op plaatsen te komen waar ze anders niet komen, met mooie vergezichten of bijzondere beziens- en wetenswaardigheden.” Vaak nemen geocachers ook hun kinderen mee, omdat schatzoeken erg tot hun verbeelding spreekt en er soms leuke speeltjes in de caches zitten.

Hub (43) en zijn vrouw Marianne (44) raakten in 2006 besmet door het virus en tegenwoordig wordt er regelmatig gecachet op zondag – dat is de dag waarop de meeste cachers actief zijn. Natuurlijk wordt er ook gecachet op vakantie – in ieder land zijn mensen die caches plaatsen en beheren. En op zakelijke reizen; als er een paar uurtjes over zijn wordt snel een cache in de buurt bezocht. Zulke makkelijke ‘oppikkers’ zijn ook goed voor de totaalscore wat betreft het aantal gevonden caches – voor wie dat belangrijk vindt. Hub en Marianne hebben er intussen al meer dan vijfhonderd gevonden, in binnen- en buitenland.

Soorten caches

Je hebt diverse caches, vertelt het stel uit Hoogveld. Traditionele caches liggen op één punt en dat punt kun je in één keer bereiken. Soms kun je de auto naast de cache parkeren maar meestal moet je toch een eind(je) lopen om te cache te bereiken.

Daarnaast zijn er multicaches waarbij je via een reeks verbindingspunten (‘waypoints’) de cache moet zien te bereiken. Multicaches vereisen soms berekeningen, observaties ter plaatse en het oplossen van raadsels om verder te komen. Vaak betekent dat een wandeling van meerdere kilometers, maar dat is juist leuk, vinden Hub en Marianne; zo kom je op verrassende plekken waar je zonder geocaching nooit zou komen.

Verder bestaan er onder meer mystery-caches, waarbij je eerst thuis de exacte locatie moet zien te bepalen, en earth-caches waarbij je iets leert over de aarde. Erg leuk zijn ook de event-caches waar een groot aantal geocachers samenkomen om speciaal voor de gelegenheid gemaakte caches en opdrachten uit te voeren; omdat geocaching niet in verenigingsverband beoefend wordt, zijn dit dé gelegenheden om mede-cachers te ontmoeten.

De originaliteit van een cache wordt bepaald door de creativiteit van de maker. Zo zijn er zogenaamde hitch-hikers (‘lifters’) die een cache op zichzelf zijn en zich als een soort parasiet van de ene naar de andere cache verplaatsen of een bepaalde route (zoals het Pieterpad) moeten volgen.

Via geocaching.com worden de tijdelijke locaties van deze reizende caches bekend gemaakt. Soms met een kleine stormloop aan cachers tot gevolg, zeker als het een gewilde cache is die al diverse jaren in omloop is; door hem te vinden, ga je deel uitmaken van het verhaal van die beroemde cache.

Vele geocachers maken een cache op basis van de kennis die ze hebben vanuit hun beroep of hobby. Zo zijn er mensen die caches maken over historische onderwerpen, zoals Limburgse wegkruizen of over de Bokkenrijders of over thema’s als chemie.

Hub: ,,Een voorbeeld van dat laatste is van iemand die bij DSM werkt. Je moet dan van een aantal chemische stoffen de chemische formules in cijfers en letters achterhalen en het eindresultaat van de chemische reactie tussen deze stoffen geeft dan de coördinaten weer van de locatie van de cache. Dat is echt een moeilijke (mystery) cache, we hebben hem nog niet kunnen oplossen.”

Een andere bijzondere categorie zijn de night caches, bijna per definitie multicaches. Deze routes zijn alleen ’s nachts te vinden met een zaklamp. Ze werken met reflectoren, bijvoorbeeld in de vorm van punaises met lichtgevende tape of opprikbare reflecterende piramidetjes, en soms ook met fluoriserende verf. Ze zijn erg leuk om te doen, maar niet altijd gemakkelijk, vertelt Hub.

