In het overgebleven licht, zie ik alleen nog de beer…

Klik. Een gevaarlijk ogende boogschutter houdt onbeweeglijk de wacht bij een lantaarnpaal in het park vol dagjesmensen. De knaloranje veren aan zijn pijlen contrasteren met zijn grijze tenue, dat is opgetuigd met stalen beschermstukken. Vandaag zullen de langbenige groeten die hij uitstuurt de dood niet laten fluiten.

Het is een spel en de schutter heeft gekozen wie hij wil zijn, net als vele duizenden andere deelnemers en bezoekers. Daarbij lijkt de kracht van de wens om te ontsnappen aan het alledaagse evenredig aan de passie voor historische details.

Bronzen haarspelden, leren polsbeschermers, katoenen hemden, zakjesbeurzen, ridderhelmen, natuurlijke zepen, halfedelstenen, vilten hoeden, opkrullende puntschoenen, enkel- en dubbelhandige zwaarden – allemaal te koop in de honderden tenten die als witte confetti snippers op het groene gras liggen uitgespreid.

Op podia zijn optredens van potsenmakers, overal zijn eet- en dranktenten, en in de centrale arena bestrijden zwaardvechters elkaar met choreografisch verantwoord geweld.

Klik. Verderop trekt een processie van bontgekleurde boeren, burgers en buitenlui over het smalle slingerpad langs de uitgebloeide tulpen. Opgewekt onderweg naar nergens, hebben ze hun aflaat al bij binnenkomst ontvangen, vele dagreizen voor Jeruzalem.

Interessanter is het theater van de bedelende lepralijder bij de poort – die straks waarschijnlijk in zijn glimmende middenklasser naar huis rijdt. Vrijwel niemand kijkt hem aan of hoort zijn gelamenteer over de beloning die in de hemel op je wacht als je hem een aalmoes geeft. Klik.

Hij kiest ervoor om afstotelijk te zijn, net de grijpgrage groene monsters die door het park zwalken in de schaduw van twee langbenige heksen. Klik. De heksen zijn in een geluidloze dans verwikkeld, van aantrekken, loslaten en verwonderen. Zo weven ze magie in het landschap.

En het werkt. Ineens hervind ik mij weer. Ik was een toeschouwer, maar als ik op een plek kom waar je kunt boogschieten en bijlwerpen, weer ik het meteen: vandaag ben ik een geoefend bijlwerper. Ik kan dat, ook al heb ik het nog nooit gedaan.

De eerste bijl weeg ik rustig in m’n hand. Het blikveld vernauwt, als ik afdaal in mezelf. De wereld verdwijnt in schemer. Weg zijn de toeristen, verdwenen is het spektakel. In het overgebleven licht, verstild in concentratie, zie ik alleen nog de contouren van de beer voor me, op een bord zo groot als een binnendeur.

Na een licht wiegende beweging, om één te worden met de bijl, gooi ik als ik weet dat ik zal raken. Tsjoek. Tsjoek. Twee bijlen blijven vlak naast elkaar in de beer staan. Van de derde klapt het blad precies op het heft van de eerste. Als ik even later het festivalterrein verlaat, de camera allang opgeborgen, is de boogschutter nergens meer te bekennen. Ook uitgespeeld zeker.

Geen Reacties »

admin op 15 May 2012 in Ongewoon & Anders

‘Mijn oog staat open voor de schoonheid van jouw gelaat’

‘Vorst der vorsten, schenker van innerlijke kracht, was ik maar een ster die in het wentelend hemelgewelf het stof van jouw voorportaal kust’. Een fragment van Ghazal 12 van Hafez van Sjirãz (1320-1390) van wie onlangs in vertaling van Sipko A. den Boer een beknopte bloemlezing is uitgekomen onder de titel ‘De Kroeg van Hafez’ (Synthese, 2012).

Hafez is een dode dichter die in Iran bij velen in de harten leeft. Een groot aantal Iraniërs heeft een exemplaar van zijn ‘Diwãn’ thuis, vanwege de schoonheid en voor waarzeggerij; zijn werk is doordrenkt van Koranteksten.

Hij wordt de Shakespeare van de Perzische literatuur genoemd. Er is echter een belangrijk verschil. Shakespeare kun je vrij goed lezen zonder kennis van alle verwijzingen naar bestaande personen en hun verhalen, bij Hafez is het ontbreken van een passend referentiekader van veel grotere invloed.

Een rondgang op internet leert dat het vertalen van Hafez vaak is uitgemond in herschrijven; bijna de enige manier om de magie zonder talloze voetnoten over te dragen aan westerse lezers. Dat zorgde geregeld voor de nodige opschudding, met name binnen literaire kringen.

En inderdaad, hoe fraai sommige teksten ook zijn, pas na uitleg van de beeldtaal en de vele (con)tekstuele verwijzingen (meestal naar de Koran, die de dichter uit z’n hoofd kende) komen de meeste van deze bloemen in onze taal tot volle bloei.

Over de dwarse dichter die ze schreef, is niet veel bekend. Hafez volgde het smalle esoterische pad binnen de islam, waardoor reizigers zoals hij vaak in conflict komen met de culturele conventies; gevuld en bezeten als ze zijn van hun streven naar heilige eenheid.

Hafez was daarin authentiek en consequent, omdat hij zelfs publiekelijk de hypocrisie binnen de toenmalige soefi orthodoxie hekelde. Hierdoor raakte hij overigens bijna aan de bedelstaf. Pas aan het eind van zijn leven vond hij weer een mecenas die hem wilde steunen.

Hij schrijft vooral over de (problemen rond de) mystieke eenwording met de geliefde, een thema dat we ook tegenkomen bij Roemi. Hafez gebruikt hiervoor alledaagse beelden, bijvoorbeeld van vrouwen, wijn en het wijnhuis.

Islamitische puriteinen zijn ervan overtuigd dat dit altijd zuivere beeldspraak is, maar als nieuwe lezer ben ik niet gelijk overtuigd. Het lijkt me niet uit te sluiten dat Hafez wel degelijk (eens) heeft geproefd van vrouwen en wijn.

Neem dit fragment uit Ghazal 22: ‘Bezweet, beschonken, met verwarde lokken, lachende mond, het hemd gescheurd, oden zingend, een bokaal in de hand, met smachtende ogen, uit op ruzie en met lippen vol verwijt, kwam ze gisteren in het holst van de nacht zitten aan mijn bed.’

Enkele beschrijvingen zijn zelfs licht erotisch. Denk aan het hierboven aangehaalde fragment uit Ghazal 12 over het kussen van het voorportaal. Het woord ‘voorportaal’ doet denken aan de voorhof van de joodse tempel, de entree tot de plaats van heilige vereniging.

Daarentegen toont hij verderop in deze Ghazal dat het in dit liefdesgedicht in wezen gaat om een uitnodiging aan het onuitspreekbare: ‘Kom je bij ons voorbij, til dan je kleed op, waaraan geen stof of bloed kleeft’; de uitgenodigde is op, maar niet van deze aarde.

Hafez’ gedichten, afgaand op de selectie in deze bundel, lopen daarnaast over van de wijn. Ook dat zal vaak symbolisch bedoeld zijn, met het hart als de kelk, maar opnieuw is er twijfel. Zo lijkt de dichter zich soms echt te verdedigen voor zijn ‘dronken’ gedrag. En in Ghazal 41 schrijft hij: ‘De kruiken bruisen en borrelen van dronkenschap, en de wijn erin is echt en niet symbolisch’.

‘De Kroeg van Hafez’ laat ons kennismaken met het bijzondere werk van Hafez, dat, in tegenstelling tot het meer universele van Roemi, vanwege culturele beperkingen niet eenvoudig kan worden ontsloten. De uitleg in de inleiding is daarbij onontbeerlijk.

Gelukkig staan er ook zinnen in die je direct kunnen raken, zoals deze uit, alweer, Ghazal 12: ‘Als een valk ben ik voor alle werelden geblinddoekt – mijn oog staat alleen open voor de schoonheid van jouw gelaat’. Dat je niet weet waar het oog en de valk voor staan, doet er dan even niet toe.

Zakendoen in Rusland wordt makkelijker en aantrekkelijker

Toetreding van Rusland tot de Wereldhandelsorganisatie (WHO) maakt het voor Nederlandse bedrijven veel aantrekkelijker om in Rusland zaken te doen. Dat zegt Annemarie Destrée, Marktadviseur Rusland van AgentschapNL.

‘De douaneprocedures worden versoepeld. Verder kunnen Russische bedrijven veel Europese consumentengoederen en voedingsmiddelen tegen lagere invoerrechten importeren’, aldus Annemarie Destrée.

Dat is goed nieuws voor Nederlandse ondernemers. Rusland wordt nu al gezien als het vijfde beste land ter wereld om te investeren en zal naar verwachting in 2040 met de andere BRIC-landen de G6 overvleugelen als mondiale economische factor.

Het biedt de voordelen van nabijheid, in drie uur zit je in Moskou, en veel meer hoger opgeleid technisch personeel ten opzichte van China. Verder is Rusland de grootste olie en graan producerende natie ter wereld en heeft het een sterk groeiende middenklasse van 21 miljoen mensen die de roebels wil laten rollen voor steeds meer luxe.

Terwijl de Europese markten sinds 2008 praktisch op hun gat liggen, bruist en borrelt het in het land van de matroesjka’s van de ondernemingslust. Rusland kent al tien jaar een gemiddelde groei van zeven procent. Dit jaar wordt met name een toename verwacht in de verwerkingsindustrie, de landbouw, de farmaceutische industrie en de medische branche.

De positieve cijfers ontstaan door de gestegen export van grondstoffen en meer buitenlandse joint ventures die hun vruchten afwerpen. Op dit moment exporteert het Nederlandse bedrijfsleven jaarlijks al voor zo’n zes miljard euro naar Rusland. Naar verwachting zal de handel tussen beide landen door de Russische toetreding tot de WHO verder toenemen.

Door de aangepaste regels over en weer, wordt het eenvoudiger om in Rusland succesvol te zijn. Voorwaarde is wel, dat je zorgt voor goede voorbereiding en rekening houdt met de Russische zakencultuur. Na gemiddeld twee jaar investeren in een persoonlijke zakenrelatie - altijd via een businesspartner ter plaatse - kan er concreet meer verdiend worden dan elders.

Het grootste gevaar voor Rusland is dan ook niet de veel genoemde criminaliteit of corruptie, die in de media vaak wordt overdreven en door de overheid sterk is ingedamd, maar dat het land haar eigen kapitalistische succes niet kan bijbenen.

Concreet is er in Rusland behoefte aan toeleveranciers en nog meer aan hoogwaardige partnerships, bijvoorbeeld met het Nederlandse bedrijfsleven, gericht op expertise en technologie om de sectoren energie, landbouw, IT, elektronica, infrastructuur en logistiek te optimaliseren.

Denk aan verlichting en verwarming van steden, de aanleg van (spoor)wegen en de productie van halffabricaten, bijvoorbeeld voor de automotive branche – Rusland is ’s werelds grootste afzetmarkt voor auto’s en heeft in het zuidelijke Oeral-gebied een reusachtige smidse die het Roergebied doet verbleken.

Voor Nederlandse bedrijven zijn er veel kansen, onder meer door aan te sluiten bij het Russische mkb. In 2010 waren er in Rusland, inclusief zelfstandigen, ruim 5,5 miljoen kleine tot middelgrote bedrijven actief. Veel ondernemers in Nederland hebben echter nog enige schroom om zich in het grote Rusland te wagen.

‘Dat is nergens voor nodig’, verzekert Robert Nahon, senior consultant van Venster naar Rusland. Deze in Uden gevestigde organisatie functioneert al jarenlang in het verlengde van semi-overheidsorganisaties als succesvolle matchmaker voor Nederlandse en Russische bedrijven, onderwijsinstellingen, overheden en NGO’s.

‘Met goede voorbereiding en begeleiding liggen er in Rusland gouden kansen voor actieve, innovatieve en creatieve ondernemers.’ Intussen heeft al menig Nederlandse bedrijf via zijn organisatie in Rusland waardevolle contacten gelegd en effectief business gerealiseerd. Vele honderden namen deel aan de symposia en seminars die Venster naar Rusland tien keer per jaar verzorgt.

Robert Nahon: ‘Ons geheim? Wij kennen Rusland van binnenuit, zijn er al jaren actief, van Moskou tot Vladivostok, denken als ondernemers, werken bilateraal en beschikken over een uitgebreid netwerk van betrouwbare partners in heel Rusland. Dat laatste is van onschatbare waarde, want zonder capabele lokale mensen kom je er niet.’

Geen Reacties »

admin op 27 April 2012 in Politiek & Media

Oost-Europese gaatjesboorders al jaren actief in Hoogveld

In de Sittardse wijk Hoogveld zijn al ruim twee jaar gaatjesboorders actief. Volgens de politie zeker vanaf september 2011. Vermoedelijk gaat het om een Oost-Europese bende.

Het zijn inbrekers die zich binnen een paar vooraf uitgekozen straten richten op contanten en snel verkoopbare spullen zoals laptops. Ze komen vaak binnen over de schutting en breken in via deuren in de achterpui.

Met een handboor of accuboor boren ze gaatjes in kozijnen of deuren om vervolgens met een ijzerdraadje en een magneetje de sleutel aan de binnenkant om te draaien. Dit is de handelswijze van zogenoemde gaatjesboorders.

Op 8 maart dit jaar waren in Hoogveld op deze manier drie woningen het doelwit; aan de Romeinseweg en aan de Liviusstraat. In één geval mislukte de inbraak. Bij de twee overige twee woningen zijn de inbrekers er vandoor gegaan met geld en waardevolle spullen.

Knuffelbeer in de tuin

Een gedupeerde van de Liviusstraat: ‘Ik zag ineens een gaatje in de tuindeur. Toen zei ik tegen mijn vrouw: “Schrik niet, maar het zou wel eens kunnen dat er vannacht bij ons ingebroken is.” Behalve het gaatje, met een doorsnee van een centimeter, was er niet veel te zien. Ze hadden alles keurig opgeruimd en pas later merkten we wat er allemaal weg was.

De laptop is verdwenen, mijn zonnebril, en al het geld is uit onze portefeuilles gehaald, maar de pasjes hebben ze laten zitten. Zelfs het buitenlandse geld, dat ik in een apart vakje bewaar als herinnering aan onze reizen, hebben ze meegenomen, ook al is het niet veel waard.

Toen de politie weg, was kwamen vonden we achter in de tuin onze spaarpot, stukgeslagen. Die hadden we nog niet gemist. Ernaast lag de beer van één van onze dochters; waarschijnlijk gebruikt om het geluid te dempen.’

Het stel is niet van slag door de inbraak, die ze ongeveer 650 euro armer heeft gemaakt. ‘Het wordt allemaal gedekt door de verzekering, toch blijft het heel vervelend. Vreemd ook, dat we niets hebben gehoord, terwijl ze waarschijnlijk ’s nachts bij ons over de schutting zijn geklommen.’

De inbraak 11 maart bij de WonenPlus-woongemeenschap voor verstandelijk gehandicapten aan de Brauningerstraat leidde tot meer commotie. Hier werden twee daders gezien rond kwart voor vier ’s nachts. Op het moment dat de politie verscheen, vluchten ze te voet en lieten een laptop en een geldkistje achter. Net als hun vluchtauto, een grijze, in het Duitse Bunde gestolen Audi A4.

Er waren drie laptops weg

In november en december waren er soortgelijke inbraken. In december braken gaatjesboorders in bij woningen aan de Deversstraat, de Tunnelweg, de Smithlaan en de Andersonstraat. Deze straten vormen een aaneengesloten gebied dat de tuinen van buiten afsluit. Via een leegstaand huis werd dit groene hart binnengedrongen en konden de inbrekers vervolgens rustig hun doelwitten kiezen.