,,Zo konden we een keer geen begin vinden, maar het bleek dat we eerst een tegeltje moesten vinden en dat met de zaklamp moesten beschijnen totdat de fluoriserende verf ging oplichten en we wisten waar we moesten zijn.”

Ook de grootte en de kleur van de cache zorgt vaak dat deze moeilijk te vinden is. Er zijn micro’s (meestal houdertjes voor filmrolletjes) en nano’s. Nano’s zijn extreem kleine caches die als een magneetje vast zitten aan metaal. Hub: ,,Zo hebben we eens eentje gevonden die vastzat aan een bushokje. Hij had dezelfde kleur als het staal. Dat maakte het erg moeilijk om hem te vinden en zelf niet teveel op te vallen.” Marianne: ,,Stonden we daar een beetje onopvallend te treuzelen tot we hem konden zoeken, bekijken en snel weer terugplakken, hahaha.”

Muggles

In de buurt van een cache of een waypoint (een punt in een multicache) let een geocacher op afwijkende zaken. In een bos of park bijvoorbeeld naar ‘cacherspaadjes’ die leiden naar de cache of een verdacht stapeltje kreupelhout waaronder de cache ligt.

En cachers letten natuurlijk op andere mensen. Daarbij is het altijd de vraag: zijn het ook cachers? Het gevolg is dat er soms ongemakkelijke situaties ontstaan. ,,We vragen ons altijd af: zouden ze aan het cachen zijn of niet?”

Als de anderen ook semi-onopvallend ronddwalen, zijn het waarschijnlijk cachers. (,,Je moet als geocacher altijd moeite doen om niet op te vallen.”) Vaak worden dan nicknames (bijnamen) en ervaringen met andere caches uitgewisseld (bij het geocachen heeft iedereen een bijnaam, Hub en Marianne zijn bekend als ‘team GeoLash’).

Als het geen cachers lijken te zijn, dan fluisteren Hub en Marianne net als andere cachers: ‘Oppassen, Muggles!’ Muggles (’Dreuzels’) is een term uit de Harry Potterboeken die staat voor de mensen die niets van de magische werkelijkheid weten, in dit geval de wondere wereld van geocaching. Deze buitenstaanders wandelen vervolgens verder, onwetend van het feit dat ze vlakbij een cache waren.

Geocachers letten goed op dat caches niet per ongeluk gevonden kunnen worden. Het is namelijk niet leuk als een cache verdwenen of leeggehaald blijkt te zijn. Het komt helaas af en toe voor dat caches ‘gemuggled’ worden. Vaker denken geocachers dat een cache verdwenen is, maar hebben ze gewoon niet goed gekeken.

Naast de caches, vinden Hub en Marianne ook wel eens andere zaken die niets met hun hobby te maken hebben. Marianne: ,,Drie jaar geleden hebben we zo eens een aantal potten met wietplanten ontdekt in een bosje bij Susteren. Daar hebben we foto’s van gemaakt. Dat was heel grappig en ook best spannend.”

Geocaching populair

Hun hobby is hot. Er zijn meer caches dan ooit en hun aantal neemt explosief toe. Het gevolg is dat de fijnproevers onderscheid willen maken. Op een gegeven moment heb je het wel gehad met de microcaches en ga je alleen nog voor de krenten uit de pap, geeft Hub aan; de verrassende en meer uitdagende caches. Hiervoor zijn intussen door Stichting Geocaching Nederland onderscheidingen in het leven geroepen, de zogenoemde Geo d’Ors, die door geocachers zelf worden toegekend.

Het digitale schatzoeken is een laagdrempelige hobby, dat helpt ook. Het enige dat je nodig hebt is een gps-ontvanger (en toegang tot internet). Zo’n gps-apparaatje is tegenwoordig al vanaf honderd euro te krijgen. En het wordt alleen nog maar gemakkelijker en goedkoper om deze hobby te beoefen. De nieuwste smartphones hebben alles wat je nodig hebt, zelfs gratis geocache-applicaties. De verwachting is dan ook dat geocaching voorlopig nog wel even in populairiteit zal blijven toenemen.

(Dit artikel is geschreven voor het WijkKrantje in Sittard).

Comments Off

admin op 6 December 2010 in Ongewoon & Anders

Wim Hof: ‘Dit was het antwoord op de vraag van de leegte’

Het wonderbaarlijke vermogen van Wim Hof om extreme kou te weerstaan wordt sinds enkele maanden wetenschappelijk onderzocht. De voorlopige resultaten zijn verbazingwekkend. De uitkomsten moeten het wetenschappelijk fundament vormen voor de nieuwe Wim Hof Methode voor gezonder leven. Een instituut is er al, het bijbehorende boek wordt nu geschreven. Eén troost voor cursisten: ze hoeven geen geen lange ijsbaden te nemen op de Noordpool. Het kan ook gewoon in een rijtjeswoning. En om te illustreren dat zijn methode altijd werkt, gaat Wim Hof zich binnenkort richten op het overwinnen van extreme warmte. ,,Het principe is hetzelfde.”

Wim Hof, wereldberoemd als The Iceman, gaat al jaren elke ijskoude uitdaging aan die hij maar kan bedenken. Hij rende in korte broek en gympen een halve marathon in Finland, beklom met dezelfde outfit de Mount Everest en de Kilimanjaro en zat diverse malen ruim een uur in een grote bak met ijs. Ook zwom hij meerdere keren onder tientallen meters poolijs. Het leverde hem tot nu toe achttien vermeldingen op in het Guiness World Records Book.

Intussen hebben zijn prestaties de interesse gewekt van wetenschappers wereldwijd. Zo wordt de Amsterdammer nu onderzocht in het UMC van het Radboud Ziekenhuis in Nijmegen. Het lijkt erop dat Wim Hof, in strijd met gangbare wetenschappelijke inzichten, het autonome zenuwstelsel kan beïnvloeden. Hierdoor is hij naar eigen zeggen ‘vrij van ziekte’ en heeft hij een groot herstellend vermogen. Redenen genoeg voor een interview met deze opmerkelijke man, die binnenkort met hulp van de westerse wetenschap de wereld wil laten delen in zijn helende ervaringen en inzichten. ,,Ik wil het cynisme in één keer van tafel vegen.”

We spreken af in Amsterdam in een strandtent bij de haven waar hij vaker komt om aan de waterkant te mediteren of in het water zijn oefeningen te doen. Het is een milde nazomerdag en het motregent. Wim Hof heeft een tanig postuur, is losjes gekleed en draagt een onbestemde geur met zich mee van leven in de buitenlucht. Voor hem staan een kopje thee en een glaasje wijn; die combinatie is volgens hem goed voor de bloedcirculatie. Ook is er af en toe tijd voor een sigaretje - niets menselijks is hem vreemd.

Een sprong in de vijver

Op televisie en op internet wordt Wim Hof vaak neergezet als iemand die extreme sporten beoefent. Maar je kunt deze man, die ooit aan de kunstacademie wilde studeren, net zo goed een performance kunstenaar noemen. Of een soort westerse yogi, verwant aan zijn collega’s die in Tibet naar verluidt wedstrijdjes doen om via meditatie zo snel mogelijk sneeuw te laten smelten of een deken te drogen. Hoe dan ook, zijn hele leven staat in het teken van extreme ervaringen.

Het begon allemaal in geboorteplaats Sittard, op een winterdag, op het voetbalveldje vlakbij hun huis, vertelt hij. De eerste sneeuw was maagdelijk wit en de kleine Wim begon ineens op blote voeten rondjes te rennen. ,,Dat was een geweldig gevoel. Ik bleef maar rennen en mijn voeten werden helemaal warm. Ik denk wel anderhalf uur lang. Mijn jongere broer ging ook meedoen en het was heerlijk, één en al fun!” Maar een echt machtig gevoel kreeg hij als achttienjarige bij zijn eerste ijsduik in het Amsterdamse Beatrixpark.