‘’s Ochtends ging ik brood snijden om mee te nemen naar mijn werk en toen in de kamer keek, zag ik een schilderij, dat stond tegen de bank’, vertelt een gedupeerde, wonend aan de Deverstraat. ‘En een dressoir, dat normaal tegen de muur staat, was ook verplaatst. Er waren drie laptops weg die we de avond ervoor niet hadden opgeborgen. Met de schade aan de deur hadden we zo’n drieduizend euro aan kosten.’

Twee dagen later was het raak bij twee woningen in Biddlestraat: ‘Ik sprak in die tijd een buurtbewoner waar twee jaar geleden ook al was ingebroken door gaatjesboorders. De politieagent die bij hem op bezoek is geweest, zei dat het gaat om een Oost-Europese bende met Hongaarse en Bulgaarse leden.’

Oost-Europese bende

De politie Limburg Zuid constateert dat er in Zuid-Limburg zeker vanaf september 2011 serie-inbraken plaatsvinden door gaatjesboorders. ‘Dit is ook in Hoogveld het geval’, aldus een woordvoerder. Vermoedelijk gaat het hier, net als in Noord- en Midden-Limburg, om Oost-Europese bendes.

Zorgt dit voor een toename van het aantal inbraken? In 2011 werd in Sittard-Geleen 480 keer ingebroken, in 2010 gebeurde dat 372 keer; een toename van 22,5 procent. Over een langere periode bezien, blijken 2010 en 2011 voor Sittard-Geleen echter jaren van in verhouding weinig inbraken.

Van 2006 tot en met 2009 is in de gemeente respectievelijk 504, 619, 643 en 612 keer ingebroken in woningen, aldus de Kadernota Integrale Veiligheid Sittard-Geleen 2011-2014. De afgelopen vijf jaar vonden in Sittard-Geleen dus gemiddeld 545 inbraken per jaar plaats. Daarbij lijkt het aantal inbraken vanaf oktober 2011 weer toe te nemen.

Inbraakcijfers sinds januari 2010 voor de wijk Limbrichterveld, waar Hoogveld deel van uitmaakt, laten inderdaad een sterke stijging zien. In 2010 waren er 5 inbraken en 8 pogingen daartoe (samen 13), in 2011 waren die aantallen respectievelijk 12 en 15 (samen 27). In de eerste vier maanden van dit jaar waren er 3 inbraken en 5 pogingen, samen 8 incidenten; zestig procent van het aantal inbraken en pogingen in heel 2010.

Topmaanden waren maart (5 inbraken en pogingen), oktober (4 inbraken en pogingen) en december 2011 (6 inbraken en pogingen) en maart 2012 (6 inbraken en pogingen).

Particuliere beveiliging

Wat kunnen de inwoners van Hoogveld doen om de kans op inbraken door gaatjesboorders te verkleinen? ‘Sleutels verwijderen en deur- en raamhefboompjes met een slot te gebruiken. Een buitenlamp plaatsen helpt ook’, meldt de politie in het kader van algemene voorlichting, ‘want inbrekers houden van het donker. Ook is het verstandig om waardevolle spullen niet in het zicht te leggen.’

Preventie en toezicht kunnen ook collectief worden opgepakt. Bij de gemeente wordt hierover al nagedacht, zo bleek begin dit jaar. ‘We zouden mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt of vrijwilligers kunnen inzetten voor stad- en wijktoezicht’, opperde wethouder Pieter Meekels tijdens het Werkatelier Limbrichterveld-Hoogveld in januari.

Een andere, wat onorthodoxe mogelijkheid is om collectief een beveiligings- of bewakingsbedrijf in te huren. Dat is overigens alleen effectief als er een geïntegreerd plan van aanpak komt, aldus de directeuren van twee Limburgse bedrijven in de veiligheidsbranche die liever niet met naam genoemd willen worden.

Eens per week een jaar lang laten surveilleren in Hoogveld kost naar schatting van één bedrijf ongeveer 32.500 euro. Bij zo’n 1100 woningen komt dat neer op 29 euro per woning jaar of 8 cent per woning dag. Via afspraken met stadstoezicht en de politie en cameratoezicht zouden die kosten kunnen worden verlaagd.

Als de verwachte ontwikkelingen doorzetten, is het een oplossing die zeker het overwegen waard is. Vooral ook omdat politie en justitie nog maar weinig zicht hebben op deze bendes, die overigens los staan van de reguliere arbeidsmigranten uit Oost-Europa die in ons land werken.

(Dit artikel is geschreven voor het WijkKrantje en 15 april aangepast op basis van extra informatie van de Politie Limburg Zuid.)

Geen Reacties »

admin op 30 March 2012 in Politiek & Media

Ze wekte het sluimerend roofdier dat wil onderwerpen

‘Het leven is een ziekte’, zei de man wiens gezicht asgrijs was als onze ondertussen innig verweven rookkringels. Zijn ogen dof, maar nog ongebroken. Hij had zich bij ons gezelschap gevoegd. Schijnbaar was het zijn vrouw op de kruk naast me en dat was natuurlijk voldoende reden voor hem om zich te moeien.

Nadat hij zijn loyaliteit aan haar had bevestigd met een vluchtige streek over haar rug, mij daarbij aankijkend en van haar een reactie verwachtend, die zij hem ontzegde, vervolgde hij zijn sombermanspraat - alsof ik niet reeds overtuigd was van de ernst van zijn droefgeestigheid!

‘Bij de geboorte al, begint men te sterven’. Hij liet de woorden even in de lucht hangen, als een reeks pufjes uit een pijp met puike, oosterse tabak.

Ik besloot het voorbeeld van zijn vrouw te volgen en draaide mijn hoofd af; zoveel liever stak ik mijn neus wat dieper in haar parfum. Ik genoot van haar stralende ogen, de licht geopende mond en haar malse borsten, mij eerder met een lichte buiging en een glimlach ter inspectie aangeboden.

Terwijl ze zachtjes met me converseerde over oppervlakkigheden, mij aftastend in zichzelf, fluisterde haar lichaam: ‘U hoeft misschien niet eens heel veel moeite te doen. Helemaal niet veel moeite zelfs’.

De benen die onder haar jurk uitkwamen, schoven langzaam iets meer uiteen. Ze wekte in mij het meesttijds sluimerend roofdier dat wil onderwerpen, overwinnen en zich te goed wil doen aan sappig vlees. Het roerde zich steeds luider in mijn diep verzonken ingewanden.

Ik bestelde een groot glas bier, bestudeerde half afgewend het tragische stel dat in een gesprek verwikkeld was waarvan de uitkomst hem schijnbaar niet beviel, en concludeerde dat het tussen hen nooit goed zou komen.

Of hij moest De Dood in hoogst eigen persoon zijn, die haar ging halen, maar daarvoor was zijn voorkomen ontoereikend; mensen zouden in het vervolg allemaal eeuwlingen worden want hij kreeg zo toch niemand mee! Met geweld, noch met angst of verleiding.

Het etablissement had bij nadere beschouwing wel enige gelijkenis met het voorgeborchte – zoals ik mij dat voorstel; de grauwe wanden waren doordesemd van de kleverige troosteloosheid van generaties ongelukkigen die hier dagelijks hadden gepoogd hun angsten te verdrinken. Zelfs de levenden aan de toog hadden zich al afgewend naar de doden.

In enen klaarde mijn geest op: het was mij gegeven om op dit moment, op deze wonderlijke plaats, grote keuzen te maken, levenslopen te veranderen! Mijn plotselinge en vreugdevolle inzicht deed de olielampen flakkeren.

Ik zou de ongelukkige man later die avond in een steegje doodknuppelen als een op drift geraakte zeehond en hem zo van zijn lijden verlossen. Hierbij zou ik me verkleden als een vreemdeling om de verrassing voor hem niet te bederven.

En zijn vrouw, wel, als hij de antagonist van mijn verhaal is, moest zij mijn grote prijs zijn. Haar zou ik op alle mogelijke wijzen bezitten tot ze nagenoeg blind, uitgeput en intens gelukkig in de resten van haar jurk ineen zakte op de vloer van het aftandse logement waar ze zonder twijfel woonde.