,,Ik werd aangetrokken door het dunne ijs, trok m’n kleren uit en ben erin gesprongen. Een halve minuut, een minuut onder water. Wow! Al die gedachtegangen, al dat zoeken… Ik was een zoeker, verdiepte me in esoterische disciplines en yoga, karate, had een hang naar verdieping… Wat is de diepte, wat is de ziel? Ik las allerlei boeken, maar kon het niet vinden. Het contact, de las werd niet gemaakt. En dit doorbrak het. Dit was het antwoord op de onbeantwoorde vraag van de leegte, hierdoor werd aaneen gesmeed werd wat nog niet aaneen gesmeed was. Dat wat eenheid in jou vormt, dat ben je ook. Dat is voor mij spiritualiteit. Het was een machtig gevoel. Natuurlijk ging ik dat weer opzoeken.”

Ook toen zijn eerste vrouw overleed, eind jaren negentig, hervond hij eenheid in de natuur. Hij beklom toen in Spanje ongezekerd een ‘onbeklimbare’ rots van ruim dertig meter hoog. Ook toen ervoer hij een diepe verbondenheid en sereniteit. En, alleen aan de top na alle beproevingen, misschien wel een schitterend besef van grandioze nietigheid. Gevaarlijk is het niet, wat hij doet, vindt Wim Hof. Als je maar weet wat je doet en wat je kunt. En goed luistert naar je lichaam, naar de natuur.

Irrationele angsten overwinnen

,,Je hebt irrationele angsten, drijfveren van het verleden, blokkades. Die moet je oplossen voordat je zo’n uitdaging aangaat. Dat gebeurt ook elke keer, daarom doe ik het ook. Een soort schoonmaak. Catharsis. Maar de echte angst, de angst als een natuurlijk signaal dat daar een grens is, die neem ik absoluut waar en daar ga ik ook niet overheen. Ik heb 7500 m in korte broek afgelegd op de Mount Everest, maar toen ben ik wel terug gegaan omdat ik voelde dat mijn aderen nog niet helemaal flexibel waren.”

Door dit soort grens-ervaringen krijg je een groter gevoel van controle, beheersing over jezelf, vertelt Wim Hof. ,,Het gaat ook gepaard met beleving. De bezem door je innerlijk. Het gaat erom jezelf te raken in de diepte, daar vindt ook de verwerking plaats. Door dit te doen, word ik stil, komt er een rust over mij. Ik vertrouw dat, want de natuur vertrouw ik. Daar gebeurt mij ook niks. De zoeker is dan voor even een vinder geworden. Eenheid.

In het verleden werd ik net als iedereen geregeerd door herinneringen en emoties. Maar af en toe doe ik iets waardoor de eenheid helemaal beleefd wordt. Waardoor je totaal losgekoppeld wordt – die macht hebben we vaak verloren; dat we ons niet meer kunnen loskoppelen van onze patronen, emoties, gedachten en het verleden. Die moet je niet de regie overgeven, die gaan dan een heel eigen leven leiden. Loskoppelen doe ik bijvoorbeeld door een heel zware beproeving aan te gaan, in de koude, of een angst te overwinnen.

Het is vaak zo dat wij door onze angsten geregeerd worden. Angsten en vermeende zekerheden die daarmee verbonden zijn. En dan is er altijd wel een logische verklaring waarom we dingen niet helemaal doen, maar uiteindelijk voelen we ons niet helemaal lekker. Niet helemaal zoals we zouden willen. Maar als je jezelf af en toe weet los te koppelen, jezelf uitdaagt, dan kun je stappen zetten. Daarbij maakt de uitdaging niet uit.

Het kan zijn dat de timmerman een prachtige kast gaat maken waarin de concentratie en de sereniteit tijdens het maken, momenten waarin de tijd wegvalt, zijn verwerkt. Via tijdloosheid krijg je mooie kunstwerken, dat is beleving. Die diepte is op een gegeven moment zonder woorden, zonder geachten. Een ervaring. Dat is dan voor mij meditatie. Totaal geabstraheerd, door erin te gaan en het te voelen, niet door erover te praten en boeken te schrijven. Het is ver weg van het normale, dat is beleving.

Whhaa!!! Sodemieter op!