Nadat ik deze heerlijke gedachten een paar keer in mijn hoofd had doorleefd, onderwijl glimlachend naar hem en opgewekt keuvelend met haar, ze was nog dichter naar mij toegeschoven zodat ik haar warmte kon voelen en haar begeerte bijna kon ruiken, dronk ik mijn glas leeg en nam afscheid van haar.

Ik negeerde de zieke, die verbaasd achterbleef, onwetend van zijn naderende verlossing en het genot dat zijn weduwe slechts enkele uren later ten deel zou vallen. Buiten zoog ik de zachte zomeravondgeuren zachtjes in me op.

(een pastische naar Baudelaire, afbeelding uit Laura)

Geen Reacties »

admin op 25 March 2012 in Ongewoon & Anders

Henk Stultiens over het eeuwige gevecht tegen de verlaging

Fel het debat aangaan met Geert Wilders heeft geen enkele zin, zegt organisatiedeskundige Henk Stultiens uit Sittard. We praten met hem over statusbewegingen in het bedrijfsleven en in de politiek.

De verhoudingen tussen mensen veranderen voortdurend. Henk Stultiens noemt dit interactiestatus en heeft hiervoor samen met zijn broer Luuk een wetenschappelijk model ontwikkeld. Daarmee wordt expliciet en bespreekbaar gemaakt wat impliciet en voelbaar is.

Volgens dit model, dat is uitgewerkt in ‘Het fenomeen status’ uit 2004, hebben mensen onderling altijd vier keuzen – of ze zich hiervan bewust zijn of niet; zichzelf verhogen, de ander verhogen, zichzelf verlagen of de ander verlagen.

Zijn basisvoorbeeld om deze abstracte termen toe te lichten, kunnen we allemaal navoelen uit onze schooltijd. Stultiens onderscheidt de strenge leraar (altijd hoog), het watje (altijd laag) en de ideale leraar (die kan ’schakelen’ afhankelijk van wat het beste resultaat oplevert).

Fusie KLM en Air France

Welk gedrag je kiest is afhankelijk van het moment en wordt beïnvloed door vorming, de aanleg, de cultuur en de socaal-economische en / of de functiegebonden status. Evolutionair bezien is de drijfveer van mensen volgens dit model om statusverlaging te voorkomen (eerder dachten de broers aan het bereiken van statusverhoging).

Op basis van hun model voorspelden Luuk en Henk Stultiens in 2004 dat de zogenoemde bootcamps voor jongeren averechts werken. De geschiedenis gaf hen gelijk.

In 1999 ging het eerste Nederlandse Glen Mills kamp open in Wezep. Onderzoek toonde in 2007 aan het niet succesvoller was dan andere, ‘zachtere’ vormen van jeugdhulpverlening. Glenn Mills sloot medio 2009, geplaagd door schandalen. De methode wordt in Nederland niet meer gebruikt.

Ook voor bedrijven heeft het model een toegevoegde waarde. Bijvoorbeeld op het niveau van bedrijven en naties. Zo voorzagen de broers in hun boek dat de fusie tussen Air France en KLM, beklonken in september 2003, een moeilijk en langdurig proces zou worden; de nationale culturen en de bedrijfsculturen zijn te verschillend.

Ratten zijn niet echt

Een paar treden lager kan het concept interactiestatus ook veel verduidelijken. Bijvoorbeeld rattengedrag, zoals Joep Schrijvers dat in kaart heeft gebracht. ‘Ratten zijn bijzonder. Bijzonder doortrapt of misschien wel bijzonder goed aangepast. Het zijn mensen die verhogingen en verlagingen heel strategisch inzetten, maar doen voorkomen alsof dat niet zo is. Typisch voor een rat is dat de meeste statusverhogingen niet echt zijn en gebeuren op een andere plek dan waar ze thuishoren.’

Een medewerker die een rat is, verhoogt bijvoorbeeld mevrouw Janssen omdat hij zijn collega mevrouw Pietersen, die het compliment verdient, niet wil verhogen. Bijvoorbeeld om iets van mevrouw Janssen gedaan te krijgen.

Maar ook leiders kunnen ratten zijn: ‘In een bedrijf kreeg een medewerker in de jaarlijkse functioneringsgesprekken telkens complimenten. Wat bleek later: de leidinggevende had daarnaast een dossier aangelegd met kritiek en daar wist dat personeelslid niets van. Die leidinggevende was een rat.’

De reden voor dit achterbakse gedrag zou kunnen zijn dat de leidinggevende zich bedreigd voelde, vermoedt de Sittardse organisatiedokter, en statusverlaging in de toekomst wilde voorkomen. Andere varianten van rattengedrag zijn bijvoorbeeld het zich proberen toe te eigenen van successen van anderen en proberen mensen preventief eruit te werken.

‘Doe eens normaal man!’

In de politiek is het statusmodel eveneens toepasbaar, bijvoorbeeld op de beruchte doe-eens-normaal-confrontatie tussen VVD-premier Mark Rutte en PVV-fractievoorzitter Geert Wilders.

‘Wat in die situatie gebeurde, is heel gecompliceerd’, zegt Henk Stultiens. ‘Wilders verlaagde Rutte, in lijn met de basisdynamiek van de PVV; anderverlaging. Daarna verlaagde Rutte terug met woorden, maar zijn houding en toon waren daarmee niet in overeenstemming. Het zijn overigens allebei “anderverlagers”, Rutte wat minder en Wilders wat meer.’

Uiteindelijk zei Geert Wilders dat hij het weer over de inhoud wilde hebben. Hij nam de regie terug of heeft hem nooit uit handen gegeven. Heeft Mark Rutte daarmee het onderspit gedolven?

‘Dat kun je zo niet zeggen. Er zijn heel veel zaken die een rol spelen. Het heeft onder meer te maken met de partijculturen, de interne partijpolitiek en natuurlijk de verhouding van de PVV als gedoogpartij tot het kabinet van VVD en CDA, waarvan Rutte vanuit zijn functie de baas is, en het feit dat Rutte over Wilders eigenlijk niets te zeggen heeft. Ook de persoonlijke relatie tussen Rutte en Wilders is van invloed.’

‘Ga niet vechten’

Wat had Mark Rutte moeten of kunnen doen?

‘We hebben vaak de neiging om de ander te vertellen wat hij moet doen. De ander pikt dat niet en voor je het weet ben je aan het vechten. Mijn advies: ga niet vechten. Anders gezegd: als je kiest voor (alleen) terugverlaging, kun je in een welles-nietes gevecht komen. Dat zag je nu gebeuren.

Wilders ging bij Rutte over een grens en dat had Rutte duidelijk aan kunnen geven. Het klinkt misschien raar, maar dat is een kleine zelfverlaging en die doet wonderen. Vervolgens had hij een keuze voor kunnen leggen: op deze manier wil ik het debat voeren, op die manier niet. De ander heeft een keuze en kan zich zonder gezichtsverlies terugtrekken. En dan consequent die grens handhaven – ziedaar: een leider.’

De ideale leraar als leider

Een ideale leider werkt situationeel en is “authentiek”, aldus Henk Stultiens. Hij of zij lijkt daarmee op leraar nummer drie. Of Mark Rutte zo’n leider is, valt moeilijk te beoordelen. Wel heeft de VVD’er schijnbaar bijgeleerd na het doe-eens-normaal-debat. Zo weigerde de premier later om het naar racisme neigende Polenmeldpunt van de PVV te veroordelen.

‘Ach, het is maar een website van één partij, laten we het niet groter maken dan het is’, was de boodschap. Mark Rutte nam daarmee een hogere positie in en verlaagde heel tactisch de PVV-website, niet de PVV of Geert Wilders – die hij hard nodig heeft.

De PVV gaat ondertussen gewoon door met anderverlagen, voorspelt Henk Stultiens. ‘Je kunt wachten op het volgende relletje. De vraag is alleen wie nu weer verlaagd gaat worden na de islamieten en de Oost-Europeanen.’

Gedrag moet congruent

PvdA-fractievoorzitter Job Cohen, in 2005 door Binnenlands Bestuur gekozen tot beste burgemeester van de laatste vijfentwintig jaar, heeft regelmatig met het PVV-schoolpleingedrag te maken gehad.

Cohen bleef in de Kamer tot op het laatst rustig en beleefd, ondanks herhaalde PVV-schofferingen. Hij liet zich niet meer verlagen zoals in het begin, maar slaagde er ook niet in of koos er niet voor om zichzelf te verhogen. Dat leverde hem veel kritiek op. ‘Bijt toch eens van je af’, zeiden veel PvdA’ers.

‘Maar’, zegt Henk Stultiens: ‘De vraag is of dat gedrag bij Job Cohen past. Niet iedereen kan alle communicatiestijlen (even goed) leren of in elke situatie toepassen. Als het niet jouw stijl is, val je uiteindelijk door de mand, ben je niet congruent en daardoor niet geloofwaardig.’

Op 20 februari 2012, vlak na dit interview, is Job Cohen opgestapt als fractievoorzitter van de PvdA. Hij komt niet meer terug in de Tweede Kamer.

Uitsluiting extremisten vrouwelijk

Communicatiestijlen kunnen meer vrouwelijk of mannelijk zijn. Henk Stultiens: ‘In de mannelijke stijl is jezelf verhogen en de ander verlagen wat dominanter aanwezig, in de vrouwelijk stijl jezelf verlagen en de ander verhogen.’

De communicatiestijl van Job Cohen is misschien meer vrouwelijk dan die van Geert Wilders en Mark Rutte, maar hierdoor eigenlijk typisch Nederlands; Nederland is volgens deskundigen een vrouwelijk land. Verklaart die zachtheid de neiging van de Tweede Kamer om, tot de tijd van Pim Fortuyn, het oude extreem-rechts met een cordon sanitaire aan te pakken, een uitsluitingsstrategie zoals vriendinnen die volgens u onderling toepassen?

‘Dat zou goed kunnen. In Duitsland is de cultuur weer anders. Daar zie je dus dat extreem-rechts altijd met geweld de kop wordt ingedrukt, waar dat in Nederland eerder wordt genegeerd.’

Het gelijk van Cohen

Als we het hebben over minderheden die als bedreigend worden ervaren: hoe zit het met de Marokkaanse jongens die in diverse steden op straat voor overlast zorgen; wat is de beste manier om met deze groepen om te gaan?

‘Deze jongeren, met name de Marokkaanse, zijn in een meer mannelijke cultuur opgevoed. Daarnaast hebben ze veel te maken met verlaging. Ze krijgen vaak verlaging op verlaging. Een repressieve aanpak werkt dan niet. Denk ook aan de bootcamps. Beter is om met deze jongeren het gesprek aan te gaan, ze een beetje te verhogen en jezelf een beetje te verlagen, maar wel duidelijke regels te stellen en daar altijd consequenties aan te verbinden.’

De combinatie van zacht en hard dus, die Job Cohen als burgemeester in Amsterdam voorstond, maar waarvan door de sneren van Geert Wilders vooral het ‘theedrinken’, de zachte aanpak, bij veel mensen is blijven hangen.

Een nationale ziekte

Sprekend over Amsterdam: uit onderzoek blijkt dat mensen, wereldwijd beschouwd, in Amsterdam het meest onvriendelijk zijn. Desondanks zien Nederlanders zichzelf vaak nog als vrij tolerant en wordt de Nederlandse cultuur gezien als vrouwelijk. Is de Nederlander schizofreen?

‘Wij doen in Nederland alsof er geen verschillen zijn. We zijn ons suf aan het tutoyeren; we zijn zo gelijk, eh gelijkwaardig. Er mogen ook geen verschillen zijn – denk aan het spreekwoordelijke maaiveld - maar ze zijn er wel. En dat levert spanningen op. Als de verschillen te groot worden, verzuren mensen, komen ze in verzet of doen ze niet meer mee.

In de Tour de France hebben ze daar overigens iets op bedacht. Als je dat zo ziet, zou je kunnen denken: er kan er maar één winnen, dus waarom doet de rest dan zoveel moeite? Nou, om de verlagingen kleiner te maken. hebben ze al die prijzen voor etappes, beklimmingen, afdalingen, de puntenklassementen en de beloningen voor dienstbaar gedrag. Zo heeft iedereen een grotere kans om wat te winnen.’

(Illustratie: Diablo)

Geen Reacties »

admin op 16 March 2012 in Politiek & Media

Lady laat de lampen branden op het industrieterrein

Peter Laumen is vestigingsmanager van het Roermondse dierencrematorium. We spreken met hem over de prettige en minder prettige aspecten van zijn werk en het feit dat het cremeren van dieren booming business is. Zo zijn er zelfs concrete plannen om energie op te wekken via de verbrandingsovens.

In de rouwkamer is het kil, maar niet door de aanwezigheid van de dood. ‘We hebben wat problemen met de verwarming de laatste tijd’, zegt de gastvrouw verontschuldigend als ze een kopje koffie op tafel zet naast een doos Kleenex. Terwijl de melk in de hete koffie oplost komt Peter Laumen (49) handenwrijvend binnen.

Ik zie het mezelf niet doen; werken in een sfeer van verdriet en afscheid nemen, dacht hij toen ze hem vroegen te solliciteren. Intussen is hij alweer een jaar vestigingsmanager van het Roermondse dierencrematorium van SHCN dat klanten bedient in een straal van zo’n honderd kilometer.

Met zo’n baan moet je wel van dieren houden, niet? ‘Nou, nee, ik ben niet echt een huisdierenliefhebber’, bekent hij. ‘Thuis heb ik een hamster en vijftig vissen, in mijn jeugd hadden we een hond. Ik heb niks met dieren in die zin, dat ik bijvoorbeeld een zwerfhond uit Spanje zou meenemen naar Nederland. Die koop ik dan gewoon hier.’

Kan hij dan wel invoelen wat de baasjes meemaken? ‘Dat is in m’n sollicitatiegesprek ook een punt geweest. Ja, dat wel. Maar je moet er wel mee kunnen omgaan. Als je hier begint moet je eerst een dag proefwerken, alle werkzaamheden een keer uitvoeren. Dan gaat ook de koeling open…

Allemaal dieren, bloed uit allerlei openingen, dieren die hun ontlasting hebben laten lopen – en die moeten dan gereinigd worden voor het afscheid. Als je daar moeite mee hebt, moet je hier niet komen werken.’

Soms springt hij zelf bij, zoals vandaag bijvoorbeeld, omdat er iemand ziek is. ‘Anders kan een crematie niet doorgaan.’ En vanuit het streven naar hoge kwaliteit, goede service en een grote mate van betrouwbaarheid kan dat natuurlijk niet.

Wil ik dit wel zien?

Het zijn dingen waar Peter Laumen liever over praat; de zakelijke uitdagingen van het groeiende SHCN van de familie Van der Arend, en de uitvaartspaarregeling voor dierenbezitters. Maar eerst nog even naar de dieren. Is er een crematie van het afgelopen jaar die hem is bijgebleven?

‘Een tijdje geleden kwam hier een jong paard binnen dat het naar verwachting zeer ver zou gaan schoppen, niet zoals Salinero van Ankie van Grunsven, maar wel op wereldniveau. Om een onverklaarbare reden is het gestorven, daarom werd sectie verricht. Het paard was helemaal opengesneden, z’n ingewanden lagen half eruit. Alleen het hoofd was nog gaaf. Toen dacht ik: wil ik dit wel zien?

De eigenaar van de manage, de eigenaar van het paard en de jockey kwamen gescheiden hier naartoe. Het paard lag opgebaard. Alleen het hoofd was te zien; heel netjes. De jockey kwam later, die heb ik toen opgevangen. Hij trok het even helemaal niet meer.