Uiteindelijk is het leven zo wonderlijk mooi. Maar het is zo vaak ondergesneeuwd door de waan van de dag. En vergeet niet: het is je recht en je plicht om je goed te voelen. Geloof in jezelf is vasthouden aan die beleving. Af en toe moet je gewoon zoiets hebben van: ‘Whhaa!!! Sodemieter op! Ik wil gewoon die beleving in! Ik ga dit doen! Ik ga dat doen! Ik ga eindelijk dat oppakken! Ik ga die reis zo maken!’ Dat gevoel, dat is het begin waardoor je de kracht hebt om door die vermeende zekerheden, door die angst en die blokkades in je zelf heen te komen.

Mensen denken dat er directe antwoorden zijn op innerlijke vragen. Maar antwoorden betekent gewoon werken aan jezelf. Diep gaan in jezelf. Eigenlijk zou ik willen zeggen: doe het gewoon. Je bent een open boek. Sla die eerste pagina open en begin te kijken. Het heet het leven. Dat ben je zelf. En wat jij wilt, zover zal je komen. En als je niet gedreven bent, zul je er niet komen.”

Natuurlijk gecertificeerd

Op internet wordt gesuggereerd dat je Yoga-, Tummo- en andere meditatietechnieken gebruikt.

,,Ha! Ze schrijven en zeggen zoveel. Sommige dingen zijn gewoon idioot! Ik ben nergens in gecertificeerd. Ik ben gecertificeerd door de natuur. Ik heb het diepste in mezelf naar boven gebracht. Ik heb weer eenheid in mijn lichaam gebracht. De natuur is een harde spiegel, maar wel een rechtvaardige. Zo leer je het ook; van binnenuit. Het zijn fysiologische mechanismen die aaneenrijgen. Het gaat erom het dier in ons te leren kennen.

Ik heb nu Tummo-leraren ontmoet, mensen als Wonguyal Tenzin Rinpoche uit Tibet, en die zijn zeer onder de indruk van mijn niveau. Chi Kung-leraren, ik geef ze les, maar ben niet gecertificeerd. Yoga-leraren, ik heb boeken over yoga geschreven maar ben niet gecertificeerd…” Een gesprek over stromingen en leermeesters is voor hem niet interessant meer. ,,Dat stadium ben ik gepasseerd.

Ik heb het geleerd door me bloot te stellen in de natuur en de juiste ademhaling. Je wordt gewoon gedwongen naar de juiste ademhaling, anders isoleert het niet. Anders veroorzaak je geen warmte in jezelf. Je wordt gedwongen fysiologische mechanismen die slapen wakker te maken en met elkaar te verbinden. Goed te laten samenwerken. Want koude is kracht. Zeker ijskoude is kracht, impact. En daar moet je iets tegenover stellen. Ik onderbreek het niet. Ik maak sluiting, de aderen rond de kern, de vitale delen, weet ik hermetisch te sluiten; lever, hart, longen, hersenen. Dat moet zevenendertig graden blijven. Als je diep genoeg gaat, kan je controle krijgen over het sluiten van je aderen.” En zo dus extreme temperaturen weerstaan, het eigen energieniveau verhogen en het welbevinden vergroten. ,,Extreme koude of hitte ondergaan is wakker worden. En het voelt ook nog goed ook.”

Versterking immuunsysteem

Jouw methode bestaat schijnbaar uit een combinatie van anticipatie, gewenning, acceptatie, focus en ademhalingstechnieken. Kun je er iets meer over vertellen?

,,Mijn methode, waarin ik ook op scholen les wil geven, heeft twee pijlers. Eén is de wetenschap. Die laat zien hoe de fysiologie en de immunologie in elkaar zit, via bloedwaarden en allerlei metingen. De wetenschap moet de methode onderbouwen. Proefondervindelijk is bijvoorbeeld in het UMC in Nijmegen aangetoond dat mijn cellen verhoogde activiteit vertonen als ik doe wat ik doe en ook daarna nog één en vermoedelijk zelfs twee weken. Het zorgt voor versterking van het immuunsysteem. En je krijgt meer controle over je zenuwstelsel. Verder is sprake van een spectaculaire onderdrukking van de ‘ontstekingslichaampjes’ in het bloed.