Er waren twee dochters van de eigenaar meegekomen, die reden ook op dat paard. Zij zijn wel drie kwartier gebleven, waren er niet bij weg te krijgen. Het was allemaal heel emotioneel. Dan moet je wel even een zijsprongetje maken om niet mee te gaan in het verdriet van die mensen.’

In de aangrenzende rouwkamer ligt een witte American Bulldog opgebaard. Hij lijkt te slapen, maar mist de veerkracht die hem eerder moet hebben gekenmerkt. Zijn half openstaande ogen hebben een lichtrode gloed.

Het baasje met familie en vrienden zit in de glazen piramide, vooraan in het pand, omringd door vitrines met alle mogelijke soorten urnen en memorabilia. Een aantal meisjes in het gezelschap zit erbij met betraande gezichten.

De groep is opgevangen door een gastvrouw. Zoals gebruikelijk, vroeg ze gelijk naar de naam van de hond om het persoonlijk te maken, en biedt een luisterend oor. Zo meteen worden de nabestaanden binnengeleid in de rouwkamer waar hun geliefde op hen wacht.

Een knuffel en soms wat stro

Hoewel een huisdier volgens Peter Laumen tegenwoordig door veel mensen wordt gezien als gezinslid, bijna als een kind, duurt het afscheid meestal maar enkele minuten. Al krijgt iedereen natuurlijk de tijd die hij of zij nodig heeft, haast hij zich te zeggen.

Er wordt vaak een knuffel bij het huisdier gelegd of een speeltje, en bij een paard vaak ook wat stro. Je kunt muziek naar keuze laten horen en daarna vertrekt je hond, kat of cavia voor zijn laatste reis. Als je wilt, kun je erbij zijn om zeker te weten dat hij alleen de oven ingaat.

Het afscheid van de American Bulldog duurt niet lang. Terwijl de familie nog napraat in de piramide wordt de ovale houten sierrand rond zijn laatste mand in tweeën geklapt. Een verrijdbare baar wordt zichtbaar die meteen beheerst door een medewerker naar buiten wordt gereden.

Na twee deuren en een smalle lange gang, staan we voor de deur waarachter we de ovens rustig horen ronken. Er zijn er twee, legt Peter Laumen uit, één voor huisdieren en een grote voor paarden. Speciaal ontworpen door een Van der Arend. Het lijkt een soort ketelhuis met al die buizen en grote machines, en vergeleken met de rouwkamer is het er lekker warm.

Achter de voorste oven staat een rijdende baar met daarop een witte langharige hond, gelegen in een met rood fluweel bedekte mand. Met zijn grote atletische lichaam en prachtige ranke kop is hij zelfs nu nog een indrukwekkende verschijning.

Achter de tweede, op een onbedekte stalen baar, ligt een rechthoekig pakket, omwikkeld met een ruwe deken. Het zou een middelgrote hond kunnen zijn, maar die vorm is niet gelijk herkenbaar, dat maakt het wat luguber.

De American Bulldog is nog niet aan de beurt, deze twee gaan voor. Na zijn crematie, die naar verwachting tussen de één en twee uur zal duren, kan zijn as op het land worden uitgestrooid of vanuit een vliegtuig. Een andere optie is verstrooiing op zee, individueel of samen met anderen. De grote plastic tonnen voor de collectieve verstrooiing staan al klaar in de inpandige garage waar ook de paarden worden opgebaard.

Armband van paardenhaar

Meenemen in een urn kan ook. Daarvan hebben ze hier heel veel soorten. Van echt groot voor een volwassen paard, als pot geschikt voor een fikse kamerplant, tot klein, bij voorbeeld een knuffelsteen waarin achter een klein afsluitdekseltje de as van je hamster kan worden bewaard.

Bijzonder zijn verder een porseleinen hondenkop die door een kunstenaar aan de hand van foto’s zo wordt beschilderd dat hij lijkt op jouw trouwe kameraad; de strakke design urnen van RVS, bijvoorbeeld in de vorm van een lotusbloem; en de fraaie piramides van keramiek, die eveneens beschilderd kunnen worden.

Verder kunnen er armbanden worden gemaakt van geweven paardenhaar en uiteraard is ook het maken van pootafdrukken of een kunstmatige herinneringsdiamant mogelijk. De as ‘laten opnemen in een speciaal voor u geselecteerde boom of heester’ kan ook.

Maar het hoeft allemaal niet zo duur te zijn. Bij de prijs van het cremeren inbegrepen is een soort ovaal koffieblik, een asbus, met een afbeelding van een landschap erop. Op de plank van een klein kantoortje naast de ovens staat een aantal gecremeerde dieren in zulke bussen keurig op een rijtje te wachten op hun baasjes, uiteraard voorzien van de juiste papieren.

Om de hoek, in het domein van de cremateurs, is het nu echt warm. Er hangt een geur die doet denken aan verbrande vacht en huid. Het is een kleverige lucht. Uren later ruik je het nog.

De achterste oven staat open, de stenen aan de wanden stralen fel oranje. De hitte is intens. Binnenin is het zo’n negenhonderd graden. Een jonge vrouw is bezig om met een ijzeren schraper aan een lange stok de asresten in een eronder geplaatste kruiwagen te werken.

Van de hond is vrijwel niets meer over, minder dan inhoud van een pak suiker. Was dat wel zo, dan waren de resten nog eens getrommeld met marmeren ballen zodat de as mooi fijn wordt.

De alternatieven voor cremeren zijn zelf begraven in de tuin of je huisdier naar een vernietigingsbedrijf brengen. De speelkameraad van de jonge Peter Laumen ging naar ‘destructie’. ‘Daar worden ze vermalen, dat is niet fijn. Als ik dat had geweten, had ik het nooit gedaan. Cremeren is veel mooier.’

En booming business, als je de vestigingsmanager van het Roermondse crematorium moet geloven. SHCN, met vestigingen in Leidschendam en Roermond, heeft in elk geval grote plannen. Zo wil het bedrijf verder groeien, met name gericht op klanten uit Duitsland en België.

‘Dat moet gebeuren door al in het voortraject contacten te leggen, bijna vanaf het moment dat mensen een dier kopen. Bijvoorbeeld via dierenklinieken en contacten in de paardenmarkt.’

Ook op diverse andere manieren is het bedrijf innovatief bezig. Zo wordt in de toekomst mogelijk om via beveiligde webcams afscheid te nemen van je huisdier als je niet naar het crematorium kunt komen. Ook kunnen straks videobeelden worden vertoond in de rouwkamer.

Energie uit huisdieren

In het nieuwe crematorium in Nootdorp met vijf ovens, dat vanaf dit jaar het paradepaardje van het familiebedrijf moet worden, kan het straks allemaal. Dit centrum is echter vooral bijzonder doordat een deel van de warmte van de verbrandingsovens wordt teruggewonnen voor de verwarming van het pand.

Peter Laumen: ‘Het is zelfs zo, dat we straks een deel van het industriegebied waarin dat pand ligt van energie kunnen gaan voorzien. Dat is uniek in de wereld.’

Het ligt gevoelig, geeft hij aan, maar de belangstelling is groot. ‘Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van een aantal landen heeft al interesse getoond. Waarschijnlijk zullen ook de crematoria voor mensen ooit die kant op gaan, maar dat zal nog wel even duren.’

Nu al probeert SHCN de CO2-uitstoot terug te dringen en worden via de Climate Neutral Group ter compensatie bomen aangeplant. Maar daarmee krijg je het natuurlijk niet warm in een rouwkamer als er een probleem is met de verwarming.

(Illustratie: Ralph the Robot. Dit artikel is geschreven voor het WijkKrantje)

Geen Reacties »

admin op 5 March 2012 in Ongewoon & Anders

Ria Kleijkers: ‘Ik was vergeten dat ik een mens was of vrouw’

Ria Kleijkers uit Sittard is manager én kunstenaar. We spraken met haar over mannencultuur, vrouwelijkheid, werk en kunst.