De ander pijler is de ademhaling. Het draait om potentialen; het is gewoon elektriciteit. Pneumatisch, door een bepaalde druk uit te oefenen via je eigen longen en je geest kun je die elektriciteit goed losmaken. Druk is gelijkwaardig aan een bepaalde elektrische waarde. Het gevolg is dat je heel diep gaat en dat alle systemen opengaan en alle systemen weer met elkaar gaan samenwerken. Als mensen specifieke problemen hebben, schrijf ik aanvullend bepaalde yoga-oefeningen voor.

Belangrijk bij de methode is verder dat je jezelf geestelijk niet moet tegenwerken, maar moet meegaan. Noem het even geloof. Meestal staan mensen vijandig tegenover kou. Maar het ijs is een vriend. Het veroorzaakt warmte in je lichaam, mits op de juiste manier benaderd. Daarom noem ik ijs mijn warme vriend.

En anticiperen, inderdaad. Denk vooraf, nadat je het nemen van ijsbaden geleidelijk hebt opgevoerd: ‘Het is winter en nu ga ik over één minuut ijszwemmen’ Als jij je dat echt inbeeldt, zit je over een minuut op de wc. Dan stuur je het op dat moment even bewust aan, door die gedachte te richten, sluit je je adem. Dat is invloed uitoefenen op het autonome zenuwstelsel – waarvan we zeggen: dat kan niet.

De methode vraagt twintig minuten tijd per dag. Een ijsbad is niet eens nodig, maar zo’n bad is wel een goede check voor jezelf. Het is absoluut versterkend. De manier waarop ik het doe, zorgt ervoor dat je je bewust stukken verder en sterker voelt en het beter aankunt. Niemand hoeft binnen mijn methode zover te gaan, dat slaat helemaal nergens op. Niet iedereen hoeft een professionele topvoetballer te zijn, maar af een toe een balletje trappen is wel gezond. Of een beetje rennen. Een beetje in de kou is nog veel gezonder.

Ice Man wordt Steam Man

De verschijnselen bij extreme kou lijken op die bij extreme hitte. Je bedrijft wetenschap met je lichaam, is het geen optie om eens extreme hitte te trotseren?

,,Grappig dat je dat zegt. We hebben dat laatst voor National Geographic getest in New York.Op een gegeven moment steeg de temperatuur en een ervaren saunaganger, die als proefpersoon erbij zat, moest eruit gehaald worden. Ik deed hetzelfde als met de kou: de kerntemperatuur beheersen en behouden. Nu gebeurde dat in de hitte; het sluiten van de aderen rondom. Zo bleef ik de hele tijd op een stabiele temperatuur van zevendertig graden in de hitte.”

Je zou zelfs een hittetraining kunnen ontwikkelen…

,,Daar ben ik nu ook mee bezig. “Na het rennen in Finland bedacht ik: ‘Nu ben ik eigenlijk wel klaar met de kou’. Deze winter ga ik daarom in het heetste gebied ter wereld, in Ethiopië, vijftig kilometer rennen zonder te drinken – waarvan doktoren nu al weer zeggen: ‘Dat kan niet’. Het is in de buurt van waar Lucy is gevonden, de oudste mens. Ik begin met een halve marathon zonder te drinken om even aan te tonen dat de kerntemperatuur op het juiste peil blijft. Op gegeven moment gaat stijgt de temperatuur heel snel omhoog. Als je dan niet snel geestelijk, de hypothalamus, een soort thermostaat, activeert, dan gaat hij er doorheen. Wordt het veel te heet en moet je drinken en ermee uitscheiden. Als de hypothalamus wel werkt, kun je dat gewoon halen. Dat is het contact tussen geest en lichaam goed en kun je dit soort dingen gewoon volhouden.”

(Een ingekorte versie van dit artikel verscheen in Koorddanser).

Comments Off

admin op 4 November 2010 in Ongewoon & Anders, Religie & Spiritueel