‘Het kwam toevallig goed uit; het interview vandaag. Ik ben geen huisvrouw die de tijd aan zichzelf heeft. Ik ga deze week naar India voor mijn werk.’ Ria Kleijkers (60) werkt als manager bij DSM. Ze stuurt (in)direct zo’n dertig mensen aan. En dat zal ik weten ook. Nog voordat ik goed en wel zit.

‘Wil je wat eten, een boterham?’ Het wordt een dubbele bruine boterham met kaas, in vier stukjes voorgesneden, en, op mijn verzoek, een glas water.

Bij DSM houdt ze zich bezig met ‘het managen van Business Processen voor DSM Corporate & Service Units’.

Ze praat in korte zinnen, wil krachtig overkomen.

In India, waar ze over een paar dagen naartoe gaat, komt er een Service Unit bij voor DSM. In Limburg verdwijnen er banen. ‘Er komt hier weer een fikse reorganisatie aan. Maar dat is de policy en als het bedrijf het wil, moeten we dat uitvoeren, zo zijn we opgevoed.’

Zelf heeft ze ook wel eens geadviseerd over te reorganiseren afdelingen. ‘Na twee weken een rapport neerleggen.’ Daar stond dan vaak ook in welke mensen eruit moesten. ‘Dat heb ik wel erg gevonden.’

Iedereen heeft talenten, maar ja, als die niet meer passen in de huidige situatie bij het bedrijf houdt het op, geeft ze aan. Dan moet er afscheid worden genomen.

Dat geldt ook voor haar twee huwelijken. ‘Mijn beide ex-mannen vonden dat het enige recht van de vrouw het aanrecht is.’ En zo is ze niet, dus dat ging op een gegeven moment niet meer. Op het werk wordt duidelijk een andere rol van haar verwacht.

Met management technobabble laat ze zien dat ze één van hen is, one of the guys, deze vrijgevochten vrouw, die ironisch genoeg ooit begon in een ‘vrouwenbaan’.

‘Eigenlijk kunnen we u niet aannemen als vrouw’, kreeg ze van de afdeling P&O te horen bij haar sollicitatie in 1981. ‘“U heeft te veel papieren voor een vrouwenbaan” – DSM had toen mannen- en vrouwenbanen.’

Ze glimlacht, weet intussen hoe ze haar mannetje moet staan.

Heerst er een mannencultuur bij DSM? ‘Mij maakt dat niks uit. Als het met DSM goed gaat, gaat het met mij ook goed. Maar het zit er nog steeds in, ja. De afgelopen jaren hebben ze bij communicatie en in het hoger management diverse vrouwen aangenomen. Binnen korte tijd waren ze weer weg….

Pfff, ik zoek m’n weg. En hoe ver wil en kun je gaan? Het leven heeft meer te bieden dan werken.’

Kunst bijvoorbeeld. Als ze met prepensioen gaat, effectief in augustus volgend jaar, wil ze zich bijna helemaal op de kunst gaan richten en aan huis een galerie beginnen. Die moet in oktober opengaan.

‘Alleen maar werken, dat is niet goed. Zo word je nog gek Ria’, zei ze tegen zichzelf toen ze negenendertig was. En dat was natuurlijk niet de bedoeling.

De kunst heeft haar nooit meer losgelaten of zij de kunst.

In het aquarelleren, de zachte, vloeiende schilderkunst, vond ze een aangenaam contrast met de harde en georganiseerde werkwerelden van het bankwezen en later de chemie. Vervolgens legde ze zich toe op acryl schilderen, textiel, raku (Japanse keramiek) en beelden maken van klei en staal.

In de hoek van de woonkamer staat een sculptuur van gelaste stukken staal, ongeveer een meter hoog. Ook de sokkel is van aan elkaar gelaste plakken staal.

Ze ziet me kijken: ‘Heb je dat wel eens gedaan? Lassen?’ Haar ogen glinsteren; dit vindt ze mooi: lassen, slijpen, hameren.

Het beeld geeft een indruk van sierlijkheid en transparantie, maar ook van hardheid en gevaarlijke scherpte.

‘Ik ga naar de schroothoop om grove stukken te zoeken. Je ziet een basisproduct en dan kijk ik: wat kan ik ermee? Ik blijf altijd vragen en kijken naar vormen. En als ik wat vind om te doen, dan wordt dat gemaakt. Dat groeit dan tot iets. Soms kom je zo boven je zelf te staan en dan ontdek je ook iets van jezelf.’

Wat ontdekte u bij dit kunstwerk? ‘Vertrouwen in de mensen, passie en mijn wilde kant. Ik ben best wel wild, een avontuurlijk mens. Nieuwsgierig ook, wil alles weten. Die kronkel; een mens gaat nooit rechtstreeks, daar zijn heel veel wegen voor.’

Hoe bent u opgevoed? ‘Mijn vader wilde een jongen en hij heeft me opgevoed alsof ik een jongen was. Het bos in, hutten bouwen. Dat is toch ook leuk voor meisjes? Het maakt niks uit of je een jongen of een meisje bent. Hij leerde me vissen en voetballen…

Ik zie het nog voor me: kwam ik op een dag met een vis aan de haak naar huis; moest hij het haakje losmaken hahaha. Vissen lukte wel, maar dat kreeg ik niet voor elkaar.’
Het thema van uw werk is vaak de vrouw of vrouwelijkheid. ‘Ja, ik gebruik het thema vrouw-zijn herhaaldelijk.’

Is het te psychologiserend om te denken dat u via de kunst uw vrouw-zijn aan het herontdekken bent?
‘Nee, dat zou best wel eens zo kunnen zijn. Ook ik mag er zijn als vrouw. Een tijd geleden was ik vergeten dat ik mens was of vrouw…’

(Dit artikel is geschreven voor het WijkKrantje)

Geen Reacties »

admin op 16 February 2012 in Ongewoon & Anders

Waar de vissen zich schuilhouden



Hij vangt mijn blik met de moeiteloosheid van een ervaren visser die intuïtief weet waar de scholen vissen zich schuilhouden onder het troebele oppervlak van de zee. De stap in zijn richting wordt opgevat als een uitnodiging en met brede armgebaren begint de man me mijn verlangens te vertellen.

Met het hoofd een tikje schuin, zoals een goed toehoorder betaamt, en een glinstering van ongeloof in mijn ogen volg ik hem op zijn tocht van probleem naar oplossing. Of ik wel eens krassen op mijn auto heb die je niet weg krijgt? Uiteraard, wie niet?

Voortgestuwd door de resten van zijn aanvankelijke enthousiasme gaat hij verder op de automatische piloot. Grijpt een plastic flesje dat ‘magic’ heet en spuit een klodder derrie op het stuk motorkap voor hem. Het gelakte metaal ziet eruit alsof het met een verfbrander is mishandeld door een verstokte autohater.

Met zekere, ronddraaiende bewegingen wrijft de dokter het geneesmiddel uit over de huid van de overleden patiënt. De mond beweegt in die door weer en wind opgeruwde kop maar de klanken vallen van me af als regendruppels van een oliejas.

Ik onderbreek hem, gebaar dat ik er eentje wil, betaal en loop door, mijn aanwinst in de hand, in zo’n wit plastic zakje van de Chinees. Glimlachend naar de zon die schijnt.

Waarom laat ik me meevoeren in dit soort verhalen? Omdat ik wil geloven. In goeroes, tovenaars, goochelaars, schrijvers en filmmakers bijvoorbeeld. In de betovering. En soms ook in gemakkelijke oplossingen, zoals het kopen van een Staatslot om je geldproblemen op te lossen.

Thuis zet ik de gebottelde belofte op een kast. Klaar voor het wonder.

Geen Reacties »

admin op 5 February 2012 in Ongewoon & Anders

Remco van de Vorst, zijn leven lang al straatmuzikant

Met zijn gitaar heeft Remco van de Vorst al jaren een eigen plaats in het Sittardse straatbeeld. Hij heeft altijd gedaan waar hij zich goed bij voelt.

Als het kooplustige publiek massaal door de stad struint, is hij daar waar hij vrij kan zijn; op de hoek van een straat of aan de rand van een plein. Voorzien van een gitaar, de koffer opengeklapt met een aan de rode bekleding geprikt eurobiljet als vriendelijke suggestie, speelt hij zo wat extra geld bij elkaar.

Hoewel zijn zwarte uniform van ingetogenheid dat niet doet vermoeden - broek, halfhoge laarzen, jasje en een onafscheidelijke pet - heeft de 46-jarige Remco van de Vorst al een intens leven achter de rug. Zijn gezicht daarentegen, vertelt het verhaal van dromen die al te vaak tot littekens zijn verworden.

Z’n overvolle Sittardse flat weerspiegelt z’n wispelturige geest. Wat opvalt, zijn een vitrine met exotische snaarinstrumenten, een djembé voor het raam, aangespannen met klimtouw, en een grote troosteloze kamerplant.

Naast een handjevol bij de keuken geparkeerde gitaren staan de voerbakjes van zijn twee katten, Tigri en Theike. Aan de muur er tegenover, boven twee gestapelde podiumboxen, een grote wolk foto’s met in het midden een tekening van Handsome Lake (1735-1815).

‘Ooit gemaakt door mijn vader. Hij was een leider en profeet van de Iroquois die na zwaar alcoholmisbruik door drie spirituele boodschappers werd gewaarschuwd dat de blanken de indianen via alcohol afhankelijk wilden maken.’

Remco van de Vorst lacht. Schenkt even later zijn zoveelste jonge jenever in. Dat praat makkelijker. Liever zingt of speelt hij.

Een blauwe maandag heeft hij in zijn jeugd les gehad aan de Sittardse muziekschool. ‘Alleen ladders spelen, voor de rest niks’. Dus is hij snel weg. Liever leert hij het zelf, met vallen en opstaan.

Hij heeft aanleg. Tijdens een feestje, maanden later, geven mensen spontaan geld nadat hij met een vriend de gitaar pakt en wat speelt. Dat smaakt naar meer en dus gaat hij de straat op en optreden in cafés.

In die tijd woont hij in Nieuwstadt, waar hij als negenjarig met zijn vader naartoe is gekomen toen de scheiding een feit was. Sittard is de grote stad. Hij zit er op het atheneum, heeft daarna diverse baantjes via uitzendbureaus, onder meer bij een kaasfabriek, en woont vervolgens een jaar in Parijs.

‘De nieuwe vrouw van mijn vader was een Française, dus kon ik er goedkoop leven. Ik speelde daar ook op straat, werkte samen met mimespelers en straat-fakirs en liftte heen en weer als ik even in Limburg wilde zijn.’

Hij zucht bijna onmerkbaar; te veel om te ver op de details in te gaan.

Het leven in Frankrijk is goed tot de Staat der Nederlanden aanklopt: de dienstplicht. Remco van de Vorst wil niet in het groene gareel, daarvoor is zijn vrijheidsdrang te groot. En zeker niet naar de gevangenis.

Terug in Nederland belandt hij in het Amsterdamse bandjescircuit en werkt opnieuw als straatmuzikant. Ondertussen soebat hij drie jaar om de onafhankelijke deskundige en later de rechtbanken te overtuigen dat hij gewetensbezwaarde is.

Bij de verstandelijk gehandicapten in ‘Dennendal’, Den Dolder, gaat hij uiteindelijk aan de slag om zijn sociale dienstplicht in te vullen. Daarnaast verzorgt hij in dat kader de publiciteit voor het legendarische Haagse poppodium ‘Het Paard van Troje’.

Het is 1992 en Remco van de Vorst komt terug naar het zuiden voor een nieuwe start. ‘Je moest een economische band met de stad hebben om in Den Bosch te komen wonen’; een uitkering was niet voldoende. Dus wordt het Sittard, waar hij zich inschrijft aan de Katholieke Leergangen, de hogeschool.

‘Twee jaar heb ik de vrije richting gedaan. Maar ze probeerden je steeds de lerarenopleiding in te pushen en daar had ik geen zin in.’

Sittard lijkt ineens nogal klein na zijn tijd in Parijs, Den Haag en Amsterdam. De enige grote stad in de buurt is Maastricht. Daar moet toch genoeg te doen zijn in de kroegen? Hij ziet zichzelf al een beetje studeren en vooral veel feest vieren. ‘Dat viel vies tegen.’

Na anderhalf jaar als assistent licht en geluid aan de toneelacademie en spelen in diverse bandjes en op straat, volgden nog drie Melkertbanen.

Aan de academie had hij ondertussen een vaste aanstelling moeten krijgen, maar dat komt er niet van. Hetzelfde gebeurt later bij het Limburgs Symphonie Orkest, waar hij opstellingen maakt; stoelen en muziekinstrumenten klaarzetten. ‘Het werd steeds gerekt, je was een goedkope kracht, maar daarna hield het op.’

In psychiatrische inrichting ‘Vijverdal’ is hij anderhalf jaar verantwoordelijk voor de logistiek; zorgt onder meer dat de vuile en schone was wordt vervoerd en distribueert medicijnen.

‘Na twee maanden Maasveld’, een organisatie voor gehandicapten, ook in Maastricht, ‘had ik mijn snuit vol’. Hij is een jaar of vijfendertig en het leven is uitzichtloos. Geslaagde optredens kunnen dat gevoel slechts kort onderdrukken.

In die periode krijgt hij een nieuwe kameraad, een veeleisende, die zorgt dat zijn wereld heel snel kleiner wordt en alleen nog maar draait om ‘die flauwekul’; heroïne. ‘Het was modderen, afkicken in Heerlen, nog eens afkicken in een kliniek in Brabant…’ Naar eigen zeggen heeft hij nooit hoeven stelen om zijn verslaving te betalen: ‘Dat is me gelukkig bespaard gebleven.’

Sinds anderhalf jaar is hij clean. Nou ja, drie keer week gaat hij methadon halen. Hij wil ook daar graag vanaf, maar dat zouden ze niet willen bij de Ambulante Hulpverlening Verslavingszorg Westelijke Mijnstreek.

‘Misschien krijgen ze subsidie per deelnemer aan het programma en willen ze je liever bij de club houden? Ze hebben nu een nieuw beleid; als je één keer niet komt, wordt automatisch een afbouwprogramma gestart. Dus misschien moet ik dat maar doen?’ Een schamper lachje.

Hij neemt nog een teug van het verse sjekkie dat rokend op hem wacht op de rand van een slecht schoongemaakte tinnen asbak.

Op zaterdags en donderdags speelt hij op straat ‘aaie leem’, jaren zestig repertoire, en af en toe eigen nummers. Ook treedt hij soms op met bandjes en er zijn zelfs voorzichtige plannen voor een cd met eigen werk.

Wat ‘de mensen’ van hem denken, laat hem koud. Hij speelt en hij zingt. Geïnspireerd door singer-songwriters als Bob Dylan en Paul Westerberg, de ex-frontman van ‘The Replacements’.

‘Van omstanders krijg ik alleen positieve kritiek. Bij sommige winkeliers kan ik mijn kleingeld wisselen en daar zijn ze heel blij mee.’ Nog nooit is hij lastig gevallen en met zijn Oost-Europese collega’s kan hij het goed vinden. ‘Ik zit ook niemand in de weg’.

Al pratend kijkt hij vertederd hoe één van zijn katten zich loom uitstrekt en daarna knorrend geniet van een nieuw gevonden slaapplekje. ‘Zijn moeder is vorige week door een rottweiler gepakt…’

Het is even stil in de drukke kamer. Gedachten dwarrelen neer als verstofte herinneringen.

‘Ik doe wat ik doe om mijn innerlijke onrust te bezweren, dat is mijn drijfveer’, zegt hij zachtjes. ‘Ik heb nooit een beeld gehad van wat ik wilde worden. Mijn vader liet ons vrij. Hij zei altijd: “Doe waar je je goed bij voelt.” Dat heb ik gedaan.’

(dit artikel is geschreven voor het WijkKrantje)

Geen Reacties »

admin op 17 January 2012 in Ongewoon & Anders